Stadsgezicht Malaga kathedraal

Business bootcamp Malaga: werken aan je business skills

Geschatte leestijd: 2 minuten.

Recent las ik Transfer Magazine, dit keer volledig in het teken van de ‘International classroom’. Centraal in de artikelen staan vragen als:

  • Hoe stimuleer je interactie tussen Nederlandse en internationale studenten, ‘at home’ of tijdens een uitwisseling?
  • Op welke manier(en) kunnen scholen (meer) invulling geven aan internationale samenwerking, of ‘mondiaal’ burgerschap?
  • Hoe voorkom je dat internationale studenten in een internationale ‘bubbel’ blijven hangen?
  • Wat is de meerwaarde van samenwerken in internationale projectgroepen?

International classroom: intercultureel contact geen vanzelfsprekendheid

Het blijkt dat Nederlandse en internationale studenten die (verplicht) samenwerken in projectgroepen niet elkaar ‘vanzelfsprekend’ ook voor of na de projectgroep blijven ontmoeten. Samenwerking verloopt vaak stroef omdat studenten elkaar nog niet of niet goed genoeg kennen, omdat er onbedoelde communicatiemisverstanden zijn, maar ook omdat docenten geen of te weinig ‘ijs-brekende’ elementen in het programma hebben ingebouwd. “Onbekend” maakt zelfs bij studierichtingen die volledig geënt zijn op international business of internationale samenwerking toch nog “onbemind”. Nederlandse studenten missen -zeker in de eerste studiejaren- simpelweg vaak ook nog de tools (competenties, vaardigheden) om makkelijk contact te leggen met hun internationale studiegenoten.

Ontwikkeling van internationale competenties en een breder wereldbeeld

Ook komt in het magazine naar voren dat (middelbare) scholen, HBO’s en universiteiten op een veelvoud aan manieren zoeken naar mogelijkheden om studenten te betrekken bij “het buitenland”. Ofwel, men is zoekend en experimenterend om invulling te geven aan het door opeenvolgende ministers zo gewilde ‘mondiaal burgerschap’. Sommige opleidingen hebben vaste en flink ontwikkelde structuren en offices voor internationale stages, uitwisselingen, internationale cases en onderzoeksopdrachten met een buitenland-component; bij andere opleidingen zorgt een individuele enthousiaste docent of dekaan voor eerste experimentjes. Als treffend voorbeeld van dat laatste wordt een docente geïnterviewd die, voor haar eigen professionele en persoonlijke groei, een half jaar een hr-stage ging lopen bij een bedrijf in Singapore. Opnieuw feeling krijgen met de hr-werkvloer, gedwongen worden om weer out-of-the-box te denken, nieuwe internationale competenties ontwikkelen, ervaring opdoen met werken in een andere cultuur. Sinds haar eigen ‘stage’ motiveert de docente haar studenten nu veel steviger om óók een internationale (werk)ervaring op te doen. In Singapore wierf zij verschillende stageplaatsen en regelde internationale business cases.

Business Bootcamp: twee vliegen in één klap?

Al lezende in het magazine moest ik denken aan een andere interessante optie die ik recent voorbij zag komen. Namelijk de mogelijkheid voor (Nederlandse) studenten om deel te nemen aan een Business Bootcamp in het zuid-Spaanse Málaga. Tijdens dit project staan taalontwikkeling en ondernemerschap centraal. Studenten én docenten verblijven twee (tot vier) weken in Málaga en werken aan een (real-life) ondernemersopdracht. Men ontmoet de (Spaanse of internationale) ondernemer, werkt een plan van aanpak uit, gaat aan de slag, presenteert het eindproduct en natuurlijk wordt er ook geëvalueerd. Het betrokken bedrijfsleven, gemeente én het internationaal onderwijs blijken deze “nieuwe” manier van werken bijzonder te waarderen, blijkt uit reeds uitgevoerde bootcamps.

Zo’n bootcamp lijkt mij een mooi voorbeeld van wat Transfer magazine benoemt. De Nederlandse student (én docent!) werkt aan internationale competenties. De internationale classroom komt in beeld; Spaanse studenten worden in het project betrokken en ook diverse Malageense onderwijsinstellingen blijken bootcamp-opdrachtgever te zijn. Door de groepsgewijze aanpak kan er in relatief korte tijd veel werk worden verzet. De betrokkenheid van een Málaga taalinstituut zorgt voor een taalkundige boost en draagt zorg voor de omliggende reisregelzaken.

Entonces, movamos la clase a Málaga!

Meer lezen

Groep vrijwilligers die samen de maaltijd bereiden

Werken aan je vaardigheden met vrijwilligerswerk in het buitenland

Geschatte leestijd: 3 minuten.

In het buitenland werken is een verrijking; je krijgt de kans je kennis uit te bouwen over hoe het is om te werken in een land buiten Nederland én je doet internationale praktijkervaring op in een vaak totaal andere cultuur. Dat je als vrijwilliger in het buitenland ook werkt aan diverse individuele competenties en vaardigheden wordt vaak onderbelicht. Wat steek je nu concreet op van een aantal weken of maanden werken voor een stichting of ngo in het buitenland? In hoeverre draagt het bij aan je “curriculum vitae”, naast de concrete bijdrage die je levert in het project?

In dit blog licht ik drie concrete voorbeelden uit waarin vrijwilligers achteraf werd gevraagd in hoeverre ze met het vrijwilligerswerk nieuwe competenties of vaardigheden hadden opgedaan, of bestaande hadden bijgeschaafd, en zo ja welke dat waren.

Vrijwilligerswerk in het buitenland: Curaçao

  • Wie: Nederlandse vrijwilligster Kim (22)
  • Wat: Vier weken gewerkt bij Fundashon Amigunan di Cristo, een stichting die het leefklimaat wil verbeteren voor kansarme jongeren in de wijken Fuik, Seru Machu, Seru Grandi en Sabana Kra.
  • Via wie: Wereldstage
  • Bijdrage: ik wilde graag overal meedraaien en heb activiteiten gecoördineerd en begeleid die de stichting organiseert voor de jeugd, ik heb jongeren begeleid bij hun huiswerk, hééél veel broodjes voor de lunch gesmeerd, jongeren gestimuleerd bij een leesproject, samen geknutseld, muziek gemaakt en gedanst, door te sporten de kids enthousiaster gemaakt om regelmatig te bewegen
  • Competenties & vaardigheden: ik heb door de vele activiteiten waar ik kon bijdragen geleerd beter te plannen, ik heb veel geleerd over samenwerken (met projectleiding en andere vrijwilligers), me professioneel op te stellen, ik heb door voor een groep te staan gewerkt aan mijn zelfvertrouwen, ik heb in de praktijk geleerd te communiceren met mensen met een andere achtergrond/cultuur en er werd veel gevraagd van mijn flexibiliteit.

Vrijwilligerswerk in het buitenland: Filippijnen

  • Wie: Nederlandse vrijwilliger Hans (45)
  • Wat: Twee weken gewerkt bij Wildlife in Need, een animal rescue center gericht op het voorkomen van uitsterven van diverse bedreigde diersoorten, o.a. door het beschermen van hun leefgebied, het redden van zieke of gewonde dieren en het voorkomen van (illegale) handel
  • Via wie: Worldexperience Philippines
  • Bijdrage: ik heb meegewerkt in het project gericht op de langstaart makaak (een apensoort). Ik werkte in de Subic Bay Freeport Zone, waar makaken onder coördinatie van het project worden vrijgelaten. Ik vond het bijzonder om met dit gedreven team van Filippijnse en internationale vrijwilligers samen te werken; ik mocht assisteren bij het vrijlaten van een makaak, ik heb geholpen met het bereiden van voedsel (de apen worden tijdelijk gevoerd volgens een afbouwschema) en heb hand- en spandiensten gericht bij diverse kluswerkzaamheden in het project.
  • Competenties & vaardigheden: het samenwerken met het vrijwilligersteam was voor mij heel leerzaam, ik heb in korte tijd veel geleerd over de kansen maar ook bedreigingen van een dierenopvangproject waardoor mijn organisatiebewustzijn groeide, mijn geduld werd her en der op de proef gesteld en natuurlijk heb ik me ook redelijk moeten aanpassen aan de klimatologische omstandigheden en manier van werken in het project. 

Vrijwilligerswerk in het buitenland: Tanzania

  • Wie: Nederlandse vrijwilligster Manouk (32)
  • Wat: Anderhalve maand gewerkt bij een kleine kliniek in Iringa
  • Via wie: Vrijwillig Wereldwijd
  • Bijdrage: omdat ik een medische opleiding en werkervaring had mocht ik veel doen in deze kleine kliniek; ik heb meegeholpen bij de intake van patiënten, ik heb samen met een Tanzaniaanse collega mensen getest en behandeld die besmet waren met het HIV virus, ik heb geassisteerd bij het verstrekken van medicijnen aan patiënten die de kliniek bezochten en ik heb voorlichting gegeven over hygiëne en gezondheid in het algemeen.
  • Competenties & vaardigheden: het was heel anders werken dan in het ziekenhuis waar ik in Nederland werkzaam ben. Dat vroeg bijvoorbeeld veel van mijn flexibiliteit, geduld en aanpassingsvermogen. I heb geleerd professioneel te handelen onder totaal andere omstandigheden dan in Nederland, het samenwerken met het medisch team van de kliniek vond ik heel prettig en omdat ik op zoveel plekken kon assisteren moest ik mijn eigen werkzaamheden plannen, veel meer nog dan in Nederland. Ook ben ik omgevingsbewuster geworden; de leefomstandigheden in de dorpen rondom Iringa bepalen mede de zorgvraag van de patiënten die ons bezochten.

Deel je ervaringen

  • Ben jij je bewust geworden van een groei in bepaalde competenties of vaardigheden, door je vrijwilligersperiode in het buitenland?
  • Heb je daar specifiek op ingezet (je project gekozen juist om bepaalde vaardigheden te verbeteren) of is dat meer onbewust gegaan?
  • Op welke manier pas je hetgeen je geleerd hebt tijdens je periode in het buitenland nu toe in je werk, vrijwilligerswerk of andere activiteiten in Nederland?
  • Deel je ervaringen via een reactie hieronder, of schrijf er zelf een blog over.

Meer lezen over het ontwikkelen van je talenten en vaardigheden

Woordenwolk Projectplanning

7 tips bij het schrijven van een projectaanvraag

Geschatte leestijd: 4 minuten.

Ik volgde net een webinar van Stance van Heijst, van ZorgSubsidieKalender. Wanneer je een projectaanvraag indient bij een fonds of subsidieverstrekker zijn er diverse criteria waarop je aanvraag wordt beoordeeld. Uiteraard zijn deze criteria altijd goed te vinden; immers je moet ze kennen om een goede aanvraag te kunnen schrijven.

Maar, er zijn ook criteria die niet expliciet worden benoemd. Waar let een beoordelaar van je aanvraag nu indirect op? De “zeven tips van Stance”.

1- Wie is dit?

De beoordelaar wil duidelijkheid hebben wíe de aanvraag doet. Maak jezelf dus duidelijk bekend, laat weten wat je expertise is en of je al eerder succesvolle projecten hebt gerund. Geef inzicht in je reputatie en maak ook duidelijk waarom je een interessante partij bent voor het fonds. Geef referenties, zorg dat je website en socials op orde zijn. Bouw aan het vertrouwen!

2- In hoeverre helpt jouw project het fonds of de subsidiegever om hun maatschappelijke doel(en) in te vullen?

Oók het fonds of de subsidieverstrekker heeft een maatschappelijk doel, net als jij als aanvrager. Natuurlijk wil men zien en lezen op welke manier jij met jouw project het fonds helpt om die doelen te verwezenlijken. Leg die link dus uit in je aanvraag, laat zien hoe je project aan de lange termijn doelstelling bijdraagt, stel je op als gelijkwaardig (en dus niet onderdanig) partner. Benoem ook op welke manieren je deelnemers betrokken zijn bij je project: je werkt voor hén, niet voor jezelf en er is duidelijk behoefte aan bij je doelgroep.

Een samenleving waarin niemand er alleen voor staat, doe je mee?

Maatschappelijke doelstelling Oranjefonds

3- Op welke manier levert jouw project het fonds of de subsidiegever goede PR op?

Ook een fonds- of subsidieverstrekker moet gedurende het jaar of bij de jaarrapportage laten zien wat er is bereikt. Dat doet men middels een jaarverslag, op de website of in de eigen social kanalen. Daarvoor zoeken ook zij naar projecten die hen kunnen helpen om bijvoorbeeld met goede foto’s en filmpjes te laten zien wat is bereikt. Vraag je dus af op welke manier(en) jouw resultaten en cijfers de verstrekker kunnen laten stralen. Lever pro-actief materiaal aan en denk dus tijdens je uitvoer al aan het maken van goed beeldmateriaal.

Het VSB fonds maakt het aanvragers makkelijk om de fondsverstrekker in het zonnetje te zetten

4- Is je projectplan makkelijk verteerbaar?

Denk je even in in de positie van de beoordelaar. Die heeft een bureau of mailbox vol met projectaanvragen die allemaal nog moeten worden beoordeeld. Niets zo irritant dus als een projectaanvraag waar niet doorheen is te komen. Heb respect voor de tijd van de lezer van jouw aanvraag; formuleer helder en zo beknopt mogelijk. Maak eens gebruik van tabellen of grafieken in plaats van een lap tekst, voeg foto’s toe en gebruik citaten om je aanvraag lekkerder leesbaar te maken. Bij de meeste fondsen en subsidies volstaat een projectaanvraag van 5 tot 10 a4tjes; tenzij anders aangegeven. Zorg ook voor een goede samenvatting (1 a4 max) en laat je software een autoamatische inhoudsopgave maken.

Ga zorgvuldig om met de tijd van de lezer van je projectaanvraag…

5- In hoeverre kan het project mislukken?

Natuurlijk wordt jouw project een succes. Maar laat in je aanvraag wel zien welke risico’s er zijn in de uitvoer. Inhoudelijk of financieel. Lukt het je bijvoorbeeld om voldoende deelnemers te werven, en wat ga je doen als dat (nog) niet lukt? Welke andere risico’s zijn er, wat is de kans dat dat risico optreedt en wat is de impact daarvan? Welke beheersmaatregelen bereid je voor om om te gaan met die risico’s? Verstop deze risico’s niet voor de beoordelaar, maar benoem ze. Je hoeft er geen twintig op te sommen…dat straalt uit dat de kans groot is dat je project mislukt, maar benoem er wel drie of vier.

6- Wat is de prijs per deelnemer?

Een simpele rekensom: de totale kosten gedeeld door het aantal projectdeelnemers. En/of: de totale kosten gedeeld door het aantal direct of indirect bereikte personen. In hoeverre is deze ‘kostprijs’ te verantwoorden, marktconform? Is het geen enorm duur project voor het resultaat dat je beoogt? Vaak wordt extra gelet op de last van de totale personeelskosten in het project, als percentage van de totale projectkosten. Beoordelaars hebben daar interne criteria voor, opgebouwd vanuit vaak jarenlange ervaring met projecten. Is je project relatief kostbaar? Leg dan goed uit waarom dat zo is en waarom de beoordelaar je project tóch moet goedkeuren. Een voorbeeld van een dergelijke verantwoording kan zijn dat je met relatief dure onderzoekers werkt, experts op jouw vakgebied. Dat verhoogt de kosten, maar levert ook een goed wetenschappelijk inzicht in waar velen uit jouw branche van kunnen profiteren.

De subsidieverstrekker heeft uiteraard een track record opgebouwd in de loop der jaren…

7- Wat vindt de leidinggevende van de beoordelaar van zijn of haar ‘akkoord’?

Heb je de beoordelaar álle info gegeven die relevant is voor jouw project? Is zijn of haar akkoord intern verdedigbaar? Hoe groot is de kans op mislukken van jouw project…een beoordelaar zal best wat risico’s mogen en kunnen nemen, maar teveel mislukte projecten die door hem of haar zijn geaccordeerd is natuurlijk intern geen goed signaal. Schrijf vooral enthousiast, laat zien wat de situatie ‘voor’ en ‘na’ je interventie (je project) is en benoem zo concreet mogelijk de verwachte resultaten.

Deel je ervaringen!

Heb jij projectaanvragen ingediend en ervaring met deze -of andere- wat meer indirecte criteria waarop een aanvraag wordt beoordeeld? Heb je aanvullingen op dit blog? Deel ze in een reactie!

Nieuwsgierig naar Zorgsubsidiekalender?

Het is de grootste fondsen- en subsidiedatabase voor zorg & welzijn.