A quote a day keeps the doctor away

Geschatte leestijd: 8 minuten.

Quotes, als in vaak korte uitspraken die je aanzetten tot nadenken. Ik hou ervan. Niet geheel toevallig hangt bij ons op de wc dan ook zo’n Omdenken scheurkalender, met een vaak prikkelende dagelijkse quote. In dit artikel een paar quotes die inspireren. Althans, die míj inspireren.

Taal aan het woord

“Taal is zeg maar echt een ding”, in huize Hommel, om maar even Paulien Cornelisse te quoten.

Carina en ik schrijven allebei zo veel als mogelijk, deels ook werkgerelateerd. Zijn dus een groot deel van de dag met woorden en taal bezig. Voor mij zit ‘m dat ook echt in het ‘schrijven’. Ik hou niet van bellen per telefoon (sowieso een fenomeen uit de vorige eeuw), al zal mijn collega met wie ik vroeger regelmatig urenlang kon overleggen daar wellicht wat verbaasd van opkijken. Ik hou ook niet zo van groepsgesprekken; ik luister dan meer dan dat ik zelf aan het woord ben. Een één op één gesprek, face2face, vind ik prima, maar spreken in grote groepen, laat staan een presentatie geven, nee, ik vermijd het.

Typen daarentegen…ik hou van schrijven. En van lezen. Mijn teksten zijn vaak lang, mijn mails zijn uitgebreid, vaak tot schrik van de ontvanger. Dat krijg je al snel, als je naast schrijven ook nog houdt van nuance 😉

Quotes die inspireren

Inspirerende quotes die ik tegen kom probeer ik dan ook altijd op te schrijven c.q. te bewaren. Deze week was het wel erg raak bij Omdenken. Ik deel er drie en geef een korte 😉 toelichting.

Dromen en moed

En tijd. En geld. En geduld. En verstand.

Nee, ik ben het er natuurlijk wel mee eens. Eén ding is essentieel: de moed om je dromen (stapsgewijs) om te zetten tot daden. Ik ben best een dromer, zo regelmatig. Kan goed wegdromen bij de gedachte aan een optreden op mainstage Pinkpop. Aan het maken van een wereldreis, met partner en kinderen. Aan het moment waarop íeder ziekenhuis en íedere zorginstelling in Nederland een muziekbeleid heeft ontwikkeld.

Maar om die dromen waar te maken, is vooral een grote dosis moed nodig. Daarbij moet ik denken aan de moed die Robbert de Vos, initiatiefnemer in 2009/2010 van Muziekids, nodig had om zijn droom stapsgewijs om te gaan zetten in daden. Van de eerste keer binnenstappen bij een ziekenhuis, het Tergooi in Hilversum, om samen met kinderen een middagje muziek te maken tot de bouw van de eerste complete muziekstudio in Tilburg. Om het steeds terugkerende “mooi plan, echt, maar geen financiën” stapsgewijs om te buigen naar een “mooi plan, echt, laten we samen zoeken naar financiering”. Er is moed voor nodig om jouw stichting met enthousiaste vrijwilligers om te bouwen naar een professionele organisatie met oog voor allerlei belangen én waarbij het kind, de jongere en de muziekvrijwilligers nog steeds centraal staan. Het zal best zo zijn dat “de meeste dromen bedrog zijn”, om Marco Borsato te quoten, maar deze droom van Robbert begint toch aardig werkelijkheid te worden. Tegelijkertijd is er nieuwe moed nodig om de komende jaren verder te bouwen.

En ook ik verzamelde in 2018 moed om de eerste mailtjes en telefoontjes naar Amphia Breda eruit te doen, als eerste stap naar een droom van Muziekids in Breda, die hopelijk komende jaren stapsgewijs steeds meer werkelijkheid gaat worden.

De droom van Robbert de Vos, Muziekids: van dromen naar dóen.

Hoop

Ik denk dat veel mensen zich in bovenstaande quote zullen herkennen. Hoop is essentieel in soms bange dagen, is nodig om angstige momenten -die iedereen heeft- door te komen. Ik zie dat veel mensen met chronische pijn zich vastklampen aan hoop. Hoop op een dag zonder pijn, hoop op een nieuwe medicatiesoort die nu wél eens aanslaat, hoop op een arts die communicatief is en openingen biedt voor een nieuwe behandeling.

Zonder hoop geen toekomst. Ook ik houd me vast aan hoop op betere pijntijden. Die ‘hoop’ of ‘verwachting’ staat trouwens wel ter discussie, bijvoorbeeld in de ACT (Acceptance and Commitment Therapy) die ik volgde bij een Bredaas revalidatiecentrum. Juist de hoop op verbetering weerhoudt je van het écht aangaan van acceptatie van de situatie zoals hij is en zal blijven. Als je maar blijft hopen op “dat wondermiddel dat alles verbetert” kom je nooit aan bij de fase van échte acceptatie. Nu heb ik ook het idee dat “accepteren” van dagelijkse pijn onmogelijk is, daarom kies ik eerder voor het woord “berusting”. Ik zie datzelfde proces bij andere pijnpatiënten. Een vorm van hoop is nodig om te leren berusten. Hoop is het enige dat sterker is dan angst.

Stellige meningen

Een heerlijke quote voor iemand die houdt van nuance. Er zitten altijd meerdere kanten aan een zaak, er zijn (vrijwel) altijd voors en tegens. Daarom hou ik niet van mensen die al te stellig zijn in hun beweringen. Ik kijk vaak met grote verbazing naar politici, die één kant van een verhaal vaak heel fel kunnen verdedigen, alsof de andere kanten gewoon écht niet bestaan. Ik snap best dat je in een discussie soms wel eens vasthoudt aan een bepaald standpunt, in je wens de ander te overtuigen van jouw gelijk. Maar ik vind het vaak veel dapperder om óók de andere kant te benoemen, te laten zien dat je hebt nagedacht over die voors en tegens en dat je daarin een genuanceerde keuze hebt gemaakt. De harde schreeuwers, die we tegenwoordig vooral ook op Twitter tegenkomen, met maar één mening die ze fel delen met iedereen die het (niet) wil horen: ik geloof er niet in en ik hou er niet van.

En dat is natuurlijk ook een stellige mening. Want tegelijkertijd is het nuttig te onderzoeken wáárom ze zo fel zijn, waar die felheid vandaan komt. Wat drijft iemand om zo hard en zo vaak zijn of haar mening de bühne op te schreeuwen? Wat denkt iemand er mee te bereiken?

Meer quotes

Zo af en toe noteer ik zinnen, of korte alinea’s, die me aanspreken. Het is al haast een archiefje aan het worden. Een snelle keuze uit andermans werk, quotes die ik met name werkgerelateerd opschreef.

Als je snel wil gaan: werk alleen, als je ver wil komen: werk samen.

oud Afrikaans gezegde

Samenwerken, we vinden het vaak zo moeilijk. Elkaars belangen in de gaten hebben, elkaar wat gunnen in een samenwerking: waarom lukt dat toch vaak niet?

De Engelse taal door een Nederlander uitgesproken. Waarom willen we toch zo graag dat het zo native mogelijk klinkt?

Marjolein Verspoor, Hoogleraar Engelse taalvaardigheid

Over het algemeen wordt in Nederland best goed Engels gesproken. Maar Nederlanders zijn vaak erg kritisch op zichzelf en elkaar. Elders op de wereld waar Engels wordt gesproken maakt een local accent helemaal niet uit. Is men er soms zelfs trots op. Engels is een global language, waarbij het -wat Marjolein en mij betreft- vooral belangrijk is dat je je goed verstaanbaar kunt maken en je boodschap kunt overbrengen. Het zal je niet verbazen dat mijn uitspraak niet zo heel goed is 😉

Concepten komen pas tot wasdom als je met de uitvoering begint. Dus laten we beginnen.

Matthieu Filippo, Achmea, voorzitter Solvency II werkgroep binnen Verbond voor Verzekeraars

Bij veel projecten, zeker die waarbij verschillende partijen met elkaar samenwerken, worden vaak ellenlang plannen voorbereid, beleidsdocumenten opgesteld, nog eens en nog eens en nog eens vergaderd, bijgeschaafd, juristen gaan hun zegje doen, enzovoort. Natuurlijk kunnen de belangen groot zijn en is het zaak je goed voor te bereiden, maar vaak haalt dat zó de vaart uit een samenwerkingsproject dat niemand er meer zin in heeft als het project nog moet starten.

Ik hou, net als Matthieu Filippo, meer van projecten en samenwerkingen waarbij de samenwerking zich geleidelijk aan wederzijds ontwikkelt. Waarbij er groeifasen zijn in uitbouw van die samenwerking, waarbij partners wederzijds de tijd nemen om samen te groeien, elkaar gedurende het project gelijke waarde bieden (evenwichtig), waarbij risico’s beheersbaar zijn en men wederzijds periodiek contact houdt of kort rapporteert. Zonder dat alles “bij de start op 1 januari” tot in de puntjes is doodgeregeld. En natúúrlijk zijn er dan dingen die gaandeweg beter kunnen; die pas je gaandeweg dan aan.

Wil je vertrouwen krijgen, dan moet je beginnen met vertrouwen te geven

Loek Dijkman, Topa Groep

Een basisbeginsel. Eentje in het kader van “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet gij dat ook een ander niet”, het oude gezegde van de Chinese filosoof Confucius. Het is zó makkelijk om een ander te wantrouwen, uit te gaan van het slechte van iemand. Maar begin gewoon eens met iemand te vertrouwen, als je wilt dat de ander jou ook vertrouwt. Naïef? Ja, wel een beetje. Maar ik geloof, net als Rutger Bregman, dat je best uit mag gaan van het goede in de mens. Dat je ervan uit mag gaan dat iemand deugt, te vertrouwen is, totdat het tegendeel bewezen is.

Ik heb dit beginsel ook zo vaak gezien én toegepast binnen ons pleegzorg vrijwilligerswerk. Kinderen voelen vaak haarfijn aan of je ze vertrouwt, of niet. Hoe zou je in hemelsnaam het vertrouwen van een pleegkind in jou als pleegouder moeten opbouwen, als jij uitstraalt hem of haar andersom niet te vertrouwen? Een pleegkind heeft vaak al zoveel meegemaakt, is het vertrouwen in veel mensen (volwassenen) om hem heen vaak al kwijtgeraakt. Geef een kind vooral het gevoel dat je hem vertrouwt, écht vertrouwt, en dan krijg je dat vertrouwen vaak ook terug. En ja, soms duurt dat een tijdje, afhankelijk van de voorgeschiedenis. En ja, soms wordt dat vertrouwen alsnog geschaad. Wijs dan vooral hem (of haar) niet af, maar het gedrag.

Nu we het toch over Confucius hebben…

Confucius. Denker en filosoof uit het oude China, hij leefde zo’n 500 jaar vóór Christus. Confucius probeerde destijds mensen (opnieuw) met elkaar te verbinden en wordt daarnaast nog steeds gezien als een voorbeeld voor alle leraren. Quotes die inspireren, ditmaal van Confucius:

  • “Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.”
  • “Wie voor niets bang is, wordt door het gevaar verrast.”
  • “Alleen de waarlijk deugdzame kan anderen liefhebben of haten.”
  • “Alles heeft z’n schoonheid alleen ziet niet iedereen dat altijd.”
  • “De hele kunst van het spreken is: begrepen te worden.”
  • “Alleen de allerwijsten en de allerdwaasten veranderen nooit van mening.”
  • “Een mens heeft twee oren en één mond om twee keer zoveel te luisteren dan te praten.”
  • “Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen.”
  • “Hoe wilt u de dood begrijpen? U begrijpt het leven nog niet eens.”
  • “Als de rijken vermageren, zijn het de armen die van honger omkomen.”
  • “Overwin een probleem en houd er daarmee honderd op een afstand.”
  • “Weten wat juist is en het niet in praktijk brengen, is gelijk aan gebrek aan moed.”
  • “Wilt u weten of een land goed geregeerd wordt en goed van zeden is? Luister naar zijn muziek.”

Bron van dit overzicht: Historiek.net

Ook op Bedrock vond ik een mooi -deels overlappend- lijstje quotes van Confucius.

Deel je ervaringen

  • Heb jij een favoriete quote? En waarom?
  • Heb jij moed, hoop of een stellige mening :-)? Ik ben altijd nieuwsgierig.

Deel je reactie(s) hieronder.

Meer lezen

Een (klein) deeltje van je aankoopbedrag komt ten goede aan Stichting Muziekids.

Help jezelf door een ander te helpen – wat hebben altruïsme en pijndemping met elkaar te maken?

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Pijndemping, door iets goeds te doen voor een ander. Ofwel: help jezelf, door een ander te helpen. Hoe mooi wil je het hebben? Ik las deze week over een mooi wetenschappelijk onderzoek door de Peking University, in Beijing dus. In dat onderzoek komen twee hoofdthema’s van ‘Er zit muziek in mijn leven‘ mooi samen: ‘wereldburgerschap’ en ‘chronische pijn’.

Zo meer over hoe die twee thema’s bij elkaar komen. Voordat we naar China afreizen, eerst een uitstapje naar België en Zweden.

De paradox van vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk doen, ofwel ‘goed doen’, jezelf inzetten om een ander te helpen. Die ander kan een individu zijn, een groep mensen, een initiatief of organisatie die ‘iets goeds’ doet voor een ander. Maar het uitvoeren van dat vrijwilligerswerk gaat, letterlijk gezien, ten koste van jezelf. Je besteedt een deel van je eigen spaarzame tijd en energie om juist een ander verder te brengen. Waarom ‘offeren’ mensen zichzelf op? Er is in de loop der tijd veel onderzoek gedaan naar effecten van vrijwilligerswerk juist op diegene die het werk uitvoert. Er moeten natuurlijk redenen zijn waarom mensen willen bijdragen, hun tijd en energie opofferen voor een hoger doel.

Betere gezondheid door vrijwilligerswerk

Een onderzoek dat de Universiteit van Gent in 2016/2017 uitvoerde liet zien dat mensen die vrijwilligerswerk doen gezonder zijn dan mensen die zich niet voor een ander inzetten. Vrijwilligers zetten zich fysiek en/of mentaal in, hetgeen zich op latere leeftijd uitbetaalt in geen of minder functionele achteruitgang en beschermt tegen dementie. Vrijwilligerswerk vergroot ook het zelfvertrouwen en iemands sociale netwerk (zowel de kwaliteit van sociale contacten als de hoeveelheid contacten). Vrijwilligerswerk door ouderen voorkomt zelfs eenzaamheid.

Eenzelfde voordeel liet een ander onderzoek zien in Zweden (2010-2015), waarbij ouderen werden gevolgd die vrijwilligerswerk uitvoerden. De activiteit leidde tot helderder nadenken, een betere concentratie en de vrijwilligers hadden minder moeite om zich zaken te herinneren.

Beide onderzoeken lieten dus al zien: vrijwilligerswerk maakt gezond. Er was wel een ‘maar’: het causale verband. Leidde het vrijwilligerswerk zélf tot een toenemende gezondheid? Of zorgde het feit dat deze vrijwilligers over het algemeen een wat hoger inkomen hadden en dus sowieso al wel meer kans hadden op een gezondere leefstijl, tot een betere gezondheid? Meer onderzoek is dus nodig.

Volunteering: help yourself by helping others

Meer kennis en kunde door vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk zorgt niet alleen voor een betere gezondheid, maar ook voor meer sociale samenhang en een betere leefbaarheid: samen klussen oppakken betekent samenwerken, de ander leren kennen, uitwisselen. Daarnaast kun je met vrijwilligerswerk ook werken aan jezelf. De ontwikkeling van nieuwe vaardigheden is voor veel vrijwilligers een van de redenen om voor vrijwilligerswerk te kiezen. Dat kan op allerlei terreinen liggen; denk bijvoorbeeld aan samenwerken, leidinggeven, interculturele vaardigheden ontwikkelen, problemen oplossen, plannen, naar een ander luisteren, flexibiliteit ontwikkelen.

Ik schreef al eens eerder een blog bij WorldSupporter met concrete voorbeelden hoe vrijwilligerswerk, in dit geval in het buitenland, verbeterde competenties en vaardigheden kan opleveren.

Die tijdens vrijwilligerswerk opgedane competenties kun je trouwens formeel laten vastleggen in een zogeheten EVC-traject (Erkenning Verworven Competenties); dit kan je voordelen opleveren als je bijvoorbeeld wilt gaan solliciteren.

Op naar China, Beijing: hoe vrijwilligerswerk en ‘goed doen’ bijdraagt aan pijnreductie

Nieuw onderzoek, in 2019/2020 uitgevoerd onder aansturing van Xiaofei Xie van de Peking University in Beijing, ging een stap verder. Met twee pilotstudies, drie experimenten en diverse brain imaging onderzoekjes (fMRI, ofwel functional MRI) onderzocht men de relatie tussen het doen van vrijwilligerswerk en de perceptie van acute en chronische pijn. Onderzoeksdeelnemers kregen bijvoorbeeld vlak na de vraag om wel, of niet, te doneren aan een goed doel een (milde) elektrische schok toegediend. Bij hen die kozen voor ‘wel doneren’, was op de fMRI minder pijngerelateerde breinactiviteit te zien dan wanneer gekozen werd voor ‘niet doneren’. Zo werden verschillende tests uitgevoerd, onder andere ook bij een groep mensen met chronische pijn als gevolg van kanker. Uit alle -wetenschappelijk zorgvuldig uitgevoerde- tests bleek dat ‘goed doen’ zorgde voor óf letterlijk fysiek minder pijn of voor een lagere perceptie van die pijn.

Natuurlijk was dit Beijing onderzoek maar een eerste, relatief nog beperkt, onderzoek naar de relatie tussen altruïsme en (chronische) pijn. Maar het onderzoek bleef zeker niet onopgemerkt in de medische wereld en leverde diverse publicaties op. Lees bijvoorbeeld de publicatie van het Pain Research Forum:

Ook het artikel over het onderzoek in Gent benoemde trouwens al dat door het helpen van anderen bijvoorbeeld de hormonen oxytocine en progesteron vrijkomen, die helpen om weerstand te bieden tegen stress en virussen.

Wat te doen met deze nieuwste inzichten uit China?

Dus: help jezelf, door een ander te helpen. Moeten we nu het ‘doen van vrijwilligerswerk’ opnemen als behandelingsactiviteit aangeboden door alle pijnpoli’s in Nederland, wereldwijd? 🙂 Mwah, zo’n vaart zal het niet lopen. Maar het bevestigt wel wat ik zelf al een tijdje ervaar: dat het doen van iets dat je écht fijn vindt en waar je veel voldoening uit haalt, iets dat op het terrein van je ‘passies’ ligt, als een van de vele elementen kan bijdragen aan het (leren) omgaan met chronische pijn.

Wat is dat dan zoal, voor mij persoonlijk?

  • Het maken van muziek, je inzetten in bandjes –OnCue, Tak & Band– geeft mij veel voldoening. Als een soort van ‘muzikant-vrijwilliger’ je muziek inzetten om anderen te vermaken, een goede middag of avond te bezorgen, is voor mij een van de leukste dingen om te doen. En is een activiteit die -op het moment zelf- in ieder geval de pijn wegdrukt, waardoor het vol te houden is. Tegelijkertijd zorgt het naderhand vaak wel voor meer pijn, door de extra belasting, dus ook daar is het een kwestie van het telkens opnieuw vinden van een goede balans.
  • Ik zal altijd, in een of andere vorm, actief blijven voor Stichting JoHo, met thema’s als talentontwikkeling, werken aan vaardigheden en competenties en al dan niet in een internationale context. De stichting waar ik al >20 jaar actief ben en waar ik in al die jaren veel voldoening uit haal.
  • Me als vrijwilliger inzetten voor Stichting Muziekids, waar gezondheidszorg en muziek samenkomen, is voor mij ook een (relatief nieuwe) ‘passie’. Ook daar levert het vrijwilligerswerk veel afleiding en een goed gevoel op. Muziek kunnen inzetten als onderdeel van geboden zorg aan kinderen en jongeren in ziekenhuizen. Met eigen ogen zien dat zij veel afleiding en plezier uit muziek halen, in tijden waar je gezondheid het af laat weten: dát geeft mij weer afleiding en plezier.

Het bewaken van de juiste balans tussen plezier, voldoening en belastbaarheid is daarbij één van de grootste en telkens terugkerende uitdagingen als je leeft met chronische pijn.

Vrijwilligerswerk Muziekids studio Almere:
lekker samen muziek maken, goed voor patiënt én goed voor de vrijwilliger

Mensen met chronische pijn willen maatschappelijk nuttig blijven

Ik spar regelmatig met andere chronische pijn patiënten over hoe zij afleiding vinden, wat hen motiveert om door te gaan. Hun ervaringen laten eenzelfde beeld zien als wat ik dag in, dag uit ervaar: ook zij zoeken gericht naar activiteiten die afleiding van hun chronische pijn bieden. En vinden juist de voldoening die vrijwilligerswerk geeft, het feit dat je iets kunt doen voor een ander, zo belangrijk. “Je maatschappelijk nuttig blijven voelen” is júist bij mensen met chronische pijn een belangrijk issue. Veel mensen verliezen ongewild hun baan en worden gedwongen op zoek te gaan naar een alternatief.

Natuurlijk kost omgaan met chronische pijn tijd, is het een proces en slaagt niet iedereen er in om tijdig uit het “vechten tegen de pijn” te geraken. Maar soms ligt de oplossing juist in het opnieuw op zoek gaan naar die maatschappelijke zingeving. In de lijn van het Beijing onderzoek: het vinden van het vrijwilligerswerk dat bij je past. Dat kan op hele kleine of grotere schaal zijn, vanuit je bed of bank in je eigen huis tot online bijdragen en de meer traditionele vormen van vrijwilligerswerk: ‘goed doen’ kent velerlei verschijningsvormen.

Daarbij mag er naar mijn mening meer aandacht komen voor de financiële positie van chronische pijnpatiënten. Vaak blijven zij uit financieel oogpunt worstelen met een zoektocht naar een betaalde baan, die veelal fysiek niet meer haalbaar is. Om productief en van waarde voor je werkgever te blijven ga je dan vaak over je grenzen heen, hetgeen weer volgende uitval en frustratie oplevert. Natuurlijk is vrijwilligerswerk ook niet vrijblijvend en wordt er op je gerekend, maar vaak is daar toch meer flexibiliteit en minder ‘druk’.

Laten we dus al dat vrijwilligerswerk ook financieel maar eens gaan herwaarderen. Maar dat is een goed onderwerp voor een volgende keer.

Voer voor vervolgonderzoek

De onderzoeken in Beijing, Gent en Zweden vragen om gericht vervolgonderzoek. Wat gebeurt er nou precies in het brein tijdens het uitvoeren van een vrijwilligersactiviteit en in de periode daarna? Is het effect meer een placebo, een perceptie van minder pijn door bijvoorbeeld afleiding, of levert het ook écht minder pijnsignalen in het brein op?

Ik ben van plan mijn vrijwilligersactiviteiten gewoon lekker voort te zetten. Én om nieuw toekomstig onderzoek naar de relatie tussen vrijwilligerswerk en pijn te blijven volgen. Ik geef me graag op als testcase, voor wie de relatie tussen (omgaan met) chronische pijn en maatschappelijke zingeving nader wil onderzoeken.

Deel je ervaringen

  • Heb jij wel, of niet, gekozen om een deel van je beschikbare tijd te besteden aan een vorm van vrijwilligerswerk? En waarom?
  • Zo ja, wat doet vrijwilligerswerk met je? Wat levert het je op?
  • Heb je zelf (te maken met) een chronische ziekte? Lukt het je om maatschappelijk actief te blijven? Waarom juist wel, of niet?

Deel je gedachten via de reactiemogelijkheid hieronder.

Meer lezen

  • Wil je meer lezen over de in dit artikel genoemde onderzoeken? Reis opnieuw af naar België, Zweden of China.
  • Zelf je voor een ander inzetten? De weg in Nederland of België naar vrijwilligerswerk zal je al snel wel weten te vinden, via de lokale vrijwilligerscentrales. Zoek je naar vrijwilligerswerk in een meer internationale context? Stichting JoHo geeft aandacht aan initiatieven en vacatures in het buitenland.
    • JoHo geeft je houvast en tools om te ontdekken wie je bent, wat je kunt en wat je juist nog wilt ontwikkelen. Lees meer over het Ontwikkelen van Talenten & gebruik de Roadmap Tools om daar te komen waar je wilt zijn.
    • Het netwerk van JoHo laat je met voorbeelden en concrete mogelijkheden nadenken over wat bij jou zou kunnen passen, wat je eigenlijk zoekt en graag zou willen (en wat niet), waar je een bijdrage zou kunnen leveren en welke competenties en vaardigheden je er mee kunt verbeteren.
    • Bij de community WorldSupporter lees je vervolgens hoe anderen ‘reizen & helpen’, ‘leren & ontwikkelen’, combineren.
  • Wil je meer weten over Erkenning van Verworven Competenties (EVC)? Het Nationaal Kenniscentrum EVC maakt je wegwijs.
  • Meer lezen over de twee hoofdthema’s van dit blog? Bezoek de Blogmagazines Wereldburgerschap en Chronische pijn.
Het artikel in PNAS werd door 36 nieuwsbronnen opgepikt, er verschenen 6 blogs over, het werd 887 keer gedeeld op Twitter en 9 keer op Facebook geplaatst.
African women education development

Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

Geschatte leestijd: 10 minuten.

“Moeten Afrikaanse landen niet meer zelf doen?” lees ik bijna aan het eind van een artikel in de Volkskrant. Het artikel gaat voornamelijk over Bill Gates, die vrijwel het hele vermogen van de Bill & Melinda Gates Foundation fonds wil gaan inzetten in de strijd tegen de coronapandemie. Ook al gaat het artikel vooral over de activiteiten van Gates, ook de achtergronden bij de vraag ‘Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?’ komen aan bod.

Achterover leunen en incasseren

Het is een vraag die regelmatig terugkeert in de discussies over wereldwijde evenwichtige groei en verdeling van de welvaart. Want, zo redeneert men, doordat allerlei donoren maar gul blijven geven, kunnen de Afrikaanse overheden achterover blijven leunen. Er is geen stimulans voor een langere termijnplanning als je ‘periodiek gewoon makkelijk cheques kunt incasseren die de grootste problemen in je land wel oplossen’.

Bill & Melinda Gates Foundation

‘De strijd tegen het coronavirus is vergelijkbaar met een wereldoorlog’, zo verklaarde Bill Gates recent in een interview met de Financial Times. Banen gaan verloren, mensen in de informele sector raken hun schaarse inkomsten kwijt, exportsectoren krijgen gigantische klappen. Gates redeneert dat het vinden van een vaccin tegen corona nu de allerhoogste prioriteit heeft. De kosten hiervan, de komende tijd mede gefinancierd door zijn fonds, vallen uiteindelijk in het niet bij de potentiële schade door een wereldwijde pandemie.

Door het verhuizen van zijn dollars van de strijd tegen aids, tuberculose en malaria naar de strijd tegen corona wordt er een financieel gat geslagen bij onder andere het Global Fund, de grootste financier van malaria-onderzoek. Dat is precies de kritiek van veel deskundigen: het financieren van onderzoek door één of enkele zeer rijke filantropen maakt dat onderzoek ook erg afhankelijk, niet echt democratisch. En er bestaat het risico dat zo’n filantroop met zijn geld de beleidskeuzes in armere landen wel érg sterk kan beïnvloeden.

Kúnnen Afrikaanse landen niet meer zelf doen?

De hulp die jarenlang geboden wordt, het onderzoek dat gefinancierd wordt: je kunt moeilijk zeggen dat dat níet goed is. Bill Gates bijvoorbeeld heeft er met zijn financiële steun voor gezorgd dat de strijd tegen allerlei ziektes gestaag vordert, dat er ongetwijfeld vele miljoenen levens zijn gered door betere of sneller beschikbaar gekomen vaccins. Die levens zijn -uiteraard- heel wat waard.

Tegelijkertijd maakt het Afrikaanse landen soms gemakzuchtig. Al in 2001 spraken Afrikaanse landen af dat ze minimaal 15% van hun jaarlijkse begrotingen gingen uitgeven aan gezondheidszorg. De meeste landen halen dat percentage nu nog steeds nauwelijks. Investeren dus veel minder in de gezondheidszorg gericht op hun inwoners, waardoor voorzieningen nog steeds niet of slecht beschikbaar zijn en minder mensen toegang hebben tot basisgezondheidszorg.

Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo schreef er in 2009 een boek over, ‘Doodlopende hulp’ (Dead Aid: Why Aid Is Not Working and How There Is a Better Way for Africa: Waarom Ontwikkelingshulp Niet Werkt, En Wat Er Wel Moet Gebeuren). Ook zij bepleit dat door de gulle vrijgevigheid van internationale doneren de Afrikaanse regeringen makkelijk achterover kunnen leunen. Het geld komt toch wel binnen, dus kunnen zij middels de alom bekende corruptiesystemen meer voor zichzelf achterover drukken. En hoeft er niet naar een structurele oplossing in eigen land of regio gezocht te worden.

Moyo claimt zelfs dat de ontwikkelingshulp contraproductief is geweest: juist dóór die hulp zijn veel Afrikaanse landen afhankelijker dan ooit. En landen die deze hulp structureel hebben geweigerd (o.a. Zuid-Afrika, Botswana) zijn verder in hun groei en welvaart dan landen die wel zijn meegegaan in de ontwikkelingsdollars. Volgens Moyo liggen de kansen veel meer in het ontwikkelen van een eigen private sector: op het gebied van microfinanciering en eigen ondernemerschap van Afrikanen. Ofwel kansen die zorgen voor nieuwe bedrijven, banen en inkomsten in de landen zelf.

Moyo is daarin wel genuanceerd. Er is bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen (structurele) ontwikkelingshulp en hulp bij humanitaire rampen. Dat laatste is een vorm van hulp die -waar ook ter wereld- altijd moet worden geboden: bij orkanen, aardbevingen, burgeroorlogen, tsunami’s, bij het mislukken van oogsten, bij vulkaanuitbarstingen, et cetera.

Hulpbehoevend imago in stand houden

Een ander aspect rondom ontwikkelingshulp dat Moyo in haar boeken aanstipt is dat veel donoren er belang bij hebben vooral de negatieve aspecten op het Afrikaanse continent te benoemen: ziektes, oorlogen, corruptie, et cetera. En dat ook structureel te doen, in woord én beeld. Door Afrika weg te zetten als continent dat het zelf keer op keer niet redt, door pech en wanbeleid, blijft de hulpindustrie immers noodzakelijk.

Moyo laat juist zien dat er ook een ander Afrika bestaat: dat van een continent met landen waarin veel met name jonge mensen steeds beter opgeleid zijn en zelf ondernemende bedrijven starten die zorgen voor steeds meer werkgelegenheid. Afrika is daarnaast enorm rijk aan natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Natuurlijk is er nog veel werk te verzetten, beaamt ook Moyo, maar dat begint met nadenken over duurzame manieren om de economieën in Afrika te laten groeien en buitenlandse investeringen (in o.a. infrastructuur, telecommunicatie, grondstoffenwinning, toerisme, transport) toe te laten nemen. En níet met het bieden van nóg meer ontwikkelingshulp.

Zelf doen, of toch hulp aanvaarden: sector van vrijwilligerswerk en ‘charity’

Naast de discussie over hoe Afrika sneller tot ontwikkeling kan komen, wordt er sinds de tweede helft van de jaren ’10 van deze eeuw ook in Nederland weer een discussie gevoerd over het nut van ontwikkelingssamenwerking en het nut van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden. Zijn al die hulporganisaties, internationale vrijwilligers en particuliere projectinitiatiefnemers nu essentieel om onderwerpen als ‘armoede’, ‘gezondheidszorg’, ‘landbouw’, ‘infrastructuur’ en ‘onderwijs’ aan te pakken? Of staan ze juist ontwikkeling in de weg, lopen al die goedbedoelende ontwikkelingswerkers en vrijwilligers de Afrikaanse ontwikkeling soms zelfs letterlijk in de weg?

Het is misschien op een andere, minder macro-economische, schaal maar je kunt dezelfde redenering toepassen: door het blijven bestaan van allerlei internationaal/lokaal gerunde weeshuizen, van projecten voor gezondheidszorg, fairtrade initiatieven en het bouwen van schooltjes wordt de lokale overheid ‘lui’, hoeft men het probleem niet zelf op te lossen. En door die ‘luiheid’ en niet acterende overheid benadrukken de initiatieven en vrijwilligersorganisaties dat ze duurzaam nodig zijn: zonder hen gebeurt er immers niets, krijgen mensen geen hulp, water, voldoende voeding, zwerven kinderen op straat en is er nauwelijks onderwijs.

Afschaffen dus, die weeshuizen, schooltjes, bomenplanters en waterputten-bouwers?

Stapsgewijze ontwikkeling en afbouw van een project

Ik merk dat de discussie ook hier in Nederland vaak hard en fel wordt gevoerd. De ‘ons geld wegdragende ontwikkelingshulp’, de contraproductieve ‘vrijwilligersindustrie’, de nadelen van ‘weeshuistoerisme’, die ‘hoogopgeleide brave westerse meisjes waarvan papa en mama vinden dat ze iets van de wereld moeten zien en zo nodig goed moeten doen’…het is allemaal in het leven geroepen uit oogpunt van ‘medelijden’ (‘pity’ noemt Moyo dat) en ‘zelfgenoegzaamheid’. “Kijk eens hoe goed werk wij doen, hoe hard onze hulp nodig is en hoe blij ze met ons zijn”. En helemaal absurd: er zou ook nog eens grof geld worden verdiend aan al die filantropie, dat vrijwilligerstoerisme en particulier initiatief, dat eigen ontwikkeling in Afrika in de weg staat.

Ik denk dat de oplossing iets meer in de nuance ligt. Ook hier is het geen ‘of dit, of dat’ verhaal. We moeten niet onmiddellijk stoppen met de hele ontwikkelingssamenwerking, we moeten niet acuut alle weeshuizen op de wereld stopzetten en het is ook niet zo dat vanaf morgen Afrika zichzelf wel redt en dat er niemand meer heen hoeft. Ook mensen als Dambisa Moyo benadrukken dat er niets mis is met individuele ‘charity’, liefdadigheid; de helft van de USA draait zelfs op liefdadigheid. Zo lang je er maar niet in gaat geloven dat die ontwikkelingshulp, liefdadigheid of dat vrijwilligerswerk de alles biedende eindoplossing is.

Op individueel niveau kan je zeker mensen beter op weg helpen: lokaal, in kleine praktische projecten. Waarbij je er voor zorgt dat de Afrikaanse mensen zelf het project runnen, eigenaar en leidend zijn (‘ownership’). Waarbij je nadenkt over de stapsgewijze afbouw van het hulpproject op de langere termijn: de kerndoelstelling moet zijn dat de projectdoelgroep uiteindelijk zichzelf kan redden. En waarbij je, na een zorgvuldig afscheid, de succesvolle projecten herhaalt op een andere locatie waar de ontwikkeling nog niet zover is.

Ontwikkkelingssamenwerking: van ‘waterputten slaan’ naar professioneel samenwerken

Dat geldt ook op de grotere schaal van de ontwikkelingshulp en de ‘Bill Gates’-achtige filantropie: zomaar ineens stoppen, als je dat al zou willen, dat gaat helemaal niet. Maar projecten en hulp zodanig inrichten dat het lokaal werkgelegenheid creëert en waarbij op de langere termijn een (lokale) overheid het werk kan overnemen, dát is wel duurzaam.

De grotere spelers in de sector ontwikkelingssamenwerking zijn natuurlijk ook niet gek: juist dát gebeurt al jaren, binnen veel van hun projecten. Lokaal eigenaarschap, inzetten op microfinanciering, renteloze leningen, eerlijke handel, eigen productie, lokale werkgelegenheid, gendergelijkheid: het zijn thema’s die al lang worden toegepast.

Direct stoppen met ontwikkelingshulp: accepteren we dan ook de gevolgen?

Het zomaar ineens stoppen met ontwikkelingshulp, filantropie, internationaal vrijwilligerswerk: het zou enorme en directe gevolgen hebben, het zou zoveel extra slachtoffers opleveren. Mensen die pleiten voor het rigoureus stopzetten van iedere vorm van hulp (want: ‘ze moeten het zelf maar doen’, of: ‘het helpt toch niet’) gaan gemakshalve even volledig voorbij aan de negatieve korte termijn effecten van dat stopzetten. Maak je vervolgens de verhalen van de gevolgen van die keuze individueel inzichtelijk (‘het overlijden van persoon x, y of z’, ‘een specifiek dorp dat zonder drinkwater komt te zitten’, ‘honderd gezinnen die zonder inkomsten komen te zitten’), dan is opeens niemand er meer voor en is het ‘iets dat we te allen tijde moeten voorkomen’. Natuurlijk, want zomaar rücksichtslos stoppen kán helemaal niet.

Veranderen via de weg van de geleidelijkheid

De weg naar een zelfstandig opererend Afrika zou naar mijn mening veel geleidelijker moeten gaan. Het stapsgewijs opbouwen van investeringen in Afrikaanse sectoren, met verschillende partners verdeeld over de wereld (Europa, China, India, Japan, Brazilië, VS). Het eerlijker maken van de handel in grondstoffen, zodat Afrikaanse boeren en de bijbehorende logistiek een eerlijke kans krijgen in die wereldhandel. Het verder ontwikkelen van het toerisme in Afrikaanse landen, met de nadruk op verstandig gebruik van nationale parken en kustgebieden. En tegelijkertijd het stapsgewijs, haast als communicerende vaten, afbouwen van de hulp die in die sectoren wordt geboden. De ontwikkelingshulp concentreren op die thema’s waar zakelijker investeringen nog niet mogelijk zijn of gewoon nooit rendabel te maken zijn. En het eveneens stapsgewijs oplossen van de schuldenproblematiek, de rente- en aflossingsverplichtingen over eerder aangegane leningen van Afrikaanse landen bij Westerse of Aziatische financierders. Waar kan gekoppeld aan voorwaarden over mensenrechten en behoorlijk bestuur.

Ja, dat duurt vele jaren langer, maar juist in de genuanceerde aanpak ligt de duurzame oplossing. Zonder desastreuze korte termijn effecten.

Twee nuances nog.

ÉÉN AFRIKA BESTAAT NIET

Net zoals in Europa laten we zeggen ‘Duitsland’ en ‘Spanje’ niet vergelijkbaar zijn, zijn er uiteraard ook vele grote verschillen te zien tussen landen op het Afrikaanse continent. “De situatie in Afrika” oplossen is dus ook een oplossing met vele gezichten. Het ene Afrikaanse land is al veel verder in ontwikkeling dan het andere, de economieën zijn niet vergelijkbaar, landen kennen verschillende groeicijfers en verschillende problematieken. Dat vraagt dus ook om nuance en verschillende strategieën.

DRAAGVLAK HIER VOOR VERANDERING DAAR

Een wereldwijd eerlijker handelssysteem is noodzakelijk om Afrika ook een eerlijke kans te bieden écht onderdeel te worden van die wereldhandel. Dat betekent dus ook dat de spelers die momenteel die wereldeconomie beheersen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Dat we anders omgaan met onze eigen belangen, onze eigen maatstaven en gewenste welvaartsniveau. En daar is op individueel niveau draagvlak voor nodig. Als maar genoeg bedrijven, regeringen, ngo’s, politici en uiteindelijk burgers die eerlijke(r) verdeling voor ogen krijgen, dan ontstaat die eerlijke kans (bijna) vanzelf.

Maar voor dat draagvlak is wel nodig dat mensen kennis en ervaring opdoen. Met eigen ogen kunnen zien wat er speelt, hoe de situatie in “Afrika” is en wáárom het belangrijk is dat daar wat aan verandert. Vrijwilligerswerk in het buitenland, reizen, particulier initiatief, stages in ontwikkelingslanden: het is daarbij een van de (vele) instrumenten om ‘de ogen open te laten gaan’. Pas als mensen het zélf zien en ervaren komt er (vaak, niet altijd) verandering in denken en doen. Mensen nemen die ervaringen mee naar huis, praten er over, dragen hun kennis over op hun directe sociale omgeving.

Misschien is die ontwikkelingshulp, ‘charity’ en dat vrijwilligerstoerisme uiteindelijk niet eens zozeer bedoeld om ‘die ander te helpen’, maar vooral om ‘onszelf op te voeden’. Stap voor stap internationale vaardigheden en competenties opdoen, om steeds meer ‘wereldburger’ te worden, naast ons Nederlanderschap en onze deelname aan de EU.

Zodat we eindelijk gaan realiseren dat eerst wíj moeten veranderen, voordat die ander kán veranderen.

Dus ja.

Afrikaanse landen kúnnen -en willen- best meer zelf doen. Maar om dat écht te kunnen, zullen we met nuance moeten handelen. En zullen ook eerst wij -als niet-Afrikaanse landen- moeten veranderen.

Als Afrika erin slaagt de inhaalslag te maken, is het economische potentieel enorm en kan men dezelfde ontwikkeling bewerkstelligen als bijvoorbeeld Brazilië en Indonesië decennia geleden hebben gedaan. Vrede, veiligheid en goed bestuur zijn echter noodzakelijke voorwaarden, maar ook hulp vanuit het buitenland en schuldverlichting zijn nodig.

Het economisch potentieel van Sub-Sahara Afrika, Rita Bhageloe-Datadin (2008)

Deel je ervaringen

  • Heb jij ideeën over en/of ervaring met ontwikkelingshulp of internationaal vrijwilligerswerk? Wat draagt het bij, of juist niet? En welke veranderingen zijn nodig om de projectlanden nog meer de regie te kunnen laten voeren over de hulp die geboden wordt?
  • Geloof je meer in de kracht van hulp op regeringsniveau, in het werk van ontwikkelingsorganisaties of juist in het nut van kleinschalige particuliere projecten? En is het ‘óf óf’, of juist ‘en en’?

Deel je ideeën via de reacties hieronder.

Meer lezen

Direct aanleiding voor dit bericht: Bill Gates zet nu al zijn miljarden op corona (Volkskrant 27-04-2020, Mark Schenkel)

Kijk ook eens op het platform WorldSupporter voor posts van mensen die willen bijdragen aan ontwikkeling in de wereld, of bij OneWorld voor achtergronden bij de ontwikkelingen.

Tatiana van der Heijde maakt met MuzieKanjers muziek met baby's, kinderen en jongeren

Spotlight: MuzieKanjers. De kracht van muziek voor baby’s, kleuters en kinderen in de basisschoolleeftijd.

Geschatte leestijd: 8 minuten.

Een tijdje terug kwam ik in het kader van Muziekids in contact met Tatiana van der Heijde. Tatiana is een muzikale duizendpoot, speelt klarinet en is opgeleid als muziekdocent “Muziek op Schoot”. In 2016 ontwikkelde zij vanuit haar passie voor muziek en kinderen “MuzieKanjers”.

Ik vind MuzieKanjers een prachtig voorbeeld van hoe iemand zijn passies, in dit geval muziek en kinderen, vertaalt naar een eigen onderneming. Mooi ook om het enthousiasme van Tatiana te zien als zij vertelt over MuzieKanjers en haar vele andere muzikale ‘projectjes’, die allemaal tegelijk lopen en elkaar deels overlappen.

‘Spelenderwijs’ heeft Tatiana daarmee een enorm netwerk ontwikkeld in de Bredase muzieksector (en ver daarbuiten); een netwerk dat we hopelijk samen en stapsgewijs kunnen enthousiasmeren om acties voor ‘mijn passie’ Muziekids op touw te zetten.

Wat doet een muzikale duizendpoot zoal?

Muziek maken en muziekles geven aan jonge kinderen, dat doet Tatiana het allerliefst. Maar haar agenda zit bomvol met allerlei muzikale activiteiten, zoals:

  • muziek maken in allerlei muziekensembles en projectorkesten
  • verzorgen van workshops op locatie, bijvoorbeeld in een kinderdagverblijf, bij een kinderfeestje, tijdens een event of in de bibliotheek
  • coachen van pedagogisch medewerkers: de ontwikkeling van kinderen spelenderwijs stimuleren door te zingen en muziek te maken
  • deelnemen aan concertreizen, met muzikale uitvoeringen in het Europese buitenland
  • muziekles geven aan kinderen in de basisschoolleeftijd
  • deelnemen aan congressen en events op het gebied van muziekeducatie

Daarnaast runt Tatiana dus haar eigen onderneming MuzieKanjers en volgt ze regelmatig aanvullende cursussen op het gebied van muziekeducatie.

Hoe kwam Tatiana tot MuzieKanjers?

Op 7-jarige leeftijd begon Tatiana met klarinet spelen. Al snel startte ze bij de Biltse Harmonie en in de jaren daarna speelde ze in veel verschillende orkesten en ensembles. Na een studie Bewegingswetenschappen en een aantal jaren werk als instructeur van gymlessen voor kinderen van 0 tot 12 jaar, koos Tatiana in 2015 voor de opleiding tot docent Muziek op Schoot. Na het afronden van deze post-hbo opleiding startte ze in 2016 MuzieKanjers.

Tatiana: “In mijn baan als gyminstructeur ontdekte ik hoe leuk het is om met jonge kinderen te werken. Maar ik was ook al een tijdje op zoek naar een nieuwe uitdaging. Muziek maak ik al heel mijn leven en ook vrij fanatiek: ik heb in allerlei ensembles en orkesten gespeeld, maar wel altijd als vergevorderde amateur. Een loopbaancoach zette mij op het volgende pad, eigenlijk heel logisch met mijn muzikale achtergrond, en zo begon ik in de zomer van 2015 de post-HBO opleiding tot docent Muziek op Schoot. In 2016 leidde dat haast automatisch tot mijn eigen bedrijf MuzieKanjers.”

In 2018 volgde Tatiana een aanvullende cursus Muziek in de onderbouw en een training Wereldse muziek. In 2020 aangevuld met de cursus Muziek als Vak aan het conservatorium in Den Haag, vanwege de corona situatie deels via online lessen.

Wat is MuzieKanjers?

Bij MuzieKanjers komen twee passies van Tatiana samen: werken met jonge kinderen én muziek maken. MuzieKanjers is in te schakelen voor onder andere workshops muziek maken, coaching en begeleiding op het gebied van muziekles aan kinderen en Muziek op Schoot; muziekactiviteiten voor de jongste kinderen van 0 tot 4 jaar.

Zó mooi om de blikken van verwondering en de intense concentratie op die gezichtjes te zien als ik op een instrument speel. En dan natuurlijk zelf proberen.

Tatiana van der Heijde

Tatiana: “Je ziet de kinderen overduidelijk genieten, ieder op zijn of haar eigen manier. De kinderen voelen zich bij mij op hun gemak en krijgen alle ruimte om de eerste stapjes te zetten in de muziek. Je kunt wat mij betreft niet vroeg genoeg beginnen.”

Naast de Muziek op Schoot® lessen geeft Tatiana ook muziekles voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Bij de culturele centra Nieuwe Veste in Breda en de Nieuwe Nobelaer in Etten-Leur heeft ze haar eigen kleuter- en AMV-groepen. Ook geeft ze diverse lessen na schooltijd.

Tatiana: “Ik heb een aantal vaste ochtenden met ouder-kind lessen Muziek op Schoot. Daarnaast geef ik regelmatig workshops op kinderdagverblijven en soms geef ik bijvoorbeeld les in een ruimte op de kinderboerderij. Ideaal en laagdrempelig als ouders eens een keer willen proberen wat het inhoudt. Naast de lessen aan de ‘kleintjes’ geef ik ook steeds meer muzieklessen voor kleuters. Met deze doelgroep kun je echt weer een stap verder!”

Tatiana combineert spelenderwijs muziek met spelletjes en leren

Samen muziek maken met kinderen en jongeren staat centraal bij alle activiteiten die MuzieKanjers biedt. Maar uiteraard besteedt Tatiana ook tijd aan de meer bedrijfsmatige kanten van haar eigen onderneming: pr maken (al gaat ook veel via mond-tot-mond reclame), administratie, uitzoeken en maken van nieuw lesmateriaal, social media kanalen bijhouden, onderhoud van instrumenten, etc.

Muziek op Schoot

Muziek op Schoot is het onderdeel van MuzieKanjers dat echt gericht is op de állerkleinsten: baby’s vanaf 4 maanden komen al bij Tatiana op muziekles! De dreumesen (1-jarigen) en peuters (2-4-jarigen) doen samen met hun ouder mee. Maar ook komen regelmatig opa’s en oma’s met hun kleinkinderen naar de workshops toe, als activiteit die de onderlinge band nog eens extra versterkt.

Tijdens de lessen zijn er luistermomenten en schoot- en bewegingsspelletjes. Al spelend en ontdekkend stimuleren Tatiana en de begeleidende ouders de muzikale ontwikkeling van het kind. Ook andere ontwikkelingsgebieden, zoals de motoriek en taal- en sociale vaardigheden, worden daarbij aangesproken. 

Elke MuzieKanjers-les wordt op maat samengesteld voor de groep, zodat de activiteiten altijd aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Door een vaste begroeting en afsluiting krijgen de kinderen een veilig en vertrouwd gevoel. Ook herhaalt de muziekdocent de liedjes vaak, zodat kinderen steeds meer mee kunnen doen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van voor de kinderen geschikte instrumentjes, zoals ritmestokjes, schud-eitjes en trommeltjes. De kleurrijke materialen, zoals ballen, blokken en sjaaltjes, maken de lessen speels en extra aantrekkelijk voor de kinderen die meedoen. Ouders krijgen altijd de bladmuziek van de liedjes mee naar huis. Ook deelt Tatiana korte , eenvoudige, filmpjes van de liedjes die gespeeld zijn in een app-groep. Handig om thuis een vervolg te geven aan de MuzieKanjers lessen en samen met je kinderen muziek te maken.

Mijn eigen ervaringen met muziek en opgroeiende kinderen

Als papa van drie kinderen, inmiddels (bijna) 13, 10 en 8, heb ik altijd geprobeerd spelenderwijs muziek toe te passen in het opvoeden en opgroeien. Ik ben zelf muzikaal opgevoed en heb veel plezier gehaald uit muziekonderwijs vroeger. Ik schreef er al eens eerder over op de introductiepagina Muziek. Ik ben er van overtuigd dat dat een positieve invloed heeft gehad op gevoel en verstand…al is dat natuurlijk raar om over jezelf te zeggen haha 😉

Gek genoeg heb ik sinds mijn tienerjaren een soort ‘zang’blokkade ontwikkeld. Als jonger kind vond ik zingen fijn, ik wilde bijvoorbeeld altijd graag voorzingen tijdens de AMV muzieklessen. Maar later niet meer. Dat was in het begin na de geboorte van Ana knap onhandig, want uiteraard wilde zij ook graag samen liedjes zingen en muziek maken. Ik moest echt een paar drempels over om samen met haar te gaan zingen, maar ben dat uiteindelijk wel gaan doen. Althans, als er niemand anders in de buurt was. Zo ging dat ook bij Tijs en later Jans. En nog steeds zing ik niet graag, ook niet als ik alleen ben.

Thuis staat vaak muziek op. Ik heb samen luisteren naar muziek ook altijd gestimuleerd. Mijn kinderen hebben nooit echt interesse gehad in zelf een muziekinstrument bespelen. Ik heb dat ook niet gepusht, maar natuurlijk wel geprobeerd. Er staan in huis meerdere (digitale) piano’s, dus dat maakt het ‘even samen muziek maken’ heel makkelijk. Des te leuker om nu te zien dat Tijs, inmiddels 10, ook serieuzer aan de slag wil met leren piano spelen en sinds kort op muziekles zit bij de Nieuwe Veste. Het ‘leren op school’ gaat hem vooralsnog heel makkelijk af. Goed ook dat hij met deze muzieklessen een extra uitdaging krijgt, want piano leren spelen gaat níet vanzelf.

Ook die muzieklessen gaan heel anders dan vroeger, hoewel ook ik al een moderne vorm van piano/synthesizerles heb gekregen bij de muziekschool in Bergen op Zoom. Tegenwoordig kun je er voor kiezen om direct ook in een bandje les te krijgen, gekoppeld aan een halfuur zelf les (in duo’s). Super om te zien dat Tijs nu al na enkele lessen leert samenspelen met andere muzikanten!

“Mijn twee zoontjes (1,5 en 3) hebben het onwijs naar hun zin gehad bij de lessen van “het muziekmevrouwtje”. Thuis horen we de liedjes regelmatig terugkomen en wordt er met stokjes stevig getrommeld en getikt. Ik merk dat tijdens de lessen zowel hun gevoel voor ritme alsmede hun interesse voor muziek een stuk is toegenomen. En Tatiana geeft haar lessen met een onvermoeid enthousiasme.

Hanneke

Muziek is verrijkend, rustgevend, geeft meer menselijk invoelingsvermogen én hogere cijfers: wat wil een kind (of ouder) nog meer?

Muziek stimuleert de emotionele ontwikkeling. Het bespelen van een instrument vergroot het zelfvertrouwen en geeft kinderen een gevoel van eigenwaarde. Met een instrument en met muziek kun je je gevoel een plek geven, maar ook je creativiteit vergroten en daaruit veel voldoening halen. Daarnaast zorgt muziek voor een betere sociale ontwikkeling. Het kind ervaart saamhorigheidsgevoel, krijgt aandacht voor de ander. Daarnaast leren kinderen te wachten op hun beurt en om te gaan met spelregels.

Wie zoekt naar effecten van muziek op kinderen komt al snel bij neuropsycholoog Erik Scherder uit. “Muziek is niet alleen verrijkend (wat is fijner dan naar mooie muziek luisteren?) en rustgevend, maar het stimuleert ook het menselijk invoelingsvermogen. Bovendien blijkt uit onderzoek dat tieners die van jongs af met muziek bezig zijn, op de middelbare school in alle vakken hogere cijfers halen dan tieners met weinig muziekervaring.” Kortom, muziek is niet alleen prettig, maar ook noodzakelijk om het leervermogen op een hoger plan te tillen. Door op gepaste wijze muziek te maken bij deze kindjes, wordt de ontwikkeling van de niet volgroeide hersenen gestimuleerd.

Scherder is er altijd helder in: de aanraking met lekker veel muziek zal kinderen en jongeren goed doen: minder stress en vermoeidheid, meer rust in het brein.

Voor wie daar nog over twijfelt: lees Scherders boek Singing in the Brain maar eens. En/of: neem een keer met je kind deel aan een MuzieKanjers workshop, zodat je het effect op kinderen met eigen ogen kunt zien…

Muziek op schoot veilig op afstand: online videolessen

Op een veilige manier live met elkaar samen zingen en muziek maken in een groep met volwassen en kinderen is even niet haalbaar in corona-tijd. Maar muziek is en blijft uiteraard belangrijk! Daarom kun je deelnemen aan de online cursus met videolessen van 30 minuten. Zo kun je toch zingen, spelen, dansen en muziek maken samen met je dreumes of peuter, vanuit je eigen huiskamer.

Je leest er meer over in de MuzieKanjers webshop.

Deel je ervaringen

  • Maak jij samen met je kind regelmatig muziek? Zing je samen liedjes, of speel je een instrument?
  • Heb je zelf een instrument leren spelen als kind of jongere? In hoeverre heb jij aan die ervaring wat gehad in je latere leven?
  • Ben je muziekdocent op een lagere of middelbare school? Op welke manier(en) is ‘muziek’ een onderdeel in het curriculum? Wat leeft er qua muziekonderwijs bij jullie op school?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Geïnteresseerd in de lessen of activiteiten van Tatiana en MuzieKanjers? Lees online meer en neem contact op.
  • Meer lezen over muziek maken met jongere kinderen? Ga naar de website Muziek met het jonge kind. De Stichting Muziek op Schoot promoot het belang van een gezonde muzikale opvoeding van het jonge kind.
  • Interesse om een van de meest kwetsbare doelgroepen, jonge kinderen in het ziekenhuis, het plezier en de kracht van muziek te bieden? Kijk op de Muziekids pagina hoe jij kan steunen.
  • Meer lezen over de effecten van muziek op het brein? Lees het boek Singing in the Brain van Erik Scherder.

De lessen van Tatiana zijn doordacht, gestructureerd, muzikaal, actief en gezellig. Na afloop van de cursus is er gelegenheid voor “Hoe-gaat-het-ermee” onder het genot van een kopje koffie, terwijl de kinderen nog even mogen spelen. In alles straalt het er vanaf dat Tatiana kundig is in wat zij doet en er zelf ook van geniet.”

Antoon, vader van 1,5 jarig dochtertje

Bron foto’s: MuzieKanjers

Mensen die een wereldcommunity vormen

(online) Vrijwilligerswerk -juist nu!

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Iets doen voor een ander. Je maatschappelijk betrokken tonen. Een steentje bijdragen. Het is van alle tijden en veel mensen zijn op een of andere manier al vrijwilliger. Bij de sportclub, in je buurt, voor je muziekvereniging, door je voor een goed doel in te zetten of door een tijdje bij een project in het buitenland mee te helpen. In deze tijden van corona en (relatieve) opsluiting in huis zou je kunnen denken dat je vrijwilligerswerk even op een laag pitje komt te staan, maar niets is minder waar!

Of je nu meer tijd besteed aan jezelf, aan je gezin, aan een initiatief of hulpvraag in je wijk, dorp of stad, aan een Nederlands initiatief of een goed doel in het buitenland: op alle niveaus kun je bijdragen en ontwikkelen. En júist nu worden veel vrijwilligerstaken en -werkzaamheden omgebouwd naar werk-op-afstand. Een overzicht, waarin ik eerst inzoom en daarna uitzoom.

Bijdragen aan jezelf

Vrijwilligerswerk doen is, naast het helpen van een ander, bij uitstek een manier om vaardigheden aan te scherpen en nieuwe competenties op te doen. Daarvoor heb je wel eerst een goed zelfbeeld en zelfinzicht nodig: wie ben ik, wat kan ik, en wat wil ik ontwikkelen?  

Het is daarbij goed om heel eerlijk naar jezelf te zijn. Dat valt niet altijd mee, als mens heb je allerlei strategieën ontwikkeld om jezelf voor de gek te houden. Maar wil je écht werken aan jezelf, probeer jezelf dan ook écht even in die spiegel aan te kijken. Welke zaken gaan je al goed af, waar heb je juist nog meer moeite mee, en wat wil je dan juist nog verder ontwikkelen? Maar vooral: waarom. Kies het ontwikkelen van die vaardigheden of competenties die je verder brengen in wie je écht wilt zijn, of die je helpen dat (carrière- of levens)pad te volgen dat je altijd al hebt willen volgen.

In deze tijden, waarin je min of meer gedwongen wordt om veel tijd binnenshuis door te brengen, kan je juist goed zelfreflecteren. Of vraag je partner of goede vriend om, al dan niet via een virtuele verbinding, je daarmee te helpen. Kies die mensen uit die het durven om je positief-kritisch te benaderen. En: sta daar voor open. Er zijn online verschillende tests te vinden die je helpen met zelfkennis en het achterhalen van je persoonlijkheid. JoHo heeft er een aantal voor je op een rij gezet; gebruik daarvoor de selectiehulp op de pagina’s over Zelfkennis en Zelfinzicht.

Op welke manier probeer ik mijzelf verder te ontwikkelen?

Ik probeer deze periode extra aandacht te besteden aan een thema waar ik al lange tijd mee bezig ben, maar dan in een andere hoek. Met “subsidies en fondsenwerving” ben ik bij JoHo zo’n tien jaar actief geweest (2005-2015), vooral gericht op jongeren en wereldburgerschap en vooral in projecten met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor Muziekids kijk ik wat meer naar de culturele en zorgsubsidies, een totaal andere sector. Door mijn chronische pijn is de energie die ik aan ontwikkeling kan besteden zeer beperkt, maar toch probeer ik de laatste tijd wat webinars en online trainingen te volgen over dit thema. Mijn kennis van deze sectoren en subsidieregelingen neemt toe en hopelijk kan ik dit later benutten voor Muziekids. Ook ben ik dit blog Erzitmuziekinmijnleven gestart. Enerzijds zit daar een therapeutisch element in :-), het is namelijk wetenschappelijk aangetoond dat “van je afschrijven” helpt om je brein zodanig af te leiden dat de nadruk minder op pijnprikkels komt te liggen. Anderzijds vind ik het leuk WordPress vaardigheden op te doen en ook mijn schrijfcompetenties al doende aan te scherpen.

Bijdragen aan je gezin

Is een stapje extra zetten in je relatie of gezin een vorm van vrijwilligers’werk’? 🙂 Mwah, daar valt over te discussiëren. Maar de tijd die je tot je beschikking hebt kun je maar één keer besteden. Besteed je die aan dat extra rapport? Aan die mails die nog wachten? Aan die online meeting die wel nuttig maar niet persé nodig is? Of besteed je die tijd aan de mensen thuis om je heen?

Door meer tijd met elkaar door te brengen, en dat ook met volle aandacht te doen, krijg je bij uitstek meer kansen om de anderen in je gezin te helpen. Net wat meer interesse te tonen in en vragen te stellen over het werk van je partner. Je kinderen, die thuis aan het leren zijn, extra helpen met de vragen die ze hebben of de (ict)issues waar ze tegenaan lopen. Spontaan voor te stellen een verhaal voor te lezen, los van het dagelijkse avondritueel. Écht tijd te nemen voor elkaar, in plaats van langs elkaar heen te rennen (want er moet nog worden gesport, muziek gemaakt, naar de film of…noem maar op).

Het lijkt zo vanzelfsprekend om tijd aan elkaar te besteden, maar dat is het lang niet altijd. Óók niet in (gezins)relaties die op zich prima lopen. Tijd aan elkaar besteden is een bewuste keuze en gaat ten koste van andere zaken. Je hebt de keuze om wel of niet (meer dan voorheen) bij te dragen aan je gezin.

Op welke manier(en) draag ik (extra) bij aan mijn gezin?

Ik probeer dit principe van bewuste aandacht altijd, maar zeker nu, zo veel mogelijk toe te passen. Dat gaat natuurlijk de ene keer beter dan de andere. Natuurlijk is bijdragen aan je gezin vanzelfsprekend en ligt de tijd dat ‘vader’ altijd alleen maar hard aan het werk was en ‘moeder’ het gezin draaiende hield ver achter ons. Gelukkig ook maar. Maar toch, soms kan ik zo opgeslokt worden door een bezigheid, dat ik vergeet aandacht te besteden aan de mensen om me heen. Op een of andere manier kan ik me vrij goed concentreren en focussen, waardoor er bij wijze van spreken een olifant door de kamer kan lopen zonder dat ik hem opmerk. Zeker in deze social media en smartphone tijden bestaat ook bij mij nog wel eens het gevaar dat je meer op je telefoon bezig bent dan in ‘reallife’. Ik probeer me daar telkens weer bewust van te zijn en ook heel bewust gesprekken aan te gaan met de anderen in het gezin. Zo min mogelijk ‘automatische piloot’. Maar, ik ben zeker geen heilige :-)…dus ook ik moet mezelf soms heel bewust corrigeren…

Bijdragen in je wijk en dorp of stad

Ook al is je mobiliteit beperkter geworden, er is natuurlijk nog steeds veel bij te dragen in je directe omgeving. Iedereen kent inmiddels wel de voorbeelden van de hulpvraag van een oudere in je woonomgeving via je Nextdoor app, de initiatieven om te koken voor ouderen in de buurt, een boodschap te doen, een kaartje of brief in de bus te stoppen. Kleine bijdragen maken soms net dat verschil, of zorgen minimaal voor een contactmoment dat iemands dag kleurt. Heb je eenmaal contact gelegd, onderhoud dat dan, vraag eens door.

Kijk ook eens in de buurt waar je woont welke stichtingen er allemaal zijn, wat zij doen, welke hulpvraag ze normaliter -of juist nu- hebben. Hoe kan jij bijdragen, of wellicht weet je iemand in je netwerk die zou kunnen bijdragen. Hoe kan je -digitaal- contact leggen met groepen mensen in je buurt die nog verder willen integreren, mensen waar je normaliter niet snel contact mee zou leggen. En: welke vaardigheden kan jij aanscherpen door je juist nu in te zetten voor dat project of die minderheidsgroep in je dorp of stad, wat kan het jou opleveren en…op welke manier draagt dat bij aan je eigen ontwikkelingspad?

Op welke manieren draag ik bij aan mijn wijk?

Ik probeer normaliter een zo open mogelijke houding aan te nemen als ik buiten op straat loop. In deze tijd van ‘thuis blijven’ is dat allemaal net wat lastiger en is er minder interactie. Maar spontane gesprekjes op straat zijn -met 1,5 meter afstand- nog steeds mogelijk. Ik let daarbij extra op ouderen, die het vaak heel prettig vinden om even een gesprekje te hebben, hoe kort ook. Vaak is een wandeling buiten voor hen een van de weinige uitjes en contactmomenten op de dag. Al regelmatig zijn daar hele leuke gesprekken uit voortgekomen. Ik woon in de Belcrum, een jaren-30 wijk op de grens tussen Breda-Noord en Breda-Centrum. Een wijk ook die de laatste tien jaar sterk in ontwikkeling is geweest. Ouderen vinden het bijvoorbeeld heel leuk om te vertellen over de wijk vroeger, terwijl ik het juist leuk vind om meer te horen over wat er in al die panden vroeger te vinden was. Van de slager op de hoek tot die groentewinkel midden in mijn vorige woonstraat (we zijn binnen de wijk een keer verhuisd), van de fysio-praktijk in ons huidige huis tot de vroegere veemarkt in het verlengde van…de Veestraat. Daarnaast vind ik vind het leuk om regelmatig te kijken welke initiatieven er in mijn wijk allemaal zijn. Gewoon, rondlopen door de wijk en kijken wat je tegenkomt, of al online googlend. Zo is er nog véél meer te vinden dan je op het eerste oog ziet.

Bijdragen in Nederland

Het kan zijn dat je in deze tijd minder werk hebt dan normaal, hoewel dat natuurlijk niet voor iedereen geldt. Is dat bij jou het geval, denk dan eens na over welke goede doelen of maatschappelijke projecten je altijd al hebben aangesproken, maar waar je normaliter geen tijd voor vrijmaakte om jouw bijdrage te leveren. Check de social media kanalen van deze projecten of doelen om te kijken welke hulpvraag ze juist op dit moment hebben. Of gebruik platforms als NLDoet, NLvoorelkaar, Vrijwilligerswerk.nl om te kijken welke projecten met jouw voorkeuren kunnen matchen. Veel initiatieven zijn hard aan het omschakelen van fysiek vrijwilligerswerk naar vrijwilligerswerk-op-afstand, of hebben juist nu tijd voor die klussen die normaal gesproken blijven liggen. Het is dus niet of minder belangrijk dat je ergens ‘op locatie’ verschijnt, taken en werkzaamheden worden juist online verdeeld.

Natuurlijk is er altijd al volop vrijwilligerswerk-op-afstand te vinden geweest, maar nu al helemaal. Werk mee aan bewustwordingscampagnes van goede doelen, help mee op platforms rondom digitaal leren, verzorg de online boekhouding voor een stichting, schrijf webteksten of werk mee aan rapporten en jaarverslagen, ga bellen met ouderen of anderen met een hulpvraag, biedt huiswerkbegeleiding aan, benader bedrijven of serviceclubs die jouw goede doel financieel willen ondersteunen…activiteiten zijn er volop. Deze maanden vind je er extra veel via bijvoorbeeld de zoekterm “coronaproof vrijwilligerswerk”.

Op welke manieren draag ik bij aan initiatieven in Nederland?

Het zal geen verrassing zijn voor diegene die al wat meer berichten heeft gelezen: ik zet me in voor zowel de JoHo Foundation (stichting waar ik al ruim twintig jaar werk) als voor Stichting Muziekids. Met name die laatste is er recenter bij gekomen. Beide stichtingen hebben het lastig door de gevolgen van corona. Voor JoHo betekent de vermindering of zelfs het volledig stil komen te liggen van alle Nederlanders die naar het buitenland vertrekken vooral een vermindering in verzekeringsinkomsten; een van de belangrijkste inkomstenpijlers van de stichting. Voor Muziekids betekent het het volledig sluiten van de muziekstudio’s waar kinderen in ziekenhuizen normaliter gebruik van maken. Júist in een tijd waar ‘afleiding’ nóg belangrijker is -er komt immers nog minder bezoek langs in het ziekenhuis-, moeten de activiteiten worden stilgelegd. Muziekids en de studioleiders zijn dan ook koortsachtig aan het werk om de muziekactiviteiten naar online vormen te vertalen en de muziektrolleys voor gebruik ‘op afstand’ geschikt te maken. Fundraising acties en evenementen mogen in fysieke vorm niet doorgaan, dus wordt er nagedacht hoe acties ‘op afstand’ kunnen plaatsvinden en hoe er online fondsen kunnen worden geworven. Toch biedt de situatie ook nieuwe kansen; er zijn allerlei bedrijven en initiatieven die juist nu patiënten en medewerkers in de ziekenhuizen een hart onder de riem willen steken.

Bijdragen als wereldburger

Alle activiteiten die je als vrijwilliger-op-afstand in Nederland kunt verrichten kun je ook met een meer mondiale blik uitvoeren. Er zijn wereldwijd honderdduizenden stichtingen, ngo’s en kleinschalige projecten die je hulp altijd al goed, maar nu helemaal goed, kunnen gebruiken. Waar normaliter een deel van de mensen virtueel werkt en een deel er voor kiest zelf een periode fysiek in het buitenland door te brengen, verrichten mensen het werk nu -door alle reisbeperkingen- vooral op afstand.

Naast algehele promotie van het werk van allerlei stichtingen (zorgen voor meer bekendheid op de Nederlandse markt) en lobbywerk voor allerlei campagnes en strijdbare goede doelen, kan je bijvoorbeeld als online psycholoog werken, meewerken aan extra fundraising voor een fairtrade webshop, je kan bloggen, vloggen of content maken voor goede doelen of sociale ondernemingen, nieuwscontent verzorgen of social media kanalen mee helpen onderhouden, logo’s, artwork of websites designen, op afstand lesgeven in bijvoorbeeld de Nederlandse of Engelse taal of mensen coachen op afstand. Ook is er veel werk te verrichten in het managen of modereren van online communities en online platforms.

Wat is mijn bijdrage als wereldburger?

Al lange tijd blog ik bij WorldSupporter, community voor iedereen die op zijn of haar manier een steentje wil bijdragen aan ontwikkelingen in de wereld. Juist ook in deze periode blijf ik dat doen en probeer ik aandacht te vragen voor allerlei stichtingen en initiatieven wereldwijd. Mijn blikveld daarin is breed, maar aan twee initiatieven besteed ik vaker dan gemiddeld aandacht: het werk van Tessa de Goede (Tess Unlimited) voor kinderen met een hazenlip in Guatemala en het werk van Juliette Kwee (Smokey Tours) met opleidingsplaatsen voor tourguides in de sloppenwijken van Manila, op de Filippijnen.

Virtuele vrijwilligersactiviteiten

Wat kan je zoal doen als “virtueel vrijwilliger”? Een aantal voorbeelden van mogelijkheden, als aanvulling op wat je al las bij “bijdragen als wereldburger”:

  • werp je op als online ambassadeur van een goed doel, ngo, stichting
  • bied je diensten aan als vertaler, bijvoorbeeld voor ngo’s die zich in Nederland willen profileren
  • bied coaching, een luisterend oor of sociale steun aan via de telefoon of online (er zijn verschillende organisaties, denk aan de Luisterlijn, Kindertelefoon, Zilverlijn, Crisislijn)
  • organiseer online fundraisers voor een goed doel
  • bied je aan als virtueel volunteer bij de Verenigde Naties
  • ondersteun onderzoekers bij hun dataverwerking, bij het opstellen of meelezen van verslagen of onderzoeksrapporten
  • maak producten vanuit je eigen huis, ter verkoop online voor het goede doel
  • creatief en goed in haken of naaien? Maak dekentjes voor bijvoorbeeld De Regenboogboom of Stichting Fieke
  • muzikaal vaardig? Bied jezelf aan als muziekvrijwilliger bij Muziekids en biedt kinderen in ziekenhuizen virtueel afleiding met muziek. Ben je goed in (virtueel) netwerken en fondsenwerving, zet je energie dan juist in om extra middelen op te halen zodat anderen met muziek in het ziekenhuis aan de slag kunnen.
  • bied je diensten aan aan schrijvers die meelezers zoeken (proeflezen voor individuele schrijvers of uitgeverijen)
  • goed in een bepaald vak of thema? Ontwikkel zelf webinars of een online cursus waarin je een thema eenvoudig uitlegt of juist volledig uitdiept.
  • meld je aan als vrijwilliger bij een historisch archief (digitaal toegankelijk maken van historische documenten)
  • goede stem? Stel deze beschikbaar voor de doorontwikkeling van voice recording systemen, of spreek luisterboeken in.
  • begeleid kinderen en jongeren online bij hun huiswerk
  • werk online aan de digitale vaardigheden van ouderen, maak hen vertrouwder met e-mail, skype of andere online communicatiemiddelen
  • meld je aan voor online onderzoeken of communities waarin je je eigen mening deelt rondom bijvoorbeeld overheidsbeleid

Hopelijk geeft deze lijst je inspiratie om na te denken over waar juist jij goed in bent (of waarin je beter wilt worden) en hoe je dat online kunt toepassen.

Hoe draag ik virtueel bij, als online vrijwilliger?

Mijn blogwerk bij WorldSupporter is een wat meer indirecte manier van online vrijwilligerswerk. Door periodiek te bloggen bij WorldSupporter hoop ik andere mensen te inspireren om óók op dat platform ervaringen te delen als wereldburger, zodat meer mensen elkaar op de hoogte houden van wat zij ondernemen. Niet alleen inspireert dat, hopelijk worden daardoor ook steeds minder vaak ‘wielen opnieuw uitgevonden’. Daarnaast neem ik deel aan diverse (online) panels, met name binnen Nederland, om mijn mening te geven over allerlei zaken. Als Amphia patiënt heb ik mij aangemeld voor het Amphia panel, om regelmatig mee te denken over patiëntgerelateerde vragen die het Amphia heeft. Een in de twee maanden komen er, meestal in enquêtevorm, vragen langs waar ik zo eerlijk en uitgebreid mogelijk antwoord op geef. Daarnaast heb ik me recent aangemeld voor een online discussie-community Nederland Denkt Mee, waarbij de rijksoverheid een selectie van Nederlanders bevraagt over allerlei overheidsgerelateerde thema’s. Ik vind het leuk om na te denken over issues waar de overheid de mening van de burger belangrijk vindt en je kunt ook zelf topics aandragen. In een tijd waarin ik door chronische pijn niet productief kan zijn voor mijn reguliere werkgever, vind ik het prettig om deze manier(en) toch maatschappelijk relevant bezig te kunnen zijn.

Deel je ervaringen

  • Heb jij er juist nu voor gekozen om op een plek bij te dragen waar je dat normaal gesproken niet direct zou doen? Ben je op zoek gegaan naar vrijwilligerswerkmogelijkheden in je directe omgeving, of online?
  • Ben jij al langer actief als (online) vrijwilliger of ‘remote volunteer’ of ‘digital nomad volunteer’? Of ben je juist nu gestart met vrijwilligerswerk op afstand, door de corona omstandigheden?
  • Heb je tips & trucs voor anderen met betrekking tot het vinden van de juiste vrijwilligersvacature? Of zoek je juist vrijwilligers voor jouw specifieke goede doel?
  • Heb je deze corona-tijd gebruikt om juist eens uit te zoomen van je werksituatie, opnieuw stil te staan bij je passies en/of wat je verder wilt ontwikkelen?

Deel je ervaringen en tips via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Voor een inzicht in je talenten en kwaliteiten, of hulp bij het ontwikkelen van een reëel zelfbeeld, is de pagina Persoonlijke ontwikkeling & Internationale samenwerking een mooi startpunt.
  • Wil je beter grip krijgen op de non-profitsector en goede doelen? JoHo wijst je de weg.
  • In de Job Shops van JoHo vind je allerlei vacatures voor vrijwilligerswerk in en buiten Nederland, maar er is ook een shop voor digitaal vrijwilligerswerk.
  • Ook bij JoHo kun je vrijwilligerswerk op afstand verrichten, bijvoorbeeld als tekstredacteur of WorldSupporter ambassadeur. Lees er meer over in de JoHo Job shop.
  • Er zijn talloze online platforms voor vrijwilligerswerk in je stad, in Nederland of wereldwijd. JoHo heeft er een aantal voor je op een rij gezet, biedt een platform voor vacatures van anderen en geeft inzicht in en achtergronden bij vrijwilligerswerk. Of kijk bijvoorbeeld eens bij Idealist.org of Onlinevolunteering.org.
  • Er zijn o.a. op Youtube diverse webinars te volgen over “Virtual volunteering”, zowel gericht op de werkzoeker als op de organisatie die vrijwilligers virtueel aan zich wil binden.
Vergadering aan tafel om samen te werken

Welke vaardigheden komen van pas als je pleegouder bent: samenwerken

Geschatte leestijd: 7 minuten.

In deze blogomgeving blog ik regelmatig over vaardigheden en competenties die bij uitstek van pas komen als je pleegouder bent. In dit blog: Samenwerken.

Samenwerken is:

bijdragen aan een gezamenlijk resultaat door een optimale afstemming tussen de eigen kwaliteiten en belangen en die van een groep of ander persoon

Bron: Competentiesvoorbeelden

Iedereen werkt voortdurend samen

Samenwerken is een competentie die overal voortkomt. Goed samenwerken met je partner is een vereiste om je relatie goed te houden, maar ook bij het opvoeden van je eigen kinderen. Door goed samen te werken, goed met elkaar af te stemmen zorg je ervoor dat je zoveel mogelijk op één lijn zit en onderling consequent blijft. Samenwerken doe je, als je werkt, met je directe collega(‘s). Je werkt samen aan een vooraf gesteld doel, je werkt samen met je afdelingsmanager of in een gedeeld project met collega’s van andere afdelingen. Samenwerken doe je met je teamgenoten bij je sportclub om gezamenlijk een goed resultaat te behalen. Maak je muziek in een vereniging of band dan is een goede samenwerking essentieel om een song goed te laten klinken.

Kortom: samenwerken doe je voortdurend, in allerlei settings in je dagelijkse leven.

Samenwerken in pleegzorg

Het zal je niet verrassen: samenwerken is ook in pleegzorg essentieel. Er zijn nogal wat personen en instellingen waar je als pleegouder mee te maken krijgt en mee samenwerkt:

  • je pleegkind
  • de ouders van je pleegkind
  • de voogd, jeugdzorgbegeleider, jeugdbeschermer of casemanager van je pleegkind
  • je eigen pleegzorgbegeleider
  • eventuele behandelaars van je pleegkind
  • de docent van je pleegkind op school
  • etc.

Om een stabiele situatie rondom het pleegkind te bevorderen is het essentieel dat ouders, pleegkind, pleegouders, diverse belangrijke personen uit het netwerk van ouders en pleegkind én de professionals (zoals een behandelaar, voogd of docent) goed samenwerken.

Samenwerken in een zorgteam

Wordt een plaatsing van een pleegkind vanaf de start goed vormgegeven, dan wordt er een zorgteam samengesteld met daarin de belangrijkste vertegenwoordigers rondom het kind. Als het zorgteam voor het eerst bij elkaar komt wordt het doel en de duur van de plaatsing bepaald en wordt een eerste hulpverleningsplan opgesteld, waarin doelen en afspraken geformuleerd staan. Meestal is de jeugdhulpverlener of de pleegzorgbegeleider degene die het zorgteam ‘voorzit’, de gesprekken leidt, maar het is uiteraard belangrijk dat iedereen in het team zich even verantwoordelijk voelt voor het laten slagen van de plaatsing.

Bij een kortdurende plaatsing komt het zorgteam relatief veel in korte tijd bij elkaar om de voortgang van het hulpverleningsplan te monitoren en eventueel doelen en afspraken bij te stellen. Is de plaatsing bedoeld voor langere tijd, vaak meerdere jaren, dan komt het team vaak wat minder frequent bijeen, bijvoorbeeld eens per kwartaal of halfjaar, of eerder op verzoek van een van de betrokkenen.

Samenwerken met ouders

Eén van de meest uitdagende vormen van samenwerking in pleegzorg, die veel pleegouders -en ook ik- benoemen, is het samenwerken met ouders van pleegkinderen. Natuurlijk zijn er ontzettend veel verschillen in ouders van pleegkinderen, dus samenwerking hoeft niet per definitie iets ‘lastigs’ te zijn en gaat soms ook vanzelf. Toch kunnen er verschillen zijn in manieren van bijvoorbeeld opvoeden, consequent zijn, afspraken nakomen, achter het gedrag van het kind kijken, straffen en belonen die het samenwerken met ouders soms uitdagend maken.

een paar tips bij het samenwerken met ouders van pleegkinderen

Ouders zijn en blijven de ouders van hun kind. Respecteer hun positie en werk met hen
samen. Enkele tips voor pleegzorgbegeleiders en/of pleegouders:

  • Maak ouders zoveel mogelijk volwaardig partner in het pleegzorgtraject van hun kind
  • Vergroot de stabiliteit van de plaatsing door ernaar toe te werken dat de ouders
    langzamerhand de plaatsing kunnen verdragen en accepteren.
  • Creëer helderheid over het perspectief, streef naar gedeelde besluitvorming, help de ouders bij het opstellen van doelen.
  • Wees duidelijk over de termijnen en voorwaarden voor terugplaatsing en bied ondersteuning bij de invulling van de ouderrol.
  • Focus ook in contact met ouders op sterktes, luisteren naar zorgen maar geef ook assertieve, eerlijke en duidelijke boodschappen.
  • Ondersteun ouders bij het vormgeven van de relatie met de pleegouders
  • Informeer ouders hoe het gaat met hun kind en geef ouders een rol bij de opvoeding en belangrijke gebeurtenissen rondom hun kind.
  • Bewaak de continuïteit en regelmaat in de frequentie en duur van de bezoeken, omdat deze een beschermende factor zijn voor de ontwikkeling van het pleegkind.

Bron: richtlijnen jeugdhulp

Samenwerken met anderen in pleegzorg

Omdat er zoveel betrokkenen zijn rondom pleegkind, ouders en pleegouders is het belangrijk om goede afspraken te maken over wie welke rol en welke verantwoordelijkheid heeft.

Pleegzorgbegeleider

O.a.

  • ondersteuning en begeleiding van het pleeggezin en het kind
  • verantwoordelijk voor een veilig leefklimaat in het pleeggezin
  • monitoring of de ingezette specialistische hulp daadwerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van het pleegkind of aan het verbeteren van de balans tussen draagkracht en draaglast van (pleeg)ouders.

Pleegouders

O.a.

  • de dagelijkse begeleiding van het kind (gedelegeerde verantwoordelijkheid vanuit de pleegzorgbegeleider)

Jeugdbeschermer
(bv. gezinsvoogd)

O.a.

  • verantwoordelijkheid voor het kind (ook de momenten dat hij bij zijn ouders is)
  • ondersteuning en begeleiding van de ouders en het kind, tenzij hier andere afspraken over zijn gemaakt. Soms wordt de begeleiding van de ouders in de praktijk uitgevoerd door de pleegzorgaanbieder.

Pleegzorgbegeleider en jeugdbeschermer samen

O.a.

  • verantwoordelijkheid dat het kind veilig in het pleeggezin kan opgroeien

Eventuele andere specialistische hulpverleners

O.a.

  • verminderen van specifieke problemen bij ouders, pleegkind, pleegouders en het netwerk, om zo goed aan te sluiten bij de ontwikkelingskansen en mogelijkheden van het pleegkind.

Voor een goede ondersteuning van pleegouders is onder andere noodzakelijk dat hun wensen en behoeftes goed worden onderzocht en erkend. Én dat ze door alle betrokkenen worden gezien als een volwaardige partner in de zorg rondom het pleegkind. Voor een goede samenwerking is het dus van belang dat de pleegzorgbegeleider pleegouders betrekt in het maken van plannen, bij het inschakelen van extra hulp en hen bevraagt op hun kennis en expertise over het pleegkind.

Tips voor goed samenwerken in soms complexe situaties

  • zorg voor open communicatie en werk voortdurend aan onderling (basis)vertrouwen
  • zorg ervoor dat alle betrokkenen zich houden aan afspraken; benoem en bespreek het als dat niet gebeurt
  • zorg voor een sfeer waarin iedereen begrijpt dat het uiteindelijk mensenwerk is. Waar mensen werken worden soms fouten gemaakt, en dat mag. Het kind staat centraal in alles dat wordt afgesproken, werk vooral samen voor het gewin van het kind.
  • bij jeugdzorg en pleegzorg zorgen onverwachte omstandigheden soms voor onverwachte wendingen en veranderingen; benoem dat richting alle betrokkenen en maak het bespreekbaar wanneer dat plaatsvindt.
  • samenwerking is vooral een middel, niet een doel. Voorkom dus ‘teveel geregel’ of bijeenkomsten ‘omdat het nu eenmaal moet’. Bewaak de efficiëntie bij het maken van afspraken.
  • zorg voor een sfeer van luisteren en doorvragen, zonder dat er oordelend wordt gesproken.
  • maak binnen het zorgteam voortdurend heldere én haalbare afspraken, waarin de doelen en rolverdeling tussen verschillende betrokkenen zijn opgenomen: iedereen weet wat hij of zij moet doen, en waarom.

Nuttige documenten

Online is uiteraard een breed scala aan nuttige documenten te vinden met richtlijnen en tools rondom samenwerken in pleegzorg. Enkele voorbeelden hiervan met praktische tips en onderwerpen voor samenwerking:

8 praktische tips van een pleegouder

over samenwerken met de ouders van een pleegkind

  • Samen naar 10 minuten gesprekken.
  • Samen naar de open dag van de nieuwe middelbare school.
  • Samen zijn of haar verjaardag vieren.
  • Altijd overleggen en vragen naar de mening van ouders.
  • Aan ouders de (nieuwe) slaapkamer laten zien van hun kind.
  • Problemen of successen op school delen met de ouders.
  • ‘Grote’ gebeurtenissen in de (pleeg)familie delen met de ouders.
  • Altijd samenwerken op gelijkwaardig niveau.

Deel je ervaringen

  • Heb jij in je pleegouderschap ervaringen of tips rondom samenwerken met ouders of andere betrokken individuen, professionals of instanties?
  • Vind jij samenwerken met ouders, pleegouders, begeleiders of jeugdzorginstanties soms wel eens lastig en wat doe je zelf om de samenwerking beter te laten verlopen?
  • Deel tips en ervaringen via de reacties hieronder!

Bijblijven over pleegzorg

Er zijn veel bronnen als je regelmatig wilt lezen over de ontwikkelingen in pleegzorg.

  • Als goed startpunt kun je de websites Pleegzorg Nederland en de NVP regelmatig bekijken. Je vindt er veel achtergrondinfo en praktische tips, bijvoorbeeld over verzekeren, financiële regelingen of op vakantie gaan met pleegkinderen. Ook wordt er regelmatig geblogd over allerlei aspecten rondom pleegzorg.
  • Vraag eens bij je eigen pleegzorgaanbieder of er de komende tijd cursussen en trainingen worden aangeboden. Goed om theoretisch sterker te staan of juist praktische handvatten te krijgen bij een bepaald pleegzorgthema. Maar vooral ook leuk, want je ontmoet er andere pleegouders die zaken soms net anders aanpakken dan jijzelf. Soms kun je ook (gratis of tegen lage kosten) cursussen van andere pleegzorgaanbieders bijwonen. Én er wordt gewerkt aan een landelijke cursusdatabase.
  • De kennisbank van BIJ Ons, een voormalig tijdschrift over pleegzorg, is nog steeds online in te zien. Daarbij wordt er gewerkt aan een doorstart van het magazine.
Scheurkalender Een moedig mens

Van moe naar moedig: durven bang te zijn en tóch handelen.

Geschatte leestijd: 4 minuten.

Een moedig mens is niet hij die niet bang is. Een moedig mens is hij die bang is en tóch doet.

Uit: Ja – Omdenken als levenshouding

Moedig zijn. Volgens het boek Ja – Omdenken als levenshouding ben je vooral moedig als je durft bang te zijn en tegelijkertijd tóch te handelen.

Moedig

In het woord moedig zit het woord moe. Een woord dat menig chronisch pijnpatiënt bekend voor zal komen. Ik was nooit moe. Nou ja, alleen als het tijd werd voor vakantie, dan was ik hoogstens denkmoe. Even je hoofd wat rust gunnen, afleiding zoeken met het lezen van een ontspannend boek of twee uur achter elkaar muziek luisteren. Of in de jaren dat je kinderen nog jong zijn, dan ben je wel eens moe van al die onderbrekingen…net als je even lekker zit te werken wordt je kind wakker terwijl het nog niet lang slaapt. Maar dat is een ander soort moe dan de fysieke moeheid die ook ik ervaar rondom de chronische pijn.

Doodmoe

Chronische pijn is afmattend. De hele dag door pijn voelen is mentaal killing, maar vooral ook fysiek moe makend. Je lijf is continu aan het werk om te dealen met die pijn, te strijden tegen die pijn. Je geest wordt moe van alle gedachten over die pijn, je onzekerheden, het voortdurend nadenken over je toekomstperspectief. Ik lever die strijd al zo’n acht jaar. Ben al snel overgegaan op het wegdrukken van die niet te harden pijn met medicatie. Dat moest, het was gewoonweg niet te doen. Iets minder pijn voelen is dan niet een luxe, maar hoogstnoodzakelijk.

Alleen, medicatie heeft de vervelende eigenschap ook bijwerkingen te hebben. En één van die bijwerkingen bij mijn soort medicatie (ja, een berg) is…moeheid. Op de gekste momenten, maar vooral ’s avonds, kan moeheid je overvallen. Nu weet ik ook wel dat mannen op een zekere leeftijd 😉 wat vaker ’s avonds na het eten gaan knikkebollen op de bank…dat schijnt er bij te horen. Maar mijn knikkebollen is eerder een gevecht tegen de moeheid. Je ogen niet open kúnnen houden tijdens het kijken van een televisieprogramma dat je interesseert of tijdens het lezen van een boek dat je altijd al wilde lezen. Normaliter momenten waarbij je scherp bent. Maar in het leven van een chronisch pijnpatiënt, in mijn leven, werkt dat tegenwoordig toch anders.

Van doodmoe naar moedig

Moed is de bereidheid de confrontatie met lichamelijke pijn, tegenslag en levensbedreiging, onzekerheid, angst en intimidatie aan te gaan en te doorstaan. Het is een van de vier kardinale deugden, een psychologisch kenmerk en een karaktertrek.

Wikipedia

Durven bang te zijn en tegelijkertijd tóch handelen. Ik heb die strijd de laatste 1,5 jaar intenser gevoerd. Toch maar toe te geven aan die onzekerheden over de toekomst mét chronische pijn, in plaats van het gevecht tégen chronische pijn. Alle ‘deskundigen’, van artsen tot pijncoaches en van verder gevorderde lotgenoten tot psychologen, hadden het over het toewerken naar acceptatie van je situatie.

Ik had geen flauw idee hoe dat moest. Wat nou, ‘acceptatie’. Dacht het niet. Dit gaan we zo niet accepteren. Hoe durf je. Maar uiteindelijk rest niets anders meer dan dat te doen. De moed te vatten om bang te durven zijn en tóch weer wat meer te gaan handelen. Die strijd -voor het grootste deel- op te geven en toe te gaan werken naar berusting (het woord ‘acceptatie’ komt in mijn pijnvocabulaire nog steeds niet voor).

Relativering

Mijn ‘relativering’ karaktertrek, die ik denk flink ontwikkeld te hebben in de loop der jaren, kwam me hierbij van pas. De moed om te gaan berusten werd gevoed door het relativeren van de situatie. Het kan altijd erger, er zijn mensen met ergere ziektes, ik ga niet dood, ik kan nog enigszins functioneren ondanks (of juist door) alle aanpassingen. Er zit ook een valkuil in dat relativeren, maar vooralsnog is het vooral helpend.

Die moeheid, die is er nog steeds wel. Maar ik heb wat meer trucjes ontwikkeld om me er uit te worstelen. Ja, tweewekelijks onder begeleiding sporten helpt daar aan. Het drinken van koffie aan het begin van de avond ook. Een activiteit opzoeken als de moeheid dreigt toe te slaan waar je wel wakker bij móet blijven ook. Bijvoorbeeld iets ondernemen met één van de kinderen op zo’n moment van instortingsgevaar werkt heel goed. Muziek maken, piano spelen, ook.

Durven handelen

Je zou het ‘durven handelen’ kunnen noemen. Niet toegeven aan de drang om niets meer te doen, maar juist in actie komen. Dat levert niet minder pijn op, zeker niet, en het lukt ook niet altijd, maar ik ben er wél achter gekomen dat niets doen je moeheid niet verbetert, en ook niet minder pijn oplevert. Dan kun je maar beter weer iets gaan doen.

PS

Weet je wie moedig zijn? Naast al die chronisch pijnpatiënten die durven te berusten? Al die mensen in de zorg die in corona-tijd overgaan tot handelen. Extra handelen. Langer handelen. Vaker handelen. Oók als het thuis eigenlijk niet uitkomt of je aan het eind van je latijn bent. Ervoor durven kiezen om te blijven handelen in extreem uitdagende omstandigheden, met enorme aantallen patiënten die je ziet vechten voor hun leven. Je doet wat je kunt en rent ondanks dat overal achter de feiten aan. Dát is pas bang zijn en tóch blijven handelen. Dát is moedig.

Moedig vind ik ook de kids die in het ziekenhuis moeten verblijven en ondanks de ellende waar ze soms in zitten, de moed vinden om naar de Muziekids studio te komen. Ik was een tijdje terug in het Prinses Máxima Center (Utrecht), in de studio. Er kwam een meisje binnen, van boven tot onder aan de slangetjes en infusen. Kaal koppie. Ze kwam haast juichend binnen, superenthousiast over het feit dat ze lekker even een halfuurtje muziek mocht gaan maken. Haar ouders stonden aan de zijkant toe te kijken hoe zij met de muziekvrijwilligers in de weer was. Met tranen in hun ogen. Dát is pas bang zijn en tóch blijven handelen. Dát is moedig.

Ben ik toch weer aan het relativeren.

Meer lezen

Er is soms veel moed nodig om, ondanks de omstandigheden, outside-the-box te denken…
Foto: messageinadrawing
Kind zit alleen op de trap

Welke vaardigheden komen van pas als je pleegouder bent: achter het gedrag van kinderen (en ouders) kijken

Geschatte leestijd: 5 minuten.

In deze blogomgeving blog ik regelmatig over vaardigheden en competenties die bij uitstek van pas komen als je pleegouder bent. In dit blog: achter het gedrag van kinderen (en ouders) kijken.

Toen ik startte met mijn pleegouderschap had ik een paar maanden daarvoor de STAP cursus gevolgd, verzorgd door Juzt-voorganger Tender. STAP staat voor Selectie Training Aspirant Pleegouders. Enerzijds is STAP inderdaad bedoeld als ‘selectie-mechanisme’ en er vielen in ‘onze’ ronde daadwerkelijk ook meerdere ouders af. Anderzijds gaf de training ruimte om te werken aan competenties en vaardigheden die nodig zouden blijken te zijn bij het omgaan met pleegkinderen. In een aantal trainingsavonden werd aandacht besteed aan o.a.

  • Openheid en duidelijkheid in het contact met pleegkinderen
  • Samenwerken als team en het delen van ouderschap
  • Kinderen helpen een positieve kijk op zichzelf te ontwikkelen
  • Kinderen helpen hun gedrag te veranderen zonder hen pijn te doen
  • Het inschatten van de uitwerking die het pleegouderschap op de eigen situatie heeft
  • Veiligheid: pleegouders bieden een pleegkind een veilige leefomgeving

Na de -ik geloof acht- trainingsavonden met een leuke combinatie van theorie en praktijk dacht ik er wel klaar voor te zijn. Genoeg geoefend, genoeg rollenspellen gedaan, genoeg oefeningen ingevuld, genoeg gespard met andere pleegouders. Diploma op zak, voorkeuren voor de eerste match aangegeven en huisbezoeken van de pleegzorgorganisatie afgerond. Ik zat er naast.

Achter het gedrag van kinderen (en ouders) kijken

Ik zat er ontzettend naast. In de ruim vijftien jaren pleegzorg die volgden heb ik regelmatig behoefte gehad aan extra theorie en/of praktische training. Ik miste bagage op het gebied van bijvoorbeeld hechting(sproblematiek), omgaan met loyaliteit, omgaan en samenwerken met ouders. Wat betekent het eigenlijk als je pleegkind al bij de eerste kennismaking je hand grijpt tijdens een eerste wandeling buiten? Wat doe je als de eigen ouder, na het terugbrengen na een weekendbezoek, je belt met de vraag hoe haar kind aan die nieuwe blauwe plek komt? Waarom geeft je pleegkind je vrouw een flinke stomp in haar rug en jou een knuffel? En hoe reageer je eigenlijk op die stomp? Hoe ga je er mee om als de eigen ouder voor de zoveelste keer belt dat het weekendbezoek niet door kan gaan omdat de auto stuk is? Of de favoriete slaapknuffel niet in zijn weekendtas blijkt te zitten en je daar achterkomt als het om 21:00 uur slaaptijd is?

Ik begon in mijn rol als pleegouder zonder dat ik zelf al eigen kinderen had leren opgroeien. Ik had dus geen referentiekader en kon moeilijk inschatten welk gedrag nu gewoon ‘kind-eigen’ is en welk gedrag misschien kon voortkomen uit het ‘pleegkind zijn’.

Creatief zijn in oplossingen

De vaardigheid die ik in het begin nog niet echt had ontwikkeld was ‘achter het gedrag van kinderen leren kijken’. Maar óók achter dat van de ouder(s) van het pleegkind. Ik leerde al snel dat je op twee manieren kon reageren op gedragsuitingen die ik hiervoor al benoemde. Vanuit je eerste impuls, licht paniekerig, of beschuldigend, of juist juichend, zelfvoldaan, boos, of verwijtend: “hé wat doe je nu, waarom sla je haar”, “och, wat schattig, kijk eens hoe goed contact we al maken, het is nog maar de allereerste ontmoeting”.

Die speelgoedknuffel…

… zat vrij bewust niet in de tas van ons pleegkind. Want, slapen zonder knuffel, dat zat er bij hem niet in. Maar wáárom is zijn moeder nu ‘vergeten’ die knuffel in de tas te doen? Onze pleegzoon vroeg ons zijn moeder te bellen -vrijdagavond, negen uur- om de knuffel te komen brengen. Of, beter nog, het weekend af te blazen en ‘de volgende keer’ opnieuw te proberen. Moeder had een eigenbelang bij het vergeten van die knuffel, want dan zou het weekend een slechte start hebben, haar kind slecht slapen (dus chagrijnig zijn), of dan kon ze toch nog even opnieuw langskomen. Maar soms was een ouder gewoon echt chaotisch bij het inpakken van de tas. Of was de knuffel gewoon écht vergeten. We losten het op door niet te gaan bellen of het bezoek dan maar af te blazen, maar door in onze enorme knuffelberg naar een ‘vriendje’ te zoeken die héél sterk leek op zijn eigen knuffel. Na wat extra geruststelling bleek dat voldoende.

Dat snelle handje bij de eerste kennismaking…

…was helemaal geen teken van ‘super geslaagde eerste ontmoeting’. Het was een handje omdat hij nu eenmaal niet anders gewend was, volwassenen wisselden elkaar in rap tempo af in zijn leven en hij had met niemand meer een band, was slecht, onvoldoende of gewoon niet gehecht. ‘Hand in hand lopen’ had voor mij een hele andere lading dan voor hem. Of, die optie was er ook, het kon een direct en snel en krampachtig vastklampen zijn geweest aan de eerste de beste volwassene die méér voor hem wilde betekenen dan puur opvangen en verzorgen (dit pleegkind woonde in een tehuis, vader was er niet, moeder niet in beeld). Inclusief de angst dat ook jij als volgende volwassene weer snel verdwenen zou zijn…en dat gaan we dan ook eens even lekker uittesten, bleek in de daarna volgende ontmoetingen: hoe ver kan ik gaan voordat ook jij me in de steek laat?

‘Achter het gedrag van kinderen en hun ouders kijken’ was een vaardigheid die ik met vallen en opstaan in de loop der jaren heb ontwikkeld. En nu ook veel en vaak probeer toe te passen op al onze kinderen.

Versterken van de kracht van pleegouders

In het programma Versterken van de kracht van pleegouders is door Jeugdzorg Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (en in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten) een impuls gegeven aan een betere samenwerking op het vlak van kennisversterking van pleegouders. De komende jaren wordt er stapsgewijs gewerkt aan het online beschikbaar maken van alle trainingen, cursussen en andere vormen van ondersteuning die, verspreid over heel Nederland, worden aangeboden. Een van de einddoelen is dat je online je eigen ontwikkelpad als pleegouder kunt vastleggen en bijwerken.

Mogelijke eindtools Versterken van de kracht van pleegouders

Deel je ervaringen

  • Heb jij, bij je eigen kinderen of pleegkinderen (die zeker ook het gevoel van ‘eigen’ kunnen zijn), ervaringen met achter het gedrag leren kijken dat je kind laat zien?
  • Of misschien wel ervaringen met volwassenen, familie, collega’s, waarbij je hetzelfde ‘achter het gedrag kijken’ leerde toepassen?
  • Deel ze via de reacties hieronder!

Bijblijven over pleegzorg

Er zijn veel bronnen als je regelmatig wilt lezen over de ontwikkelingen in pleegzorg.

  • Als goed startpunt kun je de websites Pleegzorg Nederland en de NVP regelmatig bekijken. Je vindt er veel achtergrondinfo en praktische tips, bijvoorbeeld over verzekeren, financiële regelingen of op vakantie gaan met pleegkinderen. Ook wordt er regelmatig geblogd over allerlei aspecten rondom pleegzorg.
  • Vraag eens bij je eigen pleegzorgaanbieder of er de komende tijd cursussen en trainingen worden aangeboden. Goed om theoretisch sterker te staan of juist praktische handvatten te krijgen bij een bepaald pleegzorgthema. Maar vooral ook leuk, want je ontmoet er andere pleegouders die zaken soms net anders aanpakken dan jijzelf. Soms kun je ook (gratis of tegen lage kosten) cursussen van andere pleegzorgaanbieders bijwonen. Én er wordt gewerkt aan een landelijke cursusdatabase.
  • De kennisbank van BIJ Ons, een voormalig tijdschrift over pleegzorg, is nog steeds online in te zien. Daarbij wordt er gewerkt aan een doorstart van het magazine.
Kijken door een zonnebril

Ben jij nog nieuwsgierig? Het belang van nieuwsgierig blijven.

Geschatte leestijd: 2 minuten.

Ik heb geen bijzondere talenten, ik ben alleen hartstochtelijk nieuwsgierig

Albert Einsten

Ik ben ook nieuwsgierig. Ik wil veel van veel weten. Heb een brede interesse – daarom ook dit weblog met allerlei uiteenlopende onderwerpen. En dan zijn het nog maar de eerste keuzes uit veel onderwerpen waar ik nieuwsgierig naar ben.

Nieuwsgierigheid

Jonge kinderen hebben nieuwsgierigheid in overvloed. Nieuwsgierigheid ontstaat als we beseffen dat we iets nog niet weten, maar datgene wel graag willen weten. Als nieuwsgierigheid wordt aangewakkerd gaan onze hersenen aan het werk en versterken ze de verbindingen in het brein. Er komen allemaal stofjes vrij via het beloningscircuit in het brein, daar worden we blij van!

Nieuwsgierig zijn loont dus.

Hoe werkt nieuwsgierigheid?

Nieuwsgierigheid is eigenlijk een soort reflex van de hersenen. Op basis van eerdere kennis en herkenbare patronen zijn je hersenen de hele dag bezig met informatie te verwerken. Soms wordt hierbij bepaalde informatie aangeboden die voor de hersenen extra interessant is. Het sluit bijvoorbeeld aan bij iets wat je al weet, of staat juist haaks op iets wat je dacht te weten. Hierdoor raak je nieuwsgierig: de hersenen beslissen zelf dat ze meer hierover willen weten en ‘dwingen’ je om het verder uit te zoeken.

Nieuwsgierige kinderen zijn gemotiveerd.

Nieuwsgierige kinderen zijn gemotiveerd, stellen veel vragen, zijn leergierig en zijn betrokken in de klas. Nou kan ik me voorstellen dat dat voor volwassenen ook zo geldt. Nieuwsgierigheid is een van de belangrijkste gereedschappen die de mens heeft om te leren. Wanneer je nieuwsgierig bent wil je oprecht weten wat er speelt. Je wil het snappen, begrijpen, bevatten en dit maakt dat je de dingen die je op dat moment leert ook nog eens beter onthoud. Nieuwsgierigheid is dus in veel gevallen de motor achter het leren van nieuwe dingen.

Nieuwsgierigheid in het onderwijs

Ik liep online tegen een Instagram post aan van Jason Fredrick van Eunen. Hij is de oprichter van het Insta account Creating Curiosity en de website www.nieuwsgierigheidindeklas.nl. Jason maakt zijn (levens)werk van nieuwsgierige kinderen in de klas. Onderzoeken wijzen er op dat kinderen in de loop van de basisschooltijd minder nieuwsgierig worden. Hoe kan dat?

Naarmate kinderen ouder worden stellen kinderen minder én andere soorten vragen. In de onderbouw komen vaak verwondervragen voorbij als “Waarom is de lucht blauw?”, terwijl in de bovenbouw vaker “Moeten we dit ook leren op de toets?” wordt gevraagd. Natuurlijk hebben we de eerste soort vragen veel liever! Nieuwsgierige kinderen gaan namelijk verder dan het onthouden van informatie en zoeken actief naar mogelijkheden om toe te passen en te ontdekken. Een nieuwsgierige mindset helpt zelfs om informatie te leren waar we niet direct geïnteresseerd in zijn, hoe handig! Hoge nieuwsgierigheid zorgt er zo voor dat kinderen ook hoger scoren op schoolprestaties als taal en rekenen.

Meer weten over nieuwsgierigheid in het onderwijs?

  • Kijk eens rond op de website van Creating Curiosity. Info van die site vormde ook een bron voor deze blogpost. Je vindt Jason dus ook op Insta.
  • Tweede bron voor deze post vormde vernieuwenderwijs.nl, die een blog over nieuwsgierigheid als de motor achter leren schreef.
  • Wetenschapindeklas heeft diverse praktische hulpmiddelen om nieuwsgierigheid bij leerlingen aan te wakkeren. Lees er meer over.
  • Marieke Peeters, werkzaam bij redactielid van JSW, programmaleider onderwijs en onderzoek bij de HAN PABO en projectmanager van het Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteit, schreef een interessant artikel over een nieuwsgierige houding bij leerlingen:

Download het volledige artikel hier:

Hoe nieuwsgierig ben jij?

Ben jij (nog) nieuwsgierig? En zo ja, hoe uit zich dat? Laat het me weten (want ik ben nieuwsgierig) via de reacties hieronder.

Stadsgezicht Malaga kathedraal

Business bootcamp Malaga: werken aan je business skills

Geschatte leestijd: 2 minuten.

Recent las ik Transfer Magazine, dit keer volledig in het teken van de ‘International classroom’. Centraal in de artikelen staan vragen als:

  • Hoe stimuleer je interactie tussen Nederlandse en internationale studenten, ‘at home’ of tijdens een uitwisseling?
  • Op welke manier(en) kunnen scholen (meer) invulling geven aan internationale samenwerking, of ‘mondiaal’ burgerschap?
  • Hoe voorkom je dat internationale studenten in een internationale ‘bubbel’ blijven hangen?
  • Wat is de meerwaarde van samenwerken in internationale projectgroepen?

International classroom: intercultureel contact geen vanzelfsprekendheid

Het blijkt dat Nederlandse en internationale studenten die (verplicht) samenwerken in projectgroepen niet elkaar ‘vanzelfsprekend’ ook voor of na de projectgroep blijven ontmoeten. Samenwerking verloopt vaak stroef omdat studenten elkaar nog niet of niet goed genoeg kennen, omdat er onbedoelde communicatiemisverstanden zijn, maar ook omdat docenten geen of te weinig ‘ijs-brekende’ elementen in het programma hebben ingebouwd. “Onbekend” maakt zelfs bij studierichtingen die volledig geënt zijn op international business of internationale samenwerking toch nog “onbemind”. Nederlandse studenten missen -zeker in de eerste studiejaren- simpelweg vaak ook nog de tools (competenties, vaardigheden) om makkelijk contact te leggen met hun internationale studiegenoten.

Ontwikkeling van internationale competenties en een breder wereldbeeld

Ook komt in het magazine naar voren dat (middelbare) scholen, HBO’s en universiteiten op een veelvoud aan manieren zoeken naar mogelijkheden om studenten te betrekken bij “het buitenland”. Ofwel, men is zoekend en experimenterend om invulling te geven aan het door opeenvolgende ministers zo gewilde ‘mondiaal burgerschap’. Sommige opleidingen hebben vaste en flink ontwikkelde structuren en offices voor internationale stages, uitwisselingen, internationale cases en onderzoeksopdrachten met een buitenland-component; bij andere opleidingen zorgt een individuele enthousiaste docent of dekaan voor eerste experimentjes. Als treffend voorbeeld van dat laatste wordt een docente geïnterviewd die, voor haar eigen professionele en persoonlijke groei, een half jaar een hr-stage ging lopen bij een bedrijf in Singapore. Opnieuw feeling krijgen met de hr-werkvloer, gedwongen worden om weer out-of-the-box te denken, nieuwe internationale competenties ontwikkelen, ervaring opdoen met werken in een andere cultuur. Sinds haar eigen ‘stage’ motiveert de docente haar studenten nu veel steviger om óók een internationale (werk)ervaring op te doen. In Singapore wierf zij verschillende stageplaatsen en regelde internationale business cases.

Business Bootcamp: twee vliegen in één klap?

Al lezende in het magazine moest ik denken aan een andere interessante optie die ik recent voorbij zag komen. Namelijk de mogelijkheid voor (Nederlandse) studenten om deel te nemen aan een Business Bootcamp in het zuid-Spaanse Málaga. Tijdens dit project staan taalontwikkeling en ondernemerschap centraal. Studenten én docenten verblijven twee (tot vier) weken in Málaga en werken aan een (real-life) ondernemersopdracht. Men ontmoet de (Spaanse of internationale) ondernemer, werkt een plan van aanpak uit, gaat aan de slag, presenteert het eindproduct en natuurlijk wordt er ook geëvalueerd. Het betrokken bedrijfsleven, gemeente én het internationaal onderwijs blijken deze “nieuwe” manier van werken bijzonder te waarderen, blijkt uit reeds uitgevoerde bootcamps.

Zo’n bootcamp lijkt mij een mooi voorbeeld van wat Transfer magazine benoemt. De Nederlandse student (én docent!) werkt aan internationale competenties. De internationale classroom komt in beeld; Spaanse studenten worden in het project betrokken en ook diverse Malageense onderwijsinstellingen blijken bootcamp-opdrachtgever te zijn. Door de groepsgewijze aanpak kan er in relatief korte tijd veel werk worden verzet. De betrokkenheid van een Málaga taalinstituut zorgt voor een taalkundige boost en draagt zorg voor de omliggende reisregelzaken.

Entonces, movamos la clase a Málaga!

Meer lezen