Gouden standaard of experimentele innovatie? Dilemma bij stamceltherapie.

Geschatte leestijd: 14 minuten.

Kiezen voor de gouden standaard behandeling of voor experimentele innovatie. Het is een dilemma waar menig pijnpatiënt, vroeg of laat tegenaan, loopt. Iemand die veel of al lang pijn heeft, wil gewoon resultaat. En het liefst nú. Maar aan te snelle keuzes kunnen soms grote gevolgen kleven, voor lijf, portemonnee of voor allebei. Een blog over dit dilemma, met de experimentele behandeling van en het wetenschappelijke onderzoek naar stamceltherapie als voorbeeld.

Vrijwel iedereen zal vroeg of laat in zijn of haar leven te maken krijgen met een of andere vorm van chronische pijn. De ontwikkeling van een nieuw, opiatenvrije en niet-verslavende strategie is cruciaal nu onze bevolking steeds ouder wordt.

Greg Neely, hoogleraar Moleculaire Biologie

Onderzoekers van de Universiteit van Sydney hebben menselijke stamcellen gebruikt om neuronen te maken die pijn bestrijden. Die blijken al na een eenmalige behandeling de pijn bij muizen op te lossen, zonder bijwerkingen. De wetenschappers willen de methode nu testen op grotere zoogdieren om uiteindelijk mensen te kunnen behandelen.  

“Schade aan het zenuwstelsel kan een verschrikkelijke zenuwpijn veroorzaken en voor de meerderheid van de patiënten bestaat geen effectieve therapie”, aldus Greg Neely, hoogleraar Moleculaire Biologie en een van de auteurs van de studie.

Mensen zijn nu nog veelal aangewezen op pijnstillende medicatie, op de lange termijn vooral anti-depressiva en anti-epileptica. De behandeling met stamcellen lijkt veelbelovend om die trend waarin steeds meer pijnstillers met heftige bijwerkingen nodig zijn om pijn beheersbaar te houden te doorbreken.

Tips: waar let je als patiënt op bij het beoordelen van een behandelvorm?

Direct naar de praktische tips waar je op kunt letten als je een (experimentele) behandeling overweegt?

Je vindt ze onderaan dit blog.

Iedereen én ik aan de stamcellen, de pijn voorbij?

Ik schreef al eens eerder over stamceltherapie voor chronische pijn. Dat wat zo veelbelovend lijkt, heeft op dit moment ook nog heel veel haken en ogen. En vooral nog héél veel meer onderzoek nodig, voordat een eventuele behandeling zo ver is.

Tot zover dus het juichverhaal.

Maar ik vind het wel een hele interessante ontwikkeling, die ik graag blijf volgen. Of het een oplossing is voor mijn lijf, waaraan al veel is gesleuteld, dat heb ik nog niet helemaal scherp. Maar ik denk van niet. De stamceltherapie is er op gericht om het celmateriaal in de tussenwervelschijven te ‘vernieuwen’ (in lekentaal, hetgeen ik ook ben). Maar ja, bij mij zijn in ieder geval de onderste twee schijven volledig weggehaald en vervangen door een titanium kooiconstructie, vastgezet met schroeven. En daar valt niet zoveel, zeg maar niets, aan te ‘verjongen’.

Eén aspect is echter nog onduidelijk. Het lijkt alsof de stamceltherapie ook via de bloedbaan kan worden toegepast en juist ook om chronische zenuwpijn, waarvan de oorzaak niet meer zo goed te achterhalen is, tegen te gaan. Pijn die ontstaan is door een te zeer geïrriteerde zenuw, die ‘niet meer tot rust te brengen is en maar pijnprikkels blijft doorgeven’. En dat lijkt er bij mij toch wél aan de hand te zijn, aldus een orthopedenteam destijds in het ETZ Tilburg. Daarnaast hebben de hoger gelegen tussenwervelschijven een grotere kans op slijtage (degeneratie), doordat er door de kooiconstructie meer druk op hen zou komen. Althans, dat heb ik me laten vertellen. En díe slijtage zou wel tegen te gaan zijn met stamceltherapie.

Overigens is het zo dat bij bijna ieder mens in de loop der jaren slijtage optreedt van de tussenwervelschijven. Dat zorgt er ook voor dat er zoveel mensen met lage rugklachten zijn. Of beter gezegd, onze in de loop der tijd veranderde houding, rechtopstaand lopen, veel meer zitten, zorgt daarvoor. Alleen bij de één leidt dat wel tot pijnklachten, bij de ander niet. Of pas veel later.

Meer onderzoek is nodig

Ongeveer 40% van de chronische lage rugklachten komt door slijtage van de tussenwervelschijven. Dat zijn 280 miljoen mensen met lage rugpijn, die een economische ‘last’ veroorzaken in alleen al Europa van €240 miljard (bron: iPSpine). Dit terwijl er nog geen behandeling mogelijk is die de rugklachten écht stopt, of zelfs actief verbetert. Een onderzoeksconsortium van bedrijven en universiteiten, iPSpine, doet in Europa onderzoek naar deze vorm van stamceltherapie. Met als voorlopig einddoel een meervoudige onderzoeksproef bij honden; na mensen de tweede soort die het meest lijdt onder chronische lagerugpijn.

Een proef, op z’n gunstigst over een aantal jaar.

Patiënten voorlichtingsfilmpje iPSpine.eu, Europees onderzoeksproject stamceltherapie

Er is dus vooral nog héél veel meer onderzoek nodig de komende jaren. Behandeling van mensen met deze techniek laat dan ook nog minstens een aantal jaar op zich wachten.

Of…toch niet?

In een van mijn vorige blogs schreef ik al over het Nederlandse Stamcelinstituut dat, met behandeling in Midden-Amerika, deze behandeling al wél inzet. Onder andere in de Verenigde Staten schijnen stamcelklinieken overal op te poppen die stamceltherapie bij een variëteit aan klachten inzetten. Instituten met ronkende websites, vol onderzoekstaal en patient testimonials die beschrijven hoe stamceltherapie hun leven voorgoed veranderd, verbeterd, heeft.

Hoe kan dat?

‘Belemmerende’ wetgeving

Als uitloper van mijn deelname aan een focusgroep stamceltherapie chronische pijn belandde ik in een interessante e-mailwisseling met één van de onderzoekers. Daarnaast sprak ik een neurochirurg, een van mijn specialisten, wat uitgebreider over stamceltherapie.

De onderzoeker gaf me een mooi inkijkje in de ethische onderdelen van dit soort onderzoek. iPSpine werkt samen met patiënten, via Patient Advisory Boards, die regelmatig met de onderzoeksteams sparren over patiëntcommunicatie. Hoe ga je uiteindelijk patiënten informeren over het lopende onderzoek, hoe ga je patiënten betrekken bij onderzoeksonderdelen, wat is de rol van patiëntenverenigingen in dit onderzoek en hoe werk je met hen samen in communicatie met rug- of pijnpatiënten?

Ik gaf bij hem aan dat ik gestuit was op het Stamcelinstituut. En hoe het toch kan dat er enerzijds nog een aantal onderzoeksjaren moet volgen voor wat betreft deze behandeling, en anderzijds de behandeling al vrolijk op een aantal locaties -buiten Nederland, buiten Europa- wordt aangeboden?

Dat heeft natuurlijk alles te maken met wetgeving en patiëntbescherming. De Nederlandse en Europese wetgeving is er natuurlijk niet voor niets. Allerlei behandelvormen, maar bijvoorbeeld ook allerlei medicatie, mag niet zomaar op de markt komen. Eerst moet aangetoond zijn dat de behandeling of het medicijn daadwerkelijk en voldoende effectief is, zónder te veel optredende al te grote negatieve bijwerkingen. En pas dán, vaak een aantal jaar verder (tenzij het een coronavaccin betreft), wordt iets toegestaan. En in het geval van het coronavaccin zijn al die stappen nog steeds doorlopen, maar in een sneller tempo. Simpelweg omdat iedereen in die onderzoeksketen effectiever en efficiënter samenwerkt.

Het kán dus wel, als het probleem maar groot genoeg wordt.

Nederland is behoorlijk behoudend, wat bijvoorbeeld het toelaten van nieuwe behandelvormen betreft. Maar, er zijn ook landen elders op de wereld waarin gewoon minder wetgeving is. Of waarbij de wetgeving soepeler is. En behandelingen dus eerder worden toegelaten.

De gouden standaard of experimentele innovatie

In de loop der jaren ben ik van álles tegengekomen aan behandelvormen gericht op chronische pijn. Echt van álles. Als ik zo’n behandeling vooraf wel eens toetste bij een van mijn specialisten, dan viel heel vaak het woord ‘gouden standaard’.

Voldoet een behandeling niet aan ‘de gouden standaard’, dan kon of wilde de specialist er niets of niet al te veel over zeggen. Ik werd er altijd een beetje kriegelig van; je weet er toch wel iets vanaf? Zeg me nou gewoon of het zou kunnen helpen, of niet.

Het punt is alleen, dat dat laatste nou juist vaak niet voldoende bewezen is. Althans, niet volgens de hoogste onderzoeksmaatstaven…de ‘gouden standaard’.

Die gouden standaard wordt in de medische wereld gebruikt om vast te stellen of een aandoening aanwezig, of afwezig is. De ‘gouden standaard’ is die onderzoeksmethode die dat op de beste manier kan vaststellen. Bij nieuwe vormen van behandeling wordt natuurlijk ook onderzoek gedaan, vóór en na de behandeling, of de aandoening nog in dezelfde mate aanwezig is. Waarbij natuurlijk wordt gehoopt dat de behandeling zodanig effectief is geweest dat de aandoening volledig weg is, of substantieel minder aanwezig is. Want dan is de behandeling dus effectief geweest.

Er is een aantal onderverdelingen, niveaus, van dat soort gouden standaard onderzoek. Het gaat voor dit blog te ver om daar op in te gaan, maar denk aan de samenstelling van de patiëntengroep waar het onderzoek bij wordt gedaan, is het onderzoek dubbelblind of niet (weten de onderzoeker én de patiënt wel of niet wie de échte behandeling krijgt en wie een placebo), etc.

Een complicerende factor bij pijn is dat deze slecht objectief meetbaar is. Want wat is pijn, hoe meet je pijn, en pijn wordt door iedereen anders ervaren afhankelijk van allerlei factoren. Pijn is niet zomaar aanwijsbaar op een scan of röntgenfoto. Dus hoe meet je nou objectief of een bepaalde behandeling wel zorgt voor minder pijn? En als een patiënt minder pijn aangeeft, waar komt dat dan door? Ik schreef al eens eerder over het placebo-effect. Een patiënt kan ook minder pijn rapporteren door alle aandacht die hij of zij in het onderzoek c.q. de behandeling heeft gekregen. Of door het feit dat men dénkt daadwerkelijk behandeld te zijn, terwijl men misschien slechts een placebo heeft gekregen.

Moeilijk, moeilijk dus.

Maar los van deze complexiteit gaat de ethische discussie ook om de vraag óf je dergelijk kwalitatief en kwantitatief hoogstaand onderzoek niet sowieso éérst uitvoert vóórdat je de behandeling op grotere schaal toelaat. Of dat je, meer experimenteel, de behandeling alvast gaat aanbieden en die data weer gebruikt voor verder onderzoek. En dan zijn er dus ook nog klinieken en behandelingsinstituten die, op meer commerciële basis, de behandeling aanbieden omdat 1) het geld oplevert en 2) een aantal patiënten er nu eenmaal gewoon baat bij heeft.

Tja, zegt de ‘gouden standaard groep’ dan, waaronder de neurochirurg die ik hierover sprak…dat positief effect dat iemand claimt, kan net zo goed wetenschappelijke toeval zijn. Of het is ‘baat’ op de korte termijn, maar schade op de langere termijn. Als je het niet goed genoeg onderzocht hebt, mag je een effect eigenlijk helemaal niet claimen. Kan het net zo goed een (vaak ook nog eens hele dure) placebo zijn.

Een lastig dilemma

Je zal maar chronische pijn hebben.

Al jarenlang lopen te zwoegen, je baan verloren, vrienden zijn kwijtgeraakt, jezelf zijn kwijtgeraakt. En dan komt er opeens een patient testimonial voorbij van iets in Amerika waarover men helemaal juichend is. Pijn die gewoon verdwenen is, door behandeling x. Een ‘life changing opportunity’, deze behandeling!

Ik heb ze ook voorbij zien komen, die patiëntgetuigenissen en wervende wondermiddel-filmpjes.

Of het nu om stamceltherapie gaat…


…om een klein apparaatje dat voor héél veel aandoeningen helend is…

Begrijp me niet verkeerd. Ook ik geloof meer in een positieve ervaring van een(zelfde soort) pijnpatiënt, dan willekeurig welke lovende webtekst bij een potentiële behandelaar.

Maar ik heb ze op het gebied van chronische pijn nu ook iets te veel en vaak gezien. Van die, vaak Amerikaans aandoende, juichverhalen, before and after ‘patient stories’.

Ik geloof ook best dat er patiënten zijn die daadwerkelijk baat hebben gehad bij bij zo’n behandeling. Je weet alleen niet of die ‘baat’ kwam door de behandeling, of door toeval, of door de hernieuwde hoop, of door extra aandacht, of door goede nazorg, of door de veranderende omstandigheden tijdens de behandeling (denk alleen al aan het effect van een zonniger klimaat).

Think before you act

Het wordt alleen gevaarlijker bij behandelingen die ook potentiële risico’s meebrengen.

Enerzijds risico’s voor je gezondheid. Iedere ‘operatie’ of behandeling in het lichaam brengt natuurlijk een zekere mate van risico met zich mee. Het (laten) implanteren van stamcellen die zich moeten gaan ontwikkelen tot andere cellen brengt een extra risico met zich mee, namelijk dat van verstoring in het ontwikkelproces. En daarmee het risico van mogelijke tumoren. Ook al zijn deze volgens het Stamcelinstituut “uiterst zeldzaam” en “meestal” goedaardig, ligt er toch enige nuance in dat antwoord die níet expliciet wordt benoemd.

Anderzijds risico’s voor de portemonnee. De op dit moment al aangeboden stamceltherapie behandelingen zijn uiterst dure behandelingen (te beginnen vanaf zo’n 20.000 euro ex een aantal bijkomende kosten), uiteraard zónder vergoeding door de zorgverzekeraar. Lang niet iedereen heeft dat bedrag zomaar op de plank liggen. Maar ook al lukt het je om dat bedrag, bijvoorbeeld middels crowdfunding, bij elkaar te schrapen, dan nog heb je geen enkele grip op het langere termijn effect. Ook het Stamcelinstituut geeft aan dat bij bepaalde aandoeningen de behandeling periodiek herhaald zal moeten worden.

Er is op het gebied van chronische pijn ook gewoon nog te weinig bekend over de effecten op langere termijn.

Patiënten met chronische pijn zijn een kwetsbare doelgroep, beaamt ook mij eigen neurochirurg. Uit eigen ervaring weet ik dat je er veel, heel veel, voor over hebt om die pijn met 10, 20 of 30% te kunnen verlagen. Dat maakt deze doelgroep ook zo gevoelig voor ‘the next best thing’-oplossingen. Want ‘het zal toch maar zo zijn dat…’

Gezond verstand is volgens mij essentieel bij dit soort experimentele behandelingen.

Experimentele innovatie

Iemand moet de eerste zijn. Geen enkele vooruitgang zonder mensen die als eerste hun nek uitstaken, tegen de stroom in gingen en iets bedachten wat niemand voor mogelijk had gehouden. De nu simpelste zaken, denk aan een paracetamolletje, zijn op die manier tot stand gekomen.

En dát maakt de afweging telkens ook zo moeilijk. Want wie zegt dat stamceltherapie op de langere termijn niet dé oplossing voor chronische lage rugpijn blijkt te zijn? Iets waarvan men over enkele tientallen jaren zegt ‘dat ze daar rondom het millennium (’10, ’20) nou zo moeilijk over deden’. En iedere behandeling is begonnen met de eerste behandelaars en patiënten, proefkonijnen, die nog geen enkele grip hadden op resultaten (anders dan dierproeven). Ook het Stamcelinstituut geeft aan dat er meer onderzoek nodig is om resultaten te bestendigen, dat er meer wetgeving moet komen om behandeling ook in Europa, Nederland mogelijk te maken.

Maar dát is toch de route die doorlopen moet worden vind ik. En vinden uiteraard ook mijn neurochirurg en de iPSpine onderzoeker. Eerst goed wetenschappelijk onderzoek, dus volgens bestaande regels, met grotere patiëntgroepen, voordat behandeling op grotere schaal kan. En ja, dat duurt langer. En bot gezegd, die tijd kost óók mensenlevens. En laat vele mensen een leven leven dat er, mét experimentele behandeling, wellicht anders had uitgezien.

Maar die wetenschappelijke route, dat is nou juist precies het traject van het Europese onderzoeksproject iPSpine. Ik snap dan ook niet dat zo’n Stamcelinstituut daar niet op een of andere manier bij betrokken is. Wellicht is het politiek. Of vindt men zo’n commercieel gedreven behandelinstituut ethisch niet passen binnen de onderzoeksomgeving. Ik weet het niet.

Maar ik blijf het onderzoek zeker volgen.

Even praktisch nog. Waar kan je als kwetsbare pijnpatiënt nou op letten bij nieuwe behandelvormen?

Ook ik word regelmatig getriggerd door een ‘nieuwe veelbelovende behandeling’ voor chronische pijn. Toch is er ook een aantal zaken waar ik altijd op let. Want óók behandelaars weten dat “patiënt-getuigenissen” qua marketing een van de sterkste tools zijn die je als behandelaar in je marketing kunt inzetten.

Klinkt het ‘too good to be true’… dan is het dat óók in de medische sector vaak. Als iets écht baanbrekend blijkt, dan is men er wereldwijd mee bezig, wil iedereen er onderzoek naar doen en duikt jan en allemaal op ‘die nieuwe behandeling die iedereen wil’.

  • De toon van de tekst: is die wervend geschreven, ‘commercieel’, probeert die te overtuigen? Of is die meer beschrijvend van aard, informerend, onderzoekend? Let ook op signaalwoorden als ‘revolutionair’, ‘baanbrekend’, ‘veelbelovend’, ‘fantastisch’, etc.: een medische voorlichtingstekst is iets anders dan een toeristische brochure.
  • Worden er door de behandelaar (wetenschappelijke) bronnen gedeeld waarop de behandeling is gebaseerd? En zijn daar patiëntenversies van gemaakt, zodat je je als relatieve leek ook kan inlezen op de achtergrond van de behandeling? Of is men bereid je daarover voor te lichten?
  • ‘Wetenschappelijk grondig onderzocht’ is iets anders dan een paar dure medische termen gebruiken die de leek (patiënt) niet snapt maar die wel indruk kunnen maken, kunnen overtuigen. Een goede behandelaar probeert zo begrijpelijk mogelijk te formuleren, uit te leggen. En niet indruk te maken met termen die niemand begrijpt maar wel wetenschappelijk overkomen.
  • Een ‘clinical trial’ is iets anders -en beperkter- als ‘jarenlang goed effectonderzoek’; lees ook de teksten over de gouden standaard hierboven nog eens.
  • Bij experimentele behandelingen probeer ik altijd uit te zoeken of er een vorm van wetenschap bij betrokken is. Bijvoorbeeld een samenwerking met een universiteit, of zoals bv. in het geval van het onderzoek naar medicinale cannabis de samenwerking met een universitair ziekenhuis. Dat geeft mij in ieder geval het gevoel dat er op wetenschappelijk niveau ‘meegekeken’ wordt.
  • Is men open en eerlijk over het experimentele karakter van de behandeling, of wordt het gepresenteerd als ‘waarheid’?
  • Is men open over het ontbreken van grondig effectonderzoek, of over het feit dat jouw behandeling juist bijdraagt aan het verkrijgen van meer data zodat er straks beter inzicht is in de effecten?
  • Lees, of zie, je naast de positieve patiëntervaringen ook ervaringsverhalen van patiënten die minder effect hebben gemerkt? Of helemaal niet? Kortom, is men genuanceerd?
  • Wordt er in de marketing gebruik gemaakt van bekende Nederlanders of wereldwijd bekende mensen? Dat is een dure maar ook bewust ingezette techniek om snel een groot publiek te bereiken.
  • Als iemand, bijvoorbeeld in een YouTube video, zijn of haar ervaringen deelt, vertelt die persoon dan écht zijn eigen verhaal? Of worden er binnen of buiten beeld vragen gesteld waarop antwoord wordt gegeven? Alleen al de manier van vragen en het soort vragen kan een verhaal in meer of mindere mate ‘sturen’.
  • Vertelt de patiënt het verhaal, of wordt het verhaal verteld door de aanbieder van de behandeling die eigen tekst gebruikt aangevuld met quotes en foto’s of videopassages van patiënten? Dat laatste is uiteraard meer gestuurde communicatie, waarin de beste selectie is gemaakt uit de totale tekst van een patiënt. Welke nuance heeft hij of zij eventueel aangebracht die je níet ziet? Hoe is de verhouding ‘voordelen’ versus ‘mogelijke nadelen of risico’s’? En vertelt de patiënt hoeveel behandelingen hij of zij gedurende welke periode heeft moeten ondergaan? Welke bewoordingen en mogelijke overdrijvingen gebruikt de patiënt, als in ‘levensveranderend’, een ‘wonder’, etc.?
  • Wordt er ook aandacht besteed aan mogelijke bijwerkingen van de behandeling, of is de tekst volledig gericht op het downsizen van eventuele negatieve gevolgen.
  • Kan je contact opnemen met de mensen die testimonials geven? Waarschijnlijk niet direct, vanwege privacy, maar ze kunnen contact wel faciliteren (of juist bewust niet).
  • Wordt er veel gebruik gemaakt van stock foto’s (knip en plak de foto in Google en kijk waar die nog meer wordt gebruikt) of van ‘echte foto’s’? 
  • Kan je de namen van patiënten die testimonials geven googelen (is voor- en achternaam bekend) en welke verhalen lees je dan? Is het positieve effect van de behandeling nog steeds aanwezig, of was het slechts tijdelijk?
  • Informeer eens bij de zorgverzekeraars of het Zorginstituut of men bezig is met onderzoek naar deze behandeling. Dat is vaak een teken dat het op grotere schaal bekend is, dat er meer om gevraagd wordt en dat het meer is dan echt experimenteren. Het zegt natuurlijk nnog niets over een eventueel oordeel van de verzekeraars over de behandeling.
  • Worden patiënten ook voor langere tijd gevolgd, om effecten op de langere termijn uit te vinden? En wat kan je daarover terugvinden?
  • Check bijvoorbeeld ook programma’s als Kassa of Radar of er iets bekend is over de behandeling. Zo kwam ik op de uitzending over de Healy. Nou zegt ook het oordeel van een tv-programma niet altijd alles, maar vaak worden daar wel specialisten of wetenschappers bij betrokken.
  • Lees ook eens bij de Vereniging Tegen Kwakzalverij of laat je huisarts of specialist hun licht eens over een behandeling schijnen voordat je er ‘ja’ op zegt. Bedenk wel dat zo’n kwakzalverij of medische partij soms wel érg tegen álles is wat niet gebaseerd is op die gouden standaard. Dat zegt niet altijd dat een behandeling jou niet kan helpen.

Soms kan je toch voor een bepaalde behandeling kiezen, ook al weet je niet helemaal zeker of het echt baat gaat hebben. Dat heb ik zelf ook regelmatig gedaan. Belangrijk is dan dat je je genoeg bewust bent van de risico’s die je neemt. Dat je het financieel kan dragen. Dat de impact op je lijf niet té groot is. En dat je je niet hebt laten verleiden door gelikt marketingmateriaal of juichende maar eenzijdige patiënt’testimonials’.

Deel je ervaringen

  • Herken je bovenstaand dilemma? Heb je zelf wel eens gekozen voor een experimentele behandeling? Zo ja, welke en waarom?
  • Waar let jij op als je zelf beoordeelt of je wil starten met een nieuwe behandeling?
  • Welke behandelvormen gericht op chronische pijn vind jij ‘niet te vertrouwen’? En waarom niet?
  • Heb jij zelf wel eens getwijfeld over een behandeling? En waarom besloot je er wel, of juist niet, aan te beginnen?

Deel je gedachten en ervaringen via de reactiemogelijkheid hieronder. Of neem contact met me op.

Meer lezen 

Nieuw onderzoek naar medicinale cannabis

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Éen miljoen negenhonderdduizend euro, oftewel €1.900.000! Wat een geld. Maar, in onderzoeksland is dit nu ook weer niet zó’n enorm bedrag. LUMC, het Leids Universitair Medisch Centrum, sleepte vorige week een mooie onderzoekssubsidie in de wacht voor uitbreiding van het onderzoek naar de inzet van medicinale cannabis voor (chronische) pijn. Het bericht schoot voorbij op Twitter, maar ik plukte ‘m er gelukkig tussenuit.

Was het wel een “gelukkig” feit dat ik deze tweet er tussenuit plukte? Mwah, dat weet ik niet. Tien jaar redelijk nutteloze behandelings- en therapie-ervaring sloopt de hoge verwachtingen er wel uit. Anderzijds, ik vind het altijd prettig om te lezen en kennis op te bouwen omtrent ‘nieuwe’ ontwikkelingen op het gebied van chronische pijn.

Hoe zat het ook al weer, THC, CBD en cannabis?

Ik schreef al eerder een vrij uitgebreid blog over het gebruik van THC en CBD voor het dempen van chronische pijn. En Anna Raymann van Boek-en-Steun schreef al in 2017 een zo mogelijk nóg veelomvattender artikel over (medicinale) cannabis. Een vriendelijker, natuurlijk middel dan bijvoorbeeld opiaten, morfine. Maar ook een product met veel haken en ogen, zo blijkt.

THC (tetrahydrocannabinol) is het bestanddeel van de cannabisplant dat met name pijndempend werkt, maar waar je ook high van wordt (de reden waarvoor veel gebruikers wiet gebruiken). CBD (cannabidiol) werkt ontspannend, kalmerend, zonder die highfactor. En in een bepaalde verhouding THC en CBD doet CBD de high-werking van THC weer teniet.

Er is veel op de markt, niet via de formele kanalen -want officieel is het gebruik boven een bepaald percentage werkzame THC stof niet toegestaan. En wetenschappelijk is het effect nog niet onderzocht, dus zoals zo vaak: dan past het niet binnen de reguliere wetenschap. Ook al hebben pijnpatiënten er in meer of mindere mate baat bij, het placebo effect meegerekend.

Effect van cannabis op chronische zenuwpijn

Juist daarom vind ik het zo fijn dat het LUMC, in samenwerking met het CHDR (Centre for Human Drug Research), nu nieuw wetenschappelijk onderzoek gaat doen of medicinale cannabis pijnstilling geeft voor patiënten met zenuwpijn. 

Let wel, patiënten met zenuwpijn. Die ziekte betreft dus maar een deel van de patiënten met chronische pijn. In een eerdere studie deed men bijvoorbeeld al onderzoek naar het effect van medicinale cannabis op patiënten met fybromyalgie. De conclusie was toen, in 2018, dat cannabis met een hoog THC-gehalte (tetrahydrocannabinol) effectief is als pijnbestrijding bij fibromyalgie. Patiënten ervaarden bij het gebruik van twee THC-cannabisproducten significant minder drukpijn in vergelijking met het placebo, dat ze ook kregen toegediend. 

Nieuw onderzoek LUMC

In het onderzoek dat het LUMC en het CHDR met de verkregen subsidie gaan opstarten, wordt voor het eerst heel gericht gekeken naar de vraag hoe tetrahydrocannabinol (THC) en cannabidiol (CBD) patiënten met chronische zenuwpijn kunnen helpen. Patiënten met zenuwpijn zijn nu nog vaak aangewezen op pijnverlichtende opiaten, maar ook bijvoorbeeld antidepressiva. Middelen die vaak maar weinig of zelfs niet helpen voor de pijn, maar wel allerlei vervelende bijwerkingen kennen.

In de studie gaat ook specifiek worden onderzocht in welke verhouding de bestanddelen THC en CBD het beste werken op de zenuwpijn. Het onderzoek vindt plaats in verschillende fasen, te beginnen in de eerste helft van 2021. De beste verhouding THC/CBD wordt onderzocht bij gezonde personen; gekeken wordt welke hoeveelheid CBD nodig is om het ‘high worden’ effect van THC (het bestanddeel met de pijnstillende werking) teniet te doen. Deze ‘beste combinatie’ wordt vervolgens toegepast op 200 patiënten met chronische zenuwpijn om te kijken wat het effect op de pijn is. Achtereenvolgens wordt men 5 weken behandeld met THC-CBD én 5 weken met een placebo, zodat het werkelijke pijnstillende effect echt goed kan worden onderzocht.

Samen optrekken ten bate van patiënten met chronische pijn

Deze nieuwe studie is een mooi voorbeeld van hoe partijen met elkaar kunnen optrekken in de strijd tegen chronische pijn. Betrokken zijn:

  • Ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn, Sport): opdracht geven tot onderzoek, beschikbaar stellen van het geld
  • ZonMW: toekenning van het geld aan LUMC-CHDR combinatie
  • CHDR: opzet en uitvoer van de klinische studies
  • LUMC: behandeling van patiënten op de pijnpoli en eveneens betrokken bij opzet en uitvoer van het onderzoek.
  • Chronische pijnpatiënten en gezonde personen: stellen zichzelf beschikbaar als proefpersoon van deze behandeling

Doel van het onderzoek is dus om meer kennis te vergaren over de effecten van medicinale cannabis op chronische pijn.

Eerder onderzoek naar de werking van medicinale cannabis

Overigens is het uiteraard niet nieuw, dat het ministerie van VWS onderzoek doet naar THC en CBD. Bijvoorbeeld in 2012 werd door het Trimbos instituut, in opdracht van het ministerie, uitgebreid onderzoek naar deze middelen gedaan in een bredere context van (drugs)verslaving. Aan bod kwam ook de medicinale werking van cannabis:

Het rapport beschrijft onder andere de instelling van een Bureau voor Medicinale Cannabis, BMC, dat in samenwerking met enkele bedrijven (teler, laboratorium, logistiek dienstverlener) medicinale cannabis verstrekt aan apotheken, ziekenhuizen en onderzoekers. De cannabis is van farmaceutische kwaliteit, met vaste hoeveelheden THC en CBD, een verlengde houdbaarheid en met een garantie op afwezigheid van pesticiden, zware metalen, bacteriën, schimmels of andere ziekteverwekkers.

Beschrijvingen van effecten van cannabis of cannabispreparaten zijn tot nu toe vaak gebaseerd op beschrijvingen door patiënten van positieve ervaringen. Vaak betreft het kleinschalige onderzoeken en ervaringen van individuele artsen en patiënten. De wetgeving staat grootschaliger onderzoeken vaak nog niet toe, vooral omdat er nog geen gestandaardiseerd (planten)materiaal voorhanden is.

Onderzoek in voorgaande jaren naar medicinale cannabis

De afgelopen jaren is er een aantal gerandomiseerde, gecontroleerde trials uitgevoerd met cannabinoïden zoals bij chronische pijnaandoeningen (Beaulieu & Ware, 2007). Vooral de afgelopen jaren is er een flink aantal gecontroleerde klinische studies gedaan ter evaluatie van de therapeutische toepassingen van cannabis en cannabispreparaten. Door de Internationale Associatie voor Medicinaal gebruik van Cannabinoïden (IACM) wordt een lijst en een database bijgehouden waarin alle gepubliceerde klinische studies over cannabis en cannabinoïden worden beschreven.

Over de klinische trials met cannabis zijn diverse reviews verschenen. In 2006 publiceerde Ben Amar een overzichtsartikel waarin de klinische studies die werden uitgevoerd in de periode 1975 tot juni 2005 werden beschreven (Ben Amar 2006). In 2010 verscheen een vervolg door Hazekamp en Grotenhermen waarin alle gerandomiseerde, (dubbel) blind, en placebo-gecontroleerde onderzoeken tussen juli 2005 en augustus 2009 worden beschreven. Zij vonden zevenendertig gecontroleerde studies waarin therapeutische effecten van cannabinoïden werden onderzocht. Op basis van de klinische resultaten concluderen de auteurs dat cannabinoïden een interessant therapeutisch potentieel vormen met name als pijnstiller bij chronische neuropathische pijn, eetlustopwekkende medicatie bij slopende ziekten (kanker en AIDS) en als hulpmiddel bij de behandeling van multiple sclerose.

In 2016 deed Stichting PGMCG onderzoek onder 132 gebruikers van medicinale cannabis. Uit de enquête blijkt dat de meest voorkomende/genoemde indicatie onder respondenten die medicinale cannabis gebruiken bestrijding van chronische pijn (14,5%) is. Ook Stichting IOCOB (Stichting voor innovatief onderzoek en onderwijs van complementaire behandelwijzen) voerde in 2015 al eens een enquête uit over medicinale cannabis; deze is echter van de website verdwenen.

LUMC: Dokter Dahan en collega’s

Medio 2019 was ik al eens in mailcontact met (een medewerkster van) Dr. Dahan, hoogleraar Anesthesiologie bij het LUMC. Ik hoorde over het onderzoek naar medicinale cannabis, maar wist toen niet dat het onderzoek specifiek gericht was op patiënten met fibromyalgie.

Afgelopen week legde ik wederom contact met deze afdeling in Leiden. Omdat mijn interesse in THC/CBD al eerder was gewekt én ik verhalen las van pijnpatiënten die toch baat leken te hebben bij deze middelen, wilde ik het eigenlijk graag gaan uitproberen. Maar tegelijkertijd hield iets me nog tegen, waar ik al eerder over schreef.

Dit nieuwe onderzoek, 100% toegespitst op mensen met zenuwpijn -that’s me- lijkt me een uitgelezen kans om dit binnen een begeleid wetenschappelijk kader uit te proberen. En mocht ik als proefpersoon worden uitgenodigd, deel ik graag de opgedane kennis en ervaringen weer in breder verband. Op deze website, maar ook bijvoorbeeld in de Facebook groep(en) waar duizenden chronische pijnpatiënten aan deelnemen.

Laten we het antwoord van de mensen van Dr. Dahan eerst maar weer eens rustig afwachten en zien hoe dit interessante onderzoek de komende maanden wordt opgezet en uitgewerkt.

Tijdens de voorbereidingen op dit blog kwam ik er achter dat er op andere terreinen ook volop wordt gesproken over meer onderzoek naar de inzet van medicinale cannabis. De laatste jaren is er een grotere lobby op gang gekomen naar méér onderzoek naar de werking van medicinale cannabis voor een aantal ziektebeelden. Binnen Nederland lobbyen onder andere Stichting Embrace Life, Erasmus MC (Prof. van den Bent), LUMC (Prof. Dahan) en PGMCG voor meer onderzoeksfondsen, zie Meer lezen.

Deel je ervaringen

  • Gebruik je zelf medicinale cannabis voor bijvoorbeeld pijnklachten?
  • Wat vind je van het feit dat steeds meer partijen onderzoek doen naar medicinale cannabis? Goede ontwikkeling, of teveel versnippering?
  • Is het inzetten van THC en CBD ook maar weer één van de vele behandelmethodes rondom chronische pijn? En is het juist zinvoller om te stoppen met zoeken naar ‘de oplossing’? Of is het juist slim om alles aan te grijpen om maar van je pijn af te komen?

Deel je ervaringen en gedachten via de reacties onderaan.

Meer lezen

  • Benieuwd naar het LUMC-onderzoek in 2018 naar het effect van cannabis op de pijn van patiënten met fibromyalgie? Lees het persbericht.
  • Lees ook het persbericht van oktober 2020 waarin het LUMC de nieuw verworven subsidie aankondigt.
  • PGMCG, de Stichting Patiënten Groep Medicinaal Cannabis Gebruikers, biedt informatie van wetenschappelijke onderzoeken over medicinale cannabis, toepassing en gebruik van cannabis bij de verschillende ziektebeelden en verhalen van patiënten. 
  • Stichting Embrace Life (‘Kanker Anders Benaderen’) onderzoekt in samenwerking met Erasmus MC mogelijkheden voor meer kennis over en (waar nodig) laagdrempelige toegang tot cannabisolie met de juiste samenstelling en concentratie CBD/THC.
  • Het rapport ‘THC, CBD en gezondheidseffecten van wiet en hasj‘ (pdf) van het Trimbos Instituut vormde de bron bij de alinea rondom eerder wetenschappelijk onderzoek naar de inzet van cannabis.

Wat zijn de effecten van muziek in de zorg? Een duik in de onderzoeksresultaten.

Geschatte leestijd: 8 minuten.

Dat muziek een heilzaam effect heeft op patiënten in ziekenhuizen en kinderklinieken, dat hoef je de vrijwilligers van Muziekids niet meer te bewijzen. Dat zien ze namelijk iedere dag in de praktijk. Er zijn daarnaast zóveel warme testimonials van kinderen, jongeren en ouders die de zin van het dagelijkse werk bevestigen, dat daar geen wetenschappelijk onderzoek tegenop kan. Maar hoe laat je het effect van ‘muziekinterventies’ aan mensen zien die wat verder van de dagelijkse praktijk af staan? Aan ziekenhuisbesturen, beslissingsnemers, kinderartsen, financierders, sponsoren en andere betrokkenen? Allereerst door ook hen uit te nodigen die dagelijkse praktijk te komen bekijken en met eigen ogen te zien wat er gebeurt met een patiënt als je samen muziek maakt. Maar ook door eens in te zoomen op (wetenschappelijke) onderzoeken. Want: wat zijn nu die effecten van muziek in de zorg?

Toch eerst een nuance

Voordat we in de onderzoeken en effecten duiken, toch eerst een nuancering. Natuurlijk is het fijn om een effect te kunnen aantonen van een activiteit die je onderneemt. En als dat effect wetenschappelijk kan worden aangetoond: nog beter. Maar tegelijkertijd gaat het bij het muziek maken in het ziekenhuis niet altijd om het verschil tussen ‘voor’ en ‘na’. Is het geen múst dat iemand zich altijd mentaal prettiger voelt, of met muziek minder medicatie nodig heeft. Muziek maken met kinderen en jongeren (of juist ook met ouderen) in een ziekenhuis kan ook als activiteit op zichzelf voldoende zijn. Als afleider, als bezigheid om de dag door te komen, als prettige opvang; bijvoorbeeld ook voor broertjes en zusjes, als de ouders met hun zieke kind naar de dokter gaan. ‘Muziek’ in deze vorm wordt in een ziekenhuis of kinderkliniek dan meer onderdeel van het bredere activiteitenprogramma dan van het behandelprogramma. En daar is niets mis mee, is juist heel waardevol voor alle betrokkenen. Waar het kan, waar de middelen aanwezig zijn en waar het gewenst is, kan muziek als echte interventie worden ingezet. Maar op beide manieren kan muziek uiteindelijk bijdragen aan een beter welzijn van (jonge) patiënten in ziekenhuizen. 

Met die nuance in het achterhoofd: laten we nu eens een paar onderzoeken bekijken.

2016: Drexel University

De Cochrane Library, onder aanvoering van prof. Joke Bradt, publiceert een systematische review waaruit blijkt dat er significant wetenschappelijk bewijs is dat muziekinterventies symptomen van ongerustheid, pijn en vermoeidheid helpen verminderen onder patiënten met kanker. En tegelijkertijd geeft het een boost aan hun kwaliteit van leven. Er is onderzoek gedaan onder 3.731 patiënten, met 52 interventies.
Zowel wanneer persoonlijke muziekbeleving wordt aangeboden door een getrainde muziekprofessional als wanneer vooraf opgenomen muziek aan patiënten wordt gegeven door een dokter of verpleger treedt een gemiddeld tot sterk effect op wat betreft het verminderen van ongerustheid. Het effect op pijnreductie is eveneens groot. Een kleiner tot gemiddeld effect treedt op wat betreft het verminderen van vermoeidheid, het verbeteren van hartslag en ademhaling en het verlagen van de bloeddruk. Tot slot lijkt er ook effect te zijn van muziekinterventies op de hoeveelheid pijnmedicatie, de hersteltijd en de opnameduur van een patiënt in het ziekenhuis. Het (samen) muziek maken verbetert de algehele levenskwaliteit van de patiënt; dat effect treedt niet op wanneer de patient alleen de optie van het luisteren naar muziek wordt aangeboden.

We hope that the findings of this review will encourage music interventions to become more widespread over our country.

Joke Bradt, Drexel University research

2015: Oxford University

Een studie uitgevoerd door Oxford University toont aan dat opnames van klassieke muziek (denk aan Beethoven, Verdi en Puccini) iemands bloeddruk kunnen verlagen. Wanneer het ritme van de muziek (een herhaald patroon van tien seconden) aansluit op iemands hartritme, kan die muziek worden benut om dat ritme omlaag te brengen. Een degelijk ritme vind je bijvoorbeeld in Va Pensiero van Verdi, in Nessun Dorma van Puccini en Beethovens 9e adagio symfonie.

Uit vervolgonderzoek blijkt dat snellere klassieke muziekstukken dit bloeddrukverlagend effect niet hebben, en dat bijvoorbeeld een song van de Red Hot Chilli Peppers juist een bloeddrukverhogend effect heeft.

Our research has provided improved understanding as to how music, particularly certain rhythms, can effect your heart and blood vessels.

Peter Sleight, professor and cardiologist

2017: BMC Complementary and Alternative Medicine

In 2016/2017 is een literatuurstudie uitgevoerd naar behandelingen van mensen met brandwonden. In totaal zijn 17 studies bekeken, met 804 patiënten. Over het algemeen wordt behandeling van brandwonden vaak beschouwd als een van de meest pijnlijke vormen van behandeling. Speciaal is er gelet op representatieve verschillen in resultaten tussen behandelingen waarbij muziek werd gebruikt en behandelingen zonder muziek.

Één van de uitkomsten van de studie is dat de behandeling waarbij muziek wordt gebruikt leidt tot minder pijn en minder angst. Ook blijft de bloeddruk tijdens behandelingen met muziek significant lager dan tijdens behandelingen zonder muziek.

Doorlopend: Universitair Medisch Centrum Groningen

In samenwerking met de Hanze Hogeschool Groningen wordt doorlopend onderzoek gedaan naar de inzet van muziek door zorgprofessionals en musici bij oudere patiënten. ‘Normaal gesproken komt het publiek naar de musici. In het ziekenhuis gaan de musici juist naar het publiek. Ze moeten het initiatief nemen, ja, zelfs vragen of het wel uitkomt. Dat is heel verfrissend en vergt nieuwe vaardigheden’, aldus de onderzoekers. In het onderzoek wordt onder andere naar ‘pijn’ gekeken. Wat blijkt: een uur na de muzieksessie, maar zelfs na drie uur, is er een duidelijk positief effect op de pijnscore die de patiënt rapporteert.

Het wederzijds respect tussen zorgprofessionals en musici is groot.

Onderzoekers Hanze Hogeschool en UMCG Groningen

Onder de noemer Meaningful Music in Health Care, MiMiC, wordt op drie chirurgische afdelingen in het UMCG én in drie Nederlandse verzorgingstehuizen in verschillende regio’s in Nederland live muziek ingezet. Met name ook gericht op oudere patiënten met dementie. Het onderzoek loopt nog.

2016: University of Minnesota

Op een afdeling waar patiënten worden opgenomen voor orgaantransplantatie wordt een ‘three group randomized pilot study’ uitgevoerd, om te kijken of het uitvoeren van live muziek van invloed zou zijn op stemming en pijnbeleving van patiënten.

Tijdens de studie wordt er gitaar gespeeld bij patiënten die vooraf hun favoriete muziek kunnen opgeven (‘patient preferred live music’). Deze studie toont een significant positief verschil aan tussen de patiënten in de groepen met en zonder gitaarbegeleiding (plus een controlegroep) op de dimensies ‘relaxed/anxious’, ‘cheerful/depressed’ en ‘well-coordinated/clumsy’. Met andere woorden: de patiënten die konden luisteren en kijken naar het gitaarspel voelen zich tijdens en na de activiteit meer relaxed, opgewekter en ervaren meer een gevoel van ‘grip’. Het feit dat de muzikanten goed voorbereid zijn en zij de songs op een aangename, aantrekkelijke, manier kunnen vertolken heeft ongetwijfeld ook meegespeeld om dat effect te bereiken. De interventie gaat volgens de onderzoekers dan ook verder dan ‘even een leuk deuntje spelen’.

2019: Erasmus Universiteit

Veel media-aandacht krijgt in 2019 een onderzoek van de Erasmus Universiteit waarbij de invloed van muziek rondom een operatie wordt onderzocht op de hoeveelheid pijnmedicatie die een patiënt na de operatie nodig heeft. Ruim 5.000 patiënten doen mee aan het onderzoek van de onderzoeksgroep ‘Muziek als Medicijn’, met hoogleraar chirurgie Hans Jeekel als onderzoeksleider.

Uit het onderzoek blijkt dat mensen die voor, tijdens en na de operatie muziek via een koptelefoon te horen krijgen minder gebruik maken van opïoidenmedicatie met morfine-effecten. Muziek kan het gebruik van verslavende medicatie dus reduceren én het chronisch gebruik na afloop van operaties en herstel kan significant afnemen.

Met muziek als interventie zijn er geen bijwerkingen en kunnen we in de gezondheidszorg een hoop geld besparen.

Hans Jeekel, hoogleraar chirurgie

2016: American Academy of Pediatrics

In 2016 wordt bij de American Academy of Pediatrics onderzoek gedaan naar de invloed van muziektherapie op te vroeg geboren baby’s. Een meta-analyse (vergelijken van resultaten uit diverse soortgelijke onderzoeken) resulteert in een onderzoeksdoelgroep van 964 kinderen die opgenomen zijn in het ziekenhuis en 266 deelnemende ouders. Er wordt een significant verschil gemeten in ademhalingsfrequentie bij de baby’s door de muziektherapie, in dit geval vaak een ouder die in nabijheid van de baby een kinderliedje zingt. De frequentie gaat hierdoor omlaag met gemiddeld 3.91 keer ademhalen per minuut. Ook lijkt er een positieve invloed te zijn op het succes van borstvoeding en toename in gewicht, door het structureel zingen van kinderliedjes door een van de ouders. Nader onderzoek is nodig om dit laatste met zekerheid vast te kunnen stellen.

Effecten van muziek in de zorg: méér onderzoek nodig

Een rode draad die in alle onderzoeken terugkomt is dat er vooral nog méér onderzoek nodig is naar de inzet van muziek als interventie bij allerlei soorten behandelingen en patiëntdoelgroepen. Waar werkt muziek wel, niet of minder, welke soorten muziek werken wel en welke niet (en wanneer en waarom), wat is het verschil tussen actief muziek maken en passief muziek luisteren. Onderzoek naar muziekinterventies in de gezondheidszorg is nog relatief jong (van de laatste 10, 15 jaar) en lijkt vooral nog in de USA plaats te vinden, waar muziekinterventies in ziekenhuizen al meer verspreid over het land te vinden zijn. Wel worden er steeds meer onderzoekslijnen óók in Nederland actief.

Wat mij nou zo leuk lijkt…

…is om enerzijds het wetenschappelijk onderzoek in Nederland naar muziekinterventies en anderzijds de dagelijkse praktijk van het zinvolle werk van Muziekids stapsgewijs met elkaar te gaan verbinden. Dat wat blijkt uit de (literatuur)onderzoeken toetsen aan de hand van de inzet van muziekvrijwilligers op allerlei locaties in Nederland, en vice versa. Volgens mij kan de praktijk van Muziekids het wetenschappelijk onderzoek in Nederland heel goed voeden en zorgt meer backup van de wetenschap voor nieuwe bevestiging en fondsenstromen voor Muziekids’ werk.

Een belangrijke schakel tussen beide ‘stromingen’ zou wel eens hoogleraar neuropsychologie prof. dr. Erik Scherder kunnen zijn. Hij is fervent pleitbezorger van méér muziek in eenieders leven én in de gezondheidszorg. Niet voor niets is professor Scherder al jarenlang enthousiast ambassadeur van Muziekids. Het lijkt me fantastisch meer op te trekken met deze inspirerende persoon, meer ziekenhuizen te motiveren gericht onderzoek te doen en gaandeweg ook meer te leren over mijn eigen muzikale ervaringen in de wereld van de chronische pijn.

Maar natuurlijk zijn er meer mensen actief naast Erik Scherder; denk bijvoorbeeld maar eens aan de mensen van Muziek als Medicijn, van het Lectoraat Lifelong Learning in Music of aan iemand als Artur Jaschke (klinisch neuromusicoloog).

Ook hier zijn middelen voor nodig.

Niets is voor niets; goed en zinvol onderzoek doen kost nu eenmaal (veel) geld. Er gaan veel werk en veel uren in zitten van een onderzoeksteam, er is geld nodig voor de gerichte (extra) inzet van muziekvrijwilligers, er moeten rapporten worden geschreven en goed onderzoek heeft ook goede pr en media-aandacht nodig.

Ken je mensen die werken bij bedrijven die gericht onderzoek naar de inzet van muziek in de gezondheidszorg een warm hart toedragen? Of die op andere manieren onderzoek kunnen en willen faciliteren? Neem contact met me op of stimuleer anderen dat te doen. Fundraising acties zorgen voor nieuw geld dat ook aan onderzoek besteed kan worden, júist voor de kinderen die ‘muziek’ zo hard nodig hebben!

Deel je ervaringen

  • Heb jij wel eens in het ziekenhuis gelegen en tijdens een van je behandelingen, of tijdens je verblijf, gebruik gemaakt van muziek?
  • Op welke manieren zouden we volgens jou extra fondsen kunnen ophalen voor méér gericht onderzoek naar de effecten van de inzet van muziek in ziekenhuizen en de gezondheidszorg?
  • Wat vind je van het idee dat zoiets ‘simpels’ als muziek aantoonbaar kan zorgen voor minder medicijngebruik?
  • Doe je zelf wellicht onderzoek naar de effecten van muziek in de zorgsector?
  • Moet er wel worden geïnvesteerd in het laten spelen van muzikanten in ziekenhuizen en (kinder)klinieken, als het simpelweg aanbieden van muziek (passief luisteren) ook al kan zorgen voor een positief effect?

Deel je gedachten en ervaringen via de reactiemogelijkheid hieronder.

Meer lezen

“Music therapy has been a tremendous benefit not only for my child, but also for our family. During music therapy time, my child is able to do fun things that help him forget about his pain. We are grateful to share some time with him doing things that bring back a smile to his face.”

Parent of a hospitalized child undergoing treatment for cancer, musictherapy.org