Scheurkalender Een moedig mens

Van moe naar moedig: durven bang te zijn en tóch handelen.

Geschatte leestijd: 4 minuten.

Een moedig mens is niet hij die niet bang is. Een moedig mens is hij die bang is en tóch doet.

Uit: Ja – Omdenken als levenshouding

Moedig zijn. Volgens het boek Ja – Omdenken als levenshouding ben je vooral moedig als je durft bang te zijn en tegelijkertijd tóch te handelen.

Moedig

In het woord moedig zit het woord moe. Een woord dat menig chronisch pijnpatiënt bekend voor zal komen. Ik was nooit moe. Nou ja, alleen als het tijd werd voor vakantie, dan was ik hoogstens denkmoe. Even je hoofd wat rust gunnen, afleiding zoeken met het lezen van een ontspannend boek of twee uur achter elkaar muziek luisteren. Of in de jaren dat je kinderen nog jong zijn, dan ben je wel eens moe van al die onderbrekingen…net als je even lekker zit te werken wordt je kind wakker terwijl het nog niet lang slaapt. Maar dat is een ander soort moe dan de fysieke moeheid die ook ik ervaar rondom de chronische pijn.

Doodmoe

Chronische pijn is afmattend. De hele dag door pijn voelen is mentaal killing, maar vooral ook fysiek moe makend. Je lijf is continu aan het werk om te dealen met die pijn, te strijden tegen die pijn. Je geest wordt moe van alle gedachten over die pijn, je onzekerheden, het voortdurend nadenken over je toekomstperspectief. Ik lever die strijd al zo’n acht jaar. Ben al snel overgegaan op het wegdrukken van die niet te harden pijn met medicatie. Dat moest, het was gewoonweg niet te doen. Iets minder pijn voelen is dan niet een luxe, maar hoogstnoodzakelijk.

Alleen, medicatie heeft de vervelende eigenschap ook bijwerkingen te hebben. En één van die bijwerkingen bij mijn soort medicatie (ja, een berg) is…moeheid. Op de gekste momenten, maar vooral ’s avonds, kan moeheid je overvallen. Nu weet ik ook wel dat mannen op een zekere leeftijd 😉 wat vaker ’s avonds na het eten gaan knikkebollen op de bank…dat schijnt er bij te horen. Maar mijn knikkebollen is eerder een gevecht tegen de moeheid. Je ogen niet open kúnnen houden tijdens het kijken van een televisieprogramma dat je interesseert of tijdens het lezen van een boek dat je altijd al wilde lezen. Normaliter momenten waarbij je scherp bent. Maar in het leven van een chronisch pijnpatiënt, in mijn leven, werkt dat tegenwoordig toch anders.

Van doodmoe naar moedig

Moed is de bereidheid de confrontatie met lichamelijke pijn, tegenslag en levensbedreiging, onzekerheid, angst en intimidatie aan te gaan en te doorstaan. Het is een van de vier kardinale deugden, een psychologisch kenmerk en een karaktertrek.

Wikipedia

Durven bang te zijn en tegelijkertijd tóch handelen. Ik heb die strijd de laatste 1,5 jaar intenser gevoerd. Toch maar toe te geven aan die onzekerheden over de toekomst mét chronische pijn, in plaats van het gevecht tégen chronische pijn. Alle ‘deskundigen’, van artsen tot pijncoaches en van verder gevorderde lotgenoten tot psychologen, hadden het over het toewerken naar acceptatie van je situatie.

Ik had geen flauw idee hoe dat moest. Wat nou, ‘acceptatie’. Dacht het niet. Dit gaan we zo niet accepteren. Hoe durf je. Maar uiteindelijk rest niets anders meer dan dat te doen. De moed te vatten om bang te durven zijn en tóch weer wat meer te gaan handelen. Die strijd -voor het grootste deel- op te geven en toe te gaan werken naar berusting (het woord ‘acceptatie’ komt in mijn pijnvocabulaire nog steeds niet voor).

Relativering

Mijn ‘relativering’ karaktertrek, die ik denk flink ontwikkeld te hebben in de loop der jaren, kwam me hierbij van pas. De moed om te gaan berusten werd gevoed door het relativeren van de situatie. Het kan altijd erger, er zijn mensen met ergere ziektes, ik ga niet dood, ik kan nog enigszins functioneren ondanks (of juist door) alle aanpassingen. Er zit ook een valkuil in dat relativeren, maar vooralsnog is het vooral helpend.

Die moeheid, die is er nog steeds wel. Maar ik heb wat meer trucjes ontwikkeld om me er uit te worstelen. Ja, tweewekelijks onder begeleiding sporten helpt daar aan. Het drinken van koffie aan het begin van de avond ook. Een activiteit opzoeken als de moeheid dreigt toe te slaan waar je wel wakker bij móet blijven ook. Bijvoorbeeld iets ondernemen met één van de kinderen op zo’n moment van instortingsgevaar werkt heel goed. Muziek maken, piano spelen, ook.

Durven handelen

Je zou het ‘durven handelen’ kunnen noemen. Niet toegeven aan de drang om niets meer te doen, maar juist in actie komen. Dat levert niet minder pijn op, zeker niet, en het lukt ook niet altijd, maar ik ben er wél achter gekomen dat niets doen je moeheid niet verbetert, en ook niet minder pijn oplevert. Dan kun je maar beter weer iets gaan doen.

PS

Weet je wie moedig zijn? Naast al die chronisch pijnpatiënten die durven te berusten? Al die mensen in de zorg die in corona-tijd overgaan tot handelen. Extra handelen. Langer handelen. Vaker handelen. Oók als het thuis eigenlijk niet uitkomt of je aan het eind van je latijn bent. Ervoor durven kiezen om te blijven handelen in extreem uitdagende omstandigheden, met enorme aantallen patiënten die je ziet vechten voor hun leven. Je doet wat je kunt en rent ondanks dat overal achter de feiten aan. Dát is pas bang zijn en tóch blijven handelen. Dát is moedig.

Moedig vind ik ook de kids die in het ziekenhuis moeten verblijven en ondanks de ellende waar ze soms in zitten, de moed vinden om naar de Muziekids studio te komen. Ik was een tijdje terug in het Prinses Máxima Center (Utrecht), in de studio. Er kwam een meisje binnen, van boven tot onder aan de slangetjes en infusen. Kaal koppie. Ze kwam haast juichend binnen, superenthousiast over het feit dat ze lekker even een halfuurtje muziek mocht gaan maken. Haar ouders stonden aan de zijkant toe te kijken hoe zij met de muziekvrijwilligers in de weer was. Met tranen in hun ogen. Dát is pas bang zijn en tóch blijven handelen. Dát is moedig.

Ben ik toch weer aan het relativeren.

Meer lezen

Er is soms veel moed nodig om, ondanks de omstandigheden, outside-the-box te denken…
Foto: messageinadrawing
Kind zit alleen op de trap

Welke vaardigheden komen van pas als je pleegouder bent: achter het gedrag van kinderen (en ouders) kijken

Geschatte leestijd: 5 minuten.

In deze blogomgeving blog ik regelmatig over vaardigheden en competenties die bij uitstek van pas komen als je pleegouder bent. In dit blog: achter het gedrag van kinderen (en ouders) kijken.

Toen ik startte met mijn pleegouderschap had ik een paar maanden daarvoor de STAP cursus gevolgd, verzorgd door Juzt-voorganger Tender. STAP staat voor Selectie Training Aspirant Pleegouders. Enerzijds is STAP inderdaad bedoeld als ‘selectie-mechanisme’ en er vielen in ‘onze’ ronde daadwerkelijk ook meerdere ouders af. Anderzijds gaf de training ruimte om te werken aan competenties en vaardigheden die nodig zouden blijken te zijn bij het omgaan met pleegkinderen. In een aantal trainingsavonden werd aandacht besteed aan o.a.

  • Openheid en duidelijkheid in het contact met pleegkinderen
  • Samenwerken als team en het delen van ouderschap
  • Kinderen helpen een positieve kijk op zichzelf te ontwikkelen
  • Kinderen helpen hun gedrag te veranderen zonder hen pijn te doen
  • Het inschatten van de uitwerking die het pleegouderschap op de eigen situatie heeft
  • Veiligheid: pleegouders bieden een pleegkind een veilige leefomgeving

Na de -ik geloof acht- trainingsavonden met een leuke combinatie van theorie en praktijk dacht ik er wel klaar voor te zijn. Genoeg geoefend, genoeg rollenspellen gedaan, genoeg oefeningen ingevuld, genoeg gespard met andere pleegouders. Diploma op zak, voorkeuren voor de eerste match aangegeven en huisbezoeken van de pleegzorgorganisatie afgerond. Ik zat er naast.

Achter het gedrag van kinderen (en ouders) kijken

Ik zat er ontzettend naast. In de ruim vijftien jaren pleegzorg die volgden heb ik regelmatig behoefte gehad aan extra theorie en/of praktische training. Ik miste bagage op het gebied van bijvoorbeeld hechting(sproblematiek), omgaan met loyaliteit, omgaan en samenwerken met ouders. Wat betekent het eigenlijk als je pleegkind al bij de eerste kennismaking je hand grijpt tijdens een eerste wandeling buiten? Wat doe je als de eigen ouder, na het terugbrengen na een weekendbezoek, je belt met de vraag hoe haar kind aan die nieuwe blauwe plek komt? Waarom geeft je pleegkind je vrouw een flinke stomp in haar rug en jou een knuffel? En hoe reageer je eigenlijk op die stomp? Hoe ga je er mee om als de eigen ouder voor de zoveelste keer belt dat het weekendbezoek niet door kan gaan omdat de auto stuk is? Of de favoriete slaapknuffel niet in zijn weekendtas blijkt te zitten en je daar achterkomt als het om 21:00 uur slaaptijd is?

Ik begon in mijn rol als pleegouder zonder dat ik zelf al eigen kinderen had leren opgroeien. Ik had dus geen referentiekader en kon moeilijk inschatten welk gedrag nu gewoon ‘kind-eigen’ is en welk gedrag misschien kon voortkomen uit het ‘pleegkind zijn’.

Creatief zijn in oplossingen

De vaardigheid die ik in het begin nog niet echt had ontwikkeld was ‘achter het gedrag van kinderen leren kijken’. Maar óók achter dat van de ouder(s) van het pleegkind. Ik leerde al snel dat je op twee manieren kon reageren op gedragsuitingen die ik hiervoor al benoemde. Vanuit je eerste impuls, licht paniekerig, of beschuldigend, of juist juichend, zelfvoldaan, boos, of verwijtend: “hé wat doe je nu, waarom sla je haar”, “och, wat schattig, kijk eens hoe goed contact we al maken, het is nog maar de allereerste ontmoeting”.

Die speelgoedknuffel…

… zat vrij bewust niet in de tas van ons pleegkind. Want, slapen zonder knuffel, dat zat er bij hem niet in. Maar wáárom is zijn moeder nu ‘vergeten’ die knuffel in de tas te doen? Onze pleegzoon vroeg ons zijn moeder te bellen -vrijdagavond, negen uur- om de knuffel te komen brengen. Of, beter nog, het weekend af te blazen en ‘de volgende keer’ opnieuw te proberen. Moeder had een eigenbelang bij het vergeten van die knuffel, want dan zou het weekend een slechte start hebben, haar kind slecht slapen (dus chagrijnig zijn), of dan kon ze toch nog even opnieuw langskomen. Maar soms was een ouder gewoon echt chaotisch bij het inpakken van de tas. Of was de knuffel gewoon écht vergeten. We losten het op door niet te gaan bellen of het bezoek dan maar af te blazen, maar door in onze enorme knuffelberg naar een ‘vriendje’ te zoeken die héél sterk leek op zijn eigen knuffel. Na wat extra geruststelling bleek dat voldoende.

Dat snelle handje bij de eerste kennismaking…

…was helemaal geen teken van ‘super geslaagde eerste ontmoeting’. Het was een handje omdat hij nu eenmaal niet anders gewend was, volwassenen wisselden elkaar in rap tempo af in zijn leven en hij had met niemand meer een band, was slecht, onvoldoende of gewoon niet gehecht. ‘Hand in hand lopen’ had voor mij een hele andere lading dan voor hem. Of, die optie was er ook, het kon een direct en snel en krampachtig vastklampen zijn geweest aan de eerste de beste volwassene die méér voor hem wilde betekenen dan puur opvangen en verzorgen (dit pleegkind woonde in een tehuis, vader was er niet, moeder niet in beeld). Inclusief de angst dat ook jij als volgende volwassene weer snel verdwenen zou zijn…en dat gaan we dan ook eens even lekker uittesten, bleek in de daarna volgende ontmoetingen: hoe ver kan ik gaan voordat ook jij me in de steek laat?

‘Achter het gedrag van kinderen en hun ouders kijken’ was een vaardigheid die ik met vallen en opstaan in de loop der jaren heb ontwikkeld. En nu ook veel en vaak probeer toe te passen op al onze kinderen.

Versterken van de kracht van pleegouders

In het programma Versterken van de kracht van pleegouders is door Jeugdzorg Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (en in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten) een impuls gegeven aan een betere samenwerking op het vlak van kennisversterking van pleegouders. De komende jaren wordt er stapsgewijs gewerkt aan het online beschikbaar maken van alle trainingen, cursussen en andere vormen van ondersteuning die, verspreid over heel Nederland, worden aangeboden. Een van de einddoelen is dat je online je eigen ontwikkelpad als pleegouder kunt vastleggen en bijwerken.

Mogelijke eindtools Versterken van de kracht van pleegouders

Deel je ervaringen

  • Heb jij, bij je eigen kinderen of pleegkinderen (die zeker ook het gevoel van ‘eigen’ kunnen zijn), ervaringen met achter het gedrag leren kijken dat je kind laat zien?
  • Of misschien wel ervaringen met volwassenen, familie, collega’s, waarbij je hetzelfde ‘achter het gedrag kijken’ leerde toepassen?
  • Deel ze via de reacties hieronder!

Bijblijven over pleegzorg

Er zijn veel bronnen als je regelmatig wilt lezen over de ontwikkelingen in pleegzorg.

  • Als goed startpunt kun je de websites Pleegzorg Nederland en de NVP regelmatig bekijken. Je vindt er veel achtergrondinfo en praktische tips, bijvoorbeeld over verzekeren, financiële regelingen of op vakantie gaan met pleegkinderen. Ook wordt er regelmatig geblogd over allerlei aspecten rondom pleegzorg.
  • Vraag eens bij je eigen pleegzorgaanbieder of er de komende tijd cursussen en trainingen worden aangeboden. Goed om theoretisch sterker te staan of juist praktische handvatten te krijgen bij een bepaald pleegzorgthema. Maar vooral ook leuk, want je ontmoet er andere pleegouders die zaken soms net anders aanpakken dan jijzelf. Soms kun je ook (gratis of tegen lage kosten) cursussen van andere pleegzorgaanbieders bijwonen. Én er wordt gewerkt aan een landelijke cursusdatabase.
  • De kennisbank van BIJ Ons, een voormalig tijdschrift over pleegzorg, is nog steeds online in te zien. Daarbij wordt er gewerkt aan een doorstart van het magazine.
Kijken door een zonnebril

Ben jij nog nieuwsgierig? Het belang van nieuwsgierig blijven.

Geschatte leestijd: 2 minuten.

Ik heb geen bijzondere talenten, ik ben alleen hartstochtelijk nieuwsgierig

Albert Einsten

Ik ben ook nieuwsgierig. Ik wil veel van veel weten. Heb een brede interesse – daarom ook dit weblog met allerlei uiteenlopende onderwerpen. En dan zijn het nog maar de eerste keuzes uit veel onderwerpen waar ik nieuwsgierig naar ben.

Nieuwsgierigheid

Jonge kinderen hebben nieuwsgierigheid in overvloed. Nieuwsgierigheid ontstaat als we beseffen dat we iets nog niet weten, maar datgene wel graag willen weten. Als nieuwsgierigheid wordt aangewakkerd gaan onze hersenen aan het werk en versterken ze de verbindingen in het brein. Er komen allemaal stofjes vrij via het beloningscircuit in het brein, daar worden we blij van!

Nieuwsgierig zijn loont dus.

Hoe werkt nieuwsgierigheid?

Nieuwsgierigheid is eigenlijk een soort reflex van de hersenen. Op basis van eerdere kennis en herkenbare patronen zijn je hersenen de hele dag bezig met informatie te verwerken. Soms wordt hierbij bepaalde informatie aangeboden die voor de hersenen extra interessant is. Het sluit bijvoorbeeld aan bij iets wat je al weet, of staat juist haaks op iets wat je dacht te weten. Hierdoor raak je nieuwsgierig: de hersenen beslissen zelf dat ze meer hierover willen weten en ‘dwingen’ je om het verder uit te zoeken.

Nieuwsgierige kinderen zijn gemotiveerd.

Nieuwsgierige kinderen zijn gemotiveerd, stellen veel vragen, zijn leergierig en zijn betrokken in de klas. Nou kan ik me voorstellen dat dat voor volwassenen ook zo geldt. Nieuwsgierigheid is een van de belangrijkste gereedschappen die de mens heeft om te leren. Wanneer je nieuwsgierig bent wil je oprecht weten wat er speelt. Je wil het snappen, begrijpen, bevatten en dit maakt dat je de dingen die je op dat moment leert ook nog eens beter onthoud. Nieuwsgierigheid is dus in veel gevallen de motor achter het leren van nieuwe dingen.

Nieuwsgierigheid in het onderwijs

Ik liep online tegen een Instagram post aan van Jason Fredrick van Eunen. Hij is de oprichter van het Insta account Creating Curiosity en de website www.nieuwsgierigheidindeklas.nl. Jason maakt zijn (levens)werk van nieuwsgierige kinderen in de klas. Onderzoeken wijzen er op dat kinderen in de loop van de basisschooltijd minder nieuwsgierig worden. Hoe kan dat?

Naarmate kinderen ouder worden stellen kinderen minder én andere soorten vragen. In de onderbouw komen vaak verwondervragen voorbij als “Waarom is de lucht blauw?”, terwijl in de bovenbouw vaker “Moeten we dit ook leren op de toets?” wordt gevraagd. Natuurlijk hebben we de eerste soort vragen veel liever! Nieuwsgierige kinderen gaan namelijk verder dan het onthouden van informatie en zoeken actief naar mogelijkheden om toe te passen en te ontdekken. Een nieuwsgierige mindset helpt zelfs om informatie te leren waar we niet direct geïnteresseerd in zijn, hoe handig! Hoge nieuwsgierigheid zorgt er zo voor dat kinderen ook hoger scoren op schoolprestaties als taal en rekenen.

Meer weten over nieuwsgierigheid in het onderwijs?

  • Kijk eens rond op de website van Creating Curiosity. Info van die site vormde ook een bron voor deze blogpost. Je vindt Jason dus ook op Insta.
  • Tweede bron voor deze post vormde vernieuwenderwijs.nl, die een blog over nieuwsgierigheid als de motor achter leren schreef.
  • Wetenschapindeklas heeft diverse praktische hulpmiddelen om nieuwsgierigheid bij leerlingen aan te wakkeren. Lees er meer over.
  • Marieke Peeters, werkzaam bij redactielid van JSW, programmaleider onderwijs en onderzoek bij de HAN PABO en projectmanager van het Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit, schreef een interessant artikel over een nieuwsgierige houding bij leerlingen:

Download het volledige artikel hier:

Hoe nieuwsgierig ben jij?

Ben jij (nog) nieuwsgierig? En zo ja, hoe uit zich dat? Laat het me weten (want ik ben nieuwsgierig) via de reacties hieronder.

Stadsgezicht Malaga kathedraal

Business bootcamp Malaga: werken aan je business skills

Geschatte leestijd: 2 minuten.

Recent las ik Transfer Magazine, dit keer volledig in het teken van de ‘International classroom’. Centraal in de artikelen staan vragen als:

  • Hoe stimuleer je interactie tussen Nederlandse en internationale studenten, ‘at home’ of tijdens een uitwisseling?
  • Op welke manier(en) kunnen scholen (meer) invulling geven aan internationale samenwerking, of ‘mondiaal’ burgerschap?
  • Hoe voorkom je dat internationale studenten in een internationale ‘bubbel’ blijven hangen?
  • Wat is de meerwaarde van samenwerken in internationale projectgroepen?

International classroom: intercultureel contact geen vanzelfsprekendheid

Het blijkt dat Nederlandse en internationale studenten die (verplicht) samenwerken in projectgroepen niet elkaar ‘vanzelfsprekend’ ook voor of na de projectgroep blijven ontmoeten. Samenwerking verloopt vaak stroef omdat studenten elkaar nog niet of niet goed genoeg kennen, omdat er onbedoelde communicatiemisverstanden zijn, maar ook omdat docenten geen of te weinig ‘ijs-brekende’ elementen in het programma hebben ingebouwd. “Onbekend” maakt zelfs bij studierichtingen die volledig geënt zijn op international business of internationale samenwerking toch nog “onbemind”. Nederlandse studenten missen -zeker in de eerste studiejaren- simpelweg vaak ook nog de tools (competenties, vaardigheden) om makkelijk contact te leggen met hun internationale studiegenoten.

Ontwikkeling van internationale competenties en een breder wereldbeeld

Ook komt in het magazine naar voren dat (middelbare) scholen, HBO’s en universiteiten op een veelvoud aan manieren zoeken naar mogelijkheden om studenten te betrekken bij “het buitenland”. Ofwel, men is zoekend en experimenterend om invulling te geven aan het door opeenvolgende ministers zo gewilde ‘mondiaal burgerschap’. Sommige opleidingen hebben vaste en flink ontwikkelde structuren en offices voor internationale stages, uitwisselingen, internationale cases en onderzoeksopdrachten met een buitenland-component; bij andere opleidingen zorgt een individuele enthousiaste docent of dekaan voor eerste experimentjes. Als treffend voorbeeld van dat laatste wordt een docente geïnterviewd die, voor haar eigen professionele en persoonlijke groei, een half jaar een hr-stage ging lopen bij een bedrijf in Singapore. Opnieuw feeling krijgen met de hr-werkvloer, gedwongen worden om weer out-of-the-box te denken, nieuwe internationale competenties ontwikkelen, ervaring opdoen met werken in een andere cultuur. Sinds haar eigen ‘stage’ motiveert de docente haar studenten nu veel steviger om óók een internationale (werk)ervaring op te doen. In Singapore wierf zij verschillende stageplaatsen en regelde internationale business cases.

Business Bootcamp: twee vliegen in één klap?

Al lezende in het magazine moest ik denken aan een andere interessante optie die ik recent voorbij zag komen. Namelijk de mogelijkheid voor (Nederlandse) studenten om deel te nemen aan een Business Bootcamp in het zuid-Spaanse Málaga. Tijdens dit project staan taalontwikkeling en ondernemerschap centraal. Studenten én docenten verblijven twee (tot vier) weken in Málaga en werken aan een (real-life) ondernemersopdracht. Men ontmoet de (Spaanse of internationale) ondernemer, werkt een plan van aanpak uit, gaat aan de slag, presenteert het eindproduct en natuurlijk wordt er ook geëvalueerd. Het betrokken bedrijfsleven, gemeente én het internationaal onderwijs blijken deze “nieuwe” manier van werken bijzonder te waarderen, blijkt uit reeds uitgevoerde bootcamps.

Zo’n bootcamp lijkt mij een mooi voorbeeld van wat Transfer magazine benoemt. De Nederlandse student (én docent!) werkt aan internationale competenties. De internationale classroom komt in beeld; Spaanse studenten worden in het project betrokken en ook diverse Malageense onderwijsinstellingen blijken bootcamp-opdrachtgever te zijn. Door de groepsgewijze aanpak kan er in relatief korte tijd veel werk worden verzet. De betrokkenheid van een Málaga taalinstituut zorgt voor een taalkundige boost en draagt zorg voor de omliggende reisregelzaken.

Entonces, movamos la clase a Málaga!

Meer lezen

Heerlijk uitzicht op Lago de Atitlán, Guatemala

Study Spanish in Guatemala

Geschatte leestijd: 1 minuten.

Ofcourse, when travelling around in Guatemala and Central America, a basic knowledge of Spanish is ‘a must’ to connect with local Guatemaltecos. Guatemala has several hotspots if you decide to slow down and learn some Spanish -or improve your existing knowledge.

Main Study Locations

  • Antigua: thé study-Spanish-location in Guatemala, with a lot of larger and smaller language institutions. Pro: lot of options – lots of others students – relaxed smaller city. Con: lots of other students – bit more expensive.
  • Quetzaltenango (‘Xela’): better option if you really want to connect with Guatemaltecos – bit less expensive than Antigua
  • San Pedro La Laguna: study Spanish at the Lago de Atitlan (!) – cheaper
  • Guatemala City: if you want to study in a more ‘business’ like environment – fewer young students (I studied Spanish at IGA)
  • Petén: study Spanish in the historical and environmental hotspot of Guatemala – combine with eco-volunteering

Must do’s when studying Spanish in Guatemala

  • follow a sala class, cooking class (ceviche!) or cultural lecture
  • combine your language course with volunteering in one of many social or eco projects; Antigua, Quetzaltenango and Petén region have a lot to offer – take your time to really get into the details of your project and think about your competencies and possible added value before choosing a project
  • combine course locations: search for a language school with more than one location – start on a higher level on a new location

Share your experiences

Did you study Spanish in Guatemala?

  • At which location and language school? What experiences did you have?
  • What activities did you join after classes?

Read more

Groep vrijwilligers die samen de maaltijd bereiden

Werken aan je vaardigheden met vrijwilligerswerk in het buitenland

Geschatte leestijd: 3 minuten.

In het buitenland werken is een verrijking; je krijgt de kans je kennis uit te bouwen over hoe het is om te werken in een land buiten Nederland én je doet internationale praktijkervaring op in een vaak totaal andere cultuur. Dat je als vrijwilliger in het buitenland ook werkt aan diverse individuele competenties en vaardigheden wordt vaak onderbelicht. Wat steek je nu concreet op van een aantal weken of maanden werken voor een stichting of ngo in het buitenland? In hoeverre draagt het bij aan je “curriculum vitae”, naast de concrete bijdrage die je levert in het project?

In dit blog licht ik drie concrete voorbeelden uit waarin vrijwilligers achteraf werd gevraagd in hoeverre ze met het vrijwilligerswerk nieuwe competenties of vaardigheden hadden opgedaan, of bestaande hadden bijgeschaafd, en zo ja welke dat waren.

Vrijwilligerswerk in het buitenland: Curaçao

  • Wie: Nederlandse vrijwilligster Kim (22)
  • Wat: Vier weken gewerkt bij Fundashon Amigunan di Cristo, een stichting die het leefklimaat wil verbeteren voor kansarme jongeren in de wijken Fuik, Seru Machu, Seru Grandi en Sabana Kra.
  • Via wie: Wereldstage
  • Bijdrage: ik wilde graag overal meedraaien en heb activiteiten gecoördineerd en begeleid die de stichting organiseert voor de jeugd, ik heb jongeren begeleid bij hun huiswerk, hééél veel broodjes voor de lunch gesmeerd, jongeren gestimuleerd bij een leesproject, samen geknutseld, muziek gemaakt en gedanst, door te sporten de kids enthousiaster gemaakt om regelmatig te bewegen
  • Competenties & vaardigheden: ik heb door de vele activiteiten waar ik kon bijdragen geleerd beter te plannen, ik heb veel geleerd over samenwerken (met projectleiding en andere vrijwilligers), me professioneel op te stellen, ik heb door voor een groep te staan gewerkt aan mijn zelfvertrouwen, ik heb in de praktijk geleerd te communiceren met mensen met een andere achtergrond/cultuur en er werd veel gevraagd van mijn flexibiliteit.

Vrijwilligerswerk in het buitenland: Filippijnen

  • Wie: Nederlandse vrijwilliger Hans (45)
  • Wat: Twee weken gewerkt bij Wildlife in Need, een animal rescue center gericht op het voorkomen van uitsterven van diverse bedreigde diersoorten, o.a. door het beschermen van hun leefgebied, het redden van zieke of gewonde dieren en het voorkomen van (illegale) handel
  • Via wie: Worldexperience Philippines
  • Bijdrage: ik heb meegewerkt in het project gericht op de langstaart makaak (een apensoort). Ik werkte in de Subic Bay Freeport Zone, waar makaken onder coördinatie van het project worden vrijgelaten. Ik vond het bijzonder om met dit gedreven team van Filippijnse en internationale vrijwilligers samen te werken; ik mocht assisteren bij het vrijlaten van een makaak, ik heb geholpen met het bereiden van voedsel (de apen worden tijdelijk gevoerd volgens een afbouwschema) en heb hand- en spandiensten gericht bij diverse kluswerkzaamheden in het project.
  • Competenties & vaardigheden: het samenwerken met het vrijwilligersteam was voor mij heel leerzaam, ik heb in korte tijd veel geleerd over de kansen maar ook bedreigingen van een dierenopvangproject waardoor mijn organisatiebewustzijn groeide, mijn geduld werd her en der op de proef gesteld en natuurlijk heb ik me ook redelijk moeten aanpassen aan de klimatologische omstandigheden en manier van werken in het project. 

Vrijwilligerswerk in het buitenland: Tanzania

  • Wie: Nederlandse vrijwilligster Manouk (32)
  • Wat: Anderhalve maand gewerkt bij een kleine kliniek in Iringa
  • Via wie: Vrijwillig Wereldwijd
  • Bijdrage: omdat ik een medische opleiding en werkervaring had mocht ik veel doen in deze kleine kliniek; ik heb meegeholpen bij de intake van patiënten, ik heb samen met een Tanzaniaanse collega mensen getest en behandeld die besmet waren met het HIV virus, ik heb geassisteerd bij het verstrekken van medicijnen aan patiënten die de kliniek bezochten en ik heb voorlichting gegeven over hygiëne en gezondheid in het algemeen.
  • Competenties & vaardigheden: het was heel anders werken dan in het ziekenhuis waar ik in Nederland werkzaam ben. Dat vroeg bijvoorbeeld veel van mijn flexibiliteit, geduld en aanpassingsvermogen. I heb geleerd professioneel te handelen onder totaal andere omstandigheden dan in Nederland, het samenwerken met het medisch team van de kliniek vond ik heel prettig en omdat ik op zoveel plekken kon assisteren moest ik mijn eigen werkzaamheden plannen, veel meer nog dan in Nederland. Ook ben ik omgevingsbewuster geworden; de leefomstandigheden in de dorpen rondom Iringa bepalen mede de zorgvraag van de patiënten die ons bezochten.

Deel je ervaringen

  • Ben jij je bewust geworden van een groei in bepaalde competenties of vaardigheden, door je vrijwilligersperiode in het buitenland?
  • Heb je daar specifiek op ingezet (je project gekozen juist om bepaalde vaardigheden te verbeteren) of is dat meer onbewust gegaan?
  • Op welke manier pas je hetgeen je geleerd hebt tijdens je periode in het buitenland nu toe in je werk, vrijwilligerswerk of andere activiteiten in Nederland?
  • Deel je ervaringen via een reactie hieronder, of schrijf er zelf een blog over.

Meer lezen over het ontwikkelen van je talenten en vaardigheden

Op een fraaie manier een duik nemen vanaf de rotsen

Met je tieners voor langere tijd naar het buitenland: eerste aandachtspunten

Geschatte leestijd: 4 minuten.

Vertrek je met je kinderen voor langere tijd naar het buitenland, voor een lange reis, voor het werk van een van de ouders, of voor een ‘echte’ emigratie, dan is er een aantal aandachtspunten. Op welk moment vertel je het je kinderen, hoe zit het met de leerplicht, welke school ga je kiezen, hoe neem je zorgvuldig afscheid, etc. Heb je één of meerdere tieners onder je kinderen, dan zijn er wat extra things-to-tackle…

Formeel, volgens de definitie, is een tiener ‘iedereen tussen de 13 en 19 jaar’, maar uiteraard ligt deze leeftijdsrange in de praktijk wat breder. Een tiener is geen ‘kind’ meer die je in de meeste gevallen haast automatisch volgt, maar ook nog geen volwassene met wie je op een bepaald level overlegt. Hoe voorkom je totale anarchie en het verwijt dat je “hun leven ruïneert” als je meedeelt dat jullie als gezin voor langere tijd naar het buitenland verhuizen?

Belangrijkste achtergronden

  • als gevolg van veranderende hormonen handelt en reageert een tiener onvoorspelbaar en vaak met veel emotie
  • vooral voor tieners zijn sociale relaties uitermate belangrijk; ze ontlenen er in deze leeftijdsfase hun identiteit aan
  • een tiener ziet zichzelf als het middelpunt van het universum
  • een tiener beschouwt zichzelf wél als volwassene…en wil dan ook als zodanig worden behandeld

Niet iedere tiener is uiteraard een direct gevaar voor zichzelf en de omgeving. Er zijn tieners die makkelijk meebuigen en een vertrek naar het buitenland als één groot avontuur aangaan. Mocht dat bij jou niet helemaal het geval zijn, maak dan gebruik van onderstaande tips.

(waar wordt gesproken over ‘hij’ wordt uiteraard ook ‘zij’ bedoeld)

Communicatie

  • anticipeer: stel je voorafgaand aan de “we vertrekken” boodschap al in op veel drama, een scheldkannonade en het veelvuldig ‘rollen met de ogen’. Maak je eerder zorgen als je helemaal géén reactie krijgt…dan zou je tiener zijn probleem met het aanstaande vertrek voor zichzelf kunnen houden.
  • betrek je tiener zo vroeg als mogelijk bij de plannen voor een lang verblijf in het buitenland of emigratie. Natuurlijk nog niet als je zelf nog in de twijfel- of uitzoekfase zit, maar wel als je (eventuele) partner en jij er uit zijn.
  • maak snel duidelijk per wanneer jullie gaan vertrekken uit Nederland
  • luister (écht!) naar reacties die je tiener geeft op de boodschap; geef hem het gevoel dat de reactie wordt gehoord

Controle & invloed

  • geef je tiener het gevoel dat hij enige invloed heeft op de (sub)beslissingen die worden genomen; dat hij (haast) als ‘volwassene’ mee mag denken
  • zit je tiener in een belangrijk school(examen)jaar, overweeg dan de optie dat hij tijdelijk nog in Nederland blijft, bijvoorbeeld bij familie om dit jaar -samen met eigen vrienden- af te maken. Daarna verandert er toch vanalles en gaan vrienden deels hun eigen weg; jullie nareizen zal dan nog steeds niet altijd eenvoudig maar wel makkelijker worden.
  • heeft je tiener een té groot bezwaar tegen een lang verblijf in het buitenland en haal je die bezwaren in de loop der tijd echt niet weg, overweeg dan de optie dat hij vervroegd op kamers gaat of intern verblijft (waar dat kan)
  • plan eerste bezoeken van (voor hem belangrijke) vrienden aan jullie nieuwe woonland en/of eerste retourbezoeken aan Nederland alvast in; maak de drempel lager en geef iets om naar uit te kijken
  • laat tot een bepaald level merken dat je begrip hebt voor bezwaren en geruzie over de beslissing om te verhuizen. Besef dat je tiener dat vooral doet omdat hij zich uiteindelijk het meest veilig bij jou of jullie voelt.

Benadruk het positieve

  • je tiener ‘omkopen’ zal niet meer werken, ga subtieler te werk maar benoem zeker wel de positieve zaken aan het vertrek naar het buitenland. Wat voor jou vanzelfsprekend is hoeft dat voor je tiener niet altijd te zijn.
  • Ga je naar een hippe plaats benoem dat. Moet er worden geshopt benoem dat. Worden nieuwe spannende activiteiten of hobby’s mogelijk op de plek waar je gaat wonen benoem dat. Kan een rijbewijs eerder worden behaald benoem dat.

Respecteer de privacy

  • wals vooral niet over het verdriet heen dat je tiener zal hebben bij het achterlaten van voor hem belangrijke vrienden en familie.
  • gun je tiener zijn eigen proces en tijd om te wennen aan het idee van een vertrek uit Nederland
  • onderzoek tegelijkertijd -subtiel- of vrienden of familie kunnen bijdragen aan een positievere houding ten opzichte van het aanstaande vertrek

Voorkom dat je gaat pushen

  • natuurlijk heeft je tiener maar tot een bepaald niveau invloed op het vertrek; is de beslissing door jou of jullie gemaakt dan is het dat.
  • toch zal je meer tegengas gaan krijgen als je dat ook erg uitstraalt
  • help hem liever de voordelen (en nadelen) te onderzoeken, benoem samen de emoties die er zijn, stel ook de moeilijke vragen en vind er samen de antwoorden op.
  • voorkom wel dat je (teveel) meegaat in drama en geruzie; geef ruimte maar sta er ook boven

Deel je ervaringen

  • Ben je zelf met je kinderen al in het buitenland, voor langere tijd of emigratie? Hoe heb je het proces voorafgaand aan het vertrek ervaren? 
  • Heb je tips voor ouders die met tieners nog in de pré-vertrekfase zitten?
  • Heb je bepaalde voor- en nadelen ervaren ten tijde van het verblijf in het buitenland?

Deel je ervaringen via een reactie hieronder of schrijf er een eigen blog over.

Lees meer

Woordenwolk Projectplanning

7 tips bij het schrijven van een projectaanvraag

Geschatte leestijd: 4 minuten.

Ik volgde net een webinar van Stance van Heijst, van ZorgSubsidieKalender. Wanneer je een projectaanvraag indient bij een fonds of subsidieverstrekker zijn er diverse criteria waarop je aanvraag wordt beoordeeld. Uiteraard zijn deze criteria altijd goed te vinden; immers je moet ze kennen om een goede aanvraag te kunnen schrijven.

Maar, er zijn ook criteria die niet expliciet worden benoemd. Waar let een beoordelaar van je aanvraag nu indirect op? De “zeven tips van Stance”.

1- Wie is dit?

De beoordelaar wil duidelijkheid hebben wíe de aanvraag doet. Maak jezelf dus duidelijk bekend, laat weten wat je expertise is en of je al eerder succesvolle projecten hebt gerund. Geef inzicht in je reputatie en maak ook duidelijk waarom je een interessante partij bent voor het fonds. Geef referenties, zorg dat je website en socials op orde zijn. Bouw aan het vertrouwen!

2- In hoeverre helpt jouw project het fonds of de subsidiegever om hun maatschappelijke doel(en) in te vullen?

Oók het fonds of de subsidieverstrekker heeft een maatschappelijk doel, net als jij als aanvrager. Natuurlijk wil men zien en lezen op welke manier jij met jouw project het fonds helpt om die doelen te verwezenlijken. Leg die link dus uit in je aanvraag, laat zien hoe je project aan de lange termijn doelstelling bijdraagt, stel je op als gelijkwaardig (en dus niet onderdanig) partner. Benoem ook op welke manieren je deelnemers betrokken zijn bij je project: je werkt voor hén, niet voor jezelf en er is duidelijk behoefte aan bij je doelgroep.

Een samenleving waarin niemand er alleen voor staat, doe je mee?

Maatschappelijke doelstelling Oranjefonds

3- Op welke manier levert jouw project het fonds of de subsidiegever goede PR op?

Ook een fonds- of subsidieverstrekker moet gedurende het jaar of bij de jaarrapportage laten zien wat er is bereikt. Dat doet men middels een jaarverslag, op de website of in de eigen social kanalen. Daarvoor zoeken ook zij naar projecten die hen kunnen helpen om bijvoorbeeld met goede foto’s en filmpjes te laten zien wat is bereikt. Vraag je dus af op welke manier(en) jouw resultaten en cijfers de verstrekker kunnen laten stralen. Lever pro-actief materiaal aan en denk dus tijdens je uitvoer al aan het maken van goed beeldmateriaal.

Het VSB fonds maakt het aanvragers makkelijk om de fondsverstrekker in het zonnetje te zetten

4- Is je projectplan makkelijk verteerbaar?

Denk je even in in de positie van de beoordelaar. Die heeft een bureau of mailbox vol met projectaanvragen die allemaal nog moeten worden beoordeeld. Niets zo irritant dus als een projectaanvraag waar niet doorheen is te komen. Heb respect voor de tijd van de lezer van jouw aanvraag; formuleer helder en zo beknopt mogelijk. Maak eens gebruik van tabellen of grafieken in plaats van een lap tekst, voeg foto’s toe en gebruik citaten om je aanvraag lekkerder leesbaar te maken. Bij de meeste fondsen en subsidies volstaat een projectaanvraag van 5 tot 10 a4tjes; tenzij anders aangegeven. Zorg ook voor een goede samenvatting (1 a4 max) en laat je software een autoamatische inhoudsopgave maken.

Ga zorgvuldig om met de tijd van de lezer van je projectaanvraag…

5- In hoeverre kan het project mislukken?

Natuurlijk wordt jouw project een succes. Maar laat in je aanvraag wel zien welke risico’s er zijn in de uitvoer. Inhoudelijk of financieel. Lukt het je bijvoorbeeld om voldoende deelnemers te werven, en wat ga je doen als dat (nog) niet lukt? Welke andere risico’s zijn er, wat is de kans dat dat risico optreedt en wat is de impact daarvan? Welke beheersmaatregelen bereid je voor om om te gaan met die risico’s? Verstop deze risico’s niet voor de beoordelaar, maar benoem ze. Je hoeft er geen twintig op te sommen…dat straalt uit dat de kans groot is dat je project mislukt, maar benoem er wel drie of vier.

6- Wat is de prijs per deelnemer?

Een simpele rekensom: de totale kosten gedeeld door het aantal projectdeelnemers. En/of: de totale kosten gedeeld door het aantal direct of indirect bereikte personen. In hoeverre is deze ‘kostprijs’ te verantwoorden, marktconform? Is het geen enorm duur project voor het resultaat dat je beoogt? Vaak wordt extra gelet op de last van de totale personeelskosten in het project, als percentage van de totale projectkosten. Beoordelaars hebben daar interne criteria voor, opgebouwd vanuit vaak jarenlange ervaring met projecten. Is je project relatief kostbaar? Leg dan goed uit waarom dat zo is en waarom de beoordelaar je project tóch moet goedkeuren. Een voorbeeld van een dergelijke verantwoording kan zijn dat je met relatief dure onderzoekers werkt, experts op jouw vakgebied. Dat verhoogt de kosten, maar levert ook een goed wetenschappelijk inzicht in waar velen uit jouw branche van kunnen profiteren.

De subsidieverstrekker heeft uiteraard een track record opgebouwd in de loop der jaren…

7- Wat vindt de leidinggevende van de beoordelaar van zijn of haar ‘akkoord’?

Heb je de beoordelaar álle info gegeven die relevant is voor jouw project? Is zijn of haar akkoord intern verdedigbaar? Hoe groot is de kans op mislukken van jouw project…een beoordelaar zal best wat risico’s mogen en kunnen nemen, maar teveel mislukte projecten die door hem of haar zijn geaccordeerd is natuurlijk intern geen goed signaal. Schrijf vooral enthousiast, laat zien wat de situatie ‘voor’ en ‘na’ je interventie (je project) is en benoem zo concreet mogelijk de verwachte resultaten.

Deel je ervaringen!

Heb jij projectaanvragen ingediend en ervaring met deze -of andere- wat meer indirecte criteria waarop een aanvraag wordt beoordeeld? Heb je aanvullingen op dit blog? Deel ze in een reactie!

Nieuwsgierig naar Zorgsubsidiekalender?

Het is de grootste fondsen- en subsidiedatabase voor zorg & welzijn.