Internationalisering in het onderwijs: nog steeds een wereld te winnen

Geschatte leestijd: 9 minuten.

Het is mijn overtuiging dat het kennen van andere culturen en andere professionele praktijken een verrijking is voor de beroepspraktijk van alle studenten.

Een uitspraak van Susana Menéndez in het inmiddels ter ziele gegane Transfer Magazine, vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs. Mevrouw Menéndez nam in 2018 afscheid als bestuurder van de Haagse Hogeschool. Zoals vaker bij afscheid van bestuurders gebeurt dat met stevige, prikkelende uitspraken, hoewel ik het niet méér eens kon zijn met deze uitspraak.

Ontwikkeling tot Wereldburgers

Voor de beroepspraktijk in dit millennium is het zó belangrijk dat studenten internationale en interculturele competenties kunnen opdoen. Verder kunnen kijken dan de Nederlandse blik op hun beroep. De verschillen leren zien tussen de Nederlandse cultuur en die in andere landen, binnen en buiten Europa. Maar, zoals mijn stage-ervaring in Guatemala en Maleisië mij deed inzien, ook met een frisse blik leren kijken op Nederland als welvarend en vrij land, waar heel veel dingen juist ontzettend goed geregeld zijn.

Internationalisering: de discussie versmalt

In Nederland is al langer een tendens gaande waarin de discussie rondom internationalisering alleen gaat over de vraag of colleges wel in het Engels moeten worden gegeven. Of internationale studenten hun Nederlandse collega’s niet verdringen. Of de financiering van het internationale onderwijs, sterk gericht op aantallen studenten, wel goed in elkaar zit. Internationalisering zou om meer moeten gaan dan deze drie aspecten, zeker in een land dat zo afhankelijk is van handel met het buitenland. In een tijd waarin alles gericht is op het creëren van nieuwe kansen in de internationale economie, zijn ook internationale competenties nodig in dat internationale Nederlandse bedrijfsleven. En dat begint bij goed onderwijs.

“Nederland kan het zich niet permitteren om alleen naar binnen te kijken.”

– Susana Menendéz, ex-bestuurder Haagse Hogeschool

Migratie versus internationalisering

De discussie rondom internationalisering raakt teveel vertroebeld met elementen uit de discussie rondom migratie. Toenemende werkloosheid door goedkope arbeidsmigranten uit het buitenland, steeds meer mensen in je directe woonomgeving die de Nederlandse taal en cultuur niet kennen, de nadelige gevolgen van globalisering, het negatieve sentiment rondom de effecten van ontwikkelingssamenwerking: het zijn allemaal factoren die ook gaan meespelen in de discussie over de vraag of het internationaler maken van het Nederlandse onderwijs wel zo nodig is. Of Nederlandse onderwijsinstellingen wel zo open moeten staan voor ‘al die’ buitenlandse studenten die snel even kennis komen halen.

Internationale ervaring voor iedere student

Gelijktijdig met deze discussie is er een andere ontwikkeling gaande wat betreft internationalisering. Steeds meer opleidingen zien gelukkig de waarde van internationale ervaringen voor de studenten die ze opleiden. Internationalisering is al jaren een strategisch instrument voor de Haagse Hogeschool, met veel aandacht voor culturele integratie in de international classroom, met bewuste keuzes van docenten om lessen wel, of niet, in de Engelse taal te geven. Maar het speelt op meerdere opleidingen, bijvoorbeeld op ‘mijn eigen’ NHTV, tegenwoordig BUAS in Breda. Traditioneel al erg op het buitenland georiënteerd, natuurlijk door de toerisme en recreatie studierichtingen. Of op een mbo-school als Aventus, waar internationalisering toeneemt.

‘Het is voor mbo-studenten steeds belangrijker zich internationaal te oriënteren. Ze leren heel veel over hun beroep in een andere cultuur met collega’s die andere gewoontes hebben. Ze leren dus ook heel veel over zichzelf! Je moet je aanpassen en flexibel zijn om je staande te houden in een heel andere omgeving. De studenten hebben hier dus ook veel voordeel van in hun verdere carrière,’ aldus Jacoline Grunbauer, projectleider internationalisering van Aventus.

‘Ik sta nu veel steviger in mijn schoenen. Ik moest aandacht opeisen voor mezelf en door de heersende hiërarchie in het ziekenhuis breken om mijn verblijf als stagiaire waardevol te maken. Dat is gelukt!’

Aventus studente die stage liep in een Spaans ziekenhuis

Online studieprojecten

Iedere student dus per definitie naar het buitenland? Dat is niet persé nodig, aldus Menendéz. Natuurlijk is een volledige onderdompeling door een periode in het buitenland te verblijven goed voor taal-en cultuurkennis en persoonlijke ontwikkeling. Maar tegenwoordig kan er door internet en digitalisering zoveel meer.

Steeds meer universiteiten bieden vormen van collaborative online international learning. Hiermee kunnen studenten wereldwijd samen internationale studieprojecten oppakken: letterlijk samenwerken tussen studenten die overal over de wereld verspreid zitten en werken vanuit allerlei culturen.

Ook de opkomst van de summer schools is een instrument waarbij docenten in de zomer lesgeven aan zeer gemotiveerde studenten die een relatief korte periode aan een universiteit of hogeschool in het buitenland (of omgekeerd in Nederland) onderwijs volgen.

Wat mij betreft worden al deze internationale elementen in het onderwijs van de toekomst gecombineerd. Internet biedt inderdaad zoveel meer mogelijkheden voor interculturele uitwisseling. Helemaal nu, door de COVID_19 pandemie in 2020, het nog veel normaler geworden is om online te vergaderen, les te volgen, uit te wisselen. Maar die periode in het buitenland, ik had hem voor geen goud willen missen. Het voegt zóveel toe aan je interculturele vaardigheden. Daarbij denk ik bijvoorbeeld terug aan de off-the-record ‘colleges’ die een Guatemalteekse collega bij INGUAT (Instituto Guatemalteco de Turismo) me gaf over de onderdrukking van de Maya’s in Guatemala. Iets wat hij nóóit gedaan zou hebben via een internetverbinding, met het risico te worden opgenomen of erger nog, afgetapt. Het gaf me veel achtergronden bij en inzicht in de ontwikkelingen in Guatemala.

Internationaliseringsagenda

Medio 2018 is er een internationaliseringsagenda opgesteld door de Vereniging Hogescholen en de Vereniging van Universiteiten.

In de gezamenlijke internationaliseringsagenda hebben hogescholen en universiteiten de benodigde acties uitgewerkt aan de hand van vier speerpunten:

  • Inclusief internationaliseren gericht op kwaliteit
  • Aantrekken en binden van internationaal talent
  • Versterken van de internationale positie
  • Meer balans in mobiliteit

Uitgangspunt is een meer beheerste groei van internationale studenten in Nederland en het wegnemen van financiële drempels voor een studieperiode van Nederlandse studenten in het buitenland.

Bekijk de Internationaliseringsagenda uit 2018:

Instrumenten voor een ‘betere’ stageperiode in het buitenland

Laten we eens inzoomen op één onderdeel van die agenda, nl. de stage in het buitenland. Naar mijn idee is er nog veel te winnen wat betreft het stimuleren door de Nederlandse overheid van een stageperiode in het buitenland. Een aantal instrumenten is daarbij nodig:

  • beurzenstelsel waarbij het voor veel grotere aantallen studenten met relatief kleine financiële prikkels haalbaar wordt een aantal maanden praktijkervaring op te doen in het buitenland
  • netwerk van kwalitatief hoogwaardige lokale coördinatoren (stagebegeleidende bedrijven), die fungeren als tussenschakel tussen opleiding, student, stagebedrijf en overheid bij het regelen én behouden van stageplekken die aansluiten op persoonlijke en studie-gerelateerde ontwikkelingspunten van de student. Nu vaak nog een adhoc taak die iedere opleiding voor zich invult, hetgeen leidt tot veel versnippering en weinig structureel onderhoud.
  • betere begeleiding en monitoring van de student in het buitenland -nu is dat vaak een taak voor de docent of stagebegeleider op afstand vanuit Nederland. Een taak die nauwelijks wordt ingevuld. Het lokaal meerdere keren bezoeken van studenten tijdens hun stage is essentieel in de voortgang en voor het wegwerken van hobbels.
  • beter systeem voor het monitoren en vastleggen van groei van de student op persoonlijk vlak en beroepsterrein: wat wordt geleerd, wat heeft de student daar concreet aan, welke competenties zijn op welke manier verder ontwikkeld, hoe vertaalt zich dat naar de toekomstige beroepspraktijk
  • beter systeem voor gestructureerde verslaglegging door de student van het in de praktijk geleerde en diens persoonlijke ervaringen; onderdeel van het persoonlijk studiedossier, kennisoverdracht naar volgende studenten én onderdeel van wereldburgerschap -delen van culturele ervaringen met anderen in de directe en indirecte omgeving, eenmaal terug in Nederland.

De rol van het stagebemiddelende bureau op locatie

Ik weet nog vanuit mijn tijd (1995!) aan NHTV/BUAS hoe dat vaak ging: de meeste studenten waren niet zo geïnteresseerd in die buitenlandstage: hadden de ambitie niet, vonden het ‘eng’ of konden het simpelweg niet financieren (of het financiële plaatje niet overzien). Die studenten die wél wilden overspoelden het stagebureau in hun zoektocht naar stageplekken. De meest gewilde plaatsen waren zo weg, maar een deel van de beschikbare plekken werd ook niet ingevuld. Tegelijkertijd was er altijd discussie en gedoe rondom de door de student zélf geregelde stageplaats (ik regelde destijds -nog via fax- zo’n 15 potentieel nieuwe stagecontacten in Latijns-Amerika): men kende het bedrijf niet, de kwaliteit was onbekend, de omstandigheden ter plaatse waren onbekend. Ik vond het destijds doodzonde dat de 14 contacten die ik níet koos nooit meer door het stagebureau/international office werden opgevolgd, alleen maar omwille van ‘te weinig inzicht’. Mijn stagebegeleider vanuit de opleiding had geen tijd noch middelen om mij in Guatemala te bezoeken, had eigenlijk bijzonder weinig idee van, laat staan grip op, de kwaliteit van mijn stage en toonde ook weinig interesse in de inhoud van mijn stage.

Met een goed lokaal netwerk van stagebureaus (in ieder land één, eventueel met regiovertegenwoordiging) voorkom je dat, is er méér grip op kwaliteit én kunnen mbo’s, hogescholen en universiteiten daar centraal beroep op doen. Waarom geen landelijk georganiseerde en gecoördineerde database van internationale bedrijven, instanties, ngo’s en overheden die stages bieden aan Nederlandse studenten, waarom moet iedere opleiding dat voor zich organiseren? Ik weet zeker dat er ter plaatse Nederlanders te vinden zijn (denk bv. aan de partner van de uitgezonden expat) die die rol op zich wil nemen.

Natuurlijk is het noodzakelijk om die rol dan wel te financieren; nu moeten de stagebureaus die er terplekke al zijn vaak nog noodgedwongen bemiddelingskosten aan de student vragen en worden dan onterecht als ‘commercieel’ bestempeld, terwijl ze eigenlijk gewoon de rol van het stagebureau/international office beter invullen. Idealiter wordt de financiering via een verdeelsleutel netjes verdeeld tussen bureau in Nederland en bureau op locatie en werkt men goed samen. Met vaste bureaus daar waar de aantallen groot zijn, met regiocoördinatoren, met expatpartners in de voorhoede, met onderlinge kennisuitwisseling, bijvoorbeeld over het werven van nieuwe stageplaatsen, het begeleiden van studenten, het handelen bij problemen of noodsituaties, met protocollen bij veranderende reisadviezen van het ministerie, met checklists voor periodieke kwaliteitscontrole, met vaste rapportagefaciliteiten richting de opleiding in Nederland, etc.

Een wereld te winnen

Ongetwijfeld is in de loop der jaren e.e.a. verbeterd, al is het maar op het gebied van online communicatie tussen stagebedrijf, student en opleiding in Nederland.

Maar toch valt er nog steeds ‘een wereld te winnen’ waar het gaat om bemiddeling, begeleiding, monitoring, risico’s en handelen bij nood. Ook de ontwikkelingen rondom de recente COVID_19 pandemie lieten weer de nodige chaos zien: moeten studenten worden teruggeroepen, zo ja wanneer, hoe bereiken we ze, wat als de studenten zelf niet willen, hoe komen ze terug naar Nederland, etc.

Ik weet zeker dat partijen als Wereldstage (Curaçao), Jongleren (Spanje), JoHo (Nederland – wereldwijd) en diverse andere organisaties hele goede coöperatieve ideeën én jarenlange expertise hebben om veel van bovengenoemde instrumenten vorm te geven en in te richten. Sámen met de mbo’s, hogescholen en universiteiten in Nederland.

Daarmee kan eindelijk eens écht goed invulling worden gegeven aan de ambities op het gebied van internationalisering en wereldbugerschap van de Nederlandse overheid én de Nederlandse student. En beklijven opgedane internationale en interculturele ervaringen, competenties en vaardigheden ook nog eens beter en duurzamer.

Deel je ervaringen

  • Wat vind jij van de discussie rondom internationalisering in het hoger onderwijs? Welke voors en tegens zie jij?
  • Heb je zelf als docent wellicht te maken met internationalisering van het curriculum? Hoe geef je daar invulling aan voor wat betreft jouw vak en studiedomein?
  • Of werk je als student samen met studenten uit andere landen, fysiek of in de online wereld? Welke extra’s levert het je op en waar zie je nadelen?
  • Heb jij zelf de ambitie, tijdens je studie of misschien wel in je werk, om een internationale dimensie te geven aan je opleiding of carrière? Hoe organiseer je dat?
  • Wat zijn jouw ervaringen rondom je stage in het buitenland? Welke positieve punten heeft jouw stage in het buitenland je opgeleverd en welke verbeterpunten zag je zelf? Voor wie?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Meer lezen

Ik zoomde al eens eerder in op organisaties die met een internationale dimensie invulling geven aan talentontwikkeling van jongeren en studenten, bijvoorbeeld via een tussenjaar. Ook vrijwilligerswerk in het buitenland is een manier om internationale vaardigheden op te doen en te werken aan interculturele vaardigheden.

  • Concreet op zoek naar internationale talentontwikkeling en mogelijkheden om een deel va je studie in het buitenland door te brengen? JoHo zet je op het spoor van je internationale ontwikkeling, bijvoorbeeld via studie of stage in het buitenland.
  • Nuffic houdt een themadossier ‘internationalisering’ bij met veel feiten en cijfers over uitgaande en inkomende studentenmobiliteit. Ook het rapport ‘Internationalisering in beeld’ over 2018 geeft een goede blik op diverse thema’s rondom internationalisering van de Nederlandse student.

“Als pabo-studenten internationale bewustwording op hun toekomstige leerlingen weten over te brengen, en zelf weten om te gaan met diversiteit, dan zijn we goed bezig.”

Internationalisering in beeld, Nuffic, 2018
African women education development

Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

Geschatte leestijd: 10 minuten.

“Moeten Afrikaanse landen niet meer zelf doen?” lees ik bijna aan het eind van een artikel in de Volkskrant. Het artikel gaat voornamelijk over Bill Gates, die vrijwel het hele vermogen van de Bill & Melinda Gates Foundation fonds wil gaan inzetten in de strijd tegen de coronapandemie. Ook al gaat het artikel vooral over de activiteiten van Gates, ook de achtergronden bij de vraag ‘Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?’ komen aan bod.

Achterover leunen en incasseren

Het is een vraag die regelmatig terugkeert in de discussies over wereldwijde evenwichtige groei en verdeling van de welvaart. Want, zo redeneert men, doordat allerlei donoren maar gul blijven geven, kunnen de Afrikaanse overheden achterover blijven leunen. Er is geen stimulans voor een langere termijnplanning als je ‘periodiek gewoon makkelijk cheques kunt incasseren die de grootste problemen in je land wel oplossen’.

Bill & Melinda Gates Foundation

‘De strijd tegen het coronavirus is vergelijkbaar met een wereldoorlog’, zo verklaarde Bill Gates recent in een interview met de Financial Times. Banen gaan verloren, mensen in de informele sector raken hun schaarse inkomsten kwijt, exportsectoren krijgen gigantische klappen. Gates redeneert dat het vinden van een vaccin tegen corona nu de allerhoogste prioriteit heeft. De kosten hiervan, de komende tijd mede gefinancierd door zijn fonds, vallen uiteindelijk in het niet bij de potentiële schade door een wereldwijde pandemie.

Door het verhuizen van zijn dollars van de strijd tegen aids, tuberculose en malaria naar de strijd tegen corona wordt er een financieel gat geslagen bij onder andere het Global Fund, de grootste financier van malaria-onderzoek. Dat is precies de kritiek van veel deskundigen: het financieren van onderzoek door één of enkele zeer rijke filantropen maakt dat onderzoek ook erg afhankelijk, niet echt democratisch. En er bestaat het risico dat zo’n filantroop met zijn geld de beleidskeuzes in armere landen wel érg sterk kan beïnvloeden.

Kúnnen Afrikaanse landen niet meer zelf doen?

De hulp die jarenlang geboden wordt, het onderzoek dat gefinancierd wordt: je kunt moeilijk zeggen dat dat níet goed is. Bill Gates bijvoorbeeld heeft er met zijn financiële steun voor gezorgd dat de strijd tegen allerlei ziektes gestaag vordert, dat er ongetwijfeld vele miljoenen levens zijn gered door betere of sneller beschikbaar gekomen vaccins. Die levens zijn -uiteraard- heel wat waard.

Tegelijkertijd maakt het Afrikaanse landen soms gemakzuchtig. Al in 2001 spraken Afrikaanse landen af dat ze minimaal 15% van hun jaarlijkse begrotingen gingen uitgeven aan gezondheidszorg. De meeste landen halen dat percentage nu nog steeds nauwelijks. Investeren dus veel minder in de gezondheidszorg gericht op hun inwoners, waardoor voorzieningen nog steeds niet of slecht beschikbaar zijn en minder mensen toegang hebben tot basisgezondheidszorg.

Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo schreef er in 2009 een boek over, ‘Doodlopende hulp’ (Dead Aid: Why Aid Is Not Working and How There Is a Better Way for Africa: Waarom Ontwikkelingshulp Niet Werkt, En Wat Er Wel Moet Gebeuren). Ook zij bepleit dat door de gulle vrijgevigheid van internationale doneren de Afrikaanse regeringen makkelijk achterover kunnen leunen. Het geld komt toch wel binnen, dus kunnen zij middels de alom bekende corruptiesystemen meer voor zichzelf achterover drukken. En hoeft er niet naar een structurele oplossing in eigen land of regio gezocht te worden.

Moyo claimt zelfs dat de ontwikkelingshulp contraproductief is geweest: juist dóór die hulp zijn veel Afrikaanse landen afhankelijker dan ooit. En landen die deze hulp structureel hebben geweigerd (o.a. Zuid-Afrika, Botswana) zijn verder in hun groei en welvaart dan landen die wel zijn meegegaan in de ontwikkelingsdollars. Volgens Moyo liggen de kansen veel meer in het ontwikkelen van een eigen private sector: op het gebied van microfinanciering en eigen ondernemerschap van Afrikanen. Ofwel kansen die zorgen voor nieuwe bedrijven, banen en inkomsten in de landen zelf.

Moyo is daarin wel genuanceerd. Er is bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen (structurele) ontwikkelingshulp en hulp bij humanitaire rampen. Dat laatste is een vorm van hulp die -waar ook ter wereld- altijd moet worden geboden: bij orkanen, aardbevingen, burgeroorlogen, tsunami’s, bij het mislukken van oogsten, bij vulkaanuitbarstingen, et cetera.

Hulpbehoevend imago in stand houden

Een ander aspect rondom ontwikkelingshulp dat Moyo in haar boeken aanstipt is dat veel donoren er belang bij hebben vooral de negatieve aspecten op het Afrikaanse continent te benoemen: ziektes, oorlogen, corruptie, et cetera. En dat ook structureel te doen, in woord én beeld. Door Afrika weg te zetten als continent dat het zelf keer op keer niet redt, door pech en wanbeleid, blijft de hulpindustrie immers noodzakelijk.

Moyo laat juist zien dat er ook een ander Afrika bestaat: dat van een continent met landen waarin veel met name jonge mensen steeds beter opgeleid zijn en zelf ondernemende bedrijven starten die zorgen voor steeds meer werkgelegenheid. Afrika is daarnaast enorm rijk aan natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Natuurlijk is er nog veel werk te verzetten, beaamt ook Moyo, maar dat begint met nadenken over duurzame manieren om de economieën in Afrika te laten groeien en buitenlandse investeringen (in o.a. infrastructuur, telecommunicatie, grondstoffenwinning, toerisme, transport) toe te laten nemen. En níet met het bieden van nóg meer ontwikkelingshulp.

Zelf doen, of toch hulp aanvaarden: sector van vrijwilligerswerk en ‘charity’

Naast de discussie over hoe Afrika sneller tot ontwikkeling kan komen, wordt er sinds de tweede helft van de jaren ’10 van deze eeuw ook in Nederland weer een discussie gevoerd over het nut van ontwikkelingssamenwerking en het nut van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden. Zijn al die hulporganisaties, internationale vrijwilligers en particuliere projectinitiatiefnemers nu essentieel om onderwerpen als ‘armoede’, ‘gezondheidszorg’, ‘landbouw’, ‘infrastructuur’ en ‘onderwijs’ aan te pakken? Of staan ze juist ontwikkeling in de weg, lopen al die goedbedoelende ontwikkelingswerkers en vrijwilligers de Afrikaanse ontwikkeling soms zelfs letterlijk in de weg?

Het is misschien op een andere, minder macro-economische, schaal maar je kunt dezelfde redenering toepassen: door het blijven bestaan van allerlei internationaal/lokaal gerunde weeshuizen, van projecten voor gezondheidszorg, fairtrade initiatieven en het bouwen van schooltjes wordt de lokale overheid ‘lui’, hoeft men het probleem niet zelf op te lossen. En door die ‘luiheid’ en niet acterende overheid benadrukken de initiatieven en vrijwilligersorganisaties dat ze duurzaam nodig zijn: zonder hen gebeurt er immers niets, krijgen mensen geen hulp, water, voldoende voeding, zwerven kinderen op straat en is er nauwelijks onderwijs.

Afschaffen dus, die weeshuizen, schooltjes, bomenplanters en waterputten-bouwers?

Stapsgewijze ontwikkeling en afbouw van een project

Ik merk dat de discussie ook hier in Nederland vaak hard en fel wordt gevoerd. De ‘ons geld wegdragende ontwikkelingshulp’, de contraproductieve ‘vrijwilligersindustrie’, de nadelen van ‘weeshuistoerisme’, die ‘hoogopgeleide brave westerse meisjes waarvan papa en mama vinden dat ze iets van de wereld moeten zien en zo nodig goed moeten doen’…het is allemaal in het leven geroepen uit oogpunt van ‘medelijden’ (‘pity’ noemt Moyo dat) en ‘zelfgenoegzaamheid’. “Kijk eens hoe goed werk wij doen, hoe hard onze hulp nodig is en hoe blij ze met ons zijn”. En helemaal absurd: er zou ook nog eens grof geld worden verdiend aan al die filantropie, dat vrijwilligerstoerisme en particulier initiatief, dat eigen ontwikkeling in Afrika in de weg staat.

Ik denk dat de oplossing iets meer in de nuance ligt. Ook hier is het geen ‘of dit, of dat’ verhaal. We moeten niet onmiddellijk stoppen met de hele ontwikkelingssamenwerking, we moeten niet acuut alle weeshuizen op de wereld stopzetten en het is ook niet zo dat vanaf morgen Afrika zichzelf wel redt en dat er niemand meer heen hoeft. Ook mensen als Dambisa Moyo benadrukken dat er niets mis is met individuele ‘charity’, liefdadigheid; de helft van de USA draait zelfs op liefdadigheid. Zo lang je er maar niet in gaat geloven dat die ontwikkelingshulp, liefdadigheid of dat vrijwilligerswerk de alles biedende eindoplossing is.

Op individueel niveau kan je zeker mensen beter op weg helpen: lokaal, in kleine praktische projecten. Waarbij je er voor zorgt dat de Afrikaanse mensen zelf het project runnen, eigenaar en leidend zijn (‘ownership’). Waarbij je nadenkt over de stapsgewijze afbouw van het hulpproject op de langere termijn: de kerndoelstelling moet zijn dat de projectdoelgroep uiteindelijk zichzelf kan redden. En waarbij je, na een zorgvuldig afscheid, de succesvolle projecten herhaalt op een andere locatie waar de ontwikkeling nog niet zover is.

Ontwikkkelingssamenwerking: van ‘waterputten slaan’ naar professioneel samenwerken

Dat geldt ook op de grotere schaal van de ontwikkelingshulp en de ‘Bill Gates’-achtige filantropie: zomaar ineens stoppen, als je dat al zou willen, dat gaat helemaal niet. Maar projecten en hulp zodanig inrichten dat het lokaal werkgelegenheid creëert en waarbij op de langere termijn een (lokale) overheid het werk kan overnemen, dát is wel duurzaam.

De grotere spelers in de sector ontwikkelingssamenwerking zijn natuurlijk ook niet gek: juist dát gebeurt al jaren, binnen veel van hun projecten. Lokaal eigenaarschap, inzetten op microfinanciering, renteloze leningen, eerlijke handel, eigen productie, lokale werkgelegenheid, gendergelijkheid: het zijn thema’s die al lang worden toegepast.

Direct stoppen met ontwikkelingshulp: accepteren we dan ook de gevolgen?

Het zomaar ineens stoppen met ontwikkelingshulp, filantropie, internationaal vrijwilligerswerk: het zou enorme en directe gevolgen hebben, het zou zoveel extra slachtoffers opleveren. Mensen die pleiten voor het rigoureus stopzetten van iedere vorm van hulp (want: ‘ze moeten het zelf maar doen’, of: ‘het helpt toch niet’) gaan gemakshalve even volledig voorbij aan de negatieve korte termijn effecten van dat stopzetten. Maak je vervolgens de verhalen van de gevolgen van die keuze individueel inzichtelijk (‘het overlijden van persoon x, y of z’, ‘een specifiek dorp dat zonder drinkwater komt te zitten’, ‘honderd gezinnen die zonder inkomsten komen te zitten’), dan is opeens niemand er meer voor en is het ‘iets dat we te allen tijde moeten voorkomen’. Natuurlijk, want zomaar rücksichtslos stoppen kán helemaal niet.

Veranderen via de weg van de geleidelijkheid

De weg naar een zelfstandig opererend Afrika zou naar mijn mening veel geleidelijker moeten gaan. Het stapsgewijs opbouwen van investeringen in Afrikaanse sectoren, met verschillende partners verdeeld over de wereld (Europa, China, India, Japan, Brazilië, VS). Het eerlijker maken van de handel in grondstoffen, zodat Afrikaanse boeren en de bijbehorende logistiek een eerlijke kans krijgen in die wereldhandel. Het verder ontwikkelen van het toerisme in Afrikaanse landen, met de nadruk op verstandig gebruik van nationale parken en kustgebieden. En tegelijkertijd het stapsgewijs, haast als communicerende vaten, afbouwen van de hulp die in die sectoren wordt geboden. De ontwikkelingshulp concentreren op die thema’s waar zakelijker investeringen nog niet mogelijk zijn of gewoon nooit rendabel te maken zijn. En het eveneens stapsgewijs oplossen van de schuldenproblematiek, de rente- en aflossingsverplichtingen over eerder aangegane leningen van Afrikaanse landen bij Westerse of Aziatische financierders. Waar kan gekoppeld aan voorwaarden over mensenrechten en behoorlijk bestuur.

Ja, dat duurt vele jaren langer, maar juist in de genuanceerde aanpak ligt de duurzame oplossing. Zonder desastreuze korte termijn effecten.

Twee nuances nog.

ÉÉN AFRIKA BESTAAT NIET

Net zoals in Europa laten we zeggen ‘Duitsland’ en ‘Spanje’ niet vergelijkbaar zijn, zijn er uiteraard ook vele grote verschillen te zien tussen landen op het Afrikaanse continent. “De situatie in Afrika” oplossen is dus ook een oplossing met vele gezichten. Het ene Afrikaanse land is al veel verder in ontwikkeling dan het andere, de economieën zijn niet vergelijkbaar, landen kennen verschillende groeicijfers en verschillende problematieken. Dat vraagt dus ook om nuance en verschillende strategieën.

DRAAGVLAK HIER VOOR VERANDERING DAAR

Een wereldwijd eerlijker handelssysteem is noodzakelijk om Afrika ook een eerlijke kans te bieden écht onderdeel te worden van die wereldhandel. Dat betekent dus ook dat de spelers die momenteel die wereldeconomie beheersen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Dat we anders omgaan met onze eigen belangen, onze eigen maatstaven en gewenste welvaartsniveau. En daar is op individueel niveau draagvlak voor nodig. Als maar genoeg bedrijven, regeringen, ngo’s, politici en uiteindelijk burgers die eerlijke(r) verdeling voor ogen krijgen, dan ontstaat die eerlijke kans (bijna) vanzelf.

Maar voor dat draagvlak is wel nodig dat mensen kennis en ervaring opdoen. Met eigen ogen kunnen zien wat er speelt, hoe de situatie in “Afrika” is en wáárom het belangrijk is dat daar wat aan verandert. Vrijwilligerswerk in het buitenland, reizen, particulier initiatief, stages in ontwikkelingslanden: het is daarbij een van de (vele) instrumenten om ‘de ogen open te laten gaan’. Pas als mensen het zélf zien en ervaren komt er (vaak, niet altijd) verandering in denken en doen. Mensen nemen die ervaringen mee naar huis, praten er over, dragen hun kennis over op hun directe sociale omgeving.

Misschien is die ontwikkelingshulp, ‘charity’ en dat vrijwilligerstoerisme uiteindelijk niet eens zozeer bedoeld om ‘die ander te helpen’, maar vooral om ‘onszelf op te voeden’. Stap voor stap internationale vaardigheden en competenties opdoen, om steeds meer ‘wereldburger’ te worden, naast ons Nederlanderschap en onze deelname aan de EU.

Zodat we eindelijk gaan realiseren dat eerst wíj moeten veranderen, voordat die ander kán veranderen.

Dus ja.

Afrikaanse landen kúnnen -en willen- best meer zelf doen. Maar om dat écht te kunnen, zullen we met nuance moeten handelen. En zullen ook eerst wij -als niet-Afrikaanse landen- moeten veranderen.

Als Afrika erin slaagt de inhaalslag te maken, is het economische potentieel enorm en kan men dezelfde ontwikkeling bewerkstelligen als bijvoorbeeld Brazilië en Indonesië decennia geleden hebben gedaan. Vrede, veiligheid en goed bestuur zijn echter noodzakelijke voorwaarden, maar ook hulp vanuit het buitenland en schuldverlichting zijn nodig.

Het economisch potentieel van Sub-Sahara Afrika, Rita Bhageloe-Datadin (2008)

Deel je ervaringen

  • Heb jij ideeën over en/of ervaring met ontwikkelingshulp of internationaal vrijwilligerswerk? Wat draagt het bij, of juist niet? En welke veranderingen zijn nodig om de projectlanden nog meer de regie te kunnen laten voeren over de hulp die geboden wordt?
  • Geloof je meer in de kracht van hulp op regeringsniveau, in het werk van ontwikkelingsorganisaties of juist in het nut van kleinschalige particuliere projecten? En is het ‘óf óf’, of juist ‘en en’?

Deel je ideeën via de reacties hieronder.

Meer lezen

Direct aanleiding voor dit bericht: Bill Gates zet nu al zijn miljarden op corona (Volkskrant 27-04-2020, Mark Schenkel)

Kijk ook eens op het platform WorldSupporter voor posts van mensen die willen bijdragen aan ontwikkeling in de wereld, of bij OneWorld voor achtergronden bij de ontwikkelingen.

Blogmagazine over Wereldburgerschap

Geschatte leestijd: <1 minuten.

Zingeving en verbinding: het agoramodel toegepast op mijn leventje

Heb jij wel eens nagedacht over de rode draad in de keuzes die je in je leven maakt? Ik af en toe, en de laatste tijd nogal vaak. Voor een interview-rubriek in Trouw over ‘Zingeving’ dacht ik er weer eens echt bewust over na. Online vond ik, niet toevallig, het agoramodel. Welke vier P’s, vier Z’ten en vier sferen komen terug in mijn leventje? Zonder narcistisch te willen worden, zoom ik eens wat dieper in op waarom ik de dingen doe zoals ik ze meestal doe.

Koreman’s Limoncello: ‘wereld’beroemde Bredase citroenlikeur

Ik hou er van. Citroenlikeur. Zeker als ‘ie ijskoud is. Een simpel drankje, met maar vier ingrediënten. Maar zó lekker. Ik las over het verhaal van twee Bredase jongens, Thom en Frank, die als startend ondernemer in de wereld van de limoncello gedoken zijn. En en passant in 2020 meteen een silver medal award in de wacht sleepten in een internationale competitie. Passie, wereldburgerschap en tegelijkertijd met beide beentjes op de grond. De fles Koreman’s limoncello staat inmiddels koud te worden. Binnenkort een proefsessie.

Internationalisering in het onderwijs: nog steeds een wereld te winnen

Nederland moet oppassen dat het de discussie rondom internationalisering van het onderwijs niet versmalt tot verengelsing en aantallen internationale studenten. Ook op het gebied van uitgaande internationale studentenmobiliteit, de international classroom en online internationaal studeren valt er nog een wereld te winnen. Eén van mijn irritaties ligt bij het ontbreken van een strategisch beleidskader voor het verbeteren van de kwaliteit, begeleiding en monitoring van internationale stages. Het wordt hoog tijd dat er financiering komt voor een Nederlands netwerk van stagebegeleidende bedrijven wereldwijd. Met periodieke stagebezoeken, aandacht voor praktische ondersteuning van studenten in het buitenland, structureel delen van kennis en ervaring door studenten en het duurzaam beklijven van verbeterde internationale competenties. Als iedere student in Nederland de kans krijgt een stageperiode in het buitenland door te brengen, leiden we studenten -én hum omgeving- pas echt op tot Nederlandse wereldburgers.

Chronisch positief: ziek zijn en toch je eigen toekomst inrichten.

Waar een wil is, is een weg. Een tegeltjeswaarheid als een koe, maar wanneer je chronisch ziek bent ligt dat soms toch net effe anders. In dit artikel licht ik een aantal organisaties en initiatieven uit die mensen met en zonder beperking ondersteunen bij het ontwikkelen van talenten. De chronische positiviteit bij veel mensen met een chronische ziekte zouden we véél vaker voor het voetlicht moeten brengen. Denk je mee?

Duurzaam leven. Ik worstel voorlopig nog.

Duurzaamheid. Voor mij een nogal lastig begrip. En…ik heb een dubbele duurzame moraal. Ben enerzijds bezig met wereldburgerschap en duurzaam leven, maar anderzijds soms ook nogal opportunistisch. En zeker wat betreft ‘reizen’ ook best niet-duurzaam. Maar ja, het is ook maar hoe je het begrip duurzaamheid benadert. Lees mee over mijn duurzaamheidsdilemma en hoe 1.000 jongeren ook mij inspireerden.

Bewuster keuzes maken met een tussenjaar

Mijn studiekeuze stond al vroeg voor 100% vast. Maar terugkijkend had ik tóch misschien wel andere keuzes gemaakt. Twijfelen op het moment van het maken van levenskeuzes is helemaal niet raar. Rondom je studie, baan, carrière(switch), privéleven, vakanties en reizen, pensioen: een ‘pas op de plaats’ of ‘tussenjaar’ kan helpen bij het bewuster maken van keuzes. Maar er zitten ook risico’s aan en goede begeleiding of spiegeling van professionals helpt écht om keuzes te maken die beter bij je passen. Lees mee en ontdek waarom er bij mij in huis overal wereldbollen staan.

Leren solliciteren en werk vinden in Cambodja

Niet alleen moeten Cambodjaanse werkgevers groeien in het bieden van een veilige en gezonde werkplek met arbeidsperspectief voor álle doelgroepen. Maar ook moeten met name jongeren en vrouwen in Cambodja beter leren solliciteren en werk vinden. Vakbonden CNV en CLC zorgen met projecten voor bewustwording en talentontwikkeling. En hoor ik daar een JoHo belletje klingelen?

Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Er is veel culturele diversiteit, en die groeit ook verder. Maar wat vaak ontbreekt is wederzijds begrip en respect voor elkaars culturen. Er is meer culturele dialoog nodig, bijvoorbeeld gefaciliteerd door bibliotheken. Maar ook het stimuleren van cultureel onderwijs, stages in het buitenland en ‘reizen’ kunnen bijdragen aan meer onderling begrip. Wanneer begint de overheid nu eens met dat écht te stimuleren en faciliteren, via stichtingen en het bedrijfsleven?

Help jezelf door een ander te helpen – wat hebben altruïsme en pijndemping met elkaar te maken?

Mensen met chronische pijn doen er vaak alles aan om die pijn te verminderen. Behandelingen, operaties, medicatie, therapieën…pijnpatiënten gaan een hele tijd, energie en geld kostende mallemolen door om minder pijn te ervaren. Recent onderzoek van de Beijing University wijst uit dat vrijwilligerswerk en ‘iets goeds voor een ander doen’ kan meehelpen aan pijndemping. Dus: help jezelf, door een ander te helpen.

Ik ben een cultural creative. Aangenaam.

Terwijl ik een artikel in GezondNU lees herken ik veel van wat geschreven wordt over ‘cultural creatives’. Volgens mij -en volgens de criteria in dat artikel- ben ik wel zo’n culturele creatieveling. Ik voel me onderdeel van een groep. Totdat het artikel niet van recente publicatie blijkt te zijn…

Lobby in coronatijd - veilige toekomst voor vrouwen en meisjes wereldwijd

Lobbyen in coronatijd

In deze tijd van coronacrisis heeft iedereen het op zijn eigen manier zwaar. Maar ook zijn er gevolgen van deze crisis die minder in het oog springen maar wel wereldwijd plaatsvinden. Is het logisch dat Plan International daar juist nu voor lobbyt? Door even verder te lezen en me kort te verdiepen raakte ik toch betrokken. Ondanks mijn eerste primaire reactie.

African women education development

Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

Al jarenlang wordt de discussie gevoerd: houden hulporganisaties Afrikaanse landen niet afhankelijk van hun hulp? Moeten Afrikaanse landen het niet meer zelf gaan doen? Dembisa Moyo, auteur van onder andere ‘Doodlopende Hulp’, pleit voor minder ontwikkelingssamenwerking en meer focus op eigen productie en werkgelegenheid op het Afrikaanse continent. Afrika is er klaar voor. Maar is het Westen dat ook?

Samen puzzelen met de routekaart in Girona

Met je pleegkind op vakantie: aandachtspunten

Je pleegzoon een vakantietrip naar Barcelona cadeau doen is één. Maar vervolgens ook samen op pad naar Spanje is een ander ‘ding’. Wat zijn aandachtspunten als je als pleegouder met je pleegkind op vakantie wilt? Wat zijn essentiële regelzaken en welke ervaringstips geven andere pleegouders? Lees erover in dit persoonlijke blog over een tripje naar de stad van Camp Nou en FC Barcelona

Op het strand aan de kust in Costa Rica

Tijd om reisplannen te maken!

Naar het buitenland reizen is zowel voor vakantiegangers, reizigers als zakenreizigers op dit moment onmogelijk. Maar er komt een post-corona tijd waarin reizen en op vakantie gaan weer wél kan en ontzettend belangrijk is voor de opbouw van economieën wereldwijd. Benut jij deze tijd van veel thuis zijn voor het maken van nieuwe reisplannen? Op welke manier kan jouw reis straks bijdragen aan economisch herstel?

Mensen die een wereldcommunity vormen

(online) Vrijwilligerswerk -juist nu!

In tijden van corona en intelligente lockdown zou je kunnen denken dat er minder behoefte is aan vrijwilligers. Immers, veel initiatieven worden gecanceld of vallen stil. Het tegendeel is echter waar: je kunt juist nu op zóveel manieren bijdragen aan jezelf en een ander. Een blog over vrijwilligerswerk op afstand.

Dorpsschool met Afrikaanse kinderen

Oh? Helpt ontwikkelingssamenwerking dan?

Het grote publiek kijkt kritisch naar de resultaten van ontwikkelingssamenwerking. Maar de belangrijkste spelers, groot en klein, zijn lang niet altijd handig in eigen communicatie. Er wordt nog veel gewerkt met standaard beelden, standaard hulpvragen en weinig resultaatcommunicatie. Dat versterkt soms het beeld van een sector die vooral met symptoombestrijding bezig is en niet met stapsgewijze, gestage, vooruitgang.

Waterflesjes actie voor Muziekids door Monné Zorg & Beweging Breda

Geschatte leestijd: 1 minuten. Wat een leuke klantenactie van de fysio waar ik al +25 jaar 😱💪 kom! Vanaf februari 2020 ondersteunt Monné Zorg & Beweging Stichting Muziekids. Wat doet Stichting Muziekids? Met muziekbeleving biedt stichting Muziekids zieke kinderen in ziekenhuizen en zorginstellingen ontspanning, afleiding en plezier, om zo hun zorgsituatie – daar waar mogelijk – te … Lees verder Waterflesjes actie voor Muziekids door Monné Zorg & Beweging Breda

Stadsgezicht Malaga kathedraal

Business bootcamp Malaga: werken aan je business skills

Geschatte leestijd: 2 minuten. Recent las ik Transfer Magazine, dit keer volledig in het teken van de ‘International classroom’. Centraal in de artikelen staan vragen als: Hoe stimuleer je interactie tussen Nederlandse en internationale studenten, ‘at home’ of tijdens een uitwisseling? Op welke manier(en) kunnen scholen (meer) invulling geven aan internationale samenwerking, of ‘mondiaal’ burgerschap? … Lees verder Business bootcamp Malaga: werken aan je business skills

Op een fraaie manier een duik nemen vanaf de rotsen

Met je tieners voor langere tijd naar het buitenland: eerste aandachtspunten

Geschatte leestijd: 4 minuten. Vertrek je met je kinderen voor langere tijd naar het buitenland, voor een lange reis, voor het werk van een van de ouders, of voor een ‘echte’ emigratie, dan is er een aantal aandachtspunten. Op welk moment vertel je het je kinderen, hoe zit het met de leerplicht, welke school ga … Lees verder Met je tieners voor langere tijd naar het buitenland: eerste aandachtspunten

Twee digital nomads werken achter hun laptop

Flag theory: het ideaal van permanent reizen en grenzeloos ondernemen?

Geschatte leestijd: 5 minuten. Flag theory. Ik had er nog nooit van gehoord. ‘Vlaggetjes planten’, dat wel. Ofwel in je reizende leven zoveel mogelijk verschillende landen aandoen. Lijstjes bijhouden met waar je al geweest bent, scrap landkaarten openkrassen bij een volgend nieuw land, of -heel modern- in je socials een digitale wereldkaart bijhouden zodat al … Lees verder Flag theory: het ideaal van permanent reizen en grenzeloos ondernemen?

Verwoeste huizen als gevolg van een orkaan

Ramptoerisme: wel of niet afreizen naar een getroffen gebied?

Geschatte leestijd: 4 minuten. Een tsunami die verwoestend werkte in grote delen van Indonesië, Thailand, Sri Lanka en India. Een terreuraanslag in Sri Lanka. Een orkaan die huishoudt op de Bahama’s. Door de jaren heen worden populaire reizigersbestemmingen regelmatig getroffen door natuur- of ander geweld. Noodhulpverleners reizen af, donaties stromen vaak in grote getale binnen, … Lees verder Ramptoerisme: wel of niet afreizen naar een getroffen gebied?

Typische kiosk in Japan

Duurzaam reizen: hoe doe je dat?

Geschatte leestijd: 5 minuten. Duurzaam reizen is ‘vakantie vieren met op de bestemming rekening houden met het milieu, de mensen, de natuur en de cultuur, zodat reizen in de toekomst ook nog goed mogelijk is’ (Handboek Duurzaam Toerisme VVKR, oorspronkelijke bron: MVO Nederland). Het is een verantwoordelijke vorm van reizen die het milieu op de bestemming … Lees verder Duurzaam reizen: hoe doe je dat?


Mijn blog volgen

Krijg nieuwe blogs direct in je mailbox. Wel zo makkelijk!

Bezig met verwerken …
Gelukt! Je staat op de lijst.
Twee digital nomads werken achter hun laptop

Flag theory: het ideaal van permanent reizen en grenzeloos ondernemen?

Geschatte leestijd: 5 minuten.

Flag theory. Ik had er nog nooit van gehoord. ‘Vlaggetjes planten’, dat wel. Ofwel in je reizende leven zoveel mogelijk verschillende landen aandoen. Lijstjes bijhouden met waar je al geweest bent, scrap landkaarten openkrassen bij een volgend nieuw land, of -heel modern- in je socials een digitale wereldkaart bijhouden zodat al je volgers verlekkerd en jaloers kunnen kijken waar je nu weer bent geweest. Maar…er blijken ook hele theorieën over te bestaan. En niet pas heel recent; de geschiedenis van ‘flag theory’ gaat terug naar 1964.

Flag theory is the art and science of being a permanent traveler.

How to Keep Your Money and Your Freedom

Al in 1964 sprak Harry D Shultz in zijn boek ‘How to Keep Your Money and Your Freedom’ over het zodanig inrichten van je (zakelijke en privé) leven dat je zoveel mogelijk vrijheid behoudt en op een belastingvriendelijke manier je inkomen genereert. De vroegere ‘flag theory’ bevatte drie kernelementen/’flags’:

  1. Het hebben van een tweede paspoort, zodat je voorkomt dat je (hoge) belasting betaalt in het enige land waar je geboren bent en als staatsburger ingeschreven staat. Of wellicht staat de regelgeving, de rechten en plichten, van het land waar je nu nog staatsburger bent je wel niet (meer) aan.
  2. Het veiligstellen van je bezittingen buiten je vaste woonland, zodat je die kostbare bezittingen vooral stalt in een land dat stabiel is en door een stabiele, betrouwbare overheid wordt gerund. En ze dus niet zomaar verliest aan, bijvoorbeeld, wanbeleid.
  3. Het regelen van een legaal verblijfsadres in een belastingvriendelijk land -een ‘tax haven’, zo je wilt. Kortom: inkomstenbelasting betalen dáár waar de belastingtarieven voor jouw privé-situatie zo laag mogelijk zijn…of waar je zelfs helemaal géén belasting betaalt (nou ja, een beetje dan). Het ontduiken van belastingbetaling is nog steeds -waar ook ter wereld- illegaal. Maar het ontwijken van belastingen, het inruilen van een vriendelijker belastingsysteem voor een onvriendelijker systeem, niet.

Van drie naar vijf

In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd de oorspronkelijke theorie gebaseerd op het werk van Shultz omgezet naar een ‘five flag theory’.

  1. Vlag nummer 4 betreft het vestigen/verplaatsen van je zakelijke onderneming in een land dat een zo vriendelijk mogelijk belastingklimaat schept voor ondernemers -of specifieker, voor de branche of soort producten/diensten waarin jij onderneemt. Vennootschapsbelasting, dividentbelasting, omzetbelasting, etc. Zéker een optie als je toch al locatie-onafhankelijk onderneemt.
  2. De vijfde vlag wordt gegeven aan het land waar je je dagelijkse leven doorbrengt, waar je je meeste privé-tijd spendeert. Ook wel de ‘playground’, ofwel speelplaats genoemd.

Een voorbeeld

Het volgende praktijkvoorbeeld, geleend van freedomsurfer.com:

John is a Canadian citizen and a tax resident of Malaysia (domicile rules). Canada does not usually tax its non-resident citizens and Malaysia does not tax its residents if they spend under 60 days in-country in any given year. John’s business is based in the Cayman Islands, with a payment processing subsidiary in the UK. Neither countries tax the type of income that John’s business generates. John’s liquid assets are held in Hong Kong and Singapore where they are not subject to any form of taxation. John spends most of his time on the road, traveling from country to country. He never stays long enough to become a tax resident nor does he establishes sufficient local ties to move his domicile. John lives tax-free and runs his business tax-free.

John uit het voorbeeld is een typische ‘PT’ – een ‘permanent traveler’ – ook wel ‘perpetual tourist’ genoemd. De eeuwigdurende reiziger dus. Ook al wordt bovengenoemde theorie al tientallen jaren toegepast door avonturiers, vrijheidszoekers of slimme zakenlui, veel landen hebben hun belastingstelsel er niet in de loop der tijd op aangepast. Ofwel, veel van de ‘mazen’ in de wet, waarop de theorie is gebaseerd, bestaan nog steeds. De nieuwste termen die aan deze ‘flag theory aanhangers’ worden gegeven zijn ‘working nomads’, ‘digital nomads’, ‘global nomads’.

Van vijf naar zes, zeven, acht en meer ‘flags’

Het toepassen van flag theory is tegenwoordig haalbaar voor iedereen die zich er een beetje in wil verdiepen. Natuurlijk, heb je een stevig inkomen te besteden dan huur je de betere adviseur in om oplossingen te bedenken voor de (belasting)uitdagingen die je in de loop der tijd tegenkomt. Maar door de opkomst van internet kan iedereen die zich wil inlezen en bereid is een internationaal perspectief als uitgangspunt te nemen een zekere (belasting)vrije status bereiken. Vrij verkeer van personen en goederen wordt steeds verder uitgebreid; ervaringen van voorgangers zijn eenvoudig te vinden, lezen en kopiëren op je eigen situatie; overheden strijden vaker met elkaar dan vroeger om het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid en investeringsgelden. Wel lijken de regels rondom het mogen hebben van een dubbel paspoort weer strenger te worden als gevolg van ongewenste migratie; hoewel de discussie daarover nog volop gaande is.

Uitgangspunt wordt meer en meer dat je, wederom vanuit een internationaal perspectief, doorlopend de beste oplossing(en) realiseert voor zaken waar je tegenaan loopt.

  1. offshore company: het opzetten van een legal entity, meestal een bedrijf of trust, die onroerend goed kan aan- of verkopen, handelstransacties kan verrichten, bankrekeningen kan openen, aanvragen voor staatsburgerschap kan indienen, belastingvoordeel kan genereren, etc.
  2. offshore banking: het kiezen van één of meerdere internationale of lokale banken die je tegoeden en bezittingen beschermen tegen verlies, diefstal, faillisementen, e.d.
  3. digitale veiligheid / digitale bescherming: het zorgvuldig kiezen van één of bij voorkeur meerdere landen waar je belangrijke documenten, bedrijfsservers, wachtwoord-overzichten, patenten, domeinregistraties etc. onderbrengt. In een tijd waarin haast alles via internet loopt, of daarmee verbonden is, is deze vlag een van de belangrijkste tools ter bescherming van je ultieme vrijheid.
  4. digital asset management: (nog) niet voor iedereen weggelegd, maar de ontwikkeling gaat snel: het kiezen voor digital wallets waarmee je digitaal grenzenloos betaalt. Crypto currency, blockchain, bitcoins: het zouden zomaar eens de standaard betalingsinstrumenten van de nabije toekomst kunnen worden.

Kern van de ‘flag theory’, al sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw, is dat je díe rechtspraak of dát rechtsgebied kiest voor het onderwerp wat op dat moment belangrijk voor je is. In plaats van dat je ‘het ermee doet’ waar je geboren en getogen bent, kies je voor een veel flexibeler omgeving: de wereld. Het één breng je onder in land x, het ander in land y, of verschuif je van land a naar land b omdat de regelgeving verandert.

Deel je ervaringen

  • Hoe heb jij je privé en zakelijke leven ingericht als permanent reiziger of working nomad? Waar betaal jij belasting en waar heb jij je onderneming geregistreerd?
  • Heb jij ervaring met sterke veranderingen in wet- en regelgeving doordat je ‘Nederland’ hebt verruild voor een andere bestemming, of bestemmingen? Wat is daarin in je voordeel, en wat in je nadeel? Heb je geprobeerd die nadelen om te buigen, door delen van bijvoorbeeld je bezittingen of zakelijke activiteiten onder te brengen onder andere wetgeving in een ander land?
  • Deel je kennis, ervaring,tips en tricks door reacties op dit blog. Of schrijf er zelf een (kort) blog over.

Meer lezen

  • Meer weten over het bestaan van Digital nomads, Working nomads, Global nomads of Remote Workers? Gebruik JoHo’s keuzehulp Working nomad & Digital nomad.
  • Je vindt er bijvoorbeeld richtinggevende antwoorden op vragen als:
    • Werk je als digital of working nomad altijd op zelfstandige basis?
    • Op welke manier blijf je als working nomad of rondtrekkend werknemer bereikbaar en hoe regel je onderweg een werkplek?
    • Wat zijn fiscale aandachtspunten als je voor langere tijd in het buitenland gaat wonen, werken of reizen en een eigen onderneming in Nederland hebt?
    • Op welke manier kan je jezelf verzekeren als digital nomad of rondtrekkend werknemer?
  • Geïnteresseerd (geraakt) in de Flag Theory? Lees er meer over op https://flagtheory.com/.
Typische kiosk in Japan

Duurzaam reizen: hoe doe je dat?

Geschatte leestijd: 5 minuten.

Duurzaam reizen is ‘vakantie vieren met op de bestemming rekening houden met het milieu, de mensen, de natuur en de cultuur, zodat reizen in de toekomst ook nog goed mogelijk is’ (Handboek Duurzaam Toerisme VVKR, oorspronkelijke bron: MVO Nederland). Het is een verantwoordelijke vorm van reizen die het milieu op de bestemming geen schade toebrengt en het welzijn van de lokale bevolking bevordert.

In de reisbranche worden allerlei termen gebruikt om duurzame vormen van reizen te benoemen. Denk bijvoorbaald aan Duurzaam toerisme, Eco toerisme, Community based tourism, Pro poor tourism, Agrotourism, Geo tourism en, een bijzondere vorm, Voluntourism. Sommige vormen zijn meer gericht op natuur- en milieueducatie, andere op kleinschaligheid of beperking van milieuschade, weer andere respecteren lokale culturen en/of mensenrechten.

Criteria Duurzaam reizen

De Verenigde Naties stelden al in 2005 diverse criteria vast om te bepalen of een vorm van reizen als ‘duurzaam’ bestempeld mag worden:

Duurzaam toerisme moet:

  • in economisch opzicht levensvatbaar zijn;
  • bijdragen aan de lokale economie en welvaart;
  • bijdragen aan goed werkgeverschap, zoals goede en goedbetaalde banen zonder discriminatie op grond van geloof, geslacht of lichamelijke conditie;
  • bijdragen aan gelijke verdeling van de economische en andere baten onder de lokale gemeenschap;
  • bijdragen aan de verwachtingen van de bezoekers, zoals het leveren van goede en veilige diensten zonder onderscheid te maken naar geslacht, ras of lichamelijke conditie;
  • de lokale gemeenschappen en andere lokale betrokkenen bij besluitvorming over en beheer van toeristische activiteiten in hun gebied betrekken;
  • de kwaliteit van leven van de lokale gemeenschappen beschermen of verbeteren, inclusief de sociale structuren en de kwaliteit van de leefomgeving, waarbij uitbuiting vermeden wordt;
  • de culturele identiteit, tradities en cultuurhistorie van de gemeenschappen in het gebied respecteren;
  • de kwaliteit van landschap en milieu respecteren;
  • de biologische rijkdom, flora, fauna en hun leefgebieden en –omstandigheden respecteren;
  • het gebruik van schaarse en niet vervangbare natuurlijke hulpbronnen minimaliseren;
  • de vervuiling van water, bodem en lucht minimaliseren.

(bron: Handboek Duurzaamheid voor kleinschalige reisorganisaties, VVKR, 2018)

Duurzaam reizen in de praktijk

Tot zover de definities en criteria. En of iets nu onder ‘duurzaam reizen’ valt, daar kan ontzettend over worden gediscussieerd. Maar belangrijker nog is de vraag ‘hoe geef je nu in de praktijk invulling aan een verantwoorde manier van reizen’?

Door één of meerdere van de volgende elementen/gedrag in te bouwen in jouw reis draag je bij aan een verantwoorde manier van reizen. Hoe meer elementen, hoe duurzamer -over het algemeen- je reis wordt. Uiteraard kan je ook kiezen voor reisorganisaties in Nederland, of op locatie, die dergelijke elementen hebben ingebouwd in hun reis, als je je reis niet zelfstandig samenstelt.

  • Overnachten in accommodaties die gerund worden door locals, kleinschalige accommodatieverblijven, hostels of kleinschaliger hotels
  • Eten in restaurantjes die door de lokale bevolking worden gemanaged
  • Boeken van tours bij lokale touroperators en/of travel agencies, die bijdragen aan werkgelegenheid voor de locals
  • Deelnemen aan tours die aandacht besteden aan kleinschalige duurzame projecten, bijvoorbeeld doordat een deel van de reissom ten goede komt aan dergelijke projecten
  • Checken of het vervoer tijdens de tours waar je aan deelneemt op basis is van schonere brandstof en/of elektrische vervoersmiddelen, of zoveel mogelijk zelf kiezen voor dergelijke vervoersmiddelen
  • Compenseren van de CO2 van je vervoersmiddel, bijvoorbeeld door initiatieven te ondersteunen die met reizigersbijdragen nieuwe bomen planten om zo het tropisch regenwoud te laten groeien
  • Kiezen voor andere vervoersmiddelen dan het vliegtuig, waar haalbaar (kortere afstanden: de internationale trein, de lange afstandsbus)
  • Aandacht besteden aan het zo min mogelijk vervuilen van de omgeving als je een excursie maakt (geen flesjes water in de auto of tijdens excursies, geen lunch in plastic zakjes, afval verzamelen tijdens hiken, geen materialen op het strand achterlaten, etc.)
  • Letten op je waterverbruik tijdens verblijf in hostels en hotels; niet onnodig lang de kraan laten lopen, hergebruik van handdoeken door deze nog niet ter vervanging aan te bieden)
  • Kiezen voor reisorganisaties die bepaalde internationale of lokale duurzaamheidskeurmerken voeren (check wel de achtergronden van die keurmerken, want er is een grote wirwar aan keurmerken die soms niet zo veel of niets toevoegen)
  • Ervaringen delen met andere reizigers en/of reisleveranciers over bedrijven of bedrijfjes die op een goede manier omgaan met duurzaamheid, of juist niet (doe dat altijd genuanceerd, met aandacht voor lokale omstandigheden)
  • Kiezen voor elementen in je reis waarbij je écht in de levenssfeer komt van inwoners van het land dat je bezoekt (samen koken, samen sporten, de taal leren van het land waar je reist, samen aan een kleinschalig project werken, workshops volgen etc.)
  • Kritisch zijn op excursies waarbij sprake lijkt te zijn van exploitatie van dieren, exploitatie van kinderen, beschadiging van het lokale milieu (maar ook hier: wees terughoudend in te snelle of ongefundeerde kritiek, niet altijd is er direct sprake van ‘exploitatie’, hou rekening met andere omstandigheden en gewoontes dan je vanuit Nederland gewend bent)
  • Signaleren en doorgegeven van misstanden rondom bijvoorbeeld sekstoerisme, oplichting, fraude (gebruik hiervoor zo veel mogelijk de lokale én internationale kanalen van de autoriteiten)
  • Bewust handelen bij het kopen van souvenirs; verdiep je in de douane-richtlijnen: wat mag je wel meenemen, wat niet, terughoudend zijn bij afdingen (gun de verkoper die extra winst ook eens)
  • Gebruik maken van apps of andere services die het mogelijk maken dat je bij de locals eet, verblijft of een activiteit samen uitvoert
  • Bewust nadenken bij het maken van foto’s waar inwoners (ouderen, jongeren) op staan; vraag bij voorkeur vooraf om toestemming of maak de foto ook eens níet
  • Kies, waar mogelijk, eens voor een reisperiode buiten de topdrukte: zo help je mee aan spreiding van inkomsten en voorkom je piekbelastingen op bijvoorbeeld milieu of lokale faciliteiten
  • Kiezen voor milieuvriendelijke versies van reis- en verzorgingsproducten, koop reisproducten waarbij de inkomsten voor een deel weer worden ingezet voor het steunen van duurzaamheid en/of kleinschalige projecten
  • Bewust kiezen voor de ‘fair’ uitvoering van producten die je tijdens je reis gebruikt (bijvoorbeeld op het gebied van voeding), maar let ook hier op de achtergronden van het ‘fair’ label; in een aantal gevallen is het meer slimme marketing dan echt ‘fair’

Een kanttekening

Zoals hierboven al aangegeven; wees bij alles wat je kiest, boekt of waar je gebruik van maakt wel positief-kritisch.

  • Is “kleinschaligheid” wel áltijd de betere vorm?
  • Wat heeft meer impact op de lokale economie; een groot internationaal gerund hotel met honderden gasten tegelijkertijd dat werkgelegenheid biedt aan honderden medewerkers uit het land en tientallen toeleveranciers…of dat kleinschalige guesthouse met drie klanten per keer?
  • Is dat fair label wel zo fair als het lijkt, wat zijn de achtergronden van het label of keurmerk, is het niet meer een marketingterm dan een écht verantwoord label?
  • Ga uit van de goede bedoelingen, maar verdiep je ook eens in de achtergronden en lees meegeleverde of online beschikbare teksten door.
  • Probeer zelf ook eens ‘duurzame’ elementen toe te voegen als je niet anders kunt of wilt dan gebruikmaken van minder duurzame vervoersmiddelen of accommodaties.
  • Voorkom te kort-door-de-bocht-kritiek of het bekende belerende vingertje als er gewoon nog geen betere alternatieven voorhanden zijn of wanneer de oplossing in een grotere (beleids)context plaats moet vinden. De oplossing is dan niet altijd ‘verbieden’ of ‘geen gebruik maken van’. De oplossing kan ook zitten in het bespreekbaar maken, in gesprek gaan, bepaalde aspecten voor lief nemen als het betekent dat je, door er gebruik van te maken, op die manier tóch een bijdrage kunt leveren. Soms kost een oplossing gewoon tijd, geduld en is een meer stapsgewijze benadering nodig.

Deel je ervaringen

  • Ken je uit eigen ervaring hele goede of juist mindere voorbeelden van ‘duurzaam reizen’, ‘ecotoerisme’, ‘verantwoord backpacken’, e.d.? Deel je met andere Worldsupporters!
  • Ken je leuke duurzame initiatieven in het land of de landen waar je hebt gereisd? Benoem en beschrijf ze kort in een reactie op dit blog, of schrijf er zelf een aanbeveling of blog over.

Lees meer

  • Benieuwd hoe de reisbranche ‘duurzaamheid’ steeds meer implementeert? Lees de berichten van koepelorganisatie ANVR over duurzaamheid. Internationaal vind je publicaties over dit onderwerp bij bijvoorbeeld UNWTO.
  • In de World of JoHo vind je tientallen voorbeelden van kleinschalige reisorganisaties, zowel vanuit Nederland als op locatie. Maak gebruik van de organisatieprofielen en lees hoe je als reiziger gebruik kunt maken van hun aanbod aan diensten en producten.
  • Check de Magazines opvallende niche-reisbedrijven of de initiatieven van “The Dutch” working and living abroad, via de links bij dit blog.
  • Gebruik JoHo’s keuzehulp, bijvoorbeeld Reiscontact & respectvol reizen of Bewustzijn & Duurzaamheid
Met je smartphone een blik op de wereld

Wereldburgerschap

Geschatte leestijd: 5 minuten.

Een wereldburger is iemand die zich betrokken voelt bij de wereld om zich heen – ook over de grens van het eigen land. Bovendien handelt de wereldburger in overeenstemming met die betrokkenheid. Hij zet zich dus in voor een betere wereld.

Bron: http://www.werkenaandewereld.nl/

Voel ik me wereldburger? Ja, eigenlijk wel. Geboren en getogen in een klein dorpje in West-Brabant, Hoogerheide. Al van kleins af aan had ik interesse in “de wereld”. Mijn wereldje was nog erg klein, dorps. Aardrijkskunde was mijn favoriete vak op de middelbare school. En ik kon uren turen in een Bosatlas. Nog steeds trouwens.

De wereld van het Toerisme

Zo halverwege de middelbare school werd ik steeds meer getrokken naar de ‘toerisme’ branche. Richting eindexamens oriënteerde ik me op vervolgopleidingen en al snel was ik er uit dat ik iets met dat toerisme wilde doen. Werken op een reisbureau, bij een touroperator; de hele dag bezig zijn met ‘reizen’ en vakanties. Het werd dus HBO, NHTV (Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer, tegenwoordig BUAS).

Leren op vakantie gaan

Wil jij toerisme studeren?? Aan een HBO?? De decaan op de middelbare school snapte het niet helemaal. Ok, mijn cijfers waren prima en ja, ik zou naar een universiteit kunnen. Maar op het gebied van toerisme waren er nog geen universitaire opleidingen. Wel een studie ‘vrijetijdswetenschappen’ geloof ik, maar dat was me te algemeen en te vaag. Ik wilde het toerisme in. Het werd dus NHTV, in Breda. Lekker veilig, want nog steeds in Brabant. Ik had al vroeg de drang er op uit te trekken. Hoogerheide-Breda zou je dagelijks kunnen bereizen met openbaar vervoer. Maar ik had weinig zin in dat heen-en-weer reizen per trein, ’s ochtends in alle vroegte en ’s avonds wederom opgepropt tussen medereizigers. Ik koos er bewust voor om op kamers te gaan en ook die vrijheid trok me wel.

De grappen waren niet van de lucht. “Aha, jij gaat leren hoe je op vakantie moet gaan”. “Lekker hoor, altijd op vakantie”. “Goh, dat je dat kan studeren, nooit geweten”.

De wereld aan mijn voeten

Er ging letterlijk een wereld voor me open, daar bij de NHTV in Breda. Natuurlijk ontdekte ik het studentenleven en ik had een fijne vriendengroep. Ik trok veel op met een aantal goede vrienden en vriendinnen. Ja, veel vriendinnen ook, want om een reden die ik nooit helemaal goed heb begrepen trok de studie ‘Toerisme” vooral veel dames. Ach, ik vond het niet erg :-). Vaak zaten we met 22 meiden en 3 jongens in een klas. Ik nam de studie behoorlijk serieus. Koos voor de richting ‘Uitgaand Toerisme’, gericht op de wereld van reisbureaus en touroperators. NHTV is een brede managementopleiding, waarbij veel onderwerpen worden aangestipt en je veel werkt met case opdrachten en ontdekken ‘while doing’. Ook heerlijke vakken als ‘topografie’ -lekker landen en hoofdsteden leren- ‘touroperating’, we kregen een airline management case, maar ook vakken als sociologie en psychologie. Ik vond het prachtig. Studeerde uiteindelijk cum laude af.

De wereld in: stage lopen

Derde en vierde jaar van de NHTV studie stonden in het teken van de praktijk. Stage lopen bij de richting ‘Uitgaand Toerisme’ deed je bij voorkeur in het buitenland…hoewel het me verbaasde hoeveel studenten toch nog in Nederland bleven. Ik niet, ik wilde die wereld buiten Nederland wel eens ontdekken.

Samen met een studiegenootje schreef ik een stage-sollicitatiebrief, in het Spaans, die we naar zo’n 25 bedrijven in Midden- en Zuid-Amerika stuurden. Waarom daar? Nou ja, we hadden Spaans gestudeerd en het leek me erg leuk daar wat mee te doen. Dat ‘sturen’, dat ging in 1995 nog per fax. Per wat? Ja, per fax. Tergend langzaam werd een A4 door de faxmachine gehaald, om dan ergens aan de andere kant van de wereld in zo’n zelfde apparaat uitgeprint te worden. Als je geluk had kreeg je antwoord, ook weer per fax, maar dat kon makkelijk een of twee weken duren.

Uiteindelijk reageerden best veel bedrijven dat ze die twee Hollandse Turismo studenten wel wilden helpen met een stageplek. Het werd…Guatemala…prachtig land in Midden-Amerika. Een stage bij INGUAT, de overheidsorganisatie die alles op het gebied van toerisme in dat land van de Maya’s coördineerde. In vijf maanden tijd ontdekte ik een wereld waar ik in Nederland nauwelijks weet van had. Zó anders, zo mooi, zo rauw af en toe. Een land met een pittige geschiedenis, waar een cultureel antropoloog-collega ons veel over vertelde. Wát was dat anders.

Ik kende het begrip ‘reverse culture shock’ destijds nog niet, maar ik kwam er achteraf achter dat ik daar flink aan heb geleden bij terugkeer naar Nederland. Vijf maanden stevig stage lopen, reizen, vakantie vieren, hard werken en goed feesten deed letterlijk mijn ogen open gaan. Natuurlijk, ik was wel eens op vakantie geweest buiten Nederland, maar dat was allemaal binnen Europa. Het meest avontuurlijke voorafgaand aan mijn stageperiode was een Interrail trip geweest op mijn 18e, na de middelbare school examens. Oók een superervaring, maar nog niet te vergelijken met deze tijd in Guatemala. Alle geuren, smaken, geluiden…alles was anders dan in Nederland. Ik genoot.

Maar eenmaal terug in Nederland had ik het moeilijk. Ik wilde zo snel mogelijk eigenlijk wéér weg. Maar moest eerst weer een halfjaar colleges volgen in Breda.

De wereld in #2: scriptie schrijven

In die tussenliggende maanden dacht ik na over mijn scriptie-opdracht. Via een vriend kwamen we in contact met twee horecajongens uit Breda. Een Aziatische Nederlander, een op-en-top Hollands. Ze hadden plannen om een toeristisch resort op te zetten in Zuid-Oost-Azië. Maar wisten nog niet helemaal hoe, wat en waar. We zagen een mooie kans voor een fijne scriptie-opdracht en voor ik het wist (maar wel na het afronden van de nodige tentamens) vlogen die vriend en ik naar…Maleisië!

We deden voor-onderzoek in Kuala Lumpur en al snel kwamen de twee heren ook naar Maleisië toe. Gevieren reisden we twee weken langs de oostkust van Maleisië voor locatie-onderzoek om een resort op te starten. Ik was alweer met mijn neus in de boter gevallen. Binnen één jaar zulke prachtige én verschillende werelden bereizen, heerlijk. Het resort is er nooit van gekomen, ik studeerde wel goed af met een gedegen haalbaarheidsonderzoek. Maar belangrijker dan dat, ik had gezien dat er heel wat meer op de wereld te vinden is dan die Hollandse cultuur met mijn tot-dan-toe westerse blik op alles. Ik raakte breder geïnteresseerd, voelde me wereldburger worden.

De wereld als werkplek

Op mijn werkkamer hangen allerlei landkaarten. Die Bosatlas-interesse van vroeger heeft zich doorgezet…heerlijk om af en toe bij weg te dromen. Op het moment van schrijven heb ik al ruim twintig jaar werkervaring achter de rug bij JoHo; organisatie gericht op talentontwikkeling, vaak met een internationale component. Van (wereld)reizen plannen tot projecten met Buitenlandse Zaken op het gebied van wereldburgerschap: ik heb er mijn toeristische opleiding -weliswaar op een andere manier dan door de opleiding bedoeld- goed kunnen inzetten. Geen 100% ‘toerisme’ maar wel altijd georiënteerd op ‘de wereld’. Die wereld is vrij letterlijk mijn werkplek geworden.

JoHo biedt mensen tools om een sterker zelf-inzicht te krijgen, zichzelf verder te ontwikkelen en stimuleert mensen om tijdens die ontwikkeling ervaringen buiten Nederland op te doen. Ervaringen waar je stevig van leert, waarbij je jezelf regelmatig tegenkomt en vaak buiten je comfort-zone gaat. Van backpacker tot stagestudent en van werkzoeker in het buitenland tot expat/emigrant: in mijn werk komen mensen langs die het (her)ontdekken van de wereld willen inzetten in hun eigen ontwikkelingstraject.

Wereldburgerschap

“Wereldburger zijn” heeft zoveel facetten. Van rekening houden met milieu en duurzaamheid tot bewust reizen, van bijdragen aan ontwikkeling elders op de wereld tot meer begrip voor elkaars culturen, van het luisteren van wereldmuziek tot je verdiepen in ontwikkelingssamenwerking; wereldburgerschap is een ontzettend breed begrip.

Ik gebruik het door JoHo ontwikkelde community platform WorldSupporter regelmatig om te posten wat ik zoal tegenkom op het gebied van wereldburgerschap. Deze -en andere- posts plaats ik ook hier op erzitmuziekinmijnleven.org.

Blogs over Wereldburgerschap

Fairtrade boom met handen

Steun mijn wereld

Geschatte leestijd: 1 minuten.

Leuk! dat je wilt bijdragen aan een of meerdere initiatieven uit mijn wereld. Lees er meer over op deze pagina of neem contact met mij op. Steun mijn wereld, en ik steun jouw activiteiten!

Steun mijn wereld – Boek een optreden

NB – Da’s een dubbel goede daad; niet alleen regel je zo een extra optreden, ook help je indirect mee aan mijn pijnverlichting -lees meer…


Steun mijn wereld – Word donateur

  • van stichting JoHo, als je talentontwikkeling en internationale samenwerking ook belangrijk vindt.
  • van Stichting Muziekids, als je wilt bijdragen aan meer muziekbeleving voor kinderen en jongeren in ziekenhuizen

Steun mijn wereld – Sluit een deal

Muziekids

JoHo

Werk samen met JoHo en breng je initiatief onder de aandacht van +/- 50.000 Nederlandse donateurs die talentontwikkeling en internationale samenwerking een warm hart toedragen.


Steun mijn wereld – Sluit een verzekering af

En ja, ook je dochters, zonen, vaders, moeders, broers, ooms en die verre neef zijn welkom om hun verzekering bij JoHo onder te brengen…:-)


Steun mijn wereld – Koop iets via deze site

Ik heb een speciaal “wereldwinkeltje” ingericht. Daarnaast vind je zo héél af en toe een partnerlink bij berichten op deze blogsite. Dat betekent dat er een (heel) klein bedragje van bijvoorbeeld jouw Bol.com bestelling bij mij belandt. Wat er binnenkomt, stort ik periodiek door aan Stichting Muziekids: méér muziek voor kinderen en jongeren in Nederlandse ziekenhuizen.

Waarvoor dank!

BoekenBoeken

En laat mij jóuw wereld steunen!

Deel via reacties onderaan de pagina’s of berichten, of via het contactformulier, wat je doet voor een betere wereld…en ik geef je zeker aandacht in een van de kanalen!

Lampen en thank you tekst op roldeur