Samenvatting: De oplossing voor PIJN – Korbmacher

Geschatte leestijd: 19 minuten.

“Voorkomen is beter dan genezen.” Dat is een waarheid als een koe. Maar ook een van de grootste dooddoeners. Want, in de wereld van de chronische pijn, is vooralsnog héél veel aandacht voor dat ‘genezen’ en relatief weinig aandacht voor het voorkomen. Pijnmedicatie, injecties, behandeltherapieën, operaties, neurostimulators: er zijn ontzettend veel medische ingrepen en instrumenten om het pijngehalte naar beneden te krijgen. Maar ik heb in de loop der jaren weinig structureels aangereikt gekregen wat betreft gezonde levensstijl, beweging, voeding, voorlichting over pijn. Ja, op ad-hoc basis wel, of als je het zelf opzoekt, maar niets pro-actiefs op programma-basis vanuit bijvoorbeeld een ziekenhuis, pijnkliniek of overheid. Michael Korbmacher publiceerde een boekje, in print en pdf, dat zich richt op kennis rondom pijn én preventie. In dit blog een samenvatting van “De oplossing voor PIJN”.

Wie is Maikel Korbmacher?

Maikel Korbmacher is afgestudeerd fysiotherapeut en heeft, na een aantal jaren specialisaties, opleidingen en werkplekken (o.a. als fysio in de topsport) in 2008 zijn eigen fysiopraktijk opgericht, Fysiotherapie4ALL. Slogan: “de specialist in pijn”.

Wij willen mensen graag helpen, omdat wij geloven dat elk probleem opgelost kan worden en dat we alle pijnklachten kunnen bestrijden of in ieder geval beduidend verminderen. Want iedereen verdient een pijnvrij leven.

Maikel Korbmacher, in “De oplossing voor PIJN”

Mijn wantrouwen slaat meteen aan als ik dit soort zinnen lees. Terecht of onterecht, maar ik vind het altijd zo ‘goeroe’-achtig klinken. In dit geval had ik dat dus ook, maar werd toch getriggerd om door te lezen omdat Maikel zélf chronisch pijnpatiënt is, of was. Het opzetten en uitbouwen van zijn fysiobedrijf had een duidelijke keerzijde: veel overwerk, veel stress, grenzen continu verleggen. En dat leidde uiteindelijk tot pijn. Veel pijn.

Zodanig veel dat ook Maikel in het traject van onzekerheid, twijfelen aan eigen gesteldheid, ziekenhuizen en diagnoses terecht kwam. “Als je pijnklachten hebt en je weet niet wat de oorzaak is, maakt het je gek. Niemand gelooft je en de onzekerheid slaat toe”. Uiteindelijk inspireerden twee mensen hem om anders te leren kijken naar pijn: wetenschapper en pijnexpert Lorimer Moseley én Wim Hof, die ademhaling, mindset en koudetraining toepast om je immuunsysteem te versterken. Beide mannen lieten hem inzien dat je lijf een enorm zelfherstellend vermogen heeft en dat dáár wellicht juist de sleutel ligt om chronische pijn te verminderen.

In de reeks ‘samenvattingen’ ditmaal de visie van Maikel Korbmacher.

Waarom deze samenvatting?

  • Op het eerste gezicht wordt er nog niet zoveel gepubliceerd over chronische pijn. Zoom je in, dan zijn er in de loop der tijd toch al behoorlijk wat pijnboeken geschreven. Door samenvattingen aan te bieden krijg je grip op wat er zoal verkrijgbaar is…en wat waarde toevoegt aan de kennis die je al hebt.
  • Een samenvatting van een boek is handig voor het snelle overzicht. Om te beoordelen of het de moeite waard is om het hele boek te gaan lezen, lenen of kopen. Een samenvatting is te beknopt om het boek te kunnen vervangen.
  • Een samenvatting van een boek is ook ná het lezen van het volledige boek handig. Je vindt er snel een compleet overzicht, je kan het later nog eens nalezen als bijvoorbeeld de inhoud wat is weggezakt.
  • Een samenvatting bevat uiteraard weinig nuance. Het heeft geen toelichtende anekdotes of voorbeeldverhalen waardoor stof tastbaar wordt. Het heeft geen illustraties…soms zegt één beeld meer dan 1000 woorden. Het heeft geen toelichtende tabellen en het bevat vaak niet de retourvragen aan de lezer, die je aan het denken zetten.

Kortom: Een samenvatting geeft grip, maar is ook altijd beperkt.

Tips bij het lezen van De oplossing voor PIJN

  • Probeer bij alles wat je leest hetgeen je leest op je eigen situatie toe te passen. Wat vind jij van, hoe denk jij over, in hoeverre pas jij al toe wat je leest, in hoeverre wíl je toepassen wat je leest.
  • Uiteraard is de samenvatting deels ook míjn interpretatie van wat ik lees; het zijn de zaken die mij in het boek zijn opgevallen of triggeren die ik opschrijf. Daarmee ben ik verre van volledig, dat is ook niet het doel van de samenvatting. Het kan dus zijn dat jij juist andere zaken haalt uit het oorspronkelijke boek dan ik.
  • De oplossing voor PIJN kan soms wat technisch worden. Maar het is daarnaast goed leesbaar en niet te dik. Ook de technische zaken worden gerelateerd aan pijn. Even doorzetten dus, soms.

Inhoudsopgave De oplossing voor PIJN- Maikel Korbmacher

Ik las de print-editie 2020.

Inleiding

‘Stress’ is de rode draad in ‘De oplossing voor PIJN’. Positieve stress, die nuttig is in bepaalde omstandigheden, maar ook een teveel aan stress, dat belemmert. Homeostase verstoring, ofwel het uit balans raken van je lichaam door een teveel aan prikkels. En die leidt weer tot onder- of juist overbelasting.

Een pijnvrij leven draait om je fysiek, brein en intern milieu.

Er zijn drie factoren van invloed op je algemene gezondheid:

  1. Fysiek: je lichamelijke gesteldheid; de invloed van bewegen en sporten op je uithoudingsvermogen en belastbaarheid.
  2. Intern milieu: alles wat te maken heeft met interne processen in je lichaam; denk aan stofwisseling, ademhaling, hormoonhuishouding.
  3. Brein: de aansturing van je lichaam: idealen, gedachten, gevoelens.

Fysiotherapie4ALL gaat er van uit dat een of meerdere van deze factoren van invloed zijn op klachten als pijn.

Wat is pijn precies?

Pijn is in beginsel een positief signaal met een waarschuwende functie in je lichaam dat er ‘iets mis is’. Bij acute pijn is er een duidelijke oorzaak, een beschadiging. Bij chronische pijn is die schade er veelal niet meer, blijft de pijn zelf prikkels geven aan het systeem en wordt het zenuwstelsel steeds gevoeliger voor prikkels.

Iedereen ervaart pijn anders, reageert anders op dezelfde schade. Blijkbaar is het brein dus van invloed op de wijze waarop je pijn ervaart. Gespannenheid of stress kan je brein sterker activeren en gevoeliger maken. Stressbelasting, fysiek of mentaal, brengt je lijf in een ‘vecht- of vlucht-status’. Adrenaline zorgt ervoor dat je hart sneller gaat kloppen, je bloed sneller gaat stromen. Daarnaast zorgt cortisol ervoor dat je bloedsuiker stijgt en er meer brandstof vrijkomt voor je spieren: vechten of vluchten. Normaal duurt deze situatie vrij kort. Maar bij continue stressbelasting komt je brein niet meer tot rust, blijven je zenuwen en spieren te lang aangespannen. Dat zorgt voor overgevoeligheid en leidt uiteindelijk tot klachten als prikkelbaarheid, overspannenheid, burn-out, depressies, slecht slapen, etc.

Langdurige pijn zorgt ervoor dat je brein deze situatie als ‘normaal’ gaat beschouwen. Je gaat minder ondernemen en bewegen en raakt gefrustreerd. Medische behandelingen helpen niet of niet voldoende. Een neerwaartse spiraal, die tot steeds meer pijnklachten leidt. Mensen denken vaak dat dit proces niet meer om te keren is, maar het zenuwstelsel is flexibeler dan we denken. Door nieuwe ervaringen ontstaan nieuwe verbindingen in je hersenen. Dit werkt ook zo bij pijn.

Maikel kwam door zijn eigen pijnperiode tot het inzicht dat bij chronische pijn soft skills, zoals communicatie, uitleg, voorlichting, haast nog belangrijker waren in zijn werk als fysiotherapeut dan de fysieke, meer technische, handelingen. En dat chronische pijn los staat van weefselschade; dat er schade kan zijn zonder pijn (denk aan de hoeveelheid hernia’s waarbij mensen géén pijn hebben) en pijn zonder weefselschade (‘niets te zien op welke scan of MRI dan ook’). De boeken en lezingen van Moseley leerden hem dat het belangrijkste is er achter komen wáárom je brein je nog beschermt en hoe je deze buffer kunt verkleinen. Maar ook dat bewegen een van de sleutels is: ‘movement is king’. En vooral: dat het tijd kost om je brein opnieuw te trainen.

Fysieke factoren die van invloed zijn op je pijn

Bewegen houdt het bindweefsel gezond en zorgt voor een goede belastbaarheid van spieren, pezen en botten. Daarnaast beïnvloedt bewegen je organen, huid en mentale toestand. Van invloed op dat bindweefsel zijn: uithoudingsvermogen, kracht en belastbaarheid.

Uithoudingsvermogen (cardio)

Uithoudingsvermogen is de capaciteit van zuurstof die het lichaam tijdens de belasting kan volhouden. Zuurstof zet vetten, suikers en eiwitten om in energie. Een goede conditie zorgt voor een beter uithoudingsvermogen en dat zorgt weer voor gezond bindweefsel. Afval- en opbouwproducten worden -bij schade- sneller verwerkt, wat voor een sneller herstel zorgt. Door te trainen gaat je hart efficiënter werken; inactiviteit (bijvoorbeeld door steeds vaker en langer te zitten of liggen) heeft juist een negatieve invloed op je hartfunctie. Dagelijks bewegen en je uithoudingsvermogen verbeteren zorgt er ook voor dat je longfunctie verbetert, waardoor het zuurstoftransport beter verloopt.

Krachttraining

Wanneer je niet actief bent, neemt de productie van spier-, pees-, bot- en kraakbeenweefsel af. Zeker na je dertigste! Juist met krachttraining neemt de belastbaarheid van je lichaam weer toe. Krachttraining kan op verschillende manieren en in verschillende intensiteit. Begin je met krachttraining, dan is dat vaak gericht op krachtuithoudingsvermogen: train je met een lager gewicht dan herhaal je vaker, met een hoger gewicht minder vaak. Je traint het uithoudingsvermogen van je spieren. Maar je kunt ook trainen om de omvang van je spieren, je spiermassa, uit te breiden. Met meer spiermassa kun je dagelijkse activiteiten of zwaardere werkzaamheden beter aan. Het trainen van je rompspieren (‘core stability’) is essentieel om blessures te voorkomen. Maar ook de manier waarop je je oefeningen uitvoert, langzaam of (te) snel, met te veel of te weinig gewicht, met voldoende of te weinig rust, is belangrijk. Begin je met krachttraining, kies dan altijd voor professionele begeleiding.

Voeding, en specifieker de eiwitten die zorgen voor aminozuren, is daarbij belangrijk om spieren op te kunnen bouwen. Juist de combinatie van beweging en de juiste voeding maakt je lijf gevoeliger voor opbouw van je spieren. En dat geldt voor alle leeftijden! Maar beweeg je te weinig, of kies je voor voeding met weinig eiwitten, dan verlies je meer spiermassa dan dat je toevoegt.

Belasting, belastbaarheid

Belastbaarheid is de hoeveelheid belasting (hoeveelheid prikkels) die je lichaam aankan zonder klachten te krijgen. Met training bij een fysiotherapeut is vaak het doel om je belastbaarheid te vergroten, je lichaam sterker te maken. Maar er is ook een keerzijde: stop je weer met de oefeningen of belast je je lijf weer minder, dan verminder je je belastbaarheid weer. Ook onder- of overbelasting kan ervoor zorgen dat je belastbaarheid afneemt. Heel belangrijk bij het trainen van je belastbaarheid is ook voldoende rust en hersteltijd. Krijgt je lichaam te weinig tijd om te herstellen, dan kan je belastbaarheid afnemen in plaats van toenemen.

Door een te eenzijdige belasting van je spieren, bijvoorbeeld door lang te zitten, is er minder doorbloeding van je spieren. Door minder energie kan je spier minder goed aanspannen én ontspannen. Er ontstaan knoopjes en verkrampte spieren.

Hoe het intern milieu van invloed is op je pijn

Alle processen in je lichaam vallen onder het ‘intern milieu’: denk aan zuurstoftransport, stofwisseling, voeding, hormoonhuishouding. Al deze tezamen beïnvloeden je lichaamsevenwicht (homeostase).

Voeding en voedingsstoffen

Voedingsstoffen uit je voeding worden in de darmen omgezet in brandstof.

Koolhydraten (zetmeel en suikers) zijn daarbij een van de belangrijkste voedingsstoffen voor energie. Glucose, bloedsuikers, heeft het lichaam nodig om organen te laten functioneren. Vers fruit, aardappelen, groenten en volkoren producten zorgen voor koolhydraten. Maar krijg je er teveel van binnen, dan worden de koolhydraten omgezet in vet.

Eiwitten (proteïnen, ofwel ketens van aminozuren) zijn eveneens essentieel, voor groei en herstelprocessen. Dierlijke eiwitten zitten in bijvoorbeeld melk, yoghurt, kaas, kip, vleeswaren. Plantaardige eiwitten zitten in o.a. brood, aardappelen, sojaproducten, granen en peulen. Eiwitten werken bijvoorbeeld ook door in het immuunsysteem.

Ook vetten zijn een bron van energie. Vetten zijn brandstof, maar ook zorgen ze voor opbouw van cellen en warmte-isolatie. Verzadigde vetten in dierlijke producten (vlees, melk) zorgen voor een hoger cholesterol (met het dichtslibben van bloedvaten als risico). Onverzadigde vetten in vette vis en olieën zorgen voor een lager cholesterol en beïnvloeden de zenuwfuncties.

Vitaminen en mineralen zijn microvoedingsstoffen. Ze leveren niet zelf energie, maar zijn wel nodig voor het vrijmaken van energie uit vetten, eiwitten en koolhydraten. Daarnaast beïnvloeden ze lichaamsprocessen, zorgen voor opbouw en herstel van weefsel, voor een betere spijsvertering en stofwisseling. Ook werken ze door in het immuunsysteem, gaan dus ziekten tegen.

Voeding is van invloed op je stressniveau. Bijvoorbeeld alcohol en cafeïne, maar ook afslanksupplementen, maken je zenuwstelsel ‘ongeruster’. Hoe meer ‘kleur’ op je bord, hoe beter je de koolhydraten, vetten, eiwitten en vitaminen mixt. Alleen met teveel koolhydraten (brood, koek, etc.) moet je oppassen. Vaak levert het instant bevrediging op, maar daarna juist een lager energieniveau, stemmingswisselingen en méér eetlust.

Ketogeen dieet

Wanneer je voor een langere tijd erg weinig koolhydraten eet en juist veel (gezonde) vetten en eiwitten, gaat je lichaam op zoek naar een andere manier om brandstof te vinden -ook wel ‘staat van ketose’ genoemd. Het lichaam spreekt de vetreserves aan (meer vetverbranding), om spierafbraak tegen te gaan. Je eetlust neemt af, je verliest lichaamsvet en je gezondheid bevordert. Maar, van invloed op pijn: ook worden de zenuwen minder gevoelig en de hersenfunctie verbetert. Je kunt beter nadenken, voelt minder pijn, bent minder moe en hebt minder een hongergevoel.

Een ketogeen dieet heeft voor- en nadelen en is geen wondermiddel. Lees er meer over bij het Voedingscentrum.

Intermittent fasting

Net als bij een ketogeen dieet boots je met intermittent fasting (‘vasten’) voedselschaarste na. Dat kun je tijdelijk doen, of onderdeel maken van een nieuw voedingspatroon. Je haalt als het ware de energie uit je vetreserves. Je celreparatie neemt toe, je ontwikkelt meer spiermassa, je insulinespiegel daalt en geactiveerde genen hebben een positieve invloed op je immuunsysteem. Je leeft langer, valt af, het maakt je hart gezond, vermindert ontstekingen in je lichaam en je hersenfunctie verbetert.

Maar ook hier geldt: het heeft voor- en nadelen en is geen wondermiddel. Lees er meer over bij bijvoorbeeld het Voedingscentrum of bij SoChicken.

Fysiologie van het bindweefsel

Bindweefsel (cellen, vezels, matrix) zit in alle structuren van je lichaam: spieren, botten, pezen, organen, etc. Iedere structuur heeft andere belastingprikkels nodig om te kunnen herstellen. Bindweefsel verbindt weefsels, biedt ondersteuning, slaat energie en mineralen op, transporteert, herstelt en beschermt.

Door actief te bewegen wordt de weefseldoorbloeding verhoogd en neemt zuurstof in de cellen toe. Het draagt bij aan het herstel van bindweefsel. Bij chronische aandoeningen is het extra belangrijk je bindweefsel gezond en fit te houden door voldoende te bewegen, goed te eten (gebalanceerd) en op tijd rust te houden.

Zuurstof

Bij een gezond en fit lichaam hoort voldoende zuurstof. Bij te weinig zuurstof moeten organen veel harder werken en kunnen klachten als hoofdpijn, kortademigheid of coördinatieproblemen ontstaan. Maar ook een juiste PH-waarde (zuurgraad) is essentieel voor een goede gezondheid. Hier komen mineralen bij kijken, zoals calcium en magnesium, die ervoor zorgen dat zuren worden geneutraliseerd. Stress of een verkeerde ademhaling of voeding kunnen er juist voor zorgen dat voorraden mineralen uitgeput raken, dat de PH-balans verstoord raakt. Botontkalking of huidproblemen zijn vaak het gevolg, maar ook pijnklachten, diabetes, fibromyalgie en allergieën zijn gevolgen van verzuring.

Voeding kan zorgen voor verzuring, bijvoorbeeld door alcohol, cafeïne, zuivel. Maar deze zuren zitten bijvoorbeeld ook in (pijn)medicatie en antibiotica. De maag filtert zuur uit de voeding, maar bij een teveel aan zuren (brood, koffie, eieren, kaas, yoghurt etc.) werkt dit niet goed meer. Er worden dan mineralen uit bijvoorbeeld bot- en spierweefsel gehaald om de zuren te neutraliseren, waardoor er problemen op spierniveau kunnen ontstaan. Natuurlijk zijn er ook voedingsmiddelen die juist ontzurend werken, bijvoorbeeld salades, citroen, tomaat, noten.

Door een onbalans van zuurstof en koolzuur uit je ademhaling stijgt de PH-waarde van je bloed. Je lichaam probeert dit te compenseren maar dit kan leiden tot pijnlijke spieren, vermoeidheid, hoofdpijn, maagklachten. Met ademhalingstraining kan je de PH-waarde herstellen.

Hormonen

Hormonen controleren vrijwel alle processen in je lichaam. Ze zijn belangrijk bij groei, stofwisseling en in het immuunsysteem. Ze beïnvloeden je organen, bepalen je energieverbruik, spieropbouw en opslag van vet. Verkeerde voeding, beweging of stress verstoren je hormoonhuishouden.

Homeostase

Vrijwel alle pijnklachten hebben te maken met homeostase, het evenwicht in lichamelijke processen. Interne (conditie bindweefsel, zuurstofwaarde, bloeddruk etc.) en externe factoren (stress, werkdruk, relatie, belastbaarheid) hebben invloed op fysieke klachten.

Stofwisseling

Stofwisseling is nodig om voedingsstoffen om te kunnen zetten in bouwstoffen en energie. Maar ook om afvalstoffen te kunnen verwerken en reserves aan te maken en te gebruiken. Alles aan biochemische processen dat plaatsvindt in cellen valt onder stofwisseling (metabolisme). Het omzetten van koolhydraten, eiwitten en vetten en het afbreken van dode cellen en weefsels voor energie (brandstof, spieractiviteit, warmte, werking van organen) valt onder katabolisme. Het opnemen van voedsel door je lichaam voor energie, groei, voortplanting of het immuunsysteem valt onder anabolisme. Zowel katabolisme als anabolisme vallen dus onder stofwisseling. Vitamines, zuurstof, hormonen en enzymen zijn nodig als hulpstoffen voor de stofwisseling.

De processen in je lichaam zelf hebben energie nodig, het verwarmen van je lijf kost energie en je activiteiten kosten energie. Voor een optimale stofwisseling is voldoende en de juiste voeding essentieel. Maar ook de momenten waarop je je lichaam voedt, de spreiding, is belangrijk.

Medicatie

Pijnstillers maskeren de pijn. Je hebt niet minder pijn, maar je voelt het minder. Het gevaar is dat je over je eigen grenzen heen blijft gaan. Het lichaam zelf heeft ook een pijnstiller: de endorfines. Endorfines blokkeren de pijnsignalen uit de hersenen. Je stimuleert aanmaak en gebruik van endorfines door voldoende te bewegen, door koud te douchen (vermindert stress, remt ontstekingen, bevordert herstel), met een goede nachtrust, met een positieve mindset en via voeding (met name kruiden).

Tips voor een goed intern milieu

  1. Ontbijt met hoge voedingswaarde en goede verteerbaarheid: fruit, groentesap, smoothie
  2. Zorg voor voldoende zuurstof (ademhaling)
  3. Een nooit teveel in één keer: kies voor bv. 5x per dag
  4. Snack met fruit
  5. Vermijd suiker, foute koolhydraten en foute vetten
  6. Laat oppeppers als koffie, chocolade, cola etc. staan
  7. Vermijd strenge diëten
  8. Drink lauw water met citroensap, rooibosthee, minder koffie, geen frisdrank, geen alcohol
  9. Beweeg matig intensief, iedere dag
  10. Breng balans in belasting en belastbaarheid
  11. Stimuleer endorfines door actieve beweging
  12. Kies ook eens voor iets buiten je comfortzone, bv. intermittent fasting

Hoe het brein van invloed is op je pijn

De huidige maatschappij vraagt veel van ons; de stress en werkdruk brengt regelmatig een flinke mentale belasting met zich mee: de psychische factor van stress.

Stress

Stress is spanning op je lichaam. Je hebt chemische stress (gassen, verontreinigingen), mechanische stress (houding, beweging), psychische stress (emotioneel) en thermische stress (oververhitting, koeling). Stress kan functioneel zijn, maar teveel stress is dat niet.

Primaire fysiologische reactie

De lichamelijke reactie op stress is al eeuwen dezelfde: vechten of vluchten. Het lichaam slaat direct alarm, adrenaline en noradrenaline komen vrij. Je hartslag verhoogt, je ademhaling versnelt, je huidbloedvaten trekken samen, je bloed wordt dikker en je gaat meer zweten.

Secundaire fysiologische reactie

Na de eerste lichamelijke reactie slaat het tweede stress-systeem aan. Het cortisol-hormoon verhoogt je bloedsuikerspiegel voor extra brandstof en het onderdrukt de activiteit van het immuunsysteem: alle energie moet richting de vecht-of-vlucht reactie.

Pas ná de bedreigende ervaring geeft je lichaam eventuele pijn of vermoeidheid aan, pas als het lichaam weer ‘veilig’ is. In de huidige praktijk kan dat best lang duren; denk aan het ziek worden tijdens de zomervakantie of pas na pensionering. Ondertussen stel je jezelf dus continu bloot aan stress en blijft je lichaam in de overlevingstand.

Waar vroeger vooral sprake was van acute stress, is er tegenwoordig meer chronische stress: steeds vaker terugkerende (relatief vaak kleinere) stressmomenten. Ook perfectionisme, piekeren of bezig zijn met reacties van anderen zijn voorbeelden van zulke momenten. Zeker als die momenten voortduren, niet worden afgerond met herstel, gaat je lichamelijke en mentale conditie steeds verder achteruit.

Lichamelijke stress herken je aan bv. slaapproblemen, chronische vermoeidheid, duizeligheid of hoofdpijn. Psychische symptomen zijn bv. snelle irritatie, weinig zelfrespect, problemen met concentratie of veel klagen en zuchten. Ook mensen die zeggen ‘niet zonder stress te kunnen’ zitten in een neerwaartse spiraal, ze hebben behoefte aan adrenaline en endorfine, maar kampen tegelijkertijd met een verhoogde cortisolspiegel.

Hoe ontkom je aan stress?

  1. Bedenk een uitweg, liefst iets fysieks. Ga wandelen of fietsen, of boksen.
  2. Maak zaken voorspelbaar. Je eerste lezing is nog vol stress, je tiende meestal niet meer.
  3. Bouw controle en eigen regie in. Plan een pauze, praat in plaats van pieker.
  4. Laat los, daar waar je geen controle hebt of krijgt.

Bewustwording

Onderzoek je stress en/of andere klachten, word je bewust van de factoren die er voor zorgen. Als je de aanleiding of oorzaak kent, kun je een oplossing zoeken.

Conditionering

  • Klassieke conditionering: goed gedrag belonen, slecht gedrag bestraffen: we passen het zowel bij dieren als mensen toe.
  • Operante conditionering: gedrag wordt beloond of gestraft en vervolgens vertoon je gewenst of niet-gewenst gedrag. Je leert daarmee van je gedrag en de beloning.

Ook bij pijn werkt het zo: geconditioneerde pijngerelateerde angst. Als een bepaalde beweging altijd pijn oproept, ga je die beweging vermijden. Tegenwoordig denkt men dat niet alleen de angst voor de pijn een signaal van ‘gevaar’ is voor je lichaam en brein, maar ook al het vermijdingsgedrag zelf. De oplossing hiervoor is dat je niet gedrag gaat vermijden, maar juist je grenzen gaat opzoeken. Bijvoorbeeld: juist gaan bewegen i.p.v. beweging vermijden.

Slapen

Tijdens je slaap herstelt je lichaam. Spieren ontspannen, je ademhaling, hartslag en hersenactiviteit vertragen. Niet het aantal uur telt, maar de kwaliteit en regelmaat van de slaap. Te weinig slaap zorgt voor een verminderde belastbaarheid; je cortisolspiegel daalt niet genoeg. En daardoor vermindert ook weer je vermogen om in slaap te vallen en de hoeveelheid diepe slaap: een vicieuze cirkel.

Slapen, hard werken om je cortisolspiegel omlaag te krijgen…

Coördinatie

Je brein coördineert de samenwerking tussen spieren en tussen spieren en organen. Raakt die coördinatie verstoord, dan levert dat lichamelijke klachten op. Bewegen, trainen en oefenen leert je brein zich weer aan te passen.

Aandacht, gedachten en emoties

  • Aandacht: als je gefocust bent en blijft op pijn, kun je de pijn die je ervaart erger maken. Maar ook: als je de pijn aanvaardt, er geen oordeel aan verbindt, voel je ook minder pijn.
  • Gedachten: met je gedachten kun je de pijn erger maken, catastroferen. Benader je de pijn positiever, of minder negatief, dan voel je ook minder pijn.
  • Emoties: Emoties zijn van invloed op je spierspanning. Door onverwerkte pijn is het voor het zenuwstelsel moeilijk om terug te keren naar de normale, ontspannen staat. Maar: los je de emotionele blokkade op, dan geef je je lichaam het signaal dat het kan gaan herstellen.

Autonome zenuwstelsel

Het animale zenuwstelsel regelt houding en beweging. Het staat onder invloed van de wil en maakt het mogelijk om bewust actie te ondernemen.

Het autonome zenuwstelsel staat niet onder invloed van die wil, reguleert belangrijke lichaamsprocessen. Het sympathische autonome zenuwstelsel is actief tijdens alle momenten gedurende de dag wanneer je in actie komt: werk, wandeling, sport, etc. Het versnelt je hartslag, spant je spieren aan, maakt je ademhaling of bloedsomloop sneller. In rust of tijdens je slaap werkt je parasympathische autonome zenuwstelsel. Het zorgt voor een tragere hartslag en bloeddruk, voor vertering, spierontspanning en opslag van voedingsstoffen.

Bij stress is het sympathisch zenuwstelsel overactief en kan het parasympathisch zenuwstelsel het lichaam niet tot rust brengen; hetgeen voor overbelasting zorgt. En daardoor ontstaan zowel lichamelijke klachten (ziektes, ontstekingen, blessures) als mentale klachten (overspannenheid, burn-out, angsten). Als dit lang duurt kom je in een ‘freeze’ modus terecht (dus niet meer vechten of vluchten).

Door te werken aan de band tussen je lichaam en je geest kan je de ‘nervus vagus’ activeren, de langste meest complexe zenuw in je lichaam die je brein met de belangrijkste organen verbindt. Dit bereik je door bv. yoga, mindfulness, meditatie maar ook door te zingen of met acupunctuur. Met een actieve nervus vagus komt je lichaam weer meer toe aan rust en herstel en neemt je belastbaarheid langzaam weer toe.

Medicatie en pijn

Pijnstillers kunnen snel doorwerken op je pijn, maar nemen niet de oorzaak weg. En: je hebt er meestal steeds meer van nodig plus er zijn allerlei bijwerkingen.

Alternatieven op pijnstillende medicatie: beweging, gezonde voeding, natuurlijke pijnstilling (CBD-olie etc,), ademhalingstechniek, rust, een betere balans in belastbaarheid.

Je fysiek, intern milieu én je brein beïnvloeden pijn

Je eigen lichaam heeft een groot herstellend vermogen. Artsen, therapeuten en medicijnen kunnen ondersteunen, maar je moet het uiteindelijk zelf doen. Maar hoe doe je dat nu?

Maikel Korbmacher vat samen:

Fysiek

  • plan rust in tussen je verschillende activiteiten
  • zorg voor voldoende beweging: uithoudingsvermogen en kracht
  • hierdoor verbetert je stofwisseling, maak je hormonen aan waardoor je je goed voelt, waarmee je meer energie krijgt, minder pijn voelt, een betere balans krijgt en zuurstof efficiënter wordt getransporteerd

Intern milieu

  • eet veel groentes en fruit
  • beperk de koolhydraten
  • vermijd slechte vetten
  • probeer af en toe intermittent fasting uit
  • slik geen medicatie maar gebruik natuurlijke producten

Brein

  • kies voor een positieve mindset en positieve leefstijl
  • geniet van de mensen en dingen om je heen
  • plan leuke activiteiten
  • er is meer mogelijk dan je denkt

Is dat makkelijk? Nee. Maar wanneer je de regie terugneemt over jouw lichaam en weer zelfredzaam wordt, met ondersteuning van een coach/begeleider, herstel je het evenwicht en verminder je je pijnklachten. Geen ‘quick fix’, maar wel een mogelijke duurzame oplossing van je pijn.

Wij geloven dat er voor ieder probleem een oplossing is, dus er is meer mogelijk dan je denkt

Maikel Korbmacher, De oplossing voor PIJN, 2020

Deel je ervaringen

Wat ik vind van “De oplossing voor PIJN”?

Ik vind het geen makkelijk boek, op sommige momenten zelfs erg technisch. Je kunt zien dat het geschreven is door een fysiotherapeut die inzoomt op technische aspecten van het lichaam. Maar het bevat regelmatig wel de vertaling naar ‘wat betekent dit nu voor je pijn of andere klachten’. Los van of je de inhoud van alle processen nu precies snapt, zet het wel aan het denken over bijvoorbeeld voeding en beweging. Ik snap nu meer wáárom bepaalde beweging goed is, waarom bijvoorbeeld krachttraining goed is tegen pijn, etc. Welke gevolgen de oefeningen die ik twee keer per week braaf uitvoer bij de fysio nu precies hebben in mijn lijf. Wáárom voeding van invloed kan zijn op pijn, en hoe dat werkt. Welke elementen een rol spelen rondom de invloed van je brein op pijn.

De claim “De oplossing voor pijn” is natuurlijk erg sterk, triggerend bedoeld. Want dé oplossing, die is er niet. Maar het boek legt wel op een uitvoerige manier de link tussen fysieke en breinprocessen en klachten als chronische pijn.

Lezenswaardig dus voor iedereen die de processen achter zijn of haar pijnklachten beter wil begrijpen.

  • Ervaar jij dat bijvoorbeeld je voeding van invloed is op de gejaagdheid in je lichaam, het stresslevel? Zo ja, op welke manier?
  • Doe jij, al dan niet trouw, regelmatig oefeningen gericht op kracht en uithoudingsvermogen? En zo ja, doe je dat thuis of in een fitnesscentrum? Wat zijn je ervaringen?
  • Welke genoemde onderdelen van je geest, je brein, zorgen bij jou vooral voor meer of minder pijn? Ervaar je veel stress, slik je uitgebreide pijnmedicatie, of slaap je slecht? Of alledrie?
  • Hoe kijk jij naar de mind-body boodschap van Maikel Korbmacher, met ook wel elementen uit het bio-psycho-sociale model? Ervaar jij jouw pijn ook echt als voortkomend uit een combinatie van die drie onderdelen?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Meer lezen

Ik maak regelmatig samenvattingen van boeken over chronische pijn, vanuit een streven naar meer kennisdeling en het makkelijk toegankelijk maken van informatie. Je vindt ze in het blogmagazine Chronische pijn.

“De oplossing voor PIJN” is tegen betaling te bestellen via Fysiotherapie4ALL. Er is regelmatig een kortingsactie. Je kunt je gegevens tevens achterlaten als je periodieke updates wilt ontvangen (nieuwsbrief). Ook geeft men andere e-boeken uit, over bijvoorbeeld Gezonde voeding en over de principes van Fitness & Training.

  • Maikel Korbmacher geeft regelmatig lezingen en webinars. Laat je gegevens (naam en e-mailadres) achter op de website van Fysiotherapie4ALL om een webinar te volgen.
  • Maikel Korbmacher is geïnspireerd door de boeken van Dr. Lorimer Moseley. Zie bv. het e-book (augustus 2020) “Explain Pain”.
  • Een ander persoon die Korbmacher heeft geïnspireerd is Wim Hof. Bekend van de ‘Wim Hof Methode‘, sterk gericht op het beheersen van je ademhaling, op koude training en op mindset/commitment.
  • Korbmacher noemt ook de documentaire ‘Heal’, over de genezende krachten van je geest. O.a. te zien op Netflix.

Op weg naar integrale zorg: sta jij als patiënt al centraal?

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Chronische pijn moet worden benaderd vanuit een integrale visie. Betrokken disciplines dienen structureel samen te werken met een heldere verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Daarbij is er in het bijzonder aandacht voor de regiefunctie van de patiënt, deze staat centraal. De integrale visie heeft als uitgangspunt dat chronische pijn een gedefinieerde ziekte is, waarbij preventie en professionele behandeling zijn geboden. Dit besef moet doordringen in alle maatschappelijke lagen en kringen.

Een mooi uitgangspunt. Vind je niet?

Maar hóe dan?

PAIN, de Pijnalliantie in Nederland, heeft bovenstaande visie op haar website staan.

Tekst is geduldig.

Ik klik door naar de doelstelling.

Het verhogen van de kwaliteit van leven van mensen met pijn, door ervoor te zorgen dat deze mensen minder pijn hebben en minder beperkingen ervaren. Daarmee nemen ook de maatschappelijke en economische gevolgen van pijn af.

Website Pijnalliantie

Mooi. Echt. Maar hóe dan?

Ik lees dat PAIN, de Pijnalliantie een samenwerkingsverband is van 11 beroepsverenigingen én het samenwerkingsverband Pijnpatiëntennaar1stem, waarin alle pijn-patiëntenverenigingen verenigd zijn. Een flinke club van betrokken verenigingen bij elkaar, dus. Daarbij is PAIN de Nederlandse vertegenwoordiging in EFIC, de Europese Pijnfederatie. De organisatie is in 2017 ontstaan vanuit voorlopers als de Dutch Pain Society (2010) en de Nederlandse Vereniging ter bestudering van Pijn (1975). Nog jong dus, maar ook niet helemaal ‘vanuit het niets’ begonnen.

Ik klik door naar de uitwerking van de doelstelling in doelstellings-activiteiten:

  1. Het ontwikkelen van interdisciplinaire richtlijnen en zorgstandaarden, voor preventie, diagnostiek en behandeling van pijn, gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten
  2. Het opnemen van pijnherkenning, pijndiagnostiek en -behandeling in de curricula van medische, paramedische, perimedische en verpleegkundige opleidingen zodat iedereen dezelfde taal spreekt rondom pijn.
  3. Voorlichting en educatie van patiënten en diens omgeving
  4. Chronische pijn op de maatschappelijke en politieke agenda gepositioneerd zodat structureel beleid ontstaat.
  5. Interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek naar pijn mogelijk maken

Ok. Er worden richtlijnen en zorgstandaarden opgesteld. Er komt meer aandacht voor pijn in het medische onderwijs. Pijnpatiënten en aanverwanten worden beter voorgelicht. De politiek wordt gemobiliseerd. En er zal meer onderzoek naar pijn volgen.

Stuk voor stuk mooie plannen. Echt, zonder cynisme.

Alleen nu mét cynisme: ik heb er tussen globaal 2012 en 2020 nog zo bizar weinig van gemerkt.

Niemand voerde de regie in mijn pijndossier. Ja, ikzelf. Ik reisde langs allerlei eilandjes, medisch, para-medisch. En soms simpelweg gewoon vaag. Mijn pijn is niet verbeterd. Maar ik heb ook niet geprofiteerd van praktische voorlichting. Of een betere maatschappelijke positie, doordat de politiek voor mij als pijnpatiënt opkwam.

Gewoon, niet.

Tekst is geduldig.

Niet helemaal eerlijk van mij natuurlijk, want de Pijnalliantie PAIN is pas sinds 2017 actief. Anderzijds, ook voorlopers van PAIN spraken over ‘de patiënt centraal’, ‘multidisciplinaire benadering van pijn’ en integrale zorg. Ik vond een artikel uit 1994 (!) in Trouw (zie Meer lezen), waarin al volop werd gesproken over medische én meer mentale benadering van pijn, met meer kennis over pijn voor de pijnpatiënt. Had ik daar dan vanaf 2012 (toen mijn pijn weer toenam) en zelfs al vanaf 1993 (eerste hernia), niet íets meer over moeten horen?

Nu kan ik natuurlijk niet achter de schermen kijken. Misschien is “pijn” tegenwoordig al wel een meer centraal onderwerp in de opleidingen geneeskunde en gezondheidswetenschappen. Misschien wordt áchter de schermen wel al druk interdisciplinair overlegd over mij als pijnpatiënt. Misschien is er allerlei wetenschappelijk onderzoek naar pijn in Nederland gaande waar ik niet van weet. Misschien. Alleen, als patiënt weet ik het niet. En de signalen die ik her en der opvang, wijzen nog niet in die richting.

Zorgstandaard Chronische Pijn

Ik zoom eens in op een van die zorgstandaarden, nl. de Zorgstandaard Chronische Pijn. Ik lees online bij de Pijnalliantie:

Na de totstandkoming van de Zorgstandaard Chroniche Pijn is deze op 13 november 2019 door de betrokken partijen aangeboden bij het Zorginstituut Nederland voor opname in het openbaar register. Op 11 februari 2020 heeft de Raad van Bestuur besloten tot opname van de zorgstandaard, omdat deze voldoet aan alle relevante criteria van het Toetsingskader. Het Zorginsitituut vindt het van belang dat de multidisciplinaire leidraad, als onderdeel van de implementatieagenda, daardwerkelijk wordt ontwikkeld. Binnen de PA!N wordt hieraan reeds gewerkt.

Het klinkt allemaal nogal ambtelijk en bestuurlijk. En dat zal ook wel nodig zijn, zo gaan die dingen. Maar wat merkt een pijnpatiënt als ik nu in de dagelijkse praktijk van de multidisciplinaire leidraad als onderdeel van de implementatieagenda? En hoe wordt daar dan concreet aan gewerkt?

In de nieuwssectie op de website van de Pijnalliantie lees ik over het feit dat het pijncongres is verzet naar 2021. Dat er internationaal een EFIC Virtual Pain Summit wordt gehouden. Dat PAIN en EFIC een On the Move campagne gaan lanceren, om de pijnpatiënt meer te laten bewegen. Ter voorkoming van meer? pijn. En dat er een prijs is uitgereikt voor iets rondom een ‘poster’presentatie over pijn.

Maar ik lees niet over wat men nu concreet aan het doen is om een van de vijf doelstellingen te bereiken. Of in ieder geval stappen te zetten daarin. Leg het nu eens uit, denk ik als leek dan, in gewone patiënten-taal.

Campagne-filmpje On The Move: bewegen als oplossing voor pijn

Zorgstandaard in de praktijk van een pijnpatiënt

Oké, laten we verder inzoomen. Ik ga naar de patiëntenpagina op de website van de Alliantie. Naast basisuitleg over wat pijn is, en dat er meerdere dimensies aan pijn zijn (bio-psycho-sociaal model), kan ik doorklikken naar de Zorgstandaard.

Het stepped care model staat centraal in de pijnbehandeling, aldus de Zorgstandaard.

Step 1: Goede voorlichting en zelfzorg (?) om te voorkomen dat acute pijn chronisch wordt.

Mijn status: helaas, het is tóch gebeurd. Ik heb de voorlichting gemist destijds en niet geprofiteerd van mijn eigen zelfzorg (?). Mijn pijn is al chronisch geworden.

Step 2: Minst intensieve zorg door huisarts of bv. fysio.

Mijn status: tja, mijn alleraardigste huisarts heeft me ooit wel basis pijnstilling voorgeschreven, maar dat is al lang geleden. En inderdaad, ik ben bij verschillende fysio’s geweest. Been there, done that, geen oplossing.

Step 3: Behandeling waarbij huisarts/fysio overlegt met specialist.

Mijn status: van overleg was geen sprake. Wel van een standaard verwijsbrief, zoals dat al tientallen jaren zo gaat. Als het ene eilandje klaar is, zonder resultaat, gaan we door naar het andere eilandje. De specialist. Ook ik ben daar geweest. Maar niet doordat zij nou zo intensief samen overlegden over mijn situatie.

Step 4: Een team van de medisch specialist, psycholoog, psychiater, pijnconsulent en/of andere gespecialiseerde behandelaar gaat behandelen.

Mijn status: Ja, behalve de psychiater ben ik bij allemaal langs geweest. Maar niet omdat zij nou zo samenwerkten aan mijn behandeling, vanuit multidisciplinair overleg of zo. Ik ging wederom eilandje voor eilandje af. Met mezelf als procesregisseur, soms in overleg met de huisarts. Maar vaak vroeg ik zelf om verwijzing.

Er was gewoon geen sprake van een ‘team’. Ook niet van ‘integrale zorg’, of van een ‘individueel zorgplan’ of een ‘casemanager’. Dat had ik trouwens wél graag gewild. Iemand die in alle stappen met me meedenkt en meekijkt. Maar dat was nou net het probleem: zo’n persoon was er niet. Ondanks de Zorgstandaard. En de huisarts, die had gewoon te weinig kennis over chronische pijn. Geeft ‘ie zelf ook toe hoor, en dat begrijp ik ook. Het is echt een specialisme.

Wat dat betreft is het stepped care model, in ieder geval nu, nog niets nieuws. Je begint bij jezelf, als dat niets oplevert ga je naar de huisarts en fysio, als dat niets oplevert stuurt de huisarts je naar een specialist, en als die het niet weet ga je kijken naar andere opties als psycholoog of ‘complementair behandelaar’ (alternatieve therapie). Dat ging al zo in 1993, dat gaat nu nog zo. Het verschil zou ‘m juist moeten zitten in het onderlinge overleg, in het sámen met jou en elkaar zoeken naar de voor jou best werkende oplossingen. Althans, ‘oplossing’…volgens Bart Morlion is die er gewoon niet. Meer: ‘hoe maak je je leven mét pijn zo aangenaam mogelijk’.

Nog even over de Health Deal Chronische Pijn

De Health Deal Chronische Pijn. Nog zo’n uitgebreid, heel helder opgesteld, document waarin allerlei partijen, waaronder de Pijnalliantie, streven naar meer integrale zorg. Maar de Deal is ook bedoeld als ‘hefboom voor startende innovatieve ideeën op het gebied van chronische pijn’. “Iedereen die er toe doet bij elkaar, samen sterker en sneller meer ontwikkelen.” Echt een goed uitgangsdocument, waarvan je als geïnteresseerde pijnpatiënt hoop krijgt dat zaken echt veranderd zullen worden.

In 2016 was men er heel actief mee bezig. Met (regionale) overlegstructuren die uiteindelijk leidden tot het opstellen en ondertekenen van de Deal. In 2017 idem.

Maar daarna…wordt het stil rondom die deal. Wat is er gebeurd?

De Health Deal is ondertekend door Samenwerkingsverband Pijnpatiënten naar één stem, CIR, de Vogellanden, Realhealth, Sint Maartenskliniek, Radboudumc, Pijncentrum UMCG, Aratame Health, Diakonessenhuis, Landelijk Netwerk Oefentherapeuten Chronische Pijn, VUmc, Zilveren Kruis, HINQ, Happy Motion, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Economische Zaken en Klimaat. De Health Deal staat ook open voor andere geïnteresseerde partijen.

Ik leg contact met een van de overkoepelende partijen in die tijd: Pijnpatiëntennaar1Stem. Ik geef uiteraard complimenten ten aanzien van de samenwerkingsdrive, uniek in deze toch vaak wat bureaucratische wereld (denk ik). Überhaupt zoveel partijen bij elkaar aan tafel krijgen is een hele prestatie.

Maar ik stel ook vragen. Wat is de huidige status omtrent de deal? Wat is de status van de beoogde ‘regionale implementatie’ van de deal? En in hoeverre zijn de doelstellingen van aantoonbare gezondheidswinst bij de pijnpatiënt en 20% lagere zorgkosten al goed op weg? Is er inderdaad meer subsidiegeld voor onderzoek naar pijn geregeld? Welke e-Health toepassingen zijn er gefaciliteerd? En hoe staat het met de beoogde functie van ‘ketenregisseur’? Is er eigenlijk een eindevaluatie van het project geweest?

De voorzitter van PWS, Pijnpatiëntennaar1Stem, reageert keurig. Maar helaas niet zoals ik gehoopt had.

(…) De samenwerking met VWS is na 3 jaar beëindigd, zoals de afspraak was. Ook is niet gerealiseerd kunnen worden dat er financiering kwam om het samenwerken meer vorm en inhoud te geven. Her en der in het land zijn nog zogenaamde Health Deals actief in regionale samenwerkingsverbanden. Het vraagt alleen nog meer tijd voordat er resultaten te zien zijn. We kunnen dus zeggen dat het resultaat wat beoogd was slechts op kleine schaal is gerealiseerd in betere samenwerking. Er is geen onderzoek geweest naar zorgwinst en lagere onkosten. Al met al is het proces erg moeilijk geweest. (…)

Het project blijkt veel op “vrijwilligersbasis” te hebben gedraaid, zonder financiering vanuit de opdrachtgever, het ministerie van VWS. Er is nog steeds een ronkende pagina op de site van het ministerie te vinden, maar de praktijk van de pijnpatiënt van alledag staat nog mijlenver van al het moois dat op de site en in de Health Deal wordt aangekondigd.

Voorlopige conclusie

Misschien ben ik gewoon nog te vroeg. Gaat zo’n ‘individueel zorgplan’, ‘casemanager’ en die ‘integrale zorg’ er op het gebied van chronische pijn echt wel komen.

Ik gun het toekomstig pijnpatiënten van harte. Het scheelt zoveel geregel, zoveel niet-met-elkaar-communicerende eilandjes. Zoveel bureaucratie. En hopelijk ook een beetje pijn.

‘Leg het nu eens uit in gewone mensentaal’, denk ik de laatste tijd vaak. Maak informatie centraal beschikbaar in de taal van de pijnpatiënt. Nuttige, actuele én praktisch ingestoken informatie, waar je als patiënt stappen verder mee komt. Of, als je nog helemaal aan het beginpunt van je pijncarrière staat, waarmee je sneller wegwijs wordt in de wereld van chronische pijn.

Ik zou het verwachten bij de Pijnalliantie, als “de grote op pijn gerichte club van Nederland”. Immers, ook patiëntenverenigingen maken, via Pijnpatiëntennaar1Stem, deel uit van de Pijnalliantie. Maar ik vind er, los van wat uitleg over wat pijn is, geen patiënteninformatie in patiënten’taal’. En zelfs ook als ik naar de website van Pijnpatiëntennaar1Stem ga vind ik de écht nuttige en praktisch ingestelde informatie over pijn en pijnbeleving niet. Maar zélfs als ik doorga naar de website van Pijn-Hoop, dé patiëntenorganisatie voor mensen met pijn zonder helder -of zonder nog actueel- achterliggend ziektebeeld, vind ik alleen verouderde informatie in een verouderde look&feel. En een wat ouderwets aandoend gedrukt magazine, dat je tegen een lidmaatschap per post thuisgestuurd krijgt. Niet meer ‘van deze tijd’. Dat doen de patiëntenverenigingen die zich wél op een specifiek ziektebeeld richten, zoals fibromyalgie, hoofdpijn of dwarslaesie, duidelijk beter.

Wellicht liggen er plannen bij Pijn-Hoop voor de toekomst. En misschien moet ik, samen met wat andere ‘jongeren’ (haha!) gewoon mee gaan doen. Want cynisch roepen vanaf de zijlijn leidt sowieso tot niets constructiefs. Maar ik weet bij de bestaande partijen gewoon niet zo goed waar, bij wie, en met wie, te beginnen. Ik hou niet van vergaderen (…) en bureaucratie. En ik heb pijn, chronische nog wel, dus ben zo onbetrouwbaar qua inzetbaarheid. Of was dát nou net onderdeel van het thema?

Oké, één ideetje dan.

Een “pijnomgeving” in het centrale online patiëntdossier.
(is dát er nou trouwens al??).

Ik heb in 10 jaar tijd bij zo’n 25 behandelaren zó vaak mijn verhaal moeten vertellen, dat ik er ’s nachts over droom. Hoe heerlijk zou het zijn dat je je pijndossier, je geschiedenis, je diagnoses, je pijnscores, je medicatie, je historie aan behandelen, etc. allemaal op één online plek kan bewaren. En vanuit die omgeving met een paar klikken en vinkjes delen uit dat dossier deelt met je volgende behandelaar, psycholoog of specialist. Op-maat-gemaakt voor “pijn”, met specifieke vragen gericht op chronische pijn.

Ik weet het, innovatie en ict, het duurt járen voordat zoiets geregeld is.
En het kost vele miljoenen om systemen überhaupt met elkaar te laten praten.

Wie het weet hoe nu verder te gaan, of wat er achter de schermen allemaal wél aan vorderingen zijn, mag het zeggen. Via de reacties hieronder, graag. Of neem contact met me op.

Er is hoop!

Op de valreep tijdens het schrijven van dit blogartikel vind ik op de site Zorginzicht (van het Zorginstituut Nederland) online twee nieuwe, in 2019 ontwikkelde, instrumenten:

  • De ‘Implementatie-agenda Zorgstandaard Chronische Pijn’
  • De ‘concept-netwerkindicator voor ketensamenwerking bij de Zorgstandaard Chronische Pijn’

Ofwel: een instrument waarmee stapsgewijs de zorgstandaard kan worden doorgevoerd bij zorgaanbieders én een instrument waarmee gecheckt kan worden óf er al conform de standaard zorg wordt aangeboden. Ik moet de documenten nog verder doorlezen, maar het lijkt een volgende stap te zijn rondom de Zorgstandaard.

Als pijnpatiënt zou het best handig kunnen zijn om te kunnen zien wie er volgens de nieuwste maatstaven van integrale zorg werkt. Dan kan je daar bewuster voor kiezen, of niet. Als de criteria helder zijn en ook duidelijk is hóe men dan op die manier werkt, niet alleen óf. Alleen: wie gaat dat dan allemaal uitzoeken, en bijhouden? Kwaliteit van een zorgaanbieder is natuurlijk iets dynamisch, niet iets dat je op één moment meet.

En voor wie er helemaal in wil duiken, nog een overzichtsdocument van bij de opstelling van de Zorgstandaard betrokken partijen en bij welk onderdeel zij hebben deelgenomen en/of akkoord gegeven:

Daarnaast ben ik samen met een groepje pijnpatiënten, in de leeftijd 30 t/m bijna 70, aan het sparren over het met nieuwe energie gaan ondersteunen van Pijn-Hoop (als die behoefte er is). Of, iets nieuws beginnen wat betreft een patiëntenplatform/community/vereniging gericht op chronische pijn als op zichzelf staande ziekte. Met de multidisciplinaire benadering en het bio-pyscho-sociale model (‘lichaam, geest en sociale omstandigheden hebben invloed op pijn’) als uitgangspunten. We zijn aan het verkennen.

Er gebeurt een hoop in de wereld van chronische pijn, dat is duidelijk.

Deel je ervaringen

  • Heb jij als pijnpatiënt ervaringen met de Zorgstandaard Chronische Pijn of de Health Deal Chronische Pijn? Ervaar jij al een meer integrale zorg, met een goede regisseur die je meeneemt in het proces? Met artsen, behandelaars, psychologen e.d. die wél al met elkaar én met jou doorlopend overleggen over jouw ‘case’?

Binnen een revalidatieprogramma dat ik volgde in 2019 merkte ik voor het eerst iets dergelijks, er was overleg tussen collega’s van diverse disciplines. Alleen kreeg ik dan weer niets te horen over de inhoud van dat overleg.

  • Heb jij wellicht meegewerkt aan het opstellen van een van de standaarden en input dat het ‘achter de schermen’ wel degelijk tot verbetering heeft geleid?
  • Of heb je goede ideeën hoe de zorg voor jou als pijnpatiënt beter, efficiënter, of met minder verspilling van middelen georganiseerd zou kunnen worden?

Deel je ervaringen en gedachten via de reacties hieronder.

Meer lezen

Ik schreef al eerder over de Zorgstandaard Chronische Pijn en over multidisciplinaire behandelprogramma’s.

  • Kijk eens rond op de website van de Pijnalliantie, met onderdelen voor pijnpatiënten en zorgprofessionals. De impact van pijn is overweldigend: 20% van de Nederlanders heeft chronische pijn, 30% langer dan 2 jaar, 18% heeft matige tot hevige pijn. Kijk voor deze en andere facts op de factsheet van de Pijnalliantie:

  • Al in 1994 werd gesproken over een zorg aan pijnpatiënten waarbij het medisch-technische gecombineerd zou worden met het meer psychische aspect. Dat is…ruim 25 jaar geleden!
  • Lees een nieuwsbericht over een regionale uitwerking (‘living lab’) van de Health Deal in en om Arnhem/Nijmegen. Daarin wordt ook gesproken over de doelstellingen om de kosten van de pijnzorg omlaag te krijgen en de aangeboden zorg meer beheersbaar te maken.
  • Een van de laatste uitgaven van het Tijdschrift PIJN van de Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn (NVBP), nr. 39 uit 2009, vind je hieronder. Hierna ging de organisatie op in de Dutch Pain Society (vanaf 2010), die in 2017 weer overging in PAIN, Nederlandse Pijnalliantie.
‘Living labs’ en regionale bijeenkomsten om te komen tot een meer integrale pijnzorg: zorgverzekeraars, beleidsmedewerkers, patiëntenverenigingen en beroepsverenigingen samen aan tafel.

Muziek is van invloed op je lijf, geest en welzijn

Geschatte leestijd: 10 minuten.

Een ronkende kop, afgelopen weekend in het Algemeen Dagblad.

“Waarom je in coronatijd baat kunt hebben bij een flinke portie Rammstein”.

Algemeen Dagblad 31-10-2020

Rammstein?

Ja, deze:

Maar het mag ook Bruce Springsteen, AC/DC, Mozart of Nick & Simon zijn hoor. Geen probleem. Het AD is niet zo moeilijk, en mijn muzieksmaak is al helemaal breed. Van klassiek tot smartlap, zeg maar.

Het gaat er in het artikel om dat mensen muziek benutten, soms zelfs aangrijpen, als middel van troost in onzekere tijden. Voorbeelden te over in coronatijd: het zingen op de Italiaanse en Spaanse balkonnetjes, het klappen en zingen in Nederland, Engeland en vele andere landen voor de zorgsector, enzovoort.

Knuffelhormoon

Neuropsycholoog Erik Scherder kan er natuurlijk prachtig over vertellen. Ik wou dat ik 10% van zijn presentatietechnieken bezat; die man neemt je mee in een verhaal. Vanuit de wetenschap is er wel eens kritiek op hem, dat hij de zaken versimpeld voorstelt, maar kom op. In de wetenschap kun je wel vanuit je ivoren wetenschapstoren met subsidiegeld je onderzoeken uitvoeren (en ja, dat heeft zeker nut!), maar ik vind het mooi én wenselijk dat resultaten uit die onderzoeken ook vertaald worden in gewone-mensen-taal. Dat doet alles voor het draagvlak voor (wetenschappelijk) onderzoek.

Professor Scherder is er helder over. Mensen gaan zingen omdat dat emotie oproept en oxytocine vrijmaakt, het ‘knuffelhormoon’. Voel je emotie, dan gaat er haast automatisch een prikkel naar de nabijgelegen motorische gebieden in je hersenen; dat zorgt ervoor dat je als vanzelf de neiging hebt om te bewegen en dansen (dat laatste geldt dan weer niet voor mij, muzikanten dansen niet). Bespeel je een instrument, dan gebeurt er helemáál veel tegelijkertijd in je hersenen. Motorisch, visueel (bladmuziek), auditief (horen van geluid).

Luisteren, meezingen of zelf spelen: muziek verrijkt je hersenen, laat je lichaam bewegen, maakt emoties los en zorgt voor een prettig gevoel. Niet gek toch, dat juist in bange, donkere dagen ‘waarin een virus de wereld bedreigt’, mensen naar muziek grijpen als houvast.

Onderzoek muziek in coronatijd

Maar waarom grijpen er -wereldwijd- nu zóveel mensen naar muziek als instrument in moeilijke tijden? En wat is eigenlijk precies dat effect van muziek op ons welzijn, op onze gezondheid?

Onderzoeker dr. Rebecca Schaefer doet namens de Universiteit Leiden al langer onderzoek naar de effecten van muziek op de hersenen. Samen met Prof. Roni Granot van de Hebrew University of Jerusalem, die daar een eigen muziekafdeling heeft, doet Schaefer nu internationaal (in 13 landen en in 8 talen) onderzoek naar het effect van muziek op het welzijn van mensen in coronatijd.

Doe mee!

Op het moment van schrijven (november 2020) kun je nog meedoen aan het onderzoek van Schaefer en Granot.

Ik heb de vragenlijst inmiddels ingevuld. Niet heel moeilijk; soms moet je even een momentje nadenken over een bepaalde vraag.

Leuk is dat je aan het eind van de vragenlijst met een klein rapportje inzicht krijgt in je persoonlijk profiel. Gebaseerd op de ‘Big 5’ dimensies van de persoonlijkheidstheorie: extraversie, vriendelijkheid, consciëntieusheid (wat een prachtig woord), emotionele stabiliteit en openheid naar nieuwe ervaringen.

Oké, even kort dan. Mijn scores ten opzichte van alle respondenten:

Mijn scoreGemiddelde score
Extraversie44.44
Vriendelijkheid75.23
Consciëntieusheid5.55.40
Emotionele stabiliteit6.54.83
Openheid naar nieuwe ervaringen5.55.38

Dus. Ik kan me er wel in vinden 😉

Maar we hadden het over de invloed van muziek

Muziek is een van de krachtigste middelen om emoties op te roepen. Dat weet ik, als emotioneel stabiele (haha!), als geen ander. Muziek triggert mijn emoties, ik schreef er al eens eerder over. Je kunt jezelf met muziek heel goed in een bepaalde emotie brengen. Maar ook Scherder en Schaefer roepen het tegen iedereen die maar wil horen. Prof. Scherder pleit niet voor niets voor herintroductie van het muziekonderwijs op scholen. Goed voor de concentratie, voor de ontwikkeling van de hersenen én voor het welzijn en onderlinge welbevinden van veel leerlingen.

Tal van onderzoeken ‘bewijzen’ de positieve invloed van muziek op het brein en gedrag. Het mooie aan muziek is ook dat het het héle brein weet te activeren. Elk element, zoals ritme, klank, melodie en harmonie, beïnvloedt een specifiek deel van de hersenen. Er gebeurt van alles tegelijk in de hersenen. Bij positieve herinneringen door de muziek komt er dopamine vrij, we benoemden het al eerder in dit artikel. Maar muziek is ook een relatief veilige manier om negatieve gevoelens te verkennen. Muziek kan troost bieden, maar uiteindelijk ook weer afleiden. Muziek kan ook inspireren, energie geven, bijvoorbeeld om een (top)sportprestatie te behalen.

Afbeelding: Mark Reijntjens, eerder opgenomen in een AD artikel over de invloed van muziek

Muziek als verbindende factor in alle leeftijdsfasen

De University of Sheffield, eveneens betrokken bij het internationale onderzoek naar hoe mensen ‘muziek’ inzetten tijdens de corona pandemie, heeft per leeftijdsfase onderzocht wat muziek toevoegt aan het welzijn van mensen. Het onderzoekscentrum Music Mind Machine (een project binnen de University of Sheffield) biedt een platform voor onderzoekers en studenten om muzikale ervaringen vanuit een interdisciplinair perspectief te onderzoeken, waarbij theorieën en methoden uit muziek, psychologie, sociale wetenschappen en computerwetenschappen worden gecombineerd. Onderzoek dat in het centrum wordt uitgevoerd, is zowel fundamenteel als toegepast.

Baby’s – 3 jaar oud

Effecten van muziek:

  • emoties herkennen
  • bewustwording van je lichaam
  • gedrag reguleren

3 tot 5 jaar oud

Effecten van muziek:

  • de lol van muziek als verbinder tussen mensen ontdekken
  • emoties reguleren
  • verbeelding met muziek
  • routines ontdekken met muziek

Tieners

Effecten van muziek:

  • met name het reguleren van emoties: boosheid, gevoelens van overweldiging
  • muziek als gezelschap: bijvoorbeeld wanneer je je wat alleen voelt
  • muziek gebruiken om met beide benen op de grond te blijven
  • muziek gebruiken om sociale interactie met leeftijdsgenoten te stimuleren

Volwassenen

Effecten van muziek:

  • nieuwe vaardigheden ontdekken door muziek
  • met muziek je doel in het leven (her)ontdekken en je identiteit ontwikkelen
  • sociale verbinding leggen met anderen door muziek in groepsverband te ondergaan of zelf te spelen
  • muziek verbinden aan belangrijke gebeurtenissen, waardoor je je later deze momenten, plaatsen en relaties met mensen beter herinnert

Muziek in de gezondheidszorg

De invloed van muziek in de gezondheidszorg is groot. Beter gezegd: kán groot en nog veel groter zijn dan nu.

Een prachtige toepassing is natuurlijk het werk van Muziekids; ik schreef er al vaak over. Kinderen en jongeren afleiden door samen muziek te maken: muziek draagt op allerlei manieren bij aan het welzijn van kids in ziekenhuizen en klinieken. Muziek ontspant, is een vorm van tijdverdrijf, biedt afleiding en soms ook troost.

Maar muziek zorgt er ook voor dat er na een operatie minder pijnmedicatie nodig is. Muziek biedt ontspanning voor dementerende ouderen, bijvoorbeeld bij angst of onrust. Muziek verandert de sfeer op een afdeling in een ziekenhuis of verzorgingstehuis, leidt mensen in positieve zin af en brengt hen mentaal vaak in een positievere stemming. Muziek heeft invloed op vitale functies van premature baby’s, vergroot de kans op overleven.

Joanne Loewy, directeur van het Louis Armstrong Centre voor muziektherapie in Mount Sinai ziekenhuis (New York) verwoordt het als volgt:

“Music therapy offers the best medicine against pain. Clinically indicated ánd cost effective. No side effects.”

Joanna Loewy

Het Mount Sinai heeft zúlke goede ervaringen met muziektherapie, dat het een speciale afdeling, het Louis Armstrong Centre of Music Therapy, heeft vormgegeven. Vanuit daar worden dagelijks muzieksessies uitgevoerd op de Intensive Care, in het moeder&kind centrum, op de uitslaapkamers, op de afdeling neonatologie, bij oncologie, rondom de gezinszorg, op de afdeling voor pijnmedicatie en in het hospice. Maar er wordt ook gemusiceerd in de wachtruimtes en lobby’s van het ziekenhuis.

Muziek als onderdeel van de Nederlandse gezondheidszorg

Ook in Nederland zijn diverse artsen en arts-onderzoekers inmiddels specifiek met onderzoek naar de inzet van muziek en muziektherapie bezig.

Hans Jeekel

…is hoogleraar chirurgie en was eerder hoofd van de afdeling chirurgie van het Erasmus MC (Rotterdam). Hij startte een speciale foundation: Muziek als Medicijn. De stichting zet in op brede introductie van muziek als duurzame behandelingsvorm:

Door het uitvoeren van systematische literatuuranalyses en kwalitatief hoogstaand klinisch onderzoek draagt de onderzoeksgroep bij aan de wetenschappelijke kennis over de werking en de toepassingen van muziek met als doel om de muziek als behandeling in de reguliere zorg de plaats te geven die haar toekomt. 

Arie Bos

…werkt bij UMCG aan wetenschappelijke onderbouwing van de inzet van muziektherapie op de kinderafdeling. Als afdelingshoofd van de afdeling neonatologie initieert hij eind 2018 experimenten met muziektherapie voor zieke pas geboren kinderen. Live muziek blijkt direct zichtbaar te zorgen voor meer rust (ademhaling, hartslag) bij de kindjes, bijvoorbeeld als er bloed wordt geprikt of wanneer ze gescheiden zijn van de moeder. Ook stimuleert muziek de ontwikkeling van de hersenen. Live muziek werkt duidelijk beter dan een mp3 of radio: al musicerend kan de therapeut direct inspelen op gedrag en reactie van de baby’s. En: het is veel minder ingrijpend dan bijvoorbeeld het toedienen van extra kalmerende medicatie.

Artur Jaschke

…is onderzoeker klinische Neuromusicologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en gastonderzoeker cognitieve muziek neurowetenschappen op de afdeling Neonatale Intensive Care van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Jaschke is onder andere betrokken bij onderzoek naar de inzet van muziektherapie in de zorg, werkt mee aan de ontwikkeling van meetmethodes voor het meten van effecten van muziekinterventies in die zorg en doet onderzoek naar de inzet van muziek op de intensive care. Daarnaast doet hij mee in theatercolleges van Miracles of Music.

Pim Giel

…doet al jaren onderzoek naar de inzet van muziek in de zelf-, mantel- en professionele zorg. Met ‘zijn’ stichting en team Miracles of Music heeft hij een film geproduceerd, worden theatershows gegeven, muziekmeetings georganiseerd (educatief programma voor verzorgers) en is er een periodiek congres over muziek en muziektherapie.

Er is nog zo weinig bekend

Dat muziek een invloed heeft op ieders welbevinden, dat ligt zo voor de hand. (Haast) iedereen ervaart het (bijna) dagelijks, zowel in de privésfeer als binnen en buiten de zorgsector. Het geluid rondom de invloed van muziek op je welzijn en gezondheid wordt sterker. Er komt meer en meer (media-)aandacht voor deze invloed.

In 2016 werd een, denk ik, prachtig landelijk congres georganiseerd rondom de inzet van muziek in de zorg. “Denk ik”, want ik was er -helaas- niet bij.

Gelukkig hebben we de programmafolder nog 🙂

En een sfeer-impressie van een voorgaande editie.

2016 was voor mij een intensief medisch jaar, waarin ik die kracht van muziek graag binnen de muren had gehad van de ziekenhuizen die ik bezocht, of waar ik werd geopereerd. Maar ik heb het destijds niet gevonden.

De aandacht voor muziek op welzijn binnen en buiten de zorg neemt dus toe. Maar tegelijkertijd wordt die kracht, die waarde, nog zo weinig gebruikt. Dat wat er wordt aangeboden of georganiseerd zijn in mijn ogen mooie! incidenten, ad-hoc activiteiten. De afdelingen “muziektherapie” in ziekenhuizen zijn allang weer wegbezuinigd. Dat wat in de USA in allerlei ziekenhuizen duurzaam verankerd is, vindt hier geen financiering. Waarom lukt het hier in Nederland nog niet, terwijl muziek aantoonbaar levens van mensen beïnvloedt? Zelfs overlevingskansen bevordert (te vroeg geboren baby’s), behandeling en verblijf in ziekenhuizen en klinieken makkelijker maakt (Muziekids), mensen minder pijnmedicatie laat innemen of de laatste levensjaren (van iemand met dementie) verzacht? Mensen door grote crises (corona) heen trekt?

Een paar factoren, denk ik dan als ‘leek’.

  1. Aandacht. De structurele inzet van muziek is nog niet zo bekend. Iedereen ervaart het, maar veelal in privésfeer.
  2. Geld. Stichtingen die actief zijn met muziek in de zorg moeten beroep doen op fondsen en adhoc subsidies, waardoor ontwikkeling niet zo snel gaat als gewenst. Er is geen structurele financiering.
  3. Prioriteit. Een ziekenhuis heeft wel wat anders aan z’n hoofd dan ‘lekker muziek maken’. Zeker nu in coronatijd. Maar precies hier gaat het ook fout: het is niet ‘een beetje muziek maken’, het is overleven, verzachten, het betekent een lagere bloeddruk, minder medicatie. Keiharde feiten, naar mijn idee.
  4. Gebrek aan bewijs. Er is nog zo weinig wetenschappelijk bewijs. Onderzoek op dit terrein staat nog in de kinderschoenen. Althans, in Nederland, want in de USA is men al veel verder. Haal dát dan naar Nederland, denk ik dan simpel. Als het effect met wetenschappelijk bewijs al elders is aangetoond, waarom moet het dan hier in Nederland allemaal opnieuw?
  5. (Gebrek aan) samenwerking. Ieder voor zich. En ja, samenwerken is moeilijk. Ieder heeft een eigen belang, eigen projecten, eigen onderzoek, een eigen opdracht. Daar overheen stappen is heel moeilijk, zeker als je afhankelijk bent van (dat beetje) financiering. Maar krachten bundelen betekent, als het goed is, uiteindelijk meer bereiken.

Ik ben benieuwd waar we over vijf, over tien jaar staan. Of Rebecca, Erik, Hans, Arie, Artur, Robbert (van Muziekids, red.), Pim en al die anderen elkaar meer hebben weten te vinden.

Ik hoop het mee te maken. Over tien jaar ben ik 56. Dan kan ik minstens nóg eens tien jaar genieten van al die effecten van muziek, op mijn eigen welzijn en dat van anderen. Buiten, maar vooral ook bínnen de gezondheidszorg.

Better Days Are Coming

Laten we afsluiten met muziek. Springsteen zingt in Better days over betere tijden die aanbreken. In de song toegepast op een relatie, maar ik pas ‘m gewoon -met een dichterlijke vrijheid- toe op betere tijden voor muziek in de gezondheidszorg. En op betere tijden post-corona, natuurlijk.

Deel je ervaringen

“Welke muziek wil je graag horen?” De arts keek me vriendelijk aan, maar wilde duidelijk wel een antwoord. Ik was enigszins gespannen, er zou zodadelijk een flinke injectienaald de zenuwen van mijn rug ingaan. Een ‘epiduraaltje’, in vaktermen. “Springsteen”, antwoordde ik zonder enige twijfel. Natuurlijk. En zo geschiede. “Goede keuze, die horen we niet zo heel vaak”, zei de arts nog, al glimlachend. Daarna gaf ik me over aan de mij o zo bekende rockende beats. En aan de injectiespuit. Het was zo gepiept, het duurde maar een paar Springsteen-nummers lang. Dát is de kracht van muziek.

  • Op welke manier gebruik jij muziek om je beter te voelen? Of om dichter bij je emoties te komen?
  • Welke muziek luister je als je je blij voelt? En als je somber of verdrietig bent? Welke muziek laat je ontspannen? En bij welke muziek kun je goed werken of studeren?
  • Heb jij een favoriet liedje in deze corona-periode? Iets dat je specifiek door deze tijden loodst?
  • Op welke manier(en) heb jij wel eens met muziek in de zorg te maken gehad?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Ik schreef al eens een blog over de invloed van muziek op de concentratie van kinderen en jongeren.
  • Dokters van Morgen besteedde eind 2019 een uitzending aan de werking van muziek in de gezondheidszorg. Zeker kijken, als je in het onderwerp geïnteresseerd bent!
  • Meer weten over Muziekids of Muziek als Medicijn?
  • Terugluisteren: radio-item met Arie Bos (UMCG) over muziektherapie bij zieke baby’s.
  • Duik eens in het Music Mind Machine project van de University of Sheffield; je vindt er diverse publicaties, podcasts, video’s en je kunt deelnemen als vrijwilliger, onderzoeker, eventdeelnemer of (muziek)student.
  • Welke rol speelt muziektherapie, al sinds de jaren ’90, in het Mount Sinai ziekenhuis in New York? Het Louis Armstrong Department van dat ziekenhuis maakte er een filmpje over. Verspreid over de USA werken al ruim 5.000 mensen als muziektherapeut!

Coverfoto: met dank aan ACMF, de Australian Children’s Music Foundation

Koreman’s Limoncello: ‘wereld’beroemde Bredase citroenlikeur

Geschatte leestijd: 8 minuten.

Citroen. En limoen. Ik hou er van. Dat is begonnen in Guatemala. Ik was er in 1995 voor mijn stage aan de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer. Ik heb toen ontzettend veel heel lekker fruit mogen eten, maar vooral ontdekte ik de smaak van limoen. Dat had destijds ook een alcoholisch tintje; ik woonde in het huis van een wat rijkere Amerikaanse vrouw, die al jaren in Guatemala Ciudad woonde, de hoofdstad. En zij…hield wel van een glaasje rum. Daar ging dan veel ijs in, en uiteraard limoen. Ik heb wat glaasjes genuttigd destijds. Maar limoen was ook een basisingrediënt in veel Guatemalteekse gerechten. Voor mij staat limoen, en terug in Nederland ook de beter verkrijgbare citroen, sindsdien altijd gelijk aan de prachtige geuren en kleuren van Guatemala. Enkele jaren terug ontdekte ik het drankje Limocello, de zuid-Italiaanse citroenlikeur. Een paar maanden geleden las ik over Koreman’s limoncello; initiatief van de Bredase ondernemers Thom en Frank. Lees je mee in hun mooie verhaal?

Limoncello

Drink ‘m ijs- en ijskoud. Het is de slogan van Jägermeister, maar geldt evenzo voor Limoncello. En ijskoude drankjes, naast citroen nog een favoriet van mij.

In de regio rond Napels heeft elke Italiaanse mama haar eigen recept voor de beste limoncello. Maar, los van het recept, staat of valt een goede limoncello met de kwaliteit van de citroenen. Én met de manier van schillen van de citroen: het is de truc om zoveel mogelijk van de gele schil, maar niet! het witte eronder, te schillen. Het wit is bitter en komt de smaak niet ten goede.

De basis van het recept van limoncello is heel simpel, een combinatie van citroenschil, pure alcohol (96%), water en suiker. Naast de kwaliteit van de citroenen en de manier van schillen gaat het om de juiste combinatie, hoeveelheid en timing van de vier ingrediënten om een zo optimaal mogelijk resultaat te bereiken. Een echte limoncello heeft een stevig alcoholpercentage, rond de 30%. Dat maakt het frisse drankje ook best verraderlijk. De hoeveelheid suiker die je gebruikt bepaalt het uiteindelijke alcoholpercentage. Het mengsel van citroenschillen en alcohol moet zo’n 3 weken in een koele donkere ruimte rijpen.

Gebroeders Koreman

Een tijdje terug hoorde ik over het verhaal van Thom en Frank Koreman.

Twee Bredase jongens uit een echt bourgondisch ondernemersgezin. Met een moeder met een delicatessenzaak en een vader met een eigen zaak in de kantoorautomatisering werd ‘ondernemen’ letterlijk met de paplepel ingegoten. Vanuit de delicatessenzaak kwamen goede wijnen en echte kazen vanzelf en vaak op tafel, bij een van de vele zakelijke of familie-feestjes. Tijdens een van de wijnreizen die de familie maakte kregen ze een uiteraard ‘geheim’ recept van limoncello. Toen Thom en Frank op een Nederlands terras een glaasje limoncello dronken, moesten ze terugdenken aan dat recept. Wat als ze het zelf zouden proberen, en dan beter als dit fabrieksdrankje?

Het idee was snel geboren, voor de uitvoer namen ze de tijd. Als ware laboranten gingen Thom en Frank vervolgens experimenteren met het uit Italië verkregen recept. De juiste kwaliteit citroenen, variëren met het alcoholpercentage (uiteindelijk 31%), ja zelfs het type schilmesje varieert omdat ook de citroenvorm niet altijd dezelfde is.

De eerste afzet zijn gebottelde flessen die ze cadeau doen aan vrienden en bekenden. De eerste bestellingen volgen al snel in de familie- en vriendenkring, tot het moment dat het al om tientallen gaat. Er wordt geïnvesteerd in apparatuur om de productie op te schroeven en uiteindelijk volgt in 2020 een eigen kantoor- en productiepand. Koreman’s limoncello is geboren. Er gaan dan al 500 tot 600 flessen per maand de deur en webshop uit, de productie is een in jaar tijd al drie keer verdubbeld. Dat gaat zeker in het begin van een bedrijf natuurlijk sowieso hard. Vlak voor corona volgt een eerste bestelling uit China; een bijzonder interessante groeimarkt.

Ondertussen runt Thom ook nog een financieel adviesbureau en is Frank actief als coach en consultant op het gebied van ict, organisatie en marketing. Geen verkeerde vaardigheden, voor een eigen bedrijf. Ook over de marketing is goed nagedacht met een eigen webshop én deals met streng geselecteerde slijterijen en horeca, gericht op persoonlijke advisering.

Eigen boomgaard: Koreman’s Famiglia

Thom en Frank denken duurzaam. Voor de limoncello is de schil van de citroen nodig, maar…wat doe je dan met de citroen zelf? Er wordt een deal gesloten met ijsbereider/chocolatier Nagelkerke uit Oudenbosch, die blij is met het citroensap. Het sap wordt verwerkt in vers citroenijs (had ik al gezegd dat ik ook ijsliefhebber ben?!), maar ook in chocolade-bonbons: de limoncello bonbon! Het ‘bittere wit’ van de schil is eveneens afval, maar zonde om weg te gooien. Onderzocht wordt of het ‘afval’ verkocht kan worden aan fabrikanten van zeep of veevoeder. Of -ik denk hardop- wellicht kan het bedrijf van mijn oom, Eco-Point in West-Brabant, er wel wat mee in het kader van haar ecologische onderhoud- en reinigingsproducten? Er wordt daar al gewerkt met sinaasappel, melkzuur, bladgroen, kokosnoot ingrediënten én…citroenzuur.

Juist omdat de kwaliteit van de citroenen zo belangrijk is, ontstaat het idee van een eigen citroenboomgaard.

Het doel? Een geheel Hollandse limoncello, met een eigen citroenboomgaard in Nederland.

Gebroeders Koreman

Onder de naam Koreman’s Famiglia (Familie Koreman) vindt crowdfunding plaats om een eigen citroenboomgaard te realiseren, zodat nóg meer grip is op de kwaliteit van de citroenen. Als co-funder adopteer je je eigen citroenboompje. De Koremans gaan het boompje opvoeden en zorgen dat er een mooie oogst van komt. Van de oogsten wordt een limited edition limoncello gemaakt, die de eerste drie jaar verdeeld wordt onder alle tuinders. En vind je het leuk, dan kan je als schilmeester zelf komen schillen!

Prijswinnende limoncello & toekomst

Alsof het (bijna) niets is wordt ‘tussen de bedrijven door’ een zilveren medaille gewonnen op de International Wine & Spirits Competition 2020. The International Wine & Spirit Competition, een internationale competitie op het gebied van wijnen en gedistilleerde dranken, heeft als doel om excellentie te belonen. Een jury van experts selecteert de beste producten door middel van een blindproeverij en een technische keuring. Ook in 2020 werden er dranken van over de hele wereld ingezonden. Per categorie worden een bronzen, zilveren en gouden medaille uitgereikt. Koreman´s Limoncello ging er vandoor met een zilveren medaille.

Inmiddels is er eveneens een koffielikeur ontwikkeld, en er zitten nog meer smaken aan te komen. “Een eigen bubbel” lijkt de heren ook wel leuk. En die eigen citroenboomgaard, die moet er natuurlijk komen.

Alles uiteraard binnen de ondernemende familie-tradities:

  • ambachtelijk
  • zo vers mogelijk
  • en zo rechtstreeks mogelijk gedistribueerd.

Het lijkt wel een reclamespot.

Mijn ervaring met Koreman’s limoncello

Een mooi verhaal vind ik het, van deze Bredase ondernemers. Een verhaal met een mooie toekomst, zo hoop ik.

Maar: wat vind ik nu van hun limoncello? Het antwoord volgt binnenkort. Door het succes van de eerste helft van 2020 en de diverse media-aandacht ging het ineens hard met de flessen limoncello. Zó hard, dat het drankje even lastiger te krijgen was.

Maar, inmiddels draait de productie weer op volle toeren en heb ik een eerste fles te pakken, via de slijterij bij Jumbo XL, bij het NAC stadion.

Deze staat nu ijs-en-ijskoud te worden, zodat ‘ie binnenkort geproefd kan worden. Even wegdromen, terug naar de limoenen en citroenen in het Guatemala van 1995.

Ik wil voorstellen om dat proeven te doen met een klein groepje vrienden én buurtgenoten; het ‘toeval’ wil dat we onze gezamenlijke app-groep al jarenlang de ‘Limoncello crew’ noemen. Een naam bedacht tijdens een geslaagde en zeer gezellige (lees nog maar eens terug over dat alcoholpercentage) proefsessie limoncello in 2012.

Glaasje proeven? Je bent van harte welkom in Breda.

Zelf limoncello maken?

Omdat het basisrecept zo eenvoudig is, is het heel leuk om eens zelf limoncello te maken. Zo kreeg ik voor een verjaardag eens een volledig pakket met limoncello-ingrediënten, inclusief recept. Tot mijn schande moet ik toegeven dat het er nog nooit van gekomen is om zelf aan de slag te gaan…

De kwaliteit van Koreman’s zal je niet meteen evenaren, maar ga gewoon eens experimenteren. Het is makkelijk om te doen, je moet alleen wat geduld hebben. Met maar 4 ingrediënten maak je in ongeveer 5 weken tijd een heerlijke eigengemaakte limoncello.

(basisrecept: met dank aan slijterij Gall)

Wat heb je er voor nodig:

  • 1 liter pure alcohol 
  • 1 liter water
  • 7 citroenen
  • 800 gram suiker 
  • Tools: dunschiller en een weckpot 

hoe maak je het:

  1. Was de citroenen goed en droog ze af
  2. Schil de citroenen zo dun mogelijk. Probeer geen wit van de citroen mee te schillen, dit maakt de limoncello bitter van smaak
  3. Doe de schillen in een weckpot en schenk de pure alcohol (of wodka) erbij
  4. Dek de pot af en zet deze 3 weken op een donkere, koele plek
  5. Breng na 3 weken een pan met suiker en water aan de kook
  6. Roer tot de suiker helemaal is opgelost en laat het suikerwater afkoelen
  7. Giet daarna het suikerwater bij de met citroenschillen gevulde alcohol
  8. Zeef het geheel
  9. Schenk de limoncello in een fles. Sluit de fles goed af en zet deze op een koele, donkere plek
  10. Je kunt de limoncello 1 of 2 weken op smaak laten komen, daarna is hij klaar om van te genieten! 

Tip: Ongeopende limoncello is wel 4 tot 6 maanden houdbaar. Je kan deze op een donkere koele plek bewaren of in de vriezer.

Recepten met Koreman’s limoncello

Van een dadeltaart tot een limoncello apple gin herfst bramble, van een moccarum tot blue vintage cocktail en van een corona lemon ‘quarantini’ cocktail tot een traditioneel Italiaans dessert met passievrucht: Koreman’s limoncello combineert goed in allerlei recepten.

Op het Koreman’s blog en op de social media kanalen vind je verschillende verrassende limoncello recepten.

Dit bericht bekijken op Instagram

Koreman’s Limoncello smaakt op zichzelf al geweldig, maar heb je het al eens geprobeerd te mixen in een cocktail? 🍹⁠ Zoals onze heerlijke Lemon Quarantini, gemaakt door de Deense cocktailshaker @cocktailpete. ⁠ ⁠ ⁠⠀ Zelf uitproberen? Volg onderstaande link voor het volledige recept https://www.koremanslimoncello.nl/post/lemon-quarantini-virtual-happy-hour ⬅️⬅️⁠⠀ 🇬🇧 The Koreman’s Limoncello tastes amazing on its own but have you thought of trying it as part of a cocktail?🍹⁠ Let us introduce to you the Lemon Quarantini created by the Danish cocktail shaker @cocktailpete. ⁠ ⁠ ⁠⠀ Interested in recreating it? ⁠ Follow the link below for the full recipe https://www.koremanslimoncello.nl/post/lemon-quarantini-virtual-happy-hour ⬅️⬅️⁠ ⁠ ⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ .⁠⠀ #cocktail #limoncello #lemon #koremanslimoncello #cocktailrecipe #tasty #delicious #easyrecipe #lemony ⁠ #limoncello #likeur #drinks #lemon #cocktails #cocktailgram #cocktailrecipe #ginspiration #homebar #drinksrecipe #liqueur #cheers #koremanbrothers #liqueurs #homemade #bourgondisch #ginandtonic #gincocktails #instadrinks #quarantini #thuisaandeborrel

Een bericht gedeeld door Koreman’s (@koreman_s) op

Deel je ervaringen

Wat ik nog een beetje mis in de marketing- en communicatie van de Koreman broers, is het authentieke verhaal van de limoncello. De Italiaanse geschiedenis, de citroenboomgaarden in Amalfi en Sorrento, in de Zuid-Italiaanse regio Campania; de oeroude familierecepturen die van generatie op generatie door werden gegeven. Oké, het drankje is 100% Bredaas, maar leunt op een oude Italiaanse traditie.

  • Hou jij van citroenlikeur? Zo ja, welk merk drink je regelmatig?
  • Ken je de Koreman’s limoncello toevallig al?
  • Heb jij ook een favoriet drankje, en zo ja: welke?

Deel je gedachten en ervaringen via de reacties onderaan.

Ps alcohol en chronische pijn, medicatie? Mwah, niet zo’n goede combi. Ik drink alcohol tegenwoordig dus zeker met mate!

Meer lezen

Ik schrijf regelmatig over wereldburgerschap en internationaal ondernemende Nederlanders.

Zelf limoncello maken? Lees de basic tips in het e-book van Ben Mazzola en voorkom dat je er na een aantal weken achterkomt dat je limoncello productie in de soep loopt door een eenvoudig te voorkomen fout of misrekening…

Nieuw onderzoek naar medicinale cannabis

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Éen miljoen negenhonderdduizend euro, oftewel €1.900.000! Wat een geld. Maar, in onderzoeksland is dit nu ook weer niet zó’n enorm bedrag. LUMC, het Leids Universitair Medisch Centrum, sleepte vorige week een mooie onderzoekssubsidie in de wacht voor uitbreiding van het onderzoek naar de inzet van medicinale cannabis voor (chronische) pijn. Het bericht schoot voorbij op Twitter, maar ik plukte ‘m er gelukkig tussenuit.

Was het wel een “gelukkig” feit dat ik deze tweet er tussenuit plukte? Mwah, dat weet ik niet. Tien jaar redelijk nutteloze behandelings- en therapie-ervaring sloopt de hoge verwachtingen er wel uit. Anderzijds, ik vind het altijd prettig om te lezen en kennis op te bouwen omtrent ‘nieuwe’ ontwikkelingen op het gebied van chronische pijn.

Hoe zat het ook al weer, THC, CBD en cannabis?

Ik schreef al eerder een vrij uitgebreid blog over het gebruik van THC en CBD voor het dempen van chronische pijn. En Anna Raymann van Boek-en-Steun schreef al in 2017 een zo mogelijk nóg veelomvattender artikel over (medicinale) cannabis. Een vriendelijker, natuurlijk middel dan bijvoorbeeld opiaten, morfine. Maar ook een product met veel haken en ogen, zo blijkt.

THC (tetrahydrocannabinol) is het bestanddeel van de cannabisplant dat met name pijndempend werkt, maar waar je ook high van wordt (de reden waarvoor veel gebruikers wiet gebruiken). CBD (cannabidiol) werkt ontspannend, kalmerend, zonder die highfactor. En in een bepaalde verhouding THC en CBD doet CBD de high-werking van THC weer teniet.

Er is veel op de markt, niet via de formele kanalen -want officieel is het gebruik boven een bepaald percentage werkzame THC stof niet toegestaan. En wetenschappelijk is het effect nog niet onderzocht, dus zoals zo vaak: dan past het niet binnen de reguliere wetenschap. Ook al hebben pijnpatiënten er in meer of mindere mate baat bij, het placebo effect meegerekend.

Effect van cannabis op chronische zenuwpijn

Juist daarom vind ik het zo fijn dat het LUMC, in samenwerking met het CHDR (Centre for Human Drug Research), nu nieuw wetenschappelijk onderzoek gaat doen of medicinale cannabis pijnstilling geeft voor patiënten met zenuwpijn. 

Let wel, patiënten met zenuwpijn. Die ziekte betreft dus maar een deel van de patiënten met chronische pijn. In een eerdere studie deed men bijvoorbeeld al onderzoek naar het effect van medicinale cannabis op patiënten met fybromyalgie. De conclusie was toen, in 2018, dat cannabis met een hoog THC-gehalte (tetrahydrocannabinol) effectief is als pijnbestrijding bij fibromyalgie. Patiënten ervaarden bij het gebruik van twee THC-cannabisproducten significant minder drukpijn in vergelijking met het placebo, dat ze ook kregen toegediend. 

Nieuw onderzoek LUMC

In het onderzoek dat het LUMC en het CHDR met de verkregen subsidie gaan opstarten, wordt voor het eerst heel gericht gekeken naar de vraag hoe tetrahydrocannabinol (THC) en cannabidiol (CBD) patiënten met chronische zenuwpijn kunnen helpen. Patiënten met zenuwpijn zijn nu nog vaak aangewezen op pijnverlichtende opiaten, maar ook bijvoorbeeld antidepressiva. Middelen die vaak maar weinig of zelfs niet helpen voor de pijn, maar wel allerlei vervelende bijwerkingen kennen.

In de studie gaat ook specifiek worden onderzocht in welke verhouding de bestanddelen THC en CBD het beste werken op de zenuwpijn. Het onderzoek vindt plaats in verschillende fasen, te beginnen in de eerste helft van 2021. De beste verhouding THC/CBD wordt onderzocht bij gezonde personen; gekeken wordt welke hoeveelheid CBD nodig is om het ‘high worden’ effect van THC (het bestanddeel met de pijnstillende werking) teniet te doen. Deze ‘beste combinatie’ wordt vervolgens toegepast op 200 patiënten met chronische zenuwpijn om te kijken wat het effect op de pijn is. Achtereenvolgens wordt men 5 weken behandeld met THC-CBD én 5 weken met een placebo, zodat het werkelijke pijnstillende effect echt goed kan worden onderzocht.

Samen optrekken ten bate van patiënten met chronische pijn

Deze nieuwe studie is een mooi voorbeeld van hoe partijen met elkaar kunnen optrekken in de strijd tegen chronische pijn. Betrokken zijn:

  • Ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn, Sport): opdracht geven tot onderzoek, beschikbaar stellen van het geld
  • ZonMW: toekenning van het geld aan LUMC-CHDR combinatie
  • CHDR: opzet en uitvoer van de klinische studies
  • LUMC: behandeling van patiënten op de pijnpoli en eveneens betrokken bij opzet en uitvoer van het onderzoek.
  • Chronische pijnpatiënten en gezonde personen: stellen zichzelf beschikbaar als proefpersoon van deze behandeling

Doel van het onderzoek is dus om meer kennis te vergaren over de effecten van medicinale cannabis op chronische pijn.

Eerder onderzoek naar de werking van medicinale cannabis

Overigens is het uiteraard niet nieuw, dat het ministerie van VWS onderzoek doet naar THC en CBD. Bijvoorbeeld in 2012 werd door het Trimbos instituut, in opdracht van het ministerie, uitgebreid onderzoek naar deze middelen gedaan in een bredere context van (drugs)verslaving. Aan bod kwam ook de medicinale werking van cannabis:

Het rapport beschrijft onder andere de instelling van een Bureau voor Medicinale Cannabis, BMC, dat in samenwerking met enkele bedrijven (teler, laboratorium, logistiek dienstverlener) medicinale cannabis verstrekt aan apotheken, ziekenhuizen en onderzoekers. De cannabis is van farmaceutische kwaliteit, met vaste hoeveelheden THC en CBD, een verlengde houdbaarheid en met een garantie op afwezigheid van pesticiden, zware metalen, bacteriën, schimmels of andere ziekteverwekkers.

Beschrijvingen van effecten van cannabis of cannabispreparaten zijn tot nu toe vaak gebaseerd op beschrijvingen door patiënten van positieve ervaringen. Vaak betreft het kleinschalige onderzoeken en ervaringen van individuele artsen en patiënten. De wetgeving staat grootschaliger onderzoeken vaak nog niet toe, vooral omdat er nog geen gestandaardiseerd (planten)materiaal voorhanden is.

Onderzoek in voorgaande jaren naar medicinale cannabis

De afgelopen jaren is er een aantal gerandomiseerde, gecontroleerde trials uitgevoerd met cannabinoïden zoals bij chronische pijnaandoeningen (Beaulieu & Ware, 2007). Vooral de afgelopen jaren is er een flink aantal gecontroleerde klinische studies gedaan ter evaluatie van de therapeutische toepassingen van cannabis en cannabispreparaten. Door de Internationale Associatie voor Medicinaal gebruik van Cannabinoïden (IACM) wordt een lijst en een database bijgehouden waarin alle gepubliceerde klinische studies over cannabis en cannabinoïden worden beschreven.

Over de klinische trials met cannabis zijn diverse reviews verschenen. In 2006 publiceerde Ben Amar een overzichtsartikel waarin de klinische studies die werden uitgevoerd in de periode 1975 tot juni 2005 werden beschreven (Ben Amar 2006). In 2010 verscheen een vervolg door Hazekamp en Grotenhermen waarin alle gerandomiseerde, (dubbel) blind, en placebo-gecontroleerde onderzoeken tussen juli 2005 en augustus 2009 worden beschreven. Zij vonden zevenendertig gecontroleerde studies waarin therapeutische effecten van cannabinoïden werden onderzocht. Op basis van de klinische resultaten concluderen de auteurs dat cannabinoïden een interessant therapeutisch potentieel vormen met name als pijnstiller bij chronische neuropathische pijn, eetlustopwekkende medicatie bij slopende ziekten (kanker en AIDS) en als hulpmiddel bij de behandeling van multiple sclerose.

In 2016 deed Stichting PGMCG onderzoek onder 132 gebruikers van medicinale cannabis. Uit de enquête blijkt dat de meest voorkomende/genoemde indicatie onder respondenten die medicinale cannabis gebruiken bestrijding van chronische pijn (14,5%) is. Ook Stichting IOCOB (Stichting voor innovatief onderzoek en onderwijs van complementaire behandelwijzen) voerde in 2015 al eens een enquête uit over medicinale cannabis; deze is echter van de website verdwenen.

LUMC: Dokter Dahan en collega’s

Medio 2019 was ik al eens in mailcontact met (een medewerkster van) Dr. Dahan, hoogleraar Anesthesiologie bij het LUMC. Ik hoorde over het onderzoek naar medicinale cannabis, maar wist toen niet dat het onderzoek specifiek gericht was op patiënten met fibromyalgie.

Afgelopen week legde ik wederom contact met deze afdeling in Leiden. Omdat mijn interesse in THC/CBD al eerder was gewekt én ik verhalen las van pijnpatiënten die toch baat leken te hebben bij deze middelen, wilde ik het eigenlijk graag gaan uitproberen. Maar tegelijkertijd hield iets me nog tegen, waar ik al eerder over schreef.

Dit nieuwe onderzoek, 100% toegespitst op mensen met zenuwpijn -that’s me- lijkt me een uitgelezen kans om dit binnen een begeleid wetenschappelijk kader uit te proberen. En mocht ik als proefpersoon worden uitgenodigd, deel ik graag de opgedane kennis en ervaringen weer in breder verband. Op deze website, maar ook bijvoorbeeld in de Facebook groep(en) waar duizenden chronische pijnpatiënten aan deelnemen.

Laten we het antwoord van de mensen van Dr. Dahan eerst maar weer eens rustig afwachten en zien hoe dit interessante onderzoek de komende maanden wordt opgezet en uitgewerkt.

Tijdens de voorbereidingen op dit blog kwam ik er achter dat er op andere terreinen ook volop wordt gesproken over meer onderzoek naar de inzet van medicinale cannabis. De laatste jaren is er een grotere lobby op gang gekomen naar méér onderzoek naar de werking van medicinale cannabis voor een aantal ziektebeelden. Binnen Nederland lobbyen onder andere Stichting Embrace Life, Erasmus MC (Prof. van den Bent), LUMC (Prof. Dahan) en PGMCG voor meer onderzoeksfondsen, zie Meer lezen.

Deel je ervaringen

  • Gebruik je zelf medicinale cannabis voor bijvoorbeeld pijnklachten?
  • Wat vind je van het feit dat steeds meer partijen onderzoek doen naar medicinale cannabis? Goede ontwikkeling, of teveel versnippering?
  • Is het inzetten van THC en CBD ook maar weer één van de vele behandelmethodes rondom chronische pijn? En is het juist zinvoller om te stoppen met zoeken naar ‘de oplossing’? Of is het juist slim om alles aan te grijpen om maar van je pijn af te komen?

Deel je ervaringen en gedachten via de reacties onderaan.

Meer lezen

  • Benieuwd naar het LUMC-onderzoek in 2018 naar het effect van cannabis op de pijn van patiënten met fibromyalgie? Lees het persbericht.
  • Lees ook het persbericht van oktober 2020 waarin het LUMC de nieuw verworven subsidie aankondigt.
  • PGMCG, de Stichting Patiënten Groep Medicinaal Cannabis Gebruikers, biedt informatie van wetenschappelijke onderzoeken over medicinale cannabis, toepassing en gebruik van cannabis bij de verschillende ziektebeelden en verhalen van patiënten. 
  • Stichting Embrace Life (‘Kanker Anders Benaderen’) onderzoekt in samenwerking met Erasmus MC mogelijkheden voor meer kennis over en (waar nodig) laagdrempelige toegang tot cannabisolie met de juiste samenstelling en concentratie CBD/THC.
  • Het rapport ‘THC, CBD en gezondheidseffecten van wiet en hasj‘ (pdf) van het Trimbos Instituut vormde de bron bij de alinea rondom eerder wetenschappelijk onderzoek naar de inzet van cannabis.

Het zit ‘m allemaal in die (grijze) cellen!

Geschatte leestijd: 16 minuten.

Ik verbreek nét de online verbinding. En dacht, dit moet ik toch echt eerst even online delen. Waar ik het over héb?? Over stamceltherapie. Stamceltherapie gericht op chronische pijn, om precies te zijn. Ik nam deel aan een ‘online Focusgroep’, een groepje mensen, patiënten, die allemaal iets mankeren aan de lage rug. En dat ‘iets’ was behoorlijk herkenbaar, veel mensen die ook al jaren kampen met rugpijn en chronische pijn.

Wat is stamceltherapie?

Stamceltherapie is een onderdeel van regeneratieve geneeskunde en kan gezien worden als een nieuwe tak in de medische therapeutische benadering van ziekten en traumata waarbij de basis idee bestaat uit de transplantatie van – al dan niet gedifferentieerde – stamcellen ter vervanging van afwezige of defecte cellen, weefsels of organen.

Wikipedia

Voor mij was stamceltherapie vooral iets dat rondom kanker wordt ingezet. Wikipedia vertelt me kort de geschiedenis rondom stamceltherapie. Formeel nog niet toegestaan in Nederland; alleen een aantal academische centra en het Nederlands Kanker Instituut mogen de therapie experimenteel toepassen.

Europees onderzoek naar stamceltherapie voor chronische lage rugpijn

Een tijdje terug las ik ergens, ik weet niet eens meer waar precies, een oproep gericht op chronische pijnpatiënten die konden deelnemen aan een focusgroep. Een groep onderzoekers is, in Europees verband, gestart met onderzoek naar stamceltherapie voor chronische lage rugpijn.

Even een uitleg in (mijn) lekentaal.

Anders dan bij medicatie of therapie, die vaak gericht is op het onderdrukken van de pijn, kan stamceltherapie echt van binnenuit werken aan de -al dan niet gedeeltelijke- oplossing van ‘het probleem’. Door ‘gezonde gemanipuleerde cellen’ te implementeren, heel precies op de plek waar (ooit) weefsel beschadigd is geraakt, kan dat weefsel, bijvoorbeeld in een tussenwervelschijf, weer herstellen. En daarmee wordt een begin gemaakt aan vermindering van de pijnklachten.

IPSpine heet het onderzoek dat in Europees verband wordt uitgevoerd. Met allerlei onderzoekspartners in diverse landen in Europa, met name universiteiten en onderzoeksinstituten. Ieder zoomt daarbij in op een deel van de puzzel, en samen hoopt men -na verloop van jaren- de ‘puzzel’ van chronische lage rugpijn te kunnen oplossen. Einddoel van het onderzoek, gecoördineerd door ‘onze’ Universiteit Utrecht, is een therapiemodel dat is getoetst op proefdieren. Uiteindelijk moet er dan een model c.q. therapievorm gereed staan dat daadwerkelijk uitgevoerd zou kunnen worden op mensen met lage rugpijn.

Bron: IPSpine.eu.

Online focusgroep, middenin corona-tijd

Natuurlijk was mijn interesse gewekt. Enerzijds ben ik in revalidatieprogramma’s bewust gemaakt van het feit dat het zoeken naar oplossingen in de vorm van mogelijke behandelingen een redelijk zinloos spoor is. Als je al 25 soorten therapie hebt gevolgd, van heel medisch tot heel ‘complementair’, dien je ook kritisch te zijn ten aanzien van de volgende therapievorm. En dat ben ik dus ook.

Maar er is ook altijd nog zoiets als ‘hoop’.

En ‘hoop doet leven’.

Zo af en toe laat ik mij dus nog verleiden tot een persoonlijk onderzoekje. In dit geval, een persoonlijk onderzoekje wat dit onderzoek naar stamceltherapie nu precies inhoudt. En participatie in een focusgroep leek mij een goede methode om snel meer kennis te krijgen.

Is dat gelukt? Ja. De voorbereiding op de online sessie (want: corona!) dwong mij -geheel vrijwillig- tot online lezen op de onderzoekswebsite. En uiteraard ga je dan ook even googelen op stamceltherapie in combinatie met chronische pijn.

Inhoud van de online sessie

De online focusgroep werd gecoördineerd door twee mensen verbonden aan de Universiteit Utrecht:

  • Lars Assen “onderzoeker en expert op het gebied van ethiek rondom biomedische innovatie” en
  • Karin Jongsma -“Assistant Professor in Bioethics at Julius Center, UMC Utrecht”.

De onderzoekers zijn, als onderdeel van het onderzoek, geïnteresseerd in hoe patiënten zelf kijken naar diverse aspecten en dilemma’s rondom de inzet van stamceltherapie. Een achttal patiënten, waaronder ik dus, was uitgenodigd voor deze online sessie -gehost via Webex. Allen mensen met lage rugproblemen, veel vijftigers, zestigers en zelfs een zeventiger, iedereen met (korte) introductieverhalen over (lange) pijngeschiedenissen.

Waar hebben we over gesproken?

De onderzoekers begonnen, zeer terecht, met een nuance c.q. waarschuwing. Het onderzoek naar stamceltherapie voor chronische lage rugpijn staat nog in de kinderschoenen. Een mogelijke uitkomst, een therapiemodel c.q. behandeling, zal nog jaren op zich laten wachten. Geen ‘quick fixes’ dus, om de verwachtingen direct goed te temperen.

Uiteraard gaf men daarna een korte introductie over wat stamceltherapie eigenlijk inhoudt. In mijn woorden: uit witte bloedcellen worden cellen gehaald (IPS-cellen, Induced Pluripotent Stem cells), die soort van ‘terug in de tijd worden gezet’ (‘juvenile disc cells’). Deze tot jong gemodificeerde cellen worden dan ingespoten in bijvoorbeeld een tussenwervelschijf en zijn zo ingesteld (afgericht, zo je wilt) dat ze daar waar cellen beschadigd zijn, deze schade kunnen herstellen. Is bijvoorbeeld een tussenwervelschijf helemaal ingezakt (dat tot hernia’s en pijn kan leiden), dan wordt een tussenwervelschijf opnieuw gevuld met deze nieuwe jonge cellen die zichzelf blijven ontwikkelen en ook weer nieuwe jonge cellen aanmaken. Tenminste, dat is wat ik zo snel begreep.

Maar hoe kijken we als patiënten eigenlijk tegen dit onderzoek en deze therapie aan? Er werd gesproken over ethische dilemma’s, de ‘maakbaarheid van de mens’. Maar ja, hoeveel verschilt een dergelijke therapie eigenlijk van een eveneens zeer ingrijpende hernia-operatie? Het ging over mogelijke risico’s, over wat het effect op korte termijn maar ook het duurzame effect zou kunnen zijn. En kunnen deze cellen zich ook verkeerd muteren, met alle risico’s? Zijn het eigen cellen, of wordt er gewerkt met niet-lichaamseigen materiaal? En hoe ga je patiënten ‘werven’ in de beginfase, als er nog geen grote resultaten bekend zijn, laat staan de effecten op de langere termijn?

Op welke manier(en) zouden de onderzoekers idealiter moeten communiceren richting patiënten? En via welke kanalen? Met welke info? Natuurlijk met zo ‘eerlijk mogelijke’ basisinfo. Via patiëntenverenigingen, maar ook via specialisten en behandelaren. Daarmee bereik je grotere groepen rugpatiënten. Met inzicht in resultaten van de therapie, óók als deze nog minder juichend zijn. Met info over ontwikkelingen in het onderzoek, in alle fasen. Het liefst via meerdere kanalen; een website, social media, via blogs, video’s, netwerkgroepen. Daar moeten dan uiteraard wel middelen voor beschikbaar zijn.

Hoe zou je als patiënt kijken naar de wet- en regelgeving rondom stamceltherapie? Wie zijn er bij betrokken, met welke rollen? Aangestipt wordt dat bestaande wet- en regelgeving ook belemmerend kan werken voor het onderzoek: je zou wellicht méér willen, welke grenzen zijn op te rekken? Baanbrekend onderzoek zoekt altijd (vaak?) de grenzen op, anders is het niet baanbrekend. Betrek de politiek erbij voor afwegingen en dilemma’s, voor het nemen van hobbels. Maar ook werkgevers; die hebben een groot belang als door de therapie mensen beter inzetbaar blijven of dat weer worden. De zorgverzekeraars, die geld moeten gaan uitgeven aan dure therapieën bij grote groepen rugpatiënten, maar ook geld gaan besparen op allerlei lopende behandelingen als de pijn daadwerkelijk zou verminderen. En dan heb je nog de toezichthouders: hebben die alleen een controlerende rol (als ‘politie-agent’) om te checken of het onderzoek via de juiste protocollen loopt, of kan je daar ook mee samenwerken, samen mee optrekken? En zijn al deze stakeholders juist nu niet al te betrekken, nu het onderzoek nog opstartend is?

Hoe zou je dit Europees onderzoek nog ‘beter’ kunnen uitvoeren? Een best lastige vraag. Want daarvoor moet je ook weten hoe het nu is ingericht. Algemeen gedacht: waarschijnlijk door alle stakeholders samen te brengen, samen in alle onderzoeksfasen mee laten denken over het verloop van het onderzoek. Door goed en eerlijk inzicht te geven in hoe het onderzoek vordert. Door nog meer patiënten te betrekken bij de al bestaande Patient Advisory Board.

Welke ondersteuning zouden patiënten nodig kunnen hebben tijdens het volgen van de stamceltherapie? Een vraag voor de toekomst. Naast de fysieke therapie is psycho-sociale therapie nodig, rondom hoop en verwachtingen van de patiënt. Maar ook voor hem, haar en de sociale omgeving als de pijn écht afneemt: welke grote gevolgen heeft dat wel niet voor je leven. Alles verandert dan. Lotgenotencontact, al dan niet in moderne vorm, kan helpen om te horen hoe anderen de therapie ervaren, welke bijwerkingen optreden, welke effecten men merkt. En natuurlijk is een goed inzicht in overall resultaten belangrijk.

Hierboven een korte samenvatting van een sessie die bijna 2 uur duurde. En dat met rugpatiënten die allemaal nogal wiebelig zijn als het om ‘lang zitten’ gaat :-). Wat vond ik van deze online sessie? Een leuke manier van meedenken over nieuw onderzoek dat persoonlijk relevant zou kúnnen worden, op de langere termijn. Maar misschien ook wel helemaal niet, medisch gezien (neem contact met me op als je wilt weten waarom wel, of niet, of misschien niet). Mooi ook om de betrokkenheid van Lars en Karin maar zeker ook de andere mensen met pijn te zien bij het onderzoek. En goed gehost, want het blijft altijd een uitdaging om acht mensen goed aan het woord te laten, in zo’n online sessie met soms haperende verbindingen.

To be continued, ongetwijfeld. Ten eerste met een voortgangsdocument vanuit de UMC Utrecht onderzoekers, zodra men zover is.

Stamcelinstituut

Nóg iets dat ik uitvond tijdens mijn voorbereidingen op de focusgroep: er bestáát gewoon al een partij in Nederland die deze vorm van stamceltherapie voor chronische pijn aanbiedt. Het Stamcelinstituut, gevestigd in Eindhoven.

Ik ben gaan lezen.

Wat blijkt? De therapie wordt niet in Nederland maar in Mexico en Costa Rica aangeboden. Want, zoals geschreven, deze vorm van therapie mag in Nederland nog niet worden aangeboden. Het Stamcelinstituut werkt samen met partijen in Midden-Amerika. Met de gedachte: je kan als patiënt zelf wereldwijd gaan shoppen in het aanbod, en daarmee ook tegen allerlei partijen aanlopen waarvan je de betrouwbaarheid niet kent. Het instituut zegt dat voorwerk al te hebben gedaan.

Al lezende komen er bij mij vooral veel vragen op. Deze vatte ik samen in een zevental vragen die ik deze week per mail aan ze heb voorgelegd. Ik kreeg binnen enkele uren reactie van de directeur, dat de vragen worden voorgelegd aan een behandeld arts; feedback volgt. Ik ben benieuwd.

De website van het instituut biedt veel informatie. En een zeer! uitgebreid FAQ onderdeel. Een aantal indicaties voor behandeling wordt aangegeven, waaronder dwarslaesie, diabetes, COPD en chronische pijn.

Natuurlijk ben ik ook nieuwsgierig naar de kosten van behandeling. Inmiddels begin ik aardig inzicht te krijgen in de kosten van diverse soorten behandelingen gericht op ruggen, hernia’s en pijn. Ik schrik niet meer zo snel. De behandeling start bij €18.500 (exclusief ticket, inclusief accommodatie). Een gigabedrag. Maar ja, de impact van pijn is ook giga. En ik heb al duurdere behandelingen gehad. Googel bijvoorbeeld maar eens wat een neurostimulator per persoon kost. De tarievenpagina geeft uitgebreid inzicht in de kostenonderdelen van de behandeling.

Een tussentijdse ‘conclusie’ mijnerzijds

Hoewel ‘reizen’ en vakantie vieren tot mijn favoriete hobby’s behoren :-), zal ik op dit moment toch niet zo snel overgaan tot een dergelijke therapie buiten Nederland.

  • Het is natuurlijk niet voor niks dat deze therapie officieel nog niet in Nederland mag worden gegeven. Meer wetenschappelijk onderzoek, zoals dat van IPSpine, lijkt me zeer waardevol én raadzaam. En ja, dan duurt het helaas nog een aantal jaren voordat mogelijke behandelingen in Nederland in beeld komen.
  • Ook bij Stamcelinstituut zijn patiëntverhalen te vinden die veel hoop geven. Maar zoals altijd is er daarbij een dilemma. Een paar positieve patiënt ervaringen zegt nog niet dat een behandeling bewezen effectief is. Dat dat ook op de langere termijn zo is. En hoe het zit met complicaties en mogelijke bijwerkingen? Maar ja, aan de andere kant, je zal die patiënt maar zijn die nu mooi met heel wat minder pijn, of zelfs pijnvrij, kan leven!
  • Zo geeft men aan dat 80% van de patiënten positief reageert op de behandeling en vermindering van pijn ervaart of zelfs klachtenvrij wordt. Dat zou heel mooi zijn, als dat op wetenschappelijke basis onderzocht is. Maar dat is het (nog) niet. En: over hoeveel patiënten (in absolute aantallen) hebben we het dan? Dat is nergens terug te vinden.
  • Men geeft, op een nogal technische manier, aan dat er geen reëel risico is dat cellen zich verkeerd ontwikkelen tot tumoren. En zo wel, dan zijn deze meestal goedaardig. “Er zijn geen aanwijzingen” dat volwassen ‘mesenchymale stamcellen’ kanker veroorzaken. Ik vind het nog wat vage, risicomijdende, taal op een essentieel onderdeel.
  • En dan is er natuurlijk nog het financiële risico. Mocht je überhaupt al zo vermogend zijn dat de kosten zelf te dragen zijn (wat voor de meeste pijnpatiënten niet geldt), dan heb je natuurlijk nog geen enkele zekerheid op ‘succes’. En wie dekt eigenlijk de kosten bij complicaties, in Midden-Amerika of eenmaal terug in Nederland?

Maar ik ben wel zeer verrast dat deze behandelmogelijkheid in Nederland überhaupt wordt aangeboden, ook al is de letterlijke behandeling dan elders. De ontwikkelingen rondom stamceltherapie bieden, op de langere termijn, zeker hoop voor een grote groep mensen met chronische pijn. Ik kan me daarom voorstellen dat het Stamcelinstituut het onderzoek IPSpine met grote belangstelling volgt.

En ook al is er voor een aantal ziektebeelden nog geen uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar stamceltherapie als behandelmethode, dat betekent natuurlijk niet dat daarmee direct iedere stamcelkliniek ‘niet te vertrouwen’ is. De therapie die geboden wordt is gewoon nog experimenteel…en daarmee neem je dus risico’s.

Eerst maar eens de verdere antwoorden van het Stamcelinstituut afwachten.

Stamcel onderzoeker Charles Murry over de opkomst van stamceltherapie klinieken in de USA; volgens hem het ‘Wilde Westen’ van de experimentele stamceltherapie…

*Update 1*

Inmiddels ontving ik antwoord vanuit het Stamcelinstituut, uit naam van Dr. Peter Aelbrecht (adviserend arts). Geen antwoord op mijn zeven vragen, maar het volgende:

Pijn na een discushernia operatie ontstaat niet doordat er weefsel is weggenomen, maar doordat er na de operatie littekenweefsel ontstaat dat op de zenuwbanen drukt. De pijn wordt dus veroorzaakt door een mechanische factor, waardoor per definitie stamceltherapie hiervoor geen oplossing kan bieden.

Ik had hen verteld dat er bij mij zowel hernia-operaties zijn geweest, als dat er uiteindelijk meerdere tussenwervelschijven verwijderd zijn middels een spondylodese operatie. En als er geen weefsel meer zit, is het weefsel ook niet meer te herstellen middels stamceltherapie, zo was mijn redenering als leek. Dr. Aelbrecht gaat met name in op de eerdere hernia-operaties en niet op de spondylodese, maar in mijn individuele geval is de eindconclusie hetzelfde: stamceltherapie zou dus geen zin hebben.

Maar goed, dat betekent dus niet dat dit ook zo geldt voor mensen die wat meer in de beginfase staan van lage rugpijn, of mensen die dit al jaren hebben maar waarbij er geen hernia- of spondylodese operatie(s) heeft plaatsgevonden.

*Update 2*

Ook op mijn aanvullende vragen kreeg ik keurig en snel antwoord. De vragen én antwoorden lees je hieronder.

Tot slot nog even over die andere cellen.

Geheel toevallig bereikt mij deze week nog een ander bericht. Een bericht over de grijze cellen daar bovenin ons lijf. In de hersenen welteverstaan.

Ik moest vooral even lachen om de titel. Een blog van Dorsoo, ‘Belgisch fabrikant van slaap oplossingen’, al uit 2015:

‘Chronische rugpijn in verband gebracht met verminderde hersenactiviteit.’

Zo.

Daar kan je het dan mee doen. 😉

Ik had ze overigens ook wel kunnen vertellen hoor, dat je hersencapaciteit er niet veel beter op wordt naarmate de pijnjaren vorderen. Pasgeleden schreef ik al over ‘Brain Fog’, als een van de bijwerkingen van pijn en medicatie. Nu is het geheugen van mannen op zekere leeftijd al aan het verslechteren, zo begreep ik, maar met pijn wordt het er niet beter op volgens het artikel.

Een recente studie van het Instituut voor Neurowetenschappen uit Chicago heeft aangetoond dat onze hersenen bij chronische rugpijn (aanhoudend en langer dan zes maanden) twintigmaal sneller ouder worden dan normaal.

Twintigmaal!

20 x!

Ja hallo, kom dat eerst maar eens meten dan.

Ik lees verder.

‘Door de chronische rugpijn worden onze hersencellen en zenuwcellen constant (over)belast, waardoor ze uiteindelijk uitgeput raken. Hierdoor vermindert de hersenactiviteit. Door deze vermindering gaan onze hersenen krimpen (afsterven). Dit kunnen we vergelijken met het trainen van spieren. Dat onze hersenen krimpen naarmate we ouder worden, is normaal, maar deze studie toont aan dat het krimpen van de hersenen elf procent hoger ligt bij mensen met rugpijn. Deze inkrimping beïnvloedt ook ons geheugen. De hersencellen waarin informatie opgeslagen wordt, krimpen en verdwijnen. Dit belemmert het opslaan en onthouden van nieuwe informatie.

De studie onderzocht ook de invloed van rugpijn op de levenskwaliteit. Chronische rugpijn heeft een negatieve impact en zorgt ervoor dat we sneller angstig en depressief worden. Gelukkig zijn de gevolgen omkeerbaar als de rugpijn op tijd behandeld wordt.

Nou, wat was het telefoonnummer van dat Instituut in Eindhoven ook alweer? 😉

Deel je ervaringen

  • Ben je zelf wellicht al bekend met stamceltherapie voor chronische pijn? Zo ja, op welke manier?
  • Heb je zelf wel eens deelgenomen aan een focusgroep, online of op een fysieke locatie?
  • Wat vind jij van (de dilemma’s rondom) stamceltherapie? Schiet de wetenschap door in de maakbaarheid van de mens, of biedt het juiste hele nieuwe welkome oplossingen voor allerlei ziektes?
  • Weet je veel over (mogelijke) nadelen van stamceltherapie? Maak mij, en vele andere chronisch pijnpatiënten, wijzer!
  • Ben jij bekend met Dr. Aelbrecht? Heb je wellicht zijn boek Homo Energeticus gelezen, of ben je in het Marnes resort geweest voor behandeling?

Deel je gedachten en ervaringen via de reacties.

Meer lezen

  • De FAQ pagina van IPSpine geeft veel antwoorden op logische eerste vragen rondom stamceltherapie.
  • Wil je meer weten over biomaterialen of stamcellen, lees dan onderstaande powerpoints van CURAM, onderzoekscentrum rondom innovatie van medische apparatuur.
  • Lees het blogartikel van Dorsoo over de verminderde hersenactiviteit bij chronische rugpijn.
  • Op de nieuwspagina van Stamcelinstituut lees je over een aantal toepassingen van deze therapie.
  • Nieuwsgierig naar wat een spondylodese operatie inhoudt? Op de website van de NVVN (Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie) lees je een uitgebreide uitleg.
  • IPSpine is opgericht als consortium met vele samenwerkingspartners. Onderstaande afbeelding (Bron: IPSPine) geeft een overzicht van soorten partners.
Soorten partijen die participeren in het Europese consortium IPSPine

Mijn 7 vragen aan het Stamcelinstituut

(27-10-2020 en 31-10-2020, beantwoording 31-10-20 en 07-11-2020 door Dr. Peter Aelbrecht, adviserend arts van het Stamcelinstituut)

1. Is behandeling mogelijk voor chronische pijn die ontstaan is uit hernia’s L4/L5, na diverse operaties in dat gebied, en uiteindelijk een spondylodese L4/L5? Er is immers veel weefsel weggenomen…hoe kan stamceltherapie dan weefsel ‘herstellen’?

Chronische pijn na hernia operaties ontstaat vrijwel altijd door littekenweefsel dat op zenuwbanen drukt en zo pijn geeft. Dit is dus in feite een mechanisch fenomeen, dan kunnen stamcellen geen oplossing bieden. Indien er zaken zijn afgestorven of operatief weggenomen en dit is de oorzaak van een probleem, dan kan stamceltherapie wel helpen.

KH: is het een ‘littekenweefsel’-issue, dan biedt stamceltherapie dus geen oplossing. Maar in de twee laatstgenoemde opties mogelijk dus wel, mits dát de oorzaak van de pijn is geweest.

2. Zo ja, wat zijn de succespercentages bij soortgelijke patiënten? Hoeveel pijnvermindering ervaren zij op de langere termijn? Op basis van hoeveel patiënten is dit vastgesteld?

Niet van toepassing voor stamceltherapie.

KH: Dr. Aelbrecht gaat bij deze beantwoording dus uit van een ‘mechanische’ aanleiding, zoals benoemd in het eerste antwoord. Technisch klopt dat, omdat ik vraag naar ‘soortgelijke patiënten’. Tegelijkertijd is er bij de mensen waarbij wél stamceltherapie wordt gegeven (‘andere patiënten dus’), natuurlijk wél sprake van een ‘succespercentage’ en een ‘percentage pijnvermindering’. Die krijg ik helaas niet te horen.

3. Hoe lang is een eventueel positief effect? Is dit duurzaam (want weefsel is hersteld), of is opnieuw behandelen na verloop van tijd noodzakelijk?

Stamceltherapie is duurzaam, herstel van weefsel is permanent. Indien je echter een voortschrijdende degeneratieve aandoening hebt die steeds verder gaat (dementie, veroudering) dan dien je stamceltherapie jaarlijks te ondergaan.

4. Iets dat ik niet begrijp (en andere pijnpatiënten met mij): chronische pijn is vaak een (enorm impactvol) rest verschijnsel, dat overblijft als er geen letterlijke schade meer in het lijf aanwezig is. De hersenen registreren nog steeds pijnsignalen, ook al is er geen schade (meer).

Dit klopt niet voor ruggenmergletsels, wel voor andere zenuwpijnen (dit noemt men fantoompijnen). Hier kan stamceltherapie wel helpen.

KH: dit begrijp ik niet helemaal. Ook bij pijnen die ooit ontstaan zijn vanuit een ruggenmergletsel (bv. hernia) kan uiteindelijk chronische pijn ontstaan. De hernia is -al dan niet vanzelf- weg, er is in dit voorbeeld dus geen littekenweefsel meer dat op de zenuwbaan drukt, maar de pijn blijft toch.

4a. Hoe verhoudt stamceltherapie zich hiertoe (KH: m.a.w. is behandeling zinvol als er geen letterlijke schade meer is)? Op welke plek gaat behandeling plaatsvinden als niet meer zo duidelijk is waar de schade ooit is geweest of begonnen?

Bij algemene zenuwpijnen worden de stamcellen zowel intrathecaal (in het ruggenmerg) als intraveneus (in de bloedbaan) toegediend.

KH: het is dus even de vraag wat Dr. Aelbrecht met ‘algemene zenuwpijnen’ bedoelt. Maar er is dus een behandelmogelijkheid voor pijn, ook al is niet meer (zo) duidelijk wáár het beschadigde weefsel zich bevindt.

5. Ik weet dat Universiteit Utrecht bezig is met onderzoek naar stamceltherapie bij chronische pijn. Bent u bekend met dat onderzoek? Is het Stamcelinstituut betrokken? Waarom wel, of niet?

Neen dit is niet in samenwerking met ons en wij zijn niet betrokken.

KH: ik vraag me dan altijd af, waarom niet. Het belang van het Stamcelinstituut is natuurlijk met name commercieel, dat zal wellicht reden zijn voor wetenschappers om hen niet te betrekken. Maar ik kan me voorstellen dat een Stamcelinstituut dit wel van dichtbij zou willen volgen. Immers, als dit onderzoek (uiteindelijk) leidt tot aanpassing van wetgeving, dan biedt dit nieuwe kansen voor het instituut voor behandeling in Nederland.

6. Ik zie dat behandeling plaatsvindt in Costa Rica en Mexico. Nu is reizen voor mij zeker iets positiefs, maar ook intensief juist gezien de pijn. Op welke termijn verwacht u behandelmogelijkheden in Nederland? Welke factoren zijn daar op van invloed, wat is het tijdspad?

Behandeling in Nederland is niet voor binnenkort, Nederland heeft een zeer conservatieve wetgeving inzake stamceltherapie (vanuit ethische bezwaren, niet vanuit wetenschappelijke bezwaren). Dit belemmert de praktijk van uitvoering, op dit moment is dit type behandeling niet toegestaan. Binnen 2-3 weken wordt de behandeling van het Stamcelinstituut aangeboden in Alicante, Spanje. Dit scheelt een enorme reis voor de patiënten.

KH: dit is voor Nederlanders die een behandeling overwegen zeker goed nieuws; het scheelt een flinke reis en kosten. Natuurlijk was ik benieuwd waarom voor ‘Alicante’ is gekozen. Na lezing van de Marnes website, het medisch centrum waar Dr. Aelbrecht bij betrokken is, begrijp ik de keuze: Marnes ligt in de provincie Alicante.

7. Zijn er contacten met Nederlandse zorgverzekeraars voor gehele of gedeeltelijke vergoeding van de behandeling bij chronische pijn in het buitenland, of zodra mogelijk in Nederland? Wat is het standpunt van verzekeraar (…) in dit geval?

Er is geen vergoeding en dit zal nog jaren zo blijven (eerst dient de wetgeving te worden aangepast).

KH: dat is een helder antwoord. En ook in lijn met wat ‘de wetenschap’ aangeeft: het traject van onderzoek via wetsaanpassing naar daadwerkelijke behandeling in Nederland is nog lang.

Met dank aan Dr. Aelbrecht van het Stamcelinstituut, voor de tijd om mijn vragen en vervolgvragen te beantwoorden.

Dr. Peter Aelbrecht, Marnes resort

Dr. Aelbrecht is een Belgische arts met een sterk holistische visie in combinatie met een multidisciplinaire behandelaanpak. Dr. Aelbrecht liep er jaren geleden in België tegenaan dat er geen enkel behandelcentrum was dat goed aansloot op zijn visie. Al ruim 15 jaar ontwikkelde hij een plan om een residentieel centrum op te richten voor mensen met ‘ernstige chronische levenskwaliteitsproblemen’. Dr. Aelbrecht schreef ook het boek ‘Homo Energeticus’, voor ‘iedereen met energieproblemen’.

Het centrum is er gekomen. Een medisch centrum op een bijzondere plek, middenin de natuur, waar mensen zich thuis zouden voelen en met open geest worden opgevangen: het Marnes resort, gelegen in de bergen, met de Costa Blanca binnen handbereik. Het resort ligt in het schilderachtige dorpje Lliber, in de provincie Alicante, in het binnenland tussen Calp en Dénia.

Tip: volg het blog op de Marnes website

Marnes is een kleinschalig medisch resort, gespecialiseerd in de residentiële multidisciplinaire behandeling van mensen met een verminderde levenskwaliteit als gevolg van o.m. depressie, post-traumatische stress, CVS, burnout, fibromyalgie, chronische darmproblemen of als gevolg van chemotherapie.

Website Marnes resort

Pijn bestrijden door te schieten op pijnmonstertjes

Geschatte leestijd: 8 minuten.

“Patiënten modderen jarenlang voort in de zorg, worden eindeloos doorverwezen van de ene naar de andere specialist in de hoop een fysieke oorzaak te vinden voor hun chronische pijn. Vaak wordt er geopereerd, ook als men weet dat het nut gering is. De patiënten die ik op het spreekuur kreeg, hadden gemiddeld al acht jaar pijnklachten. Dat komt doordat er te weinig medisch psychologen zijn die educatie kunnen bieden, maar ook doordat hulpverleners steeds naar fysieke oorzaken zoeken. Dan is het niet vreemd dat patiënten ook aan dat idee blijven vasthouden.”

I couldn’t agree more.

Aan het woord is Louis Zantema, medisch psycholoog die een educatieve ‘virtual reality’ game ontwikkelde waarmee patiënten meer kennis en meer greep krijgen op hun pijnklachten. Virtuele pijnbestrijding dus.

Reducept: virtual reality game die grip geeft op ‘de pijnmonsters’

Een pijnpatiënt vertelt: ‘Tijdens de game ga je het menselijk lichaam, jouw eigen lijf, in. Naar je pijn toe. Als rode gevaarprikkels, monstertjes, zie je de pijnsignalen letterlijk over je zenuwbanen kruipen. Het is de bedoeling van de game om er zoveel mogelijk af te schieten.”

Het idee van de game is dat je spelenderwijs meer grip op en meer gevoel van macht over de pijn krijgt. Maar ook dat je gedurende de game meer en meer ontspant, een rustiger ademhaling krijgt. Daar is het spel op ingesteld. Het lichaam kent geen pijn. Het kent alleen gevaarboodschappen die via de zenuwbanen en het ruggenmerg naar het brein worden gestuurd. Pas als de prikkel de hersenen bereikt, wordt pijn gevoeld. Door het afschieten van de pijnprikkels in de game worden de hersenen getraind, als het ware voor de gek gehouden, dat de prikkels niet meer aankomen. Door ontspanning en afleiding sluiten de pijnreceptoren, de poorten, zich meer en meer, waardoor prikkels moeilijker doorkomen.

Door regelmatig in de game te oefenen kun je jouw hersenen leren om de controle te vergroten en de pijn te verminderen. 

Kennis is macht

Pijneducatie, het opbouwen van je kennis over hoe pijn werkt, werkt aantoonbaar positief op het leren beheersen van die pijn. Pijneducatie vormt dan ook de basis van het model van Reducept.

Bij chronische pijn zijn je hersenen, hoe vreemd het ook klinkt, gehecht geraakt aan de pijn. Dat betekent dat je zult moeten strijden om je hersenen het tegendeel te bewijzen. Door te blijven leren, lezen en oefenen kun je, met kennis en veel geduld, een weg uit het pijndoolhof vinden. 

Drie tips van Reducept om te ‘vechten tegen het luie brein’:

  • Nieuwe dingen ondernemen is lastig. Wat kan helpen, is dat je een nieuwe gewoonte koppelt aan een andere gewoonte. Voorbeeld: direct nadat de kinderen in bed liggen een ontspanningsoefening doen. Of: om de dag na de afwas een blokje om. 
  • Betrek anderen in je nieuwe gewoonte. Vertel erover, stel doelen, of onderneem het samen met anderen. 
  • Een beetje vreemd misschien, maar zorg ervoor dat je goed en voedzaam eet. Met een lege maag is het moeilijk beslissingen maken, en al helemaal weerstand bieden tegen slechte gewoontes. 

Hoe maak je gebruik van Reducept?

Voor thuisgebruikers werkt Reducept met een abonnementsmodel, je betaalt €14,95 per maand (of €149 per jaar, oktober 2020). Daarnaast moet je investeren in een virtual reality bril, waarbij de ontwikkelaar lange tijd de Oculus Go hanteerde als ‘beste bril’. Deze bril gaat echter uit de verkoop, is nog bruikbaar tot/met 2022. Hoe dan ook, moet je rekening houden met een investering van €200-€300 als je nog niet zo’n soort bril hebt maar wel de game en methode ten volle wilt benutten. Wel is er een proefperiode van 2 weken, waarin je de game kunt uittesten.

Wil of kan je een dergelijk bedrag niet investeren, zoek dan naar een behandelaar die al samenwerkt met Reducept (of stimuleer je reguliere behandelaar dat te doen). Dan valt behandeling met de Reducept game vaak onder een breder plan, dat dan vaak geheel of gedeeltelijk vergoed wordt vanuit de aanvullende zorgverzekering.

Mijn ervaringen met Reducept

Medio 2019 kwam ik op het spoor van deze virtual game, die toen nog in de testfase zat. Ik gaf me op als ‘mobiele tester’; de mobiele app was zojuist gereed gekomen.

Mijn ervaringen als testgebruiker van de Reducept app waren nog niet overweldigend positief. Aan de andere kant had ik ook niet de volwaardige ervaring, ik gebruikte de app nog zonder speciaal toegeruste professionele virtual reality headset. Hierdoor was mijn ervaring 2D in plaats van 3D; minder ‘virtueel’.

Wat feedback die ik opschreef tijdens het uitproberen:

  • ik vind de “zweverige stem” behoorlijk irritant worden, na verloop van tijd (je wordt in de app toegesproken en aangemoedigd door een motiverende stem)
  • jammer dat je niet kunt “hervatten”: doorgaan waar je gebleven was
  • in de 2D versie navigeert het vizier niet heel makkelijk, bewegen naar en in het menu kost moeite
  • bij de start in het ruggenmerg kreeg ik de boodschap “je hebt al veel poorten groen gemaakt, goed zo”, terwijl ik nog niets had gedaan
  • de zinnetjes als “je doet het goed”, “goed zo” etc. worden na verloop van tijd behoorlijk irritant; het is too much

Mijn eindconclusie, eind 2019: “Het is wél een aardige manier om in 15 minuten eens op deze manier naar je pijn te kijken, bewust te worden, het is visueel, anders dan anders. Het is door de virtual reality toepassing een keer “grappig” om te doen, ongetwijfeld helemaal als je op groot scherm in 3d kijkt, maar het is niet iets dat ik nu regelmatig zou gaan doen om te ontspannen”.

Hoe anderen Reducept ervaren

Mijn ervaring kan uiteraard gekleurd zijn; nieuwe initiatieven die claimen chronische pijn te verminderen of zelfs weg te nemen benader ik per definitie positief-kritisch. Wel sta ik achter de uitgangspunten van het model van Reducept: het toepassen van een combinatie van pijneducatie, psychologie, beweging en ontspanning/afleiding.

In een social media groep waar ik lid van ben kom ik de volgende opmerkingen tegen van mensen die de app hebben uitgeprobeerd:

  • het oefenen vind ik saai, eentonig
  • in plaats van mijn normale pijnscore van 8 of 9 op een schaal van 10, was die tijdens het spelen een 3 of 4. Bovendien werkte het naderhand tot drie uur door. Inmiddels heb ik mezelf zo goed getraind, dat het positieve effect wel acht uur aanhoudt.
  • het is erg helpend, je kan meer dan je denkt
  • we zijn een hele avond met vier volwassenen bezig geweest om het te installeren, maar het is niet gelukt. Het spel werkt op mijn mobiel en het apparaat doet het ook, maar het spel komt maar niet op de bril.
  • ga er vooral mee door als het na 1, 2 weken nog niet of niet voldoende werkt; het hertrainen van je brein kost tijd
  • er zijn 4 opdrachten in de game, die lijken niet te veranderen, daardoor ben ik bang dat er een soort van verveling gaat optreden, waardoor je de oefeningen niet meer gaat doen.
  • ik erger mij dat ik steeds weer hetzelfde stukje tekst aan moet horen
  • ik voel echt direct na het spelen van de game niet minder pijn; zou bij mij dan echt lange termijn werk moeten worden.
  • Ik heb maandag voor het laatst gespeeld en dinsdag had ik daar nog wel plezier van maar gisteren was het weer zo als van ouds…
  • ik ben het na 1,5 week al zat. Simpel, steeds hetzelfde verhaaltje wat je krijgt te horen, weinig uitdaging. Had er meer van verwacht.
  • helaas elke dag een zelfde programma volgen verveelt zeer snel, het concept daar geloof ik in maar heb wel spijt dat ik direct voor een jaar betaald heb

Zo te lezen komen de ervaringen van deze gebruikers van de game redelijk overeen met de mijne. Natuurlijk staat de app nog aan het begin van de ontwikkelingen en zal er ongetwijfeld nog veel worden ‘bijgebouwd’. Tegelijkertijd is het natuurlijk essentieel dat de primaire doelgroep, de pijnpatiënten, de app graag en met resultaat gaan gebruiken.

De Reducept methode wint aan populariteit

Inmiddels gebruiken al meer dan honderd Nederlandse zorgverleners Reducept bij de behandeling van chronische pijnklachten, van ziekenhuizen en fysiotherapeuten tot revalidatiecentra en GGZ-instellingen. De initiatiefnemers zijn samen met zo’n vijftien collega’s voltijd bezig met het doorontwikkelen en breder verspreiden van de game; binnen én buiten Nederland.

Reducept claimt dat het spelen van de virtual game beter werkt dan bijvoorbeeld een boek over pijn lezen. Juist omdat de virtuele wereld voor je brein echt is en je mentale reactie daarop dus ook echt is. Het betekent dat je tijdens het spelen direct op de pijnprikkels kunt ingrijpen. Als je dat maar vaak genoeg herhaalt, leer je je brein een andere reactie aan. Het effect is dan ook niet zozeer afhankelijk van het soort pijn, maar meer van de vraag of je brein makkelijk ‘trainbaar’ is.

Maar liefst 77% van de gebruikers ervaart tijdens het spelen van de game minder pijn, aldus Reducept zelf. Het brein wordt letterlijk afgeleid. Of er ook duurzaam minder pijn wordt ervaren, daar wordt samen met onder andere het RadboudUMC wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de pijnvermindering zelf, maar ook of de app mensen bijvoorbeeld helpt om weer meer te bewegen en of hun kwaliteit van leven in algemene zin verbetert.

Virtual Reality in de Sint Maartenskliniek

Ook de Sint Maartenskliniek in Nijmegen, expert op het gebied van orthopedie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde en pijnbestrijding, werkt sinds eind 2019 met virtual reality. Patiënten krijgen een eigen dashboard met verschillende apps. Voordeel hiervan is dat patiënten verschillende beleving kan worden geboden: ontspanning, een spelletje, een bezoek aan een grote stad of een wandeling tussen de olifanten. Door de diversiteit in toepassingen kan zowel acute pijn als chronische pijn worden behandeld.

De Maartenskliniek werkt samen met SyncVR Medical. Op het SyncVR dahsboard is ook de Reducept app te vinden.

Deel je ervaringen

Leg je de ervaringen van de gebruikers en de wat meer ronkende marketingtaal van de ontwikkelaars zelf naast elkaar, dan lijkt er in ieder geval voor nu nog wel een redelijk groot verschil in beleving en eindresultaat te zitten. De resultaten die worden geboekt waarbij de game als onderdeel van een behandeling wordt ingezet en mensen begeleid deelnemen zijn nog niet openbaar.

Hoe meer mensen de game gaan gebruiken bij het verminderen van hun pijn, hoe beter inzicht uiteraard in het daadwerkelijke effect.

Ook ben ik benieuwd naar het vervolgonderzoek in samenwerking met de wetenschap.

  • Heb jij zelf ervaring met de Reducept game? Helpt het je om meer grip op je pijn te krijgen, of deze wellicht zelfs te verminderen?
  • Ken jij andere virtual reality methodes in de zorgwereld?

Deel je bevindingen via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Meer weten over Reducept? Er is een uitgebreide website.
  • Lees meer over de uitgangspunten van de Reducept methode in onderstaande whitepaper:

Award winning

Voor hun vernieuwende pijnaanpak won Reducept de prestigieuze World Summit Award 2019 van de Verenigde Naties. Dat is een internationale aanmoedigingsprijs voor start-ups van digitale en innovatieve toepassingen met een grote maatschappelijke impact. Er waren 430 genomineerden uit 182 landen.  

World Summit Award 2019

Reducept won in de categorie Gezondheid & Welbevinden en was daarmee het enige Nederlandse bedrijf dat in 2019 een World Summit Award in ontvangst mocht nemen.

Internationalisering in het onderwijs: nog steeds een wereld te winnen

Geschatte leestijd: 9 minuten.

Het is mijn overtuiging dat het kennen van andere culturen en andere professionele praktijken een verrijking is voor de beroepspraktijk van alle studenten.

Een uitspraak van Susana Menéndez in het inmiddels ter ziele gegane Transfer Magazine, vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs. Mevrouw Menéndez nam in 2018 afscheid als bestuurder van de Haagse Hogeschool. Zoals vaker bij afscheid van bestuurders gebeurt dat met stevige, prikkelende uitspraken, hoewel ik het niet méér eens kon zijn met deze uitspraak.

Ontwikkeling tot Wereldburgers

Voor de beroepspraktijk in dit millennium is het zó belangrijk dat studenten internationale en interculturele competenties kunnen opdoen. Verder kunnen kijken dan de Nederlandse blik op hun beroep. De verschillen leren zien tussen de Nederlandse cultuur en die in andere landen, binnen en buiten Europa. Maar, zoals mijn stage-ervaring in Guatemala en Maleisië mij deed inzien, ook met een frisse blik leren kijken op Nederland als welvarend en vrij land, waar heel veel dingen juist ontzettend goed geregeld zijn.

Internationalisering: de discussie versmalt

In Nederland is al langer een tendens gaande waarin de discussie rondom internationalisering alleen gaat over de vraag of colleges wel in het Engels moeten worden gegeven. Of internationale studenten hun Nederlandse collega’s niet verdringen. Of de financiering van het internationale onderwijs, sterk gericht op aantallen studenten, wel goed in elkaar zit. Internationalisering zou om meer moeten gaan dan deze drie aspecten, zeker in een land dat zo afhankelijk is van handel met het buitenland. In een tijd waarin alles gericht is op het creëren van nieuwe kansen in de internationale economie, zijn ook internationale competenties nodig in dat internationale Nederlandse bedrijfsleven. En dat begint bij goed onderwijs.

“Nederland kan het zich niet permitteren om alleen naar binnen te kijken.”

– Susana Menendéz, ex-bestuurder Haagse Hogeschool

Migratie versus internationalisering

De discussie rondom internationalisering raakt teveel vertroebeld met elementen uit de discussie rondom migratie. Toenemende werkloosheid door goedkope arbeidsmigranten uit het buitenland, steeds meer mensen in je directe woonomgeving die de Nederlandse taal en cultuur niet kennen, de nadelige gevolgen van globalisering, het negatieve sentiment rondom de effecten van ontwikkelingssamenwerking: het zijn allemaal factoren die ook gaan meespelen in de discussie over de vraag of het internationaler maken van het Nederlandse onderwijs wel zo nodig is. Of Nederlandse onderwijsinstellingen wel zo open moeten staan voor ‘al die’ buitenlandse studenten die snel even kennis komen halen.

Internationale ervaring voor iedere student

Gelijktijdig met deze discussie is er een andere ontwikkeling gaande wat betreft internationalisering. Steeds meer opleidingen zien gelukkig de waarde van internationale ervaringen voor de studenten die ze opleiden. Internationalisering is al jaren een strategisch instrument voor de Haagse Hogeschool, met veel aandacht voor culturele integratie in de international classroom, met bewuste keuzes van docenten om lessen wel, of niet, in de Engelse taal te geven. Maar het speelt op meerdere opleidingen, bijvoorbeeld op ‘mijn eigen’ NHTV, tegenwoordig BUAS in Breda. Traditioneel al erg op het buitenland georiënteerd, natuurlijk door de toerisme en recreatie studierichtingen. Of op een mbo-school als Aventus, waar internationalisering toeneemt.

‘Het is voor mbo-studenten steeds belangrijker zich internationaal te oriënteren. Ze leren heel veel over hun beroep in een andere cultuur met collega’s die andere gewoontes hebben. Ze leren dus ook heel veel over zichzelf! Je moet je aanpassen en flexibel zijn om je staande te houden in een heel andere omgeving. De studenten hebben hier dus ook veel voordeel van in hun verdere carrière,’ aldus Jacoline Grunbauer, projectleider internationalisering van Aventus.

‘Ik sta nu veel steviger in mijn schoenen. Ik moest aandacht opeisen voor mezelf en door de heersende hiërarchie in het ziekenhuis breken om mijn verblijf als stagiaire waardevol te maken. Dat is gelukt!’

Aventus studente die stage liep in een Spaans ziekenhuis

Online studieprojecten

Iedere student dus per definitie naar het buitenland? Dat is niet persé nodig, aldus Menendéz. Natuurlijk is een volledige onderdompeling door een periode in het buitenland te verblijven goed voor taal-en cultuurkennis en persoonlijke ontwikkeling. Maar tegenwoordig kan er door internet en digitalisering zoveel meer.

Steeds meer universiteiten bieden vormen van collaborative online international learning. Hiermee kunnen studenten wereldwijd samen internationale studieprojecten oppakken: letterlijk samenwerken tussen studenten die overal over de wereld verspreid zitten en werken vanuit allerlei culturen.

Ook de opkomst van de summer schools is een instrument waarbij docenten in de zomer lesgeven aan zeer gemotiveerde studenten die een relatief korte periode aan een universiteit of hogeschool in het buitenland (of omgekeerd in Nederland) onderwijs volgen.

Wat mij betreft worden al deze internationale elementen in het onderwijs van de toekomst gecombineerd. Internet biedt inderdaad zoveel meer mogelijkheden voor interculturele uitwisseling. Helemaal nu, door de COVID_19 pandemie in 2020, het nog veel normaler geworden is om online te vergaderen, les te volgen, uit te wisselen. Maar die periode in het buitenland, ik had hem voor geen goud willen missen. Het voegt zóveel toe aan je interculturele vaardigheden. Daarbij denk ik bijvoorbeeld terug aan de off-the-record ‘colleges’ die een Guatemalteekse collega bij INGUAT (Instituto Guatemalteco de Turismo) me gaf over de onderdrukking van de Maya’s in Guatemala. Iets wat hij nóóit gedaan zou hebben via een internetverbinding, met het risico te worden opgenomen of erger nog, afgetapt. Het gaf me veel achtergronden bij en inzicht in de ontwikkelingen in Guatemala.

Internationaliseringsagenda

Medio 2018 is er een internationaliseringsagenda opgesteld door de Vereniging Hogescholen en de Vereniging van Universiteiten.

In de gezamenlijke internationaliseringsagenda hebben hogescholen en universiteiten de benodigde acties uitgewerkt aan de hand van vier speerpunten:

  • Inclusief internationaliseren gericht op kwaliteit
  • Aantrekken en binden van internationaal talent
  • Versterken van de internationale positie
  • Meer balans in mobiliteit

Uitgangspunt is een meer beheerste groei van internationale studenten in Nederland en het wegnemen van financiële drempels voor een studieperiode van Nederlandse studenten in het buitenland.

Bekijk de Internationaliseringsagenda uit 2018:

Instrumenten voor een ‘betere’ stageperiode in het buitenland

Laten we eens inzoomen op één onderdeel van die agenda, nl. de stage in het buitenland. Naar mijn idee is er nog veel te winnen wat betreft het stimuleren door de Nederlandse overheid van een stageperiode in het buitenland. Een aantal instrumenten is daarbij nodig:

  • beurzenstelsel waarbij het voor veel grotere aantallen studenten met relatief kleine financiële prikkels haalbaar wordt een aantal maanden praktijkervaring op te doen in het buitenland
  • netwerk van kwalitatief hoogwaardige lokale coördinatoren (stagebegeleidende bedrijven), die fungeren als tussenschakel tussen opleiding, student, stagebedrijf en overheid bij het regelen én behouden van stageplekken die aansluiten op persoonlijke en studie-gerelateerde ontwikkelingspunten van de student. Nu vaak nog een adhoc taak die iedere opleiding voor zich invult, hetgeen leidt tot veel versnippering en weinig structureel onderhoud.
  • betere begeleiding en monitoring van de student in het buitenland -nu is dat vaak een taak voor de docent of stagebegeleider op afstand vanuit Nederland. Een taak die nauwelijks wordt ingevuld. Het lokaal meerdere keren bezoeken van studenten tijdens hun stage is essentieel in de voortgang en voor het wegwerken van hobbels.
  • beter systeem voor het monitoren en vastleggen van groei van de student op persoonlijk vlak en beroepsterrein: wat wordt geleerd, wat heeft de student daar concreet aan, welke competenties zijn op welke manier verder ontwikkeld, hoe vertaalt zich dat naar de toekomstige beroepspraktijk
  • beter systeem voor gestructureerde verslaglegging door de student van het in de praktijk geleerde en diens persoonlijke ervaringen; onderdeel van het persoonlijk studiedossier, kennisoverdracht naar volgende studenten én onderdeel van wereldburgerschap -delen van culturele ervaringen met anderen in de directe en indirecte omgeving, eenmaal terug in Nederland.

De rol van het stagebemiddelende bureau op locatie

Ik weet nog vanuit mijn tijd (1995!) aan NHTV/BUAS hoe dat vaak ging: de meeste studenten waren niet zo geïnteresseerd in die buitenlandstage: hadden de ambitie niet, vonden het ‘eng’ of konden het simpelweg niet financieren (of het financiële plaatje niet overzien). Die studenten die wél wilden overspoelden het stagebureau in hun zoektocht naar stageplekken. De meest gewilde plaatsen waren zo weg, maar een deel van de beschikbare plekken werd ook niet ingevuld. Tegelijkertijd was er altijd discussie en gedoe rondom de door de student zélf geregelde stageplaats (ik regelde destijds -nog via fax- zo’n 15 potentieel nieuwe stagecontacten in Latijns-Amerika): men kende het bedrijf niet, de kwaliteit was onbekend, de omstandigheden ter plaatse waren onbekend. Ik vond het destijds doodzonde dat de 14 contacten die ik níet koos nooit meer door het stagebureau/international office werden opgevolgd, alleen maar omwille van ‘te weinig inzicht’. Mijn stagebegeleider vanuit de opleiding had geen tijd noch middelen om mij in Guatemala te bezoeken, had eigenlijk bijzonder weinig idee van, laat staan grip op, de kwaliteit van mijn stage en toonde ook weinig interesse in de inhoud van mijn stage.

Met een goed lokaal netwerk van stagebureaus (in ieder land één, eventueel met regiovertegenwoordiging) voorkom je dat, is er méér grip op kwaliteit én kunnen mbo’s, hogescholen en universiteiten daar centraal beroep op doen. Waarom geen landelijk georganiseerde en gecoördineerde database van internationale bedrijven, instanties, ngo’s en overheden die stages bieden aan Nederlandse studenten, waarom moet iedere opleiding dat voor zich organiseren? Ik weet zeker dat er ter plaatse Nederlanders te vinden zijn (denk bv. aan de partner van de uitgezonden expat) die die rol op zich wil nemen.

Natuurlijk is het noodzakelijk om die rol dan wel te financieren; nu moeten de stagebureaus die er terplekke al zijn vaak nog noodgedwongen bemiddelingskosten aan de student vragen en worden dan onterecht als ‘commercieel’ bestempeld, terwijl ze eigenlijk gewoon de rol van het stagebureau/international office beter invullen. Idealiter wordt de financiering via een verdeelsleutel netjes verdeeld tussen bureau in Nederland en bureau op locatie en werkt men goed samen. Met vaste bureaus daar waar de aantallen groot zijn, met regiocoördinatoren, met expatpartners in de voorhoede, met onderlinge kennisuitwisseling, bijvoorbeeld over het werven van nieuwe stageplaatsen, het begeleiden van studenten, het handelen bij problemen of noodsituaties, met protocollen bij veranderende reisadviezen van het ministerie, met checklists voor periodieke kwaliteitscontrole, met vaste rapportagefaciliteiten richting de opleiding in Nederland, etc.

Een wereld te winnen

Ongetwijfeld is in de loop der jaren e.e.a. verbeterd, al is het maar op het gebied van online communicatie tussen stagebedrijf, student en opleiding in Nederland.

Maar toch valt er nog steeds ‘een wereld te winnen’ waar het gaat om bemiddeling, begeleiding, monitoring, risico’s en handelen bij nood. Ook de ontwikkelingen rondom de recente COVID_19 pandemie lieten weer de nodige chaos zien: moeten studenten worden teruggeroepen, zo ja wanneer, hoe bereiken we ze, wat als de studenten zelf niet willen, hoe komen ze terug naar Nederland, etc.

Ik weet zeker dat partijen als Wereldstage (Curaçao), Jongleren (Spanje), JoHo (Nederland – wereldwijd) en diverse andere organisaties hele goede coöperatieve ideeën én jarenlange expertise hebben om veel van bovengenoemde instrumenten vorm te geven en in te richten. Sámen met de mbo’s, hogescholen en universiteiten in Nederland.

Daarmee kan eindelijk eens écht goed invulling worden gegeven aan de ambities op het gebied van internationalisering en wereldbugerschap van de Nederlandse overheid én de Nederlandse student. En beklijven opgedane internationale en interculturele ervaringen, competenties en vaardigheden ook nog eens beter en duurzamer.

Deel je ervaringen

  • Wat vind jij van de discussie rondom internationalisering in het hoger onderwijs? Welke voors en tegens zie jij?
  • Heb je zelf als docent wellicht te maken met internationalisering van het curriculum? Hoe geef je daar invulling aan voor wat betreft jouw vak en studiedomein?
  • Of werk je als student samen met studenten uit andere landen, fysiek of in de online wereld? Welke extra’s levert het je op en waar zie je nadelen?
  • Heb jij zelf de ambitie, tijdens je studie of misschien wel in je werk, om een internationale dimensie te geven aan je opleiding of carrière? Hoe organiseer je dat?
  • Wat zijn jouw ervaringen rondom je stage in het buitenland? Welke positieve punten heeft jouw stage in het buitenland je opgeleverd en welke verbeterpunten zag je zelf? Voor wie?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Meer lezen

Ik zoomde al eens eerder in op organisaties die met een internationale dimensie invulling geven aan talentontwikkeling van jongeren en studenten, bijvoorbeeld via een tussenjaar. Ook vrijwilligerswerk in het buitenland is een manier om internationale vaardigheden op te doen en te werken aan interculturele vaardigheden.

  • Concreet op zoek naar internationale talentontwikkeling en mogelijkheden om een deel va je studie in het buitenland door te brengen? JoHo zet je op het spoor van je internationale ontwikkeling, bijvoorbeeld via studie of stage in het buitenland.
  • Nuffic houdt een themadossier ‘internationalisering’ bij met veel feiten en cijfers over uitgaande en inkomende studentenmobiliteit. Ook het rapport ‘Internationalisering in beeld’ over 2018 geeft een goede blik op diverse thema’s rondom internationalisering van de Nederlandse student.

“Als pabo-studenten internationale bewustwording op hun toekomstige leerlingen weten over te brengen, en zelf weten om te gaan met diversiteit, dan zijn we goed bezig.”

Internationalisering in beeld, Nuffic, 2018

Muziekonderwijs is goed voor je brein -zeker ook dat van kinderen.

Geschatte leestijd: 5 minuten.

We weten het al een tijdje. En toch, het is fijn als het af en toe ook wetenschappelijk onderbouwd wordt. Neurowetenschappers hebben nieuw bewijs gevonden dat het leren bespelen van een muziekinstrument goed is voor de ontwikkeling van het brein van kinderen. De klassieke route die ik heb gevolgd, AMV lessen (Algemene Muzikale Vorming) – blokfluit lessen – piano/synthesizer lessen, is ouderwets natuurlijk. Kinderen leren tegenwoordig op een hele andere manier een muziekinstrument bespelen. Maar los daarvan: muziekonderwijs is goed voor je brein; dat werd pasgeleden opnieuw bewezen in een onderzoek van de Pontifical Catholic University en de Universidad del Desarollo in Chili.

Muzikale vorming stimuleert specifieke gebieden in je hersenen

Bij kinderen die muziekonderwijs volgen wordt in het brein dat gebied geactiveerd dat gerelateerd is aan het vasthouden van je aandacht en aan diverse uitvoerende functies. De activering van dat gebied betekent onder andere beter lezen, een grotere veerkracht, een toenemende creativiteit en een betere levenskwaliteit.

Twee specifieke mechanismen liggen ten grondslag aan de betere prestaties van muzikaal ontwikkelde kinderen op het gebied van ‘aandacht vasthouden’ en ‘geheugen’. Eén mechanisme is wat algemener gericht op het beter kunnen vasthouden van je aandacht bij taken, het andere mechanisme richt zich specifiek op het beter kunnen ‘vertalen’ van dat wat je hoort.

Onderzoek bij Chileense kinderen

Het onderzoeksteam onderzocht 40 Chileense kinderen in de leeftijd 10-13 jaar. De onderzoeksresultaten zijn inmiddels gepubliceerd in Frontiers in Neuroscience. In het onderzoek werden 20 kinderen onderzocht die een instrument bespeelden, minstens twee jaar les hadden gevolgd, minstens twee uur per week oefenden en op regelmatige basis in orkesten of muziekensembles speelden. Daarnaast was er een controlegroep van 20 kinderen van lagere scholen in Santiago de Chile, die geen muzikaal onderwijs hadden gekregen (buiten dat wat op school werd aangeboden).

Functionele MRI (fMRI) werd ingezet om de hersenactiviteit bij kinderen te meten terwijl ze een reeds in 2006 door Johnson & Zatorre ontwikkelde taak (‘bimodal (auditory/visual) attention and working memory task’) uitvoerden. Deelnemende kinderen werd gevraagd om zich te concentreren op één abstract figuur of een korte melodie, óf een combinatie van figuur en melodie, die gedurende vier seconden te zien en/of te horen was. Twee seconden daarna werd gevraagd, met ja/nee vragen, om zowel het beeld als de melodie terug te halen in het geheugen. Daarnaast werd gelet op reactietijd. Beide groepen kinderen reageerden even snel. Kinderen die muziekonderwijs volgden scoorden echter significant beter op de geheugenoefening, door aantoonbaar toegenomen hersenactiviteit. Ook was er een correlatie tussen ‘positief scoren op de oefening’ en ‘aantal jaren muziekonderwijs’: kinderen die langer muziekles hadden gevolgd scoorden significant beter op de oefening dan kinderen die korter of geen muziekles hadden gevolgd.

fMRI om de hersenactiviteit bij kinderen te meten tijdens een geheugenoefening

Er zijn meer voordelen voor kinderen die met muziek bezig zijn

Het bespelen van een instrument, maar ook zelf zingen en zelfs het luisteren naar muziek stimuleert het brein. Door deze activiteiten worden voortdurend nieuwe verbindingen in de hersenen gelegd, het ontwikkelt spraakfuncties en het helpt bij het herkennen van geluiden. Het luisteren naar muzikale beats geeft je kind ook betere rekenvaardigheden omdat het stimulerend werkt op het geheugen, aandacht en concentratie.

Een onderzoek aan de Universiteit van Helsinki liet al eerder zien dat muziekonderwijs de ontwikkeling stimuleert van vaardigheden rondom het herkennen en onderscheiden van klanken en op het gebied van de woordenschat. Een ander onderzoek liet al zien dat het gestructureerd aanbieden van muzieklessen diverse cognitieve functies verbetert, zoals het korte termijn geheugen, vaardigheden rondom het redeneren, plannen en het jezelf kunnen afremmen. Vaardigheden die uiteraard goed van pas komen in academische omgevingen.

Moet ieder kind nu op muziekles?

Ja. Nee.

Natuurlijk voegt het volgen van muziekles iets toe aan de hersencapaciteit en vaardigheden van kinderen, zoals bovenstaande onderzoeken laten zien. Wat dat betreft is het dus voor álle kinderen zinvol om deel te nemen aan muziekonderwijs. Maar kinderen moeten er vooral ook lol in hebben, of krijgen. De universele (wereld)taal van muziek spelenderwijs leren ontdekken.

En als het niet werkt, of nog niet werkt, dan kiest een kind vooral een andere hobby. Hoogstens kun je je kind periodiek prikkelen om eens een proefles te volgen, of een nieuw instrument te ontdekken. Je merkt vanzelf wel aan hem of haar of de wil er is om echt structureler muzieklessen te volgen. ‘Pushen’ werkt uiteraard contraproductief.

PS voor wie nooit de kans kreeg om muziekles te volgen

Altijd al muziekles willen volgen, maar nooit de kans gekregen?

Het is nooit te laat om te starten met muziekles.

Neuropsycholoog professor Erik Scherder vertelt: “Op een ochtend werd ik wakker en dacht ik ineens: het is nooit te laat voor die viool. Mensen van rond mijn leeftijd die voor het eerst een instrument gaan bespelen, krijgen namelijk extra activiteit in hun prefrontale cortex. En wie wil dat nou niet? Juist die cortex is bij veroudering een van de kwetsbaarste onderdelen van het brein. Muziekles houdt hem langer fit, waardoor het geheugen scherper blijft en het probleemoplossend vermogen op peil wordt gehouden.”

En laat je Erik Scherder aan het woord, dan gaat het ook al snel over kinderen. “Neem dat mooie Amerikaanse onderzoek bij kinderen die muziekles krijgen en die van hun 6de tot 9de werden gevolgd. Deze kinderen blijken over de hele linie beter te presteren. Hun hersenbalk, de verbinding tussen hun beide hersenhelften, is bij hen dikker geworden door het musiceren. Linker- en rechterhelft werken dus beter samen, wat hun brein flexibeler maakt. En nog meer goed nieuws: je hoeft er niet eens goed voor te zijn in muziek – áls je maar muziek speelt, dat is al voldoende. Onvoorstelbaar toch, dat het muziekonderwijs is wegbezuinigd in Nederland? Muziek is zó goed voor je algehele ontwikkeling. Het raakt je: muziek doet je verwonderen, verbazen, emotioneren, herinneren, het verbindt je met anderen. Muziek grijpt in op de diepste structuren in het brein. We leren het eerder dan taal: al in de buik van onze moeder veranderen onze ademhaling en hartslag zodra we daarbuiten muziek of gezang horen. Muziek is een psychofysiologisch oermechanisme van de mens.”

Bron bij de quotes van Erik Scherder: Psychologie Magazine

Deel je ervaringen

  • Heb jij vroeger zelf muziekonderwijs gevolgd, buiten de lessen op basisschool of middelbare school? Of volgt je kind nu muzieklessen?
  • Welke positieve effecten zie jij van het volgen van muziekonderwijs op de ontwikkeling van vaardigheden, bij jezelf of bij je kinderen?
  • Op welke manier(en) stimuleer jij je kinderen om muziek te luisteren en/of muziekinstrumenten te ontdekken?

Deel je ervaringen via de reacties.

Meer lezen

  • Ik schreef al eerder over mijn zoon Tijs die, na een aantal jaren fanatiek te kiezen voor voetbal, interesse kreeg in piano spelen. Zónder dat ik hem, als toetsenist, daartoe pushte; natuurlijk speelde ik wel eens samen met hem op de piano en kwam hij kijken bij optredens van mijn bands. Overigens voetbalt hij nog steeds 🙂 naast zijn piano- en bandlessen.
  • Ook schreef ik eerder een blog over Muziek leert je scherper waarnemen en bewuster nadenken.
  • Lees het volledige onderzoeksartikel van de Chileense Universiteit:

‘Muziek luisteren en spelen houdt ál onze breinnetwerken niet alleen actief, het versterkt ze ook. De muzieknetwerken blijken intensief verbonden te zijn met de taalgebieden, waardoor muziek ons taalgevoel kan stimuleren.’

– Erik Scherder

Chronische pijn komt nooit alleen

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Dit wordt een mistig verhaal. Een niet zo fris verhaal, ook. Een stuk over slaapstoornissen. Maar ook een tandenloos verhaal. Welkom in de wereld van de bijwerkingen…want chronische pijn komt nooit alleen.

Chronische pijn en onderliggende ziektes

Eerst nog iets anders.

Pas sinds kort is chronische pijn erkend als een op zichzelf staande ziekte. Gek eigenlijk dat dat zo lang, tot in 2020, heeft moeten duren. In de loop van 2020 erkende het Zorginstituut Nederland (ZI) chronische pijn. Tot dan toe werd het meer gezien als vervelend bijverschijnsel bij een andere ziekte of als bijkomend effect van een andere kwaal. Het werk in Nederland rondom het opstellen van de Zorgstandaard Chronische Pijn (vanuit het samenwerkingsverband Pijnpatiëntennaar1Stem) heeft daar zeker aan bijgedragen. En tegelijkertijd is er ook wereldwijd erkenning; de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) heeft een nieuwe lijst International Classification of Diseases (ICD-11) goedgekeurd, waardoor vanaf 2022 wereldwijd nieuwe pijndiagnoses van kracht worden.

Erkenning dus, voor iets waarvan wereldwijd vele miljoenen mensen dagelijks last hebben.

Chronische pijn komt nooit alleen. Dat gaat natuurlijk nog steeds op voor alle ziektes waarbij pijn wél een vervelend bij-effect is. Denk aan pijn na een whiplash, pijn bij kanker, migrainepijn of pijn in spieren en gewrichten als eerste symptoom van Parkinson. Bij al deze ziektes is er dus een andere ‘kwaal’, een ander ziektebeeld, die gepaard gaat met pijn. Chronische pijn, helaas.

Die ziektebeelden wil ik graag een volgende keer aan bod laten komen. Dit artikel gaat over de bijwerkingen van chronische pijn.

Chronische pijn en bijwerkingen

Ik realiseerde het me eerst niet zo. Ik had rugproblemen, werd enkele keren geopereerd en hield daar vanaf 2012 pijn aan over. Het werd zoeken naar manieren om met die pijn om te gaan.

Maar van lieverlee kwamen daar andere kwaaltjes en kwalen bij. De pijn staat niet meer op zichzelf. En dan heb ik het niet over de mentale ongemakken, de moeite die het kost om er mee te leren dealen, de gedachten die bovenop de fysieke pijn komen.

Een (zeker niet allesomvattende) inventarisatie van bijwerkingen van chronische pijn en bijwerkingen van de behandelingen van chronische pijn.

Darmproblemen

Opeens ging het niet meer. Zodanig, dat ik opnieuw in het ziekenhuis belandde. Niet voor een volgende hernia-operatie, pijnspuit of neurostimulator, maar omdat mijn darmen niet meer goed functioneerden. Acute obstipatie.

Ik hoor nog het stemmetje van mijn apotheker: ‘wel goed blijven innemen hè, dat Macrogol laxeermiddel.’ Dat deed ik ook, maar niet consequent genoeg, zo bleek. Ik sloeg wel eens over, want ik kreeg er diarree van.

(Ik heb je gewaarschuwd aan het begin van dit artikel -het wordt geen fris verhaal)

Totdat mijn darmen vastliepen. Muurvast. Obstipatie is een bijwerking van de morfine-medicatie, die ik uiteraard neem tegen de chronische pijn. Dat moet je dus voorkomen.

Ik wens het niemand toe, acute obstipatie. Ik heb -voor zover ik weet- geen vijanden, maar zelfs niet mijn ergste vijand. Wat een -excusez le mot- shit. Los van de consternatie die het thuis veroorzaakte, papa in het ziekenhuis, was het fysiek ook een hoop gedoe, met smerige laxerende drankjes, etc. Ik zal je verdere details besparen.

Darmproblemen komen zeer regelmatig voor bij mensen met chronische pijn.

Apneu

Ik kwam er toevallig achter. Nou ja, ik, de slaaptest-meter van het slaapcentrum van het Amphia kwam er achter. Een flinke hoeveelheid ademstops per uur, gedurende de hele nacht. Ik ging er naar toe voor ‘snurken’, een probleem waar veel mannen -of liever gezegd hun vrouwen- ‘last’ van hebben. Dat ontwikkelde zich in enkele maanden van ‘matige’ naar ‘ernstige’ slaapapneu.

Er zijn allerlei oorzaken waarom je apneu ontwikkeld; in mijn geval wordt het zeer waarschijnlijk door de morfine getriggerd. Die morfine die ik neem vanwege…precies. Simpel uitgelegd: mijn brein geeft in de slaap te weinig of verstoorde signalen door aan mijn ademhaling, waardoor er ademstops zijn. Centraal slaapapneu noemen ze dat. Het leidt overdag o.a. tot moeheid, omdat je verstoord en oppervlakkiger slaapt.

Apneu is dus een ‘cadeautje’ dat je gratis bij de chronische pijn krijgt.

De oplossing? ‘Stoppen met de pijnmedicatie’, zei de longarts voorzichtig. Aan mijn reactie zag ze al wel dat dat -voor nu- geen haalbare optie is. Tuurlijk, ik zou er ook graag mee stoppen, maar ik neem die medicatie niet voor niets. Dus gaan ‘we’ aan de slag met een CPAP apparaat, een soort masker dat luchtdruk geeft.

Brain fog, hersenmist

Alsof er een stapel watten in je hoofd zit. Niet op woorden kunnen komen. Snel dingen vergeten. En nu weet ik wel dat mannen sowieso slecht zijn in onthouden en het geheugen achteruit gaat naarmate de leeftijd vordert, maar hé, ik ben nog niet ‘oud en versleten’ 😉

Brain fog, ofwel hersenmist, is iets dat allerlei oorzaken kan hebben: bijvoorbeeld hersenletsel, overmatige stress, burn-out, verkeerde voeding, te haastige levensstijl. Bekende symptomen zijn weinig energie, moeheid, hoofdpijn, moeite met concentreren, verwarring, moeite met slapen.

Bij mij voelt het ook regelmatig mistig in de bovenkamer. De pijnmedicatie zal daar aan meehelpen, maar ik denk ook de energie die het sowieso kost om dagelijks om te gaan met pijn. En nee, ‘alcohol’ is geen mist veroorzakende factor (meer) :-), ik drink niet of nauwelijks meer. En wellicht werkt de slaapapneu ook weer brain fog versterkend; de ene bijwerking triggert de andere. Een tekort aan dopamine, serotonine en cortisol kan ook meewerken.

Manieren om brain fog tegen te gaan?

  • suikerinname beperken -ik doe mijn best (soms)
  • voldoende gezonde koolhydraten, proteïnen en gezonde vetten innemen -ik doe mijn best (soms)
  • stresslevels hanteren door een rustiger levensstijl en het doen van ‘leuke dingen’ -hé, dat was ook de tip van de neuroloog een jaar of twee terug 🙂
  • goed slapen -zie slaapapneu hierboven
  • op een gezonde manier bewegen (working on it @Monné zorg & beweging)
  • voedselallergieën onderzoeken (working on it @de mesoloog)
  • voedingssupplementen uitproberen (ik ben gestart op advies van de mesoloog)

Uit onderzoek is bekend dat medicatie het aantal hersenontstekingen kan verhogen en de hormoonfunctie kan verminderen, zo lees ik. En dat triggert weer hersenmist. Ook hoor ik veel anderen met chronische pijn zeggen dat ze zich zo wazig voelen van tijd tot tijd. Onderzoek en praktijk vullen elkaar dus ‘mooi’ aan.

En dan hebben we nog…

Ik noemde hiervoor toevallig drie bijwerkingen die mij bekend voorkomen, zonder dat ik nu mijn hele medische verhaal online wil gaan behandelen. Ik schrijf dit ook niet om zielig gevonden te worden, want dat ben ik niet, maar om kennis en ervaring te delen en het herkenbaar(der) te maken voor anderen die leren omgaan met chronische pijn. Vaak heb je in het begin geen idee wat er allemaal op je afkomt. En sowieso is het fijn om te horen dat anderen ook beschrijven wat jij zelf voelt of meemaakt, maar (nog) niet kan plaatsen.

Wat geven anderen zoal aan als bijwerkingen van chronische pijn?

Bijwerkingen kunnen een direct gevolg zijn van de pijn, maar komen veelal ook voort uit de pijnmedicatie. Onderstaande bijwerkingen worden vaak genoemd door mensen met chronische pijn.

  • depressie: van de pijn an sich, van de uitzichtloosheid, van het verlies aan maatschappelijke zingeving, maar ook van de medicatie; bv. van epileptica die vaak bij zenuwpijn worden ingezet
  • geheugenverlies (in het verlengde van de hierboven al genoemde hersenmist), met name korte termijn geheugen
  • tandbederf (als gevolg van medicatie)
  • troebel zicht, staar, verslechterde ogen, gevoel van ‘zand in je ogen’
  • medicatieverslaving, als je medicijnen gebruikt waarvan je in de loop der tijd steeds meer nodig hebt om nog effect te bereiken
  • vocht vasthouden
  • stevige gewichtstoename (door medicatie meer eetlust, weinig beweging) of juist gewicht verliezen (stress)
  • paniekaanvallen, plotselinge onverklaarbare angsten (bijvoorbeeld als de serotonine spiegel wordt verhoogd)
  • heftig dromen, dagdromen
  • problemen met schrijven of praten, niet meer op woorden kunnen komen, veel type- of schrijffouten maken
  • slaperigheid overdag (doordat je door de pijn minder goed slaapt, doordat het omgaan met pijn veel energie kost en/of door de medicatie)
  • duizeligheid
  • jeuk (veelal medicatie gerelateerd)
  • gevoeliger zijn, vaker en sneller huilen
  • overmatig zweten
  • haaruitval (door medicatie)
  • trillende handen en vingers
  • vocht vasthouden (dikke voeten, enkels, benen), een gevolg van NSAID’s (pijnstillers die ontstekingsremmend werken en pijn tegengaan)
  • droge mond (tandarts of apotheek heeft speciale gel en tandpasta)
  • aantasting van de lever (veel pijnmedicatie is een aanslag op de lever; daar heb je ook weer middelen voor die dat effect weer verkleinen)
  • slechte adem (door medicatie)
  • dyspepsie (PDS, prikkelbare darm syndroom), een gevolg van gebruik van opioïden
  • misselijkheid (door medicatie)
  • seksuele disfunctie, een gevolg van gebruik van opioïden
  • maagproblemen (door medicatie; bij veel pijnmedicatie is het belangrijk een maagbeschermer te gebruiken…maar die heeft ook weer bijwerkingen…)
  • verhoogde kans op botbreuken en hartproblemen (als gevolg van langdurig gebruik opioïden)
Chronische pijn komt met bijwerkingen…die weer zorgen voor bijwerkingen…

Bovenstaand lijstje met mogelijke bijwerkingen zien maakt je niet direct vrolijker; realiseer je dat je natuurlijk vrijwel nooit alle bijwerkingen tegelijkertijd krijgt. Mensen met chronische pijn gebruiken een diversiteit aan medicatie, ieder met eigen bijwerkingen. Check sowieso altijd de bijsluiter als je ‘raar’ gedrag bij jezelf bemerkt, of als anderen je er op wijzen. Vooraf de bijsluiter lezen kan ook, dan herken je wellicht een bijwerking als je er last van krijgt. Andersom denken sommige mensen dat het lezen van bijsluiters ook bijwerkingen kan ‘oproepen’ of triggeren, bijvoorbeeld vanuit angst. Doe vooral wat voor jou het beste werkt.

Of je nu dagelijks pijn hebt voortkomend uit een ander ziektebeeld, of chronische pijn als zelfstandige ziekte: chronische pijn komt nooit alleen. Rondom medicatie is het soms een lastige afweging of je nu méér positief effect van een middel op de pijn hebt en de bijwerkingen op de koop toeneemt, of dat het middel erger is dan de kwaal.

Toch is mijn ervaring dat ik de pijnmedicatie niet voor niets neem. Zónder is gewoon (nog) geen optie om te kunnen blijven functioneren.

Deel je ervaringen

  • Heb jij chronische pijn en herken je bovenstaande bijwerkingen? Of heb je juist een andere bijwerking?
  • Heb jij chronische pijn en vrijwel géén last van bijwerkingen?
  • Wat zijn je ervaringen met pijnmedicatie en bijwerkingen?

Deel je gedachten en ervaringen via de reacties hieronder.

Last van een bijwerking die je niet direct in de bijsluiter vind? Het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb verzamelt alle meldingen over bijwerkingen van de medicijnen die in Nederland te krijgen zijn. Op deze manier houden ze de veiligheid van de medicijnen in de gaten. Artsen, apothekers en gebruikers van medicijnen kunnen er veel informatie over bijwerkingen vinden én bijwerkingen melden.

Meer lezen

  • Benieuwd naar de Zorgstandaard Chronische Pijn? En word jou behandeling eigenlijk al ingericht naar de geest van deze zorgstandaard? Lees meer over de Zorgstandaard of bekijk het volledige document hier: