Bewuster keuzes maken met een tussenjaar

Geschatte leestijd: 10 minuten.

Ik was een jaar of 11, 12 misschien.

Ik besteedde er uren aan. Ja echt, uren.

Per week, soms.

Aan wat? Computeren?

Nee, dat was toen…een andere tijd.

Aan meisjes?

Nope, te vroeg nog toen. 😉

Aan piano spelen?

Ook niet. Ik zat destijds nog vol in ‘de blokfluit’. En tafeltennis, andere hobby.

Aan turen in de bosatlas.

Ja echt, met m’n hoofd in die atlas. Prachtig vond ik dat -en 35 jaar later nog steeds. Hoe landen in elkaar zitten, hoe grenzen lopen, al die dorpen, steden, metropolen, gebergtes, rivieren, nationale parken. Nou ja, alles dus wat je in een atlas vindt. Je kunt er heerlijk bij wegdromen.

‘Aardrijkskunde’ was mijn favoriete vak op de middelbare school. Niet alle elementen trouwens, dat gedoe over grondsamenstellingen enzo neigde net iets te veel naar biologie, natuurkunde of scheikunde. Not ‘my cup of tea’. Maar de rest wel.

Ik vertaalde dat in de laatste jaren van mijn middelbare school naar ‘reizen’ en ‘toerisme’. Kreeg een gezonde honger naar het buitenland, erop uit trekken. Gelukkig had je destijds nog een voordelige versie van Interrail (dat heette toen ook al zo), dus treinde ik met twee middelbare schoolvrienden dwars door Europa. Prachtig. Ik was ‘opperhoofd treinschema’…niets leuker dan treintijden puzzelen en verbindingen zoeken…als we nu eerst naar zus reizen, dan kunnen we vanuit zus weer verder naar zo…enzovoort. Een mooie treinzomer was dat.

Je praatte eens wat met de decaan, vroeg her en der opleidingsbrochures op (er was nog geen internet, althans niet de openbaar toegankelijke versie), deed op papier een beroepskeuzetest. Maar het was voor mij al heel lang duidelijk: die interesse in landen, volkeren en ‘buitenland’ ging ik in een studie toerisme vertalen. Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer (NHTV, tegenwoordig BUAS), in Breda. Lekker dichtbij het ouderlijk huis, maar wel op kamers natuurlijk.

Studie-uitval

Op Nederlandse hogescholen stopt gemiddeld bijna 1 op de 3 studenten in het eerste jaar met een studie. Op universiteiten ongeveer 1 op 5. Dat zijn studenten die niet van studie wisselen, maar helemaal stoppen met hun studie. In de jaren na het eerste studiejaar zijn de getallen rondom uitval zelfs nóg hoger: méér studenten stoppen dus ná het eerste studiejaar dan tíjdens het eerste jaar. Wel kan het zijn dat een deel van de studenten een jaar later weer terugkomt; men is er ‘tijdelijk’ tussenuit. Maar een aanzienlijk deel verdwijnt dus helemaal uit het hoger onderwijs. Een onderzoek onder Fontys studenten liet twee hoofdredenen zien voor uitval: ‘gebrek aan motivatie’ en ‘het maken van een verkeerde studiekeuze’.

Deze uitval leidt niet alleen tot financiële schade, maar uiteraard heeft het mentaal ook flinke gevolgen. Onzekerheid over keuzes, kan ik het wel, is mijn volgende keuze dan wél goed, de financiële druk wordt groter.

Ik heb mijn toerisme hbo met veel plezier doorlopen. Ik vond de (meeste) vakken leuk, het was een goede combinatie van ‘leren’ en ‘doen’ (hoewel ik wel iets meer theorie en iets minder groepswerk had gewild). Een prima brede opleiding gericht op managementfuncties in de wereld van toerisme en vrijetijd. En we konden zelfs extra cursussen SEPR doen (vakbekwaamheid reisburobedrijf), waar ‘topografie’ een groot onderdeel van was. Rijtjes stampen dus met de wereldtopografie; ik vond het leuk. Weet nu nog zo te zeggen wat de hoofdsteden van -bijvoorbeeld- Madagaskar en Burkina Faso zijn*.

Maar achteraf, vijfentwintig jaar later, twijfel ik toch of die “toerisme-opleiding” nu wel de juiste is geweest. Ik had vooral interesse in de wereldproblematiek en in volkeren wereldwijd. Het had dus net zo goed een wetenschappelijke studie ‘culturele antropologie’ kunnen zijn. En óók vanaf kinds-af-aan had ik een interesse in schrijven. Waarom niet gekozen voor een journalistieke studie, al dan niet gecombineerd met een schrijversvakschool of cursussen ‘schrijven’? Ook vond ik ‘bibliotheken’ hele prettige omgevingen en zag ik mij er later zo werken. Na twee eerste min of meer mislukte banen bij touroperators (ik ben niet zo voor werken in teamverband, vergaderen, enz.) koos ik een andere werkrichting, die wel weer zijdelings met ‘toerisme’ te maken had.

Ondanks mijn 100% overtuiging ‘toen’, heb ik een twijfel achteraf.

Het proces van keuzes maken

Er is in de loop der tijd al veel geschreven over het maken van een goede studiekeuze. Er zijn allerlei tips, checklists en tools om zo’n keuze te maken. Maar ik (en niet alleen ik) kom er steeds meer achter dat voor het maken van een écht goede keuze, het belangrijk is om eerst even een periode ‘stil’ te staan. Even op de rem te trappen voordat je keuzes gaat maken. Tijd te besteden aan processen die voorafgaan aan die definitieve keuzes.

Hoe kan je in hemelsnaam ‘goede’ keuzes maken als je nog niet weet waar je talenten nu écht liggen? Wat je eigenlijk zelf wilt kúnnen, waar je ambities liggen. Waar je nu écht gelukkig van wordt? En als je antwoord geeft op dat soort vragen…hoe eerlijk ben je dan naar jezelf?

JoHo, de organisatie waar ik al ruim 20 jaar werkzaam ben, heeft er informatiepagina’s over gemaakt. Je leest er over ‘Talenten & Mogelijkheden‘, over ‘Zelfkennis & Zelfinzicht‘, maar ook over ‘Waarden & Normen‘ – waar hecht niet J.P. Balkenende maar jijzélf nu echt waarde aan? Daarnaast werkt JoHo aan de ontwikkeling van een competentietool en biedt de organisatie uitgebreide info en wegwijzers voor de mogelijke invulling van een tussenjaar, vaak met een internationale component.

Keuzes maken met een tussenjaar

Uit onderzoek (helaas nog beperkt in aantal) blijkt dat het kiezen van een tussenjaar, veelal tussen middelbare school en vervolgopleiding, de kansen op studiesucces in het hoger onderwijs vergroot. Ruim de helft van de scholieren die een tussenjaar nemen, doet dit vanwege twijfel over studiekeuze. En meer dan 33,3% (!) kiest tijdens of na het tussenjaar een ander studie dan daarvoor gedacht. Dat vind ik bizar veel: 33% van de duizenden jongeren die een tussenjaar nemen kiest voor een (heel) ander levensvervolg dan eerst gedacht.

De jarenlange praktijk van Joyce (Yourjourney.academy en Jongleren) wijst uit dat veel jongeren vastlopen tijdens keuzes rondom studie, werk en tussenjaar en hierdoor ook vaak last hebben van stress (fysiek en emotioneel). Jongeren ontwikkelen allerlei lichaamsklachten omdat ze twijfelen over de te maken vervolgkeuzes. Joyce vindt het belangrijk ze te helpen relativeren en te laten beseffen dat het antwoord al in henzelf zit. Te laten zien dat ‘keuzes maken’ vaak helemaal niet zo moeilijk is, dat je bijna nooit ‘keuzes for life’ maakt (want je kan altijd weer een ander pad op gaan). Maar, dan is het wél belangrijk dat je als jongere de tijd neemt voor het stilstaan bij jezelf vóórdat je je keuze maakt én dat je goede begeleiding krijgt bij de verschillende stappen in het keuzeproces.

Is een tussenjaar alleen voor jongeren?

Nee. Bij een ‘tussenjaar’ wordt vaak gedacht aan twijfelende middelbare scholieren. En ook nog wel eens aan het stereotiepe van de rijkeluiszoon of -dochter met hoogopgeleide ouders die hun kind ‘even op tussenjaar sturen’. In de praktijk is die groep natuurlijk veel breder en diverser.

Maar wat mij betreft zouden er veel meer momenten in je leven moeten zijn om een ‘tussenjaar’ of ‘tussenperiode’ in te plannen. Het moment tussen studie en je eerste baan. Het moment vóórdat je de meer serieuze vaste relatie in gaat. Het moment rondom het ‘dertigersdilemma’: je gaan settelen met een vast huis, vaste relatie, wel of geen kinderen. En ook de veertigers kennen zo’n dilemma en de bekende zingevingsvragen: trouw blijven aan je werkgever of toch nog eenmaal die grotere carrièremove maken, het gevoel van ‘is dit het nu’? Over de midlife crisis bij man en vrouw wordt dan weer wel wat meer geschreven, maar een mooi moment zou wat mij betreft ook het pensioenmoment kunnen zijn: wat gaan we nu doen, welke (levens)keuzes maken we nu, waar willen we onze energie (al dan niet nuttig of maatschappelijk) aan gaan besteden.

Soms wordt het hip een ‘sabattical’ genoemd -er even tussenuit, een adempauze- maar wat mij betreft zijn dit allemaal momenten voor een periode waarin je een pas op de plaats maakt en heel bewust nadenkt over waar je staat en waar je naar toe wilt. Ideale momenten voor dat tussen’jaar’.

Benut aanwezige expertise voor een beter tussenjaar

Hiervoor benoemde ik al de voorwaarde die Joyce van YourJourney stelt bij de relativering van de keuzestress: mits goed begeleid. En: er zitten ook risico’s aan zo’n tussenjaar.

Het TussenjaarKenniscentrum bracht enkele risico’s in kaart:

  • na het tussenjaar nog niet weten wat je moet kiezen
  • teveel verveling tijdens het jaar
  • moeite met het oppakken van activiteiten na de break
  • geen zin meer hebben in geplande activiteiten
  • omgekeerde cultuurschok, na terugkeer van een periode in het buitenland

Zaak is dus om deze risico’s zoveel mogelijk te overzien en te beperken. In de loop der jaren is er veel ervaring opgedaan rondom het effectief invullen van een tussenjaar, júist er op gericht om te komen tot een beter zelfinzicht, betere zelfkennis en slimmere keuzes.

De combinatie van

  • een afgebakend programma waarin je, in een ongedwongen setting en buiten je comfortzone, écht aan het werk wordt gezet om je zelfinzicht te vergroten en
  • een periode waarin je jezelf uitdaagt, kan proeven aan je vervolgkeuze(s), kunt experimenteren met subkeuzes en je te maken keuzes in de praktijk kan testen en
  • een reflectiemoment of reflectieperiode waarin je, samen met begeleiders en anderen, terugkijkt op deze ervaringen en vooruit kijkt naar zelfstandig te maken vervolgkeuzes

blijkt daarin voor veel mensen, ongeacht hun leeftijd, goed te werken.

Twee voorbeelden

De theorie is leuk maar…’hoe doe je dat dan’? Twee voorbeelden van programma’s die speciaal ontwikkeld zijn voor iedereen die nadenkt over een Tussen’jaar’.

Wereldroute

Student Prepare Programme Curaçao

  • 6-weeks programma op Curaçao
  • bereid je voor op het studentenleven en world citizenship
  • ontwikkelen van personal skills, zelfstandigheid
  • verdiepingssessies om stapsgewijs te komen tot studie-inzichten en studiekeuze
  • global engagement onderdeel om je snel aan te passen aan andere culturen
  • véél extra activiteiten als duiken, surfen, suppen, catamaran zeilen, dansen, zwemmen, hiken
  • incl. huisvesting, verzekering en praktische ondersteuning
  • mogelijkheden voor aanvullende stage of werken op Curaçao

YourJourney

MYJourney Málaga – Special Edition Stad

  • een week in Málaga, zuid-Spanje vol persoonlijke ontwikkeling, nieuwe energie, groei en hernieuwde focus
  • sportieve, culturele en ontspannende activiteiten
  • verblijf in het centrum van Málaga, eigen kamer en gedeelde faciliteiten
  • 1:1 en groepscoachingssessies, zéér ervaren coach
  • toegang tot online programma met lesvideo’s en werkboek
  • naar keuze extra activiteiten in je vrije tijd: yoga, koken, tarot, massage: er kan veel
  • mogelijkheden voor aanvullende taalcursus of stage in en om Málaga; ook kun je kiezen voor alleen het online programma

Er zijn legio activiteiten te benoemen die je, los van leeftijd, tijdens een tussenjaar kan ondernemen; JoHo brengt er veel in kaart op de informatiepagina Gap Year & Tussenjaar en via de daar opgenomen crossroads en organisatieprofielen. Of je nu een wereldreis of lange reis wilt maken, een of meerdere taalcursussen wilt volgen, een stage, werkervaringsplaats of baan zoekt om je skills te verbeteren of ergens op de wereld wilt bijdragen en leren met vrijwilligerswerk.

Wereldplicht?

Met het tussenjaar stimuleer je dus het bewuster keuzes maken op belangrijke beslissingsmomenten. Maar een internationale invulling van zo’n tussenjaar lost mogelijk ook een ander probleem op. Ik vind dat er vanuit overheid en politiek ook wel eens meer aandacht mag komen voor onze internationale mobiliteit…verdergaand dan ‘de jaarlijkse vakantie naar Zuid-Europa’. We groeien allemaal op als wereldburgers, we hebben het over culturele integratie en meer begrip voor elkaar, maar los van een incidenteel Europees subsidieprogrammaatje voor scholieren of studenten wordt nergens gestimuleerd dat grotere groepen Nederlanders eens over de Nederlandse of Europese grenzen heen kijkt.

Waarom niet een vervangend ‘iets’ bedenken voor wat vroeger ‘dienstplicht’ of ‘maatschappelijke stage’ heette? Waarom niet een (semi-verplicht) ‘Wereldjaar’ waarin je heerlijk de tijd krijgt na te denken over jezelf en je vervolgkeuzes? Ongeacht leeftijd, opleidingsniveau en achtergrond. Waarin je gestimuleerd wordt in contact te komen met andere culturen, met activiteiten die je leuk vindt maar ook een beetje buiten je comfortzone liggen? Waarin grotere groepen mensen de mogelijkheid (keuzehulp & financiële prikkel) krijgen een periode in het buitenland door te brengen?

Ik denk dat, als we dat structureel en over langere periode stimuleren, er na verloop van tijd ook heel wat issues op het gebied van cultureel onbegrip, racisme, vluchtelingen en nieuw kolonialisme opgelost raken. Ik schreef er al eens eerder over: Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Terug naar de bosatlas.

Mijn huis ligt vol met wereldbollen. Aan de muren hangen landkaarten van Spanje (favoriete land) en Mallorca (favoriete eiland). Ik kreeg vorig jaar de nieuwste versie van de good old Bosatlas cadeau. Met die honger naar topografie en landkaarten is het dus best goed gekomen. In de periode voorafgaand aan ons ouderschap hebben Carina en ik behoorlijk wat kunnen reizen, profiterend van goede ticketdeals (destijds nog een voordeel als je zijdelings met de reissector te maken hebt). Daarna is het een aantal jaren ‘Europa’ geworden, wat ook prima was.

Nu komt langzamerhand de tijd weer dat we ook weer eens buiten ons eigen continent kunnen gaan kijken; vorig jaar met de Midden-Oosten cruise en hopelijk ook binnen enkele jaren met de drie kids. Als ‘wereldburger’ laat ik ze graag kennismaken met al die andere mooie, soms ruwe, soms hartverwarmende, soms totaal andere en soms verrassend gelijke culturen op ons wereldbolletje.

* die hoofdsteden zijn respectievelijk Antananarivo en Ouagadougou

Deel je ervaringen

  • Welke keuze(s) heb jij gemaakt aan het eind van je middelbare schooltijd, of welke denk je te gaan maken? En waar waren of zijn die op gebaseerd?
  • Welke voor- en nadelen zie jij bij een tussenjaar en welke onderdelen zou jouw ideale tussenjaar moeten bevatten?
  • Wat vind jij van het idee van een ‘wereldplicht’ als vervanging van de vroegere militaire dienstplicht of maatschappelijke stage? Denk je dat een of meerdere internationale ervaringen kunnen bijdragen aan meer begrip voor andere culturen, buiten en binnen Nederland?
  • In welke levensfase bevind jij je nu? Heb je tot nu toe al eens een ‘pas op de plaats’ ingepland om bewust na te denken over je volgende stappen in studie, werk of privéleven?

Meer lezen

Luister de Spotify Podcast-serie van YourJourney over studie, stress en het maken van (eigen) keuzes. In onderstaande aflevering gaat het over het zélf maken van keuzes. Joyce vertelt over haar keuze om te gaan emigreren naar Spanje, waar zeker niet iedereen in haar omgeving het mee eens was. Maar alle goedbedoelde adviezen, tips of waarschuwingen ten spijt: het was háár keuze.

Van treurwilg naar ultiem genieten. Ik heb regelmatig ‘de blues’.

Geschatte leestijd: 6 minuten.

Treur niet omdat iets voorbij is. Geniet ervan dat het gebeurd is.

Dichter Ludwig Jacobowski

Zo.

Dat is er uit.

Een topcliché, niet?

Het is een spreuk die ik wel vaker voorbij zie komen. Ook nu weer, op die inspirerende Omdenken-kalender deze week. Ja, die hangt nog steeds op onze wc 😉

Ik heb regelmatig de blues #1: Vakantieblues

Ik had daar tot voor kort altijd behoorlijk last van. De vakantieblues. Tijdens de vakantie al na gaan denken over het moment dat deze weer voorbij is. En het ‘leven van alledag’ weer daar is. Opstaan, kids naar school, werken, eten, slapen, opstaan, kids naar school, enzovoort.

Gek is dat toch, waarom kan je (kan ik) dan niet gewoon genieten van het moment, waarom alweer gaan nadenken over wat er daarna allemaal weer gaat gebeuren? Ik heb dat lang niet zo begrepen, maar had er écht wel last van. Een serieus dipje.

Ik vind op vakantie gaan gewoon echt heel leuk.

Iedereen in ons gezin eigenlijk wel. Ik sta ook overal bekend als “die gast die altijd maar weer op vakantie is”. En…nou, ja, dat valt best mee hoor. Of tegen, hoe je het bekijkt. Natuurlijk, ondanks de beperkingen die er zijn (de chronische pijn, corona) proberen we nog steeds regelmatig weg te zijn. Vaak wat kortere en ook best voordelige tripjes, waardoor het ook wat frequenter te doen is. En soms een uitspatting, bijvoorbeeld in de vorm van de 2019 cruise naar Dubai. Heerlijk (discussies over de milieu-effecten van cruises voor het gemak even daargelaten).

Ik hou van die vakantiesfeer, van in het buitenland zijn, van stoeien met een andere taal, van hotels ontdekken, van grip krijgen op nieuwe steden, van mensen die anders zijn en anders doen.

Ik denk dat dat ook de reden is waarom die vakantieblues ontstaat. Ik vond (en vind) mijn werk bij JoHo erg leuk, dus van een “werksleur” of zoiets was helemaal geen sprake. Ik vond (en vind, meestal) mijn leven in Nederland en het Bredase leuk, dus dat was ook geen issue. Maar het is waarschijnlijk gewoon het gevoel dat die leuke trip, waar je meestal best een tijdje mee bezig bent geweest qua voorbereiding, dan weer voorbij is.

Tegenwoordig is die blues minder heftig. Hoe ouder, hoe wijzer, haha. Het besef dat er altijd wel weer een nieuwe leuke trip komt. En: we hebben de ultieme remedie gevonden tegen dat bluesgevoel: tijdens je vakantie gewoon een nieuw plan maken. En, als het even kan, ook alvast regelen en boeken. Het uitkijken naar de nieuwe trip, sommigen noemen het voorpret, kan dan alvast beginnen.

Ik heb regelmatig de blues #2: Concertblues

Och man, wat ellendig. Vooral rondom Springsteen concerten had ik een stevige concertblues. Tijdens het optreden al denken “aaaaaah, dit is straks gewoon weer voorbij“. Man, geniet nou gewoon eens van het moment!

Het is volgens mij goed vergelijkbaar met die vakantieblues: ik vind Springsteen concerten gewoon ontzettend gaaf. Het ultieme genieten. En dat gaat vaak gepaard met het besef dat het in een split second weer voorbij is. En, anders dan met vakanties, je wéét dat ‘de volgende keer’ lang op zich laat wachten. Een paar jaar, op z’n minst. Jaloers ben ik altijd geweest op die superfans die van concert naar concert reizen. Den Haag, Keulen, Parijs, Barcelona, Rome of zelfs de oceaan over: waar ze het van betalen weet ik niet, maar dat zou wel de ultieme remedie zijn tegen de concertblues. Weten dat je nog een keer mag, en nog een keer.

Jungleland, Bruce Springsteen, Malieveld 14-06-2016

Wil je mij echt verrassen? Het ultieme blij-zijn-gevoel geven? Regel dan een Springsteen-tournee-langs-de-velden.

Ik heb dat trouwens ook lange tijd gehad met eigen optredens, met name met OnCue. Tot een paar jaar terug. Ik vind op het podium staan gewoon érg prettig, kan ook echt naar zo’n optreden toeleven. En zeker de jaarlijkse terugkerende optredens waarvan je wist dat het een topsfeer ging worden met een paar honderd man die volledig uit z’n dak zouden gaan. Balen op de zondag erna, dat het weer voorbij was.

Of ik nu naar een optreden van De Dijk, Blof, de Beatles-tribute band, Mark Knopfler, Marillion of Melissa Etheridge ging: de dag erna had ik de Concertblues.

Genieten?

Tegenwoordig kan ik beter genieten. ‘In het moment zijn’, om nog maar zo’n verschrikkelijk cliché te gebruiken. Niet meer zo hard treuren om iets dat geweest is, maar vooral blij zijn dat je er bij was.

Waarom dat is veranderd? Ik heb geen idee. Of…misschien toch wel.

Leeftijd? Leren we meer genieten, naarmate we ouder worden? Mwah, soms wel, soms niet.

Chronische pijn? Zou kunnen. Er is de laatste jaren heel wat ‘mindfulness’ voorbij gekomen. Maar nog steeds heb ik daar niet zoveel mee. Geef mij niet de opdracht om 15 minuten ‘aan niets’ te denken. Want ik denk dan 15 minuten aan alles tegelijk.

Maar die pijn leert je wel relativeren. En blij zijn dat je er bij kunt zijn. Ik schreef er al eens over, Springsteen op het Malieveld in 2016. Misschien is daardoor de blues achteraf wat minder. Geniet ik meer tijdens het moment.

Toenemend gevoel van wereldburgerschap? Het besef dat er meer is in de wereld dan mijn ‘rijke’ leventje hier in Nederland? Vakantieblues, concertblues…het zijn natuurlijk allemaal maar rijkelui’s-problemen. Velen zouden wíllen dat ze “last” hebben van zo’n post-vakantiegevoel.

Ik heb nog een reden: Tijs. Mijn zoon (10), voor wie ons gezin wat minder goed kent. We noemen hem “Mr. Mindfull”. Hij kan ontzettend genieten van ‘het moment’, is een dromer. Hij liet me de afgelopen jaren regelmatig zien wat het is om gewoon bij het hier en nu te blijven en te genieten van wat er op dat moment gebeurt. En niet teveel over morgen of gisteren na te denken.

Treur niet omdat iets voorbij is. Geniet ervan dat het gebeurd is.

Ik ben dan altijd nieuwsgierig naar de achtergrond van de man die deze zin, spreuk, bekender heeft gemaakt. Hij zal vast niet de enige zijn geweest die de uitspraak toentertijd deed, maar is er om een of andere reden bekend mee geworden.

Ludwig Jacobowski, een in Polen geboren Duitse dichter van Joodse afkomst, leefde maar relatief kort. Tussen 1868 en 1900, slechts 34 jaar dus. Hij groeide op in Berlijn. Jacobowski produceerde diverse gedichtenbundels en romans. Hij schreef veel over de isolatie van Joden aan het eind van de 19e eeuw en verdedigde de Joodse rechten via zijn werk, soms fel. In 2000 verscheen een verzameling van zijn werk: ‘Gesammelte Werke in einem Band‘, uitgegeven door Alexander Mueller.

Herkaderen

Het anders kijken naar dingen wordt ook wel herkaderen genoemd. Herkaderen is het veranderen van de context of betekenis van een situatie waardoor de gebeurtenis of uitspraak in een ander kader komt te staan en er een andere betekenis wordt gevormd.

Herkaderen wordt veel bij NLP, Neuro Linguistisch Programmeren, gebruikt. Het is de techniek achter positief denken. Niet somber zijn omdat dat Springsteen concert weer voorbij is, maar blij zijn dat je er bij was en positief terugdenken aan mooie herinneringen tijdens dat concert. Niet treuren dat die mooie stagetijd in Guatemala alweer 25 jaar geleden is, maar blij zijn dat daar het besef van wereldburgerschap ontstaan is.

Herkaderen wordt ook veel gebruikt om achter het gedrag van mensen te kijken, diepere bedoelingen te vinden. De hippe mensen onder ons noemen dat ook wel upchuncken: van iets concreets (bepaald gedrag dat je voor je ziet) naar iets abstracters (wat zou dat gedrag nog meer kunnen betekenen). In die zin zijn we bijvoorbeeld met ons pleegzorgwerk en onze opvoedpogingen al vele jaren, zonder dat we het doorhadden, aan het herkaderen en upchunken: “hij doet x, maar dat betekent waarschijnlijk y”.

Ook psychologen houder er erg van om te herkaderen. Leren om anders te denken over bijvoorbeeld chronische pijn is een uitdaging waar ik al enkele jaren mee bezig ben. Veel op eigen kracht, en soms met een beetje hulp.

Genieten!

Gek woord eigenlijk, genieten. Er zit ‘niet’ in. Beter zou gewellen zijn, het wél doen van leuke dingen en daar lol uithalen. Maar goed, het komt natuurlijk van genot. Gewel.

Het Genootschap Onze Taal vertelt me dat in de oertijd het woord ‘nieten’ stond voor ‘in gebruik hebben’, of ‘bezitten’. Daar werd wat later het voorvoegsel ‘ge’ voor geplakt, dat staat voor ‘volledig’. Volledig bezitten, dus. Later werd dat ‘met plezier gebruiken’ en dat veranderde in de loop der tijd weer in ‘je verheugen in iets’.

Ik las net een Tweet van Steve van Zandt. Ofwel Little Steven. Ofwel de vaste gitarist van de E Street Band: de vaste band van Springsteen. Steve is ook een oude vriend van Bruce, al in de begintijd trokken ze er als late tieners samen op uit om muziek te maken.

Yes! Als corona het toestaat en iedereen ook verder gezond blijft zou 2021, of misschien 2022, wel weer eens zo’n ultiem Springsteen moment kunnen worden.

Dat, gecombineerd met een aanstaande vakantietrip deze zomer, geeft voldoende brandstof om mij weer te laten genieten, te ‘laten verheugen in iets’.

Kom maar op, met die concertblues en vakantieblues!

Deel je ervaringen

  • Heb jij wel eens last (gehad) van zo’n bluesgevoel? Wat triggerde bij jou dat gevoel?
  • En wat is jouw ‘coping mechanisme’: hoe ga jij dat gevoel te lijf? Ga je het eigenlijk wel te lijf? Of heb je leren genieten, in plaats van treuren?

Deel je ervaringen via de reactiemogelijkheid onderaan.

Meer lezen

  • Lees meer over Ludwig Jacobowski
  • Voor de literair geïnteresseerden onder ons: Bol.com heeft alles, dus ook een dichtbundel van Jacobowski:

Leren solliciteren en werk vinden in Cambodja

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Athit Kong werd in 2002 ontslagen vanwege zijn inzet voor de Cambodjaanse vakbond. Hij werkte toen zo’n 2,5 jaar als assistent-machineoperator op de wasafdeling van een textielfabriek. Maar van de een op de andere dag was het voorbij. Sindsdien maakt hij carrière bij de bond; nu is hij vice-voorzitter. Athit zorgde er samen met anderen voor dat de vakbond groeide van 5.000 naar ruim 50.000 leden. ‘Het is echt een leerproces, werken bij een vakbond. Maar langzaamaan zie ik resultaten. We groeien, de werkomstandigheden verbeteren en er is een minimumloon bereikt’.

Waarom een artikel over de vakbond in Cambodja?

Normaliter heb ik niet zoveel met vakbonden. Ik heb er gewoon bijzonder weinig mee te maken gehad, in mijn werkzame jaren tot nu toe. Via een klik hier en een klik daar ben ik terecht gekomen op de website van CNV Internationaal. En daar klik ik, uit nieuwsgierigheid, op de pagina ‘projecten waarvoor financiering wordt gezocht’. Om uit te komen bij de Cambodja pagina. De informatie en het interview met Athit Kong triggeren me. En specifieker, één zin blijft in mijn achterhoofd hangen.

De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.

Leren solliciteren en werk vinden dus. Mmm, dat komt me ergens bekend van voor.

Wie of wat is CNV Internationaal?

CNV Internationaal komt wereldwijd op voor arbeidsrechten en helpt werkenden om sterk te staan en zich te organiseren in vakbonden. Zo kunnen werknemers wereldwijd ook zélf hun werkomstandigheden verbeteren. CNV werkt samen met lokale vakbondsorganisaties. Zij weten immers zelf het beste wat er nodig is voor de mensen ter plekke, op de werkvloer.

  • CNV Internationaal is een afdeling binnen de CNV Vakcentrale, het op 1 na grootste vakverbond in Nederland met ruim 235.000 leden.
  • Het uitgangspunt van CNV? Iedereen heeft recht op goed werk.
  • CNV Internationaal heeft drie focusregio’s: Latijns-Amerika (5 kernlanden), Afrika (6 kernlanden) en Azië (3 kernlanden)
  • Binnen de drie regio’s onderscheidt CNV Internationaal drie werkterreinen: arbeidsrechten, werkgelegenheid voor jongeren en de ‘sociale dialoog’.
  • Binnen die werkterreinen focust CNV weer op vier kernthema’s: palmolie, mijnbouw, suikerriet en kleding.

Maar goed, Cambodja dus.

Ik lees verder op de website van CNV Internationaal. CNV steunt in Cambodja het werk van de jonge vakbondsorganisatie CLC, met CCAWDU als grootste aangesloten organisatie en dé bond voor de arbeiders in de textielfabrieken. Deze organisatie groeit van vijfduizend leden in 2000 naar ruim vijftigduizend nu. De werkomstandigheden van arbeiders in de textielfabrieken zijn inmiddels verbeterd en er is in de textielsector een minimumloon bereikt.

CLC richtte bijvoorbeeld in 2015 bij zes bedrijven CLC-bonden op, onder meer in de horeca en de toeristische sector. Door dat te doen, kunnen de rechten van steeds meer werknemers worden gewaarborgd. Maar belangrijker nog: kunnen werknemers een normaal, fatsoenlijk loon verdienen waarmee ze in hun dagelijkse levensbehoefte (voedsel, woonruimte, onderwijs en toegang tot gezondheidszorg) kunnen voorzien.

Werkgelegenheid voor jongeren in Cambodja

Ook in Cambodja heeft de jeugd de toekomst. Maar om een goede toekomst te kunnen realiseren is naast goed onderwijs ook voldoende toegang tot de arbeidsmarkt nodig. Voldoende werkgelegenheid dus voor jongeren en -een andere deels overlappende focusdoelgroep- vrouwen. Maar ook fatsoenlijke werktijden, een veilige en gezonde werkomgeving, een normaal uurloon dat past bij de levensstandaard in Cambodja en normale werknemersrechten.

Aan de ene kant kun je zorgen voor voldoende werkgelegenheid, maar dan moeten aan de andere kant de Cambodjaanse jongeren voldoende vaardigheden hebben om die banen te bemachtigen. Zie hier de zin waarmee ik dit artikel begon: De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.


Promoting core labour standards,  towards a decent job for Cambodian workers

Onder deze projectnaam slaan CNV International en CLC in Cambodja de handen ineen, met financiële steun van de EU -ja, Europa dus. Dat Europa dat wij als Nederlanders zo steunen of bekritiseren.

Belangrijkste doelen van het project, voor wat betreft de ‘arbeidsrechten’:

  • tegengaan van overmatige werkuren
  • steunen van het recht van werknemers om zich te verenigen
  • stimuleren van een gezonde werkomgeving, tegengaan van regelmatig flauwvallen van werknemers
  • versterken van onderhandelingsvaardigheden van vakbondsleiders

Mede door de website van CNV had ik de gedachte dat dit project volop actief is, totdat ik in een nieuwsbericht lees dat het project met een ‘final conference’ tussen 13 en 16 maart 2017 is beëindigd. Er zijn trainingen georganiseerd over onderhandelen en gelijke rechten voor vrouwen en mannen en er zijn festiviteiten geweest rondom belangrijke internationale dagen van de arbeid, jeugd en mensenrechten. Er zijn nieuwe allianties gevormd voor een betere dialoog tussen overheid, werkgevers en maatschappelijke organisaties.

OK – project afgerond dus. De gedachte die ik bij afgeronde projecten altijd heb bekruipt me ook nu: “En daarna dan?” Hoe staat het nu met die arbeidsrechten? En zijn die 150 jongeren nou eigenlijk getraind in sollicitatietechnieken? Zijn de werkuren en werkomstandigheden in Cambodja nu echt verbeterd? Wat doet CNV nu dan in Cambodja, in de periode 2018, 2019 en 2020?

Ik blijf over met teveel vragen. Tegelijkertijd snap ik dat je arbeidsomstandigheden in een land met ruim 16 miljoen inwoners niet zomaar even met een ‘EU projectje’ verandert. Dat zijn processen van de lange adem. En ook snap ik dat een website niet altijd de meest up-to-date stand van zaken laat zien.

Nog even over sollicitatietrainingen

De hele tijd tijdens het lezen van de achtergronden van dit project blijft dat zinnetje maar in mijn hoofd hangen…150 Cambodjaanse jongeren leren te solliciteren. Wat een toeval dat mijn werkgever, Stichting JoHo, ‘talentontwikkeling’ al jaren als speerpunt heeft. Het stimuleren van vragen als (en antwoorden op) hoe krijg ik een beter zelfinzicht, wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik ontwikkelen, waar wil ik werken, en wat past daar dan bij qua werkplek, soort werkgever en baan. Dat we al sinds jaar en dag informatie ontwikkelen over het ontwikkelen van je talenten, solliciteren, assessments, opdoen van werkervaring.

Nu weet ik ook wel dat de bestaande info van JoHo vooral gericht is op Nederlanders. Nederlanders, die vooral in Nederland willen werken. Maar; niet voor niets heeft JoHo “talentontwikkeling” en “internationale samenwerking” als speerpunten. JoHo bereikt toch ook wel erg vaak Nederlanders die in een internationale en/of interculturele context willen werken, of ervaring in het buitenland willen opdoen. Om daar weer persoonlijk of arbeidstechnisch door te groeien. Nu weet ik ook wel dat je dat wat in Nederland werkt, niet zomaar kan doorkopiëren naar een land in Zuidoost-Azië. Laten we de culturele context niet vergeten.

Laat mij nou even dagdromen

Wat zou ik het mooi vinden wanneer JoHo, JoHo donateurs en andere World Supporters, samen met CNV, CLC en bijvoorbeeld partners van Nederlandse expats in Cambodja (die vaak om zingevende projecten zitten te springen) praktische, ‘hand-on’ trainingen opzetten en tools ontwikkelen die in beide landen duurzaam werken. Hoe krijg je meer inzicht in jezelf? Hoe leer je een baan vinden? Wat zijn je vaardigheden en competenties en welke banen passen daar bij? Hoe solliciteer je? Hoe presenteer je jezelf? Welke passies drijven je? Waar wil je over vijf jaar staan? Ook al is de context wellicht volledig anders; dit soort vragen leven zowel bij Nederlandse als Cambodjaanse jongeren (en niet-jongeren, trouwens).

Trainingen, tools en e-courses die, telkens voorzien van een ‘lokale module’, wereldwijd functioneren. De ontwikkeling ervan gefinancierd door de EU en Nederlandse en Cambodjaanse ministeries.

Laat mij nou even dagdromen…

Wakkerrrrrr

Natúúrlijk gebeurt er post-2017 al een hele hoop in Cambodja op het gebied van toegang tot arbeid. Zo wees Google me al heel snel op een lijvig, bijna 100 pagina’s tellend rapport ‘Kingdom of Cambodja Decent Work Country Programme 2019-2023’. Dit programma formuleert drie ambitieuze doelen voor de periode tot aan 2023, en verder tot aan 2030:

  1. stimuleren van fatsoenlijke werkgelegenheid en duurzame ondernemingen, gecombineerd met het ontwikkelen van relevante vaardigheden en competenties van werknemers
  2. versterken en uitbreiden van bescherming van werknemers, hun veiligheid en gezondheid
  3. verbeteren van arbeidsomstandigheden en arbeidsrechten, inclusief het bespreekbaar maken van seksuele intimidatie en bescherming van het moederschap

Dat overlapt toch behoorlijk met de ambities van CLC en CCAWDU, is mijn eerste gedachte.

Voor de geïnteresseerden:

Ondanks gerealiseerde projecten en lijvige plannen vol mooie doelen, is er ook een realiteit van alledag. Begin 2020 plaatste Trouw een artikel over de meest recente invoerheffingen van de EU op Cambodjaanse producten, omdat het land structureel achterblijft in het verbeteren van mensenrechten en arbeidsrechten. Vakbonden en arbeiders die willen staken worden geïntimideerd, het land van boeren wordt ‘afgepakt’ door groeiende suikerrietplantages en het bestuur heeft de oppositie en media monddood gemaakt.

De EU wil dat arbeiders een betere positie krijgen in Cambodja. Maar textielwerkers, meestal vrouwen, kunnen hun baan kwijtraken als de export afneemt. Tegelijkertijd, zonder maatregelen geen structurele verandering. Een duivels dilemma dus. De maatregelen gelden voor ongeveer 20% van de exporthandel; opkomende en dus nog kwetsbare industrieën in Cambodja worden ontzien.

O ja, die 150 jongeren…

Ze laten me niet los.

Wie hen nu precies helpt om betere sollicitatieskills te bemachtigen? Ik weet het nog steeds niet. Wie het weet, mag het zeggen. Of gaan doen. Een mooie pilot-onderzoeksklus, internationale stagetaak, een mooie casestudy voor een MBO/HBO opleiding P&O / HR die over de grenzen kijkt. Samen met JoHo, CNV, CLC en die potentiële financierders?

In de woorden van Athit Kong:

“In Cambodja zijn de werkomstandigheden slecht en er is te weinig werk. Daarom vind ik het belangrijk om te strijden en de vakbeweging te steunen. Ik wil voor mensen een fatsoenlijk leven bereiken. Om successen te bereiken, moet je met elkaar praten. Sociale dialoog is een instrument om een platform te creëren voor de werkende klasse. Stapje voor stapje kom je verder. Hoe? Door je organisatie sterker te maken.”

Athit Kong, website CNV Internationaal

Ik lees graag nog eens opnieuw over Kongs gedachten in 2023, of 2030, in hoeverre het ‘Decent Work Programme’ duurzame verandering heeft gebracht. Ik hoop dat CNV deze ontwikkeling blijft volgen. En wellicht vinden CNV en JoHo elkaar nog eens, in de toekomst.

Deel je ervaringen

  • Ben je zelf actief (geweest) met ontwikkeling van kennis & vaardigheden in Cambodja of op bijvoorbeeld het gebied van arbeidsrechten en mensenrechten? Deel je ervaringen.
  • Ken jij of steun je CNV International? Vertel over je ervaringen!
  • Hoe zou Nederland of de EU moeten omgaan met het duivelse dilemma rondom de export uit Cambodja?
  • Wat is volgens jou de sleutel tot duurzame ontwikkeling in Cambodja? Hoe krijgen vooral vrouwen, jongeren en andere kwetsbare groepen voldoende toegang tot de arbeidsmarkt?

Ik hoor graag meer van je, via de reacties hieronder.

Meer lezen

Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Multiculturalisme. De multiculturele samenleving. Culturele diversiteit. Er is al zóveel over geschreven de laatste jaren. Waarom lijkt het toch steeds minder vaak te lukken om verschillende culturen met elkaar te laten samenleven? Onderling elkaars culturen te respecteren? Ik denk dat er wel veel en steeds meer culturele diversiteit is, in Nederland en overal op de wereld, maar dat culturen elkaar onderling gewoon te weinig (kunnen) ontmoeten. Er zijn veel meer laagdrempelige momenten en activiteiten nodig waarop mensen aan elkaars cultuur kunnen proeven, als vanzelf begrip en respect voor ‘de andere cultuur’ krijgen. Dat begint al in het onderwijs, maar ook bibliotheken kunnen een rol spelen. En de overheid zou veel meer het ‘reizen’ en het opdoen van buitenlandervaringen kunnen stimuleren én faciliteren.

Ik las deze week een mooie zin in de nieuwsbrief van de Nieuwe Veste, de Bredase bibliotheek annex cultuurcenter.

Culturele diversiteit of multiculturalisme verwijst naar een harmonieuze samenleving waarin de mensen zijn verbonden in begrip en respect voor elkaar, en voor elkaars cultuur.

E-nieuwsbrief Nieuwe Veste Breda

In de nieuwsbrief legde de Nieuwe Veste de link met de protesten tegen racisme, in navolging op de dood van George Floyd. Daar wil ik het nu niet over hebben, maar wél over het nastreven van culturele diversiteit.

Ik ben er van overtuigd dat veel problemen die ontstaan rondom racisme, onbegrip voor situaties van vluchtelingen en botsingen tussen verschillende culturen voortkomen uit een tekort aan interculturele ervaring, het ‘te weinig verkeren in een internationale omgeving’. Zoals altijd begint het met je niet (genoeg) kunnen verplaatsen in de situatie van een ander. En zeker als die ander dan ook nog een andere cultuur heeft, andere opvattingen heeft ontstaan vanuit een andere culturele opvoeding, kan het onbegrip al snel groot worden.

Wereldburgerschap

Een van de oplossingsrichtingen om racisme en cultureel onbegrip tegen te gaan ligt in het stimuleren van burgerschap. Het stimuleren om actief mee te doen aan een samenleving begint al in het basis- en middelbare onderwijs: het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en een houding die stapsgewijs actief burgerschap ontwikkelt. Vanaf jongs af aan leren mensen zo om mee te denken, om een mening te ontwikkelen en deze aan te scherpen via meningen van anderen. Het ontwikkelen van burgerschap betekent ook het ontwikkelen van kennis omtrent een democratie, mensenrechten, het omgaan met conflicten, sociale verantwoordelijkheid nemen, mensen gelijkwaardig behandelen, kennis ontwikkelen over duurzaamheid én het omgaan met maatschappelijke diversiteit.

Burgerschapsonderwijs, in het verlengde van het vroegere maatschappijleer, wordt steeds meer een vast element op scholen. De laatste jaren zijn speciale programma’s ontwikkeld voor jongeren op scholen om hen te leren over (actief) burgerschap. Goed vind ik dat daarbij ook op meer en meer scholen een stap verder wordt gezet met wereldburgerschap, dat vaak samenvalt met internationaliseringsdoelstellingen. Leerlingen maken zo al op jonge leeftijd kennis met de internationale samenleving: hoe kun je je actiever opstellen in de wereld. Om de cultuur van de ander beter te begrijpen is het belangrijk dat je leert door de bril van een ander te kijken.

Culturele diversiteit in een land

Hoeveel verschillende culturen er in een specifieke regio, bijvoorbeeld “een land”, te vinden zijn bepaalt de mate van culturele diversiteit van die regio. De wereld wordt sowieso kleiner en steeds meer mensen krijgen de mogelijkheid te reizen, zich internationaal te bewegen. Tegelijkertijd lijkt het aantal conflicten op de wereld weer toe te nemen, waardoor vanzelf ook meer vluchtelingenstromen op gang komen. Ook door klimaatverandering, met droogte of juist overstroming als gevolg, is de kans dat bestaande spanningen verder toenemen groter. Culturen verspreiden zich dus, waardoor je ook in jouw woonomgeving te maken krijgt met meerdere culturen.

Over heel Nederland gezien is het aantal inwoners met een migratieachtergrond ongeveer een vijfde van de bevolking (22,6%). Tien jaar geleden was dit nog 16 procent. Dit blijkt uit een diversiteitsonderzoek (2017) het van Centraal Bureau voor de Statistiek, de Jeugdmonitor, de Buurtintegratiemonitor en het Sociaal Cultureel Planbureau. Ongeveer 25% van alle jongeren tot 25 jaar in Nederland heeft een migratie-achtergrond. Natuurlijk zijn er grote regionale verschillen; bijvoorbeeld Amsterdam en Den Haag zijn twee gemeenten waarin het aantal autochtonen net onder de 50 procent ligt. De instroom van vluchtelingen heeft maar een beperkte invloed (0,3% in topjaar 2015): beperkt in grootte, maar cultureel wel heel divers.

De komende decennia groeit de bevolking alleen nog door mensen met een migratieachtergrond, en daalt het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond. In 2017 heeft 23 procent van de bevolking een westerse of niet-westerse migratieachtergrond, in 2060 zal dat naar verwachting 34 procent zijn. Het aantal culturen in Nederland zal in omvang en diversiteit dan wel steeds verder toenemen; of een land echt een multiculturele samenleving is wordt natuurlijk vooral ook bepaald door de vraag in hoeverre de culturen met elkaar mengen, of meer ‘naast elkaar bestaan’. En om te kúnnen mengen, is een wederzijds vermogen nodig om zich in de ander te willen verdiepen: wereldburgerschap.

Culturele diversiteit bij een bedrijf

Bedrijven en organisaties presteren beter als zij mensen in dienst hebben met  verschillende culturele en etnische achtergronden. Cultureel diverse bedrijven halen een hogere omzet, hebben betere kansen om te overleven, zijn vaak creatiever (ook in het vinden van oplossingen), hebben een hogere werknemerstevredenheid en hebben een beter imago.

Het vergroten van het werknemersbestand met werknemers van diverse culturen begint natuurlijk bij de werving, zowel via al bestaande cultureel diverse werknemers als via netwerken buiten de organisatie. Maar evenzo belangrijk is het om zowel leidinggevenden als huidige werknemers te trainen om kwaliteiten en talenten van cultureel diverse werknemers beter te herkennen en waarderen: inclusief leidinggeven en inclusief samenwerken.

De Rijksoverheid stelde enkele jaren geleden 9 principes vast voor meer culturele diversiteit in een bedrijf (voor werking van de achterliggende links lees het volledige artikel op Rijksoverheid.nl):

Ook deed het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek naar cultureel diversiteitsbeleid bij werkgevers. De uitkomsten van het onderzoek lieten negen principes zien om tot een goed functionerend diversiteitsbeleid te komen:

  1. Bepaal waarom culturele diversiteit van waarde is voor de organisatie (de business case voor diversiteit).
  2. Bepaal (SMART-) doelstellingen
  3. Zet effectieve maatregelen en instrumenten in om een meer divers personeelsbestand te kunnen realiseren.
  4. Leiderschap vervult een cruciale rol bij het realiseren van meer culturele diversiteit in het personeelsbestand.
  5. Zorg voor draagvlak voor culturele diversiteit
  6. Klimaat waarbinnen diversiteitsmanagement plaatsvindt is relevant.
  7. Communicatie, zowel in- als extern levert een bijdrage aan culturele diversiteit.
  8. Kennis en vaardigheden zijn nodig om meer culturele diversiteit te kunnen realiseren.
  9. Monitor en evalueer de voortgang en resultaten van de gevoerde strategie en maatregelen.

Download het volledige onderzoek:

Hoe cultureel divers zijn Nederlandse bedrijven eigenlijk?

Hoewel meer dan 92 procent van de bedrijven vindt dat diversiteitsmanagement belangrijk is voor het internationale succes van de onderneming, is het aantal bedrijven waarbij het diversiteitsbeleid ook echt verankerd is in de cultuur met 44 procent nog altijd in de minderheid (2018 studie diversiteitsbeleid, Michael Page). Vooral de grotere Nederlandse bedrijven hebben moeite om inzicht te krijgen hoe cultureel divers hun personeelsbestand eigenlijk is. Daartoe heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Barometer Culturele Diversiteit ontwikkeld. Organisaties en bedrijven kunnen hun personeelsbestand aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en krijgen dan een geanonimiseerde lijst terug waarop te zien is welk percentage van het personeel een bepaalde achtergrond heeft. Die informatie kan worden uitgesplitst naar al bekende subgroepen van de personeelsadministratie, zoals functiegroep of aantal jaren in dienst.

Het idee is dan om door het verbeterde inzicht bedrijven bewuster te maken hoe cultureel divers men al is, of nog niet. En met die toegenomen bewustwording komt dan hopelijk ook het uiteindelijk handelen om het bestand divers te krijgen. Zeker omdat dit zoals eerder al genoemd aantoonbaar leidt tot meer omzet, beter toegang tot de volledige markt en een beter imago. Het zorgt ervoor dat je als bedrijf in een bredere pool passend talent kunt aantrekken én dat je huidige werknemers minder snel vertrekken. Een open en inclusieve bedrijfscultuur is zeker voor millennials erg belangrijk; een doelgroep die veel bedrijven graag aan zich willen binden.

Bibliotheek bevordert de interculturele dialoog

Even terug naar de bibliotheek, waar dit artikel begon. Mijn bibliotheek, de Nieuwe Veste, schrijft: “De bibliotheek heeft als belangrijke taak om context en duiding te bieden bij de actualiteit, om feit van fictie te scheiden, om gesprekken en debatten te faciliteren en zo de interculturele dialoog te bevorderen en actief burgerschap te ondersteunen“. De bibliotheek c.q. het cultuurcentrum is bij uitstek al een locatie waar nieuwkomers terecht komen om de Nederlandse taal te leren en de cultuur te leren kennen. In de bieb komen mensen tegenwoordig op een hele laagdrempelige manier met elkaar in contact, het lukt steeds vaker om juist door die laagdrempeligheid bruggen te slaan tussen verschillende culturen.

Die doorlopende dialoog is zeker noodzakelijk. Met alleen streven naar meer culturele diversiteit ben je er namelijk niet. Als er in een land, stad of bedrijf, heel veel verschillende culturele subgroepen zijn die elkaar niet of nauwelijks waarderen, waar mensen alleen maar in hun subgroepjes verkeren, ben je misschien wel cultureel divers maar kunnen mensen nog niet meedoen. Pas als de omgeving inclusief is, in de zin dat verschillen tussen mensen worden erkend én gewaardeerd, is het mogelijk problemen van diversiteit te vermijden, en de meerwaarde ervan te benutten. Ofwel: het gaat dus niet om diversiteit, maar om inclusiviteit.

Inclusiviteit versus diversiteit

Waar het goed is te streven naar diversiteit en veel verschillende mensen met verschillende afkomst in een land, stad of bedrijf te krijgen, is het nog beter en effectiever om al die verschillende groepen met elkaar te verbinden en te laten samenwerken. Inclusiviteit gaat over onderlinge verbondenheid. Een inclusieve organisatie is een samenhangend geheel van mensen die zich tot elkaar verhouden en zich met elkaar identificeren. In een inclusieve samenleving of organisatie kijken mensen naar elkaar om, ook over de grenzen van hun eigen ‘subgroep’ heen. Dan ontstaat echte saamhorigheid, het ‘wij’-gevoel.

Culturele diversiteit door ervaring op te doen in een internationale context

Als er meer culturele diversiteit ontstaat is het essentieel vaardigheden te ontwikkelen en activiteiten te kiezen die culturele nieuwsgierigheid aanwakkeren. Maar ook om een stap verder te gaan dan alleen kennis ontwikkelen en nadenken over het leren kennen van andere culturen: het is belangrijk het ook te dóen, daadwerkelijk in contact te komen met die andere culturen. Maar hoe?

Onderwijs: school en studie

Ik schreef al eerder over het belang van lessen (wereld)burgerschap op scholen. Al in het basisonderwijs en op de middelbare school leren kinderen via activiteiten en lessen om te gaan met kinderen van andere culturen. Onderwijs zorgt voor het ontwikkelen van een kritische geest die nodig is om vooringenomenheid tegen te gaan, om je aan te passen aan een sociale omgeving die cultureel gevarieerd is.

Studeren jongeren verder dan krijgen ze op veel hbo’s en universiteiten te maken met culturele diversiteit onder studenten. Een groeiend aantal universiteiten en hogescholen werkt ook aan de international classroom, aan ‘internationalisation at home’: het creëren van internationale leeromgevingen om interculturele en internationale competenties en vaardigheden op te doen.

In multiculturele samenlevingen die steeds complexer worden, moet onderwijs ons helpen de interculturele bekwaamheden te verwerven die ons in staat stellen samen te leven met – en niet ondanks – onze culturele verschillen.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Het Unesco wereldrapport stelt het zo mooi: “(…) Het versterken van interculturele competenties dient dus niet beperkt te worden tot het klaslokaal maar uitgebreid te worden tot de ‘universiteit van het leven’”. Ook kunst bijvoorbeeld kan helpen om wereldbeelden te verbreden, kunst bevordert interculturele openheid.

Naast “onderwijs” en “kunst” zie ik ook “stage lopen” en “reizen” als belangrijke onderdelen van die ‘universiteit van het leven’.

Stage lopen

Ik schreef al eens eerder over mijn eigen ervaringen met een stage bij Inguat (Instituto Guatemalteco de Turismo) en scriptie in Maleisië (haalbaarheidsonderzoek van een beach resort). Deze buitenland-ervaringen hebben écht mijn wereldbeeld verbreed, groen als ik destijds was waar het gaat om ervaringen buiten het Nederlands/Europese cultuurbeeld. Niet alleen is een stageperiode in het buitenland goed voor je zelfbeeld en persoonlijke ontwikkeling, ook draagt het aantoonbaar bij aan interculturele en internationale competenties en vaardigheden.

Aan de Haagse Hogeschool doet men al lang, tegenwoordig onder de noemer ‘Global Learning’, onderzoek naar het verwerven van internationale competenties via studie of stage in het buitenland. Lees bijvoorbeeld dit onderzoek van Hooven en Walenkamp uit 2013.

Ook ik zag, in tien projectjaren “jongeren en wereldburgerschap” bij JoHo, wat een buitenlandervaring (formele of informele stage, vrijwilligerswerk) met interculturele kennis en vaardigheden en wereldbeeld van die jongeren doet. Niet zelden werd er na terugkeer uit het buitenland een hele andere vervolgstudie of baankeuze gemaakt. En in alle gevallen werd de omgeving van die jongere betrokken bij zijn of haar ervaringen in het buitenland, waardoor een veel grotere groep mensen aan het denken werd gezet over ‘andere’ culturen.

Veel Hogescholen en Universiteiten zijn toch nog altijd een beetje huiverig voor te grote aantallen studenten die naar het buitenland gaan. De risico’s zijn relatief groot denkt men, op het gebied van gezondheid en veiligheid, of wellicht door het ontbreken van voldoende grip op voortgang en kwaliteit van de studie of stage in het buitenland. Dat gaat gepaard met nog steeds enige vooroordelen vermoed ik; op veel plekken buiten Nederland zal immers een kwalitatief vergelijkbare of zelfs betere stage of studie kunnen worden gevolgd dan ‘thuis, in Nederland’. Het wordt dan ook hoog tijd voor een overkoepelende instantie die, los van scholen en ministerie, waakt over de kwaliteit van stageplaatsen, voorbereiding en begeleiding van studenten en die studenten helpt bij het vastleggen van het geleerde (kennis en vaardigheden, zowel qua studie als op persoonlijk als intercultureel vlak) tijdens de periode in het buitenland.

Reizen

Een buitenlandse studie of stage ‘afdwingen’ dat zal niet gaan gebeuren denk ik. Maar ik gun iedere jongere op z’n minst toch een gap year als overbruggingsjaar tussen studie en werkzame leven. Niet meteen doorstomen richting carrière, maar even een pas-op-de-plaats om goed na te denken over de vervolgstap, even van de studie los te komen en te werken aan persoonlijke ontwikkeling en wereldbeeld. Datzelfde geldt voor de begin-dertigers die vaak voor de vervolgkeuzes in carrière komen te staan (‘laatste’ kans om via een nieuwe studie nog écht een ander carrièrepad te kiezen) en voor de mid-veertigers of begin-vijftigers (‘nog eenmaal kiezen voor iets radicaals anders binnen de talenten en vaardigheden die zijn opgedaan’). En vooruit, laten we dan ook de mid-zestigers benoemen die nog ‘een’maal iets groots kunnen doen voordat ze zich definitief overgeven aan de perikelen van de ouderdom

Ik gun al deze mensen op die wezenlijke momenten in hun leven de kracht van het ‘reizen’, als onderdeel van die ‘universiteit van het leven’. Nieuwe mensen ontmoeten, totaal andere gewoontes en gebruiken met eigen ogen zien, geuren opsnuiven en volledig andere geluiden horen dan je normaliter gewend bent. En dat hoeft niet extreem te zijn, het hoeft ook niet persé aan de andere kant van de wereld: zo’n ervaring moet vooral passen bij waar je voorkeuren liggen. Maar een beetje out-of-de-comfortzone mag het wel zijn, juist om je weer eens aan het denken te zetten. Ik denk dat het geheel van die reiservaringen vervolgens ontzettend veel zou doen voor de culturele diversiteit en vooral de inclusiviteit op eenieders thuislocatie.

Je kan het mensen niet verplichten, zo’n wereldbeeld veranderende -of verdiepende- stage- of reiservaring, maar je kan vanuit de overheid wel stimuleren en faciliteren. Ik denk dat er heel veel gelden die nu nog gaan naar tolerantie bevorderende activiteiten, culturele integratieprogramma’s en ook op het gebied van budgetten voor bijvoorbeeld veiligheid en racisme, kunnen worden ingezet voor andere zaken. Besteed die nu maar aan het faciliteren van die stages en reizen ter bevordering van (wereld)burgerschap. Mits die buitenlandervaringen en het interculturele contact ‘echt en authentiek’ zijn, los van te simpele folklore en ‘gearrangeerd spektakel’.

‘Cultureel toerisme’ (…) kan helpen cultureel begrip te bevorderen door anderen in hun natuurlijke omgeving te plaatsen en een diepere historische betekenis te geven aan andere culturen. Wanneer bevolkingsgroepen hierbij betrokken worden, kan dit ook het gevoel van eigenwaarde vergroten en bijdragen aan een duurzame ontwikkeling.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Deel je ervaringen

  • Hoe sta jij tegenover een samenleving waarin meerdere culturen mét elkaar in plaats van naast elkaar samenleven, écht sámen leven?
  • Zie jij een rol voor bibliotheken en cultuurcentra in Nederland om de culturele dialoog tussen subculturen in Nederland meer op gang te brengen en levend te houden?
  • Heb jij ervaringen opgedaan in het buitenland of in Nederland waardoor je culturele vooroordelen gingen verschuiven of veranderen? Zo ja, welke en waardoor veranderde je wereldbeeld?
  • Wat vind jij van het idee dat een overheid bij veel meer groepen mensen uit de samenleving en op veel meer momenten in ons leven stimuleert om naar het buitenland te gaan voor intercultureel contact? Is het ‘ieder voor zich’ of ligt er ook een taak mede bij de overheid?
  • En denk je dat die buitenlandervaringen ook helpen bij meer intercultureel contact na terugkeer in Nederland?

Meer lezen

Item van Human Dimensions over inclusiviteit, voorbij het wij-zij denken:

A quote a day keeps the doctor away

Geschatte leestijd: 8 minuten.

Quotes, als in vaak korte uitspraken die je aanzetten tot nadenken. Ik hou ervan. Niet geheel toevallig hangt bij ons op de wc dan ook zo’n Omdenken scheurkalender, met een vaak prikkelende dagelijkse quote. In dit artikel een paar quotes die inspireren. Althans, die míj inspireren.

Taal aan het woord

“Taal is zeg maar echt een ding”, in huize Hommel, om maar even Paulien Cornelisse te quoten.

Carina en ik schrijven allebei zo veel als mogelijk, deels ook werkgerelateerd. Zijn dus een groot deel van de dag met woorden en taal bezig. Voor mij zit ‘m dat ook echt in het ‘schrijven’. Ik hou niet van bellen per telefoon (sowieso een fenomeen uit de vorige eeuw), al zal mijn collega met wie ik vroeger regelmatig urenlang kon overleggen daar wellicht wat verbaasd van opkijken. Ik hou ook niet zo van groepsgesprekken; ik luister dan meer dan dat ik zelf aan het woord ben. Een één op één gesprek, face2face, vind ik prima, maar spreken in grote groepen, laat staan een presentatie geven, nee, ik vermijd het.

Typen daarentegen…ik hou van schrijven. En van lezen. Mijn teksten zijn vaak lang, mijn mails zijn uitgebreid, vaak tot schrik van de ontvanger. Dat krijg je al snel, als je naast schrijven ook nog houdt van nuance 😉

Quotes die inspireren

Inspirerende quotes die ik tegen kom probeer ik dan ook altijd op te schrijven c.q. te bewaren. Deze week was het wel erg raak bij Omdenken. Ik deel er drie en geef een korte 😉 toelichting.

Dromen en moed

En tijd. En geld. En geduld. En verstand.

Nee, ik ben het er natuurlijk wel mee eens. Eén ding is essentieel: de moed om je dromen (stapsgewijs) om te zetten tot daden. Ik ben best een dromer, zo regelmatig. Kan goed wegdromen bij de gedachte aan een optreden op mainstage Pinkpop. Aan het maken van een wereldreis, met partner en kinderen. Aan het moment waarop íeder ziekenhuis en íedere zorginstelling in Nederland een muziekbeleid heeft ontwikkeld.

Maar om die dromen waar te maken, is vooral een grote dosis moed nodig. Daarbij moet ik denken aan de moed die Robbert de Vos, initiatiefnemer in 2009/2010 van Muziekids, nodig had om zijn droom stapsgewijs om te gaan zetten in daden. Van de eerste keer binnenstappen bij een ziekenhuis, het Tergooi in Hilversum, om samen met kinderen een middagje muziek te maken tot de bouw van de eerste complete muziekstudio in Tilburg. Om het steeds terugkerende “mooi plan, echt, maar geen financiën” stapsgewijs om te buigen naar een “mooi plan, echt, laten we samen zoeken naar financiering”. Er is moed voor nodig om jouw stichting met enthousiaste vrijwilligers om te bouwen naar een professionele organisatie met oog voor allerlei belangen én waarbij het kind, de jongere en de muziekvrijwilligers nog steeds centraal staan. Het zal best zo zijn dat “de meeste dromen bedrog zijn”, om Marco Borsato te quoten, maar deze droom van Robbert begint toch aardig werkelijkheid te worden. Tegelijkertijd is er nieuwe moed nodig om de komende jaren verder te bouwen.

En ook ik verzamelde in 2018 moed om de eerste mailtjes en telefoontjes naar Amphia Breda eruit te doen, als eerste stap naar een droom van Muziekids in Breda, die hopelijk komende jaren stapsgewijs steeds meer werkelijkheid gaat worden.

De droom van Robbert de Vos, Muziekids: van dromen naar dóen.

Hoop

Ik denk dat veel mensen zich in bovenstaande quote zullen herkennen. Hoop is essentieel in soms bange dagen, is nodig om angstige momenten -die iedereen heeft- door te komen. Ik zie dat veel mensen met chronische pijn zich vastklampen aan hoop. Hoop op een dag zonder pijn, hoop op een nieuwe medicatiesoort die nu wél eens aanslaat, hoop op een arts die communicatief is en openingen biedt voor een nieuwe behandeling.

Zonder hoop geen toekomst. Ook ik houd me vast aan hoop op betere pijntijden. Die ‘hoop’ of ‘verwachting’ staat trouwens wel ter discussie, bijvoorbeeld in de ACT (Acceptance and Commitment Therapy) die ik volgde bij een Bredaas revalidatiecentrum. Juist de hoop op verbetering weerhoudt je van het écht aangaan van acceptatie van de situatie zoals hij is en zal blijven. Als je maar blijft hopen op “dat wondermiddel dat alles verbetert” kom je nooit aan bij de fase van échte acceptatie. Nu heb ik ook het idee dat “accepteren” van dagelijkse pijn onmogelijk is, daarom kies ik eerder voor het woord “berusting”. Ik zie datzelfde proces bij andere pijnpatiënten. Een vorm van hoop is nodig om te leren berusten. Hoop is het enige dat sterker is dan angst.

Stellige meningen

Een heerlijke quote voor iemand die houdt van nuance. Er zitten altijd meerdere kanten aan een zaak, er zijn (vrijwel) altijd voors en tegens. Daarom hou ik niet van mensen die al te stellig zijn in hun beweringen. Ik kijk vaak met grote verbazing naar politici, die één kant van een verhaal vaak heel fel kunnen verdedigen, alsof de andere kanten gewoon écht niet bestaan. Ik snap best dat je in een discussie soms wel eens vasthoudt aan een bepaald standpunt, in je wens de ander te overtuigen van jouw gelijk. Maar ik vind het vaak veel dapperder om óók de andere kant te benoemen, te laten zien dat je hebt nagedacht over die voors en tegens en dat je daarin een genuanceerde keuze hebt gemaakt. De harde schreeuwers, die we tegenwoordig vooral ook op Twitter tegenkomen, met maar één mening die ze fel delen met iedereen die het (niet) wil horen: ik geloof er niet in en ik hou er niet van.

En dat is natuurlijk ook een stellige mening. Want tegelijkertijd is het nuttig te onderzoeken wáárom ze zo fel zijn, waar die felheid vandaan komt. Wat drijft iemand om zo hard en zo vaak zijn of haar mening de bühne op te schreeuwen? Wat denkt iemand er mee te bereiken?

Meer quotes

Zo af en toe noteer ik zinnen, of korte alinea’s, die me aanspreken. Het is al haast een archiefje aan het worden. Een snelle keuze uit andermans werk, quotes die ik met name werkgerelateerd opschreef.

Als je snel wil gaan: werk alleen, als je ver wil komen: werk samen.

oud Afrikaans gezegde

Samenwerken, we vinden het vaak zo moeilijk. Elkaars belangen in de gaten hebben, elkaar wat gunnen in een samenwerking: waarom lukt dat toch vaak niet?

De Engelse taal door een Nederlander uitgesproken. Waarom willen we toch zo graag dat het zo native mogelijk klinkt?

Marjolein Verspoor, Hoogleraar Engelse taalvaardigheid

Over het algemeen wordt in Nederland best goed Engels gesproken. Maar Nederlanders zijn vaak erg kritisch op zichzelf en elkaar. Elders op de wereld waar Engels wordt gesproken maakt een local accent helemaal niet uit. Is men er soms zelfs trots op. Engels is een global language, waarbij het -wat Marjolein en mij betreft- vooral belangrijk is dat je je goed verstaanbaar kunt maken en je boodschap kunt overbrengen. Het zal je niet verbazen dat mijn uitspraak niet zo heel goed is 😉

Concepten komen pas tot wasdom als je met de uitvoering begint. Dus laten we beginnen.

Matthieu Filippo, Achmea, voorzitter Solvency II werkgroep binnen Verbond voor Verzekeraars

Bij veel projecten, zeker die waarbij verschillende partijen met elkaar samenwerken, worden vaak ellenlang plannen voorbereid, beleidsdocumenten opgesteld, nog eens en nog eens en nog eens vergaderd, bijgeschaafd, juristen gaan hun zegje doen, enzovoort. Natuurlijk kunnen de belangen groot zijn en is het zaak je goed voor te bereiden, maar vaak haalt dat zó de vaart uit een samenwerkingsproject dat niemand er meer zin in heeft als het project nog moet starten.

Ik hou, net als Matthieu Filippo, meer van projecten en samenwerkingen waarbij de samenwerking zich geleidelijk aan wederzijds ontwikkelt. Waarbij er groeifasen zijn in uitbouw van die samenwerking, waarbij partners wederzijds de tijd nemen om samen te groeien, elkaar gedurende het project gelijke waarde bieden (evenwichtig), waarbij risico’s beheersbaar zijn en men wederzijds periodiek contact houdt of kort rapporteert. Zonder dat alles “bij de start op 1 januari” tot in de puntjes is doodgeregeld. En natúúrlijk zijn er dan dingen die gaandeweg beter kunnen; die pas je gaandeweg dan aan.

Wil je vertrouwen krijgen, dan moet je beginnen met vertrouwen te geven

Loek Dijkman, Topa Groep

Een basisbeginsel. Eentje in het kader van “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet gij dat ook een ander niet”, het oude gezegde van de Chinese filosoof Confucius. Het is zó makkelijk om een ander te wantrouwen, uit te gaan van het slechte van iemand. Maar begin gewoon eens met iemand te vertrouwen, als je wilt dat de ander jou ook vertrouwt. Naïef? Ja, wel een beetje. Maar ik geloof, net als Rutger Bregman, dat je best uit mag gaan van het goede in de mens. Dat je ervan uit mag gaan dat iemand deugt, te vertrouwen is, totdat het tegendeel bewezen is.

Ik heb dit beginsel ook zo vaak gezien én toegepast binnen ons pleegzorg vrijwilligerswerk. Kinderen voelen vaak haarfijn aan of je ze vertrouwt, of niet. Hoe zou je in hemelsnaam het vertrouwen van een pleegkind in jou als pleegouder moeten opbouwen, als jij uitstraalt hem of haar andersom niet te vertrouwen? Een pleegkind heeft vaak al zoveel meegemaakt, is het vertrouwen in veel mensen (volwassenen) om hem heen vaak al kwijtgeraakt. Geef een kind vooral het gevoel dat je hem vertrouwt, écht vertrouwt, en dan krijg je dat vertrouwen vaak ook terug. En ja, soms duurt dat een tijdje, afhankelijk van de voorgeschiedenis. En ja, soms wordt dat vertrouwen alsnog geschaad. Wijs dan vooral hem (of haar) niet af, maar het gedrag.

Nu we het toch over Confucius hebben…

Confucius. Denker en filosoof uit het oude China, hij leefde zo’n 500 jaar vóór Christus. Confucius probeerde destijds mensen (opnieuw) met elkaar te verbinden en wordt daarnaast nog steeds gezien als een voorbeeld voor alle leraren. Quotes die inspireren, ditmaal van Confucius:

  • “Alle mensen zijn hetzelfde. Het zijn slechts hun gebruiken die verschillen.”
  • “Wie voor niets bang is, wordt door het gevaar verrast.”
  • “Alleen de waarlijk deugdzame kan anderen liefhebben of haten.”
  • “Alles heeft z’n schoonheid alleen ziet niet iedereen dat altijd.”
  • “De hele kunst van het spreken is: begrepen te worden.”
  • “Alleen de allerwijsten en de allerdwaasten veranderen nooit van mening.”
  • “Een mens heeft twee oren en één mond om twee keer zoveel te luisteren dan te praten.”
  • “Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen.”
  • “Hoe wilt u de dood begrijpen? U begrijpt het leven nog niet eens.”
  • “Als de rijken vermageren, zijn het de armen die van honger omkomen.”
  • “Overwin een probleem en houd er daarmee honderd op een afstand.”
  • “Weten wat juist is en het niet in praktijk brengen, is gelijk aan gebrek aan moed.”
  • “Wilt u weten of een land goed geregeerd wordt en goed van zeden is? Luister naar zijn muziek.”

Bron van dit overzicht: Historiek.net

Ook op Bedrock vond ik een mooi -deels overlappend- lijstje quotes van Confucius.

Deel je ervaringen

  • Heb jij een favoriete quote? En waarom?
  • Heb jij moed, hoop of een stellige mening :-)? Ik ben altijd nieuwsgierig.

Deel je reactie(s) hieronder.

Meer lezen

Een (klein) deeltje van je aankoopbedrag komt ten goede aan Stichting Muziekids.

Help jezelf door een ander te helpen – wat hebben altruïsme en pijndemping met elkaar te maken?

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Pijndemping, door iets goeds te doen voor een ander. Ofwel: help jezelf, door een ander te helpen. Hoe mooi wil je het hebben? Ik las deze week over een mooi wetenschappelijk onderzoek door de Peking University, in Beijing dus. In dat onderzoek komen twee hoofdthema’s van ‘Er zit muziek in mijn leven‘ mooi samen: ‘wereldburgerschap’ en ‘chronische pijn’.

Zo meer over hoe die twee thema’s bij elkaar komen. Voordat we naar China afreizen, eerst een uitstapje naar België en Zweden.

De paradox van vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk doen, ofwel ‘goed doen’, jezelf inzetten om een ander te helpen. Die ander kan een individu zijn, een groep mensen, een initiatief of organisatie die ‘iets goeds’ doet voor een ander. Maar het uitvoeren van dat vrijwilligerswerk gaat, letterlijk gezien, ten koste van jezelf. Je besteedt een deel van je eigen spaarzame tijd en energie om juist een ander verder te brengen. Waarom ‘offeren’ mensen zichzelf op? Er is in de loop der tijd veel onderzoek gedaan naar effecten van vrijwilligerswerk juist op diegene die het werk uitvoert. Er moeten natuurlijk redenen zijn waarom mensen willen bijdragen, hun tijd en energie opofferen voor een hoger doel.

Betere gezondheid door vrijwilligerswerk

Een onderzoek dat de Universiteit van Gent in 2016/2017 uitvoerde liet zien dat mensen die vrijwilligerswerk doen gezonder zijn dan mensen die zich niet voor een ander inzetten. Vrijwilligers zetten zich fysiek en/of mentaal in, hetgeen zich op latere leeftijd uitbetaalt in geen of minder functionele achteruitgang en beschermt tegen dementie. Vrijwilligerswerk vergroot ook het zelfvertrouwen en iemands sociale netwerk (zowel de kwaliteit van sociale contacten als de hoeveelheid contacten). Vrijwilligerswerk door ouderen voorkomt zelfs eenzaamheid.

Eenzelfde voordeel liet een ander onderzoek zien in Zweden (2010-2015), waarbij ouderen werden gevolgd die vrijwilligerswerk uitvoerden. De activiteit leidde tot helderder nadenken, een betere concentratie en de vrijwilligers hadden minder moeite om zich zaken te herinneren.

Beide onderzoeken lieten dus al zien: vrijwilligerswerk maakt gezond. Er was wel een ‘maar’: het causale verband. Leidde het vrijwilligerswerk zélf tot een toenemende gezondheid? Of zorgde het feit dat deze vrijwilligers over het algemeen een wat hoger inkomen hadden en dus sowieso al wel meer kans hadden op een gezondere leefstijl, tot een betere gezondheid? Meer onderzoek is dus nodig.

Volunteering: help yourself by helping others

Meer kennis en kunde door vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk zorgt niet alleen voor een betere gezondheid, maar ook voor meer sociale samenhang en een betere leefbaarheid: samen klussen oppakken betekent samenwerken, de ander leren kennen, uitwisselen. Daarnaast kun je met vrijwilligerswerk ook werken aan jezelf. De ontwikkeling van nieuwe vaardigheden is voor veel vrijwilligers een van de redenen om voor vrijwilligerswerk te kiezen. Dat kan op allerlei terreinen liggen; denk bijvoorbeeld aan samenwerken, leidinggeven, interculturele vaardigheden ontwikkelen, problemen oplossen, plannen, naar een ander luisteren, flexibiliteit ontwikkelen.

Ik schreef al eens eerder een blog bij WorldSupporter met concrete voorbeelden hoe vrijwilligerswerk, in dit geval in het buitenland, verbeterde competenties en vaardigheden kan opleveren.

Die tijdens vrijwilligerswerk opgedane competenties kun je trouwens formeel laten vastleggen in een zogeheten EVC-traject (Erkenning Verworven Competenties); dit kan je voordelen opleveren als je bijvoorbeeld wilt gaan solliciteren.

Op naar China, Beijing: hoe vrijwilligerswerk en ‘goed doen’ bijdraagt aan pijnreductie

Nieuw onderzoek, in 2019/2020 uitgevoerd onder aansturing van Xiaofei Xie van de Peking University in Beijing, ging een stap verder. Met twee pilotstudies, drie experimenten en diverse brain imaging onderzoekjes (fMRI, ofwel functional MRI) onderzocht men de relatie tussen het doen van vrijwilligerswerk en de perceptie van acute en chronische pijn. Onderzoeksdeelnemers kregen bijvoorbeeld vlak na de vraag om wel, of niet, te doneren aan een goed doel een (milde) elektrische schok toegediend. Bij hen die kozen voor ‘wel doneren’, was op de fMRI minder pijngerelateerde breinactiviteit te zien dan wanneer gekozen werd voor ‘niet doneren’. Zo werden verschillende tests uitgevoerd, onder andere ook bij een groep mensen met chronische pijn als gevolg van kanker. Uit alle -wetenschappelijk zorgvuldig uitgevoerde- tests bleek dat ‘goed doen’ zorgde voor óf letterlijk fysiek minder pijn of voor een lagere perceptie van die pijn.

Natuurlijk was dit Beijing onderzoek maar een eerste, relatief nog beperkt, onderzoek naar de relatie tussen altruïsme en (chronische) pijn. Maar het onderzoek bleef zeker niet onopgemerkt in de medische wereld en leverde diverse publicaties op. Lees bijvoorbeeld de publicatie van het Pain Research Forum:

Ook het artikel over het onderzoek in Gent benoemde trouwens al dat door het helpen van anderen bijvoorbeeld de hormonen oxytocine en progesteron vrijkomen, die helpen om weerstand te bieden tegen stress en virussen.

Wat te doen met deze nieuwste inzichten uit China?

Dus: help jezelf, door een ander te helpen. Moeten we nu het ‘doen van vrijwilligerswerk’ opnemen als behandelingsactiviteit aangeboden door alle pijnpoli’s in Nederland, wereldwijd? 🙂 Mwah, zo’n vaart zal het niet lopen. Maar het bevestigt wel wat ik zelf al een tijdje ervaar: dat het doen van iets dat je écht fijn vindt en waar je veel voldoening uit haalt, iets dat op het terrein van je ‘passies’ ligt, als een van de vele elementen kan bijdragen aan het (leren) omgaan met chronische pijn.

Wat is dat dan zoal, voor mij persoonlijk?

  • Het maken van muziek, je inzetten in bandjes –OnCue, Tak & Band– geeft mij veel voldoening. Als een soort van ‘muzikant-vrijwilliger’ je muziek inzetten om anderen te vermaken, een goede middag of avond te bezorgen, is voor mij een van de leukste dingen om te doen. En is een activiteit die -op het moment zelf- in ieder geval de pijn wegdrukt, waardoor het vol te houden is. Tegelijkertijd zorgt het naderhand vaak wel voor meer pijn, door de extra belasting, dus ook daar is het een kwestie van het telkens opnieuw vinden van een goede balans.
  • Ik zal altijd, in een of andere vorm, actief blijven voor Stichting JoHo, met thema’s als talentontwikkeling, werken aan vaardigheden en competenties en al dan niet in een internationale context. De stichting waar ik al >20 jaar actief ben en waar ik in al die jaren veel voldoening uit haal.
  • Me als vrijwilliger inzetten voor Stichting Muziekids, waar gezondheidszorg en muziek samenkomen, is voor mij ook een (relatief nieuwe) ‘passie’. Ook daar levert het vrijwilligerswerk veel afleiding en een goed gevoel op. Muziek kunnen inzetten als onderdeel van geboden zorg aan kinderen en jongeren in ziekenhuizen. Met eigen ogen zien dat zij veel afleiding en plezier uit muziek halen, in tijden waar je gezondheid het af laat weten: dát geeft mij weer afleiding en plezier.

Het bewaken van de juiste balans tussen plezier, voldoening en belastbaarheid is daarbij één van de grootste en telkens terugkerende uitdagingen als je leeft met chronische pijn.

Vrijwilligerswerk Muziekids studio Almere:
lekker samen muziek maken, goed voor patiënt én goed voor de vrijwilliger

Mensen met chronische pijn willen maatschappelijk nuttig blijven

Ik spar regelmatig met andere chronische pijn patiënten over hoe zij afleiding vinden, wat hen motiveert om door te gaan. Hun ervaringen laten eenzelfde beeld zien als wat ik dag in, dag uit ervaar: ook zij zoeken gericht naar activiteiten die afleiding van hun chronische pijn bieden. En vinden juist de voldoening die vrijwilligerswerk geeft, het feit dat je iets kunt doen voor een ander, zo belangrijk. “Je maatschappelijk nuttig blijven voelen” is júist bij mensen met chronische pijn een belangrijk issue. Veel mensen verliezen ongewild hun baan en worden gedwongen op zoek te gaan naar een alternatief.

Natuurlijk kost omgaan met chronische pijn tijd, is het een proces en slaagt niet iedereen er in om tijdig uit het “vechten tegen de pijn” te geraken. Maar soms ligt de oplossing juist in het opnieuw op zoek gaan naar die maatschappelijke zingeving. In de lijn van het Beijing onderzoek: het vinden van het vrijwilligerswerk dat bij je past. Dat kan op hele kleine of grotere schaal zijn, vanuit je bed of bank in je eigen huis tot online bijdragen en de meer traditionele vormen van vrijwilligerswerk: ‘goed doen’ kent velerlei verschijningsvormen.

Daarbij mag er naar mijn mening meer aandacht komen voor de financiële positie van chronische pijnpatiënten. Vaak blijven zij uit financieel oogpunt worstelen met een zoektocht naar een betaalde baan, die veelal fysiek niet meer haalbaar is. Om productief en van waarde voor je werkgever te blijven ga je dan vaak over je grenzen heen, hetgeen weer volgende uitval en frustratie oplevert. Natuurlijk is vrijwilligerswerk ook niet vrijblijvend en wordt er op je gerekend, maar vaak is daar toch meer flexibiliteit en minder ‘druk’.

Laten we dus al dat vrijwilligerswerk ook financieel maar eens gaan herwaarderen. Maar dat is een goed onderwerp voor een volgende keer.

Voer voor vervolgonderzoek

De onderzoeken in Beijing, Gent en Zweden vragen om gericht vervolgonderzoek. Wat gebeurt er nou precies in het brein tijdens het uitvoeren van een vrijwilligersactiviteit en in de periode daarna? Is het effect meer een placebo, een perceptie van minder pijn door bijvoorbeeld afleiding, of levert het ook écht minder pijnsignalen in het brein op?

Ik ben van plan mijn vrijwilligersactiviteiten gewoon lekker voort te zetten. Én om nieuw toekomstig onderzoek naar de relatie tussen vrijwilligerswerk en pijn te blijven volgen. Ik geef me graag op als testcase, voor wie de relatie tussen (omgaan met) chronische pijn en maatschappelijke zingeving nader wil onderzoeken.

Deel je ervaringen

  • Heb jij wel, of niet, gekozen om een deel van je beschikbare tijd te besteden aan een vorm van vrijwilligerswerk? En waarom?
  • Zo ja, wat doet vrijwilligerswerk met je? Wat levert het je op?
  • Heb je zelf (te maken met) een chronische ziekte? Lukt het je om maatschappelijk actief te blijven? Waarom juist wel, of niet?

Deel je gedachten via de reactiemogelijkheid hieronder.

Meer lezen

  • Wil je meer lezen over de in dit artikel genoemde onderzoeken? Reis opnieuw af naar België, Zweden of China.
  • Zelf je voor een ander inzetten? De weg in Nederland of België naar vrijwilligerswerk zal je al snel wel weten te vinden, via de lokale vrijwilligerscentrales. Zoek je naar vrijwilligerswerk in een meer internationale context? Stichting JoHo geeft aandacht aan initiatieven en vacatures in het buitenland.
    • JoHo geeft je houvast en tools om te ontdekken wie je bent, wat je kunt en wat je juist nog wilt ontwikkelen. Lees meer over het Ontwikkelen van Talenten & gebruik de Roadmap Tools om daar te komen waar je wilt zijn.
    • Het netwerk van JoHo laat je met voorbeelden en concrete mogelijkheden nadenken over wat bij jou zou kunnen passen, wat je eigenlijk zoekt en graag zou willen (en wat niet), waar je een bijdrage zou kunnen leveren en welke competenties en vaardigheden je er mee kunt verbeteren.
    • Bij de community WorldSupporter lees je vervolgens hoe anderen ‘reizen & helpen’, ‘leren & ontwikkelen’, combineren.
  • Wil je meer weten over Erkenning van Verworven Competenties (EVC)? Het Nationaal Kenniscentrum EVC maakt je wegwijs.
  • Meer lezen over de twee hoofdthema’s van dit blog? Bezoek de Blogmagazines Wereldburgerschap en Chronische pijn.
Het artikel in PNAS werd door 36 nieuwsbronnen opgepikt, er verschenen 6 blogs over, het werd 887 keer gedeeld op Twitter en 9 keer op Facebook geplaatst.
African women education development

Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

Geschatte leestijd: 10 minuten.

“Moeten Afrikaanse landen niet meer zelf doen?” lees ik bijna aan het eind van een artikel in de Volkskrant. Het artikel gaat voornamelijk over Bill Gates, die vrijwel het hele vermogen van de Bill & Melinda Gates Foundation fonds wil gaan inzetten in de strijd tegen de coronapandemie. Ook al gaat het artikel vooral over de activiteiten van Gates, ook de achtergronden bij de vraag ‘Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?’ komen aan bod.

Achterover leunen en incasseren

Het is een vraag die regelmatig terugkeert in de discussies over wereldwijde evenwichtige groei en verdeling van de welvaart. Want, zo redeneert men, doordat allerlei donoren maar gul blijven geven, kunnen de Afrikaanse overheden achterover blijven leunen. Er is geen stimulans voor een langere termijnplanning als je ‘periodiek gewoon makkelijk cheques kunt incasseren die de grootste problemen in je land wel oplossen’.

Bill & Melinda Gates Foundation

‘De strijd tegen het coronavirus is vergelijkbaar met een wereldoorlog’, zo verklaarde Bill Gates recent in een interview met de Financial Times. Banen gaan verloren, mensen in de informele sector raken hun schaarse inkomsten kwijt, exportsectoren krijgen gigantische klappen. Gates redeneert dat het vinden van een vaccin tegen corona nu de allerhoogste prioriteit heeft. De kosten hiervan, de komende tijd mede gefinancierd door zijn fonds, vallen uiteindelijk in het niet bij de potentiële schade door een wereldwijde pandemie.

Door het verhuizen van zijn dollars van de strijd tegen aids, tuberculose en malaria naar de strijd tegen corona wordt er een financieel gat geslagen bij onder andere het Global Fund, de grootste financier van malaria-onderzoek. Dat is precies de kritiek van veel deskundigen: het financieren van onderzoek door één of enkele zeer rijke filantropen maakt dat onderzoek ook erg afhankelijk, niet echt democratisch. En er bestaat het risico dat zo’n filantroop met zijn geld de beleidskeuzes in armere landen wel érg sterk kan beïnvloeden.

Kúnnen Afrikaanse landen niet meer zelf doen?

De hulp die jarenlang geboden wordt, het onderzoek dat gefinancierd wordt: je kunt moeilijk zeggen dat dat níet goed is. Bill Gates bijvoorbeeld heeft er met zijn financiële steun voor gezorgd dat de strijd tegen allerlei ziektes gestaag vordert, dat er ongetwijfeld vele miljoenen levens zijn gered door betere of sneller beschikbaar gekomen vaccins. Die levens zijn -uiteraard- heel wat waard.

Tegelijkertijd maakt het Afrikaanse landen soms gemakzuchtig. Al in 2001 spraken Afrikaanse landen af dat ze minimaal 15% van hun jaarlijkse begrotingen gingen uitgeven aan gezondheidszorg. De meeste landen halen dat percentage nu nog steeds nauwelijks. Investeren dus veel minder in de gezondheidszorg gericht op hun inwoners, waardoor voorzieningen nog steeds niet of slecht beschikbaar zijn en minder mensen toegang hebben tot basisgezondheidszorg.

Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo schreef er in 2009 een boek over, ‘Doodlopende hulp’ (Dead Aid: Why Aid Is Not Working and How There Is a Better Way for Africa: Waarom Ontwikkelingshulp Niet Werkt, En Wat Er Wel Moet Gebeuren). Ook zij bepleit dat door de gulle vrijgevigheid van internationale doneren de Afrikaanse regeringen makkelijk achterover kunnen leunen. Het geld komt toch wel binnen, dus kunnen zij middels de alom bekende corruptiesystemen meer voor zichzelf achterover drukken. En hoeft er niet naar een structurele oplossing in eigen land of regio gezocht te worden.

Moyo claimt zelfs dat de ontwikkelingshulp contraproductief is geweest: juist dóór die hulp zijn veel Afrikaanse landen afhankelijker dan ooit. En landen die deze hulp structureel hebben geweigerd (o.a. Zuid-Afrika, Botswana) zijn verder in hun groei en welvaart dan landen die wel zijn meegegaan in de ontwikkelingsdollars. Volgens Moyo liggen de kansen veel meer in het ontwikkelen van een eigen private sector: op het gebied van microfinanciering en eigen ondernemerschap van Afrikanen. Ofwel kansen die zorgen voor nieuwe bedrijven, banen en inkomsten in de landen zelf.

Moyo is daarin wel genuanceerd. Er is bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen (structurele) ontwikkelingshulp en hulp bij humanitaire rampen. Dat laatste is een vorm van hulp die -waar ook ter wereld- altijd moet worden geboden: bij orkanen, aardbevingen, burgeroorlogen, tsunami’s, bij het mislukken van oogsten, bij vulkaanuitbarstingen, et cetera.

Hulpbehoevend imago in stand houden

Een ander aspect rondom ontwikkelingshulp dat Moyo in haar boeken aanstipt is dat veel donoren er belang bij hebben vooral de negatieve aspecten op het Afrikaanse continent te benoemen: ziektes, oorlogen, corruptie, et cetera. En dat ook structureel te doen, in woord én beeld. Door Afrika weg te zetten als continent dat het zelf keer op keer niet redt, door pech en wanbeleid, blijft de hulpindustrie immers noodzakelijk.

Moyo laat juist zien dat er ook een ander Afrika bestaat: dat van een continent met landen waarin veel met name jonge mensen steeds beter opgeleid zijn en zelf ondernemende bedrijven starten die zorgen voor steeds meer werkgelegenheid. Afrika is daarnaast enorm rijk aan natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Natuurlijk is er nog veel werk te verzetten, beaamt ook Moyo, maar dat begint met nadenken over duurzame manieren om de economieën in Afrika te laten groeien en buitenlandse investeringen (in o.a. infrastructuur, telecommunicatie, grondstoffenwinning, toerisme, transport) toe te laten nemen. En níet met het bieden van nóg meer ontwikkelingshulp.

Zelf doen, of toch hulp aanvaarden: sector van vrijwilligerswerk en ‘charity’

Naast de discussie over hoe Afrika sneller tot ontwikkeling kan komen, wordt er sinds de tweede helft van de jaren ’10 van deze eeuw ook in Nederland weer een discussie gevoerd over het nut van ontwikkelingssamenwerking en het nut van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden. Zijn al die hulporganisaties, internationale vrijwilligers en particuliere projectinitiatiefnemers nu essentieel om onderwerpen als ‘armoede’, ‘gezondheidszorg’, ‘landbouw’, ‘infrastructuur’ en ‘onderwijs’ aan te pakken? Of staan ze juist ontwikkeling in de weg, lopen al die goedbedoelende ontwikkelingswerkers en vrijwilligers de Afrikaanse ontwikkeling soms zelfs letterlijk in de weg?

Het is misschien op een andere, minder macro-economische, schaal maar je kunt dezelfde redenering toepassen: door het blijven bestaan van allerlei internationaal/lokaal gerunde weeshuizen, van projecten voor gezondheidszorg, fairtrade initiatieven en het bouwen van schooltjes wordt de lokale overheid ‘lui’, hoeft men het probleem niet zelf op te lossen. En door die ‘luiheid’ en niet acterende overheid benadrukken de initiatieven en vrijwilligersorganisaties dat ze duurzaam nodig zijn: zonder hen gebeurt er immers niets, krijgen mensen geen hulp, water, voldoende voeding, zwerven kinderen op straat en is er nauwelijks onderwijs.

Afschaffen dus, die weeshuizen, schooltjes, bomenplanters en waterputten-bouwers?

Stapsgewijze ontwikkeling en afbouw van een project

Ik merk dat de discussie ook hier in Nederland vaak hard en fel wordt gevoerd. De ‘ons geld wegdragende ontwikkelingshulp’, de contraproductieve ‘vrijwilligersindustrie’, de nadelen van ‘weeshuistoerisme’, die ‘hoogopgeleide brave westerse meisjes waarvan papa en mama vinden dat ze iets van de wereld moeten zien en zo nodig goed moeten doen’…het is allemaal in het leven geroepen uit oogpunt van ‘medelijden’ (‘pity’ noemt Moyo dat) en ‘zelfgenoegzaamheid’. “Kijk eens hoe goed werk wij doen, hoe hard onze hulp nodig is en hoe blij ze met ons zijn”. En helemaal absurd: er zou ook nog eens grof geld worden verdiend aan al die filantropie, dat vrijwilligerstoerisme en particulier initiatief, dat eigen ontwikkeling in Afrika in de weg staat.

Ik denk dat de oplossing iets meer in de nuance ligt. Ook hier is het geen ‘of dit, of dat’ verhaal. We moeten niet onmiddellijk stoppen met de hele ontwikkelingssamenwerking, we moeten niet acuut alle weeshuizen op de wereld stopzetten en het is ook niet zo dat vanaf morgen Afrika zichzelf wel redt en dat er niemand meer heen hoeft. Ook mensen als Dambisa Moyo benadrukken dat er niets mis is met individuele ‘charity’, liefdadigheid; de helft van de USA draait zelfs op liefdadigheid. Zo lang je er maar niet in gaat geloven dat die ontwikkelingshulp, liefdadigheid of dat vrijwilligerswerk de alles biedende eindoplossing is.

Op individueel niveau kan je zeker mensen beter op weg helpen: lokaal, in kleine praktische projecten. Waarbij je er voor zorgt dat de Afrikaanse mensen zelf het project runnen, eigenaar en leidend zijn (‘ownership’). Waarbij je nadenkt over de stapsgewijze afbouw van het hulpproject op de langere termijn: de kerndoelstelling moet zijn dat de projectdoelgroep uiteindelijk zichzelf kan redden. En waarbij je, na een zorgvuldig afscheid, de succesvolle projecten herhaalt op een andere locatie waar de ontwikkeling nog niet zover is.

Ontwikkkelingssamenwerking: van ‘waterputten slaan’ naar professioneel samenwerken

Dat geldt ook op de grotere schaal van de ontwikkelingshulp en de ‘Bill Gates’-achtige filantropie: zomaar ineens stoppen, als je dat al zou willen, dat gaat helemaal niet. Maar projecten en hulp zodanig inrichten dat het lokaal werkgelegenheid creëert en waarbij op de langere termijn een (lokale) overheid het werk kan overnemen, dát is wel duurzaam.

De grotere spelers in de sector ontwikkelingssamenwerking zijn natuurlijk ook niet gek: juist dát gebeurt al jaren, binnen veel van hun projecten. Lokaal eigenaarschap, inzetten op microfinanciering, renteloze leningen, eerlijke handel, eigen productie, lokale werkgelegenheid, gendergelijkheid: het zijn thema’s die al lang worden toegepast.

Direct stoppen met ontwikkelingshulp: accepteren we dan ook de gevolgen?

Het zomaar ineens stoppen met ontwikkelingshulp, filantropie, internationaal vrijwilligerswerk: het zou enorme en directe gevolgen hebben, het zou zoveel extra slachtoffers opleveren. Mensen die pleiten voor het rigoureus stopzetten van iedere vorm van hulp (want: ‘ze moeten het zelf maar doen’, of: ‘het helpt toch niet’) gaan gemakshalve even volledig voorbij aan de negatieve korte termijn effecten van dat stopzetten. Maak je vervolgens de verhalen van de gevolgen van die keuze individueel inzichtelijk (‘het overlijden van persoon x, y of z’, ‘een specifiek dorp dat zonder drinkwater komt te zitten’, ‘honderd gezinnen die zonder inkomsten komen te zitten’), dan is opeens niemand er meer voor en is het ‘iets dat we te allen tijde moeten voorkomen’. Natuurlijk, want zomaar rücksichtslos stoppen kán helemaal niet.

Veranderen via de weg van de geleidelijkheid

De weg naar een zelfstandig opererend Afrika zou naar mijn mening veel geleidelijker moeten gaan. Het stapsgewijs opbouwen van investeringen in Afrikaanse sectoren, met verschillende partners verdeeld over de wereld (Europa, China, India, Japan, Brazilië, VS). Het eerlijker maken van de handel in grondstoffen, zodat Afrikaanse boeren en de bijbehorende logistiek een eerlijke kans krijgen in die wereldhandel. Het verder ontwikkelen van het toerisme in Afrikaanse landen, met de nadruk op verstandig gebruik van nationale parken en kustgebieden. En tegelijkertijd het stapsgewijs, haast als communicerende vaten, afbouwen van de hulp die in die sectoren wordt geboden. De ontwikkelingshulp concentreren op die thema’s waar zakelijker investeringen nog niet mogelijk zijn of gewoon nooit rendabel te maken zijn. En het eveneens stapsgewijs oplossen van de schuldenproblematiek, de rente- en aflossingsverplichtingen over eerder aangegane leningen van Afrikaanse landen bij Westerse of Aziatische financierders. Waar kan gekoppeld aan voorwaarden over mensenrechten en behoorlijk bestuur.

Ja, dat duurt vele jaren langer, maar juist in de genuanceerde aanpak ligt de duurzame oplossing. Zonder desastreuze korte termijn effecten.

Twee nuances nog.

ÉÉN AFRIKA BESTAAT NIET

Net zoals in Europa laten we zeggen ‘Duitsland’ en ‘Spanje’ niet vergelijkbaar zijn, zijn er uiteraard ook vele grote verschillen te zien tussen landen op het Afrikaanse continent. “De situatie in Afrika” oplossen is dus ook een oplossing met vele gezichten. Het ene Afrikaanse land is al veel verder in ontwikkeling dan het andere, de economieën zijn niet vergelijkbaar, landen kennen verschillende groeicijfers en verschillende problematieken. Dat vraagt dus ook om nuance en verschillende strategieën.

DRAAGVLAK HIER VOOR VERANDERING DAAR

Een wereldwijd eerlijker handelssysteem is noodzakelijk om Afrika ook een eerlijke kans te bieden écht onderdeel te worden van die wereldhandel. Dat betekent dus ook dat de spelers die momenteel die wereldeconomie beheersen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Dat we anders omgaan met onze eigen belangen, onze eigen maatstaven en gewenste welvaartsniveau. En daar is op individueel niveau draagvlak voor nodig. Als maar genoeg bedrijven, regeringen, ngo’s, politici en uiteindelijk burgers die eerlijke(r) verdeling voor ogen krijgen, dan ontstaat die eerlijke kans (bijna) vanzelf.

Maar voor dat draagvlak is wel nodig dat mensen kennis en ervaring opdoen. Met eigen ogen kunnen zien wat er speelt, hoe de situatie in “Afrika” is en wáárom het belangrijk is dat daar wat aan verandert. Vrijwilligerswerk in het buitenland, reizen, particulier initiatief, stages in ontwikkelingslanden: het is daarbij een van de (vele) instrumenten om ‘de ogen open te laten gaan’. Pas als mensen het zélf zien en ervaren komt er (vaak, niet altijd) verandering in denken en doen. Mensen nemen die ervaringen mee naar huis, praten er over, dragen hun kennis over op hun directe sociale omgeving.

Misschien is die ontwikkelingshulp, ‘charity’ en dat vrijwilligerstoerisme uiteindelijk niet eens zozeer bedoeld om ‘die ander te helpen’, maar vooral om ‘onszelf op te voeden’. Stap voor stap internationale vaardigheden en competenties opdoen, om steeds meer ‘wereldburger’ te worden, naast ons Nederlanderschap en onze deelname aan de EU.

Zodat we eindelijk gaan realiseren dat eerst wíj moeten veranderen, voordat die ander kán veranderen.

Dus ja.

Afrikaanse landen kúnnen -en willen- best meer zelf doen. Maar om dat écht te kunnen, zullen we met nuance moeten handelen. En zullen ook eerst wij -als niet-Afrikaanse landen- moeten veranderen.

Als Afrika erin slaagt de inhaalslag te maken, is het economische potentieel enorm en kan men dezelfde ontwikkeling bewerkstelligen als bijvoorbeeld Brazilië en Indonesië decennia geleden hebben gedaan. Vrede, veiligheid en goed bestuur zijn echter noodzakelijke voorwaarden, maar ook hulp vanuit het buitenland en schuldverlichting zijn nodig.

Het economisch potentieel van Sub-Sahara Afrika, Rita Bhageloe-Datadin (2008)

Deel je ervaringen

  • Heb jij ideeën over en/of ervaring met ontwikkelingshulp of internationaal vrijwilligerswerk? Wat draagt het bij, of juist niet? En welke veranderingen zijn nodig om de projectlanden nog meer de regie te kunnen laten voeren over de hulp die geboden wordt?
  • Geloof je meer in de kracht van hulp op regeringsniveau, in het werk van ontwikkelingsorganisaties of juist in het nut van kleinschalige particuliere projecten? En is het ‘óf óf’, of juist ‘en en’?

Deel je ideeën via de reacties hieronder.

Meer lezen

Direct aanleiding voor dit bericht: Bill Gates zet nu al zijn miljarden op corona (Volkskrant 27-04-2020, Mark Schenkel)

Kijk ook eens op het platform WorldSupporter voor posts van mensen die willen bijdragen aan ontwikkeling in de wereld, of bij OneWorld voor achtergronden bij de ontwikkelingen.

Tatiana van der Heijde maakt met MuzieKanjers muziek met baby's, kinderen en jongeren

Spotlight: MuzieKanjers. De kracht van muziek voor baby’s, kleuters en kinderen in de basisschoolleeftijd.

Geschatte leestijd: 8 minuten.

Een tijdje terug kwam ik in het kader van Muziekids in contact met Tatiana van der Heijde. Tatiana is een muzikale duizendpoot, speelt klarinet en is opgeleid als muziekdocent “Muziek op Schoot”. In 2016 ontwikkelde zij vanuit haar passie voor muziek en kinderen “MuzieKanjers”.

Ik vind MuzieKanjers een prachtig voorbeeld van hoe iemand zijn passies, in dit geval muziek en kinderen, vertaalt naar een eigen onderneming. Mooi ook om het enthousiasme van Tatiana te zien als zij vertelt over MuzieKanjers en haar vele andere muzikale ‘projectjes’, die allemaal tegelijk lopen en elkaar deels overlappen.

‘Spelenderwijs’ heeft Tatiana daarmee een enorm netwerk ontwikkeld in de Bredase muzieksector (en ver daarbuiten); een netwerk dat we hopelijk samen en stapsgewijs kunnen enthousiasmeren om acties voor ‘mijn passie’ Muziekids op touw te zetten.

Wat doet een muzikale duizendpoot zoal?

Muziek maken en muziekles geven aan jonge kinderen, dat doet Tatiana het allerliefst. Maar haar agenda zit bomvol met allerlei muzikale activiteiten, zoals:

  • muziek maken in allerlei muziekensembles en projectorkesten
  • verzorgen van workshops op locatie, bijvoorbeeld in een kinderdagverblijf, bij een kinderfeestje, tijdens een event of in de bibliotheek
  • coachen van pedagogisch medewerkers: de ontwikkeling van kinderen spelenderwijs stimuleren door te zingen en muziek te maken
  • deelnemen aan concertreizen, met muzikale uitvoeringen in het Europese buitenland
  • muziekles geven aan kinderen in de basisschoolleeftijd
  • deelnemen aan congressen en events op het gebied van muziekeducatie

Daarnaast runt Tatiana dus haar eigen onderneming MuzieKanjers en volgt ze regelmatig aanvullende cursussen op het gebied van muziekeducatie.

Hoe kwam Tatiana tot MuzieKanjers?

Op 7-jarige leeftijd begon Tatiana met klarinet spelen. Al snel startte ze bij de Biltse Harmonie en in de jaren daarna speelde ze in veel verschillende orkesten en ensembles. Na een studie Bewegingswetenschappen en een aantal jaren werk als instructeur van gymlessen voor kinderen van 0 tot 12 jaar, koos Tatiana in 2015 voor de opleiding tot docent Muziek op Schoot. Na het afronden van deze post-hbo opleiding startte ze in 2016 MuzieKanjers.

Tatiana: “In mijn baan als gyminstructeur ontdekte ik hoe leuk het is om met jonge kinderen te werken. Maar ik was ook al een tijdje op zoek naar een nieuwe uitdaging. Muziek maak ik al heel mijn leven en ook vrij fanatiek: ik heb in allerlei ensembles en orkesten gespeeld, maar wel altijd als vergevorderde amateur. Een loopbaancoach zette mij op het volgende pad, eigenlijk heel logisch met mijn muzikale achtergrond, en zo begon ik in de zomer van 2015 de post-HBO opleiding tot docent Muziek op Schoot. In 2016 leidde dat haast automatisch tot mijn eigen bedrijf MuzieKanjers.”

In 2018 volgde Tatiana een aanvullende cursus Muziek in de onderbouw en een training Wereldse muziek. In 2020 aangevuld met de cursus Muziek als Vak aan het conservatorium in Den Haag, vanwege de corona situatie deels via online lessen.

Wat is MuzieKanjers?

Bij MuzieKanjers komen twee passies van Tatiana samen: werken met jonge kinderen én muziek maken. MuzieKanjers is in te schakelen voor onder andere workshops muziek maken, coaching en begeleiding op het gebied van muziekles aan kinderen en Muziek op Schoot; muziekactiviteiten voor de jongste kinderen van 0 tot 4 jaar.

Zó mooi om de blikken van verwondering en de intense concentratie op die gezichtjes te zien als ik op een instrument speel. En dan natuurlijk zelf proberen.

Tatiana van der Heijde

Tatiana: “Je ziet de kinderen overduidelijk genieten, ieder op zijn of haar eigen manier. De kinderen voelen zich bij mij op hun gemak en krijgen alle ruimte om de eerste stapjes te zetten in de muziek. Je kunt wat mij betreft niet vroeg genoeg beginnen.”

Naast de Muziek op Schoot® lessen geeft Tatiana ook muziekles voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Bij de culturele centra Nieuwe Veste in Breda en de Nieuwe Nobelaer in Etten-Leur heeft ze haar eigen kleuter- en AMV-groepen. Ook geeft ze diverse lessen na schooltijd.

Tatiana: “Ik heb een aantal vaste ochtenden met ouder-kind lessen Muziek op Schoot. Daarnaast geef ik regelmatig workshops op kinderdagverblijven en soms geef ik bijvoorbeeld les in een ruimte op de kinderboerderij. Ideaal en laagdrempelig als ouders eens een keer willen proberen wat het inhoudt. Naast de lessen aan de ‘kleintjes’ geef ik ook steeds meer muzieklessen voor kleuters. Met deze doelgroep kun je echt weer een stap verder!”

Tatiana combineert spelenderwijs muziek met spelletjes en leren

Samen muziek maken met kinderen en jongeren staat centraal bij alle activiteiten die MuzieKanjers biedt. Maar uiteraard besteedt Tatiana ook tijd aan de meer bedrijfsmatige kanten van haar eigen onderneming: pr maken (al gaat ook veel via mond-tot-mond reclame), administratie, uitzoeken en maken van nieuw lesmateriaal, social media kanalen bijhouden, onderhoud van instrumenten, etc.

Muziek op Schoot

Muziek op Schoot is het onderdeel van MuzieKanjers dat echt gericht is op de állerkleinsten: baby’s vanaf 4 maanden komen al bij Tatiana op muziekles! De dreumesen (1-jarigen) en peuters (2-4-jarigen) doen samen met hun ouder mee. Maar ook komen regelmatig opa’s en oma’s met hun kleinkinderen naar de workshops toe, als activiteit die de onderlinge band nog eens extra versterkt.

Tijdens de lessen zijn er luistermomenten en schoot- en bewegingsspelletjes. Al spelend en ontdekkend stimuleren Tatiana en de begeleidende ouders de muzikale ontwikkeling van het kind. Ook andere ontwikkelingsgebieden, zoals de motoriek en taal- en sociale vaardigheden, worden daarbij aangesproken. 

Elke MuzieKanjers-les wordt op maat samengesteld voor de groep, zodat de activiteiten altijd aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Door een vaste begroeting en afsluiting krijgen de kinderen een veilig en vertrouwd gevoel. Ook herhaalt de muziekdocent de liedjes vaak, zodat kinderen steeds meer mee kunnen doen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van voor de kinderen geschikte instrumentjes, zoals ritmestokjes, schud-eitjes en trommeltjes. De kleurrijke materialen, zoals ballen, blokken en sjaaltjes, maken de lessen speels en extra aantrekkelijk voor de kinderen die meedoen. Ouders krijgen altijd de bladmuziek van de liedjes mee naar huis. Ook deelt Tatiana korte , eenvoudige, filmpjes van de liedjes die gespeeld zijn in een app-groep. Handig om thuis een vervolg te geven aan de MuzieKanjers lessen en samen met je kinderen muziek te maken.

Mijn eigen ervaringen met muziek en opgroeiende kinderen

Als papa van drie kinderen, inmiddels (bijna) 13, 10 en 8, heb ik altijd geprobeerd spelenderwijs muziek toe te passen in het opvoeden en opgroeien. Ik ben zelf muzikaal opgevoed en heb veel plezier gehaald uit muziekonderwijs vroeger. Ik schreef er al eens eerder over op de introductiepagina Muziek. Ik ben er van overtuigd dat dat een positieve invloed heeft gehad op gevoel en verstand…al is dat natuurlijk raar om over jezelf te zeggen haha 😉

Gek genoeg heb ik sinds mijn tienerjaren een soort ‘zang’blokkade ontwikkeld. Als jonger kind vond ik zingen fijn, ik wilde bijvoorbeeld altijd graag voorzingen tijdens de AMV muzieklessen. Maar later niet meer. Dat was in het begin na de geboorte van Ana knap onhandig, want uiteraard wilde zij ook graag samen liedjes zingen en muziek maken. Ik moest echt een paar drempels over om samen met haar te gaan zingen, maar ben dat uiteindelijk wel gaan doen. Althans, als er niemand anders in de buurt was. Zo ging dat ook bij Tijs en later Jans. En nog steeds zing ik niet graag, ook niet als ik alleen ben.

Thuis staat vaak muziek op. Ik heb samen luisteren naar muziek ook altijd gestimuleerd. Mijn kinderen hebben nooit echt interesse gehad in zelf een muziekinstrument bespelen. Ik heb dat ook niet gepusht, maar natuurlijk wel geprobeerd. Er staan in huis meerdere (digitale) piano’s, dus dat maakt het ‘even samen muziek maken’ heel makkelijk. Des te leuker om nu te zien dat Tijs, inmiddels 10, ook serieuzer aan de slag wil met leren piano spelen en sinds kort op muziekles zit bij de Nieuwe Veste. Het ‘leren op school’ gaat hem vooralsnog heel makkelijk af. Goed ook dat hij met deze muzieklessen een extra uitdaging krijgt, want piano leren spelen gaat níet vanzelf.

Ook die muzieklessen gaan heel anders dan vroeger, hoewel ook ik al een moderne vorm van piano/synthesizerles heb gekregen bij de muziekschool in Bergen op Zoom. Tegenwoordig kun je er voor kiezen om direct ook in een bandje les te krijgen, gekoppeld aan een halfuur zelf les (in duo’s). Super om te zien dat Tijs nu al na enkele lessen leert samenspelen met andere muzikanten!

“Mijn twee zoontjes (1,5 en 3) hebben het onwijs naar hun zin gehad bij de lessen van “het muziekmevrouwtje”. Thuis horen we de liedjes regelmatig terugkomen en wordt er met stokjes stevig getrommeld en getikt. Ik merk dat tijdens de lessen zowel hun gevoel voor ritme alsmede hun interesse voor muziek een stuk is toegenomen. En Tatiana geeft haar lessen met een onvermoeid enthousiasme.

Hanneke

Muziek is verrijkend, rustgevend, geeft meer menselijk invoelingsvermogen én hogere cijfers: wat wil een kind (of ouder) nog meer?

Muziek stimuleert de emotionele ontwikkeling. Het bespelen van een instrument vergroot het zelfvertrouwen en geeft kinderen een gevoel van eigenwaarde. Met een instrument en met muziek kun je je gevoel een plek geven, maar ook je creativiteit vergroten en daaruit veel voldoening halen. Daarnaast zorgt muziek voor een betere sociale ontwikkeling. Het kind ervaart saamhorigheidsgevoel, krijgt aandacht voor de ander. Daarnaast leren kinderen te wachten op hun beurt en om te gaan met spelregels.

Wie zoekt naar effecten van muziek op kinderen komt al snel bij neuropsycholoog Erik Scherder uit. “Muziek is niet alleen verrijkend (wat is fijner dan naar mooie muziek luisteren?) en rustgevend, maar het stimuleert ook het menselijk invoelingsvermogen. Bovendien blijkt uit onderzoek dat tieners die van jongs af met muziek bezig zijn, op de middelbare school in alle vakken hogere cijfers halen dan tieners met weinig muziekervaring.” Kortom, muziek is niet alleen prettig, maar ook noodzakelijk om het leervermogen op een hoger plan te tillen. Door op gepaste wijze muziek te maken bij deze kindjes, wordt de ontwikkeling van de niet volgroeide hersenen gestimuleerd.

Scherder is er altijd helder in: de aanraking met lekker veel muziek zal kinderen en jongeren goed doen: minder stress en vermoeidheid, meer rust in het brein.

Voor wie daar nog over twijfelt: lees Scherders boek Singing in the Brain maar eens. En/of: neem een keer met je kind deel aan een MuzieKanjers workshop, zodat je het effect op kinderen met eigen ogen kunt zien…

Muziek op schoot veilig op afstand: online videolessen

Op een veilige manier live met elkaar samen zingen en muziek maken in een groep met volwassen en kinderen is even niet haalbaar in corona-tijd. Maar muziek is en blijft uiteraard belangrijk! Daarom kun je deelnemen aan de online cursus met videolessen van 30 minuten. Zo kun je toch zingen, spelen, dansen en muziek maken samen met je dreumes of peuter, vanuit je eigen huiskamer.

Je leest er meer over in de MuzieKanjers webshop.

Deel je ervaringen

  • Maak jij samen met je kind regelmatig muziek? Zing je samen liedjes, of speel je een instrument?
  • Heb je zelf een instrument leren spelen als kind of jongere? In hoeverre heb jij aan die ervaring wat gehad in je latere leven?
  • Ben je muziekdocent op een lagere of middelbare school? Op welke manier(en) is ‘muziek’ een onderdeel in het curriculum? Wat leeft er qua muziekonderwijs bij jullie op school?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Geïnteresseerd in de lessen of activiteiten van Tatiana en MuzieKanjers? Lees online meer en neem contact op.
  • Meer lezen over muziek maken met jongere kinderen? Ga naar de website Muziek met het jonge kind. De Stichting Muziek op Schoot promoot het belang van een gezonde muzikale opvoeding van het jonge kind.
  • Interesse om een van de meest kwetsbare doelgroepen, jonge kinderen in het ziekenhuis, het plezier en de kracht van muziek te bieden? Kijk op de Muziekids pagina hoe jij kan steunen.
  • Meer lezen over de effecten van muziek op het brein? Lees het boek Singing in the Brain van Erik Scherder.

De lessen van Tatiana zijn doordacht, gestructureerd, muzikaal, actief en gezellig. Na afloop van de cursus is er gelegenheid voor “Hoe-gaat-het-ermee” onder het genot van een kopje koffie, terwijl de kinderen nog even mogen spelen. In alles straalt het er vanaf dat Tatiana kundig is in wat zij doet en er zelf ook van geniet.”

Antoon, vader van 1,5 jarig dochtertje

Bron foto’s: MuzieKanjers

Mensen die een wereldcommunity vormen

(online) Vrijwilligerswerk -juist nu!

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Iets doen voor een ander. Je maatschappelijk betrokken tonen. Een steentje bijdragen. Het is van alle tijden en veel mensen zijn op een of andere manier al vrijwilliger. Bij de sportclub, in je buurt, voor je muziekvereniging, door je voor een goed doel in te zetten of door een tijdje bij een project in het buitenland mee te helpen. In deze tijden van corona en (relatieve) opsluiting in huis zou je kunnen denken dat je vrijwilligerswerk even op een laag pitje komt te staan, maar niets is minder waar!

Of je nu meer tijd besteed aan jezelf, aan je gezin, aan een initiatief of hulpvraag in je wijk, dorp of stad, aan een Nederlands initiatief of een goed doel in het buitenland: op alle niveaus kun je bijdragen en ontwikkelen. En júist nu worden veel vrijwilligerstaken en -werkzaamheden omgebouwd naar werk-op-afstand. Een overzicht, waarin ik eerst inzoom en daarna uitzoom.

Bijdragen aan jezelf

Vrijwilligerswerk doen is, naast het helpen van een ander, bij uitstek een manier om vaardigheden aan te scherpen en nieuwe competenties op te doen. Daarvoor heb je wel eerst een goed zelfbeeld en zelfinzicht nodig: wie ben ik, wat kan ik, en wat wil ik ontwikkelen?  

Het is daarbij goed om heel eerlijk naar jezelf te zijn. Dat valt niet altijd mee, als mens heb je allerlei strategieën ontwikkeld om jezelf voor de gek te houden. Maar wil je écht werken aan jezelf, probeer jezelf dan ook écht even in die spiegel aan te kijken. Welke zaken gaan je al goed af, waar heb je juist nog meer moeite mee, en wat wil je dan juist nog verder ontwikkelen? Maar vooral: waarom. Kies het ontwikkelen van die vaardigheden of competenties die je verder brengen in wie je écht wilt zijn, of die je helpen dat (carrière- of levens)pad te volgen dat je altijd al hebt willen volgen.

In deze tijden, waarin je min of meer gedwongen wordt om veel tijd binnenshuis door te brengen, kan je juist goed zelfreflecteren. Of vraag je partner of goede vriend om, al dan niet via een virtuele verbinding, je daarmee te helpen. Kies die mensen uit die het durven om je positief-kritisch te benaderen. En: sta daar voor open. Er zijn online verschillende tests te vinden die je helpen met zelfkennis en het achterhalen van je persoonlijkheid. JoHo heeft er een aantal voor je op een rij gezet; gebruik daarvoor de selectiehulp op de pagina’s over Zelfkennis en Zelfinzicht.

Op welke manier probeer ik mijzelf verder te ontwikkelen?

Ik probeer deze periode extra aandacht te besteden aan een thema waar ik al lange tijd mee bezig ben, maar dan in een andere hoek. Met “subsidies en fondsenwerving” ben ik bij JoHo zo’n tien jaar actief geweest (2005-2015), vooral gericht op jongeren en wereldburgerschap en vooral in projecten met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor Muziekids kijk ik wat meer naar de culturele en zorgsubsidies, een totaal andere sector. Door mijn chronische pijn is de energie die ik aan ontwikkeling kan besteden zeer beperkt, maar toch probeer ik de laatste tijd wat webinars en online trainingen te volgen over dit thema. Mijn kennis van deze sectoren en subsidieregelingen neemt toe en hopelijk kan ik dit later benutten voor Muziekids. Ook ben ik dit blog Erzitmuziekinmijnleven gestart. Enerzijds zit daar een therapeutisch element in :-), het is namelijk wetenschappelijk aangetoond dat “van je afschrijven” helpt om je brein zodanig af te leiden dat de nadruk minder op pijnprikkels komt te liggen. Anderzijds vind ik het leuk WordPress vaardigheden op te doen en ook mijn schrijfcompetenties al doende aan te scherpen.

Bijdragen aan je gezin

Is een stapje extra zetten in je relatie of gezin een vorm van vrijwilligers’werk’? 🙂 Mwah, daar valt over te discussiëren. Maar de tijd die je tot je beschikking hebt kun je maar één keer besteden. Besteed je die aan dat extra rapport? Aan die mails die nog wachten? Aan die online meeting die wel nuttig maar niet persé nodig is? Of besteed je die tijd aan de mensen thuis om je heen?

Door meer tijd met elkaar door te brengen, en dat ook met volle aandacht te doen, krijg je bij uitstek meer kansen om de anderen in je gezin te helpen. Net wat meer interesse te tonen in en vragen te stellen over het werk van je partner. Je kinderen, die thuis aan het leren zijn, extra helpen met de vragen die ze hebben of de (ict)issues waar ze tegenaan lopen. Spontaan voor te stellen een verhaal voor te lezen, los van het dagelijkse avondritueel. Écht tijd te nemen voor elkaar, in plaats van langs elkaar heen te rennen (want er moet nog worden gesport, muziek gemaakt, naar de film of…noem maar op).

Het lijkt zo vanzelfsprekend om tijd aan elkaar te besteden, maar dat is het lang niet altijd. Óók niet in (gezins)relaties die op zich prima lopen. Tijd aan elkaar besteden is een bewuste keuze en gaat ten koste van andere zaken. Je hebt de keuze om wel of niet (meer dan voorheen) bij te dragen aan je gezin.

Op welke manier(en) draag ik (extra) bij aan mijn gezin?

Ik probeer dit principe van bewuste aandacht altijd, maar zeker nu, zo veel mogelijk toe te passen. Dat gaat natuurlijk de ene keer beter dan de andere. Natuurlijk is bijdragen aan je gezin vanzelfsprekend en ligt de tijd dat ‘vader’ altijd alleen maar hard aan het werk was en ‘moeder’ het gezin draaiende hield ver achter ons. Gelukkig ook maar. Maar toch, soms kan ik zo opgeslokt worden door een bezigheid, dat ik vergeet aandacht te besteden aan de mensen om me heen. Op een of andere manier kan ik me vrij goed concentreren en focussen, waardoor er bij wijze van spreken een olifant door de kamer kan lopen zonder dat ik hem opmerk. Zeker in deze social media en smartphone tijden bestaat ook bij mij nog wel eens het gevaar dat je meer op je telefoon bezig bent dan in ‘reallife’. Ik probeer me daar telkens weer bewust van te zijn en ook heel bewust gesprekken aan te gaan met de anderen in het gezin. Zo min mogelijk ‘automatische piloot’. Maar, ik ben zeker geen heilige :-)…dus ook ik moet mezelf soms heel bewust corrigeren…

Bijdragen in je wijk en dorp of stad

Ook al is je mobiliteit beperkter geworden, er is natuurlijk nog steeds veel bij te dragen in je directe omgeving. Iedereen kent inmiddels wel de voorbeelden van de hulpvraag van een oudere in je woonomgeving via je Nextdoor app, de initiatieven om te koken voor ouderen in de buurt, een boodschap te doen, een kaartje of brief in de bus te stoppen. Kleine bijdragen maken soms net dat verschil, of zorgen minimaal voor een contactmoment dat iemands dag kleurt. Heb je eenmaal contact gelegd, onderhoud dat dan, vraag eens door.

Kijk ook eens in de buurt waar je woont welke stichtingen er allemaal zijn, wat zij doen, welke hulpvraag ze normaliter -of juist nu- hebben. Hoe kan jij bijdragen, of wellicht weet je iemand in je netwerk die zou kunnen bijdragen. Hoe kan je -digitaal- contact leggen met groepen mensen in je buurt die nog verder willen integreren, mensen waar je normaliter niet snel contact mee zou leggen. En: welke vaardigheden kan jij aanscherpen door je juist nu in te zetten voor dat project of die minderheidsgroep in je dorp of stad, wat kan het jou opleveren en…op welke manier draagt dat bij aan je eigen ontwikkelingspad?

Op welke manieren draag ik bij aan mijn wijk?

Ik probeer normaliter een zo open mogelijke houding aan te nemen als ik buiten op straat loop. In deze tijd van ‘thuis blijven’ is dat allemaal net wat lastiger en is er minder interactie. Maar spontane gesprekjes op straat zijn -met 1,5 meter afstand- nog steeds mogelijk. Ik let daarbij extra op ouderen, die het vaak heel prettig vinden om even een gesprekje te hebben, hoe kort ook. Vaak is een wandeling buiten voor hen een van de weinige uitjes en contactmomenten op de dag. Al regelmatig zijn daar hele leuke gesprekken uit voortgekomen. Ik woon in de Belcrum, een jaren-30 wijk op de grens tussen Breda-Noord en Breda-Centrum. Een wijk ook die de laatste tien jaar sterk in ontwikkeling is geweest. Ouderen vinden het bijvoorbeeld heel leuk om te vertellen over de wijk vroeger, terwijl ik het juist leuk vind om meer te horen over wat er in al die panden vroeger te vinden was. Van de slager op de hoek tot die groentewinkel midden in mijn vorige woonstraat (we zijn binnen de wijk een keer verhuisd), van de fysio-praktijk in ons huidige huis tot de vroegere veemarkt in het verlengde van…de Veestraat. Daarnaast vind ik vind het leuk om regelmatig te kijken welke initiatieven er in mijn wijk allemaal zijn. Gewoon, rondlopen door de wijk en kijken wat je tegenkomt, of al online googlend. Zo is er nog véél meer te vinden dan je op het eerste oog ziet.

Bijdragen in Nederland

Het kan zijn dat je in deze tijd minder werk hebt dan normaal, hoewel dat natuurlijk niet voor iedereen geldt. Is dat bij jou het geval, denk dan eens na over welke goede doelen of maatschappelijke projecten je altijd al hebben aangesproken, maar waar je normaliter geen tijd voor vrijmaakte om jouw bijdrage te leveren. Check de social media kanalen van deze projecten of doelen om te kijken welke hulpvraag ze juist op dit moment hebben. Of gebruik platforms als NLDoet, NLvoorelkaar, Vrijwilligerswerk.nl om te kijken welke projecten met jouw voorkeuren kunnen matchen. Veel initiatieven zijn hard aan het omschakelen van fysiek vrijwilligerswerk naar vrijwilligerswerk-op-afstand, of hebben juist nu tijd voor die klussen die normaal gesproken blijven liggen. Het is dus niet of minder belangrijk dat je ergens ‘op locatie’ verschijnt, taken en werkzaamheden worden juist online verdeeld.

Natuurlijk is er altijd al volop vrijwilligerswerk-op-afstand te vinden geweest, maar nu al helemaal. Werk mee aan bewustwordingscampagnes van goede doelen, help mee op platforms rondom digitaal leren, verzorg de online boekhouding voor een stichting, schrijf webteksten of werk mee aan rapporten en jaarverslagen, ga bellen met ouderen of anderen met een hulpvraag, biedt huiswerkbegeleiding aan, benader bedrijven of serviceclubs die jouw goede doel financieel willen ondersteunen…activiteiten zijn er volop. Deze maanden vind je er extra veel via bijvoorbeeld de zoekterm “coronaproof vrijwilligerswerk”.

Op welke manieren draag ik bij aan initiatieven in Nederland?

Het zal geen verrassing zijn voor diegene die al wat meer berichten heeft gelezen: ik zet me in voor zowel de JoHo Foundation (stichting waar ik al ruim twintig jaar werk) als voor Stichting Muziekids. Met name die laatste is er recenter bij gekomen. Beide stichtingen hebben het lastig door de gevolgen van corona. Voor JoHo betekent de vermindering of zelfs het volledig stil komen te liggen van alle Nederlanders die naar het buitenland vertrekken vooral een vermindering in verzekeringsinkomsten; een van de belangrijkste inkomstenpijlers van de stichting. Voor Muziekids betekent het het volledig sluiten van de muziekstudio’s waar kinderen in ziekenhuizen normaliter gebruik van maken. Júist in een tijd waar ‘afleiding’ nóg belangrijker is -er komt immers nog minder bezoek langs in het ziekenhuis-, moeten de activiteiten worden stilgelegd. Muziekids en de studioleiders zijn dan ook koortsachtig aan het werk om de muziekactiviteiten naar online vormen te vertalen en de muziektrolleys voor gebruik ‘op afstand’ geschikt te maken. Fundraising acties en evenementen mogen in fysieke vorm niet doorgaan, dus wordt er nagedacht hoe acties ‘op afstand’ kunnen plaatsvinden en hoe er online fondsen kunnen worden geworven. Toch biedt de situatie ook nieuwe kansen; er zijn allerlei bedrijven en initiatieven die juist nu patiënten en medewerkers in de ziekenhuizen een hart onder de riem willen steken.

Bijdragen als wereldburger

Alle activiteiten die je als vrijwilliger-op-afstand in Nederland kunt verrichten kun je ook met een meer mondiale blik uitvoeren. Er zijn wereldwijd honderdduizenden stichtingen, ngo’s en kleinschalige projecten die je hulp altijd al goed, maar nu helemaal goed, kunnen gebruiken. Waar normaliter een deel van de mensen virtueel werkt en een deel er voor kiest zelf een periode fysiek in het buitenland door te brengen, verrichten mensen het werk nu -door alle reisbeperkingen- vooral op afstand.

Naast algehele promotie van het werk van allerlei stichtingen (zorgen voor meer bekendheid op de Nederlandse markt) en lobbywerk voor allerlei campagnes en strijdbare goede doelen, kan je bijvoorbeeld als online psycholoog werken, meewerken aan extra fundraising voor een fairtrade webshop, je kan bloggen, vloggen of content maken voor goede doelen of sociale ondernemingen, nieuwscontent verzorgen of social media kanalen mee helpen onderhouden, logo’s, artwork of websites designen, op afstand lesgeven in bijvoorbeeld de Nederlandse of Engelse taal of mensen coachen op afstand. Ook is er veel werk te verrichten in het managen of modereren van online communities en online platforms.

Wat is mijn bijdrage als wereldburger?

Al lange tijd blog ik bij WorldSupporter, community voor iedereen die op zijn of haar manier een steentje wil bijdragen aan ontwikkelingen in de wereld. Juist ook in deze periode blijf ik dat doen en probeer ik aandacht te vragen voor allerlei stichtingen en initiatieven wereldwijd. Mijn blikveld daarin is breed, maar aan twee initiatieven besteed ik vaker dan gemiddeld aandacht: het werk van Tessa de Goede (Tess Unlimited) voor kinderen met een hazenlip in Guatemala en het werk van Juliette Kwee (Smokey Tours) met opleidingsplaatsen voor tourguides in de sloppenwijken van Manila, op de Filippijnen.

Virtuele vrijwilligersactiviteiten

Wat kan je zoal doen als “virtueel vrijwilliger”? Een aantal voorbeelden van mogelijkheden, als aanvulling op wat je al las bij “bijdragen als wereldburger”:

  • werp je op als online ambassadeur van een goed doel, ngo, stichting
  • bied je diensten aan als vertaler, bijvoorbeeld voor ngo’s die zich in Nederland willen profileren
  • bied coaching, een luisterend oor of sociale steun aan via de telefoon of online (er zijn verschillende organisaties, denk aan de Luisterlijn, Kindertelefoon, Zilverlijn, Crisislijn)
  • organiseer online fundraisers voor een goed doel
  • bied je aan als virtueel volunteer bij de Verenigde Naties
  • ondersteun onderzoekers bij hun dataverwerking, bij het opstellen of meelezen van verslagen of onderzoeksrapporten
  • maak producten vanuit je eigen huis, ter verkoop online voor het goede doel
  • creatief en goed in haken of naaien? Maak dekentjes voor bijvoorbeeld De Regenboogboom of Stichting Fieke
  • muzikaal vaardig? Bied jezelf aan als muziekvrijwilliger bij Muziekids en biedt kinderen in ziekenhuizen virtueel afleiding met muziek. Ben je goed in (virtueel) netwerken en fondsenwerving, zet je energie dan juist in om extra middelen op te halen zodat anderen met muziek in het ziekenhuis aan de slag kunnen.
  • bied je diensten aan aan schrijvers die meelezers zoeken (proeflezen voor individuele schrijvers of uitgeverijen)
  • goed in een bepaald vak of thema? Ontwikkel zelf webinars of een online cursus waarin je een thema eenvoudig uitlegt of juist volledig uitdiept.
  • meld je aan als vrijwilliger bij een historisch archief (digitaal toegankelijk maken van historische documenten)
  • goede stem? Stel deze beschikbaar voor de doorontwikkeling van voice recording systemen, of spreek luisterboeken in.
  • begeleid kinderen en jongeren online bij hun huiswerk
  • werk online aan de digitale vaardigheden van ouderen, maak hen vertrouwder met e-mail, skype of andere online communicatiemiddelen
  • meld je aan voor online onderzoeken of communities waarin je je eigen mening deelt rondom bijvoorbeeld overheidsbeleid

Hopelijk geeft deze lijst je inspiratie om na te denken over waar juist jij goed in bent (of waarin je beter wilt worden) en hoe je dat online kunt toepassen.

Hoe draag ik virtueel bij, als online vrijwilliger?

Mijn blogwerk bij WorldSupporter is een wat meer indirecte manier van online vrijwilligerswerk. Door periodiek te bloggen bij WorldSupporter hoop ik andere mensen te inspireren om óók op dat platform ervaringen te delen als wereldburger, zodat meer mensen elkaar op de hoogte houden van wat zij ondernemen. Niet alleen inspireert dat, hopelijk worden daardoor ook steeds minder vaak ‘wielen opnieuw uitgevonden’. Daarnaast neem ik deel aan diverse (online) panels, met name binnen Nederland, om mijn mening te geven over allerlei zaken. Als Amphia patiënt heb ik mij aangemeld voor het Amphia panel, om regelmatig mee te denken over patiëntgerelateerde vragen die het Amphia heeft. Een in de twee maanden komen er, meestal in enquêtevorm, vragen langs waar ik zo eerlijk en uitgebreid mogelijk antwoord op geef. Daarnaast heb ik me recent aangemeld voor een online discussie-community Nederland Denkt Mee, waarbij de rijksoverheid een selectie van Nederlanders bevraagt over allerlei overheidsgerelateerde thema’s. Ik vind het leuk om na te denken over issues waar de overheid de mening van de burger belangrijk vindt en je kunt ook zelf topics aandragen. In een tijd waarin ik door chronische pijn niet productief kan zijn voor mijn reguliere werkgever, vind ik het prettig om deze manier(en) toch maatschappelijk relevant bezig te kunnen zijn.

Deel je ervaringen

  • Heb jij er juist nu voor gekozen om op een plek bij te dragen waar je dat normaal gesproken niet direct zou doen? Ben je op zoek gegaan naar vrijwilligerswerkmogelijkheden in je directe omgeving, of online?
  • Ben jij al langer actief als (online) vrijwilliger of ‘remote volunteer’ of ‘digital nomad volunteer’? Of ben je juist nu gestart met vrijwilligerswerk op afstand, door de corona omstandigheden?
  • Heb je tips & trucs voor anderen met betrekking tot het vinden van de juiste vrijwilligersvacature? Of zoek je juist vrijwilligers voor jouw specifieke goede doel?
  • Heb je deze corona-tijd gebruikt om juist eens uit te zoomen van je werksituatie, opnieuw stil te staan bij je passies en/of wat je verder wilt ontwikkelen?

Deel je ervaringen en tips via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Voor een inzicht in je talenten en kwaliteiten, of hulp bij het ontwikkelen van een reëel zelfbeeld, is de pagina Persoonlijke ontwikkeling & Internationale samenwerking een mooi startpunt.
  • Wil je beter grip krijgen op de non-profitsector en goede doelen? JoHo wijst je de weg.
  • In de Job Shops van JoHo vind je allerlei vacatures voor vrijwilligerswerk in en buiten Nederland, maar er is ook een shop voor digitaal vrijwilligerswerk.
  • Ook bij JoHo kun je vrijwilligerswerk op afstand verrichten, bijvoorbeeld als tekstredacteur of WorldSupporter ambassadeur. Lees er meer over in de JoHo Job shop.
  • Er zijn talloze online platforms voor vrijwilligerswerk in je stad, in Nederland of wereldwijd. JoHo heeft er een aantal voor je op een rij gezet, biedt een platform voor vacatures van anderen en geeft inzicht in en achtergronden bij vrijwilligerswerk. Of kijk bijvoorbeeld eens bij Idealist.org of Onlinevolunteering.org.
  • Er zijn o.a. op Youtube diverse webinars te volgen over “Virtual volunteering”, zowel gericht op de werkzoeker als op de organisatie die vrijwilligers virtueel aan zich wil binden.
Vergadering aan tafel om samen te werken

Welke vaardigheden komen van pas als je pleegouder bent: samenwerken

Geschatte leestijd: 7 minuten.

In deze blogomgeving blog ik regelmatig over vaardigheden en competenties die bij uitstek van pas komen als je pleegouder bent. In dit blog: Samenwerken.

Samenwerken is:

bijdragen aan een gezamenlijk resultaat door een optimale afstemming tussen de eigen kwaliteiten en belangen en die van een groep of ander persoon

Bron: Competentiesvoorbeelden

Iedereen werkt voortdurend samen

Samenwerken is een competentie die overal voortkomt. Goed samenwerken met je partner is een vereiste om je relatie goed te houden, maar ook bij het opvoeden van je eigen kinderen. Door goed samen te werken, goed met elkaar af te stemmen zorg je ervoor dat je zoveel mogelijk op één lijn zit en onderling consequent blijft. Samenwerken doe je, als je werkt, met je directe collega(‘s). Je werkt samen aan een vooraf gesteld doel, je werkt samen met je afdelingsmanager of in een gedeeld project met collega’s van andere afdelingen. Samenwerken doe je met je teamgenoten bij je sportclub om gezamenlijk een goed resultaat te behalen. Maak je muziek in een vereniging of band dan is een goede samenwerking essentieel om een song goed te laten klinken.

Kortom: samenwerken doe je voortdurend, in allerlei settings in je dagelijkse leven.

Samenwerken in pleegzorg

Het zal je niet verrassen: samenwerken is ook in pleegzorg essentieel. Er zijn nogal wat personen en instellingen waar je als pleegouder mee te maken krijgt en mee samenwerkt:

  • je pleegkind
  • de ouders van je pleegkind
  • de voogd, jeugdzorgbegeleider, jeugdbeschermer of casemanager van je pleegkind
  • je eigen pleegzorgbegeleider
  • eventuele behandelaars van je pleegkind
  • de docent van je pleegkind op school
  • etc.

Om een stabiele situatie rondom het pleegkind te bevorderen is het essentieel dat ouders, pleegkind, pleegouders, diverse belangrijke personen uit het netwerk van ouders en pleegkind én de professionals (zoals een behandelaar, voogd of docent) goed samenwerken.

Samenwerken in een zorgteam

Wordt een plaatsing van een pleegkind vanaf de start goed vormgegeven, dan wordt er een zorgteam samengesteld met daarin de belangrijkste vertegenwoordigers rondom het kind. Als het zorgteam voor het eerst bij elkaar komt wordt het doel en de duur van de plaatsing bepaald en wordt een eerste hulpverleningsplan opgesteld, waarin doelen en afspraken geformuleerd staan. Meestal is de jeugdhulpverlener of de pleegzorgbegeleider degene die het zorgteam ‘voorzit’, de gesprekken leidt, maar het is uiteraard belangrijk dat iedereen in het team zich even verantwoordelijk voelt voor het laten slagen van de plaatsing.

Bij een kortdurende plaatsing komt het zorgteam relatief veel in korte tijd bij elkaar om de voortgang van het hulpverleningsplan te monitoren en eventueel doelen en afspraken bij te stellen. Is de plaatsing bedoeld voor langere tijd, vaak meerdere jaren, dan komt het team vaak wat minder frequent bijeen, bijvoorbeeld eens per kwartaal of halfjaar, of eerder op verzoek van een van de betrokkenen.

Samenwerken met ouders

Eén van de meest uitdagende vormen van samenwerking in pleegzorg, die veel pleegouders -en ook ik- benoemen, is het samenwerken met ouders van pleegkinderen. Natuurlijk zijn er ontzettend veel verschillen in ouders van pleegkinderen, dus samenwerking hoeft niet per definitie iets ‘lastigs’ te zijn en gaat soms ook vanzelf. Toch kunnen er verschillen zijn in manieren van bijvoorbeeld opvoeden, consequent zijn, afspraken nakomen, achter het gedrag van het kind kijken, straffen en belonen die het samenwerken met ouders soms uitdagend maken.

een paar tips bij het samenwerken met ouders van pleegkinderen

Ouders zijn en blijven de ouders van hun kind. Respecteer hun positie en werk met hen
samen. Enkele tips voor pleegzorgbegeleiders en/of pleegouders:

  • Maak ouders zoveel mogelijk volwaardig partner in het pleegzorgtraject van hun kind
  • Vergroot de stabiliteit van de plaatsing door ernaar toe te werken dat de ouders
    langzamerhand de plaatsing kunnen verdragen en accepteren.
  • Creëer helderheid over het perspectief, streef naar gedeelde besluitvorming, help de ouders bij het opstellen van doelen.
  • Wees duidelijk over de termijnen en voorwaarden voor terugplaatsing en bied ondersteuning bij de invulling van de ouderrol.
  • Focus ook in contact met ouders op sterktes, luisteren naar zorgen maar geef ook assertieve, eerlijke en duidelijke boodschappen.
  • Ondersteun ouders bij het vormgeven van de relatie met de pleegouders
  • Informeer ouders hoe het gaat met hun kind en geef ouders een rol bij de opvoeding en belangrijke gebeurtenissen rondom hun kind.
  • Bewaak de continuïteit en regelmaat in de frequentie en duur van de bezoeken, omdat deze een beschermende factor zijn voor de ontwikkeling van het pleegkind.

Bron: richtlijnen jeugdhulp

Samenwerken met anderen in pleegzorg

Omdat er zoveel betrokkenen zijn rondom pleegkind, ouders en pleegouders is het belangrijk om goede afspraken te maken over wie welke rol en welke verantwoordelijkheid heeft.

Pleegzorgbegeleider

O.a.

  • ondersteuning en begeleiding van het pleeggezin en het kind
  • verantwoordelijk voor een veilig leefklimaat in het pleeggezin
  • monitoring of de ingezette specialistische hulp daadwerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van het pleegkind of aan het verbeteren van de balans tussen draagkracht en draaglast van (pleeg)ouders.

Pleegouders

O.a.

  • de dagelijkse begeleiding van het kind (gedelegeerde verantwoordelijkheid vanuit de pleegzorgbegeleider)

Jeugdbeschermer
(bv. gezinsvoogd)

O.a.

  • verantwoordelijkheid voor het kind (ook de momenten dat hij bij zijn ouders is)
  • ondersteuning en begeleiding van de ouders en het kind, tenzij hier andere afspraken over zijn gemaakt. Soms wordt de begeleiding van de ouders in de praktijk uitgevoerd door de pleegzorgaanbieder.

Pleegzorgbegeleider en jeugdbeschermer samen

O.a.

  • verantwoordelijkheid dat het kind veilig in het pleeggezin kan opgroeien

Eventuele andere specialistische hulpverleners

O.a.

  • verminderen van specifieke problemen bij ouders, pleegkind, pleegouders en het netwerk, om zo goed aan te sluiten bij de ontwikkelingskansen en mogelijkheden van het pleegkind.

Voor een goede ondersteuning van pleegouders is onder andere noodzakelijk dat hun wensen en behoeftes goed worden onderzocht en erkend. Én dat ze door alle betrokkenen worden gezien als een volwaardige partner in de zorg rondom het pleegkind. Voor een goede samenwerking is het dus van belang dat de pleegzorgbegeleider pleegouders betrekt in het maken van plannen, bij het inschakelen van extra hulp en hen bevraagt op hun kennis en expertise over het pleegkind.

Tips voor goed samenwerken in soms complexe situaties

  • zorg voor open communicatie en werk voortdurend aan onderling (basis)vertrouwen
  • zorg ervoor dat alle betrokkenen zich houden aan afspraken; benoem en bespreek het als dat niet gebeurt
  • zorg voor een sfeer waarin iedereen begrijpt dat het uiteindelijk mensenwerk is. Waar mensen werken worden soms fouten gemaakt, en dat mag. Het kind staat centraal in alles dat wordt afgesproken, werk vooral samen voor het gewin van het kind.
  • bij jeugdzorg en pleegzorg zorgen onverwachte omstandigheden soms voor onverwachte wendingen en veranderingen; benoem dat richting alle betrokkenen en maak het bespreekbaar wanneer dat plaatsvindt.
  • samenwerking is vooral een middel, niet een doel. Voorkom dus ‘teveel geregel’ of bijeenkomsten ‘omdat het nu eenmaal moet’. Bewaak de efficiëntie bij het maken van afspraken.
  • zorg voor een sfeer van luisteren en doorvragen, zonder dat er oordelend wordt gesproken.
  • maak binnen het zorgteam voortdurend heldere én haalbare afspraken, waarin de doelen en rolverdeling tussen verschillende betrokkenen zijn opgenomen: iedereen weet wat hij of zij moet doen, en waarom.

Nuttige documenten

Online is uiteraard een breed scala aan nuttige documenten te vinden met richtlijnen en tools rondom samenwerken in pleegzorg. Enkele voorbeelden hiervan met praktische tips en onderwerpen voor samenwerking:

8 praktische tips van een pleegouder

over samenwerken met de ouders van een pleegkind

  • Samen naar 10 minuten gesprekken.
  • Samen naar de open dag van de nieuwe middelbare school.
  • Samen zijn of haar verjaardag vieren.
  • Altijd overleggen en vragen naar de mening van ouders.
  • Aan ouders de (nieuwe) slaapkamer laten zien van hun kind.
  • Problemen of successen op school delen met de ouders.
  • ‘Grote’ gebeurtenissen in de (pleeg)familie delen met de ouders.
  • Altijd samenwerken op gelijkwaardig niveau.

Deel je ervaringen

  • Heb jij in je pleegouderschap ervaringen of tips rondom samenwerken met ouders of andere betrokken individuen, professionals of instanties?
  • Vind jij samenwerken met ouders, pleegouders, begeleiders of jeugdzorginstanties soms wel eens lastig en wat doe je zelf om de samenwerking beter te laten verlopen?
  • Deel tips en ervaringen via de reacties hieronder!

Bijblijven over pleegzorg

Er zijn veel bronnen als je regelmatig wilt lezen over de ontwikkelingen in pleegzorg.

  • Als goed startpunt kun je de websites Pleegzorg Nederland en de NVP regelmatig bekijken. Je vindt er veel achtergrondinfo en praktische tips, bijvoorbeeld over verzekeren, financiële regelingen of op vakantie gaan met pleegkinderen. Ook wordt er regelmatig geblogd over allerlei aspecten rondom pleegzorg.
  • Vraag eens bij je eigen pleegzorgaanbieder of er de komende tijd cursussen en trainingen worden aangeboden. Goed om theoretisch sterker te staan of juist praktische handvatten te krijgen bij een bepaald pleegzorgthema. Maar vooral ook leuk, want je ontmoet er andere pleegouders die zaken soms net anders aanpakken dan jijzelf. Soms kun je ook (gratis of tegen lage kosten) cursussen van andere pleegzorgaanbieders bijwonen. Én er wordt gewerkt aan een landelijke cursusdatabase.
  • De kennisbank van BIJ Ons, een voormalig tijdschrift over pleegzorg, is nog steeds online in te zien. Daarbij wordt er gewerkt aan een doorstart van het magazine.