Bewust leven en je taalgebruik aanpassen mét chronische pijn

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Ik volg af en toe Dr. David Hanscom met zijn site Back in Control en DOC-programma (Direct your Own Care). Hanscom is een Amerikaanse orthopedisch chirurg die in de loop der jaren volledig is overgestapt van chirurgische interventies naar een behandelwijze zónder traditionele (rug)operaties. Zijn uitgangspunt is zelfregie van de chronisch pijnpatiënt en een multi-disciplinaire aanpak met veel aandacht voor de achtergronden van de patiënt. David Hanscom heeft zélf ook zo’n 15 jaar geworsteld met chronische pijn. In een recente podcast interviewde hij psychotherapeut Jake Eagle, over bewust leven en het aanpassen van je ‘taalgebruik’ als mede-oplossing voor leven met chronische pijn.

Jake Eagle

Jake Eagle is 25 jaar lang psychotherapeut (Santa Fe) en startte de Live Conscious community (‘Bewust Leven’). Tegenwoordig probeert Jake verder te kijken dan therapie alleen, die toch vaak gericht is op ‘wat is geweest’. En bij het coachen van mensen niet teveel naar dat verleden maar juist naar het heden en de toekomst te kijken.

Met de techniek Perception Language (letterlijk: ‘de taal van het waarnemen’) helpt hij mensen om met hun eigen taalgebruik -gesproken en in je eigen hoofd- in het hier en nu te blijven. Dat helpt om verbinding aan te gaan met anderen, en helpt uiteindelijk ook om weer verbinding met jezelf aan te gaan. Ofwel: het ‘empoweren van jezelf’, om het in mooi Nederlands uit te drukken 😉

Wat is Perception Language?

  • Perception Language is een specifieke techniek die je niet ‘zomaar een keer per dag’ toepast, je gebruikt het iedere keer als je spreekt. In jezelf, of in contact met anderen. Het is een taal die uitgaat van de tegenwoordige tijd, die je helpt om in het hier en nu te blijven. Want, juist dat hier en nu kun je het beste beïnvloeden, niet het verleden of dat wat nog moet komen.
  • Bij perception language wordt alles wat te maken heeft met ‘lof’ of ‘schuld’ weggehaald. Doel is om zelf minder oordelend te worden, maar ook minder waarde te hechten aan het oordeel van een ander. De taal is gefocust op dat wat je zelf ervaart, op je eigen interpretatie van iets dat gebeurt, op jouw subjectieve oordeel. En niet op dat wat je van een ander vindt, uit een soort van neiging tot zelfverdediging.
  • Met Perception Language wordt het makkelijker om naar anderen te luisteren zonder dat je in de verdediging schiet of direct oordeelt over de ander. De taal stelt je in staat om meer van jezelf te laten zien -en juist daardoor wordt verbinding met anderen makkelijker.

Wat wordt bedoeld met Bewust leven?

Als je bewust leven onderdeel maakt van je dagelijkse praktijk, bevrijd je jezelf uiteindelijk van conflicten en negatief taalgebruik. Bewust leven betekent

  • ‘verstandig’ leven
  • je tempo vertragen
  • diep (er) nadenken en
  • iets voor een ander overhebben

Bewust leven betekent ook doorlopend bewuste keuzes maken. Kiezen met wie je een verbinding wilt aangaan, bewust kiezen volgens welke waarden je wilt leven, welk werk je wilt doen, welke (maatschappelijke) bijdrage je wilt leveren. Ook word je je gaandeweg bewuster van het feit dat je voortdurend zélf invloed hebt op hoe je je leven wilt leiden.

Perception Language, de uitgangspunten

Jake vertelt dat er zes ‘basisregels’ zijn rondom het toepassen van perception language. In deze podcast worden er uiteindelijk drie uitgelicht.

Één. Je neemt continu zelf verantwoordelijkheid voor je gevoel.

In plaats van ‘jij maakt me boos’ zeg of denk je ‘ik word boos’. In plaats van ‘dat maakt me blij’ zeg je ‘ik maak mezelf blij door…’. Het gevoel komt uit jezelf, door jezelf, niet door wat iets of iemand anders doet. Jake noemt het ‘verb-ing’ (verb = werkwoord).

David vult Jake aan met het uitgangspunt dat je eigen gedachten niet per definitie ‘echt’ zijn (echt in de zin van ‘de waarheid’), maar dat het jouw versie van de werkelijkheid is. Als je jezelf dat voortdurend realiseert, leer je je brein anders omgaan met dingen die je ervaart. Dat wat je waarneemt is je eigen gevoel, niet dat van een ander, en het is je eigen vertaling van wat er gebeurt of wat je ziet.

Twee. Je gebruikt de taal altijd in de tegenwoordige tijd.

‘Return to the now’. Dat betekent dat je dat wat eerder, vroeger (dat kan gisteren, twee weken geleden of twee jaar geleden zijn), gebeurd is, altijd beschrijft in het hier en nu. Je gaat niet in op wat er destijds is gebeurd, waarom dat gebeurde, hoe je je toen voelde, wat het toen met je deed, maar je brengt het naar het nú: wat doet die gebeurtenis nú nog met je. Hoe kan iemand jou, of jij een ander, nú helpen.

De achterliggende gedachte is dat je het verleden toch niet meer kunt oplossen of veranderen. Als je in een gesprek toch terug dreigt te gaan naar ‘dat wat vorige week gebeurde’, dwing je jezelf om je bewust te worden van het hier en nu: waar zit je nu, hoe laat is het nu, hoe voel je je nu. Wat wil je nú nog met die vervelende gebeurtenis van vorige week? Wil je dat iemand zich verontschuldigt? Wil je dat iemand het uitlegt? Wil je afspraken maken hoe jullie vanaf nu met elkaar omgaan? Met deze vragen blijf je weg van het ‘klagen over wat al gebeurd is’ en kom je bij datgene wat bijdraagt aan de oplossing, aan de toekomst.

David legt de parallel met chronische pijn: het heeft uiteindelijk geen zin om te (blijven) klagen over het probleem dat je hebt, hoe verschrikkelijk die pijn wel niet is. Daarmee maak je de pijn alleen maar groter. De oplossing zit ‘m veel meer in het loslaten, juist óók ten opzichte van de pijn vergevingsgezind zijn.

Drie. Je blijft in je taalgebruik weg van ‘lof’ en van ‘schuld’.

Jake noemt dit de meest essentiële ‘regel’.

Het elimineren van schuld en kritiek (elkaar of jezelf de schuld geven van iets, kritiek hebben op iets wat iemand doet) is niet zo complex te begrijpen.

Maar er is een andere kant van die medaille: door toe te staan dat iemand anders je over iets de hemel in prijst, zodat jij je goed voelt, geeft ‘die ander’ nog steeds veel macht over jouw gevoel. Daarbij komt dat jouw gedrag erop gericht blijft om die lof van die ander te blijven ontvangen: wat kan ik doen zodat hij mij blijft prijzen voor wat ik doe? Het idee van dit uitgangspunt is dat je wegblijft van het labellen van andere mensen, als in ‘dat wat jij doet is super’, of ‘ik vond het helemaal niks wat je nu deed’. Het wegblijven van lof en schuld maakt het makkelijker om met mensen écht de verbinding aan te gaan.

Voorbeeld 1: verschillende visies

Stel je hebt onenigheid met iemand over een bepaald onderwerp: de één vindt a, de ander vindt b. Wat dan vaak gebeurt is dat mensen eerst hun eigen standpunt gaan verdedigen met argumenten. Vervolgens gaan ze de ander ‘aanvallen’ (hard of mild) op het andere standpunt, uit de neiging om de ander te overtuigen van het eigen gelijk. Maar wie heeft er eigenlijk toestemming gegeven om de ander te mógen overtuigen? En wat gebeurt er als je iemand gewoon géén toestemming geeft om jou te overtuigen van het andere standpunt? Vaak komt dan het besef dat je gewoon…van visie verschilt. Niets meer, niets minder. De enige vraag die dan telt is ‘kun je, ondanks je eigen verschillende standpunt, ook met die andere visie uit de voeten’…’does it work for you’? Kun je je eigen agenda laten varen, uit respect voor de visie van de ander?

Voorbeeld 2: doelpunt maken

Stel je kind heeft een voetbalwedstrijd gespeeld en net een prachtig doelpunt gemaakt. Als ouder kan je hem dan enorm gaan complimenteren, hem de hemel in prijzen…maar je kunt ook gewoon vragen ‘wat voor gevoel gaf jou het maken van dat doelpunt?’ De stortvloed aan complimenten is vaak een controlemechanisme over de ander (de een vindt het fijn, de ander wordt er ongemakkelijk van). Door te vragen wat het met hém doet blijf je respectvol naar zijn gevoel…wat dat gevoel ook is. En daarbij help je het kind om naar zijn eigen gevoel te gaan (trots op zichzelf, ‘ik ben de beste voetballer ter wereld’), in plaats van jóuw gevoel over hem uit te storten.

Aan de slag met bewust leven en perception language

Ik vond het, ondanks het beluisteren van de hele podcast, nog wat lastig om de term ‘perception language’ te vertalen. Daarom zocht ik de definitieve van perceptie op. Wat houdt het begrip nu precies in?

Perceptie betekent letterlijk waarneming. Dit proces gaat gepaard met interpretatie, selectie en organisatie van zintuiglijke informatie. Perceptie is waarneming in de breedste zin van het woord. De vijf mogelijkheden van de zintuigen van een mens: horen, zien, ruiken, voelen en proeven zijn eigenschappen waarbij perceptie een belangrijke rol speelt. Perceptie is ook de manier waarop mensen tegen dingen aankijken: ”Wat is jouw perceptie bij het geschetste probleem?”

Bron: Ensie

Perception language betekent dus letterlijk ‘de taal van het waarnemen’. In plaats van dat je met je taalgebruik oordeelt, schakel je over naar pure waarneming. Het botst naar mijn idee nog wat met de term ‘interpretatie’ in bovenstaande definitie, want interpretatie bevat volgens mij al een soort oordeel. Aan de andere kant, als je het puur opvat als het voor jezelf verwerken van wat je hoort, ziet, ruikt, voelt of proeft, dan gaat interpretatie meer om de waarneming dan om het oordeel bij die waarneming.

Perception language en chronische pijn

Hoe kun je de uitgangspunten van perception language nu toepassen op chronische pijn? Drie voorbeelden, aan de hand van de drie uitgangspunten die in de podcast aan bod komen.

Uitgangspunt een: eigen verantwoordelijkheid voor je gevoel.

Jake vertelt in de podcast dat, wanneer je chronische pijn hebt, je het risico loopt om jezelf vooral als slachtoffer te zien. De pijn hindert je in allerlei zaken, het legt je lam, je relatie wordt er op z’n zachtst gezegd meestal niet beter van, je lijdt. Jake noemt het ‘victimizing yourself‘. Oók in de meeste therapieën die zijn gericht op chronische pijn wordt de pijn gezien als iets dat losstaat van jezelf, als iets dat jou ellende bezorgt. Perception language maakt je er bewust van dat de waarde die jij aan je chronische pijn hangt, door niemand anders dan jóu wordt gecreëerd.

Ofwel, je neemt zelf verantwoordelijkheid voor het gevoel, het label, dat je aan jouw pijn hangt. Laat je de pijn de controle over je houden? Maakt de pijn je voortdurend somber? Ben je slachtoffer van de pijn? Biedt de pijn je nieuwe kansen? Zorgt de pijn voor nieuwe, verdiepende, contacten? Jij bepaalt, jij bent verantwoordelijk. En niemand of niets anders.

Uitgangspunt twee: de tegenwoordige tijd.

‘Die pijn ook altijd. Vorige maand had ik zo’n goede maand. Ik kon meer doen, er kwam weer wat werk uit m’n vingers. Daarvóór had ik een paar hele slechte maanden, dus ik was eigenlijk zo blij dat het weer wat beter ging.’

Het zijn gedachten die iedereen met chronische pijn bekend voor zullen komen. Maar uiteindelijk helpen ze niet echt. Het continue vergelijk van het hier en nu met periodes ervoor, je kan jezelf er helemaal gek mee maken.

Wellicht is het beter om dan maar echt bij het hier en nu te blijven. Te dealen met de situatie zoals hij nu is. ‘Het gaat nu even wat minder. Ik voel meer pijn en dat geeft me een vervelend gevoel. Ik krijg minder gedaan dan ik zou willen. Maar tja, het is zoals het is. Ik verander er niets aan. Laat ik een wandeling maken, kijken of beweging me nu wat helpt.’

Uitgangspunt drie: geen lof, geen schuld.

‘Heb je gisteren wél energie gehad om boodschappen te doen en te koken? Wat fantastisch. Echt goed van jou. Complimenten hoor.’ (‘Zou je vaker moeten doen’, zegt het irritante stemmetje, dat de ander in mijn eigen hoofd nadoet, er dan nog achteraan).

‘Gisteren heb je voor ons gekookt. Ik ben benieuwd hoe dat voor je was. Je bent er even uit geweest om boodschappen te doen, en daarna heb je eten gemaakt. Het smaakte mij erg goed. Jou ook?’

Hoewel ook het tweede voorbeeld nog een indirect compliment bevat, ligt de focus bij het gevoel dat de persoon zelf had bij de maaltijd. En is hij of zij nieuwsgierig wat het koken met jou deed, in plaats van je direct te overladen met (al dan niet valse) complimenten. Wegblijven bij lof in dit geval, maar puur benoemen wat een actie met het gevoel doet en de ander ruimte bieden voor een eigen interpretatie.

Wil je je verder verdiepen in deze technieken?

De website Live Conscious (zie ‘Meer lezen’) heeft een paar honderd artikelen over ‘bewust leven’ en het concept van ‘perception language’.

Natuurlijk worden er online e-courses aangeboden. Daarnaast organiseren Jake en Hannah een of twee keer per jaar 8-daagse retreats of ‘labs’ (van ‘laboratorium’) in een groepssetting van ongeveer 20 mensen. Acht dagen intensief werken met bewust leven en waarnemend taalgebruik.

In de termen van Jake:

  • een week lang anoniem opgaan in een warme groep, zonder je geschiedenis en baggage
  • een week lang zonder oordelen van anderen, zonder ongevraagde feedback of mensen die je vertellen over wat je zou moeten doen of wie je zou moeten zijn
  • een week lang niet meer nadenken over hoe anderen je zien en zonder na te hoeven denken over wie gelijk heeft en wie niet

Hoewel de setting van die retreats me wel wat érg Amerikaans -en toegegeven, ook wel een beetje ‘zweverig’ overkomt, lijkt me een weekje leven met bovenstaande uitgangspunten behoorlijk fijn.

“This shift in speaking and thinking creates unlimited space for choice. I not only take responsibility for myself, but also create a fluid sense-of-self, with which I can create more ease, curiosity and joy in my life.”

Quote van deelnemer aan Live Conscious retreat in Playa Viva, Mexico.
Foto door Randolph Langenback, Playa Viva Mexico

Nog even over dat slachtofferschap

We hebben er allemaal wel eens last van. De slachtofferrol. Het kan ook een tactiek zijn, een manier van overleven: het hele verhaal van die chronische pijn, het wordt je allemaal aangedaan. Maar je kunt er ook voor kiezen te stoppen met slachtoffer zijn, ‘victimhood’ zoals de Amerikanen zeggen.

  • neem gewoon de beslissing om jezelf -vanaf vandaag- niet meer als slachtoffer te zien
  • schrijf het op, zet er een datum boven, en hang het briefje op een plek die je minstens iedere dag tegenkomt
  • besef dat het een keuze is die je zelf, met je hele intelligentie, maakt
  • besef dat je af en toe nog opnieuw in de valkuil zult trappen; wees daar gewoon eerlijk over
  • zoek naar aanvullende tools (online, therapie) die je helpen uit de slachtofferrol te blijven (chronische pijn levert nu eenmaal veel frustratie op en die kan je niet alleen herprogrammeren)
  • stop met ‘proberen’ – iets ‘proberen’ is de ultieme invulling van slachtoffer zijn. Schrijf dat ook op hetzelfde papiertje met een groot kruis erdoor.
  • en als laatste, schrijf het woord ‘doen’ erbij, als tegenhanger van ‘proberen’

Het feit dat chronische pijn niet tastbaar is, niet meetbaar, maakt het extra moeilijk. Veel mensen in je omgeving zien niet aan je dat je pijn hebt: het is simpelweg niet zichtbaar. Dat zorgt ervoor dat mensen ook geregeld twijfels uiten of die pijn wel ‘echt’ is. Het ideale uitgangspunt voor slachtofferschap. Laat jezelf niet in die positie plaatsen. Maar plááts jezelf er ook niet in.

Meer lezen over slachtoffer zijn? David Hanscom schrijft er uitgebreid over.

De volledige podcast luisteren?

Deel je ervaringen

  • In hoeverre was je je vóór het lezen van dit artikel bewust van je eigen taalgebruik rondom chronische pijn? Van patronen in dat taalgebruik die je uiteindelijk niet helpen, maar ‘gijzelen in de situatie’?
  • In hoeverre gebruik jij, rondom je chronische pijn, taalgebruik waarin je vaak terugkijkt naar wat is geweest? Blijf je vaak hangen in het verleden, in ‘het probleem chronische pijn’?
  • Vind en voel je jezelf 100% slachtoffer van chronische pijn? Heeft deze pijn je eigenlijk ook dingen gebracht?
  • Wat betekent bewust leven, in de context van hetgeen besproken in het artikel, voor jou? In hoeverre leef jij al bewust of wat kun je veranderen om bewuster te gaan leven?

Deel je gedachten via de reacties hieronder.

Meer lezen

Ik blog regelmatig over chronische pijn, blader eens door het Blog magazine.

  • Ook geïnteresseerd in de uitgangspunten van Dr. David Hanscom? Bezoek zijn site Back in Control en volg een van zijn social media, blogs of podcasts.
  • Meer weten of Jake Eagle’s Live Conscious, het Perception Language programma en de periodieke wereldwijde retreats/’labs’? Kijk eens rond op de website van Jake en zijn vrouw Hannah.
  • Een groot aantal van de podcast-interviews van David Hanscom en zijn gasten is online terug te luisteren. David praat ontzettend snel (vind ik), daar moest ik even aan wennen. Zijn gasten, die veelal vaker aan het woord zijn, hebben vaak een veel rustiger spreektempo.
  • Lees ook eens dit artikel over ‘in het moment, hier en nu, zijn’, in plaats van proberen in het nú te zijn. Een subtiel, maar ook ontzettend groot, verschil.

Op zoek naar een concreet voorbeeld hoe je je taalgebruik kunt aanpassen? Jake Eagle heeft een (e-)book uitgegeven, Get Weird, waarin de communicatie wordt gevolgd tussen twee broers die hun onderlinge relatie willen herstellen. Een les in open-minded zijn, in het hier en nu blijven en het vermijden van spanning en conflict.

Samenvatting: Zorgboek Pijn, Stichting September / Pijn-Hoop

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Met chronische pijn leren leven ís goed mogelijk, maar hoe doe je dat nu, in de dagelijkse praktijk? Het Zorgboek Pijn is geschreven op basis van de ervaringen van andere mensen met pijn: mensen die met vallen en opstaan hebben geleerd hoe ze een plezierig, bevredigend leven kunnen leiden, ondanks de pijn. Je vindt er informatie over medicijnen, bewegen, ontspannen, alternatieve behandelwijzen, zakelijke gevolgen en andere onderwerpen.

Waarom deze samenvatting?

  • Op het eerste gezicht wordt er nog niet zoveel gepubliceerd over chronische pijn. Zoom je in, dan zijn er in de loop der tijd toch al behoorlijk wat pijnboeken geschreven. Door samenvattingen aan te bieden krijg je grip op wat er zoal verkrijgbaar is…en wat waarde toevoegt aan de kennis die je al hebt.
  • Een samenvatting van een boek is handig voor het snelle overzicht. Om te beoordelen of het de moeite waard is om het hele boek te gaan lezen, lenen of kopen. Een samenvatting is te beknopt om het boek te kunnen vervangen.
  • Een samenvatting van een boek is ook ná het lezen van het volledige boek handig. Je vindt er snel een compleet overzicht, je kan het later nog eens nalezen als bijvoorbeeld de inhoud wat is weggezakt.
  • Een samenvatting bevat uiteraard weinig nuance. Het heeft geen toelichtende anekdotes of voorbeeldverhalen waardoor stof tastbaar wordt. Het heeft geen illustraties…soms zegt één beeld meer dan 1000 woorden. Het heeft geen toelichtende tabellen en het bevat vaak niet de retourvragen aan de lezer, die je aan het denken zetten.

Kortom: Een samenvatting geeft grip, maar is ook altijd beperkt.

Tips bij het lezen van Zorgboek Pijn

  • Probeer bij alles wat je leest hetgeen je leest op je eigen situatie toe te passen. Wat vind jij van, hoe denk jij over, in hoeverre pas jij al toe wat je leest, in hoeverre wíl je toepassen wat je leest.
  • Uiteraard is de samenvatting deels ook míjn interpretatie van wat ik lees; het zijn de zaken die mij in het boek zijn opgevallen of triggeren die ik opschrijf. Daarmee ben ik verre van volledig, dat is ook niet het doel van de samenvatting. Het kan dus zijn dat jij juist andere zaken haalt uit het oorspronkelijke boek dan ik.

Inhoudsopgave

Zorgboek Pijn is een uitgave (2011) van Stichting September in samenwerking met Stichting Pijn-Hoop. Een stichting die dé oplossing wil bieden om een ingewikkelde boodschap daadwerkelijk over te brengen. Dat doet de stichting met de publicatie van praktische publicaties, zoals het Zorgboek Pijn.

Introductie

Pijn is biopsychosociaal.

  • Bio: lichamelijke beschadiging hersenen, ruggenmerg en zenuwen; spelen grote rol
  • Psycho: pijnbeleving: denken, voelen
  • Sociaal: pijngedrag

Ofwel: pijn is ingewikkeld, er is veel op van invloed.

Soorten pijn en begrippen

Er wordt onderscheid gemaakt tussen acute en chronische pijn.

Er is ook verschil tussen weefsel- en zenuwpijn. Zenuwpijn is meestal niet afhankelijk van beweging of belasting; weefselpijn wel.

Fantoompijn / gerefereerde pijn is pijn op een andere plaats dan waar de oorzaak ligt.

Sensitatie = pijngevoeligheid.

Wanneer een zenuw wordt geprikkeld, levert dit korte, scherpe pijn op (door de A-deltavezels in zenuw) en langerdurende doffe pijn (door de C-vezels in de zenuw).

Poorttheorie: als de “poort” openstaat wordt de pijnprikkel naar de hersenen vervoerd, als de poort dichtstaat is er geen geleiding naar hersenen. Poort kan ook voor een deel gesloten staan. De hersenen kunnen andersom ook beïnvloeden of een poort pijnprikkels doorgeeft of niet. Ben je angstig, dan kan je ook gevoeliger worden voor pijn; de pijndrempel gaat omlaag: sensitatie neemt toe.

Centrale sensitatie ontstaat door o.a.:

  • bewegingsangst
  • somberheid
  • onjuiste gedachten over pijn

In het ruggenmerg kruisen de pijngeleidende banen naar de andere zijde van het lichaam.

De hersenen kunnen zelf ook stoffen aanmaken die pijn remmen: endorfinen, enkefalinen.

Dimensies van pijn

Pijn is:

  • lichamelijk
  • psychisch
  • sociaal

Negatieve spiraal: cirkel van Löser; een pijnmodel dat uit vier cirkels bestaat, die de onderdelen van pijn weergeven:

  1. lichamelijke beschadiging (leidt tot…)
  2. gewaarwording van pijn in hersenen (leidt tot…)
  3. pijnbeleving (leidt tot…)
  4. pijngedrag
Crikel van Löser, Bron

Van invloed op pijnbeleving:

  • karakter
  • gedachten over pijn, die leiden tot gevoelens, die leiden tot gedrag: negatieve spiraal kan ontstaan

Van invloed op pijngedrag:

  • sociale omstandigheden, cultuur, godsdienst, reacties van omgeving
  • mate van onbegrip of juist sociale steun

Pijndiagnose

Eerste stap: zoeken naar (behandelbare) oorzaak + eventuele behandeling. Is er geen behandelbare oorzaak, dan spreekt men van chronische pijn. Gevolg: medisch shoppen; risico dat je teveel gericht blijft op verhelpen van pijn in plaats van te leren leven met pijn.

Tweede stap: inventarisatie van de ernst van de pijn en gevolgen daarvan (voor werk, relaties, hobby etc.) -> er zijn meerdere methodes hiervoor. Ook wel “pijn anamnese” genoemd.

Pijn aanpak

Brede aanpak: biopsychosociaal. 

  • bio = lichaam
  • psycho = gedachten en emoties
  • sociaal = gedrag

Er wordt een diagnose gesteld: van acuut naar chronisch.

Er wordt ingezet op leren leven met de pijn: “de pijn de baas”.

Aanpak is altijd op maat, persoonlijk.

Zelfzorg: 

  • heft in eigen handen nemen: gezond leven, ontspannen.
  • omgaan met de gevolgen van pijn: jijzelf, je partner, je naasten
  • behandelingen: verbetering van functioneren in dagelijks leven: revalidatie, pijnstillers, therapieën

Plan van aanpak 

…om met chronische pijn een nieuw leven op te bouwen

  1. inzicht krijgen in ontstaan pijn: van acuut naar chronisch
  2. inzicht krijgen in behandelingen, therapieën, hulpverlening en medicatie
  3. inzicht krijgen in mogelijkheden voor zelfzorg en gevolgen: wat moet worden aangepast in dagelijks leven (werk, hobby’s, bewegen, gezond leven)
  4. leren omgaan met pijn, doelen stellen: bv. minder medicatie, werkzaamheden aanpassen, afleiding zoeken
  5. inzicht krijgen hoe je je “zorgen” te lijf kan gaan: financiën, relatie, gezin, familie, collega’s/werk
  6. hulp zoeken: activiteiten tijdig leren stoppen, omgaan met belastende activiteiten

Ad 2: inzicht in behandelingen

Bewegen

  • pijn vermijden is niet goed, het opzoeken van de pijn wel
  • met regelmaat bewegen maar niet te fanatiek: grenzen leren kennen

Praten over pijn

  • delen van gevoelens
  • voorkomen van eenzaamheid
  • wegnemen van onbegrip
  • hulp vragen

Revalidatie

  • gericht op dagelijkse activiteiten; activiteiten op een andere manier doen
  • aandacht voor gedachten over pijn
  • fitter worden
  • graded exposure: stapsgewijs activiteiten weer oppakken
  • individueel behandelplan: screening, observatie, uitvoering, nazorg

Fysiotherapie

  • beweeglijk blijven
  • graded activity
  • ontspanning (ademhaling, acupunctuur)
  • conditie verbeteren

Cognitieve gedragstherapie

  • samenhang gedachten/gevoelens en gedrag “denken en doen”
  • gedachten over pijn kunnen hinderpalen zijn: hoe ga je om met pijn

a) gedachten:

  • “ik kan er niks aan doen”, “er is iets helemaal mis”: voorbeelden die leiden tot catastroferen
  • doel: anders over pijn leren denken

b) gedrag:

  • doel: op andere manier met pijn omgaan
  • heldere doelen stellen: wat wil je weer gaan bereiken / kunnen
  • oefenen en experimenteren met een andere aanpak

Ontspanningstraining

Bereiken van lagere spierspanning door o.a. betere ademhaling.

Ad 3: inzicht krijgen in mogelijkheden voor zelfzorg en gevolgen

  • opbouwen van een nieuw leven
  • veranderen is lastig, dus kleine stappen maken
  • vooruit kijken ipv achteruit, omgeving erbij betrekken, tijd nemen voor verandering, anticiperen op tegenslagen, hulp aanvaarden
  • bijhouden van een dagboek helpt: grenzen kennen en vooruitgang zien

Gezond leven

  • een gezonde leefstijl helpt
  • gezonde voeding: niet teveel eten, voldoende water
  • letten op een goede BMI
  • niet roken

Ontspannen

  • pijn veroorzaakt stress, stress versterkt pijn
  • stress kan leiden tot ongezonde stress en die heeft weer lichamelijke gevolgen
  • vermogen om te relativeren, minder te moeten, meer aandacht te besteden aan dingen die lukken
  • cognitieve gedragstherapie en mindfulness kunnen ondersteunen om bewust te ontspannen en leuke dingen te doen

Ad 4: omgaan met pijn

  • doseren van belasting (‘graded activity’): voorkom overbelasting
  • pijn niet uit de weg gaan: angst voor pijn is een risicofactor
  • keuzes leren maken
  • pijn toelaten en om leren gaan met machteloosheid, wanhoop

Partner & naasten

  • belangrijk dat ook zij hun gevoelens delen
  • onderdeel van acceptatieproces
  • ook zij hebben informatie en kennis nodig
  • zij kunnen de goede dingen versterken en hulp bieden
  • belangrijk om gelijkwaardigheid te bewaken 
  • belangrijk om ook een eigen leven te blijven leiden

Pijnmedicatie

  • pijnstillers: bestrijden de pijnklachten, niet de oorzaak
  • neuropathische pijnmedicatie: hebben effect op pijnwaarneming in de hersenen

Ad pijnstillers

  • paracetamol, NSAID’s, opioïden, middelen tegen neuropathische pijn
  • let op het plafondeffect: méér nemen van een bepaalde pijnstiller zorgt niet meer voor méér pijnstilling

NSAID: ‘non steroïdal anti-inflammatory drugs’: anti-ontsteking

Opioïden: veelal met gereguleerde afgifte: opbouwen van een constante hoeveelheid in bloed. Verstopping (obstipatie) is vaak een bijwerking.

Neuropathische pijn is zenuwpijn. O.a. diabetes kan oorzaak zijn. Middelen o.a. Amitriptyline, Gabapentine, Lyrica.

Organisaties

Welke organisaties kunnen je ondersteunten:

  • Stichting Pijn-Hoop
  • PVVN
  • Pijnpatiënten naar één stem
  • PijnPlatform NL
  • IASP is de International Society for the Study of Pain

Je vindt een overzicht in het blog Welke organisaties bieden hulp bij chronische pijn?

Er komt steeds meer ketenzorg: organisaties maken gebruik van een gedeeld informatiesysteem: efficiënter en effectiever.

Deel je ervaringen

  • Heb jij het boek ook gelezen en mis je iets in deze samenvatting?
  • Wat vond je positieve en minder positieve dingen in het Zorgboek Pijn? Heeft het boek je geholpen, en zo ja op welke manier?
  • Welke impact heeft het boek op jouw aanpak van chronische pijn gehad?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Heb je zelf een samenvatting van dit boek gemaakt?

  • Ik vind het leuk deze te lezen.
  • Wellicht heb jij aanvullingen gemaakt die ik, met jouw toestemming, kan toevoegen aan bovenstaande samenvatting.
  • Laat het me weten door contact op te nemen.

Van welk boek zou jij graag een samenvatting lezen?

  • Reageer via de reacties hieronder en ik zet het boek op de leeslijst.

Meer lezen

  • Het Zorgboek Pijn lijkt op dit moment (september 2020) niet verkrijgbaar; noch rechtstreeks via de stichting, noch via Bol.com, noch via Stichting Pijn-Hoop. Wellicht worden er financiële middelen gezocht voor een herdruk?
  • Mijn exemplaar vond ik in de openbare bibliotheek Breda. Heeft jouw bibliotheek deze niet, dan kun je vaak (gratis of tegen een kleine vergoeding) een boek uit een andere bibliotheek laten overkomen.

Samenvatting: De Pijn De Baas – Frits Winter

Geschatte leestijd: 20 minuten.

De Pijn De Baas van dr. Frits Winter is een klassieker op het gebied van boeken over chronische pijn. Het boek kan je concreet helpen om je eigen therapeut te worden, zodat je zelf de invloed van de pijn op je leven leert terugdringen. Het boek wordt ook veel gebruikt als basis in therapie- en revalidatietrajecten. Het boek leert je stapsgewijs en systematisch de pijn onder controle te krijgen, zodat het uiteindelijk een minder prominente rol in je leven krijgt.

Waarom deze samenvatting?

  • TOp het eerste gezicht wordt er nog niet zoveel gepubliceerd over chronische pijn. Zoom je in, dan zijn er in de loop der tijd toch al behoorlijk wat pijnboeken geschreven. Door samenvattingen aan te bieden krijg je grip op wat er zoal verkrijgbaar is…en wat waarde toevoegt aan de kennis die je al hebt.
  • Een samenvatting van een boek is handig voor het snelle overzicht. Om te beoordelen of het de moeite waard is om het hele boek te gaan lezen, lenen of kopen. Een samenvatting is te beknopt om het boek te kunnen vervangen.
  • Een samenvatting van een boek is ook ná het lezen van het volledige boek handig. Je vindt er snel een compleet overzicht, je kan het later nog eens nalezen als bijvoorbeeld de inhoud wat is weggezakt.
  • Een samenvatting bevat uiteraard weinig nuance. Het heeft geen toelichtende anekdotes of voorbeeldverhalen waardoor stof tastbaar wordt. Het heeft geen illustraties…soms zegt één beeld meer dan 1000 woorden. Het heeft geen toelichtende tabellen en het bevat vaak niet de retourvragen aan de lezer, die je aan het denken zetten.

Kortom: Een samenvatting geeft grip, maar is ook altijd beperkt.

Tips bij het lezen van De Pijn De Baas

  • Probeer bij alles wat je leest hetgeen je leest op je eigen situatie toe te passen. Wat vind jij van, hoe denk jij over, in hoeverre pas jij al toe wat je leest, in hoeverre wíl je toepassen wat je leest.
  • Uiteraard is de samenvatting deels ook míjn interpretatie van wat ik lees; het zijn de zaken die mij in het boek zijn opgevallen of triggeren die ik opschrijf. Daarmee ben ik verre van volledig, dat is ook niet het doel van de samenvatting. Het kan dus zijn dat jij juist andere zaken haalt uit het oorspronkelijke boek dan ik.

Inhoudsopgave De Pijn De Baas

Een van de klassiekers op het gebied van chronische pijnmanagement

De versie die ik heb gelezen is de 10e druk, 2009. Er zijn al ruim 50.000 exemplaren van verkocht en het verscheen tevens in het Engels, Pools en Deens. Frits Winter is gezondheidspsycholoog, ontwikkelingspsycholoog en beroepskeuzepsycholoog en heeft een eigen praktijk in Haaksbergen. De cognitieve gedragstherapie staat centraal in zijn aanpak.

Introductie

De kern van dit boek draait om een switch in denken.

van:

Hoe raak ik mijn pijn kwijt?

naar:

Hoe kan ik ondanks de pijn mijn leven waardevol invullen?

Je wordt als lezer aan het denken gezet over de vraag: “Hoe…word je je eigen therapeut.” Centraal in het boek staat ook het uiteindelijk te bereiken doel: Rustgevende ontspanning na gedoseerde inspanning. 

Beluister hieronder een gesproken inleiding op het boek De Pijn De Baas (bron):

Les 1: Chronische Pijn

Met pijn valt te leven, maar met uitzichtloosheid niet. Pas wanneer je weer zin en inhoud aan je leven kunt geven, bestaat er een kans dat je met pijn leert leven.

Pijnvermindering is geen doel op zich, maar een automatisch gevolg van veranderingen die je doorvoert.

Pijn geeft normaliter nuttige en betrouwbare informatie over schade aan je lichaam. Maar niet altijd geeft je lichaam de juiste info, denk bv. aan nog onontdekte kanker. Soms geeft pijn een misleidend signaal, bv. pijn die je ergens anders in je lichaam voelt dan waar de schade zit. Daarbij kunnen soms zowel het bewegingssysteem als het gevoelssysteem in de war raken, bv. bij zenuwpijn. 

Simpel opereren werkt veelal niet, bijvoorbeeld een operatie waarbij er zenuwen worden doorgesneden; het zenuwstelsel verandert immers voortdurend en past zich aan. Het brein, de gedachten, leerervaringen en emoties zijn daarbij belangrijke elementen die invloed uitoefenen.

Pijn is wel iets dat altijd serieus genomen moet worden. Het is vaak een signaal van overbelasting, fysiek of mentaal. Hoe harder je er tegen vecht, hoe sterker het signaal wordt. Overbelasting kan optreden op alle niveaus van belastbaarheid; als je meer wilt doen c.q. doet dan je qua belastbaarheid aankunt ga je in feite nog steeds achteruit: met steeds meer moeite en pijn kun je steeds minder. Een strijd tegen je eigen lichaam, die je nooit kunt winnen.

Mensen vinden het moeilijk om een verminderd prestatievermogen te accepteren. Je wordt afhankelijker van anderen, er ontstaat schaamte en schuldgevoel. Je raakt gefrustreerd, zeker als de medische wereld geen oplossing meer biedt.

Extra gevaar is dat pijn wisselt in intensiteit. Daarbij doe je al snel teveel op een goede dag en te weinig op een slechte dag. Dat is dubbel negatief van invloed op je belastbaarheid. Beter is het toepassen van de “salamitechniek”: iedere dag precies dezelfde belasting en dezelfde mate van rust, zonder dat je overbelast (of onderbelast).

Les 2: Inspanning

De pijn an sich is frustrerend, maar ook dat deze je functioneren belemmert. Alle rollen die je hebt komen ter discussie te staan.

Pijn invalideert: je verkrampt, neemt onnatuurlijke houdingen aan. Volledige rust, of te weinig bewegen, lost niets op maar verergert de pijn juist. Het opbouwen van voldoende conditie en spierkracht is belangrijk, maar wel met de juiste begeleiding, zonder prestatiedrang of het snel willen boeken van successen.

Hoeveel pijn iemand aankan is mede afhankelijk van of je vrijwillig de pijn opzoekt (topsporter) of de pijn gedwongen ondergaat. Of je wel of niet de situatie kunt beïnvloeden maakt ook een groot verschil.

De enige weg naar verbetering is af te leren gaan op je verstand, niet op je gevoel. Een dagindeling op basis van tijdregistratie voorkomt over- of onderbelasting, maar zorgt uiteindelijk ook voor groei van je belastbaarheid. En vermindering van je pijn. Denk bv. aan verstandig wennen aan de zon na een winterperiode, in plaats van direct te lang in de zon (want: “het is zo fijn”) en verbranden, zodat je weken daarna nog last houdt.

Actie: vaststellen van je basisniveau. Gedurende langere tijd je activiteiten en rusttijden opschrijven, plus of er een toename of afname was in pijn.

Doel: een basisniveau bepalen met precies zoveel activiteiten waarbij de pijn niet de overhand krijgt (toenemen mag wel, maar de benodigde hersteltijd moet wel hanteerbaar blijven). 

Basisniveau is dus nuttige tijd, waarin je actief kunt zijn. Vervolgens ga je het basisniveau geleidelijk uitbreiden, de belastbaarheid opbouwen, waarbij je piekbelasting (met teveel pijn) vermijdt. Ofwel, het ontdekken van je basisniveau en de groeimogelijkheden, voor allerlei activiteiten die je doet of wilt doen. 

Basisniveaus verschillen bij verschillende activiteiten. Bij opbouwen start je 10 tot 20 % onder je basisniveau en probeer je in stapjes van 10% te verbeteren, rekening houdend met tussentijdse terugval (remissie). Systematisch, en zeer geleidelijk. 

Hoe actiever je kunt zijn, hoe beter de pijn te verdragen zal zijn. En maak het sterke sterker: train ook de niet-pijnlijke delen van je lichaam.

Les 3: Spanning en ontspanning

Bij voortdurende pijn loopt spanning in je lijf steeds verder op. Je wordt belemmerd door “het pijnmonster” in alle facetten in je leven. Onzekerheid, onrust, machteloosheid en gespannenheid zijn het gevolg. Externe omgeving kan dit nog eens versterken door onbegrip, maar ook bv. door extra druk vanuit werkgever of vanwege je financiële situatie.

Spanning vergt veel energie. Ook pijn vraagt veel energie. Het lijf maakt nieuwe energie aan (ATP, Adenosine Trifostaat, een ‘drager van energie’) wanneer je spieren ontspannen zijn.

Een teveel aan spierspanning kan leiden tot overgevoeligheid voor prikkels, gegeneraliseerde pijn (“overal pijn”), emotionele kwetsbaarheid, onzekerheid en angst, concentratieverlies en geheugenproblemen, chronische vermoeidheid, slapeloosheid, spijsverteringsproblemen, gestoorde motoriek en sensibiliteit, veranderingen in het afweersysteem en veranderingen in behoeftes.

Ontspanning is iets anders dan vaker op vakantie gaan, sporten of gezond eten. Ontspanning is het slapper maken van je spieren. Dat kan door drugs/medicatie, door systematisch spieren aan te spannen, door ademhaling, door bidden, door te genieten van eten, door ontspannende gedachten en visualisaties op te roepen, door het concentratievermogen te herontwikkelen, door een veilige omgeving te creëren (romantiek, eigen sfeer, natuur).

Ontspannen betekent meestal iets niet doen.

Tips:

  • bezigheid zoeken die echt bij je past
  • tijd en ruimte maken
  • vaste plaats kiezen
  • inspanning en ontspanning afwisselen
  • aan je concentratie werken: focussen

Les 4 Chronische vermoeidheid

Chronische pijn gaat vaak samen met chronische vermoeidheid; een soort uitputtingssyndroom. Passiviteit en inactiviteit gaan het echter niet oplossen.

Om energie in je lichaam aan te kunnen maken is energie nodig, middels energiereserves. Een goede energievergelijking gedurende de dag zorgt voor deze reserves.

Er zijn twee soorten vermoeidheid: lichamelijk en psychisch.

  • De verhoogde spierspanning, conditieverlies en de pijnmedicatie kosten fysiek energie. Fysiek energie opbouwen kan door lichaamsbeweging (endorfinen), goede eetgewoonten, voldoende en juiste vorm van slaap, pauzes te nemen.
  • Psychische vermoeidheid komt vaak voort uit een gebrek aan succes, meer willen dan je kunt.

Dit ombuigen heeft een proces nodig met fasen vergelijkbaar met rouw: ontkenning, opstand, moedeloosheid, acceptatie (realiteitsbesef dat er nog mogelijkheden zijn ondanks de pijn)

Van een patroon van véél dagelijkse inspanning (met een beetje rust) moet je niet naar een patroon van weinig dagelijkse inspanning (en veel rust), maar naar de salamitechniek: een aantal periodes van inspanning telkens gevolgd door een gelijke periode van rust, enz. Daarvoor is het nodig een goede afleidingsactiviteit (hobby) te hebben en de juiste prioriteiten te (kunnen) stellen. Succeservaringen zijn daarbij nodig om in een positieve flow te komen.

Les 5 Pijn en de ander.

Pijn levert kans op isolement op. Zeker als je gewend bent problemen zelf op te lossen, je slecht kunt uiten, veel waarde hecht aan onafhankelijkheid. Goede communicatie is extra belangrijk: aangeven waar je wel en geen behoefte aan hebt, hoe anderen kunnen helpen: dat creëert solidariteit.

Hulp durven vragen, en hulp durven ontvangen; emoties niet opkroppen, niet “flink doen”: de kwaliteit van de communicatie bepaalt of je de band met de ander weet te versterken of juist niet. Door pijn heb je veelal minder tijd, je partner ook; de kwaliteit van de gesprekken telt dan dubbel.

Pijn kun je niet zien; je moet er herhaaldelijk over communiceren.

Complicerende factoren:

  • pijn is onbegrijpelijk
  • pijn is niet interessant
  • pijn is een pijnlijk onderwerp
  • pijn is niet constant
  • pijn is onvoorspelbaar
  • pijn veroorzaakt negatieve emoties

Koester vooral geen schuldgevoelens rondom het communiceren over pijn. De ander voelt je niet automatisch aan en kan er ook van balen.

Partner types:

  • verzorgend, begripvol; probeert je in alles te ontzien
  • (te) relativerend: het valt allemaal wel mee, staat niet open voor gevoelens rondom pijn
  • supporter: behandelt je als gelijkwaardig persoon, heeft begrip, maar doet geen pogingen om het probleem voor je op te lossen

Idealiter accepteer je de hulp van de ander, net als dat je zelf anderen wilt helpen. Warmte, humor en mentale rijkdom kunnen samengaan met fysieke problemen. Geef de ander complimenten, waardeer de hulp die wordt geboden, ook van kinderen. Maak het pijnprobleem bespreekbaar met partner en kinderen. Wordt van een doe-het-zelver een goede delegeerder.

Les 6 Gedragsverandering

De invloed van pijn is alleen terug te dringen als je zelf je gedrag bepaalt, niet wanneer de pijn het gedrag bepaalt. Wordt gedrag positief beloond, dan zal dit gedrag toenemen.

Lang veel aandacht voor pijn kan lijden tot een steeds moeizamer leven. Ook therapie en veel aandacht van artsen (medisch winkelen) voor (vergeefse) pijnbehandeling levert negatieve aandacht voor de pijn op. Alles lijkt immers beter dan alleen te staan met de pijn. Ook het ontkennen of negeren van pijn werkt tegengesteld: verstoppen kost veel energie.

Juist het geven van de juiste aandacht aan pijn, door eerlijk voor de pijn en beperkingen uit te komen, kan helpen om te leren gaan met die pijn. Daarnaast helpt het om aandacht te besteden aan ieder goed gevoel en elke verbetering (“aandacht voor goed gedrag geeft moed”).

Juist door evenwichtig te oefenen (los van meer of minder pijn) kan je je mogelijkheden stapsgewijs vergroten. Via ontspanningsoefeningen kun je je leren concentreren op de delen van je lichaam die goed voelen. Ook door nieuwsgierig te zijn naar de pijn, objectief, kun je de pijn milder maken (“manipuleren van aandacht”).

Drie factoren bepalen de effectiviteit van de beloning:

1. Tijd 

Wanneer: liefst directe beloning na gedrag -> bij pijn komt de straf veelal pas een tijdje na de activiteit, nadat je over je grenzen bent gegaan. De beloning in de vorm van “rust” of “pijnstiller” komt pas als je al veel te veel pijn hebt; dat bevordert afhankelijkheid van de pijn. Juist door volgens een vast patroon, een vast ritme, tijdig te rusten voorkom je dat de pijn te sterk wordt en krijg je de pijn onder controle.

2. Frequentie (zo vaak mogelijk)

Alleen via een geleidelijk groeiproces kun je vooruitgaan: kleine successen boeken met soms stilstand of een terugval. Daarin heb je bemoediging nodig, geen kritiek (als in “heb je weer teveel gedaan” enz.). Hoe minder negatieve emoties, hoe beter. Goed werkt het door vorderingen te objectiveren, bv. tijd noteren dat je op bent en dat je rust.

3. (on)Voorspelbaarheid

Onverwachte beloningen zijn leuker dan voorspelbare, maar het onvoorspelbare karakter van chronische pijn maakt het ook moeizaam. Het stimuleert dat je “maar iets probeert, het er op waagt”, met de ene keer een gunstig effect qua pijn en de andere keer niet. 

Op korte termijn zal je worden gestraft als je meer gaat doen, minder pijnstillers neemt; maar op de langere termijn behaal je winst. De voldoening van het op tijd gestopt zijn, moet opwegen tegen de ergernis van het nog niet klaar zijn: je krijgt meer zelfrespect naarmate je er vaker in slaagt haalbare en realistische doelen te stellen.

No pain, no gain: als je met je pijn leert leven, hoef je nergens meer bang voor te zijn. Je kunt heel veel pijn aan, als je weet dat deze nuttig of noodzakelijk is om een doel te bereiken.

Les 7 Gevoelsbeïnvloeding

Kennis en wilskracht bij gedragsverandering is essentieel. Maar daarmee alleen lukt het niet, het draait met name ook om het hebben van een goed gevoel bij de veranderingen. Een aantal extra technieken helpt hierbij.

Anders denken

Als je geen tijd hebt om over een conflict na te denken, dan levert het conflict minder emoties op. Weinig aandacht, of de juiste mate van aandacht geven aan een conflict helpt dus, tegelijk met het benaderen van een conflict vanuit meerdere invalshoeken (objectivering). Je manier van denken beïnvloedt ook je pijn. Een pessimistisch, pijnlijk, ‘catastrofaal’ denken geeft een uitputtend gevoel; een realistisch denken (de pijn is hoe dan ook beïnvloedbaar en hanteerbaar) bepaalt wat je voelt en hoe je vervolgens handelt.

Anders handelen

Handelingen zijn vaak rechtstreeks het gevolg van gevoelens. Verander je je gedrag, dan veranderen ook gedachten en gevoelens. Je kunt een gedragspatroon kiezen dat min of meer los staat van hoe je je voelt. Bewust toegeven aan je gevoel en vervolgens kiezen voor een ander gedrag maakt dat je gedrag je gevoel beïnvloedt (‘trainen van je mentale conditie’). Een goede voorbereiding op mogelijke pijn doet de angst verminderen en heeft een gunstige invloed op de pijnbeleving, kan de pijn enigszins dempen.

Anders gezegd: als je ruimte creëert voor je emoties, als ze er mogen zijn, dan kan je ze hanteren en via gedrag ook weer andere emoties bij jezelf losmaken. Bv. toegeven aan pijn, even flink huilen, daarna goede muziek opzetten en daar door je tranen heen toch weer van genieten.

Moeten moet niet

Te lang presteren onder spanning heeft een verlammende werking. Activiteiten waar je vrijwillig voor kiest, gaan per definitie makkelijker. Geef vooral positieve aandacht aan positief gedrag, al dan niet met beloning. Elke druk roept een tegendruk op. Druk en moeten versterkt ook de pijn: hoeveel pijn je aankunt is sterk afhankelijk van of je de pijn vrijwillig opzoekt, of gedwongen de pijn moet ondergaan. Zelf het heft in handen nemen betekent angstreductie en dus ook pijnreductie. Kies activiteiten waarbij je gaat als je je goed voelt, en weggaat wanneer je wilt.

Op tijd stoppen

Stop wanneer het nog leuk is, anders breek je snel af wat je met veel moeite hebt opgebouwd. Het gevoel dat je weg kunt, kan al bevrijdend werken en daardoor de spanning weghalen. Zorg voor laatste positieve indrukken bij een activiteit, dat neemt de spanning weg om de activiteit nogmaals te doen. Verminder de druk van jezelf, maar ook die van anderen.

Pijnmanagement:

  • zelf bepalen wat haalbaar en redelijk is
  • werken aan een aantrekkelijk dag-/weekprogramma
  • plezier krijgen in bezigheden omdat ze mogen, niet moeten
  • zorgen voor een ontspannen klimaat waarin ‘moeten’ een bijrol vervult

Een nieuwe levensstijl

Je pijnverleden is van invloed op hoe hardnekkig de pijn is. Maar ook: welk leerproces is daarbij ontstaan? Wanneer je extreme pijn kunt voorkomen, dan wordt de gevoeligheid niet meer groter. Elke keer wanneer je je forceert maak je de desensibilisering ongedaan.

Een veilig klimaat en succesvolle ervaringen zijn nodig om de druk in allerlei activiteiten niet meer op te laten lopen. Daardoor krijg je weer meer vertrouwen. Geforceerd doorzetten (vechten) helpt niet, maar helemaal niets doen (volledige inactiviteit) ook niet. Juist door de pijn regelmatig op een juiste wijze op te zoeken kan het pijnprovocerende karakter ervan verdwijnen; op een veilige, rustige en gedoseerde manier. Een terugval naar oud gedrag hoort daar meestal bij, maar die is van korte duur als je de nieuwe aanpak consequent hanteert.

Les 8 Vertrouwen

Pijn stelt de goede relatie tussen lichaam en geest ter discussie. Er komt een scheiding in jezelf, dat ‘rotlijf’ doet niet meer mee met wat de geest wil. De pijn haalt langzaam maar zeker de kwaliteit uit je leven weg; doelloosheid en zinloosheid komen in de plaats. Pas als er weer mogelijkheden, nieuwe doelen, komen kan je leven met pijn. Maar er is een emotionele weerstand om grenzen en beperkingen te respecteren. Zelfvertrouwen en zelfrespect is nodig om weer te kunnen en willen luisteren naar je lichaam.

Zelfrespect

Schaamte, zelfverwijt staat herstel in de weg. Nieuw mededogen, acceptatie en respect is nodig om weer te kunnen groeien. En als je jezelf wat meer respecteert en accepteert, dan wordt het voor anderen ook makkelijker. 

Een aantal vooroordelen staat groei in de weg. Het feit dat je moet dragen wat je hebt, dat zelfkritiek nuttig is, hulp vragen zwak, dat je beter moet zijn dan anderen etc. Zolang je niet in jezelf investeert, jezelf accepteert, raak je jezelf kwijt.

Wees jezelf

Vertrouwen is een voorwaarde voor genezing en herstel. Gebrek aan acceptatie, minderwaardigheidsgevoelens, leiden tot angst. Door jezelf continu met anderen te vergelijken gedraag je je niet natuurlijk, niet als jezelf. Je bent echter zelf verantwoordelijk voor je geluk, niet de situatie waarin je zit. Wat anderen denken is onbelangrijk. Je bepaalt alleen zelf hoe je je voelt, niet een ander.

Gelijkwaardigheid

Het feit dat anderen taken van je overnemen kan een gevoel van misbaarheid bewerkstelligen, je kunt je overbodig gaan voelen. Zeker als ook rolwisselingen plaatsvinden, bv. als je als man thuis zit en je vrouw fulltime aan het werk is. Gelijkwaardigheid binnen je relatie is belangrijk, ook al is de onderlinge taakverdeling veranderd. Belangrijk daarbij is aan je omgeving te blijven aangeven dat je zoveel mogelijk zelf wilt blijven doen, ook al duurt het wat langer. Belangrijk is ook dat men je blijft betrekken bij planning en organisatie, los van de uitvoer. Je rol kan veranderen richting advies geven, raad en steun bieden.

Opkomen voor jezelf

Door lang pijn te hebben kan het gebeuren dat de omgeving je als patiënt gaat behandelen. Men gaat je ontzien. Iedereen gaat een rol spelen, niet meer zeggen wat men eigenlijk denkt. Dit gebrek aan gelijkwaardigheid verwoest je eigenwaarde. Goede communicatie over je eigen positie is essentieel om, ondanks de pijn, een volwaardige plaats te behouden.

Wat wil jij

Maak duidelijk aan je omgeving wat je werkelijke behoeften en wensen zijn, en hoe men je daarbij kan helpen. Laat los dat je zelf de enige bent die alles kan oplossen, maar voorkom ook dat dingen buiten je om gebeuren.

Problemen delen

Zolang je blijft communiceren over problemen, over de pijn, is er niet zoveel aan de hand. Een gezinsstructuur kan veel hebben. Kinderen vinden het vaak prettig te ervaren dat ook een ouder gebreken, emoties en angsten heeft. Het praten over problemen schept ook een band.

Mobiliseer je omgeving

Als goede manager maak je gebruik van de talenten en kwaliteiten in je omgeving. Anderen voelen niet vanzelf aan hoe ze je kunnen steunen of praktisch helpen, dus daarover moet je helder communiceren.

Vragen staat vrij

Alleen wanneer je duidelijk aangeeft wat je wel en niet wil vanuit je omgeving en tegelijkertijd dankbaarheid toont, zal je omgeving hulp blijven aanbieden. Belangrijk is dat je zelf de regie blijft voeren én open en eerlijk bent over je tekortkomingen.

Lichamelijke intimiteit

Bij een pijnprobleem kunnen angst en onzekerheid lichamelijk contact in de weg gaan staan. Angst om te falen en tekort te schieten verstoren de veilige sfeer die nodig is voor intimiteit en seks. Ook hier is goede communicatie essentieel. Toneelspelen brengt je nergens.

Noodzakelijke eigenschappen

Om weer terug te komen uit een situatie van chronische pijn is een aantal kenmerken nodig, vergelijkbaar met een topprestatie leveren:

  • autonomie: eigen doelstellingen kiezen, eigen verantwoordelijkheid en regie
  • actiebereidheid, zonder te gokken: eigen kennis en werkmethodiek gaan de uitkomst bepalen van acties die je doet, niet het toeval. Rustig problemen analyseren zonder teveel te gokken is essentieel, maar fouten maken en gecalculeerde risico’s nemen mag.
  • realistisch aspiratieniveau: met kleine stapjes geleidelijk meer actief zijn en de pijn opzoeken: belastbaarheid uitbouwen volgens een groeimodel. Het ‘alles of niets’ principe werkt niet.
  • toekomstgericht: nieuwe initiatieven en plannen ontwikkelen zonder teveel terug te kijken naar wat niet meer haalbaar is; verantwoord experimenteren
  • gericht op mogelijkheden: verder ontwikkelen van sterke punten en vooral kijken naar wat nog wel kan
  • hoop op succes: dit leidt tot initiatief en experimenteren; zowel geslaagde als mislukte experimenten leveren informatie op over de meest succesvolle manieren om vooruit te komen

Les 9 Levensstijl

Bij chronische pijn geeft je lichaam aan dat er een fundamentele verandering nodig is. Door pijnstillers zet het herstel niet in. Nieuwe vaardigheden zijn nodig om tot een pijnvriendelijke levensstijl te komen.

Pijn en bewustzijn

Pijn uit het verleden, uit het heden en in de toekomst beïnvloeden en versterken elkaar.

Door drukke bezigheden komt je onderbewustzijn niet toe aan het wegwerken van pijn of trauma’s uit het verleden. Een pijnsignaal geeft aan dat het tijd is om daaraan te werken. Pijn kan ook aangeven dat de huidige draagkracht en draaglast niet in balans zijn. Allerlei factoren in je huidige leven kunnen daarop van invloed zijn. Tegelijkertijd geeft de huidige pijn ook angst en zorgen naar de toekomst, die een eigen leven kunnen gaan leiden. Belangrijk is om te kijken wat je er op dit moment aan kunt veranderen, je te richten op doelstellingen die wel haalbaar en concreet zijn.

Richtlijnen om de pijn te leren hanteren:

  • neem de pijn serieus: ga er zorgvuldig mee om om de schade zoveel mogelijk te beperken, ook al staat de pijn misschien niet in verhouding tot objectieve feiten.
  • zoek de oplossing, niet de oorzaak: het blijven zoeken naar medische oorzaken is vaak een doodlopende weg, leidt alleen tot grotere frustratie. Beter is om te kijken naar factoren die de pijn beïnvloeden.
  • herken de invloeden van vroeger: ervaringen uit het verleden bepalen hoe je wél en hoe je niet wilt zijn; negatieve emotionele ervaringen van vroeger laten sporen na.
  • vorm je persoonlijkheid: toevallige factoren kunnen een persoonlijkheid sterk beïnvloeden, maar je kunt ook zelf de verantwoordelijkheid over je ‘programma’ terugnemen. De manier waarop je met een pijnsituatie omgaat, zijn bepalend voor geluk. Aangeleerde slechte gewoonten hoe om te gaan met de dagelijkse pijn kunnen geherprogrammeerd worden.
  • wees baas over je gewoonten: laat je gemoedsrust niet afhankelijk zijn van het schema dat je jezelf ooit heb opgelegd. Vind een meer evenwichtig ritme om je activiteiten uit te voeren, pas de patronen aan als dat noodzakelijk is. ‘Zo ben ik nu eenmaal’ is gewoonweg niet waar.
  • maak het minder beladen: het creëren van een nieuwe levensstijl en een nieuwe omgeving zorgen voor minder spanning; de factoren die de pijn oproepen worden zoveel mogelijk uitgeschakeld. Systematische desensitisatie zorgt er voor dat de pijn afneemt: door regelmatig en volgens een veilig systeem de pijn op te zoeken. Wanneer je weet hoe je leven er in het slechtste geval uit komt te zien, wanneer je op het slechtste bent voorbereid, kan de praktijk alleen nog maar meevallen; dat gevoel leidt tot vermindering van spanning. Er komt berusting en hoop op succes.

Wanneer je de activiteiten die gekoppeld zijn aan pijn regelmatig op een gedoseerde manier opzoekt, dan kan de signaalfunctie van die activiteiten veranderen. Niets doen, of geforceerd doorzetten gaan niet werken, gedoseerd opzoeken wel. Het vechten of vluchten laat je los, een ander rustiger gedrag komt er voor in de plaats.

Les 10 Gemotiveerd aan de slag

Een nieuw werkprogramma is nodig om de pijnsituatie te veranderen. Een sterke motivatie is daarvoor nodig. Duidelijkheid, haalbaarheid, aantrekkelijkheid van het programma is nodig, gecombineerd met eigenschappen om het te kunnen uitvoeren.

Wat wil ik: doelstelling

Concreet en helder vaststellen op welke manier de juiste afwisseling van optimale inspanning, weldadige rust en stimulerende afleiding ingepast kan worden in je programma. Bv. bepaalde medicatieverlaging, een dagelijks sportprogramma, een vastgestelde tijd voor een werkactiviteit, enz. Succesjes zijn nodig om hogere doelen te bereiken.

Wat baat het: winst

Normen en waarden, maar ook kennis beïnvloeden de aantrekkelijkheid van een te behalen doel. Hoe meer je weet, hoe meer je wilt weten en hoe makkelijker je kennis verzamelt. Hoe meer je van pijn weet, hoe meer macht je krijgt en zelfvertrouwen je uitstraalt om aan de slag te gaan. 

Een kostenberekening (wat kost het om een bepaald doel te behalen) is eveneens nodig: wat moet je laten om minder pijn te bereiken. Eerst zullen de kosten hoog zijn, later lager.

Hoe haalbaar is het

Je mening over de kans op succes bepaalt de motivatie bij het opbouwen van je mogelijkheden. Tussentijdse succeservaringen zijn nodig, tussentijdse doelen eveneens, om het einddoel haalbaar te maken.

Therapieprogramma

  • hoe breng je systematisch meer inspanningen in je therapieprogramma: bezigheden zijn nodig om de pijn op de achtergrond te zetten, mits gedoseerd, gezien de beperkte belastbaarheid. Elke leegte vult zich met negatieve emoties; gebruik je spieren meer en je hersens minder!
  • hoe zorg je voor voldoende ontspanning: passief genieten is nodig om écht te kunnen ontspannen, span je spieren systematisch aan en ontspan weer, zorg voor een gelijkmatige ademhaling
  • hoe breng je meer afleiding en plezier in je leven: voldoende afleiding zorgt voor pijndemping; zoek activiteiten die overeenkomen met je voorkeuren

Stel vast wat je wilt gaan doen, hoe je dat wilt realiseren en wanneer je ermee begint. Deel je plannen met anderen, zodat ze je kunnen ondersteunen.

Vragen en antwoorden

Iedere les in De Pijn De Baas sluit af met een aantal vragen aan jezelf, horend bij de thematiek van de les. Ik vond het verhelderend om de antwoorden op deze vragen voor mezelf op te schrijven en er regelmatig naar terug te gaan.

Het gaat te ver om ook alle vragen in deze samenvatting op te nemen, maar ben je in het bezit van het boek grijp dan zeker eens terug naar deze vragen én je antwoorden.

Het systematisch antwoord geven op de vragen per les geeft ook een zeer goede basis voor bijvoorbeeld het stellen van eigen doelen in je eigen therapieprogramma, of als basis voor een revalidatieprogramma. Het laat je gestructureerd nadenken over vragen als ‘Hoe sta ik er eigenlijk in’, ‘Hoe typeren anderen mij’, ‘Wat wil ik zélf gaan bereiken’, ‘Wat kan ik concreet doen om beter te ontspannen’, enz.

Deel je ervaringen

  • Heb jij het boek ook gelezen en mis je iets in deze samenvatting?
  • Wat vond je positieve en minder positieve dingen in De Pijn De Baas? Heeft het boek je geholpen, en zo ja op welke manier?
  • Welke impact heeft het boek op jouw aanpak van chronische pijn gehad?

Deel je ervaringen via de reacties hieronder.

Heb je zelf een samenvatting van dit boek gemaakt?

  • Ik vind het leuk en nuttig deze te lezen.
  • Wellicht heb jij aanvullingen gemaakt die ik, met jouw toestemming, kan toevoegen aan bovenstaande samenvatting.
  • Laat het me weten door contact op te nemen.

Van welk boek zou jij graag een samenvatting lezen?

  • Reageer via de reacties hieronder en ik zet het boek op de leeslijst.

Meer lezen

Meer lezen over chronische pijn? Blader eens door het Blogmagazine Chronische Pijn.

  • Heb je het boek zelf nog niet gelezen, kijk dan eens of je eigen bibliotheek een exemplaar uitleent.
  • Wil je, omdat het één van de klassiekers is in de wereld van chronische pijn, het boek in je eigen boekenkast plaatsen, schaf het dan via onderstaande link aan. Je aankoop draagt bij aan méér opvang en beleving met muziek voor kinderen en jongeren in ziekenhuizen.

Meer financiering voor muziekonderwijs: bruggen bouwen tussen onderwijs, cultuur en zorg

Geschatte leestijd: 15 minuten.

Corona 2020. Het is óók de tijd van de overal opploppende webinars. Welk onderwerp ook door mijn hoofd schiet: er is een webinar voor, heb ik gemerkt. Zo volgde ik deze week een webinar-uurtje over én door Méér muziek in de klas. Het eerste door hen gegeven webinar, zo begreep ik, met een zeer goed gekozen eerste thema ‘Hoe regel je financiering voor méér muziekonderwijs’? Een verslag over Muziekakkoorden, passie, lokale fondsenwerving, commitment en stappenplannen.

Waarom neem ik deel aan dit webinar?

-> NB: Deze (persoonlijke) inleiding kun je ook overslaan: ga direct naar het verslag van het webinar.

Aanleiding

Ik ben, onder de vlag van Stichting Muziekids, al enige poos bezig met een lobby voor méér muziek in het ziekenhuis. Specifieker: méér muziek (opvang en beleving) voor kinderen en jongeren in het Amphia ziekenhuis in Breda. Om hen daarmee een leuke activiteit te bieden, opvang te bieden, afleiding en soms ook een beetje troost.

Éen van de onderdelen in deze lobby is het aangaan van lokale verbinding. Met de cultuursector, met het lokale bedrijfsleven, met serviceclubs én met het Bredase onderwijs.

Verbinding onderwijs, cultuur en zorg

Cultuur leeft, binnen de Bredase hogere, middelbare en lagere scholen. Er gebeurt uiteraard al een hoop als het gaat om cultuur, muziek, dans, toneel binnen het onderwijs in Breda. Dat realiseren en faciliteren is al een ‘goed doel’ op zichzelf, want er is altijd méér financiering nodig. Toch heb ik in de gevoerde gesprekken gemerkt dat er veel interesse en enthousiasme is om de culturele activiteiten in het onderwijs, en specifieker die op het gebied van muziek, te koppelen aan een voor de school extern goed doel als Muziekids; ‘méér muziek in het ziekenhuis’.

Scholen willen graag samenwerken met externe partners; er is vaak een wens tot samenwerking en verbinding. Het ‘met de school je inzetten voor een goed doel’ kan onderdeel zijn van lessen maatschappijleer, geeft leerlingen en studenten zicht op hun eigen rollen in de maatschappij. Het geeft een extra dimensie aan de cultuur- en muzieklessen: niet alleen muziek maken, maar muziek maken voor het goede doel.

Het ziekenhuis is daarnaast een voor veel scholen interessante maar ook minder goed toegankelijke omgeving. Een interessante samenwerkingspartner -maar hoe maak je verbinding, met welke insteek of welke activiteiten ga je samen aan de slag? ‘Muziek in het ziekenhuis’ legt die verbinding tussen zorgsector, cultuursector en onderwijs.

Veel kinderen en jongeren hebben niet zo’n beeld bij een ziekenhuis, totdat ze er zelf (of een broertje, zusje, ouder of familielid) in belanden. De omstandigheden zijn dan meestal niet ideaal, je bent ziek, je mist thuis, ja je mist zelfs school en je klasgenoten. ‘Muziekids Breda’ geeft scholen en leerlingen concrete tools om eens in een ziekenhuis rond te kijken zónder de directe lading van ‘ziek zijn’.

En meewerken aan een goed doel, fundraisen, samenwerken, geeft ook gewoon een goed gevoel. Haast iedere school organiseert jaarlijks ‘iets’ voor het goede doel; Muziekids in het ziekenhuis is dan een laagdrempelig project dat veel kinderen en jongeren (en hun ouders + docenten) aanspreekt.

Mijn doel deelname webinar

Mijn interesse werd gewerkt in het webinar ‘Money money money’ van Méér muziek in de klas. Een stichting die structureel muziekonderwijs nastreeft voor álle 1,6 miljoen basisschoolkinderen in Nederland.

Haast alle leerkrachten muziekonderwijs die ik in de loop der tijd in Breda heb gesproken zijn razend enthousiast om hun school te koppelen aan Muziekids Breda. Welk vak je ook als uitgangspunt neemt: er zijn koppelingen te maken met méér muziek in het ziekenhuis voor kinderen en jongeren. Maar tegelijkertijd hoor ik nog veel geluiden over de krapte waarin men werkt als het gaat om muziekonderwijs op school. Er is te weinig geld en daardoor te weinig uren, te weinig muziekdocenten, te weinig ruimte voor opleiding en training van nieuwe docenten die muzieklessen kunnen en willen verzorgen. Op veel scholen staat of valt het muziekonderwijs nog met één enthousiaste muziekgedreven docent. Ja, men wil het initiatief Muziekids graag ondersteunen met fundraising en bewustwording tijdens de lessen, maar tegelijkertijd is eerst extra financiering nodig.

Laat dit webinar nu net gaan over het regelen van extra financiering voor structureel muziekonderwijs voor alle basisschoolleerlingen. Mijn doel van deelname aan het webinar is om meer kennis op te doen over de financieringswijze(n) van muziekonderwijs. Om uiteindelijk te onderzoeken hoe we in Breda muziekonderwijs en Muziekids kunnen koppelen. Ofwel hoe we samen beter invulling kunnen geven aan de interessante crossover tussen cultuur, zorg en onderwijs. En: daarvoor gezamenlijk voldoende middelen uit de Bredase markt kunnen ophalen.

Met méér muziek in de klas uiteindelijk ook méér muziek in het ziekenhuis. Maar ook: Met méér muziek in het ziekenhuis een extra dimensie aan het muziekonderwijs op scholen.

Voordat we in de inhoud van het webinar duiken, nog even een snelle blik op de website van Méér muziek in de klas.

MuziekAkkoord

Hoe wordt muziekonderwijs normaliter gefinancierd? Méér muziek in de klas heeft al veel in kaart gebracht.

  • Er is een regeling van het Fonds voor Cultuurparticipatie, Cultuureducatie met Kwaliteit. Je kunt als school met een muziekonderwijsvraag naar een penvoerder stappen.
  • Soms zijn er gemeentelijke subsidieregelingen of een regeling op provinciaal niveau.
  • Er ligt financiering vanuit fondsen, bijvoorbeeld bij het VSBfonds. Dit fonds gelooft dat de werking van kunst en cultuur op het individu, collectieve effecten in de samenleving tot stand brengt.
  • Scholen kunnen zelf fondsenwervende acties organiseren, zoals een kerstmarkt of sponsorloop, waarmee geld wordt opgehaald voor bijvoorbeeld de aanschaf van instrumenten. Soms kunnen instrumenten worden geleend bij leerorkesten.
  • Natuurlijk is het slim om samenwerkingen op te starten met het theater of podium in de buurt van de school, met de muziekschool, het kunstencentrum, harmonie of andere muziekvereniging, of zijn zelfstandige vakleerkrachten muziek te betrekken bij het muziekonderwijs op je school.

Méér muziek in de klas heeft een vijfstappenplan ontwikkeld (zie verderop), met uitleg bij iedere te onderzoeken stap, om financiering voor méér muziek in de klas te realiseren. Bij alle stappen, fondsen, wervingsacties of projectfinancieringen wordt altijd gestimuleerd om externe partners te zoeken en betrekken, de kracht van samenwerking te benutten. Muziekids en het ziekenhuis kunnen bij uitstek natuurlijk fungeren als extra samenwerkingspartners.

Ik lees daarnaast:

De MuziekMatch is een financiële impuls voor regionale publieke én private partijen om samen te werken voor structureel muziekonderwijs op de basisscholen in de regio. De MuziekMatch is gekoppeld aan “Méér Muziek in de Klas Lokaal.” Voorwaarde is dat regio’s via de methodiek van Méér Muziek in de Klas Lokaal komen tot een MuziekAkkoord. De plannen waaraan de partijen zich in een MuziekAkkoord committeren kunnen financieel ondersteund worden vanuit de MuziekMatch.

Webinar financiering muziekonderwijs: money, money, money

Voor het online webinar, de eerste in een reeks aldus Méér muziek in de klas, is 45 minuten uitgetrokken. Voor de online start staat er al een chat open, waarin vanuit het hele land mensen zich voorstellen en melden dat ze met spanning wachten.

Woord en beeld combineren?

Hieronder zie je het volledige webinar in beeld. Open het op je ene device, en lees mijn verslag mee op je andere device. Enige multitask-skills zijn wel handig dan 🙂

Introductie

Het webinar is opgezet als een soort nieuwsuitzending, met presentator en gasten-aan-tafel die elkaar afwisselen. De gesprekken worden afgewisseld met filmpjes en korte ‘expert-interviews’; de experts komen regelmatig terug.

Het webinar, met de software van Webinargeek.com, start met een Infomercial van Méér muziek in de klas. Even voorstellen.

Jantien Westerveld

Vervolgens komt Jantien Westerveld, directrice van Méér muziek in de klas, aan het woord.

Enkele punten die zij aanstipt:

  • streef naar een integrale aanpak, doe het niet alleen maar betrek juist samenwerkingspartners
  • ondanks dat er financiering is voor muziekonderwijs, blijkt toch vaak extra geld nodig om losstaande projectjes en activiteiten te realiseren; het is dus goed om als school of schoolverband op zoek te gaan naar lokale binding en fondsenwerving
  • inmiddels bereikt Méér muziek in de klas al ruim 300.000 kinderen, zelfs 500.000-600.000 als je het bereik nog wat breder bekijkt. Tegelijkertijd is er nog een wereld te winnen en wil men álle 1.600.000 basisschoolleerlingen muziekonderwijs aanbieden.
  • projecten draaien om de inhoud van het muziekonderwijs, maar voldoende financiële middelen zijn ontzettend belangrijk, daarom juist dit webinar
  • er is nu een regioregeling in samenwerking met het ministerie; extra stimuleringsgeld onder de noemer Muziekmatch. De financiering is verdeeld als 1/3 door het rijk (vanuit de ‘MuziekMatch’), 1/3 lokaal (gemeente, provincie e.a.) en 1/3 uit private bronnen (scholen zelf, bedrijven, acties). De site vult aan: het bedrag dat wordt uitgekeerd vanuit de MuziekMatch is afhankelijk van het aantal leerlingen in de regio en is maximaal €70.000,-.

MuziekAkkoord

Er is breed maatschappelijk draagvlak voor muziekonderwijs in de klas, muziekonderwijs is zó wezenlijk belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Kort wordt de lobby van professor en neuropsycholoog Erik Scherder aangestipt (‘toevallig’ ook ambassadeur van Muziekids, KH).

Het belang van goede lokale fondsenwerving wordt benoemd: het binnenhalen geld voor maatschappelijke doelen, zoals muziekonderwijs.

Online, op de site van Méér muziek in de klas, lees ik dat het in het MuziekAkkoord opgehaalde geld wordt besteed aan de behoeftes van de scholen, die staan centraal in het MuziekAkkoord dat wordt gesloten.

Het geld kan bijvoorbeeld worden besteed aan:

  • Personeel (inzet vakleerkracht, die bijvoorbeeld ook het leerkrachtenteam ondersteunt)
  • Materialen (instrumenten, lesmethode)
  • Deskundigheidsbevordering van groepsleerkrachten
  • Ruimte geschikt maken voor muziekles
  • Inkopen van aanbod van muziekaanbieders
  • Netwerkvorming en samenwerkingen met derden, zoals muziekverenigingen, maar ook private partijen
  • Inzet van een regionale projectleider of kwartiermaker of het opdoen of inhuren van expertise op het gebied van het werven van private gevers

Eerste experttips

Het lokaal ophalen van geld, hoe werkt dat nu? Hoe doen andere ‘fondsenwervers’ dat eigenlijk? Het webinar zoomt even uit naar de best practices in andere sectoren. Er zijn voorafgaand aan het webinar diverse experts geïnterviews, waarvan fragmenten in het webinar worden getoond. Achtereenvolgens delen Aaltje van Zweden (oprichter en bestuurslid van Papageno), Patty Nobrega (manager corporate partnerships bij het Concertgebouworkest) en Eline Danker (manager marketing, communicatie, educatie en fondsenwerving bij Artis) hun eerste tips omtrent fondsenwerving.

  • ga vooral verbinding aan met het lokale bedrijfsleven
  • praat vanuit je passie, dan wordt het makkelijker om mensen te betrekken en verbinden.
  • betrek je eigen netwerk, Linkedin, bestuursleden van de school of in je vriendennetwerk, spreek je buren aan, enzovoort.
  • bijt je er écht in vast

Ambassadeur Méér Muziek in de klas: Assen

De experts volgen elkaar in rap tempo op in het webinar. Mirjam Pauwels schuift aan, wethouder in Assen, stuurgroeplid van het MuziekAkkoord Drenthe en ambassadeur van Méér Muziek in de Klas Assen.

In juni 2019 is het MuziekAkkoord Drenthe getekend door alle Drentse gemeenten, de provincie en diverse partijen.

De tips van Mirjam:

  • streef naar betrokkenheid van andere bestuurders en gedeputeerden; hoe meer enthousiasme en verbinding hoe beter
  • zoek commitment bij alle partijen die betrokken (willen) zijn en organiseer dat rondom de inhoud: muziek maken op school
  • onderzoek ook welke bijdragen in natura kunnen worden geleverd
  • inventariseer lokale activiteiten rondom muziekonderwijs waar extra geld nodig is, hiermee krijg je grip op wát er georganiseerd kan worden en hoeveel geld daar voor nodig is
  • zoek lokaal naar mogelijkheden voor fondsenwerving, bij voorkeur in samenwerking met een ervaren professional. Lokaal fondsen werven werkt beter dan wanneer je het breed provinciaal probeert in te steken.
  • geld, tijd, inzet, deskundigheid en materialen die scholen zelf beschikbaar maken valt ook onder de noemer ‘privaat geld’ (om tot die benodigde 1/3 te komen)
  • sponsoring zorgt uiteraard voor geld, maar ook voor lokale betrokkenheid, dat is eigenlijk net zo belangrijk. Die betrokkenheid vergroot het netwerk en daarmee kansen op nieuwe sponsoring en financiering.

Het regelen van een MuziekAkkoord kost tijd. Het is ook niet een geheel nieuwe activiteit, hiervoor waren er natuurlijk ook al decennia met muziekprojecten in het onderwijs. Het MuziekAkkoord is wel nieuw binnen de omgeving Assen.

Drenthe heeft een Fonds op Naam opgericht, met een apart rekeningnummer en Anbi status, specifiek voor Meer muziek in de klas in Drenthe. De strategie rondom fondsenwerving staat nog wel in de kinderschoenen.

Doel voor de komende periode is nu ook om links te gaan leggen met andere relevante partijen. Denk daarin breed: de kinderopvang, ouders, muziekverenigingen, denk ook aan de lokale supermarkt en betrokkenheid in de wijk rondom de school. Hoe meer mensen overtuigd raken van het nut van muziekonderwijs, hoe meer partijen actief worden. En dat leidt uiteindelijk ook tot nieuwe financieringsbronnen.

Adhoc financiering vanuit fondsen en sponsoring is nodig voor allerlei activiteiten rondom muziekonderwijs, maar op welke manier wordt de lange termijn van het muziekonderwijs geborgd? Een lastiger vraag voor Mirjam, dat zit ‘m toch vooral in de cultuurinstellingen en financieringsprogramma’s als Cultuureducatie met Kwaliteit. Het vinden van een duurzame sponsor voor financiering van muziekonderwijs op de langere termijn is niet onmogelijk, maar toch vaak lastig.

In Drenthe wil men de komende periode lokale sessies met schoolleiders gaan organiseren. Centraal daarin staat de vraag ‘Wat heb je nodig vanuit de stuurgroep om méér muziekonderwijs op school aan te kunnen bieden?’ Dat moet de stuurgroep goede input geven om gericht financiering te zoeken.

Zevenaar cadeaukaart

Vervolgens wordt ingezoomd op een hele concrete fondsenwervende actie, namelijk de ‘Zevenaar cadeaukaart’. Joyce Mulder, ondernemer en lid van Ondernemend Zevenaar (de ondernemingsvereniging) vertelt over de nieuwe cadeaukaart -een pas- waar letterlijk geld opstaat dat de consument kan inzetten in allerlei participerende winkels. Van alle verkochte kaarten gaat 2% naar méér muziek in de klas; dat gaat jaarlijks een ‘behoorlijk budget’ opleveren.

Zevenaar kende al langer zo’n cadeaukaart, maar dat was een fysieke papieren kaart. Er was een project gestart om het gehele proces meer te digitaliseren. Vanuit de cultuurhoek kwam het idee om een deel van de (substantiële) omzet die de kaart oplevert aan een goed doel te besteden: muziekonderwijs.

Input van Joyce:

  • betrek altijd de lokale ondernemersvereniging bij muziekonderwijs
  • de cadeaukaart zorgt voor een mooie verbinding tussen ondernemer, consument en het lokale muziekonderwijs: iedereen raakt betrokken
  • doel is nu om zoveel mogelijk partijen te betrekken bij kaart; kaart kan je kopen in winkels, het wordt een mantelzorgcompliment, de gemeente geeft haar medewerkers de kaart als kerstcadeau, etc.
  • 2% klinkt wellicht als weinig, maar omdat het verspreidingsgebied van de kaart behoorlijk groot is verwacht men jaarlijks een substantieel budget voor meer muziekonderwijs
  • idee van de cadeaukaart is eenvoudig landelijk kopieerbaar (er zijn landelijk natuurlijk al vele cadeaukaarten in omloop, KH); ga lokaal het gesprek aan om deze te koppelen aan méér muziekonderwijs

Volgende ronde experttips

Na het voorbeeld van de cadeaukaart in Zevenaar komen opnieuw de experts aan het woord.

Een aantal aanvullende tips:

  • zorg ervoor dat je je verhaal kunt vertellen in 1 minuut, enthousiast (je ‘pitch’ moet op orde zijn)
  • investeer in de breedte van je netwerk
  • ga je in gesprek met mensen luister dan vooral ook goed: welke haakjes zijn er
  • vraag niet direct om geld, vertel je verhaal vanuit je passie; mensen raken enthousiast over de inhoud – wáárom is het nodig?
  • praat altijd over je project en de organisatie waarvoor je geld zoekt – altijd, overal

Huiskamer muziekvoorstellingen

Een volgend voorbeeld in het webinar van een creatieve actie die moet zorgen voor meer financiële middelen voor méér muziekonderwijs. Maarten Koolen komt aan het woord, ondernemer in Helmond en betrokken bij serviceclub Kiwanis. Via een speciale verjaardag die hij organiseerde voor zijn 90-jarige vader ontstond het idee van de huiskamer muziekvoorstelling voor méér muziekonderwijs in Helmond.

Kort komt het idee er op neer dat je via een speciaal ontwikkeld platform (Kiwancerto) een artiest kunt boeken die thuis, in ‘de huiskamer’, komt spelen. Artiesten zijn bijvoorbeeld bijna afgestudeerde studenten van het conservatorium, die zo een extra podium voor hun muziek vinden. Iedereen die een feest wil geven (jubileum, gouden bruiloft, speciale verjaardag etc.) betaalt bijvoorbeeld (stel, ter eenvoud van het rekenvoorbeeld) 1000 euro voor de artiest. Daarvan gaat gemiddeld 70% à €700 naar de artiest en 30% à €300 naar méér muziek in de klas.

Laatste ronde tips experts

Voor de laatste keer in het webinar komen de experts aan het woord. Want: hoe overtuig je nu een potentiële investeerder?

  • overtuig altijd met je hart, vanuit je passie
  • laat de urgentie zien, benoemd en toon aan dat er te weinig middelen zijn
  • maak het concreet, neem bijvoorbeeld de kinderen mee en laat hén het verhaal vertellen
  • werk met een duidelijk plan en een duidelijke doelstelling: hoeveel geld wil je voor welke activiteit(en) ophalen?
  • leg uit wat het verschil is dat men met het donatiebedrag maakt voor het succes van je project; zet de donatie om in concrete cijfers: ‘x euro levert x meer kinderen op die geraakt worden door muziek’
  • werk dus zoveel mogelijk met een planmatig verhaal, maar wel vanuit je hart gebracht

Tot slot: nog eenmaal Jantien

Als afsluiter van het webinar Money money money (ja, 45 minuten vliegen voorbij!) komt nog eenmaal directrice Jantien Westerveld aan het woord met enkele laatste tips.

  • wees altijd pro-actief; vertel je verhaal aan iedereen die het zou willen horen
  • investeer in de relatie: vertel niet alleen wat je komt halen, maar zeker ook wat je komt brengen: wat levert het de potentiële sponsor op?
  • maak de urgentie duidelijk
  • geef altijd aan dat je niet iedereen kunt bereiken, maar dat je wél inzet op gelijke kansen voor álle kinderen
  • haal extra kennis en voorbeelden op tijdens de landelijke Muziektafeldag (9 september, KH)
  • streef ernaar om zoveel mogelijk partijen lokaal te laten samenwerken: muziekschool, onderwijs, cultuur, bedrijfsleven. Het is niet ‘ieder voor zich’ maar maak met elkaar een financiële spaarpot om dit mogelijk te maken.
  • streven van Méér muziek in de klas is om over “4 jaar” álle kinderen toegang tot muziekonderwijs te geven, zowel in Nederland als in de overzeese gebieden

Mijn terugblik op het webinar

45 Minuten vliegen voorbij. Natuurlijk was dit webinar een eerste van velen, maar juist daarom goed dat er direct gekozen is voor een onderwerp dat vaak een sluitstuk vormt bij het maken van plannen: de financiering.

Goed vond ik om te horen dat Méér muziek in de klas samenwerking tussen partijen centraal stelt. Dat biedt naar mijn idee mooie kansen aan Muziekids, laten we beginnen in Breda. Elkaar niet zien als concurrent die in dezelfde financiële vijver vist, maar juist als partijen die elkaar kunnen versterken in het bereiken van gezamenlijke (kinderen betrekken bij muziek) én verschillende (school versus ziekenhuis) doelen. Ook Muziekids heeft de lokale cultuurcentra, ondernemers én de scholen nodig om voldoende middelen te genereren voor muziekbeleving in het ziekenhuis. In de praktijk van de laatste 10 jaar zetten al ontzettend veel scholen zich in voor Muziekids: er worden veel acties georganiseerd, Muziekids komt op scholen over de vloer, er wordt door muziekvrijwilligers op scholen muziek gemaakt, er wordt samen geld opgehaald.

Ik weet hoe moeilijk het is om een webinar van 45 minuten te organiseren. Alle complimenten dus voor Méér muziek in de klas! Er is goed nadruk gelegd op het stimuleren van het lokale commitment om geld op te halen. De expert-tips vond ik nog wat algemeen van aard; goed om eens te horen maar ook weer niet heel verrassend.

Wat ik wat miste in het webinar was de meer praktische aanpak: hoe begin je nu, als je muziekdocent op een school bent en enthousiast bent om de wijk en het dorp of de stad in te trekken? Wellicht dat het online stappenplan van Meer muziek in de klas daarbij helpt.

(Bron: Handboek Méér muziek in de klas)

Gelijktijdig met het webinar liep een online chat, waar ook druk gebruik van werd gemaakt. Veel zeer concrete en zinvolle vragen vlogen op volle snelheid door het computerbeeld; natuurlijk was het niet het moment om deze uitgebreid te beantwoorden, al waren meerdere moderatoren druk aan het reageren. Veel vragen ook over huidige financieringsstromen voor muziekonderwijs. Je aandacht verdelen tussen luisteren naar het webinar en het volgen van de chat is…best lastig. Wat zou het goed zijn dat achteraf alle vragen uit de chat online worden verzameld en stapsgewijs beantwoord. En dat mensen met dezelfde vragen, plannen en ideeën online bij elkaar worden gebracht om ideeën verder uit te werken!

Bruggen slaan tussen onderwijs, cultuur en zorg

Méér muziek in de klas.

Méér muziek in het ziekenhuis.

Het zijn twee mooie goede doelen, losstaand maar ook met zo’n grote overlap. Het gevoel bekruipt me enerzijds dat de doelen kort-door-de-bocht gezegd elkaars concurrenten zijn. Beide zoeken immers naar structurele financiering, landelijk en lokaal. Beide willen in de gunst van het lokale bedrijfsleven en andere mogelijke financierders komen; méér geld maakt méér mogelijk.

Anderzijds zie ik vooral veel ruimte voor samenwerking. Samen sterk(er). Vanuit de gelden van MuziekMatch kan juist samenwerking met een externe partij als Muziekids worden vormgegeven. Er liggen zulke mooie kansen om juist door samenwerking een brug te slaan tussen onderwijs, cultuur én zorg. Een extra dimensie te geven aan het muziekonderwijs op scholen, samenwerking te stimuleren tussen cultuurspelers, scholen én ziekenhuizen. De ziekenhuis’drempel’ voor kinderen en jongeren te verlagen, misschien ook wel minder ‘eng’ te maken, júist door op momenten dat ziekte níet speelt met cultuur, muziek, de omgeving van het ziekenhuis te verkennen. Muziekactiviteiten op school door te kopiëren naar het ziekenhuis, verbinding te leggen tussen klasgenootjes en hun zieke mede-klasgenoot, uitvoeringen te geven in de daarvoor geschikte ruimtes die de moderne ziekenhuizen bieden.

Financiering regelen voor muziekonderwijs is voor veel scholen denk ik een complexe hobbel. Waar begin je, wie krijgt er op school tijd voor, wie heeft de expertise om plannen te maken en schrijven, welke partijen betrek je. Ik kan me de vele vragen die leven op een school levendig voorstellen. Tegelijkertijd is Méér muziek in de klas een goede partij met veel expertise in huis en biedt Muziekids extra samenwerkingskansen. Vaak is het ook een kwestie van beginnen én doen.

Ik ga de uitdaging in Breda aan. Wie mee wil doen om deze brug samen met mij te slaan, is welkom zich te melden!

Deel je ervaringen

Waarom eigenlijk een verslagje van dit webinar? Ik geloof in kennisdeling. Ik geloof er in dat wanneer we al die nuttige kennis in artikelen, webinars, presentaties, workshops e.d. meer met elkaar delen, meer mensen nieuwe kennis opdoen en van elkaar kunnen leren. Het vergroot het effect van één op zichzelf staande activiteit.

  • Heb jij ervaring met muziekonderwijs? Werk je wellicht op een school en loop je rond met plannen voor uitbreiding?
  • Heb je wellicht al stappen gezet om lokaal financiering te regelen voor méér muziekonderwijs? Ben je de verbinding met lokale samenwerkingspartners en financierders al aangegaan?
  • Heb jij ook het webinar gevolgd? En wat vond jij er van?

Deel je gedachten en ideeën via de reactiemogelijkheid hieronder.

Meer lezen

Een Creatieve Zomer: zit er creativiteit in mijn leven?

Geschatte leestijd: 6 minuten.

Een Creatieve Zomer! Zo heet het zomerproject van de Nieuwe Veste, de Culturele Markthal en het Centrum voor de Kunsten van Breda. Nieuwe Veste verbindt al jarenlang, maar tegenwoordig sterker dan voorheen, alle Bredase sectoren en maatschappelijke organisaties rondom zorg, welzijn, cultuur en onderwijs. Deze zomer wil Nieuwe Veste laten zien in hoeveel Bredanaars iets creatiefs schuilt, op wat voor manier dan ook. Eind juni werd een oproep geplaatst om je creativiteit in te zenden: “Samen maken we een creatieve zomer als nooit tevoren, met onze prachtige stad als podium.”

Ik kende nog wel iemand met enige mate van creativiteit in zich 😉 en besloot een tekst in te sturen. Meteen een mooi podium voor ‘mijn’ singer-songwriterband Tak&Band en wellicht kon ik er nog een boodschap rondom de plannen voor Muziekids Breda in kwijt: bij uitstek een initiatief dat ‘zorg’, ‘cultuur’, ‘welzijn’ en ook ‘onderwijs’ met elkaar verbindt…

Oproep Een Creatieve Zomer

Mijn inzending voor Een Creatieve Zomer

Ik stuurde begin augustus mijn inzending in en 12 augustus 2020 werd deze al op Facebook geplaatst:

Staartje

Hoe leuk, dacht ik, deze gratis extra aandacht voor Tak&Band en het mooie werk van Pieter, dat nog véél meer mensen mogen horen wat mij betreft. Leuk project van de Nieuwe Veste.

Maar mijn inzending bleek nog een staartje te krijgen; er zat nog méér creativiteit in deze zomer.

Na de Facebook plaatsing werd ik benaderd door de projectmanager met de vraag of ik het leuk vond een portret te laten maken van…mezelf. Het werk met Tak&Band, de creatieve uitdagingen bij OnCue, het vrijwilligerswerk voor Muziekids, de schrijfsels op dit blog…als ‘creatieveling’ vonden ze me mooi veelzijdig.

Ik mocht zelf bepalen waar ik het over wilde hebben en in welke vorm. Er was alleen één beperking: het uiteindelijke portret mocht slechts +/- 2 minuten duren…’spanningsboog van de kijker, etc.’ Moet je net mij hebben, haha. Kort en bondig…dat is nou niet één van mijn specialiteiten. En ik had natuurlijk veel te veel boodschappen te geven.

Hoe dan ook, 18 augustus kwam filmmaker Yannick thuis langs en maakten we in mijn ‘studio annex muziekkamer’ de beelden. De opname ging voorspoedig…het werd zelfs een ‘onetaker’!

Het videoportret in 2:57 of 939 woorden

Natuurlijk blijft het bijzonder gek om jezelf terug te zien (en te horen!), maar als ik het hoge latje wat laat dalen ben ik uiteindelijk ook wel weer tevreden met het eindresultaat van mijn portret bij Een Creatieve Zomer.

(rond 1:30 zit er een rare hiccup in het beeld, een technisch iets, wordt aan gewerkt)

Voor die mensen die, net als ik, 2 minuten (en 57 seconden, die ik erbij snoepte) nogal kort vinden: hieronder nogmaals de -vooraf aangeleverde- 5 vragen, inclusief de meer uitgebreide antwoorden die ik had voorbereid. 🙂

Hoe heeft creativiteit zich in jouw leven ontwikkeld?

Creativiteit heeft ‘m bij mij altijd in ‘muziek’ gezeten. Niet in schilderen, tekenen, knutselen o.i.d. Daar heb ik zelfs een gezonde hekel aan. Tekenlessen vroeger op school, verschrikkelijk. Maar muziek maken en luisteren: dat zeker.

Mijn vader was dirigent van een (kerk)koor en gaf ook muzieklessen AMV (Algemene Muzikale Vorming). Ook ik liep door de ‘normale’ muzikale opleiding van vroeger: eerst AMV volgen -bij een andere docent dan mijn vader-, toen een aantal jaren blokfluitles. Op een gegeven moment wilde ik iets spannenders. In de jaren ‘80 kwam natuurlijk de synthesizer op; dat vond ik prachtig. Éen instrument waar tientallen, honderden, instrumenten in ‘verstopt’ zaten. Het waren de tijden van Dire Straits, Bruce Springsteen, Sting, maar ook De Dijk. Dat waren, en zijn nog altijd, míjn bands.

Na een paar jaar les in piano/synthesizer kwam ik via mijn buurman in een coverband terecht die nét gestart was. OnCue uit het West-Brabantse Hoogerheide. Mét blazers, met twee gitaristen, maar nog zonder toetsenist. Dat werd ik. Inmiddels bestaan we 26 jaar en zijn we een paar honderd optredens verder.

Wat drijft jou om steeds te creëren?

De vrijheid om met zo veel en diverse instrumenten passende toetsenpartijen te maken. Een tijdje terug kocht ik de Roland Integra-7 geluidsmodule.

De ríjkdom aan geluiden die daar in zit…dat stimuleert steeds opnieuw tot ontdekken en toepassen. Soms speel ik heel basic, piano en hammond, dat vind ik de fijnste manier van spelen in bands. Maar ik probeer steeds meer te variëren in geluid, geluiden toe te voegen aan bijvoorbeeld de piano. Dat maakt het interessanter.

Bij coverband OnCue heb ik alle ruimte om, binnen de bestaande songs, eigen partijen te maken. Natuurlijk wil je enerzijds het origineel benaderen, óók in de toetsenpartij. Anderzijds is het juist leuk om creatief te zijn…en ben ik ook gewoon niet goed genoeg om originele partijen écht te benaderen haha.

Sinds een jaar of drie speel ik in een vaste tweede band, Tak&Band. Een band rondom de Bredase singer-songwriter Pieter Tak. Pieter maakt eigen luistersongs, vaak over problemen in de wereld, met Ierse en Amerikaanse West-Coast invloeden. Pieter, ruim in de 60, is zó creatief en muzikaal, dat inspireert mij enorm. Hij legt songs bij mij weg, vaak via e-mail, waar gewoon nog geen pianopartij is. Dat daagt mij uit om volledig zélf partijen te verzinnen. Een hele nieuwe manier van werken die ik heel leuk vindt, toch anders dan bij de coverband, los van de andere muziekstijl.

Hoe belangrijk is het voor je dat andere mensen jouw creaties zien?

Optreden is het fijnste dat er is. De kick die het geeft om andere mensen naar jouw muziek te laten luisteren die is niet te beschrijven. Ik heb al heel vaak op een podium gestaan, maar iedere keer weer vind ik het een cadeau. Mensen te zien genieten van je muziek, emoties komen los. Heel intens, soms heel intiem (bij de muziek met Tak&Band), soms heel feestelijk (bij OnCue).

Optreden is het einddoel, iets waar je telkens weer naar toe werkt. Maar tussendoor is repeteren gewoon ook heel leuk om te doen. Lekker muziek maken; in m’n eentje, samen met Pieter, of met de bands. Ik kan uren besteden aan gewoon lekker piano spelen, zonder dat íemand meeluistert.

Maar natuurlijk is het leuk om feedback te krijgen tijdens of na een optreden, wanneer mensen écht ingaan op de muziek die je maakt, of juist als ze delen dat ze veel plezier hebben gehad.

Wat is je creatieve hoogtepunt?

Dat zijn er twee, mag dat ook? 🙂

Met OnCue bestonden we in 2004 tien jaar. We hebben voorafgaand een tijd gepraat hoe we dat zouden gaan vieren. We wilden er echt ‘ons feestje’ van maken, doen wat we het liefst doen. Optreden dus, maar dan wel een optreden waarbij alles klopte. Uiteindelijk werd het een optreden voor ons thuispubliek, in een mooie grote zaal met een goed podium en mooie verlichting. De sfeer toen, die klopte gewoon. Er is later een dvd en cd van gemaakt, ik kijk hem nog regelmatig en ben dan weer terug op dat podium.

Fragment uit 10 jaar OnCue, 2004 (jaaaaaaaa…dat is 16 jaar terug!)

Recenter was er een hoogtepunt met Tak&Band, vorig jaar in 2019. Onder coördinatie van Pieter hadden we met een aantal muzikanten, los van elkaar, toegewerkt naar een nieuwe cd, ‘Everything’. Losse opnamen, bij Pieter thuis. Überhaupt al een prestatie dat hij dat in eigen beheer zo goed en zorgvuldig heeft weten op te nemen. In Het Klooster in Breda hadden we gezamenlijk de cd-presentatie. Alles kwam daar mooi samen, ook dat optreden klopte, we hadden zelfs een hoorniste, klarinet, saxofoon erbij: Tak&Band XL. Die cd en dát optreden waren zeker hoogtepunten.

Is er iets of iemand die jou inspireert?

Dat zijn er meerderen. Pim Kops, toetsenist van De Dijk, in zijn manier van spelen en de basic geluiden (piano & hammond) die hij gebruikt. Bruce Springsteen, in zijn songwriting en enorme energie op het podium. Recent ook Melissa Etheridge, in hoe zij omgaat met tegenslagen en kracht vindt in haar muziek.

Natuurlijk Pieter Tak, die mij inspireert en uitdaagt via zijn muziek. Niet altijd de meest gemakkelijke songs om te spelen, maar het is heerlijk om met hem te werken, hij ademt respect en dat is wederzijds.

Maar zeker ook Robbert de Vos. Hij is drijvende kracht achter Stichting Muziekids, een stichting die muziekopvang en muziekbeleving voor kinderen en jongeren in ziekenhuizen organiseert. Zij zijn al op aantal plekken actief in NL. Dit najaar gaat een project van start om duurzaam méér muziek in Amphia Breda te realiseren. Ik zoek nog vrijwilligers en financiële middelen om dit samen met mij in ons ziekenhuis te gaan realiseren! 😉

Oordeel zelf

Dan blijkt maar weer hoe kort 2 à 3 minuten eigenlijk is. Natuurlijk is de grote lijn van het verhaal aan bod gekomen, maar uitweiden is in die zeer korte tijd gewoon niet mogelijk.

Ondanks dat vond ik het erg leuk om te doen.

Wil je alle inzendingen van Een Creatieve Zomer bekijken, bezoek dan de Facebook-pagina.

Meer lezen

Duurzaam leven. Ik worstel voorlopig nog.

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Duurzaamheid. Ik vind het een moeilijk begrip. Het is ook zo’n containerbegrip, dat je naar gelang je voorkeuren of (zakelijke) bezigheden op allerlei manieren kunt uitleggen. Dat maakt het ook zo lastig om duurzaamheid te definiëren. Duurzaam leven, hoe doe je dat?

Duurzaamheid, een definitie.

Eerst maar eens een definitie.

Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling waarbij de huidige wereldbevolking in haar behoeften voorziet zonder de komende generaties te beperken om in hun behoeften te voorzien.

Wikipedia

Ok…dat is geen exacte definitie van duurzaamheid maar meer van duurzame ontwikkeling. Maar ik kan hem wel gebruiken: duurzaamheid is een status, een toestand, waarin ik leef op een manier waarbij de huidige wereldbevolking in haar behoeften voorziet zonder de komende generaties te beperken om in hun behoeften te voorzien.

Mmm.

Da’s nogal een grote stap, van mijn leventje naar dat van de hele wereldbevolking.

Toch ben ik er van overtuigd dat mijn gedrag, mijn handelen, wel degelijk kan bijdragen aan het algehele duurzame gedrag van veel mensen op de wereld en dat van toekomstige generaties. Als je het bij jezelf houdt, zelf duurzaam probeert te leven, inspireer je vanzelf anderen om dat ook te doen.

Een uitstapje in de tijd. Terug naar 2011.

Ik werk bij JoHo, al een tijd en ook nog geruime tijd. Al zit ik nu (anno 2020) in een flinke dip qua gezondheid (lees: Chronische pijn), er komt een tijd dat dat weer veranderd is. Daar is JoHo me veel te dierbaar voor.

Maar goed, 2011 dus. We geven onszelf, met financiële hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de opdracht om in vier jaar tijd 1.000 jongeren (14-25) te inspireren, motiveren en faciliteren om een ervaring in het buitenland (‘ontwikkelingsland’) op te doen. Een programma rondom wereldburgerschap. Niet alleen om hier eigen talenten en competenties mee te ontwikkelen, en ook niet alleen om elders op de wereld voor enkele weken of maanden een kleine bijdrage te leveren, maar (vooral) ook om eenmaal terug in Nederland die ervaring om te zetten in duurzaam gedrag.

MillenniumDoen!, heet het programma; met een verwijzing naar de millenniumdoelen (tegenwoordig: sustainable development goals) én een krachtige actie (Doen!) erin.

We geven jongeren een aantal tools om hen te stimuleren de ervaring daadwerkelijk om te zetten in duurzaam gedrag. Hieruit is het anno 2020 nog steeds actieve platform World Supporter ontstaan, met profielen van minimaal 1.000 jongeren die online delen wat ze doen om bij te dragen aan een betere wereld.

Het blijkt, met hulp van diverse partners in Nederland en verspreid over de wereld, geen enkel probleem om jongeren te vinden die deze kans willen benutten. Ook het vinden van eigen financiering en regelen van extra fundraising voor de projecten waar ze aan de slag gaan lukt meestal goed. Zoals vaak in dit soort programma’s ontstaat er een kopgroep van ongeveer 100 à 150 jongeren die zich als échte wereldburgers gedragen, maar door- en doorgaan om bij te dragen aan onze wereld en anderen uit hun directe en indirecte achterban daar bij te betrekken. Daarnaast een grote middengroep van zo’n 750 jongeren die de kans en (financiële en inhoudelijke) hulp aangrijpen om een eerste wereldervaring op te doen en vooral met hun directe omgeving te delen wat ze meemaken en terug in Nederland uitvoeren. Tot slot een groep van 100 à 150 jongeren die wat meer achter de broek moet worden aangezeten en meer hulp van begeleiders nodig heeft.

Dol Dwaze Duurzamen

Vooral die kopgroep heeft me al die tijd, verspreid over vier projectjaren, gegrepen en positief verrast. Het begrip duurzaamheid leeft écht bij hen en ze weten hun ervaringen ook heel tastbaar om te zetten in duurzaam gedrag. Daar is niets vaags aan, het is heel concreet. Van eigen duurzaam dagelijks gedrag tot fundraising acties voor goede doelen, van lezingen overal in het land waarmee men duizenden anderen motiveert tot online acties en campagnes, van het betrekken van basisscholen tot studie- en carrièreswitches in de richting van social businesses of antropologie opleidingen.

De volhardendheid van deze kopgroep om niet alleen eigen gedrag te verduurzamen maar ook -op een leuke, creatieve en niet belerende manier- anderen te stimuleren tot duurzaamheid is aanstekelijk.

We krijgen uiteindelijk een dikke pluim van het Ministerie voor de uitvoer van en rapportage over het programma in z’n geheel. Het programma is kwalitatief goed uitgevoerd, er zijn tientallen partners bij betrokken en zowel het directe als indirecte bereik van alle deelnemers is groot én groter dan vooraf in de aanvraag beschreven.

Maar meer dan dat vind ik het mooi om te zien hoe duurzaamheid leeft onder jongeren.

Nieuwsgierig naar de manier waarop jongeren invulling gaven aan hun wereldburgerschap, met stimulansen van MillenniumDoen!? Bekijk de Portretreeks die we destijds maakten van acht World Supporters die meededen aan het programma.

Terug naar mijn eigen leven, anno 2020

MillenniumDoen! inspireerde ook mij om wat vaker te letten op mijn eigen duurzame gedrag. Het niet in de grootsheid van landelijke campagnes, wereldwijde development goals of in het werk van grote ontwikkelingsorganisaties te zoeken, maar juist in het kleinschalige. Vaker korter te douchen, eens wat vaker te kiezen voor fair-trade producten, tijdens reizen vooral lokaal te eten en lang niet altijd af te dingen maar de ander wat meer te gunnen. En, nog steeds blog ik over wereldburgerschap op het World Supporter platform en in het Magazine Wereldburgerschap op deze site.

Maar.

Er is één grote maar.

Ik doe het niet consequent.

Ik heb duurzaam leven niet tot tweede natuur gemaakt.

Ik heb in 2019 (voor het eerst) een ‘allesvernietigende’ maar o zo mooie cruise gemaakt rondom de Verenigde Arabische Emiraten. Álles vernietigend, want cruisen staat geloof ik niet heel erg hoog op de duurzaamheidslijstjes… 😬 Ik vlieg vaak. En dan ook echt zo goedkoop mogelijk, zonder mijlen te compenseren (want daar geloof ik niet in). Ik eet niet biologisch. Ik hop per (logge, vervuilende) ferry’s tussen Griekse eilanden (2020). Ik verblijf in hotels van internationale ketens, in plaats van dat kleinschalige eco-hotelletje. Allemaal niet erg duurzaam gedrag dus.

Dus vertel het mij maar – wat is de definitie van duurzaam leven?

Ik leef met een dubbele duurzame moraal. Soms wel duurzaam, soms ook helemaal niet. Toch vertel ik mezelf wereldburger te zijn (meer dan ‘Nederlander’ of ‘Europeaan’). En wereldburgerschap als een van de centrale thema’s in mijn leven te hebben.

Dat landen en culturen verschillen nam niet weg dat de mensen in die verschillende landen en culturen zich heel universeel gedroegen. Ze zochten eten, drinken, een dak boven hun hoofd, geborgenheid, liefde.

Uit: De slag om Srebrenica, Frank Westerman

Ik lees veel over sustainability en mondiaal burgerschap. Ik praat en schrijf erover. Ik ga graag de discussie aan wat nu eigenlijk duurzamer is; dat grotere hotel aan de kust met werkgelegenheid voor tientallen mensen en evenzoveel toeleveranciers of dat kleine ecohotel in de jungle waar tien mensen per week verblijven. Ik volg de discussies op Oneworld. Ik ben genuanceerd in het vluchtelingendebat. En: is reizen niet per definitie een uiting van wereldburgerschap, van meer begrip ontwikkelen voor andere culturen en levensvisies? Een vorm van duurzaam gedrag, gewoon als activiteit op zichzelf?

Ik ben me hoe dan ook bewust van het belang van duurzaam leven, voor het nu én voor de toekomst.

Duurzaam leven, maar niet ten koste van alles.

Het moet wel leuk blijven. Enig opportunisme is mij niet vreemd en ik maak vaak prijsgedreven keuzes. Het klimaatdrammerige van sommige mensen, daar hou ik niet zo van. Geen ecofanatisme, alsjeblieft.

Wat dat betreft geloof ik heilig in de opzet van MillenniumDoen! destijds. Mensen al vroeg, op belangrijke beslismomenten in hun leven (studie, eerste baankeuze, etc.) in aanraking laten komen met ‘de wereld buiten Nederland’. Laten ervaren hoe goed wij het hebben over het algemeen én dat er mensen elders op de wereld in totaal andere omstandigheden leven. Hoe belangrijk het is om welvaart eerlijk(er) te verdelen. Om ecozones en wildlife te beschermen. En om anderen op een positieve manier mee te nemen in jouw eigen ervaringen.

Een MillenniumDoen! voor iedereen.

Ik pleit voor een MillenniumDoen! programma op ieder belangrijk beslismoment in je leven. Weer even actief stil te staan bij welke keuzes je waarom gaat maken. Ik schreef recent al over het belang van een gapyear (of gap’moment’) voor iedere leeftijdsklasse. Nou, laten we zo’n gap-periode dan ook maar wat aankleden met wereldburgerschap-elementen.

Twee duurzame vliegen in een klap.

Op belangrijke momenten in je leven even bewust stilstaan bij welke vervolgkeuzes je gaat maken. En tijdens zo’n keuzemoment niet alleen aan jezelf denken, maar ook aan de gevolgen van je keuze voor een ander – in het nú en in de toekomst.

Dát is pas duurzaam.

Deel je ervaringen

  • Wat is duurzaamheid of duurzaam leven voor jou?
  • Is ‘duurzaamheid’ voor jou vooral iets van de grote internationale c.q. mondiale campagnes, wereldwijde klimaatdoelen en beleidsmaatregelen van overheidsorganisaties? Of is duurzaamheid iets van ons allemaal, van jou en mij?
  • Op welke manieren hou jij in je dagelijkse gedrag rekening met de belangen van anderen en die van generaties na de onze?
  • Doe jij, net als ik, ook wel eens iets dat (volledig) botst met de duurzame idealen? Zo ja, wat?

Ik ben nieuwsgierig naar jouw visie op duurzaamheid en duurzaam gedrag. Deel je gedachten via de reacties hieronder.

Meer lezen over duurzaam leven

Ik blog regelmatig over wereldburgerschap. Lees er alles over in mijn Magazine Wereldburgerschap.

SDG’s – Direct in actie

Wil je direct in actie komen en bijdragen aan de sustainable development goals? Neem vanaf augustus 2020 deel aan de SDG Action Talks. Met online meetups via Zoom kun je je mening laten horen én je ideeën delen hoe jij en iedereen kan bijdragen aan een wereld waarin het heel normaal is dat we elkaar helpen.

Deelgenomen aan een Action Talk? Deel je ideeën en een kort verslag ook op World Supporter om anderen te inspireren.

Bewuster keuzes maken met een tussenjaar

Geschatte leestijd: 10 minuten.

Ik was een jaar of 11, 12 misschien.

Ik besteedde er uren aan. Ja echt, uren.

Per week, soms.

Aan wat? Computeren?

Nee, dat was toen…een andere tijd.

Aan meisjes?

Nope, te vroeg nog toen. 😉

Aan piano spelen?

Ook niet. Ik zat destijds nog vol in ‘de blokfluit’. En tafeltennis, andere hobby.

Aan turen in de bosatlas.

Ja echt, met m’n hoofd in die atlas. Prachtig vond ik dat -en 35 jaar later nog steeds. Hoe landen in elkaar zitten, hoe grenzen lopen, al die dorpen, steden, metropolen, gebergtes, rivieren, nationale parken. Nou ja, alles dus wat je in een atlas vindt. Je kunt er heerlijk bij wegdromen.

‘Aardrijkskunde’ was mijn favoriete vak op de middelbare school. Niet alle elementen trouwens, dat gedoe over grondsamenstellingen enzo neigde net iets te veel naar biologie, natuurkunde of scheikunde. Not ‘my cup of tea’. Maar de rest wel.

Ik vertaalde dat in de laatste jaren van mijn middelbare school naar ‘reizen’ en ‘toerisme’. Kreeg een gezonde honger naar het buitenland, erop uit trekken. Gelukkig had je destijds nog een voordelige versie van Interrail (dat heette toen ook al zo), dus treinde ik met twee middelbare schoolvrienden dwars door Europa. Prachtig. Ik was ‘opperhoofd treinschema’…niets leuker dan treintijden puzzelen en verbindingen zoeken…als we nu eerst naar zus reizen, dan kunnen we vanuit zus weer verder naar zo…enzovoort. Een mooie treinzomer was dat.

Je praatte eens wat met de decaan, vroeg her en der opleidingsbrochures op (er was nog geen internet, althans niet de openbaar toegankelijke versie), deed op papier een beroepskeuzetest. Maar het was voor mij al heel lang duidelijk: die interesse in landen, volkeren en ‘buitenland’ ging ik in een studie toerisme vertalen. Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer (NHTV, tegenwoordig BUAS), in Breda. Lekker dichtbij het ouderlijk huis, maar wel op kamers natuurlijk.

Studie-uitval

Op Nederlandse hogescholen stopt gemiddeld bijna 1 op de 3 studenten in het eerste jaar met een studie. Op universiteiten ongeveer 1 op 5. Dat zijn studenten die niet van studie wisselen, maar helemaal stoppen met hun studie. In de jaren na het eerste studiejaar zijn de getallen rondom uitval zelfs nóg hoger: méér studenten stoppen dus ná het eerste studiejaar dan tíjdens het eerste jaar. Wel kan het zijn dat een deel van de studenten een jaar later weer terugkomt; men is er ‘tijdelijk’ tussenuit. Maar een aanzienlijk deel verdwijnt dus helemaal uit het hoger onderwijs. Een onderzoek onder Fontys studenten liet twee hoofdredenen zien voor uitval: ‘gebrek aan motivatie’ en ‘het maken van een verkeerde studiekeuze’.

Deze uitval leidt niet alleen tot financiële schade, maar uiteraard heeft het mentaal ook flinke gevolgen. Onzekerheid over keuzes, kan ik het wel, is mijn volgende keuze dan wél goed, de financiële druk wordt groter.

Ik heb mijn toerisme hbo met veel plezier doorlopen. Ik vond de (meeste) vakken leuk, het was een goede combinatie van ‘leren’ en ‘doen’ (hoewel ik wel iets meer theorie en iets minder groepswerk had gewild). Een prima brede opleiding gericht op managementfuncties in de wereld van toerisme en vrijetijd. En we konden zelfs extra cursussen SEPR doen (vakbekwaamheid reisburobedrijf), waar ‘topografie’ een groot onderdeel van was. Rijtjes stampen dus met de wereldtopografie; ik vond het leuk. Weet nu nog zo te zeggen wat de hoofdsteden van -bijvoorbeeld- Madagaskar en Burkina Faso zijn*.

Maar achteraf, vijfentwintig jaar later, twijfel ik toch of die “toerisme-opleiding” nu wel de juiste is geweest. Ik had vooral interesse in de wereldproblematiek en in volkeren wereldwijd. Het had dus net zo goed een wetenschappelijke studie ‘culturele antropologie’ kunnen zijn. En óók vanaf kinds-af-aan had ik een interesse in schrijven. Waarom niet gekozen voor een journalistieke studie, al dan niet gecombineerd met een schrijversvakschool of cursussen ‘schrijven’? Ook vond ik ‘bibliotheken’ hele prettige omgevingen en zag ik mij er later zo werken. Na twee eerste min of meer mislukte banen bij touroperators (ik ben niet zo voor werken in teamverband, vergaderen, enz.) koos ik een andere werkrichting, die wel weer zijdelings met ‘toerisme’ te maken had.

Ondanks mijn 100% overtuiging ‘toen’, heb ik een twijfel achteraf.

Het proces van keuzes maken

Er is in de loop der tijd al veel geschreven over het maken van een goede studiekeuze. Er zijn allerlei tips, checklists en tools om zo’n keuze te maken. Maar ik (en niet alleen ik) kom er steeds meer achter dat voor het maken van een écht goede keuze, het belangrijk is om eerst even een periode ‘stil’ te staan. Even op de rem te trappen voordat je keuzes gaat maken. Tijd te besteden aan processen die voorafgaan aan die definitieve keuzes.

Hoe kan je in hemelsnaam ‘goede’ keuzes maken als je nog niet weet waar je talenten nu écht liggen? Wat je eigenlijk zelf wilt kúnnen, waar je ambities liggen. Waar je nu écht gelukkig van wordt? En als je antwoord geeft op dat soort vragen…hoe eerlijk ben je dan naar jezelf?

JoHo, de organisatie waar ik al ruim 20 jaar werkzaam ben, heeft er informatiepagina’s over gemaakt. Je leest er over ‘Talenten & Mogelijkheden‘, over ‘Zelfkennis & Zelfinzicht‘, maar ook over ‘Waarden & Normen‘ – waar hecht niet J.P. Balkenende maar jijzélf nu echt waarde aan? Daarnaast werkt JoHo aan de ontwikkeling van een competentietool en biedt de organisatie uitgebreide info en wegwijzers voor de mogelijke invulling van een tussenjaar, vaak met een internationale component.

Keuzes maken met een tussenjaar

Uit onderzoek (helaas nog beperkt in aantal) blijkt dat het kiezen van een tussenjaar, veelal tussen middelbare school en vervolgopleiding, de kansen op studiesucces in het hoger onderwijs vergroot. Ruim de helft van de scholieren die een tussenjaar nemen, doet dit vanwege twijfel over studiekeuze. En meer dan 33,3% (!) kiest tijdens of na het tussenjaar een ander studie dan daarvoor gedacht. Dat vind ik bizar veel: 33% van de duizenden jongeren die een tussenjaar nemen kiest voor een (heel) ander levensvervolg dan eerst gedacht.

De jarenlange praktijk van Joyce (Yourjourney.academy en Jongleren) wijst uit dat veel jongeren vastlopen tijdens keuzes rondom studie, werk en tussenjaar en hierdoor ook vaak last hebben van stress (fysiek en emotioneel). Jongeren ontwikkelen allerlei lichaamsklachten omdat ze twijfelen over de te maken vervolgkeuzes. Joyce vindt het belangrijk ze te helpen relativeren en te laten beseffen dat het antwoord al in henzelf zit. Te laten zien dat ‘keuzes maken’ vaak helemaal niet zo moeilijk is, dat je bijna nooit ‘keuzes for life’ maakt (want je kan altijd weer een ander pad op gaan). Maar, dan is het wél belangrijk dat je als jongere de tijd neemt voor het stilstaan bij jezelf vóórdat je je keuze maakt én dat je goede begeleiding krijgt bij de verschillende stappen in het keuzeproces.

Is een tussenjaar alleen voor jongeren?

Nee. Bij een ‘tussenjaar’ wordt vaak gedacht aan twijfelende middelbare scholieren. En ook nog wel eens aan het stereotiepe van de rijkeluiszoon of -dochter met hoogopgeleide ouders die hun kind ‘even op tussenjaar sturen’. In de praktijk is die groep natuurlijk veel breder en diverser.

Maar wat mij betreft zouden er veel meer momenten in je leven moeten zijn om een ‘tussenjaar’ of ‘tussenperiode’ in te plannen. Het moment tussen studie en je eerste baan. Het moment vóórdat je de meer serieuze vaste relatie in gaat. Het moment rondom het ‘dertigersdilemma’: je gaan settelen met een vast huis, vaste relatie, wel of geen kinderen. En ook de veertigers kennen zo’n dilemma en de bekende zingevingsvragen: trouw blijven aan je werkgever of toch nog eenmaal die grotere carrièremove maken, het gevoel van ‘is dit het nu’? Over de midlife crisis bij man en vrouw wordt dan weer wel wat meer geschreven, maar een mooi moment zou wat mij betreft ook het pensioenmoment kunnen zijn: wat gaan we nu doen, welke (levens)keuzes maken we nu, waar willen we onze energie (al dan niet nuttig of maatschappelijk) aan gaan besteden.

Soms wordt het hip een ‘sabattical’ genoemd -er even tussenuit, een adempauze- maar wat mij betreft zijn dit allemaal momenten voor een periode waarin je een pas op de plaats maakt en heel bewust nadenkt over waar je staat en waar je naar toe wilt. Ideale momenten voor dat tussen’jaar’.

Benut aanwezige expertise voor een beter tussenjaar

Hiervoor benoemde ik al de voorwaarde die Joyce van YourJourney stelt bij de relativering van de keuzestress: mits goed begeleid. En: er zitten ook risico’s aan zo’n tussenjaar.

Het TussenjaarKenniscentrum bracht enkele risico’s in kaart:

  • na het tussenjaar nog niet weten wat je moet kiezen
  • teveel verveling tijdens het jaar
  • moeite met het oppakken van activiteiten na de break
  • geen zin meer hebben in geplande activiteiten
  • omgekeerde cultuurschok, na terugkeer van een periode in het buitenland

Zaak is dus om deze risico’s zoveel mogelijk te overzien en te beperken. In de loop der jaren is er veel ervaring opgedaan rondom het effectief invullen van een tussenjaar, júist er op gericht om te komen tot een beter zelfinzicht, betere zelfkennis en slimmere keuzes.

De combinatie van

  • een afgebakend programma waarin je, in een ongedwongen setting en buiten je comfortzone, écht aan het werk wordt gezet om je zelfinzicht te vergroten en
  • een periode waarin je jezelf uitdaagt, kan proeven aan je vervolgkeuze(s), kunt experimenteren met subkeuzes en je te maken keuzes in de praktijk kan testen en
  • een reflectiemoment of reflectieperiode waarin je, samen met begeleiders en anderen, terugkijkt op deze ervaringen en vooruit kijkt naar zelfstandig te maken vervolgkeuzes

blijkt daarin voor veel mensen, ongeacht hun leeftijd, goed te werken.

Twee voorbeelden

De theorie is leuk maar…’hoe doe je dat dan’? Twee voorbeelden van programma’s die speciaal ontwikkeld zijn voor iedereen die nadenkt over een Tussen’jaar’.

Wereldroute

Student Prepare Programme Curaçao

  • 6-weeks programma op Curaçao
  • bereid je voor op het studentenleven en world citizenship
  • ontwikkelen van personal skills, zelfstandigheid
  • verdiepingssessies om stapsgewijs te komen tot studie-inzichten en studiekeuze
  • global engagement onderdeel om je snel aan te passen aan andere culturen
  • véél extra activiteiten als duiken, surfen, suppen, catamaran zeilen, dansen, zwemmen, hiken
  • incl. huisvesting, verzekering en praktische ondersteuning
  • mogelijkheden voor aanvullende stage of werken op Curaçao

YourJourney

MYJourney Málaga – Special Edition Stad

  • een week in Málaga, zuid-Spanje vol persoonlijke ontwikkeling, nieuwe energie, groei en hernieuwde focus
  • sportieve, culturele en ontspannende activiteiten
  • verblijf in het centrum van Málaga, eigen kamer en gedeelde faciliteiten
  • 1:1 en groepscoachingssessies, zéér ervaren coach
  • toegang tot online programma met lesvideo’s en werkboek
  • naar keuze extra activiteiten in je vrije tijd: yoga, koken, tarot, massage: er kan veel
  • mogelijkheden voor aanvullende taalcursus of stage in en om Málaga; ook kun je kiezen voor alleen het online programma

Er zijn legio activiteiten te benoemen die je, los van leeftijd, tijdens een tussenjaar kan ondernemen; JoHo brengt er veel in kaart op de informatiepagina Gap Year & Tussenjaar en via de daar opgenomen crossroads en organisatieprofielen. Of je nu een wereldreis of lange reis wilt maken, een of meerdere taalcursussen wilt volgen, een stage, werkervaringsplaats of baan zoekt om je skills te verbeteren of ergens op de wereld wilt bijdragen en leren met vrijwilligerswerk.

Wereldplicht?

Met het tussenjaar stimuleer je dus het bewuster keuzes maken op belangrijke beslissingsmomenten. Maar een internationale invulling van zo’n tussenjaar lost mogelijk ook een ander probleem op. Ik vind dat er vanuit overheid en politiek ook wel eens meer aandacht mag komen voor onze internationale mobiliteit…verdergaand dan ‘de jaarlijkse vakantie naar Zuid-Europa’. We groeien allemaal op als wereldburgers, we hebben het over culturele integratie en meer begrip voor elkaar, maar los van een incidenteel Europees subsidieprogrammaatje voor scholieren of studenten wordt nergens gestimuleerd dat grotere groepen Nederlanders eens over de Nederlandse of Europese grenzen heen kijkt.

Waarom niet een vervangend ‘iets’ bedenken voor wat vroeger ‘dienstplicht’ of ‘maatschappelijke stage’ heette? Waarom niet een (semi-verplicht) ‘Wereldjaar’ waarin je heerlijk de tijd krijgt na te denken over jezelf en je vervolgkeuzes? Ongeacht leeftijd, opleidingsniveau en achtergrond. Waarin je gestimuleerd wordt in contact te komen met andere culturen, met activiteiten die je leuk vindt maar ook een beetje buiten je comfortzone liggen? Waarin grotere groepen mensen de mogelijkheid (keuzehulp & financiële prikkel) krijgen een periode in het buitenland door te brengen?

Ik denk dat, als we dat structureel en over langere periode stimuleren, er na verloop van tijd ook heel wat issues op het gebied van cultureel onbegrip, racisme, vluchtelingen en nieuw kolonialisme opgelost raken. Ik schreef er al eens eerder over: Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Terug naar de bosatlas.

Mijn huis ligt vol met wereldbollen. Aan de muren hangen landkaarten van Spanje (favoriete land) en Mallorca (favoriete eiland). Ik kreeg vorig jaar de nieuwste versie van de good old Bosatlas cadeau. Met die honger naar topografie en landkaarten is het dus best goed gekomen. In de periode voorafgaand aan ons ouderschap hebben Carina en ik behoorlijk wat kunnen reizen, profiterend van goede ticketdeals (destijds nog een voordeel als je zijdelings met de reissector te maken hebt). Daarna is het een aantal jaren ‘Europa’ geworden, wat ook prima was.

Nu komt langzamerhand de tijd weer dat we ook weer eens buiten ons eigen continent kunnen gaan kijken; vorig jaar met de Midden-Oosten cruise en hopelijk ook binnen enkele jaren met de drie kids. Als ‘wereldburger’ laat ik ze graag kennismaken met al die andere mooie, soms ruwe, soms hartverwarmende, soms totaal andere en soms verrassend gelijke culturen op ons wereldbolletje.

* die hoofdsteden zijn respectievelijk Antananarivo en Ouagadougou

Deel je ervaringen

  • Welke keuze(s) heb jij gemaakt aan het eind van je middelbare schooltijd, of welke denk je te gaan maken? En waar waren of zijn die op gebaseerd?
  • Welke voor- en nadelen zie jij bij een tussenjaar en welke onderdelen zou jouw ideale tussenjaar moeten bevatten?
  • Wat vind jij van het idee van een ‘wereldplicht’ als vervanging van de vroegere militaire dienstplicht of maatschappelijke stage? Denk je dat een of meerdere internationale ervaringen kunnen bijdragen aan meer begrip voor andere culturen, buiten en binnen Nederland?
  • In welke levensfase bevind jij je nu? Heb je tot nu toe al eens een ‘pas op de plaats’ ingepland om bewust na te denken over je volgende stappen in studie, werk of privéleven?

Meer lezen

Luister de Spotify Podcast-serie van YourJourney over studie, stress en het maken van (eigen) keuzes. In onderstaande aflevering gaat het over het zélf maken van keuzes. Joyce vertelt over haar keuze om te gaan emigreren naar Spanje, waar zeker niet iedereen in haar omgeving het mee eens was. Maar alle goedbedoelde adviezen, tips of waarschuwingen ten spijt: het was háár keuze.

Van treurwilg naar ultiem genieten. Ik heb regelmatig ‘de blues’.

Geschatte leestijd: 6 minuten.

Treur niet omdat iets voorbij is. Geniet ervan dat het gebeurd is.

Dichter Ludwig Jacobowski

Zo.

Dat is er uit.

Een topcliché, niet?

Het is een spreuk die ik wel vaker voorbij zie komen. Ook nu weer, op die inspirerende Omdenken-kalender deze week. Ja, die hangt nog steeds op onze wc 😉

Ik heb regelmatig de blues #1: Vakantieblues

Ik had daar tot voor kort altijd behoorlijk last van. De vakantieblues. Tijdens de vakantie al na gaan denken over het moment dat deze weer voorbij is. En het ‘leven van alledag’ weer daar is. Opstaan, kids naar school, werken, eten, slapen, opstaan, kids naar school, enzovoort.

Gek is dat toch, waarom kan je (kan ik) dan niet gewoon genieten van het moment, waarom alweer gaan nadenken over wat er daarna allemaal weer gaat gebeuren? Ik heb dat lang niet zo begrepen, maar had er écht wel last van. Een serieus dipje.

Ik vind op vakantie gaan gewoon echt heel leuk.

Iedereen in ons gezin eigenlijk wel. Ik sta ook overal bekend als “die gast die altijd maar weer op vakantie is”. En…nou, ja, dat valt best mee hoor. Of tegen, hoe je het bekijkt. Natuurlijk, ondanks de beperkingen die er zijn (de chronische pijn, corona) proberen we nog steeds regelmatig weg te zijn. Vaak wat kortere en ook best voordelige tripjes, waardoor het ook wat frequenter te doen is. En soms een uitspatting, bijvoorbeeld in de vorm van de 2019 cruise naar Dubai. Heerlijk (discussies over de milieu-effecten van cruises voor het gemak even daargelaten).

Ik hou van die vakantiesfeer, van in het buitenland zijn, van stoeien met een andere taal, van hotels ontdekken, van grip krijgen op nieuwe steden, van mensen die anders zijn en anders doen.

Ik denk dat dat ook de reden is waarom die vakantieblues ontstaat. Ik vond (en vind) mijn werk bij JoHo erg leuk, dus van een “werksleur” of zoiets was helemaal geen sprake. Ik vond (en vind, meestal) mijn leven in Nederland en het Bredase leuk, dus dat was ook geen issue. Maar het is waarschijnlijk gewoon het gevoel dat die leuke trip, waar je meestal best een tijdje mee bezig bent geweest qua voorbereiding, dan weer voorbij is.

Tegenwoordig is die blues minder heftig. Hoe ouder, hoe wijzer, haha. Het besef dat er altijd wel weer een nieuwe leuke trip komt. En: we hebben de ultieme remedie gevonden tegen dat bluesgevoel: tijdens je vakantie gewoon een nieuw plan maken. En, als het even kan, ook alvast regelen en boeken. Het uitkijken naar de nieuwe trip, sommigen noemen het voorpret, kan dan alvast beginnen.

Ik heb regelmatig de blues #2: Concertblues

Och man, wat ellendig. Vooral rondom Springsteen concerten had ik een stevige concertblues. Tijdens het optreden al denken “aaaaaah, dit is straks gewoon weer voorbij“. Man, geniet nou gewoon eens van het moment!

Het is volgens mij goed vergelijkbaar met die vakantieblues: ik vind Springsteen concerten gewoon ontzettend gaaf. Het ultieme genieten. En dat gaat vaak gepaard met het besef dat het in een split second weer voorbij is. En, anders dan met vakanties, je wéét dat ‘de volgende keer’ lang op zich laat wachten. Een paar jaar, op z’n minst. Jaloers ben ik altijd geweest op die superfans die van concert naar concert reizen. Den Haag, Keulen, Parijs, Barcelona, Rome of zelfs de oceaan over: waar ze het van betalen weet ik niet, maar dat zou wel de ultieme remedie zijn tegen de concertblues. Weten dat je nog een keer mag, en nog een keer.

Jungleland, Bruce Springsteen, Malieveld 14-06-2016

Wil je mij echt verrassen? Het ultieme blij-zijn-gevoel geven? Regel dan een Springsteen-tournee-langs-de-velden.

Ik heb dat trouwens ook lange tijd gehad met eigen optredens, met name met OnCue. Tot een paar jaar terug. Ik vind op het podium staan gewoon érg prettig, kan ook echt naar zo’n optreden toeleven. En zeker de jaarlijkse terugkerende optredens waarvan je wist dat het een topsfeer ging worden met een paar honderd man die volledig uit z’n dak zouden gaan. Balen op de zondag erna, dat het weer voorbij was.

Of ik nu naar een optreden van De Dijk, Blof, de Beatles-tribute band, Mark Knopfler, Marillion of Melissa Etheridge ging: de dag erna had ik de Concertblues.

Genieten?

Tegenwoordig kan ik beter genieten. ‘In het moment zijn’, om nog maar zo’n verschrikkelijk cliché te gebruiken. Niet meer zo hard treuren om iets dat geweest is, maar vooral blij zijn dat je er bij was.

Waarom dat is veranderd? Ik heb geen idee. Of…misschien toch wel.

Leeftijd? Leren we meer genieten, naarmate we ouder worden? Mwah, soms wel, soms niet.

Chronische pijn? Zou kunnen. Er is de laatste jaren heel wat ‘mindfulness’ voorbij gekomen. Maar nog steeds heb ik daar niet zoveel mee. Geef mij niet de opdracht om 15 minuten ‘aan niets’ te denken. Want ik denk dan 15 minuten aan alles tegelijk.

Maar die pijn leert je wel relativeren. En blij zijn dat je er bij kunt zijn. Ik schreef er al eens over, Springsteen op het Malieveld in 2016. Misschien is daardoor de blues achteraf wat minder. Geniet ik meer tijdens het moment.

Toenemend gevoel van wereldburgerschap? Het besef dat er meer is in de wereld dan mijn ‘rijke’ leventje hier in Nederland? Vakantieblues, concertblues…het zijn natuurlijk allemaal maar rijkelui’s-problemen. Velen zouden wíllen dat ze “last” hebben van zo’n post-vakantiegevoel.

Ik heb nog een reden: Tijs. Mijn zoon (10), voor wie ons gezin wat minder goed kent. We noemen hem “Mr. Mindfull”. Hij kan ontzettend genieten van ‘het moment’, is een dromer. Hij liet me de afgelopen jaren regelmatig zien wat het is om gewoon bij het hier en nu te blijven en te genieten van wat er op dat moment gebeurt. En niet teveel over morgen of gisteren na te denken.

Treur niet omdat iets voorbij is. Geniet ervan dat het gebeurd is.

Ik ben dan altijd nieuwsgierig naar de achtergrond van de man die deze zin, spreuk, bekender heeft gemaakt. Hij zal vast niet de enige zijn geweest die de uitspraak toentertijd deed, maar is er om een of andere reden bekend mee geworden.

Ludwig Jacobowski, een in Polen geboren Duitse dichter van Joodse afkomst, leefde maar relatief kort. Tussen 1868 en 1900, slechts 34 jaar dus. Hij groeide op in Berlijn. Jacobowski produceerde diverse gedichtenbundels en romans. Hij schreef veel over de isolatie van Joden aan het eind van de 19e eeuw en verdedigde de Joodse rechten via zijn werk, soms fel. In 2000 verscheen een verzameling van zijn werk: ‘Gesammelte Werke in einem Band‘, uitgegeven door Alexander Mueller.

Herkaderen

Het anders kijken naar dingen wordt ook wel herkaderen genoemd. Herkaderen is het veranderen van de context of betekenis van een situatie waardoor de gebeurtenis of uitspraak in een ander kader komt te staan en er een andere betekenis wordt gevormd.

Herkaderen wordt veel bij NLP, Neuro Linguistisch Programmeren, gebruikt. Het is de techniek achter positief denken. Niet somber zijn omdat dat Springsteen concert weer voorbij is, maar blij zijn dat je er bij was en positief terugdenken aan mooie herinneringen tijdens dat concert. Niet treuren dat die mooie stagetijd in Guatemala alweer 25 jaar geleden is, maar blij zijn dat daar het besef van wereldburgerschap ontstaan is.

Herkaderen wordt ook veel gebruikt om achter het gedrag van mensen te kijken, diepere bedoelingen te vinden. De hippe mensen onder ons noemen dat ook wel upchuncken: van iets concreets (bepaald gedrag dat je voor je ziet) naar iets abstracters (wat zou dat gedrag nog meer kunnen betekenen). In die zin zijn we bijvoorbeeld met ons pleegzorgwerk en onze opvoedpogingen al vele jaren, zonder dat we het doorhadden, aan het herkaderen en upchunken: “hij doet x, maar dat betekent waarschijnlijk y”.

Ook psychologen houder er erg van om te herkaderen. Leren om anders te denken over bijvoorbeeld chronische pijn is een uitdaging waar ik al enkele jaren mee bezig ben. Veel op eigen kracht, en soms met een beetje hulp.

Genieten!

Gek woord eigenlijk, genieten. Er zit ‘niet’ in. Beter zou gewellen zijn, het wél doen van leuke dingen en daar lol uithalen. Maar goed, het komt natuurlijk van genot. Gewel.

Het Genootschap Onze Taal vertelt me dat in de oertijd het woord ‘nieten’ stond voor ‘in gebruik hebben’, of ‘bezitten’. Daar werd wat later het voorvoegsel ‘ge’ voor geplakt, dat staat voor ‘volledig’. Volledig bezitten, dus. Later werd dat ‘met plezier gebruiken’ en dat veranderde in de loop der tijd weer in ‘je verheugen in iets’.

Ik las net een Tweet van Steve van Zandt. Ofwel Little Steven. Ofwel de vaste gitarist van de E Street Band: de vaste band van Springsteen. Steve is ook een oude vriend van Bruce, al in de begintijd trokken ze er als late tieners samen op uit om muziek te maken.

Yes! Als corona het toestaat en iedereen ook verder gezond blijft zou 2021, of misschien 2022, wel weer eens zo’n ultiem Springsteen moment kunnen worden.

Dat, gecombineerd met een aanstaande vakantietrip deze zomer, geeft voldoende brandstof om mij weer te laten genieten, te ‘laten verheugen in iets’.

Kom maar op, met die concertblues en vakantieblues!

Deel je ervaringen

  • Heb jij wel eens last (gehad) van zo’n bluesgevoel? Wat triggerde bij jou dat gevoel?
  • En wat is jouw ‘coping mechanisme’: hoe ga jij dat gevoel te lijf? Ga je het eigenlijk wel te lijf? Of heb je leren genieten, in plaats van treuren?

Deel je ervaringen via de reactiemogelijkheid onderaan.

Meer lezen

  • Lees meer over Ludwig Jacobowski
  • Voor de literair geïnteresseerden onder ons: Bol.com heeft alles, dus ook een dichtbundel van Jacobowski:

Leren solliciteren en werk vinden in Cambodja

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Athit Kong werd in 2002 ontslagen vanwege zijn inzet voor de Cambodjaanse vakbond. Hij werkte toen zo’n 2,5 jaar als assistent-machineoperator op de wasafdeling van een textielfabriek. Maar van de een op de andere dag was het voorbij. Sindsdien maakt hij carrière bij de bond; nu is hij vice-voorzitter. Athit zorgde er samen met anderen voor dat de vakbond groeide van 5.000 naar ruim 50.000 leden. ‘Het is echt een leerproces, werken bij een vakbond. Maar langzaamaan zie ik resultaten. We groeien, de werkomstandigheden verbeteren en er is een minimumloon bereikt’.

Waarom een artikel over de vakbond in Cambodja?

Normaliter heb ik niet zoveel met vakbonden. Ik heb er gewoon bijzonder weinig mee te maken gehad, in mijn werkzame jaren tot nu toe. Via een klik hier en een klik daar ben ik terecht gekomen op de website van CNV Internationaal. En daar klik ik, uit nieuwsgierigheid, op de pagina ‘projecten waarvoor financiering wordt gezocht’. Om uit te komen bij de Cambodja pagina. De informatie en het interview met Athit Kong triggeren me. En specifieker, één zin blijft in mijn achterhoofd hangen.

De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.

Leren solliciteren en werk vinden dus. Mmm, dat komt me ergens bekend van voor.

Wie of wat is CNV Internationaal?

CNV Internationaal komt wereldwijd op voor arbeidsrechten en helpt werkenden om sterk te staan en zich te organiseren in vakbonden. Zo kunnen werknemers wereldwijd ook zélf hun werkomstandigheden verbeteren. CNV werkt samen met lokale vakbondsorganisaties. Zij weten immers zelf het beste wat er nodig is voor de mensen ter plekke, op de werkvloer.

  • CNV Internationaal is een afdeling binnen de CNV Vakcentrale, het op 1 na grootste vakverbond in Nederland met ruim 235.000 leden.
  • Het uitgangspunt van CNV? Iedereen heeft recht op goed werk.
  • CNV Internationaal heeft drie focusregio’s: Latijns-Amerika (5 kernlanden), Afrika (6 kernlanden) en Azië (3 kernlanden)
  • Binnen de drie regio’s onderscheidt CNV Internationaal drie werkterreinen: arbeidsrechten, werkgelegenheid voor jongeren en de ‘sociale dialoog’.
  • Binnen die werkterreinen focust CNV weer op vier kernthema’s: palmolie, mijnbouw, suikerriet en kleding.

Maar goed, Cambodja dus.

Ik lees verder op de website van CNV Internationaal. CNV steunt in Cambodja het werk van de jonge vakbondsorganisatie CLC, met CCAWDU als grootste aangesloten organisatie en dé bond voor de arbeiders in de textielfabrieken. Deze organisatie groeit van vijfduizend leden in 2000 naar ruim vijftigduizend nu. De werkomstandigheden van arbeiders in de textielfabrieken zijn inmiddels verbeterd en er is in de textielsector een minimumloon bereikt.

CLC richtte bijvoorbeeld in 2015 bij zes bedrijven CLC-bonden op, onder meer in de horeca en de toeristische sector. Door dat te doen, kunnen de rechten van steeds meer werknemers worden gewaarborgd. Maar belangrijker nog: kunnen werknemers een normaal, fatsoenlijk loon verdienen waarmee ze in hun dagelijkse levensbehoefte (voedsel, woonruimte, onderwijs en toegang tot gezondheidszorg) kunnen voorzien.

Werkgelegenheid voor jongeren in Cambodja

Ook in Cambodja heeft de jeugd de toekomst. Maar om een goede toekomst te kunnen realiseren is naast goed onderwijs ook voldoende toegang tot de arbeidsmarkt nodig. Voldoende werkgelegenheid dus voor jongeren en -een andere deels overlappende focusdoelgroep- vrouwen. Maar ook fatsoenlijke werktijden, een veilige en gezonde werkomgeving, een normaal uurloon dat past bij de levensstandaard in Cambodja en normale werknemersrechten.

Aan de ene kant kun je zorgen voor voldoende werkgelegenheid, maar dan moeten aan de andere kant de Cambodjaanse jongeren voldoende vaardigheden hebben om die banen te bemachtigen. Zie hier de zin waarmee ik dit artikel begon: De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.


Promoting core labour standards,  towards a decent job for Cambodian workers

Onder deze projectnaam slaan CNV International en CLC in Cambodja de handen ineen, met financiële steun van de EU -ja, Europa dus. Dat Europa dat wij als Nederlanders zo steunen of bekritiseren.

Belangrijkste doelen van het project, voor wat betreft de ‘arbeidsrechten’:

  • tegengaan van overmatige werkuren
  • steunen van het recht van werknemers om zich te verenigen
  • stimuleren van een gezonde werkomgeving, tegengaan van regelmatig flauwvallen van werknemers
  • versterken van onderhandelingsvaardigheden van vakbondsleiders

Mede door de website van CNV had ik de gedachte dat dit project volop actief is, totdat ik in een nieuwsbericht lees dat het project met een ‘final conference’ tussen 13 en 16 maart 2017 is beëindigd. Er zijn trainingen georganiseerd over onderhandelen en gelijke rechten voor vrouwen en mannen en er zijn festiviteiten geweest rondom belangrijke internationale dagen van de arbeid, jeugd en mensenrechten. Er zijn nieuwe allianties gevormd voor een betere dialoog tussen overheid, werkgevers en maatschappelijke organisaties.

OK – project afgerond dus. De gedachte die ik bij afgeronde projecten altijd heb bekruipt me ook nu: “En daarna dan?” Hoe staat het nu met die arbeidsrechten? En zijn die 150 jongeren nou eigenlijk getraind in sollicitatietechnieken? Zijn de werkuren en werkomstandigheden in Cambodja nu echt verbeterd? Wat doet CNV nu dan in Cambodja, in de periode 2018, 2019 en 2020?

Ik blijf over met teveel vragen. Tegelijkertijd snap ik dat je arbeidsomstandigheden in een land met ruim 16 miljoen inwoners niet zomaar even met een ‘EU projectje’ verandert. Dat zijn processen van de lange adem. En ook snap ik dat een website niet altijd de meest up-to-date stand van zaken laat zien.

Nog even over sollicitatietrainingen

De hele tijd tijdens het lezen van de achtergronden van dit project blijft dat zinnetje maar in mijn hoofd hangen…150 Cambodjaanse jongeren leren te solliciteren. Wat een toeval dat mijn werkgever, Stichting JoHo, ‘talentontwikkeling’ al jaren als speerpunt heeft. Het stimuleren van vragen als (en antwoorden op) hoe krijg ik een beter zelfinzicht, wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik ontwikkelen, waar wil ik werken, en wat past daar dan bij qua werkplek, soort werkgever en baan. Dat we al sinds jaar en dag informatie ontwikkelen over het ontwikkelen van je talenten, solliciteren, assessments, opdoen van werkervaring.

Nu weet ik ook wel dat de bestaande info van JoHo vooral gericht is op Nederlanders. Nederlanders, die vooral in Nederland willen werken. Maar; niet voor niets heeft JoHo “talentontwikkeling” en “internationale samenwerking” als speerpunten. JoHo bereikt toch ook wel erg vaak Nederlanders die in een internationale en/of interculturele context willen werken, of ervaring in het buitenland willen opdoen. Om daar weer persoonlijk of arbeidstechnisch door te groeien. Nu weet ik ook wel dat je dat wat in Nederland werkt, niet zomaar kan doorkopiëren naar een land in Zuidoost-Azië. Laten we de culturele context niet vergeten.

Laat mij nou even dagdromen

Wat zou ik het mooi vinden wanneer JoHo, JoHo donateurs en andere World Supporters, samen met CNV, CLC en bijvoorbeeld partners van Nederlandse expats in Cambodja (die vaak om zingevende projecten zitten te springen) praktische, ‘hand-on’ trainingen opzetten en tools ontwikkelen die in beide landen duurzaam werken. Hoe krijg je meer inzicht in jezelf? Hoe leer je een baan vinden? Wat zijn je vaardigheden en competenties en welke banen passen daar bij? Hoe solliciteer je? Hoe presenteer je jezelf? Welke passies drijven je? Waar wil je over vijf jaar staan? Ook al is de context wellicht volledig anders; dit soort vragen leven zowel bij Nederlandse als Cambodjaanse jongeren (en niet-jongeren, trouwens).

Trainingen, tools en e-courses die, telkens voorzien van een ‘lokale module’, wereldwijd functioneren. De ontwikkeling ervan gefinancierd door de EU en Nederlandse en Cambodjaanse ministeries.

Laat mij nou even dagdromen…

Wakkerrrrrr

Natúúrlijk gebeurt er post-2017 al een hele hoop in Cambodja op het gebied van toegang tot arbeid. Zo wees Google me al heel snel op een lijvig, bijna 100 pagina’s tellend rapport ‘Kingdom of Cambodja Decent Work Country Programme 2019-2023’. Dit programma formuleert drie ambitieuze doelen voor de periode tot aan 2023, en verder tot aan 2030:

  1. stimuleren van fatsoenlijke werkgelegenheid en duurzame ondernemingen, gecombineerd met het ontwikkelen van relevante vaardigheden en competenties van werknemers
  2. versterken en uitbreiden van bescherming van werknemers, hun veiligheid en gezondheid
  3. verbeteren van arbeidsomstandigheden en arbeidsrechten, inclusief het bespreekbaar maken van seksuele intimidatie en bescherming van het moederschap

Dat overlapt toch behoorlijk met de ambities van CLC en CCAWDU, is mijn eerste gedachte.

Voor de geïnteresseerden:

Ondanks gerealiseerde projecten en lijvige plannen vol mooie doelen, is er ook een realiteit van alledag. Begin 2020 plaatste Trouw een artikel over de meest recente invoerheffingen van de EU op Cambodjaanse producten, omdat het land structureel achterblijft in het verbeteren van mensenrechten en arbeidsrechten. Vakbonden en arbeiders die willen staken worden geïntimideerd, het land van boeren wordt ‘afgepakt’ door groeiende suikerrietplantages en het bestuur heeft de oppositie en media monddood gemaakt.

De EU wil dat arbeiders een betere positie krijgen in Cambodja. Maar textielwerkers, meestal vrouwen, kunnen hun baan kwijtraken als de export afneemt. Tegelijkertijd, zonder maatregelen geen structurele verandering. Een duivels dilemma dus. De maatregelen gelden voor ongeveer 20% van de exporthandel; opkomende en dus nog kwetsbare industrieën in Cambodja worden ontzien.

O ja, die 150 jongeren…

Ze laten me niet los.

Wie hen nu precies helpt om betere sollicitatieskills te bemachtigen? Ik weet het nog steeds niet. Wie het weet, mag het zeggen. Of gaan doen. Een mooie pilot-onderzoeksklus, internationale stagetaak, een mooie casestudy voor een MBO/HBO opleiding P&O / HR die over de grenzen kijkt. Samen met JoHo, CNV, CLC en die potentiële financierders?

In de woorden van Athit Kong:

“In Cambodja zijn de werkomstandigheden slecht en er is te weinig werk. Daarom vind ik het belangrijk om te strijden en de vakbeweging te steunen. Ik wil voor mensen een fatsoenlijk leven bereiken. Om successen te bereiken, moet je met elkaar praten. Sociale dialoog is een instrument om een platform te creëren voor de werkende klasse. Stapje voor stapje kom je verder. Hoe? Door je organisatie sterker te maken.”

Athit Kong, website CNV Internationaal

Ik lees graag nog eens opnieuw over Kongs gedachten in 2023, of 2030, in hoeverre het ‘Decent Work Programme’ duurzame verandering heeft gebracht. Ik hoop dat CNV deze ontwikkeling blijft volgen. En wellicht vinden CNV en JoHo elkaar nog eens, in de toekomst.

Deel je ervaringen

  • Ben je zelf actief (geweest) met ontwikkeling van kennis & vaardigheden in Cambodja of op bijvoorbeeld het gebied van arbeidsrechten en mensenrechten? Deel je ervaringen.
  • Ken jij of steun je CNV International? Vertel over je ervaringen!
  • Hoe zou Nederland of de EU moeten omgaan met het duivelse dilemma rondom de export uit Cambodja?
  • Wat is volgens jou de sleutel tot duurzame ontwikkeling in Cambodja? Hoe krijgen vooral vrouwen, jongeren en andere kwetsbare groepen voldoende toegang tot de arbeidsmarkt?

Ik hoor graag meer van je, via de reacties hieronder.

Meer lezen

Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Multiculturalisme. De multiculturele samenleving. Culturele diversiteit. Er is al zóveel over geschreven de laatste jaren. Waarom lijkt het toch steeds minder vaak te lukken om verschillende culturen met elkaar te laten samenleven? Onderling elkaars culturen te respecteren? Ik denk dat er wel veel en steeds meer culturele diversiteit is, in Nederland en overal op de wereld, maar dat culturen elkaar onderling gewoon te weinig (kunnen) ontmoeten. Er zijn veel meer laagdrempelige momenten en activiteiten nodig waarop mensen aan elkaars cultuur kunnen proeven, als vanzelf begrip en respect voor ‘de andere cultuur’ krijgen. Dat begint al in het onderwijs, maar ook bibliotheken kunnen een rol spelen. En de overheid zou veel meer het ‘reizen’ en het opdoen van buitenlandervaringen kunnen stimuleren én faciliteren.

Ik las deze week een mooie zin in de nieuwsbrief van de Nieuwe Veste, de Bredase bibliotheek annex cultuurcenter.

Culturele diversiteit of multiculturalisme verwijst naar een harmonieuze samenleving waarin de mensen zijn verbonden in begrip en respect voor elkaar, en voor elkaars cultuur.

E-nieuwsbrief Nieuwe Veste Breda

In de nieuwsbrief legde de Nieuwe Veste de link met de protesten tegen racisme, in navolging op de dood van George Floyd. Daar wil ik het nu niet over hebben, maar wél over het nastreven van culturele diversiteit.

Ik ben er van overtuigd dat veel problemen die ontstaan rondom racisme, onbegrip voor situaties van vluchtelingen en botsingen tussen verschillende culturen voortkomen uit een tekort aan interculturele ervaring, het ‘te weinig verkeren in een internationale omgeving’. Zoals altijd begint het met je niet (genoeg) kunnen verplaatsen in de situatie van een ander. En zeker als die ander dan ook nog een andere cultuur heeft, andere opvattingen heeft ontstaan vanuit een andere culturele opvoeding, kan het onbegrip al snel groot worden.

Wereldburgerschap

Een van de oplossingsrichtingen om racisme en cultureel onbegrip tegen te gaan ligt in het stimuleren van burgerschap. Het stimuleren om actief mee te doen aan een samenleving begint al in het basis- en middelbare onderwijs: het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en een houding die stapsgewijs actief burgerschap ontwikkelt. Vanaf jongs af aan leren mensen zo om mee te denken, om een mening te ontwikkelen en deze aan te scherpen via meningen van anderen. Het ontwikkelen van burgerschap betekent ook het ontwikkelen van kennis omtrent een democratie, mensenrechten, het omgaan met conflicten, sociale verantwoordelijkheid nemen, mensen gelijkwaardig behandelen, kennis ontwikkelen over duurzaamheid én het omgaan met maatschappelijke diversiteit.

Burgerschapsonderwijs, in het verlengde van het vroegere maatschappijleer, wordt steeds meer een vast element op scholen. De laatste jaren zijn speciale programma’s ontwikkeld voor jongeren op scholen om hen te leren over (actief) burgerschap. Goed vind ik dat daarbij ook op meer en meer scholen een stap verder wordt gezet met wereldburgerschap, dat vaak samenvalt met internationaliseringsdoelstellingen. Leerlingen maken zo al op jonge leeftijd kennis met de internationale samenleving: hoe kun je je actiever opstellen in de wereld. Om de cultuur van de ander beter te begrijpen is het belangrijk dat je leert door de bril van een ander te kijken.

Culturele diversiteit in een land

Hoeveel verschillende culturen er in een specifieke regio, bijvoorbeeld “een land”, te vinden zijn bepaalt de mate van culturele diversiteit van die regio. De wereld wordt sowieso kleiner en steeds meer mensen krijgen de mogelijkheid te reizen, zich internationaal te bewegen. Tegelijkertijd lijkt het aantal conflicten op de wereld weer toe te nemen, waardoor vanzelf ook meer vluchtelingenstromen op gang komen. Ook door klimaatverandering, met droogte of juist overstroming als gevolg, is de kans dat bestaande spanningen verder toenemen groter. Culturen verspreiden zich dus, waardoor je ook in jouw woonomgeving te maken krijgt met meerdere culturen.

Over heel Nederland gezien is het aantal inwoners met een migratieachtergrond ongeveer een vijfde van de bevolking (22,6%). Tien jaar geleden was dit nog 16 procent. Dit blijkt uit een diversiteitsonderzoek (2017) het van Centraal Bureau voor de Statistiek, de Jeugdmonitor, de Buurtintegratiemonitor en het Sociaal Cultureel Planbureau. Ongeveer 25% van alle jongeren tot 25 jaar in Nederland heeft een migratie-achtergrond. Natuurlijk zijn er grote regionale verschillen; bijvoorbeeld Amsterdam en Den Haag zijn twee gemeenten waarin het aantal autochtonen net onder de 50 procent ligt. De instroom van vluchtelingen heeft maar een beperkte invloed (0,3% in topjaar 2015): beperkt in grootte, maar cultureel wel heel divers.

De komende decennia groeit de bevolking alleen nog door mensen met een migratieachtergrond, en daalt het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond. In 2017 heeft 23 procent van de bevolking een westerse of niet-westerse migratieachtergrond, in 2060 zal dat naar verwachting 34 procent zijn. Het aantal culturen in Nederland zal in omvang en diversiteit dan wel steeds verder toenemen; of een land echt een multiculturele samenleving is wordt natuurlijk vooral ook bepaald door de vraag in hoeverre de culturen met elkaar mengen, of meer ‘naast elkaar bestaan’. En om te kúnnen mengen, is een wederzijds vermogen nodig om zich in de ander te willen verdiepen: wereldburgerschap.

Culturele diversiteit bij een bedrijf

Bedrijven en organisaties presteren beter als zij mensen in dienst hebben met  verschillende culturele en etnische achtergronden. Cultureel diverse bedrijven halen een hogere omzet, hebben betere kansen om te overleven, zijn vaak creatiever (ook in het vinden van oplossingen), hebben een hogere werknemerstevredenheid en hebben een beter imago.

Het vergroten van het werknemersbestand met werknemers van diverse culturen begint natuurlijk bij de werving, zowel via al bestaande cultureel diverse werknemers als via netwerken buiten de organisatie. Maar evenzo belangrijk is het om zowel leidinggevenden als huidige werknemers te trainen om kwaliteiten en talenten van cultureel diverse werknemers beter te herkennen en waarderen: inclusief leidinggeven en inclusief samenwerken.

De Rijksoverheid stelde enkele jaren geleden 9 principes vast voor meer culturele diversiteit in een bedrijf (voor werking van de achterliggende links lees het volledige artikel op Rijksoverheid.nl):

Ook deed het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek naar cultureel diversiteitsbeleid bij werkgevers. De uitkomsten van het onderzoek lieten negen principes zien om tot een goed functionerend diversiteitsbeleid te komen:

  1. Bepaal waarom culturele diversiteit van waarde is voor de organisatie (de business case voor diversiteit).
  2. Bepaal (SMART-) doelstellingen
  3. Zet effectieve maatregelen en instrumenten in om een meer divers personeelsbestand te kunnen realiseren.
  4. Leiderschap vervult een cruciale rol bij het realiseren van meer culturele diversiteit in het personeelsbestand.
  5. Zorg voor draagvlak voor culturele diversiteit
  6. Klimaat waarbinnen diversiteitsmanagement plaatsvindt is relevant.
  7. Communicatie, zowel in- als extern levert een bijdrage aan culturele diversiteit.
  8. Kennis en vaardigheden zijn nodig om meer culturele diversiteit te kunnen realiseren.
  9. Monitor en evalueer de voortgang en resultaten van de gevoerde strategie en maatregelen.

Download het volledige onderzoek:

Hoe cultureel divers zijn Nederlandse bedrijven eigenlijk?

Hoewel meer dan 92 procent van de bedrijven vindt dat diversiteitsmanagement belangrijk is voor het internationale succes van de onderneming, is het aantal bedrijven waarbij het diversiteitsbeleid ook echt verankerd is in de cultuur met 44 procent nog altijd in de minderheid (2018 studie diversiteitsbeleid, Michael Page). Vooral de grotere Nederlandse bedrijven hebben moeite om inzicht te krijgen hoe cultureel divers hun personeelsbestand eigenlijk is. Daartoe heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Barometer Culturele Diversiteit ontwikkeld. Organisaties en bedrijven kunnen hun personeelsbestand aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en krijgen dan een geanonimiseerde lijst terug waarop te zien is welk percentage van het personeel een bepaalde achtergrond heeft. Die informatie kan worden uitgesplitst naar al bekende subgroepen van de personeelsadministratie, zoals functiegroep of aantal jaren in dienst.

Het idee is dan om door het verbeterde inzicht bedrijven bewuster te maken hoe cultureel divers men al is, of nog niet. En met die toegenomen bewustwording komt dan hopelijk ook het uiteindelijk handelen om het bestand divers te krijgen. Zeker omdat dit zoals eerder al genoemd aantoonbaar leidt tot meer omzet, beter toegang tot de volledige markt en een beter imago. Het zorgt ervoor dat je als bedrijf in een bredere pool passend talent kunt aantrekken én dat je huidige werknemers minder snel vertrekken. Een open en inclusieve bedrijfscultuur is zeker voor millennials erg belangrijk; een doelgroep die veel bedrijven graag aan zich willen binden.

Bibliotheek bevordert de interculturele dialoog

Even terug naar de bibliotheek, waar dit artikel begon. Mijn bibliotheek, de Nieuwe Veste, schrijft: “De bibliotheek heeft als belangrijke taak om context en duiding te bieden bij de actualiteit, om feit van fictie te scheiden, om gesprekken en debatten te faciliteren en zo de interculturele dialoog te bevorderen en actief burgerschap te ondersteunen“. De bibliotheek c.q. het cultuurcentrum is bij uitstek al een locatie waar nieuwkomers terecht komen om de Nederlandse taal te leren en de cultuur te leren kennen. In de bieb komen mensen tegenwoordig op een hele laagdrempelige manier met elkaar in contact, het lukt steeds vaker om juist door die laagdrempeligheid bruggen te slaan tussen verschillende culturen.

Die doorlopende dialoog is zeker noodzakelijk. Met alleen streven naar meer culturele diversiteit ben je er namelijk niet. Als er in een land, stad of bedrijf, heel veel verschillende culturele subgroepen zijn die elkaar niet of nauwelijks waarderen, waar mensen alleen maar in hun subgroepjes verkeren, ben je misschien wel cultureel divers maar kunnen mensen nog niet meedoen. Pas als de omgeving inclusief is, in de zin dat verschillen tussen mensen worden erkend én gewaardeerd, is het mogelijk problemen van diversiteit te vermijden, en de meerwaarde ervan te benutten. Ofwel: het gaat dus niet om diversiteit, maar om inclusiviteit.

Inclusiviteit versus diversiteit

Waar het goed is te streven naar diversiteit en veel verschillende mensen met verschillende afkomst in een land, stad of bedrijf te krijgen, is het nog beter en effectiever om al die verschillende groepen met elkaar te verbinden en te laten samenwerken. Inclusiviteit gaat over onderlinge verbondenheid. Een inclusieve organisatie is een samenhangend geheel van mensen die zich tot elkaar verhouden en zich met elkaar identificeren. In een inclusieve samenleving of organisatie kijken mensen naar elkaar om, ook over de grenzen van hun eigen ‘subgroep’ heen. Dan ontstaat echte saamhorigheid, het ‘wij’-gevoel.

Culturele diversiteit door ervaring op te doen in een internationale context

Als er meer culturele diversiteit ontstaat is het essentieel vaardigheden te ontwikkelen en activiteiten te kiezen die culturele nieuwsgierigheid aanwakkeren. Maar ook om een stap verder te gaan dan alleen kennis ontwikkelen en nadenken over het leren kennen van andere culturen: het is belangrijk het ook te dóen, daadwerkelijk in contact te komen met die andere culturen. Maar hoe?

Onderwijs: school en studie

Ik schreef al eerder over het belang van lessen (wereld)burgerschap op scholen. Al in het basisonderwijs en op de middelbare school leren kinderen via activiteiten en lessen om te gaan met kinderen van andere culturen. Onderwijs zorgt voor het ontwikkelen van een kritische geest die nodig is om vooringenomenheid tegen te gaan, om je aan te passen aan een sociale omgeving die cultureel gevarieerd is.

Studeren jongeren verder dan krijgen ze op veel hbo’s en universiteiten te maken met culturele diversiteit onder studenten. Een groeiend aantal universiteiten en hogescholen werkt ook aan de international classroom, aan ‘internationalisation at home’: het creëren van internationale leeromgevingen om interculturele en internationale competenties en vaardigheden op te doen.

In multiculturele samenlevingen die steeds complexer worden, moet onderwijs ons helpen de interculturele bekwaamheden te verwerven die ons in staat stellen samen te leven met – en niet ondanks – onze culturele verschillen.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Het Unesco wereldrapport stelt het zo mooi: “(…) Het versterken van interculturele competenties dient dus niet beperkt te worden tot het klaslokaal maar uitgebreid te worden tot de ‘universiteit van het leven’”. Ook kunst bijvoorbeeld kan helpen om wereldbeelden te verbreden, kunst bevordert interculturele openheid.

Naast “onderwijs” en “kunst” zie ik ook “stage lopen” en “reizen” als belangrijke onderdelen van die ‘universiteit van het leven’.

Stage lopen

Ik schreef al eens eerder over mijn eigen ervaringen met een stage bij Inguat (Instituto Guatemalteco de Turismo) en scriptie in Maleisië (haalbaarheidsonderzoek van een beach resort). Deze buitenland-ervaringen hebben écht mijn wereldbeeld verbreed, groen als ik destijds was waar het gaat om ervaringen buiten het Nederlands/Europese cultuurbeeld. Niet alleen is een stageperiode in het buitenland goed voor je zelfbeeld en persoonlijke ontwikkeling, ook draagt het aantoonbaar bij aan interculturele en internationale competenties en vaardigheden.

Aan de Haagse Hogeschool doet men al lang, tegenwoordig onder de noemer ‘Global Learning’, onderzoek naar het verwerven van internationale competenties via studie of stage in het buitenland. Lees bijvoorbeeld dit onderzoek van Hooven en Walenkamp uit 2013.

Ook ik zag, in tien projectjaren “jongeren en wereldburgerschap” bij JoHo, wat een buitenlandervaring (formele of informele stage, vrijwilligerswerk) met interculturele kennis en vaardigheden en wereldbeeld van die jongeren doet. Niet zelden werd er na terugkeer uit het buitenland een hele andere vervolgstudie of baankeuze gemaakt. En in alle gevallen werd de omgeving van die jongere betrokken bij zijn of haar ervaringen in het buitenland, waardoor een veel grotere groep mensen aan het denken werd gezet over ‘andere’ culturen.

Veel Hogescholen en Universiteiten zijn toch nog altijd een beetje huiverig voor te grote aantallen studenten die naar het buitenland gaan. De risico’s zijn relatief groot denkt men, op het gebied van gezondheid en veiligheid, of wellicht door het ontbreken van voldoende grip op voortgang en kwaliteit van de studie of stage in het buitenland. Dat gaat gepaard met nog steeds enige vooroordelen vermoed ik; op veel plekken buiten Nederland zal immers een kwalitatief vergelijkbare of zelfs betere stage of studie kunnen worden gevolgd dan ‘thuis, in Nederland’. Het wordt dan ook hoog tijd voor een overkoepelende instantie die, los van scholen en ministerie, waakt over de kwaliteit van stageplaatsen, voorbereiding en begeleiding van studenten en die studenten helpt bij het vastleggen van het geleerde (kennis en vaardigheden, zowel qua studie als op persoonlijk als intercultureel vlak) tijdens de periode in het buitenland.

Reizen

Een buitenlandse studie of stage ‘afdwingen’ dat zal niet gaan gebeuren denk ik. Maar ik gun iedere jongere op z’n minst toch een gap year als overbruggingsjaar tussen studie en werkzame leven. Niet meteen doorstomen richting carrière, maar even een pas-op-de-plaats om goed na te denken over de vervolgstap, even van de studie los te komen en te werken aan persoonlijke ontwikkeling en wereldbeeld. Datzelfde geldt voor de begin-dertigers die vaak voor de vervolgkeuzes in carrière komen te staan (‘laatste’ kans om via een nieuwe studie nog écht een ander carrièrepad te kiezen) en voor de mid-veertigers of begin-vijftigers (‘nog eenmaal kiezen voor iets radicaals anders binnen de talenten en vaardigheden die zijn opgedaan’). En vooruit, laten we dan ook de mid-zestigers benoemen die nog ‘een’maal iets groots kunnen doen voordat ze zich definitief overgeven aan de perikelen van de ouderdom

Ik gun al deze mensen op die wezenlijke momenten in hun leven de kracht van het ‘reizen’, als onderdeel van die ‘universiteit van het leven’. Nieuwe mensen ontmoeten, totaal andere gewoontes en gebruiken met eigen ogen zien, geuren opsnuiven en volledig andere geluiden horen dan je normaliter gewend bent. En dat hoeft niet extreem te zijn, het hoeft ook niet persé aan de andere kant van de wereld: zo’n ervaring moet vooral passen bij waar je voorkeuren liggen. Maar een beetje out-of-de-comfortzone mag het wel zijn, juist om je weer eens aan het denken te zetten. Ik denk dat het geheel van die reiservaringen vervolgens ontzettend veel zou doen voor de culturele diversiteit en vooral de inclusiviteit op eenieders thuislocatie.

Je kan het mensen niet verplichten, zo’n wereldbeeld veranderende -of verdiepende- stage- of reiservaring, maar je kan vanuit de overheid wel stimuleren en faciliteren. Ik denk dat er heel veel gelden die nu nog gaan naar tolerantie bevorderende activiteiten, culturele integratieprogramma’s en ook op het gebied van budgetten voor bijvoorbeeld veiligheid en racisme, kunnen worden ingezet voor andere zaken. Besteed die nu maar aan het faciliteren van die stages en reizen ter bevordering van (wereld)burgerschap. Mits die buitenlandervaringen en het interculturele contact ‘echt en authentiek’ zijn, los van te simpele folklore en ‘gearrangeerd spektakel’.

‘Cultureel toerisme’ (…) kan helpen cultureel begrip te bevorderen door anderen in hun natuurlijke omgeving te plaatsen en een diepere historische betekenis te geven aan andere culturen. Wanneer bevolkingsgroepen hierbij betrokken worden, kan dit ook het gevoel van eigenwaarde vergroten en bijdragen aan een duurzame ontwikkeling.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Deel je ervaringen

  • Hoe sta jij tegenover een samenleving waarin meerdere culturen mét elkaar in plaats van naast elkaar samenleven, écht sámen leven?
  • Zie jij een rol voor bibliotheken en cultuurcentra in Nederland om de culturele dialoog tussen subculturen in Nederland meer op gang te brengen en levend te houden?
  • Heb jij ervaringen opgedaan in het buitenland of in Nederland waardoor je culturele vooroordelen gingen verschuiven of veranderen? Zo ja, welke en waardoor veranderde je wereldbeeld?
  • Wat vind jij van het idee dat een overheid bij veel meer groepen mensen uit de samenleving en op veel meer momenten in ons leven stimuleert om naar het buitenland te gaan voor intercultureel contact? Is het ‘ieder voor zich’ of ligt er ook een taak mede bij de overheid?
  • En denk je dat die buitenlandervaringen ook helpen bij meer intercultureel contact na terugkeer in Nederland?

Meer lezen

Item van Human Dimensions over inclusiviteit, voorbij het wij-zij denken: