Leren solliciteren en werk vinden in Cambodja

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Athit Kong werd in 2002 ontslagen vanwege zijn inzet voor de Cambodjaanse vakbond. Hij werkte toen zo’n 2,5 jaar als assistent-machineoperator op de wasafdeling van een textielfabriek. Maar van de een op de andere dag was het voorbij. Sindsdien maakt hij carrière bij de bond; nu is hij vice-voorzitter. Athit zorgde er samen met anderen voor dat de vakbond groeide van 5.000 naar ruim 50.000 leden. ‘Het is echt een leerproces, werken bij een vakbond. Maar langzaamaan zie ik resultaten. We groeien, de werkomstandigheden verbeteren en er is een minimumloon bereikt’.

Waarom een artikel over de vakbond in Cambodja?

Normaliter heb ik niet zoveel met vakbonden. Ik heb er gewoon bijzonder weinig mee te maken gehad, in mijn werkzame jaren tot nu toe. Via een klik hier en een klik daar ben ik terecht gekomen op de website van CNV Internationaal. En daar klik ik, uit nieuwsgierigheid, op de pagina ‘projecten waarvoor financiering wordt gezocht’. Om uit te komen bij de Cambodja pagina. De informatie en het interview met Athit Kong triggeren me. En specifieker, één zin blijft in mijn achterhoofd hangen.

De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.

Leren solliciteren en werk vinden dus. Mmm, dat komt me ergens bekend van voor.

Wie of wat is CNV Internationaal?

CNV Internationaal komt wereldwijd op voor arbeidsrechten en helpt werkenden om sterk te staan en zich te organiseren in vakbonden. Zo kunnen werknemers wereldwijd ook zélf hun werkomstandigheden verbeteren. CNV werkt samen met lokale vakbondsorganisaties. Zij weten immers zelf het beste wat er nodig is voor de mensen ter plekke, op de werkvloer.

  • CNV Internationaal is een afdeling binnen de CNV Vakcentrale, het op 1 na grootste vakverbond in Nederland met ruim 235.000 leden.
  • Het uitgangspunt van CNV? Iedereen heeft recht op goed werk.
  • CNV Internationaal heeft drie focusregio’s: Latijns-Amerika (5 kernlanden), Afrika (6 kernlanden) en Azië (3 kernlanden)
  • Binnen de drie regio’s onderscheidt CNV Internationaal drie werkterreinen: arbeidsrechten, werkgelegenheid voor jongeren en de ‘sociale dialoog’.
  • Binnen die werkterreinen focust CNV weer op vier kernthema’s: palmolie, mijnbouw, suikerriet en kleding.

Maar goed, Cambodja dus.

Ik lees verder op de website van CNV Internationaal. CNV steunt in Cambodja het werk van de jonge vakbondsorganisatie CLC, met CCAWDU als grootste aangesloten organisatie en dé bond voor de arbeiders in de textielfabrieken. Deze organisatie groeit van vijfduizend leden in 2000 naar ruim vijftigduizend nu. De werkomstandigheden van arbeiders in de textielfabrieken zijn inmiddels verbeterd en er is in de textielsector een minimumloon bereikt.

CLC richtte bijvoorbeeld in 2015 bij zes bedrijven CLC-bonden op, onder meer in de horeca en de toeristische sector. Door dat te doen, kunnen de rechten van steeds meer werknemers worden gewaarborgd. Maar belangrijker nog: kunnen werknemers een normaal, fatsoenlijk loon verdienen waarmee ze in hun dagelijkse levensbehoefte (voedsel, woonruimte, onderwijs en toegang tot gezondheidszorg) kunnen voorzien.

Werkgelegenheid voor jongeren in Cambodja

Ook in Cambodja heeft de jeugd de toekomst. Maar om een goede toekomst te kunnen realiseren is naast goed onderwijs ook voldoende toegang tot de arbeidsmarkt nodig. Voldoende werkgelegenheid dus voor jongeren en -een andere deels overlappende focusdoelgroep- vrouwen. Maar ook fatsoenlijke werktijden, een veilige en gezonde werkomgeving, een normaal uurloon dat past bij de levensstandaard in Cambodja en normale werknemersrechten.

Aan de ene kant kun je zorgen voor voldoende werkgelegenheid, maar dan moeten aan de andere kant de Cambodjaanse jongeren voldoende vaardigheden hebben om die banen te bemachtigen. Zie hier de zin waarmee ik dit artikel begon: De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.


Promoting core labour standards,  towards a decent job for Cambodian workers

Onder deze projectnaam slaan CNV International en CLC in Cambodja de handen ineen, met financiële steun van de EU -ja, Europa dus. Dat Europa dat wij als Nederlanders zo steunen of bekritiseren.

Belangrijkste doelen van het project, voor wat betreft de ‘arbeidsrechten’:

  • tegengaan van overmatige werkuren
  • steunen van het recht van werknemers om zich te verenigen
  • stimuleren van een gezonde werkomgeving, tegengaan van regelmatig flauwvallen van werknemers
  • versterken van onderhandelingsvaardigheden van vakbondsleiders

Mede door de website van CNV had ik de gedachte dat dit project volop actief is, totdat ik in een nieuwsbericht lees dat het project met een ‘final conference’ tussen 13 en 16 maart 2017 is beëindigd. Er zijn trainingen georganiseerd over onderhandelen en gelijke rechten voor vrouwen en mannen en er zijn festiviteiten geweest rondom belangrijke internationale dagen van de arbeid, jeugd en mensenrechten. Er zijn nieuwe allianties gevormd voor een betere dialoog tussen overheid, werkgevers en maatschappelijke organisaties.

OK – project afgerond dus. De gedachte die ik bij afgeronde projecten altijd heb bekruipt me ook nu: “En daarna dan?” Hoe staat het nu met die arbeidsrechten? En zijn die 150 jongeren nou eigenlijk getraind in sollicitatietechnieken? Zijn de werkuren en werkomstandigheden in Cambodja nu echt verbeterd? Wat doet CNV nu dan in Cambodja, in de periode 2018, 2019 en 2020?

Ik blijf over met teveel vragen. Tegelijkertijd snap ik dat je arbeidsomstandigheden in een land met ruim 16 miljoen inwoners niet zomaar even met een ‘EU projectje’ verandert. Dat zijn processen van de lange adem. En ook snap ik dat een website niet altijd de meest up-to-date stand van zaken laat zien.

Nog even over sollicitatietrainingen

De hele tijd tijdens het lezen van de achtergronden van dit project blijft dat zinnetje maar in mijn hoofd hangen…150 Cambodjaanse jongeren leren te solliciteren. Wat een toeval dat mijn werkgever, Stichting JoHo, ‘talentontwikkeling’ al jaren als speerpunt heeft. Het stimuleren van vragen als (en antwoorden op) hoe krijg ik een beter zelfinzicht, wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik ontwikkelen, waar wil ik werken, en wat past daar dan bij qua werkplek, soort werkgever en baan. Dat we al sinds jaar en dag informatie ontwikkelen over het ontwikkelen van je talenten, solliciteren, assessments, opdoen van werkervaring.

Nu weet ik ook wel dat de bestaande info van JoHo vooral gericht is op Nederlanders. Nederlanders, die vooral in Nederland willen werken. Maar; niet voor niets heeft JoHo “talentontwikkeling” en “internationale samenwerking” als speerpunten. JoHo bereikt toch ook wel erg vaak Nederlanders die in een internationale en/of interculturele context willen werken, of ervaring in het buitenland willen opdoen. Om daar weer persoonlijk of arbeidstechnisch door te groeien. Nu weet ik ook wel dat je dat wat in Nederland werkt, niet zomaar kan doorkopiëren naar een land in Zuidoost-Azië. Laten we de culturele context niet vergeten.

Laat mij nou even dagdromen

Wat zou ik het mooi vinden wanneer JoHo, JoHo donateurs en andere World Supporters, samen met CNV, CLC en bijvoorbeeld partners van Nederlandse expats in Cambodja (die vaak om zingevende projecten zitten te springen) praktische, ‘hand-on’ trainingen opzetten en tools ontwikkelen die in beide landen duurzaam werken. Hoe krijg je meer inzicht in jezelf? Hoe leer je een baan vinden? Wat zijn je vaardigheden en competenties en welke banen passen daar bij? Hoe solliciteer je? Hoe presenteer je jezelf? Welke passies drijven je? Waar wil je over vijf jaar staan? Ook al is de context wellicht volledig anders; dit soort vragen leven zowel bij Nederlandse als Cambodjaanse jongeren (en niet-jongeren, trouwens).

Trainingen, tools en e-courses die, telkens voorzien van een ‘lokale module’, wereldwijd functioneren. De ontwikkeling ervan gefinancierd door de EU en Nederlandse en Cambodjaanse ministeries.

Laat mij nou even dagdromen…

Wakkerrrrrr

Natúúrlijk gebeurt er post-2017 al een hele hoop in Cambodja op het gebied van toegang tot arbeid. Zo wees Google me al heel snel op een lijvig, bijna 100 pagina’s tellend rapport ‘Kingdom of Cambodja Decent Work Country Programme 2019-2023’. Dit programma formuleert drie ambitieuze doelen voor de periode tot aan 2023, en verder tot aan 2030:

  1. stimuleren van fatsoenlijke werkgelegenheid en duurzame ondernemingen, gecombineerd met het ontwikkelen van relevante vaardigheden en competenties van werknemers
  2. versterken en uitbreiden van bescherming van werknemers, hun veiligheid en gezondheid
  3. verbeteren van arbeidsomstandigheden en arbeidsrechten, inclusief het bespreekbaar maken van seksuele intimidatie en bescherming van het moederschap

Dat overlapt toch behoorlijk met de ambities van CLC en CCAWDU, is mijn eerste gedachte.

Voor de geïnteresseerden:

Ondanks gerealiseerde projecten en lijvige plannen vol mooie doelen, is er ook een realiteit van alledag. Begin 2020 plaatste Trouw een artikel over de meest recente invoerheffingen van de EU op Cambodjaanse producten, omdat het land structureel achterblijft in het verbeteren van mensenrechten en arbeidsrechten. Vakbonden en arbeiders die willen staken worden geïntimideerd, het land van boeren wordt ‘afgepakt’ door groeiende suikerrietplantages en het bestuur heeft de oppositie en media monddood gemaakt.

De EU wil dat arbeiders een betere positie krijgen in Cambodja. Maar textielwerkers, meestal vrouwen, kunnen hun baan kwijtraken als de export afneemt. Tegelijkertijd, zonder maatregelen geen structurele verandering. Een duivels dilemma dus. De maatregelen gelden voor ongeveer 20% van de exporthandel; opkomende en dus nog kwetsbare industrieën in Cambodja worden ontzien.

O ja, die 150 jongeren…

Ze laten me niet los.

Wie hen nu precies helpt om betere sollicitatieskills te bemachtigen? Ik weet het nog steeds niet. Wie het weet, mag het zeggen. Of gaan doen. Een mooie pilot-onderzoeksklus, internationale stagetaak, een mooie casestudy voor een MBO/HBO opleiding P&O / HR die over de grenzen kijkt. Samen met JoHo, CNV, CLC en die potentiële financierders?

In de woorden van Athit Kong:

“In Cambodja zijn de werkomstandigheden slecht en er is te weinig werk. Daarom vind ik het belangrijk om te strijden en de vakbeweging te steunen. Ik wil voor mensen een fatsoenlijk leven bereiken. Om successen te bereiken, moet je met elkaar praten. Sociale dialoog is een instrument om een platform te creëren voor de werkende klasse. Stapje voor stapje kom je verder. Hoe? Door je organisatie sterker te maken.”

Athit Kong, website CNV Internationaal

Ik lees graag nog eens opnieuw over Kongs gedachten in 2023, of 2030, in hoeverre het ‘Decent Work Programme’ duurzame verandering heeft gebracht. Ik hoop dat CNV deze ontwikkeling blijft volgen. En wellicht vinden CNV en JoHo elkaar nog eens, in de toekomst.

Deel je ervaringen

  • Ben je zelf actief (geweest) met ontwikkeling van kennis & vaardigheden in Cambodja of op bijvoorbeeld het gebied van arbeidsrechten en mensenrechten? Deel je ervaringen.
  • Ken jij of steun je CNV International? Vertel over je ervaringen!
  • Hoe zou Nederland of de EU moeten omgaan met het duivelse dilemma rondom de export uit Cambodja?
  • Wat is volgens jou de sleutel tot duurzame ontwikkeling in Cambodja? Hoe krijgen vooral vrouwen, jongeren en andere kwetsbare groepen voldoende toegang tot de arbeidsmarkt?

Ik hoor graag meer van je, via de reacties hieronder.

Meer lezen

Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Multiculturalisme. De multiculturele samenleving. Culturele diversiteit. Er is al zóveel over geschreven de laatste jaren. Waarom lijkt het toch steeds minder vaak te lukken om verschillende culturen met elkaar te laten samenleven? Onderling elkaars culturen te respecteren? Ik denk dat er wel veel en steeds meer culturele diversiteit is, in Nederland en overal op de wereld, maar dat culturen elkaar onderling gewoon te weinig (kunnen) ontmoeten. Er zijn veel meer laagdrempelige momenten en activiteiten nodig waarop mensen aan elkaars cultuur kunnen proeven, als vanzelf begrip en respect voor ‘de andere cultuur’ krijgen. Dat begint al in het onderwijs, maar ook bibliotheken kunnen een rol spelen. En de overheid zou veel meer het ‘reizen’ en het opdoen van buitenlandervaringen kunnen stimuleren én faciliteren.

Ik las deze week een mooie zin in de nieuwsbrief van de Nieuwe Veste, de Bredase bibliotheek annex cultuurcenter.

Culturele diversiteit of multiculturalisme verwijst naar een harmonieuze samenleving waarin de mensen zijn verbonden in begrip en respect voor elkaar, en voor elkaars cultuur.

E-nieuwsbrief Nieuwe Veste Breda

In de nieuwsbrief legde de Nieuwe Veste de link met de protesten tegen racisme, in navolging op de dood van George Floyd. Daar wil ik het nu niet over hebben, maar wél over het nastreven van culturele diversiteit.

Ik ben er van overtuigd dat veel problemen die ontstaan rondom racisme, onbegrip voor situaties van vluchtelingen en botsingen tussen verschillende culturen voortkomen uit een tekort aan interculturele ervaring, het ‘te weinig verkeren in een internationale omgeving’. Zoals altijd begint het met je niet (genoeg) kunnen verplaatsen in de situatie van een ander. En zeker als die ander dan ook nog een andere cultuur heeft, andere opvattingen heeft ontstaan vanuit een andere culturele opvoeding, kan het onbegrip al snel groot worden.

Wereldburgerschap

Een van de oplossingsrichtingen om racisme en cultureel onbegrip tegen te gaan ligt in het stimuleren van burgerschap. Het stimuleren om actief mee te doen aan een samenleving begint al in het basis- en middelbare onderwijs: het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en een houding die stapsgewijs actief burgerschap ontwikkelt. Vanaf jongs af aan leren mensen zo om mee te denken, om een mening te ontwikkelen en deze aan te scherpen via meningen van anderen. Het ontwikkelen van burgerschap betekent ook het ontwikkelen van kennis omtrent een democratie, mensenrechten, het omgaan met conflicten, sociale verantwoordelijkheid nemen, mensen gelijkwaardig behandelen, kennis ontwikkelen over duurzaamheid én het omgaan met maatschappelijke diversiteit.

Burgerschapsonderwijs, in het verlengde van het vroegere maatschappijleer, wordt steeds meer een vast element op scholen. De laatste jaren zijn speciale programma’s ontwikkeld voor jongeren op scholen om hen te leren over (actief) burgerschap. Goed vind ik dat daarbij ook op meer en meer scholen een stap verder wordt gezet met wereldburgerschap, dat vaak samenvalt met internationaliseringsdoelstellingen. Leerlingen maken zo al op jonge leeftijd kennis met de internationale samenleving: hoe kun je je actiever opstellen in de wereld. Om de cultuur van de ander beter te begrijpen is het belangrijk dat je leert door de bril van een ander te kijken.

Culturele diversiteit in een land

Hoeveel verschillende culturen er in een specifieke regio, bijvoorbeeld “een land”, te vinden zijn bepaalt de mate van culturele diversiteit van die regio. De wereld wordt sowieso kleiner en steeds meer mensen krijgen de mogelijkheid te reizen, zich internationaal te bewegen. Tegelijkertijd lijkt het aantal conflicten op de wereld weer toe te nemen, waardoor vanzelf ook meer vluchtelingenstromen op gang komen. Ook door klimaatverandering, met droogte of juist overstroming als gevolg, is de kans dat bestaande spanningen verder toenemen groter. Culturen verspreiden zich dus, waardoor je ook in jouw woonomgeving te maken krijgt met meerdere culturen.

Over heel Nederland gezien is het aantal inwoners met een migratieachtergrond ongeveer een vijfde van de bevolking (22,6%). Tien jaar geleden was dit nog 16 procent. Dit blijkt uit een diversiteitsonderzoek (2017) het van Centraal Bureau voor de Statistiek, de Jeugdmonitor, de Buurtintegratiemonitor en het Sociaal Cultureel Planbureau. Ongeveer 25% van alle jongeren tot 25 jaar in Nederland heeft een migratie-achtergrond. Natuurlijk zijn er grote regionale verschillen; bijvoorbeeld Amsterdam en Den Haag zijn twee gemeenten waarin het aantal autochtonen net onder de 50 procent ligt. De instroom van vluchtelingen heeft maar een beperkte invloed (0,3% in topjaar 2015): beperkt in grootte, maar cultureel wel heel divers.

De komende decennia groeit de bevolking alleen nog door mensen met een migratieachtergrond, en daalt het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond. In 2017 heeft 23 procent van de bevolking een westerse of niet-westerse migratieachtergrond, in 2060 zal dat naar verwachting 34 procent zijn. Het aantal culturen in Nederland zal in omvang en diversiteit dan wel steeds verder toenemen; of een land echt een multiculturele samenleving is wordt natuurlijk vooral ook bepaald door de vraag in hoeverre de culturen met elkaar mengen, of meer ‘naast elkaar bestaan’. En om te kúnnen mengen, is een wederzijds vermogen nodig om zich in de ander te willen verdiepen: wereldburgerschap.

Culturele diversiteit bij een bedrijf

Bedrijven en organisaties presteren beter als zij mensen in dienst hebben met  verschillende culturele en etnische achtergronden. Cultureel diverse bedrijven halen een hogere omzet, hebben betere kansen om te overleven, zijn vaak creatiever (ook in het vinden van oplossingen), hebben een hogere werknemerstevredenheid en hebben een beter imago.

Het vergroten van het werknemersbestand met werknemers van diverse culturen begint natuurlijk bij de werving, zowel via al bestaande cultureel diverse werknemers als via netwerken buiten de organisatie. Maar evenzo belangrijk is het om zowel leidinggevenden als huidige werknemers te trainen om kwaliteiten en talenten van cultureel diverse werknemers beter te herkennen en waarderen: inclusief leidinggeven en inclusief samenwerken.

De Rijksoverheid stelde enkele jaren geleden 9 principes vast voor meer culturele diversiteit in een bedrijf (voor werking van de achterliggende links lees het volledige artikel op Rijksoverheid.nl):

Ook deed het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek naar cultureel diversiteitsbeleid bij werkgevers. De uitkomsten van het onderzoek lieten negen principes zien om tot een goed functionerend diversiteitsbeleid te komen:

  1. Bepaal waarom culturele diversiteit van waarde is voor de organisatie (de business case voor diversiteit).
  2. Bepaal (SMART-) doelstellingen
  3. Zet effectieve maatregelen en instrumenten in om een meer divers personeelsbestand te kunnen realiseren.
  4. Leiderschap vervult een cruciale rol bij het realiseren van meer culturele diversiteit in het personeelsbestand.
  5. Zorg voor draagvlak voor culturele diversiteit
  6. Klimaat waarbinnen diversiteitsmanagement plaatsvindt is relevant.
  7. Communicatie, zowel in- als extern levert een bijdrage aan culturele diversiteit.
  8. Kennis en vaardigheden zijn nodig om meer culturele diversiteit te kunnen realiseren.
  9. Monitor en evalueer de voortgang en resultaten van de gevoerde strategie en maatregelen.

Download het volledige onderzoek:

Hoe cultureel divers zijn Nederlandse bedrijven eigenlijk?

Hoewel meer dan 92 procent van de bedrijven vindt dat diversiteitsmanagement belangrijk is voor het internationale succes van de onderneming, is het aantal bedrijven waarbij het diversiteitsbeleid ook echt verankerd is in de cultuur met 44 procent nog altijd in de minderheid (2018 studie diversiteitsbeleid, Michael Page). Vooral de grotere Nederlandse bedrijven hebben moeite om inzicht te krijgen hoe cultureel divers hun personeelsbestand eigenlijk is. Daartoe heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Barometer Culturele Diversiteit ontwikkeld. Organisaties en bedrijven kunnen hun personeelsbestand aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en krijgen dan een geanonimiseerde lijst terug waarop te zien is welk percentage van het personeel een bepaalde achtergrond heeft. Die informatie kan worden uitgesplitst naar al bekende subgroepen van de personeelsadministratie, zoals functiegroep of aantal jaren in dienst.

Het idee is dan om door het verbeterde inzicht bedrijven bewuster te maken hoe cultureel divers men al is, of nog niet. En met die toegenomen bewustwording komt dan hopelijk ook het uiteindelijk handelen om het bestand divers te krijgen. Zeker omdat dit zoals eerder al genoemd aantoonbaar leidt tot meer omzet, beter toegang tot de volledige markt en een beter imago. Het zorgt ervoor dat je als bedrijf in een bredere pool passend talent kunt aantrekken én dat je huidige werknemers minder snel vertrekken. Een open en inclusieve bedrijfscultuur is zeker voor millennials erg belangrijk; een doelgroep die veel bedrijven graag aan zich willen binden.

Bibliotheek bevordert de interculturele dialoog

Even terug naar de bibliotheek, waar dit artikel begon. Mijn bibliotheek, de Nieuwe Veste, schrijft: “De bibliotheek heeft als belangrijke taak om context en duiding te bieden bij de actualiteit, om feit van fictie te scheiden, om gesprekken en debatten te faciliteren en zo de interculturele dialoog te bevorderen en actief burgerschap te ondersteunen“. De bibliotheek c.q. het cultuurcentrum is bij uitstek al een locatie waar nieuwkomers terecht komen om de Nederlandse taal te leren en de cultuur te leren kennen. In de bieb komen mensen tegenwoordig op een hele laagdrempelige manier met elkaar in contact, het lukt steeds vaker om juist door die laagdrempeligheid bruggen te slaan tussen verschillende culturen.

Die doorlopende dialoog is zeker noodzakelijk. Met alleen streven naar meer culturele diversiteit ben je er namelijk niet. Als er in een land, stad of bedrijf, heel veel verschillende culturele subgroepen zijn die elkaar niet of nauwelijks waarderen, waar mensen alleen maar in hun subgroepjes verkeren, ben je misschien wel cultureel divers maar kunnen mensen nog niet meedoen. Pas als de omgeving inclusief is, in de zin dat verschillen tussen mensen worden erkend én gewaardeerd, is het mogelijk problemen van diversiteit te vermijden, en de meerwaarde ervan te benutten. Ofwel: het gaat dus niet om diversiteit, maar om inclusiviteit.

Inclusiviteit versus diversiteit

Waar het goed is te streven naar diversiteit en veel verschillende mensen met verschillende afkomst in een land, stad of bedrijf te krijgen, is het nog beter en effectiever om al die verschillende groepen met elkaar te verbinden en te laten samenwerken. Inclusiviteit gaat over onderlinge verbondenheid. Een inclusieve organisatie is een samenhangend geheel van mensen die zich tot elkaar verhouden en zich met elkaar identificeren. In een inclusieve samenleving of organisatie kijken mensen naar elkaar om, ook over de grenzen van hun eigen ‘subgroep’ heen. Dan ontstaat echte saamhorigheid, het ‘wij’-gevoel.

Culturele diversiteit door ervaring op te doen in een internationale context

Als er meer culturele diversiteit ontstaat is het essentieel vaardigheden te ontwikkelen en activiteiten te kiezen die culturele nieuwsgierigheid aanwakkeren. Maar ook om een stap verder te gaan dan alleen kennis ontwikkelen en nadenken over het leren kennen van andere culturen: het is belangrijk het ook te dóen, daadwerkelijk in contact te komen met die andere culturen. Maar hoe?

Onderwijs: school en studie

Ik schreef al eerder over het belang van lessen (wereld)burgerschap op scholen. Al in het basisonderwijs en op de middelbare school leren kinderen via activiteiten en lessen om te gaan met kinderen van andere culturen. Onderwijs zorgt voor het ontwikkelen van een kritische geest die nodig is om vooringenomenheid tegen te gaan, om je aan te passen aan een sociale omgeving die cultureel gevarieerd is.

Studeren jongeren verder dan krijgen ze op veel hbo’s en universiteiten te maken met culturele diversiteit onder studenten. Een groeiend aantal universiteiten en hogescholen werkt ook aan de international classroom, aan ‘internationalisation at home’: het creëren van internationale leeromgevingen om interculturele en internationale competenties en vaardigheden op te doen.

In multiculturele samenlevingen die steeds complexer worden, moet onderwijs ons helpen de interculturele bekwaamheden te verwerven die ons in staat stellen samen te leven met – en niet ondanks – onze culturele verschillen.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Het Unesco wereldrapport stelt het zo mooi: “(…) Het versterken van interculturele competenties dient dus niet beperkt te worden tot het klaslokaal maar uitgebreid te worden tot de ‘universiteit van het leven’”. Ook kunst bijvoorbeeld kan helpen om wereldbeelden te verbreden, kunst bevordert interculturele openheid.

Naast “onderwijs” en “kunst” zie ik ook “stage lopen” en “reizen” als belangrijke onderdelen van die ‘universiteit van het leven’.

Stage lopen

Ik schreef al eens eerder over mijn eigen ervaringen met een stage bij Inguat (Instituto Guatemalteco de Turismo) en scriptie in Maleisië (haalbaarheidsonderzoek van een beach resort). Deze buitenland-ervaringen hebben écht mijn wereldbeeld verbreed, groen als ik destijds was waar het gaat om ervaringen buiten het Nederlands/Europese cultuurbeeld. Niet alleen is een stageperiode in het buitenland goed voor je zelfbeeld en persoonlijke ontwikkeling, ook draagt het aantoonbaar bij aan interculturele en internationale competenties en vaardigheden.

Aan de Haagse Hogeschool doet men al lang, tegenwoordig onder de noemer ‘Global Learning’, onderzoek naar het verwerven van internationale competenties via studie of stage in het buitenland. Lees bijvoorbeeld dit onderzoek van Hooven en Walenkamp uit 2013.

Ook ik zag, in tien projectjaren “jongeren en wereldburgerschap” bij JoHo, wat een buitenlandervaring (formele of informele stage, vrijwilligerswerk) met interculturele kennis en vaardigheden en wereldbeeld van die jongeren doet. Niet zelden werd er na terugkeer uit het buitenland een hele andere vervolgstudie of baankeuze gemaakt. En in alle gevallen werd de omgeving van die jongere betrokken bij zijn of haar ervaringen in het buitenland, waardoor een veel grotere groep mensen aan het denken werd gezet over ‘andere’ culturen.

Veel Hogescholen en Universiteiten zijn toch nog altijd een beetje huiverig voor te grote aantallen studenten die naar het buitenland gaan. De risico’s zijn relatief groot denkt men, op het gebied van gezondheid en veiligheid, of wellicht door het ontbreken van voldoende grip op voortgang en kwaliteit van de studie of stage in het buitenland. Dat gaat gepaard met nog steeds enige vooroordelen vermoed ik; op veel plekken buiten Nederland zal immers een kwalitatief vergelijkbare of zelfs betere stage of studie kunnen worden gevolgd dan ‘thuis, in Nederland’. Het wordt dan ook hoog tijd voor een overkoepelende instantie die, los van scholen en ministerie, waakt over de kwaliteit van stageplaatsen, voorbereiding en begeleiding van studenten en die studenten helpt bij het vastleggen van het geleerde (kennis en vaardigheden, zowel qua studie als op persoonlijk als intercultureel vlak) tijdens de periode in het buitenland.

Reizen

Een buitenlandse studie of stage ‘afdwingen’ dat zal niet gaan gebeuren denk ik. Maar ik gun iedere jongere op z’n minst toch een gap year als overbruggingsjaar tussen studie en werkzame leven. Niet meteen doorstomen richting carrière, maar even een pas-op-de-plaats om goed na te denken over de vervolgstap, even van de studie los te komen en te werken aan persoonlijke ontwikkeling en wereldbeeld. Datzelfde geldt voor de begin-dertigers die vaak voor de vervolgkeuzes in carrière komen te staan (‘laatste’ kans om via een nieuwe studie nog écht een ander carrièrepad te kiezen) en voor de mid-veertigers of begin-vijftigers (‘nog eenmaal kiezen voor iets radicaals anders binnen de talenten en vaardigheden die zijn opgedaan’). En vooruit, laten we dan ook de mid-zestigers benoemen die nog ‘een’maal iets groots kunnen doen voordat ze zich definitief overgeven aan de perikelen van de ouderdom

Ik gun al deze mensen op die wezenlijke momenten in hun leven de kracht van het ‘reizen’, als onderdeel van die ‘universiteit van het leven’. Nieuwe mensen ontmoeten, totaal andere gewoontes en gebruiken met eigen ogen zien, geuren opsnuiven en volledig andere geluiden horen dan je normaliter gewend bent. En dat hoeft niet extreem te zijn, het hoeft ook niet persé aan de andere kant van de wereld: zo’n ervaring moet vooral passen bij waar je voorkeuren liggen. Maar een beetje out-of-de-comfortzone mag het wel zijn, juist om je weer eens aan het denken te zetten. Ik denk dat het geheel van die reiservaringen vervolgens ontzettend veel zou doen voor de culturele diversiteit en vooral de inclusiviteit op eenieders thuislocatie.

Je kan het mensen niet verplichten, zo’n wereldbeeld veranderende -of verdiepende- stage- of reiservaring, maar je kan vanuit de overheid wel stimuleren en faciliteren. Ik denk dat er heel veel gelden die nu nog gaan naar tolerantie bevorderende activiteiten, culturele integratieprogramma’s en ook op het gebied van budgetten voor bijvoorbeeld veiligheid en racisme, kunnen worden ingezet voor andere zaken. Besteed die nu maar aan het faciliteren van die stages en reizen ter bevordering van (wereld)burgerschap. Mits die buitenlandervaringen en het interculturele contact ‘echt en authentiek’ zijn, los van te simpele folklore en ‘gearrangeerd spektakel’.

‘Cultureel toerisme’ (…) kan helpen cultureel begrip te bevorderen door anderen in hun natuurlijke omgeving te plaatsen en een diepere historische betekenis te geven aan andere culturen. Wanneer bevolkingsgroepen hierbij betrokken worden, kan dit ook het gevoel van eigenwaarde vergroten en bijdragen aan een duurzame ontwikkeling.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Deel je ervaringen

  • Hoe sta jij tegenover een samenleving waarin meerdere culturen mét elkaar in plaats van naast elkaar samenleven, écht sámen leven?
  • Zie jij een rol voor bibliotheken en cultuurcentra in Nederland om de culturele dialoog tussen subculturen in Nederland meer op gang te brengen en levend te houden?
  • Heb jij ervaringen opgedaan in het buitenland of in Nederland waardoor je culturele vooroordelen gingen verschuiven of veranderen? Zo ja, welke en waardoor veranderde je wereldbeeld?
  • Wat vind jij van het idee dat een overheid bij veel meer groepen mensen uit de samenleving en op veel meer momenten in ons leven stimuleert om naar het buitenland te gaan voor intercultureel contact? Is het ‘ieder voor zich’ of ligt er ook een taak mede bij de overheid?
  • En denk je dat die buitenlandervaringen ook helpen bij meer intercultureel contact na terugkeer in Nederland?

Meer lezen

Item van Human Dimensions over inclusiviteit, voorbij het wij-zij denken:

In actie komen voor ‘het goede doel’. Leuk, maar hoe doe je dat concreet?

Geschatte leestijd: 15 minuten.

Ik krijg in m’n netwerk regelmatig de boodschap “Dat Muziekids hè van jou, ik wil je best helpen…maar ik weet niet zo goed hóe”. Mensen vinden het toch vaak moeilijk om te bedenken wat ze nu zelf concreet, binnen hun eigen netwerk, kunnen betekenen voor een goed doel. Hierbij een blog over het steunen van je favoriete goede doel, met voorbeelden van wat je zou kunnen doen. Ik hou voor het gemak “Muziekids” even aan, naast Stichting JoHo mijn favoriete goede doel. Misschien is niet alles relevant voor jouw situatie, of heb je juist andere opties, maar ongetwijfeld zal veel overlappen. In actie voor het goede doel!

Wat steun je eigenlijk?

Ga je je favoriete doel steunen, zorg er dan voor dat je de ‘slogan’ van je doel helder en kort kunt vertellen. En dat je dat kunt vertalen naar ‘gewone mensentaal’, liefst met een paar concrete voorbeelden van wat er met het opgehaalde geld gerealiseerd kan worden.

Muziekids: méér muziekbeleving voor kinderen en jongeren in Nederlandse ziekenhuizen en zorginstellingen.

Ofwel: lekker samen muziek maken, met leeftijdsgenootjes, muziekprofessionals en -vrijwilligers. Even vergeten dat je “patiënt” bent, gewoon door muziek afleiding hebben en kind zijn. Positieve herinneringen maken en ontdekken dat muziek maken en een instrument bespelen hartstikke leuk is.

In het geval van Muziekids maken donaties het mogelijk dat:

  • er méér uren muziek kan worden gemaakt in een ziekenhuis (Muziekids studio’s),
  • er nieuwe instrumenten kunnen worden gekocht,
  • muziekvrijwilligers vaker op de kinderafdeling langs de bedden kunnen gaan (Muziekids op Reis),
  • de interne opleiding van muziekvrijwilligers kan worden uitgebreid,
  • Muziekids op nieuwe locaties actief kan worden
  • er meer onderzoek mogelijk wordt naar de effecten van de inzet van muziek in de zorg en
  • kinderen en jongeren ook op afstand muziek kunnen maken (Muziekids Online Studio)

Daarbij is het soms handig om in de basis te weten hoe het goede doel gefinancierd is. Muziekids bijvoorbeeld ontvangt geen overheidssubsidies of gelden vanuit de zorgsector of ziekenhuizen. Daarom is Muziekids volledig afhankelijk van spontane financiële steun en acties om geld bijeen te brengen.

Zelf doen, of aansluiten bij een bestaande actie?

Natuurlijk is het mogelijk om je aan te sluiten bij bestaande acties en events; je hoeft het wiel niet altijd zelf uit te vinden of een actie helemaal zelf op touw te zetten. Laat je bijvoorbeeld sponsoren voor Muziekids als je toch al meedoet aan een sportwedstrijd of meespeelt tijdens een muziekevenement.

Maar wil je wel zelf iets bedenken, dan zijn er ongelooflijk veel mogelijkheden. Een aantal voorbeelden hieronder.

OK, hou je vast, here we go 😄🎶.

Rechtstreeks doneren

De waarschijnlijk makkelijkste en meest directe manier van het steunen van een goed doel: doneren. Prettig voor wie wel de financiële middelen maar niet al te veel tijd heeft: gewoon, ouderwets geld storten. Nou ja…ouderwets…

  • je kan bij Muziekids geld doneren via iDeal of creditcard. Muziekids schrijft dan eenmalig, of periodiek als je dat wilt, een door jou aangegeven bedrag af van je rekening
  • je kan dat “algemeen” doneren, of specifiek labellen aan één bepaald ziekenhuis
  • ook kan je via “Tikkie” heel gemakkelijk doneren, door een bedrag in te vullen en in te loggen op het “internetbankiersysteem” van je eigen bank (zoals je al je betalingen waarschijnlijk al via site of app op je smartphone of tablet doet). Iedereen met een Nederlandse betaalrekening kan betalen via Tikkie.
  • ook kan je via SMS aan Muziekids doneren
    • eenmalig, door MUZIEKIDS te sms’en aan 4333; je doneert dan eenmalig €3
    • maandelijks, door MUZIEKIDS AAN te sms’en aan 4333; je doneert dan maandelijks €3 totdat je het abonnement weer UIT zet (je leest vanzelf hoe dat moet)

Natuurlijk kan je bij veel goede doelen ook ‘donateur’ worden, een mooie manier als je je duurzaam verbonden voelt met een doel en je dat ook wilt uiten door een donateurschap. En vaak ontvang je als donateur ook nog extra voordelen.

SMS actie voor Muziekids

Jubilea

Een jubileum op het werk, een zilveren of gouden bruiloft, zoveel jaar werkzaam als vrijwilliger bij een vereniging, 10 jaar samen met je partner…er zijn vele momenten in iemands leven waarbij er iets te vieren valt. En waarbij de netwerk waarschijnlijk aan je vraagt “wat wil je graag hebben”. Steeds meer mensen zoeken een origineel cadeau: een maatschappelijk doel. Iedereen kan zich wat voorstellen bij hoe het is om een kind in het ziekenhuis te hebben. Daarom ontvangt Muziekids regelmatig een mooi bedrag als jubileumbesteding.

Social media

Hoe bekender het goede doel, hoe meer mensen er over horen ‘via-via’. Die naamsbekendheid is zó belangrijk. Social media, van Facebook tot Instagram en van TikTok tot Snapchat: het zijn de bekende kanalen waar mensen dagelijks op posten. Muziekids is bijzonder actief op veel social media kanalen; zowel Stichting Muziekids landelijk als de afzonderlijke Muziekids studio’s plaatsen vrijwel dagelijks berichten over de muziekactiviteiten in en buiten het ziekenhuis.

Abonneer je op de accounts; like en deel eens een bericht zodat ook jouw vrienden of collega’s er over horen. Maar bijvoorbeeld Facebook maakt het ook makkelijk om een ‘online donatie campagne’ te starten, bijvoorbeeld als cadeau-inzamelingsactie voor je verjaardag of bij een andere bijzondere gelegenheid.

Afstuderen

Steeds meer studenten kiezen rondom hun afstudeermoment voor een inzamelingsactie voor Muziekids, als origineel ‘cadeau’ om samen met vrienden, ouders en bekenden iets maatschappelijks te doen. Regelmatig ontvangt Muziekids donaties vanuit bijvoorbeeld conservatorium-studenten, die een muziekevent organiseren als afstudeeropdracht. Dat kan een eigen afstudeerconcert zijn, of een muziekavond/festival waarbij meerdere acts optreden. Maar ook bijvoorbeeld studenten eventmanagement organiseren een eindopdracht waarbij ze de koppeling leggen tussen een event en een maatschappelijk doel als Muziekids.

Benefiet muziekoptreden voor Muziekids door Fontys Academie voor Muziekeducatie

Actie met school

Ik vind het bijzonder om te zien hóeveel scholen in actie komen voor Muziekids. Men organiseert een hardloopwedstrijd, een goede doelen dag, een theater avond, men gaat auto’s wassen met hele klassen, organiseert rommelmarkten, de schoolband speelt voor Muziekids…echt, op scholen gebeurt ontzettend veel voor dit muzikale goede doel.

Bijzonder vond ik ook dat juffen Isabelle en Carla van De Spoorzoeker, de school van mijn kids in de Belcrum (Breda), geen seconde hoefden na te denken toen ik “Muziekids” opperde als volgende goede doel voor de ‘goede doelen dag’. Heel snel ontstond er een projectteam en werd er druk gebrainstormd over hoe ‘muziek’ (in de volle breedte) als thema kon worden uitgewerkt. Daarbij helpt het dat deze school al een draaiboek klaar heeft liggen voor het organiseren van een goede doelen dag; zo zal er hopelijk veel kennisuitwisseling tussen scholen zijn. Corona gooide voorjaar 2020 roet in het eten dus werd de goede doelen dag alsnog verplaatst naar het najaar, maar Muziekids blijft staan als goede doel.

Voor scholen is het steunen van een goed doel natuurlijk ook een leerzaam traject, waarbij kinderen zelf gaan nadenken over hoe het doel te steunen. Men leert over maatschappelijke doelen, waarom die er zijn, hoe je mee kunt doen. En bij specifiek Muziekids is ‘muziek’ natuurlijk ook een bestaande lesactiviteit (op een gelukkig weer groeiend aantal scholen), dus zijn er mooie koppelingen te maken met de lessen die toch al gegeven worden. Ook in het kader van de bekende Kinderpostzegelactie kunnen scholen ‘Muziekids’ adopteren als hun goede doel.

En niet te vergeten…iedere school communiceert ook regelmatig met ouders van de kinderen. Natuurlijk raakt Muziekids zo ook indirect bekend bij een paar honderd ouders…die ook allemaal weer werkgevers, vriendengroepen en sportclubs hebben die betrokken kunnen raken…

Comenius schoolactie voor Muziekids

Sporten voor Muziekids

Ik noemde het eerder al even, maar sportevenementen, klein of groot, zijn natuurlijk bij uitstek mooie momenten voor het extra steunen van een goed doel. Zo zijn er sponsorlopen voor Muziekids, gaan sportverenigingen regelmatig aan de slag met wedstrijdopbrengsten of kantinedonaties, organiseren scholen zwemestafettes of ‘rondjes rond de school’, zijn er buurtacties met ‘penalty schieten voor het goede doel’.

In behandeling bij mijn vertrouwde fysio (Monné, Breda) vertelde ik aan mijn vaste fysiotherapeut Tim over mijn vrijwilligerswerk voor Muziekids. Tim schakelde snel en Monné bleek al even op zoek naar een goed doel om te steunen. De link tussen muziek, preventie, ontspanning en zorg was snel gelegd. Monné organiseerde een actie rondom de in heel Breda en omstreken bekende Singelloop Breda, waarbij een deel van de inschrijfkosten naar Muziekids gaat. Superleuke en spontane actie van een sociaal betrokken bedrijf!

Instagram post Loop Mee Met Monné, Sporten voor Muziekids

Bedrijfsacties voor Muziekids

Het voorbeeld van Monné net laat al zien hoe je als bedrijf betrokken kunt worden bij het werk van Muziekids. Zo zijn er al talloze bedrijven geweest sinds 2010 die hun maatschappelijke betrokkenheid toonden aan Muziekids. Het mes snijdt daarbij uiteraard aan twee kanten: goed voor de kinderen en jongeren die Muziekids bereikt, maar óók goed voor het bedrijf. Natuurlijk is het logisch dat het bedrijf in zijn eigen marketing de maatschappelijke actie uitlicht.

Regelmatig worden er bedrijfsjubilea gekoppeld aan Muziekids, waarbij mooie donaties worden gedaan. Ook bij afscheidsrecepties van directeuren, managers, medewerkers of bestuurders wordt Muziekids regelmatig gekozen als ‘goed doel’.

Een wat nieuwere vorm van ‘doneren’ zijn de Business Challenges die ‘teambuilding’ koppelen aan ‘maatschappelijke betrokkenheid’. Een team van collega’s dat zich een dagdeel of dag volledig inzet om zoveel mogelijk donaties voor Muziekids op te halen, of nieuwe partners te scoren. Soms in de vorm van een wedstrijd tussen teams van collega’s: wie haalt het meeste op? Goed voor de teamspirit, betrokkenheid bij het bedrijf en het opdoen of aanscherpen van (nieuwe) vaardigheden. En goed voor Muziekids.

Daarnaast doneren veel partijen in de vorm van gratis producten of diensten, in de vorm van kennis en tijd: van het sponsoren van flyers tot het beschikbaar stellen van iPads voor de muziekstudio’s en van het mee-designen van een website tot het meebouwen aan of inrichten van nieuwe studio’s: Muziekids heeft een aantal hele trouwe business partners en een steeds groeiend aantal bedrijfssponsoren. Denk bijvoorbeeld ook aan het sponsoren van iets als ‘catering’ tijdens events die Muziekids organiseert of die ten goede komen aan Muziekids. Of aan instrumenten (professioneel en/of speelgoed), studiomeubilair, studiobelichting, studio-raamzonnewering, kantoormeubilair, vervoermiddelen. Hoe meer kosten er kunnen worden bespaard, hoe meer er resteert om te besteden aan het uiteindelijke doel: muziekbeleving voor kinderen en jongeren in ziekenhuizen en zorginstellingen.

Werk je bij een bedrijf, vraag dan intern eens na of er mogelijkheden zijn om ‘Muziekids’ te adopteren als goed doel!

Muzikanten voor Muziekids

Muziekids leent zich natuurlijk bij uitstek voor leuke muzikale muzikanten-voor-Muziekids acties. Ik benoemde al even de benefietconcerten en afstudeeroptredens voor het goede doel. Muziekids weet aan iedere muziekstudio een bekende Nederlandse muzikant te binden, naamgever van de studio en tevens ambassadeur. Van Guus Meeuwis tot Ali B en van René Froger tot Nick en Simon. Natuurlijk zorgen bekende muzikanten ook voor een groei in naamsbekendheid.

Wat ik persoonlijk heel mooi vind om te zien zijn de optredens van minder bekende of lokaal bekende bands en muzikanten, die hun gage van een optreden afstaan aan Muziekids. De koppeling van een klein of groot bedrag én het feit dat veel bezoekers van zo’n optreden Muziekids als goed doel een keer voorbij zien komen is mooi: directe donatie-inkomsten én naamsbekendheid.

Benefiet optreden voor Muziekids van een jeugdige band, samen met Candy Dulfer

PR maken

De meest basic maar o zo effectieve manier: gewoon pr maken op plekken waar dat logisch is. Leg bijvoorbeeld een stapel Muziekids flyers op plekken waar veel relevant publiek is of langskomt. Zo heeft Muziekids meer materiaal, ook weer gesponsord door drukkerijen etc., dat inzetbaar is bij pr-acties.

Naast fysieke pr is online pr vaak erg effectief; Muziekids heeft logo’s, banners maar ook mooie “verhalen” die online geplaatst kunnen worden op plekken waar veel en relevante bezoekers komen. Ik blog regelmatig over Muziekids; natuurlijk mogen die berichten ook elders opgenomen worden!

Iets waar je misschien niet direct aan denkt of wat meer iets is voor als je toevallig contacten hebt: regel een interview met de (lokale) krant, radio of tv (naamsbekendheid!). Iedere dag maar weer moet die krant of uitzending met nieuws en wetenswaardigheden worden gevuld; als je het een beetje slim aanpakt en niet direct de ‘wij willen gratis reclame’vraag stelt is er vaak veel mogelijk. Zeker als je het combineert met nieuwsfeiten en/of eigen ervaringsverhalen.

Lezen met Muziekids. In 2013 besteedde het branche magazine Huisartsenservice, al aandacht aan Muziekids’ muzikale jeugdproject voor de zorg. Mooi artikel!

Winkels & horeca: retail voor Muziekids

Vraag eens of je vertrouwde bakker, slager, groenteman, kapper of supermarkt een spontane actie heeft voor Muziekids. Of wellicht een leuk winkelevent kan koppelen aan een donatie voor Muziekids. Zo zijn er al verschillende winkeliers en horecazaken geweest met een sympathieke actie voor het goede doel Muziekids.

Een mooie en recente actie was die van de Bagels & Beans keten, die meerdere winters producten op hun menu zette waarvan een deel van de opbrengst naar Muziekids ging. Iedere actie van een winkel, klein of groot, zorgt voor extra middelen om muziek de ziekenhuizen in te krijgen…maar het gaat natuurlijk lekker hard als zo’n winkelketen met meerdere zaken verspreid over Nederland in actie komt voor Muziekids. Ook hier weer: naast de directe donatie-inkomsten zorgt dat ook weer voor groeiende naamsbekendheid. Ook zijn er al meerdere muziekzaken en aanverwante bedrijven die bijvoorbeeld instrumenten doneeerden of geluid en licht sponsorden tijdens events voor Muziekids.

Mooie terugkerende Bagels & Beans menuactie voor Muziekids

Schenkingen en Nalatenschappen

Muziekids krijgt zo af en toe bijzondere schenkingen. Zo doneerde Guus Meeuwis niet al te lang geleden een . Maar ook schenkingen van particulieren, van mensen die niet met naam en toenaam genoemd willen worden, van vriendengroepen, clubs. Of in de vorm van nalatenschappen.

Bijzondere schenking aan Muziekids van dit keer maar liefst €5.000!

Draagvlak

Veel ziekenhuizen en zorginstellingen zien steeds meer de kracht van muziek, als afleidend instrument voor álle patiënten, maar zeker ook kinderen en jongeren. Moest ‘vroeger’ nog uitgebreid uitgelegd worden waarom ‘muziek’ een activiteit in een ziekenhuis zou moeten zijn (lees het Muziekids Magazine maar eens door), tegenwoordig ziet men sneller de kracht van muziek. Kinderen worden relaxter, vinden de nodige afleiding en ontspanning, gaan niet meer met (grote) tegenzin naar het ziekenhuis, de sfeer in het ziekenhuis verandert: met muziek gebeurt er véél dat goed is voor patiënt, ouder én ziekenhuis.

Het draagvlak voor muziek in de zorg en ziekenhuizen groeit. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de kracht van muziek. Maar Muziekids is er nog lang niet. Het ambitieuze doel van ‘muziekbeleving in ieder ziekenhuis en zorginstelling van Nederland’ ligt nog ver buiten bereik. Welk draagvlak is nu beter dan de vraag van de patiënt, of ouder, zelf? Vraag eens in je eigen ziekenhuis rond aan arts, medewerker of bestuurder of er al een beleid op het gebied van muziek is, of zij Muziekids kennen, en zo ja waarom Muziekids nog niet aanwezig is (als dat zo is). Verandering van binnenuit!

Draagvlak voor Muziekids – ook op bestuurlijk niveau. Met burgemeester en Muziekids ambassadeur Jan van Zanen.

Vrijwilligerswerk is uiteraard ook een vorm van doneren!

Welke vaardigheden, kennis en kunde heb jij die je zou kunnen inzetten voor Muziekids? Wellicht ben je zelf muzikaal vaardig en kan je goed met kinderen overweg en ben je geschikt als studioleider of muziekvrijwilliger op een nieuwe locatie? Vergis je niet, het is een pittige functie, waarbij muzikaal toptalent ondergeschikt is aan ‘muziek kunnen maken op het niveau van kinderen’.

Maar er zijn meer manieren om bij te dragen. Van pr maken tot events mee organiseren, van actief worden op social media tot stagelopen: wellicht ben jij wel uitermate geschikt als Muziekids vrijwilliger!

Kleine acties, groot gebaar

Soms begint het steunen van een goed doel heel dichtbij, op kleine schaal, met een groot gebaar. Het organiseren van een cupcake verkoop ‘voor het goede doel’, een flesseninzameling langs de deuren in de buurt (buiten corona tijd), een spontane sponsorloop van een paar kinderen in de buurt voor Muziekids: de mooiste en meest vertederende acties zijn vaak die van de kinderen zelf die zich voor kinderen in moeilijker omstandigheden willen inzetten.

Heel mooi vond ik het zelf om te zien hoe ook mijn kinderen enthousiast werden om zich voor Muziekids in te zetten, toen ze het woord “Muziekids” wel erg vaak in ‘huize Hommel’ hoorden vallen. Mijn middelste zoon Tijs besloot bijvoorbeeld direct om flessen in te gaan zamelen om het statiegeld te kunnen doneren en mobiliseerde al zijn vrienden om zich voor de schoolactie-voor-Muziekids in te spannen. Een hele middag lang (en nóg een, en nóg een) struinde hij langs de deuren in de wijk om overal flessen op te halen. Bijkomend voordeel: al die mensen horen een keer het woord Muziekids vallen…

Festivals en events voor het goede doel

Ik zag een festival lange tijd als iets waar ‘vooral heel veel geld heen moet’. Nou is dat volgens mij nog steeds wel zo, maar tegelijkertijd heeft een wat groter festival -maar ook de braderie of het jaarlijkse muziekfestival in je dorp- vaak een behoorlijk groot bereik. En wordt het op zichzelf ook weer interessant voor sponsoren en adverteerders. Veel grotere festivals zoeken contact met goede doelen die zij mee kunnen laten profiteren van dat bereik, of waarmee ze hun eigen duurzaamheids- of maatschappelijke beleid (verder) vorm kunnen geven. En: één en één is nog altijd twee of zelfs drie; bedrijven zijn vaak bereid al dan niet extra te sponsoren als het geld dat zij besteden daarmee éxtra ten goede komt aan maatschappelijke doelen. Goed voor het bedrijf, goed voor het festival en goede doel.

In deze tijden van corona ligt het misschien de komende periode weer anders. De culturele sector heeft het natuurlijk zwaar en een jaar zonder festival en zonder extra inkomsten hakt er financieel in. Maar ik ben er van overtuigd dat de komende jaren nieuwe kansen ontstaan.

Wil je jouw goede doel helpen, leg dan eens contact met de commissie “pr, media” of “externe relaties” van de events in je directe omgeving en vraag of er samenwerkingsmogelijkheden zijn. Wellicht is er fysieke ruimte voor je doel om zich te presenteren; wellicht zijn er mogelijkheden om het doel vermeld te krijgen op de website of in het eventmagazine of nieuwsbrief.

De relatie tussen muziekevents en Muziekids ligt voor de hand, zo was er al eens een mooie samenwerking tussen het drukbezochte Nickelodeon festival en Muziekids. In 2020 legde ik contact met Singelloop Breda; een in en om Breda ‘wereld’beroemd event met 18.000 deelnemers, 500 vrijwilligers en 80.000 bezoekers. Singelloop Breda koppelt haar event jaarlijks aan een goed doel, waarbij een deel van het inschrijfgeld ten goede komt aan het goede doel én er veel extra pr en publiciteit aan het doel wordt gegeven. Hoewel men zeker enthousiast is over Muziekids, was ik voor 2020 net te laat: mijn timing was verkeerd. Maar wél zegde men toe aandacht te willen geven aan Muziekids in de uitgaande communicatie. Bedenk maar eens hoeveel van die bijna 100.000 mensen op een of andere manier een bijdrage zouden kunnen leveren!

Muziekids pop-up studio tijdens het Nickelodeon Festival 2019

Met z’n allen voor het goede doel

Ik ben er eens goed ingedoken. Heb proberen uit te zoeken hoeveel groepen, serviceclubs als Rotary en Lions, business clubs, vriendengroepen, sportteams etc. zich jaarlijks in en om Breda inzetten voor een goed doel. Ik ben nóg bezig: het zijn er erg veel. Veel mensen willen zich in club- of verenigingsverband, of gewoon met een stel collega’s of vrienden, graag inzetten voor hun goede doel. Daar komt ook het succes van bv. KWF Kankerbestrijding en KiKa vandaan. Enerzijds organiseer je ‘iets leuks’, iets waar iedereen graag aan mee wil doen, vaak ook met een competitief element. Anderzijds steun je een doel, iets waar bij voorkeur iedereen die meedoet iets mee heeft, hetgeen extra motiveert om je beste beentje voor te zetten.

Bedenk eens in je eigen kring met wie je je zou willen inspannen voor Muziekids. Wat zou een gedeelde activiteit kunnen zijn? Welk (haalbaar) streefbedrag zie je voor ogen?

En ja, mannen én vrouwen, dat mag ook best iets ‘stoers’ zijn en/of iets waar je je lol uithaalt, iets waar uitdaging in zit. Een motortoertocht, een bierfestival, een BBQ challenge voor het goede doel, een sportieve uitdaging, een outdoor challenge, een wijnproeverij…

Motortoertocht voor Muziekids

Online crowdfunding

Een leuke moderne manier van € inzamelen voor een goed doel (of een bedrijf) is het starten van een eigen online crowdfunding campagne. Vaak heel effectief voor een gericht project waarbij in relatief korte tijd een bedrag behaald wordt. Soms kan je een crowdfundingcampagne mee laten lopen bij een andere activiteit, bijvoorbeeld als je een actie tijdens een event of festival houdt. Door het communiceren van een specifiek webadres waarop donaties kunnen worden gedaan, kan je zo heel inzichtelijk maken hoeveel er wordt opgehaald -en heb je geen gedoe met contante betalingen of dure pinapparaten.

Er zijn verschillende online crowdfundingplatforms waarbij de techniek voor het klaarzetten van een campagne al voor je geregeld is, tegen een (klein) percentage van de behaalde opbrengst.

Deel je ervaringen

  • Geïnspireerd? Misschien heb jij een nog veel beter idee om € op te halen voor Muziekids. Deel het in de reacties. Iedere euro draagt bij aan méér muziek voor kinderen en jongeren in Nederlandse ziekenhuizen en kinderklinieken.
  • Mis je een categorie in bovenstaand overzicht? Kan ik me voorstellen; er zijn zóveel actierichtingen mogelijk. Deel het via een reactie en ik voeg de optie toe.

O ja, even praktisch

  • Organiseer je een actie voor het goede doel? Vergeet niet duidelijk te maken op welk rekeningnummer donaties kunnen worden gemaakt.
  • Donaties aan Muziekids kunnen worden gestort op ABN/AMRO bankrekening NL43ABNA0587898550, t.n.v. Stichting Muziekids Hilversum
  • Geef bij acties altijd even aan dat donateurs kenbaar kunnen maken waarvoor de gift bestemd is: Muziekids in algemene zin, de studio’s of een specifieke studio, of een bepaald ander Muziekids doel.

Stichting Muziekids helpt je mee

Bij een actie voor het goede doel sta je er uiteraard niet alleen voor. In mijn voorbeeld, Muziekids, denkt de stichting vaak met mensen mee, juist doordat er sinds 2010 al zóveel is georganiseerd is er veel ervaring opgebouwd rondom fondsenwervende acties. Maar de stichting communiceert alle acties ook in eigen (social) kanalen, zodat je actie meer aandacht krijgt. Er zijn folders, stickers, posters, gadgets en andere pr middelen beschikbaar die je nodig kunt hebben bij acties. En er is veel inspiratie voor het opstarten van een actie online te vinden.

Meer lezen?

Ik geloof heilig in de kracht van muziek in de zorg, want ik heb het zelf ervaren met het piano (blijven) spelen en actief blijven in bandjes, ondanks mijn eigen chronische ziekte.

  • Hoe mijn betrokkenheid bij Muziekids is ontstaan lees je op de Muziekids pagina.
  • Voor concrete tips bij het starten van een actie voor Muziekids kijk je bij Muziekids op de Actiepagina.

Help jezelf door een ander te helpen – wat hebben altruïsme en pijndemping met elkaar te maken?

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Pijndemping, door iets goeds te doen voor een ander. Ofwel: help jezelf, door een ander te helpen. Hoe mooi wil je het hebben? Ik las deze week over een mooi wetenschappelijk onderzoek door de Peking University, in Beijing dus. In dat onderzoek komen twee hoofdthema’s van ‘Er zit muziek in mijn leven‘ mooi samen: ‘wereldburgerschap’ en ‘chronische pijn’.

Zo meer over hoe die twee thema’s bij elkaar komen. Voordat we naar China afreizen, eerst een uitstapje naar België en Zweden.

De paradox van vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk doen, ofwel ‘goed doen’, jezelf inzetten om een ander te helpen. Die ander kan een individu zijn, een groep mensen, een initiatief of organisatie die ‘iets goeds’ doet voor een ander. Maar het uitvoeren van dat vrijwilligerswerk gaat, letterlijk gezien, ten koste van jezelf. Je besteedt een deel van je eigen spaarzame tijd en energie om juist een ander verder te brengen. Waarom ‘offeren’ mensen zichzelf op? Er is in de loop der tijd veel onderzoek gedaan naar effecten van vrijwilligerswerk juist op diegene die het werk uitvoert. Er moeten natuurlijk redenen zijn waarom mensen willen bijdragen, hun tijd en energie opofferen voor een hoger doel.

Betere gezondheid door vrijwilligerswerk

Een onderzoek dat de Universiteit van Gent in 2016/2017 uitvoerde liet zien dat mensen die vrijwilligerswerk doen gezonder zijn dan mensen die zich niet voor een ander inzetten. Vrijwilligers zetten zich fysiek en/of mentaal in, hetgeen zich op latere leeftijd uitbetaalt in geen of minder functionele achteruitgang en beschermt tegen dementie. Vrijwilligerswerk vergroot ook het zelfvertrouwen en iemands sociale netwerk (zowel de kwaliteit van sociale contacten als de hoeveelheid contacten). Vrijwilligerswerk door ouderen voorkomt zelfs eenzaamheid.

Eenzelfde voordeel liet een ander onderzoek zien in Zweden (2010-2015), waarbij ouderen werden gevolgd die vrijwilligerswerk uitvoerden. De activiteit leidde tot helderder nadenken, een betere concentratie en de vrijwilligers hadden minder moeite om zich zaken te herinneren.

Beide onderzoeken lieten dus al zien: vrijwilligerswerk maakt gezond. Er was wel een ‘maar’: het causale verband. Leidde het vrijwilligerswerk zélf tot een toenemende gezondheid? Of zorgde het feit dat deze vrijwilligers over het algemeen een wat hoger inkomen hadden en dus sowieso al wel meer kans hadden op een gezondere leefstijl, tot een betere gezondheid? Meer onderzoek is dus nodig.

Volunteering: help yourself by helping others

Meer kennis en kunde door vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk zorgt niet alleen voor een betere gezondheid, maar ook voor meer sociale samenhang en een betere leefbaarheid: samen klussen oppakken betekent samenwerken, de ander leren kennen, uitwisselen. Daarnaast kun je met vrijwilligerswerk ook werken aan jezelf. De ontwikkeling van nieuwe vaardigheden is voor veel vrijwilligers een van de redenen om voor vrijwilligerswerk te kiezen. Dat kan op allerlei terreinen liggen; denk bijvoorbeeld aan samenwerken, leidinggeven, interculturele vaardigheden ontwikkelen, problemen oplossen, plannen, naar een ander luisteren, flexibiliteit ontwikkelen.

Ik schreef al eens eerder een blog bij WorldSupporter met concrete voorbeelden hoe vrijwilligerswerk, in dit geval in het buitenland, verbeterde competenties en vaardigheden kan opleveren.

Die tijdens vrijwilligerswerk opgedane competenties kun je trouwens formeel laten vastleggen in een zogeheten EVC-traject (Erkenning Verworven Competenties); dit kan je voordelen opleveren als je bijvoorbeeld wilt gaan solliciteren.

Op naar China, Beijing: hoe vrijwilligerswerk en ‘goed doen’ bijdraagt aan pijnreductie

Nieuw onderzoek, in 2019/2020 uitgevoerd onder aansturing van Xiaofei Xie van de Peking University in Beijing, ging een stap verder. Met twee pilotstudies, drie experimenten en diverse brain imaging onderzoekjes (fMRI, ofwel functional MRI) onderzocht men de relatie tussen het doen van vrijwilligerswerk en de perceptie van acute en chronische pijn. Onderzoeksdeelnemers kregen bijvoorbeeld vlak na de vraag om wel, of niet, te doneren aan een goed doel een (milde) elektrische schok toegediend. Bij hen die kozen voor ‘wel doneren’, was op de fMRI minder pijngerelateerde breinactiviteit te zien dan wanneer gekozen werd voor ‘niet doneren’. Zo werden verschillende tests uitgevoerd, onder andere ook bij een groep mensen met chronische pijn als gevolg van kanker. Uit alle -wetenschappelijk zorgvuldig uitgevoerde- tests bleek dat ‘goed doen’ zorgde voor óf letterlijk fysiek minder pijn of voor een lagere perceptie van die pijn.

Natuurlijk was dit Beijing onderzoek maar een eerste, relatief nog beperkt, onderzoek naar de relatie tussen altruïsme en (chronische) pijn. Maar het onderzoek bleef zeker niet onopgemerkt in de medische wereld en leverde diverse publicaties op. Lees bijvoorbeeld de publicatie van het Pain Research Forum:

Ook het artikel over het onderzoek in Gent benoemde trouwens al dat door het helpen van anderen bijvoorbeeld de hormonen oxytocine en progesteron vrijkomen, die helpen om weerstand te bieden tegen stress en virussen.

Wat te doen met deze nieuwste inzichten uit China?

Dus: help jezelf, door een ander te helpen. Moeten we nu het ‘doen van vrijwilligerswerk’ opnemen als behandelingsactiviteit aangeboden door alle pijnpoli’s in Nederland, wereldwijd? 🙂 Mwah, zo’n vaart zal het niet lopen. Maar het bevestigt wel wat ik zelf al een tijdje ervaar: dat het doen van iets dat je écht fijn vindt en waar je veel voldoening uit haalt, iets dat op het terrein van je ‘passies’ ligt, als een van de vele elementen kan bijdragen aan het (leren) omgaan met chronische pijn.

Wat is dat dan zoal, voor mij persoonlijk?

  • Het maken van muziek, je inzetten in bandjes –OnCue, Tak & Band– geeft mij veel voldoening. Als een soort van ‘muzikant-vrijwilliger’ je muziek inzetten om anderen te vermaken, een goede middag of avond te bezorgen, is voor mij een van de leukste dingen om te doen. En is een activiteit die -op het moment zelf- in ieder geval de pijn wegdrukt, waardoor het vol te houden is. Tegelijkertijd zorgt het naderhand vaak wel voor meer pijn, door de extra belasting, dus ook daar is het een kwestie van het telkens opnieuw vinden van een goede balans.
  • Ik zal altijd, in een of andere vorm, actief blijven voor Stichting JoHo, met thema’s als talentontwikkeling, werken aan vaardigheden en competenties en al dan niet in een internationale context. De stichting waar ik al >20 jaar actief ben en waar ik in al die jaren veel voldoening uit haal.
  • Me als vrijwilliger inzetten voor Stichting Muziekids, waar gezondheidszorg en muziek samenkomen, is voor mij ook een (relatief nieuwe) ‘passie’. Ook daar levert het vrijwilligerswerk veel afleiding en een goed gevoel op. Muziek kunnen inzetten als onderdeel van geboden zorg aan kinderen en jongeren in ziekenhuizen. Met eigen ogen zien dat zij veel afleiding en plezier uit muziek halen, in tijden waar je gezondheid het af laat weten: dát geeft mij weer afleiding en plezier.

Het bewaken van de juiste balans tussen plezier, voldoening en belastbaarheid is daarbij één van de grootste en telkens terugkerende uitdagingen als je leeft met chronische pijn.

Vrijwilligerswerk Muziekids studio Almere:
lekker samen muziek maken, goed voor patiënt én goed voor de vrijwilliger

Mensen met chronische pijn willen maatschappelijk nuttig blijven

Ik spar regelmatig met andere chronische pijn patiënten over hoe zij afleiding vinden, wat hen motiveert om door te gaan. Hun ervaringen laten eenzelfde beeld zien als wat ik dag in, dag uit ervaar: ook zij zoeken gericht naar activiteiten die afleiding van hun chronische pijn bieden. En vinden juist de voldoening die vrijwilligerswerk geeft, het feit dat je iets kunt doen voor een ander, zo belangrijk. “Je maatschappelijk nuttig blijven voelen” is júist bij mensen met chronische pijn een belangrijk issue. Veel mensen verliezen ongewild hun baan en worden gedwongen op zoek te gaan naar een alternatief.

Natuurlijk kost omgaan met chronische pijn tijd, is het een proces en slaagt niet iedereen er in om tijdig uit het “vechten tegen de pijn” te geraken. Maar soms ligt de oplossing juist in het opnieuw op zoek gaan naar die maatschappelijke zingeving. In de lijn van het Beijing onderzoek: het vinden van het vrijwilligerswerk dat bij je past. Dat kan op hele kleine of grotere schaal zijn, vanuit je bed of bank in je eigen huis tot online bijdragen en de meer traditionele vormen van vrijwilligerswerk: ‘goed doen’ kent velerlei verschijningsvormen.

Daarbij mag er naar mijn mening meer aandacht komen voor de financiële positie van chronische pijnpatiënten. Vaak blijven zij uit financieel oogpunt worstelen met een zoektocht naar een betaalde baan, die veelal fysiek niet meer haalbaar is. Om productief en van waarde voor je werkgever te blijven ga je dan vaak over je grenzen heen, hetgeen weer volgende uitval en frustratie oplevert. Natuurlijk is vrijwilligerswerk ook niet vrijblijvend en wordt er op je gerekend, maar vaak is daar toch meer flexibiliteit en minder ‘druk’.

Laten we dus al dat vrijwilligerswerk ook financieel maar eens gaan herwaarderen. Maar dat is een goed onderwerp voor een volgende keer.

Voer voor vervolgonderzoek

De onderzoeken in Beijing, Gent en Zweden vragen om gericht vervolgonderzoek. Wat gebeurt er nou precies in het brein tijdens het uitvoeren van een vrijwilligersactiviteit en in de periode daarna? Is het effect meer een placebo, een perceptie van minder pijn door bijvoorbeeld afleiding, of levert het ook écht minder pijnsignalen in het brein op?

Ik ben van plan mijn vrijwilligersactiviteiten gewoon lekker voort te zetten. Én om nieuw toekomstig onderzoek naar de relatie tussen vrijwilligerswerk en pijn te blijven volgen. Ik geef me graag op als testcase, voor wie de relatie tussen (omgaan met) chronische pijn en maatschappelijke zingeving nader wil onderzoeken.

Deel je ervaringen

  • Heb jij wel, of niet, gekozen om een deel van je beschikbare tijd te besteden aan een vorm van vrijwilligerswerk? En waarom?
  • Zo ja, wat doet vrijwilligerswerk met je? Wat levert het je op?
  • Heb je zelf (te maken met) een chronische ziekte? Lukt het je om maatschappelijk actief te blijven? Waarom juist wel, of niet?

Deel je gedachten via de reactiemogelijkheid hieronder.

Meer lezen

  • Wil je meer lezen over de in dit artikel genoemde onderzoeken? Reis opnieuw af naar België, Zweden of China.
  • Zelf je voor een ander inzetten? De weg in Nederland of België naar vrijwilligerswerk zal je al snel wel weten te vinden, via de lokale vrijwilligerscentrales. Zoek je naar vrijwilligerswerk in een meer internationale context? Stichting JoHo geeft aandacht aan initiatieven en vacatures in het buitenland.
    • JoHo geeft je houvast en tools om te ontdekken wie je bent, wat je kunt en wat je juist nog wilt ontwikkelen. Lees meer over het Ontwikkelen van Talenten & gebruik de Roadmap Tools om daar te komen waar je wilt zijn.
    • Het netwerk van JoHo laat je met voorbeelden en concrete mogelijkheden nadenken over wat bij jou zou kunnen passen, wat je eigenlijk zoekt en graag zou willen (en wat niet), waar je een bijdrage zou kunnen leveren en welke competenties en vaardigheden je er mee kunt verbeteren.
    • Bij de community WorldSupporter lees je vervolgens hoe anderen ‘reizen & helpen’, ‘leren & ontwikkelen’, combineren.
  • Wil je meer weten over Erkenning van Verworven Competenties (EVC)? Het Nationaal Kenniscentrum EVC maakt je wegwijs.
  • Meer lezen over de twee hoofdthema’s van dit blog? Bezoek de Blogmagazines Wereldburgerschap en Chronische pijn.
Het artikel in PNAS werd door 36 nieuwsbronnen opgepikt, er verschenen 6 blogs over, het werd 887 keer gedeeld op Twitter en 9 keer op Facebook geplaatst.

Ik ben een cultural creative. Aangenaam.

Geschatte leestijd: 5 minuten.

Ik ben een ‘cultural creative’. Tenminste, dat denk ik na het lezen van een artikel in een oudere GezondNU, die toevallig in onze badkamer slingerde. Hoe oud? Dat lees je straks.

Een cultural creative?

Ja. Ik heb het ook niet verzonnen.

Criteria om een cultural creative te kunnen zijn

Je raapt soms zwerfafval op.Check
Je helpt regelmatig iemand die hulp nodig heeft.Check
Je maakt je wel eens boos over onrecht.Check
Je laat je niet van alles aansmeren.Check
Je hebt aandacht voor anderen.Check
Je koestert idealen.Check (wel steeds minder)

Als ik bovenstaande herken, dan zou het volgens het artikel ‘best wel eens zo kunnen zijn’ dat je een cultural creative bent. Maar wees getroost, er zijn er wereldwijd nog zo’n 50 miljoen. Ik ben zéker niet uniek.

Socioloog Gijs van Beek, secretaris van de Stichting Cultural Creatives Nederland (echt…?!) voegt nog een paar kenmerken toe. Je doet zo af en toe eens vrijwilligerswerk (Check), je bent ‘gewoon’ lid van een vereniging (Check) en je eet biologisch (Eh, nee). In Amerika behoort naar schatting 26% van de bevolking tot ‘de club’ en in Nederland is onderzoek gedaan waaruit bleek dat 1,6 miljoen Nederlanders cultural creative zijn. Naar verwachting groeiend naar zo’n 30%.

Ah, je bedoelt geitenwollen sokkerig?

Zéker niet. Cultural creatives zijn juist hartstikke hip en trendy. Ze hebben toevallig gewoon een duurzame levensstijl, staan stevig in de moderne wereld en leven bewust. Niet omdat dat moet volgens een of andere stroming of goeroe, maar omdat ze zich er goed bij voelen. Jouw bijdrage leveren aan het grotere geheel.

Nog wat criteria dan.

Graag reizenCheck!
Op zoek naar evenwichtAl een tijdje, check
Lezen graag boekenCheck
Stellen kwaliteit boven kwantiteitCheck

Hou maar op. Ik geloof het wel, ik behoor tot die groep. Ik blog actief, zowel hier als op WorldSupporter. Alleen die naam al… Ik heb een categorie Wereldburgerschap op deze blogsite. Interesse in internationale samenwerking en ontwikkelingssamenwerking. Was vroeger al bezig met mensenrechten, ging op stage naar Guatemala, ben altijd bezig met zelfontplooiing en talentontwikkeling. Volgens mij ben ik Mr. Cultural Creative himself. 😉

Of ik nu echt ‘cultuurcreatief’ ben…tja, dat weet ik niet zo goed. Jawel, ik schrijf en ik maak muziek, zeker. Ik ga graag naar concerten en theater. Maakt je dat al cultuurcreatief? Ik heb toch meer dat beeld van de stereotype kunstenaar voor me. Die wonen er ook flink wat in de wijk Belcrum, waar ik woon. Maar daar lijk ik dan weer niet op. En…ik hou van gadgets. Van materiële tech-zaken dus.

Is het nieuw om cultural creative te zijn?

Nee. Socioloog René Bekkers geeft aan dat de verschuiving van materieel naar non-materieel al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw (dus ook zo’n 60 jaar geleden nu) bezig is. Postmaterialisten richten zich al decennia op kwaliteit van leven boven bezittingen. Groot verschil tussen de cultural creatives en de postmaterialisten is dat de eerste groep niet alleen maar geeft aan het goede doel, maar ook zélf actief wil worden, vrijwilligerswerk wil doen, graag zélf die ander wil helpen.

Ah, dat herken ik dan wel weer. En met 10 projectjaren bij JoHo achter de rug (2005-2015) waarin we jongeren met subsidie stimuleerden internationale ervaring op te doen (JoHo Xplore, MillenniumDoen!) herken ik dat ook bij heel veel tieners, twintigers en dertigers van nu. Niet meer geld storten aan de grote ontwikkelingsorganisatie, maar zelf ook een bijdrage leveren, op pad naar een project ergens op de wereld. Het platform WorldSupporter ontstond uit die projectsubsidies en draait nog altijd.

Hokje(s)

Vinden cultural creatives het -net als ik- niet oervervelend om in een hokje te worden gestopt? Volgens het artikel niet. Ook al denken deze mensen niet vanuit een bepaalde stroming of filosofie, men vindt het wel prettig en praktisch om zich te (kunnen) verenigen. Om gezamenlijk projecten op te starten, platforms te benutten. Ergens bij willen horen is iets menselijks en het helpt je om persoonlijke doelen te realiseren. Mensen met dezelfde kernwaarden kunnen elkaar ontmoeten, ideeën uitwisselen, ervaringen delen. Zo’n hokje is dus wel prima, mits het iets oplevert.

Daar denk ik nog even over na.

Oeps.

Het tijdschrift GezondNU bleek niet meer zo van NU te zijn, maar van juni 2009. Dat is 11 jaar geleden. Dacht ik eindelijk eens ergens bij te horen, is die stroming ongetwijfeld al weer ‘uit’. Kent niemand de term cultural creative meer.

Of niet. Cultural creative zijn heeft volgens mij alles te maken met bepaalde kernwaarden. Respect voor een ander, de wil om elkaar te helpen, ontdekken, ontwikkelen…het zijn waarden die al honderden, zo niet duizenden, jaren meegaan. En in ieder geval dus al sinds de jaren zestig van de 20e eeuw weer aan een revival bezig zijn.

Ik blijf nog lekker even cultural creative, als je het niet erg vindt.

Ps

Toch nog even kijken of de initiatieven die in het artikel genoemd worden nu ook nog bestaan.

Stichting Cultural Creatives NederlandMwah. Nee geloof ik. Wel wat Google hits op die term, vooral rond 2008/2009 inderdaad, tot ongeveer 2011. Ik zie ook wat marketingbureautjes voorbij komen die de term hanteren.
Stoerevrouwen.nlNee. Domein is gereserveerd, maar niet actief. Ging destijds over eerlijke productie van producten die vrouwen aanspreken.
ClubRVUEen ideële marktplaats, interactief platform om te geven en ontvangen. Site is niet bereikbaar.
Internationale niet-winkeldag.Internationale protestdag tegen de Westerse consumptiecultuur. Gestart in 1992 vanuit Canada. In Nederland op de laatste zaterdag van november. Ook in 2019 gewoon georganiseerd!
NoppesSoort ruilhandelsysteem waarbij mensen hun talenten inzetten voor een ander (van ramen zemen tot gitaarles). Betaling verloopt via ‘noppen’. Volop actief zo te zien, in 2018 werd het 25-jarig jubileum gevierd!
FairConnectOrganisatie die biologische en fairtrade producten op de markt brengt. Consumenten kunnen actief meedenken en er is veel aandacht voor boeren en boerinnen uit ontwikkelingslanden. FairConnect geeft vooral hits rond 2008/2009. Directeur Maarten Rijninks zie ik wel weer terugkomen bij Fairvent, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en zeker ook nu nog actief.

Oftewel, een gelijke stand: 3-3. Drie initiatieven van toen ‘leven’ ook nu nog, in min of meer dezelfde duurzame vorm. Geen slechte score vind ik, na elf jaar.

Ik zet heel cultureel creatief mijn blogwerk bij WorldSupporter, werk bij JoHo, vrijwilligerswerk bij Muziekids en muzikale bijdragen bij OnCue en Tak&Band nog wel even voort.

Benieuwd wie van jullie ook gezellig in mijn hokje blijken te zitten.

Deel je ervaringen

  • Ben jij een cultural creative?
  • Kan je iets met dit soort sociologische groepstermen? Of vind je het allemaal maar marketinggeroep?
  • In hoeverre ben jij duurzaam actief, voel je je wereldburger of draag je maatschappelijk bij?
  • En…hoe noemen we de cultural creatives tegenwoordig dan?

Deel je gedachten via de reacties hieronder. Ik lees ze met respect 😉

Meer lezen

Het begrip wereldburgerschap fungeert niet zelden als een koepelbegrip dat competenties omvat uit actief burgerschap, mondiale vorming, maatschappijleer, educatie voor duurzame ontwikkeling, cultuureducatie, milieueducatie, mensenrechteneducatie, noord-zuid educatie, etc.

Uit: “Wat is Wereldburgerschap”
Lobby in coronatijd - veilige toekomst voor vrouwen en meisjes wereldwijd

Lobbyen in coronatijd

Geschatte leestijd: 6 minuten.

Ik betrapte mezelf vanochtend op een rare gedachte.

‘Ach, die heb je wel vaker’, hoor ik je zeggen.

Klopt.

Maar vanochtend had ik het zelf ook door 😉

Ik las een artikel in mijn regionale krant met de kop ‘Miljoenen kindhuwelijken dreigen door coronacrisis‘. Plan Nederland is in dit artikel -in coronatijd- aan het lobbyen om meer aandacht te besteden aan dit niet direct aan de oppervlakte liggend probleem bij toenemende armoede.

Wat is er aan de hand?

De coronacrisis kan leiden tot een forse toename van het aantal kindhuwelijken. Omdat de armoede toeneemt, zullen volgens ontwikkelingsorganisatie Plan International dertien miljoen méér (!) jonge meisjes en vrouwen gedwongen worden te trouwen.

Plan benoemt deze voorspelling als ‘een grote ramp’, ‘dramatisch’.

En dat is het uiteraard ook.

Kindhuwelijken, was dat niet iets van vroeger tijden?

Verre van. Ook al is het aantal de laatste jaren gestaag dalende volgens Plan, in de pre-coronatijd werden jaarlijks nog steeds twaalf miljoen kindhuwelijken gesloten. Dat heeft alles te maken met de kwetsbare positie die veel meisjes en jonge vrouwen wereldwijd nog altijd hebben. Twaalf miljoen, per jaar! Dat is dus twaalf miljoen keer opgescheept worden met een man die je niet zelf uitgekozen hebt, die in het beste geval ‘wel meevalt’ en in het slechtste geval…nou ja, daar wil je niet eens over nadenken.

Vaak hoor je dan ‘ja, maar dat hoort gewoon bij hun cultuur, daar mogen wij toch geen oordeel over hebben. Komen wij weer met onze westerse opvattingen over hoe het hoort’. Ik vind dat laatste toch moeilijk hoor. Sommige dingen zijn gewoon te bizar. En als je het de uitgehuwelijkten vraagt, zou ik wel eens statistieken willen zien hoeveel meisjes en jonge vrouwen nu écht happy zijn met deze uithuwelijking. Het wordt ze opgelegd, maar dat maakt het natuurlijk nog niet ‘normaal’. Cultuur of niet. Over je eigen toekomst kunnen beslissen, zou dat inmiddels niet een basisrecht moeten zijn, waar ook ter wereld je geboren wordt?

Millions of girls and young women globally risk violence and sexual exploitation every day.
Foto: Plan International Nederland.

Een mond minder te voeden

Monique van ’t Hek, directeur van Plan International Nederland, geeft aan dat ouders, door toenemende armoede vanwege corona, de komende jaren sneller zullen besluiten hun dochters uit te huwelijken. Als de kostwinner zijn baan verliest, of minder werk heeft, verdwijnt (een groot deel van) het gezinsinkomen. En hoe minder monden er dan gevoed moeten worden, hoe langer je het kunt uithouden als gezin, in barre omstandigheden.

Plan International heeft de laatste maanden onderzoek gedaan, Living under Lockdown, waarin de coronacrisis vergeleken wordt met eerdere crises, waaronder de ebola-uitbraak in 2014. Sluiting van scholen leidde in die periode tot zo’n 18.000 tienerzwangerschappen. Toen de scholen weer open gingen, mochten veel zwangere meisjes niet meer terug naar school. Ze werden afgesloten van hun sociale netwerk, van begeleiding en hulp. Door deze toenemende ongelijkheid zullen ook post-corona weer veel meisjes het risico lopen niet meer over hun eigen leven te kunnen beslissen.

Because if I don’t have food and a boy has food, if I ask him
for help, he will ask me for sex before he gives me some. This is the suffering I am
talking about.

Janet, 14, Liberia, 2020

Living under Lockdown

De situatie eind maart 2020 én de ervaringen vanuit eerdere crises laten volgens het onderzoek van Plan International onder andere het volgende zien.

  • 743 miljoen meisjes hebben wereldwijd geen toegang meer tot school of opleiding
  • het aantal meldingen wereldwijd van huiselijk geweld neemt toe
  • het risico dat opgroeiende meisjes worden misbruikt en ongewenst zwanger worden neemt toe, omdat zij vaak extra risico’s moeten nemen om eten te vinden voor het gezin
  • het risico dat kinderen, gedwongen thuis door de crisis, getuige worden van huiselijk geweld neemt toe
  • de kans om te worden blootgesteld aan het virus is het grootst bij jonge meisjes, omdat zij vanuit traditie vaak in een verzorgende rol binnen het gezin zitten

In Sierra Leone there was a 65% increase in teenage pregnancy due to girls being out of school during the Ebola crisis.

Living under Lockdown, Plan International, 2020

Ben je geïnteresseerd in het Living under Lockdown onderzoek? Download het hier.

Valt er iets aan te doen?

De situatie onderzoeken en beschrijven, dat is één. Maar wat valt er concreet aan te doen? Plan International doet een aantal aanbevelingen aan overheden.

  1. Zorg voor een werkbare structuur, samen met docenten en mobiele telefonie providers, waar onderwijs-op-afstand vooral de kwetsbare meisjes bereikt. Daarmee wordt er ‘virtueel’ een oogje in het zeil gehouden en kunnen meisjes bij iemand terecht.
  2. Zorg ervoor dat meisjes en jonge vrouwen júist in deze crisistijd toegang blijven houden tot de meest basic gezondheidszorg.
  3. Zorg voor voldoende noodhulp aan de meest kwetsbare gezinnen, door eten te verstrekken. Hierdoor hoeven meisjes niet op pad, met alle risico’s vandien.
  4. Neem voldoende maatregelen om geweld door ongelijkheid te voorkomen en bied hulp en ondersteuning waar dat geweld toch plaatsvindt.
  5. Maak gebruik van social media om kwetsbare meisjes en jonge vrouwen een (afgesloten) plek te bieden waar ze ervaringen kunnen delen en om hulp kunnen vragen (bv. ‘Girls Out Loud’).
  6. Stimuleer initiatieven en projecten extra die juist ruimte bieden aan meisjes en jonge vrouwen waar het gaat om het nemen van beslissingen en maken van beleid.
  7. Neem gerichte maatregelen om juist meisjes en jonge vrouwen financieel te ondersteunen en toegang tot banen te bieden.
  8. Maak de bescherming van alle kinderen, en zeker meisjes, tot kernprioriteit nummer 1 in al het beleid dat in en na de coronacrisis wordt gemaakt.

Werk en maatregelen waar Plan International natuurlijk ook al jaren mee bezig is. Vandaar mijn initiële ‘lobby’-gedachte. Maar o zo belangrijk. En dus júist ook nu dus, dat hebben we geleerd uit eerdere crises, zoals die rond ebola in 2014. Niets zo vervelend als iedere keer maar weer tegen dezelfde lessen aanlopen en daar niets uit leren.

In China at the height of the quarantine, there was a threefold increase in calls to women’s shelters regarding violence at home. In France, reports of domestic violence have increased by 30% since the lockdown and in Singapore helplines have registered increased calls of 33%.

Living Under Lockdown, Plan International, 2020

Maria uit Mozambique

Het krantenartikel zoomt nog even in op één specifiek persoon, ‘Maria’ uit Mozambique. Maria is 14 jaar en vertelde aan Plan International dat mensen in haar omgeving juist nu jonge meisjes aanmoedigen om te gaan trouwen. In Mozambique trouwt sowieso al bijna de helft van alle meisjes vóór hun 18e jaar. Nu dat de scholen dichtblijven, leven veel meisjes als Maria helemaal in isolatie en armoede, met een hoger risico op vroege zwangerschappen, mishandeling en seksueel misbruik. Maria ontsnapte op haar 12e jaar al eens uit een kindhuwelijk. ‘Nu de scholen dicht zijn, zeggen de mensen dat er een vloek op mij rust omdat ik mijn man heb verlaten’.

En ik vrees dat ongetwijfeld ‘hertrouwen’ de enige manier is om die vloek te laten verdwijnen…

Mijn rare gedachte

Ik had dus een rare gedachte. Terwijl mijn blik op het krantenartikel viel en ik het nog maar half had gelezen, dacht ik ‘Tuurlijk. Lekker makkelijk, om juist nu je goede-doelen-marketing in te zetten met een verhaal over kindhuwelijken’. Mijn brein leek Plan razendsnel te veroordelen: ten koste van het sentiment in een coronacrisis even je eigen organisatie profileren, zodat er weer wat meer donateurs en giften binnenkomen. Maar toen ging ik lezen. En ja, downloadde ik ook het ‘Living under Lockdown’ onderzoek. En al snel bekroop mij een gevoel van schaamte over die eerste gedachte.

Wie ben ik in hemelsnaam, zittend in de zon in mijn veilige Bredase tuin, de krant lezend over klein en groot (wereld)leed. Wie ben ik om een organisatie te veroordelen wat meer aandacht voor deze problematiek te vragen, in de hoop dat het extra binnenkomt bij overheden, bedrijven en particulieren. Wanneer er daardoor ook maar één meisje of vrouw minder te maken krijgt met geweld of een gedwongen huwelijk, is het nut van dit krantenartikel al bewezen.

Lobbyen in coronatijd?

Ik geef Plan groot gelijk.

Voor alle Maria’s op deze wereld die óók weer als gevolg van de zoveelste crisis te maken krijgen met extra leed, armoede, honger, uitbuiting en misbruik, ben ik razendsnel dit bericht gaan typen. In de hoop dat wat meer mensen lezen over dit onderbelichte gevolg van de coronapandemie.

Ik lobby dus mee.

Deel je ervaringen

  • Wat vind jij van mijn initiële gedachte over het lobbyen van Plan International Nederland voor dit onderwerp in coronatijd?
  • Wat denk jij, als je het verhaal van Maria en al die andere meisjes en vrouwen wereldwijd op je in laat werken? Ook al kunnen we niet direct al het wereldleed oplossen: wat zouden slimme oplossingen kunnen zijn om deze problematiek terug te dringen?
  • Wat vind jij eigenlijk van ontwikkelingssamenwerking in algemene zin? Is het iets waar we als Nederlandse burgers meer, of juist minder aandacht voor moeten hebben? Is Nederland onderdeel van en verantwoordelijk voor die wereld? Of is het meer “ieder voor zich en ‘Nederland eerst’?”

Ik ben benieuwd naar je gedachten. Deel ze via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Lees bij Plan International Nederland meer over gelijke rechten voor vrouwen en meisjes wereldwijd.
  • Wil je meer lezen over wereldburgerschap en internationale samenwerking? Blader door mijn Blogmagazine Wereldburgerschap.
  • Wil je zelf bijdragen aan internationale samenwerking? De talenten van jongeren ergens po de wereld mee helpen ontwikkelen, en daarmee ook je eigen internationale vaardigheden en competenties (verder) ontwikkelen? JoHo brengt veel organisaties in kaart en laat voorbeelden zien van projecten waar jij aan kan bijdragen, vanuit Nederland en/of op locatie, zodra dat weer kan.
African women education development

Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

Geschatte leestijd: 10 minuten.

“Moeten Afrikaanse landen niet meer zelf doen?” lees ik bijna aan het eind van een artikel in de Volkskrant. Het artikel gaat voornamelijk over Bill Gates, die vrijwel het hele vermogen van de Bill & Melinda Gates Foundation fonds wil gaan inzetten in de strijd tegen de coronapandemie. Ook al gaat het artikel vooral over de activiteiten van Gates, ook de achtergronden bij de vraag ‘Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?’ komen aan bod.

Achterover leunen en incasseren

Het is een vraag die regelmatig terugkeert in de discussies over wereldwijde evenwichtige groei en verdeling van de welvaart. Want, zo redeneert men, doordat allerlei donoren maar gul blijven geven, kunnen de Afrikaanse overheden achterover blijven leunen. Er is geen stimulans voor een langere termijnplanning als je ‘periodiek gewoon makkelijk cheques kunt incasseren die de grootste problemen in je land wel oplossen’.

Bill & Melinda Gates Foundation

‘De strijd tegen het coronavirus is vergelijkbaar met een wereldoorlog’, zo verklaarde Bill Gates recent in een interview met de Financial Times. Banen gaan verloren, mensen in de informele sector raken hun schaarse inkomsten kwijt, exportsectoren krijgen gigantische klappen. Gates redeneert dat het vinden van een vaccin tegen corona nu de allerhoogste prioriteit heeft. De kosten hiervan, de komende tijd mede gefinancierd door zijn fonds, vallen uiteindelijk in het niet bij de potentiële schade door een wereldwijde pandemie.

Door het verhuizen van zijn dollars van de strijd tegen aids, tuberculose en malaria naar de strijd tegen corona wordt er een financieel gat geslagen bij onder andere het Global Fund, de grootste financier van malaria-onderzoek. Dat is precies de kritiek van veel deskundigen: het financieren van onderzoek door één of enkele zeer rijke filantropen maakt dat onderzoek ook erg afhankelijk, niet echt democratisch. En er bestaat het risico dat zo’n filantroop met zijn geld de beleidskeuzes in armere landen wel érg sterk kan beïnvloeden.

Kúnnen Afrikaanse landen niet meer zelf doen?

De hulp die jarenlang geboden wordt, het onderzoek dat gefinancierd wordt: je kunt moeilijk zeggen dat dat níet goed is. Bill Gates bijvoorbeeld heeft er met zijn financiële steun voor gezorgd dat de strijd tegen allerlei ziektes gestaag vordert, dat er ongetwijfeld vele miljoenen levens zijn gered door betere of sneller beschikbaar gekomen vaccins. Die levens zijn -uiteraard- heel wat waard.

Tegelijkertijd maakt het Afrikaanse landen soms gemakzuchtig. Al in 2001 spraken Afrikaanse landen af dat ze minimaal 15% van hun jaarlijkse begrotingen gingen uitgeven aan gezondheidszorg. De meeste landen halen dat percentage nu nog steeds nauwelijks. Investeren dus veel minder in de gezondheidszorg gericht op hun inwoners, waardoor voorzieningen nog steeds niet of slecht beschikbaar zijn en minder mensen toegang hebben tot basisgezondheidszorg.

Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo schreef er in 2009 een boek over, ‘Doodlopende hulp’ (Dead Aid: Why Aid Is Not Working and How There Is a Better Way for Africa: Waarom Ontwikkelingshulp Niet Werkt, En Wat Er Wel Moet Gebeuren). Ook zij bepleit dat door de gulle vrijgevigheid van internationale doneren de Afrikaanse regeringen makkelijk achterover kunnen leunen. Het geld komt toch wel binnen, dus kunnen zij middels de alom bekende corruptiesystemen meer voor zichzelf achterover drukken. En hoeft er niet naar een structurele oplossing in eigen land of regio gezocht te worden.

Moyo claimt zelfs dat de ontwikkelingshulp contraproductief is geweest: juist dóór die hulp zijn veel Afrikaanse landen afhankelijker dan ooit. En landen die deze hulp structureel hebben geweigerd (o.a. Zuid-Afrika, Botswana) zijn verder in hun groei en welvaart dan landen die wel zijn meegegaan in de ontwikkelingsdollars. Volgens Moyo liggen de kansen veel meer in het ontwikkelen van een eigen private sector: op het gebied van microfinanciering en eigen ondernemerschap van Afrikanen. Ofwel kansen die zorgen voor nieuwe bedrijven, banen en inkomsten in de landen zelf.

Moyo is daarin wel genuanceerd. Er is bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen (structurele) ontwikkelingshulp en hulp bij humanitaire rampen. Dat laatste is een vorm van hulp die -waar ook ter wereld- altijd moet worden geboden: bij orkanen, aardbevingen, burgeroorlogen, tsunami’s, bij het mislukken van oogsten, bij vulkaanuitbarstingen, et cetera.

Hulpbehoevend imago in stand houden

Een ander aspect rondom ontwikkelingshulp dat Moyo in haar boeken aanstipt is dat veel donoren er belang bij hebben vooral de negatieve aspecten op het Afrikaanse continent te benoemen: ziektes, oorlogen, corruptie, et cetera. En dat ook structureel te doen, in woord én beeld. Door Afrika weg te zetten als continent dat het zelf keer op keer niet redt, door pech en wanbeleid, blijft de hulpindustrie immers noodzakelijk.

Moyo laat juist zien dat er ook een ander Afrika bestaat: dat van een continent met landen waarin veel met name jonge mensen steeds beter opgeleid zijn en zelf ondernemende bedrijven starten die zorgen voor steeds meer werkgelegenheid. Afrika is daarnaast enorm rijk aan natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Natuurlijk is er nog veel werk te verzetten, beaamt ook Moyo, maar dat begint met nadenken over duurzame manieren om de economieën in Afrika te laten groeien en buitenlandse investeringen (in o.a. infrastructuur, telecommunicatie, grondstoffenwinning, toerisme, transport) toe te laten nemen. En níet met het bieden van nóg meer ontwikkelingshulp.

Zelf doen, of toch hulp aanvaarden: sector van vrijwilligerswerk en ‘charity’

Naast de discussie over hoe Afrika sneller tot ontwikkeling kan komen, wordt er sinds de tweede helft van de jaren ’10 van deze eeuw ook in Nederland weer een discussie gevoerd over het nut van ontwikkelingssamenwerking en het nut van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden. Zijn al die hulporganisaties, internationale vrijwilligers en particuliere projectinitiatiefnemers nu essentieel om onderwerpen als ‘armoede’, ‘gezondheidszorg’, ‘landbouw’, ‘infrastructuur’ en ‘onderwijs’ aan te pakken? Of staan ze juist ontwikkeling in de weg, lopen al die goedbedoelende ontwikkelingswerkers en vrijwilligers de Afrikaanse ontwikkeling soms zelfs letterlijk in de weg?

Het is misschien op een andere, minder macro-economische, schaal maar je kunt dezelfde redenering toepassen: door het blijven bestaan van allerlei internationaal/lokaal gerunde weeshuizen, van projecten voor gezondheidszorg, fairtrade initiatieven en het bouwen van schooltjes wordt de lokale overheid ‘lui’, hoeft men het probleem niet zelf op te lossen. En door die ‘luiheid’ en niet acterende overheid benadrukken de initiatieven en vrijwilligersorganisaties dat ze duurzaam nodig zijn: zonder hen gebeurt er immers niets, krijgen mensen geen hulp, water, voldoende voeding, zwerven kinderen op straat en is er nauwelijks onderwijs.

Afschaffen dus, die weeshuizen, schooltjes, bomenplanters en waterputten-bouwers?

Stapsgewijze ontwikkeling en afbouw van een project

Ik merk dat de discussie ook hier in Nederland vaak hard en fel wordt gevoerd. De ‘ons geld wegdragende ontwikkelingshulp’, de contraproductieve ‘vrijwilligersindustrie’, de nadelen van ‘weeshuistoerisme’, die ‘hoogopgeleide brave westerse meisjes waarvan papa en mama vinden dat ze iets van de wereld moeten zien en zo nodig goed moeten doen’…het is allemaal in het leven geroepen uit oogpunt van ‘medelijden’ (‘pity’ noemt Moyo dat) en ‘zelfgenoegzaamheid’. “Kijk eens hoe goed werk wij doen, hoe hard onze hulp nodig is en hoe blij ze met ons zijn”. En helemaal absurd: er zou ook nog eens grof geld worden verdiend aan al die filantropie, dat vrijwilligerstoerisme en particulier initiatief, dat eigen ontwikkeling in Afrika in de weg staat.

Ik denk dat de oplossing iets meer in de nuance ligt. Ook hier is het geen ‘of dit, of dat’ verhaal. We moeten niet onmiddellijk stoppen met de hele ontwikkelingssamenwerking, we moeten niet acuut alle weeshuizen op de wereld stopzetten en het is ook niet zo dat vanaf morgen Afrika zichzelf wel redt en dat er niemand meer heen hoeft. Ook mensen als Dambisa Moyo benadrukken dat er niets mis is met individuele ‘charity’, liefdadigheid; de helft van de USA draait zelfs op liefdadigheid. Zo lang je er maar niet in gaat geloven dat die ontwikkelingshulp, liefdadigheid of dat vrijwilligerswerk de alles biedende eindoplossing is.

Op individueel niveau kan je zeker mensen beter op weg helpen: lokaal, in kleine praktische projecten. Waarbij je er voor zorgt dat de Afrikaanse mensen zelf het project runnen, eigenaar en leidend zijn (‘ownership’). Waarbij je nadenkt over de stapsgewijze afbouw van het hulpproject op de langere termijn: de kerndoelstelling moet zijn dat de projectdoelgroep uiteindelijk zichzelf kan redden. En waarbij je, na een zorgvuldig afscheid, de succesvolle projecten herhaalt op een andere locatie waar de ontwikkeling nog niet zover is.

Ontwikkkelingssamenwerking: van ‘waterputten slaan’ naar professioneel samenwerken

Dat geldt ook op de grotere schaal van de ontwikkelingshulp en de ‘Bill Gates’-achtige filantropie: zomaar ineens stoppen, als je dat al zou willen, dat gaat helemaal niet. Maar projecten en hulp zodanig inrichten dat het lokaal werkgelegenheid creëert en waarbij op de langere termijn een (lokale) overheid het werk kan overnemen, dát is wel duurzaam.

De grotere spelers in de sector ontwikkelingssamenwerking zijn natuurlijk ook niet gek: juist dát gebeurt al jaren, binnen veel van hun projecten. Lokaal eigenaarschap, inzetten op microfinanciering, renteloze leningen, eerlijke handel, eigen productie, lokale werkgelegenheid, gendergelijkheid: het zijn thema’s die al lang worden toegepast.

Direct stoppen met ontwikkelingshulp: accepteren we dan ook de gevolgen?

Het zomaar ineens stoppen met ontwikkelingshulp, filantropie, internationaal vrijwilligerswerk: het zou enorme en directe gevolgen hebben, het zou zoveel extra slachtoffers opleveren. Mensen die pleiten voor het rigoureus stopzetten van iedere vorm van hulp (want: ‘ze moeten het zelf maar doen’, of: ‘het helpt toch niet’) gaan gemakshalve even volledig voorbij aan de negatieve korte termijn effecten van dat stopzetten. Maak je vervolgens de verhalen van de gevolgen van die keuze individueel inzichtelijk (‘het overlijden van persoon x, y of z’, ‘een specifiek dorp dat zonder drinkwater komt te zitten’, ‘honderd gezinnen die zonder inkomsten komen te zitten’), dan is opeens niemand er meer voor en is het ‘iets dat we te allen tijde moeten voorkomen’. Natuurlijk, want zomaar rücksichtslos stoppen kán helemaal niet.

Veranderen via de weg van de geleidelijkheid

De weg naar een zelfstandig opererend Afrika zou naar mijn mening veel geleidelijker moeten gaan. Het stapsgewijs opbouwen van investeringen in Afrikaanse sectoren, met verschillende partners verdeeld over de wereld (Europa, China, India, Japan, Brazilië, VS). Het eerlijker maken van de handel in grondstoffen, zodat Afrikaanse boeren en de bijbehorende logistiek een eerlijke kans krijgen in die wereldhandel. Het verder ontwikkelen van het toerisme in Afrikaanse landen, met de nadruk op verstandig gebruik van nationale parken en kustgebieden. En tegelijkertijd het stapsgewijs, haast als communicerende vaten, afbouwen van de hulp die in die sectoren wordt geboden. De ontwikkelingshulp concentreren op die thema’s waar zakelijker investeringen nog niet mogelijk zijn of gewoon nooit rendabel te maken zijn. En het eveneens stapsgewijs oplossen van de schuldenproblematiek, de rente- en aflossingsverplichtingen over eerder aangegane leningen van Afrikaanse landen bij Westerse of Aziatische financierders. Waar kan gekoppeld aan voorwaarden over mensenrechten en behoorlijk bestuur.

Ja, dat duurt vele jaren langer, maar juist in de genuanceerde aanpak ligt de duurzame oplossing. Zonder desastreuze korte termijn effecten.

Twee nuances nog.

ÉÉN AFRIKA BESTAAT NIET

Net zoals in Europa laten we zeggen ‘Duitsland’ en ‘Spanje’ niet vergelijkbaar zijn, zijn er uiteraard ook vele grote verschillen te zien tussen landen op het Afrikaanse continent. “De situatie in Afrika” oplossen is dus ook een oplossing met vele gezichten. Het ene Afrikaanse land is al veel verder in ontwikkeling dan het andere, de economieën zijn niet vergelijkbaar, landen kennen verschillende groeicijfers en verschillende problematieken. Dat vraagt dus ook om nuance en verschillende strategieën.

DRAAGVLAK HIER VOOR VERANDERING DAAR

Een wereldwijd eerlijker handelssysteem is noodzakelijk om Afrika ook een eerlijke kans te bieden écht onderdeel te worden van die wereldhandel. Dat betekent dus ook dat de spelers die momenteel die wereldeconomie beheersen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Dat we anders omgaan met onze eigen belangen, onze eigen maatstaven en gewenste welvaartsniveau. En daar is op individueel niveau draagvlak voor nodig. Als maar genoeg bedrijven, regeringen, ngo’s, politici en uiteindelijk burgers die eerlijke(r) verdeling voor ogen krijgen, dan ontstaat die eerlijke kans (bijna) vanzelf.

Maar voor dat draagvlak is wel nodig dat mensen kennis en ervaring opdoen. Met eigen ogen kunnen zien wat er speelt, hoe de situatie in “Afrika” is en wáárom het belangrijk is dat daar wat aan verandert. Vrijwilligerswerk in het buitenland, reizen, particulier initiatief, stages in ontwikkelingslanden: het is daarbij een van de (vele) instrumenten om ‘de ogen open te laten gaan’. Pas als mensen het zélf zien en ervaren komt er (vaak, niet altijd) verandering in denken en doen. Mensen nemen die ervaringen mee naar huis, praten er over, dragen hun kennis over op hun directe sociale omgeving.

Misschien is die ontwikkelingshulp, ‘charity’ en dat vrijwilligerstoerisme uiteindelijk niet eens zozeer bedoeld om ‘die ander te helpen’, maar vooral om ‘onszelf op te voeden’. Stap voor stap internationale vaardigheden en competenties opdoen, om steeds meer ‘wereldburger’ te worden, naast ons Nederlanderschap en onze deelname aan de EU.

Zodat we eindelijk gaan realiseren dat eerst wíj moeten veranderen, voordat die ander kán veranderen.

Dus ja.

Afrikaanse landen kúnnen -en willen- best meer zelf doen. Maar om dat écht te kunnen, zullen we met nuance moeten handelen. En zullen ook eerst wij -als niet-Afrikaanse landen- moeten veranderen.

Als Afrika erin slaagt de inhaalslag te maken, is het economische potentieel enorm en kan men dezelfde ontwikkeling bewerkstelligen als bijvoorbeeld Brazilië en Indonesië decennia geleden hebben gedaan. Vrede, veiligheid en goed bestuur zijn echter noodzakelijke voorwaarden, maar ook hulp vanuit het buitenland en schuldverlichting zijn nodig.

Het economisch potentieel van Sub-Sahara Afrika, Rita Bhageloe-Datadin (2008)

Deel je ervaringen

  • Heb jij ideeën over en/of ervaring met ontwikkelingshulp of internationaal vrijwilligerswerk? Wat draagt het bij, of juist niet? En welke veranderingen zijn nodig om de projectlanden nog meer de regie te kunnen laten voeren over de hulp die geboden wordt?
  • Geloof je meer in de kracht van hulp op regeringsniveau, in het werk van ontwikkelingsorganisaties of juist in het nut van kleinschalige particuliere projecten? En is het ‘óf óf’, of juist ‘en en’?

Deel je ideeën via de reacties hieronder.

Meer lezen

Direct aanleiding voor dit bericht: Bill Gates zet nu al zijn miljarden op corona (Volkskrant 27-04-2020, Mark Schenkel)

Kijk ook eens op het platform WorldSupporter voor posts van mensen die willen bijdragen aan ontwikkeling in de wereld, of bij OneWorld voor achtergronden bij de ontwikkelingen.

Samen puzzelen met de routekaart in Girona

Met je pleegkind op vakantie: aandachtspunten

Geschatte leestijd: 10 minuten.

Iedereen die met kinderen in het buitenland heeft gereisd weet dat er een aantal extra aandachtspunten is in je voorbereiding, ten opzichte van wanneer je alleen of met je partner reist. Steeds meer gezinnen gaan tegenwoordig ook met hun pleegkind voor vakantie of het maken van een uitgebreide reis naar het buitenland. Wat zijn de extra aandachtspunten als je op vakantie of reis wilt met je pleegkind? Een persoonlijk verhaal over cadeaudromen, verdwenen reisdocumenten en een herinnering-voor-het-leven.

“Waar maken we jou nou écht blij mee? Wat zou je heel graag willen hebben voor je tiende verjaardag? Of samen met ons willen doen?” Ons weekendpleegkind -hij woonde in een tehuis vlakbij Breda en kwam eens in de twee, drie weekenden bij ons- zou bijna tien worden. Een bijzonder moment vonden wij. Zijn biologische moeder was sinds kort weer in beeld, het moment dat hij zijn biologische vader sinds jaren weer zou ontmoeten zou nog een tijdje op zich laten wachten. Beide ontmoetingen liepen trouwens op niets uit, met heel verschillende uitkomsten trouwens, maar dat is voor een andere keer. Tijd dus voor een bijzonder cadeau bij het vieren van deze mijlpaal.

Omwille van de leesbaarheid én privacy noem ik ons pleegkind vanaf nu ‘Frank’. Diegenen die ons goed kennen, zullen weten om wie het in werkelijkheid gaat.

Wat kiest een tienjarig pleegkind als verjaardagscadeau als hij ‘carte blanche’ krijgt?

Frank moest er even over nadenken.

We hadden hem, opvoedkundig onhandig misschien, geen cadeaurichting aangegeven. Ook geen cadeaubudget genoemd. Ofwel: zoek het lekker zelf uit. We waren gewoon erg nieuwsgierig waar hij mee zou komen. Wat nu écht een grote wens zou zijn.

‘Een tripje naar Barcelona’.

Oeps. Die zagen we echt even niet aankomen. Ons pleegkind wil met ons op vakantie naar het buitenland.

Hij aarzelde flink voordat hij het eruit floepte. Achteraf vertelde hij het ontzettend spannend te hebben gevonden of hij dit wel kon zeggen. Zó’n groot cadeau dat kon hij toch niet noemen? Dat kostte ons vast ontzettend veel geld. We zagen letterlijk de zenuwen, de stress. ‘Opvoedkundig onhandig #2’ misschien ook wel. Maar aan de andere kant…nu kenden we wel een van zijn grote wensen: met zijn pleegouders op vakantie naar het buitenland.

Met ons pleegkind op vakantie in Barcelona
Samen puzzelen over de route in Barcelona

Waarom een tripje naar het buitenland?

We hadden het ook wel kunnen weten. Frank had ook wel door dat het in de weekenden dat hij bij ons was vaak over ‘vakanties’ ging. Carina en ik waren -zijn- nogal dol op op vakantie gaan, reizen in het buitenland. Met ‘Spanje’ als favoriet nummer één. En, omdat ik half-half in de reissector werkte en daarom soms goede ticketdeals kon bemachtigen, ook regelmatig verder weg. Sri Lanka, Costa Rica, Beijing, Bali -we hadden al redelijk wat van de wereld kunnen zien. En vertelden daar ook regelmatig over aan Frank, of lieten foto’s zien. Frank kende het concept ‘vakantie’ eigenlijk helemaal niet. Ja, hij was met de groep van het tehuis wel eens een weekendje naar Zeeland geweest, even uitwaaien aan het strand. Maar dat was eigenlijk ook wel zijn enige vakantietrip in zijn leventje tot dan toe geweest, voor zover wij wisten en voor zover hij zich er van bewust was. Met je pleegouders op vakantie naar het buitenland, naar Spanje, dat was pas écht vet.

Frank had daarnaast een duidelijke voorliefde voor voetbal. Een zekere ploeg uit Amsterdam (…), maar vooral buitenlands voetbal. Over de Spaanse, Engelse en Italiaanse ploegen wist hij feitjes op te lepelen waar menig voetbalcommentator jaloers op zou zijn. We zeiden hem vaak dat hij dat misschien later ook maar moest worden: voetbalcommentator. Hij wist er écht veel over te vertellen, kende veel spelers bij naam. Ach ja, ik als niet-voetbalkenner was misschien ook al snel onder de indruk, maar ook de mensen die wel verstand hadden van voetbal waren onder de indruk van zijn feitenkennis.

Het zal niet verrassend zijn welke voetbalploeg bovenaan zijn favorietenlijst stond.

Precies.

Gaan we écht met ons pleegkind naar het buitenland?

Toen moesten wíj er even over nadenken. We hadden destijds nog geen ‘eigen’ kinderen. Hoewel we dat onderscheid altijd irritant vonden, het zet je pleegkind zo tegenover je eigen kinderen. Frank hoorde er bij ons gewoon echt bij en dat is nu -drie ‘eigen’ kinderen verder en Frank die inmiddels bijna 24 is- nog steeds zo. Maar goed, we konden er dus heel gemakkelijk even tussenuit voor een lang-weekend-stedentrip. En al helemaal als dat naar een Spaanse stad werd!

Anderzijds: we kenden ook heel goed zijn ‘problematieken’, zoals dat zo mooi heet in de jeugdzorg. Dat maakte het niet onmogelijk om langer dan een normaal weekend weg te gaan naar een omgeving die voor hem niet vertrouwd zou zijn, maar dat zou wel extra veel van ons vragen. We wisten dat hij waarschijnlijk helemaal hyper zou zijn, dat we wat minder goed dan normaal zouden slapen 🙂 en dat vier dagen fulltime samenzijn intensief zou worden.

Na wat onderling overleg besloten we tot een ‘go’. Tuurlijk was het een groot cadeau, maar hij als geen ander verdiende dat. Voor het eerst in zijn leven vliegen. Voor het eerst in een hotel. Überhaupt, voor het eerst in zijn leven naar het buitenland! En die kosten? Ach, dat viel ook wel weer mee, in de tijd dat de lowcost-airlines opkwamen en je sowieso in Barcelona enorme keuzevrijheid had in dure of goedkopere hostels of hotels. En het mócht ook wel wat kosten, we wilden hem een ervaring geven waar hij nog lang aan terug zou denken.

Wat vindt een 10-jarig pleegkind van een cadeautrip naar Barcelona?

Wat denk je zelf?

Sprong Frank een gat in de lucht? Nee, hij sprong een gat dwars door de ozonlaag. Het moment dat hij zijn cadeau, een in elkaar geknutseld a4-tje waarop we de trip aankondigden, uitpakte zal ik nooit vergeten. Er zat een paar weken, misschien wel een paar maanden (ik herinner het me niet precies meer) tussen zijn ‘Barcelona’ uitspraak en het moment van zijn verjaardag. Bij hem was dat idee al weer wat weggezakt. Des te groter zijn ogen werden toen hij las wat we zouden gaan doen. Echt, onbetaalbaar.

We hadden nu al de juiste keuze gemaakt…en toen moest het weekend nog gaan plaatsvinden.

Eén ding hadden we alleen nog niet zo goed over nagedacht.

Kan je als pleegouders eigenlijk zomaar met je pleegkind op vakantie?

Euhm, nee.

Er is namelijk toestemming voor nodig van diegene die het ouderlijk gezag heeft over je pleegkind (tot 18 jaar).

Dat kunnen dus de biologische ouders zijn. In Franks geval was dat zijn voogd van Bureau Jeugdzorg. Laten we zeggen dat we niet de beste relatie hadden met deze mevrouw. Er was in de loop der tijd zóveel voorgevallen in Franks ‘carrière als pleegkind’ waarbij zij -in onze ogen en ook in de ogen van de medewerkers van zijn tehuis- flinke steken had laten vallen. Regelmatig onbegrijpelijke keuzes maakte, die zeker niet in Franks belang waren. Sterker nog, die hem soms nog meer beschadigden. Er zouden ook in de tijd na ‘Barcelona’ helaas nog meer onbegrijpelijke keuzes volgen, die zijn leven tot nu aan toe stevig hebben beïnvloed -en dan niet in positieve zin.

Maar goed, op onze formele toestemmingsvraag aan haar om Frank voor een Barcelona stedenstrip mee te nemen naar het buitenland reageerde ze heel goed. Bijna emotioneel, dat we dat met hem wilden doen. Er kwam een toestemmingsformulier, dat we mee konden nemen en desgewenst aan de autoriteiten konden laten zien. Er reist immers een minderjarige met je mee op een andere achternaam dan je eigen familienaam…en dat kan onbedoeld raar overkomen.

Belangrijkste punt getackeld. Zo dachten we.

Samen met ons pleegkind wandelen we naar het treinstation van Girona
Onderweg naar het treinstation in Girona

Wat zijn andere aandachtspunten als je met een pleegkind op vakantie wilt?

Je pleegkind heeft, net als ieder ander, een geldig reisdocument nodig. Identiteitskaart of paspoort. Logisch, ook.

We vroegen het tehuis of ze zijn reisdocument wilden opzoeken en aan ons mee konden geven voor het desbetreffende weekend. Tweede punt getackeld.

O nee, toch niet. Het tehuis kon geen reisdocument van Frank vinden. Dat was blijkbaar niet meegekomen toen hij vanuit een eerder pleeggezin verhuisde naar dit tehuis. De coördinator zou een verzoek bij de voogd indienen om na te gaan waar het document was. Of dat er eventueel een nieuw document aangevraagd kon worden.

Lang verhaal (iets) korter: er was helemaal geen reisdocument van Frank. Sterker nog, er leek helemaal geen formeel bewijs van zijn nationaliteit. Op een of andere manier had hij wel een soort Nederlands persoonsnummer gekregen, maar er was geen document te vinden. Nergens in de gemeentelijke systemen die in Brabant en Zeeland (vanwege eerdere pleeggezin) werden geraadpleegd. Ik weet niet precies hoe, maar uiteindelijk hebben ze via de gemeente Roosendaal weten te achterhalen dat Frank niet in Nederland, maar in België ingeschreven stond. Tot ieders verrassing -en al helemaal voor de voogd- bleek ‘onze Frank’ geen Nederlander maar Belg te zijn. Franks vader heeft de Belgische nationaliteit, en daarom Frank ook. We hebben hem er nog lang mee geplaagd 😉

Eind goed, al goed, er kwam een Belgische ID kaart tevens reisdocument. Punt getackeld.

Waar verder op te letten als je een pleegkind voor vakantie of reis meeneemt naar het buitenland?

Samengevat:

  • Toestemming regelen van diegene(n) met het ouderlijk gezag
  • (tijdig!) Geldig reisdocument regelen
    • kinderen vanaf 12 jaar kunnen veelal een identiteitskaart aanvragen en hebben hiervoor geen toestemming nodig. Hiermee kan je binnen Europa reizen.

Maar er is meer.

  • Verblijft je pleegkind permanent(er) bij je in huis, wees dan heel eerlijk bij de vraag ‘gaan we op vakantie met ons gezin, inclusief of exclusief het pleegkind’? Dat klinkt misschien heel raar, maar het is een afweging die vaker wordt gemaakt dan je misschien denkt. En ook terecht. Voor sommigen is het ondenkbaar dat je je pleegkind niet mee zou nemen op vakantie. Voor anderen is het een legitieme keuze om eens per jaar (of vaker) ook ‘vrijaf van je pleegzorgtaken te nemen’. Als pleegouders wil je ook wel eens met verlof. Toch? Even vrijaf, even de 100% focus op je biologische kinderen -die niet zelf voor de status als pleeggezin hebben gekozen. Pleegzorg doe je met je hoofd én je hart, maar het is ook heel verstandig af en toe even letterlijk afstand te nemen, dat hoofd en hart even (relatieve) rust te geven. Het móet niet, maar overleg het op z’n minst, met álle gezinsleden. Waarbij iedereen vrij mag zeggen wat hij of zij denkt.
  • Vaak kun je de vakantieplannen en afwegingen ook voorleggen in een zorgteamoverleg. Een aantal mensen die betrokken zijn bij het pleegkind denkt dan mee over de afwegingen en wat verstandig is. Men kan meehelpen bij eventueel draagvlak bij (biologische) ouders, te regelen zaken met de voogd, alternatieve opvangmogelijkheden voor als je pleegkind in Nederland blijft (bv. een ander tijdelijk pleeggezin, een zomerkamp, etc.) Ik schreef al eerder over als pleegouder effectief samenwerken met anderen.
  • Neem een bewijs mee waaruit blijkt dat je pleegkind tot jouw gezin behoort en dat je een erkend pleeggezin bent. Deze verklaring kan je verkrijgen bij je pleegzorginstelling en laten ondertekenen via je pleegzorgbegeleider. 
  • Indien mogelijk regel een kopie van de ID-bewijzen van de biologische ouders, al dan niet voorzien van handtekening en toestemming om met het pleegkind naar het buitenland te reizen. Ook dat kan vaak je pleegzorgbegeleider regelen. Dat is uiteraard anders als biologische ouders niet in beeld zijn of niet willen meewerken…vaak kan door bijvoorbeeld een voogd toch een andere beslissing worden genomen, ‘in het belang van het kind’.
  • Check tijdig op welke manier je pleegkind verzekerd is voor met name ziektekosten in het buitenland (en dan met name spoedgevallen: ziekte, tandheelkundige spoedzorg).
  • Check in hoeverre je pleegkind bijgeschreven kan zijn bij je (doorlopende) gezinsreisverzekering, of dat je een aparte reisverzekering voor je pleegkind moet afsluiten
  • Gebruikt je pleegkind bepaalde medicatie, check dan tijdig of deze zonder extra documentatie meegenomen mag worden naar het buitenland. Zoek uit welke voorraad noodzakelijk is en neem medicatie altijd mee in handbagage (i.v.m. mogelijk zoekraken van koffers in het ruim). Soms is een extra verklaring van huisarts en het CAK nodig.
  • Afhankelijk ook van de leeftijd, maar bereid je pleegkind bij voorkeur stapsgewijs voor op de vakantietrip. De omstandigheden zijn ‘anders dan anders’, iets waar sommige pleegkinderen moeite mee kunnen hebben, hoe leuk ook. Betrek hem of haar zo goed mogelijk bij de voorbereidingen, laat alvast foto’s zien van het land, neem je kind mee bij het kopen van spullen of boeken van de reis, ‘proefslaap’ een nachtje met z’n allen op één kamer indien mogelijk (alvast laten wennen aan samen slapen op een hotelkamer) of proefkampeer in een tentje in de tuin.
  • Besteed voldoende aandacht aan de ‘verkenning’ na aankomst. Dat geldt natuurlijk ook voor je eigen kinderen, maar pleegkinderen reageren soms extra gevoelig op onbekende omstandigheden en omgevingen.
  • Hou bekende rituelen in je gezin zoveel mogelijk vast op vakantie, zodat je kinderen en pleegkind(eren) houvast houden
  • Neem foto’s mee van de biologische ouders als de relatie tussen hen en je pleegkind positief is en besteed voor vertrek extra aandacht aan het handig plannen van belmomenten of bezoekregelingen. Maak heldere afspraken over contactmogelijkheden tijdens de vakantie.
  • Temper je verwachtingen vooraf wat, maak de plannen realistisch en bouw voldoende rustmomenten in. Dat geldt eigenlijk altijd, maar helemaal voor op vakantie of reis gaan met sommige (pleeg)kinderen. Lastige momenten? Benut de tips over achter het gedrag van kinderen kijken.
De droom van ons pleegkind werd werkelijkheid: op vakantie met zijn pleegouders naar Spanje!
Vamos (lowcost) a Barcelona!

En, hoe was de Barcelona trip?

Fantastisch. We kozen voor een vlucht op Girona en hadden daar ook ons hotel. Reisden met een snelle trein op en neer naar Barcelona. Álles was een belevenis: voor de eerste keer vliegen, voor de eerste keer inchecken in een hotel, voor het eerst een hotelkamer in, met z’n drieën samen in de kamer slapen was ook al zo gezellig, die gigantische stad Barcelona op je in laten werken, mensenmassa’s, de gekkigheid van ‘La Rambla’, eten in restaurantjes, in de metro onder de grond (?), natuurlijk een bezoek aan Camp Nou voetbalstatdion (helaas, een wedstrijd bijwonen lukte dat weekend niet, maar in het stadion staan was al zo’n belevenis), de terugvlucht. Frank stuiterde het weekend door van alle indrukken, andere omgeving…alles was anders. Maar door die gelukzaligheid het hele weekend op zijn gezicht namen we de momenten van té hyper zijn voor lief.

We hadden de goede keuze gemaakt door hem dit topcadeau, eigenlijk deze top-ervaring, te geven. We hebben het er nu, bijna 15 jaar later, nog regelmatig met hem over en pakken er af en toe nog eens de foto’s bij.

Deel je ervaringen over met je pleegkind op vakantie gaan en reizen in het buitenland

  • Ben jij zelf wel eens met je pleegkind op vakantie naar het buitenland geweest? Wat zijn je ervaringen, heb je aanvullende tips & tricks?
  • Hebben jullie wel eens de afweging gemaakt om juist mét of juist zonder je pleegkind op vakantie te gaan? Welke meningen waren er en hoe hebben jullie uiteindelijk de beslissing genomen?
  • Heb je wel eens moeite gehad rondom het regelen van het papierwerk, de formele documenten? Welke moeite, en hoe is e.e.a. uiteindelijk toch gelukt? Of is het ook wel eens niet gelukt?

Ik ben erg benieuwd naar je input: gebruik de reactiemogelijkheid.

Lees meer

Op het strand aan de kust in Costa Rica

Tijd om reisplannen te maken!

Geschatte leestijd: 6 minuten.

Is het nu een goede tijd om reisplannen te maken? Nee, als je daarmee bedoelt om nu op reis te gaan. “Blijf thuis” is het devies van de meeste deskundigen. Niet onnodig op pad gaan dus. Wel, als je daarmee bedoelt “het maken van nieuwe reisplannen”. Met een teruglopende economie, volop tijd thuis en minder afleiding (althans, voor velen van ons) is er eindelijk eens tijd om die uitgebreide reis, rondreis, backpack trip of zelfs ‘wereld’reis samen te stellen. En: toerisme is wereldwijd als industrie, bron van inkomsten en werkgelegenheid, ontzéttend belangrijk. Jouw reis post-coronatijd draagt straks bij aan een wereldwijd herstel van de economie.

Nu op vakantie of op reis?

“Nee”, stelt Lonely Planet. Wereldwijd staan landen in ‘lockdown’, het aantal vluchten is gigantisch gereduceerd, er gelden allerlei restricties aan grenzen: er is een extreem bijzondere situatie gaande die voor het eerst in lange tijden reizen zó belemmert.

“Nee”, stelt de Nederlandse overheid. Landen wereldwijd hebben reisrestricties opgelegd, alleen vrachtvervoer en overig professioneel transport geldt nadrukkelijk als ‘noodzakelijk verkeer’, maar ‘reizen’ en ‘vakanties’ zeker niet. Overal zijn nog terughaal-acties bezig, om gestrande Nederlanders terug naar Nederland te halen. Nu vertrekken is dus verre van slim, óók voor zakenreizigers. Probeer alternatieven te vinden om met collega’s in het buitenland te overleggen.

“Nee”, zegt ons gezonde verstand (als het goed is). De tijd van vakantie vieren of op reis gaan gaat ongetwijfeld weer komen, maar het is nu reistechnisch gezien haast onmogelijk, laat staan wenselijk. Ook (reis)verzekeringstechnisch niet.

Corona en onze vakantieplannen voor voorjaar en zomer

Met ons gezin boek ik altijd vakanties ruim vooruit. We vinden het leuk om tijdens een vakantie plannen te maken voor de volgende vakantie. Wat langer een leuk vooruitzicht te hebben van ‘iets dat al gepland staat’. Mijn situatie met chronische pijn maakt reizen enerzijds lastiger en fysiek pittiger, anderzijds is het mentaal des te belangrijk goede vooruitzichten te hebben. Zo stond er dus al vanuit de tijd vóór corona een paasvakantie in Nederland, een stedentrip Madrid plus een zomervakantie in Griekenland gepland. Losse vliegtickets staan al geboekt voor beide trips en ook de hotels hadden we vlak voor het écht uitbreken van de corona pandemie vastgelegd. Zelfs een bootpas in Griekenland was al aangeschaft…island hopping dus. Met drie relatief nog jonge kinderen hadden we geen zin in last-minute geregel, of moeten blijven zoeken naar accommodatie omdat er iets vol was of niet naar eenieders zin. Voor de paasvakantie hebben we al een tegoed ontvangen; het wordt erg spannend of de andere vakanties door kunnen gaan. En zo nee, wat de regelingen gaan worden m.b.t. teruggave van reeds betaald geld. Persoonlijk vind ik het niet erg om boekingen uit te stellen of een reisvoucher te ontvangen voor een later moment, i.p.v. restitutie van geld. Ik snap maar al te goed dat in principe financieel gezonde reisbedrijven toch kunnen omvallen als teveel klanten tegelijkertijd hun geld terug willen. Met alle gevolgen van dien. We gaan het binnenkort zien.

Nu reisplannen maken?

Waarom niet? Niet iedereen, maar velen van ons zijn nu meer tijd en hébben ook wat meer tijd om in reissites, reisboeken en gidsen te duiken. Juist nu is een goed moment om je (al dan niet samen) te buigen over die reis ‘die je altijd nog een keer wilde maken’, of de volgende bestemming op je bulletlist. Het góed plannen van een verre, lange of zelfs wereldreis kost minimaal enkele weken tot meestal meerdere maanden.

Bijvoorbeeld JoHo heeft uitgebreide informatie voor het bepalen van je volgende reisbestemming, het bepalen van je reistijd en reisperiode, het plannen van een uitgebreide verre reis of wellicht zelfs wereldreis. Ook vind je er een uitgebreid landenoverzicht, met naast alle basisinformatie ook veel praktische tips voor iedereen die wat zelfstandiger een land of regio wil ontdekken.

Extra aandacht zou je kunnen besteden aan de vraag op welke manier(en) je met jouw volgende reis maximaal kunt bijdragen aan lokale inkomsten, het ten goede laten komen van jouw reisbudget aan de mensen die het het hardst nodig hebben. Denk aan het overnachten bij kleinere guesthouses of hostels gerund door een familie, eten bij een kleinschaliger restaurant, het boeken van lokale tours waarbij de community zelf profiteert, het geven van een extra fooi, etcetera. Maar het hoeft niet altijd kleinschalig en duurzaam: óók je vakantie in een grootschaliger hotel of resort zorgt straks weer voor inkomsten en werkgelegenheid. Ik schreef er al eens eerder een blog over: Duurzaam reizen: hoe doe je dat?

Hoe wrang ook, maar het feit dat je in je baan wellicht aanloopt tegen een periode met minder of geen salaris, of waarbij je zelfs ongewild ontslagen wordt, biedt ook ruimte voor nieuwe keuzes. Voor veel mensen triggert deze onzekere periode het verlangen om nu écht invulling te gaan geven aan de zaken die er toe doen, die je altijd al hebt gewild maar ook altijd uitstelde vanwege studie, baan, huis, familie, of andere ‘vastigheden’. Misschien is het juist nú tijd om na te gaan denken over die sabbatical, om een uitgebreide reis te gaan maken, om ergens op de wereld als vrijwilliger aan de slag te gaan. Er zijn volop projecten waar men straks -en dan al helemáál- jouw hulp en expertise kan gebruiken. Op alle niveaus, voor mensen met alle achtergronden en werkervaringen, zijn projecten te vinden. Gebruik JoHo als startpunt van je oriëntatie.

Een paar aanvullende tips:

  • wees nog flexibel in de periode waarin uiteindelijk je gaat reizen. De ontwikkelingen rondom corona zijn door niemand nog in te schatten, dus ook niet het moment waarop er weer gereisd kan worden.
  • de verwachting is dat veel airlines en reisorganisatoren met speciale aanbiedingen zullen komen, zodra er weer gereisd kan worden. Iedere betalende passagier “aan boord” is in de beginfase winst (of in ieder geval minder verlies). Bedenk wel of je voor jezelf het risico wilt nemen om ‘een van de eersten’ te zijn, als nog niet alles en iedereen op bestemming weer geheractiveerd zal zijn.
  • als je van plan bent om weer te gaan boeken, verdiep je dan voordat je de boeking definitief maakt eerst in wijzigings- en annuleringsvoorwaarden (incl. eventueel aanvullend covid-beleid) en relevante bronnen als het Ministerie van Buitenlandse Zaken, SGR, ANVR en IATA.
  • sluit een goede reis- en annuleringsverzekering af. Als iets ons leert van deze corona-situatie, dan is het wel dat situaties bizar snel kunnen veranderen én dat de kans dat je in het buitenland goed en effectief wordt geholpen groter wordt met een goede alarmcentrale backup. Doe je dat via JoHo, dan ben je flexibel in je keuzes en draag je alleen al met je verzekering bij aan talentontwikkeling en internationale samenwerking.
  • wellicht kun je elementen inbouwen in je reis waarbij je tijdens je reis voor een dag, week, maand of zelfs langer bijdraagt aan kleinschalige projecten ter plaatse, als meewerkend vrijwilliger, met extra fundraising of door je skills en vaardigheden op een andere manier in te zetten.

Kan je eigenlijk nog reisreserveringen of ticketboekingen maken?

Ja. Er zijn volop mogelijkheden om voor later dit jaar reserveringen te maken. Niemand weet op dit moment hoe lang de corona situatie (nog) gaat duren, en of vakanties in de zomermaanden weer mogelijk zullen zijn. Belangrijk bij het maken van nieuwe boekingen is dat je let op de annulerings- en wijzigingsvoorwaarden. Kan je onder de boeking uit, en zo ja in welke gevallen? Een aantal reisorganisaties communiceert helder bij boeking, bijvoorbeeld met ‘boek nu, beslis later’ acties. Er zijn dan bijvoorbeeld geen annulerings kosten, je kunt gratis wijzigen en hoeft pas later te betalen. Ofwel je blijft flexibel.

De reisbranche krijgt momenteel, net als andere sectoren, een enorme deuk door corona. Enerzijds probeert men boekingen te stimuleren, zodat er weer omzet in beeld komt en geld (deels) al binnenkomt. Er zijn veel speciale aanbiedingen en supervoordelige vliegtarieven beschikbaar. Speciaal voor deze situatie is een “corona voucher” in het leven geroepen, die jou als reisboeker zekerheid moet geven voor de situatie dat je vakantie of reis door de organisator alsnog geannuleerd moet worden. Anderzijds is het spannend welke reisbureaus en touroperators deze situatie kunnen overleven.

Hoe werkt boeken, wijzigen en annuleren momenteel?

Lees de regelingen goed door van SGR en de communicatie van ANVR over boekingen die je maakt bij reisorganisaties die aangesloten zijn bij SGR en lid zijn van ANVR. SGR heeft te maken met garantieregelingen bij failliet gaan van je reisbureau of reisorganisator, ANVR is een kwaliteitsstandaard waarbij deelnemers zich committeren aan bepaalde afspraken en ‘code of conduct’.

Is je reisbureau, ticketsite of hotelboekingssite niet aangesloten bij SGR en ANVR, dan geldt het beleid van de organisatie zelf: de reguliere wijzigings- en annuleringsregels en eventueel aanvullend beleid rondom corona. Check dat goed voordat je nieuwe reserveringen maakt.

Let wel; bij het reserveren van losse vliegtickets (lijndiensten en charters) en losse hotelboekingen maak je, óók met hulp van je SGR/ANVR boekingskantoor, een directe boeking bij de airline of hotelketen. Je sluit dus met airline of hotel een contract af. SGR coronavouchers e.d. gelden niet voor dit soort boekingen.

Deel je ervaringen

  • Benut jij deze tijd-in-huis voor het maken van nieuwe reisplannen? Wat staat er op jouw of jullie wishlist? Welke reis heb je altijd al eens willen maken?
  • Zijn er bij jou omstandigheden waardoor je extra aan het nadenken bent over invulling van de tijd na corona?
  • Hoe kijk jij naar de situatie in de reisbranche op dit moment? Vind je dat je gewoon je geld moet kunnen terugkrijgen als je niet kunt vertrekken, of neem je ook genoegen met een reistegoed of voucher?
  • Op welke manier(en) denk je straks met een nieuwe vakantie of reis extra bij te kunnen dragen aan de wederopbouw, wereldwijd?

Deel je gedachten en ervaringen via de reacties hieronder!

Mensen die een wereldcommunity vormen

(online) Vrijwilligerswerk -juist nu!

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Iets doen voor een ander. Je maatschappelijk betrokken tonen. Een steentje bijdragen. Het is van alle tijden en veel mensen zijn op een of andere manier al vrijwilliger. Bij de sportclub, in je buurt, voor je muziekvereniging, door je voor een goed doel in te zetten of door een tijdje bij een project in het buitenland mee te helpen. In deze tijden van corona en (relatieve) opsluiting in huis zou je kunnen denken dat je vrijwilligerswerk even op een laag pitje komt te staan, maar niets is minder waar!

Of je nu meer tijd besteed aan jezelf, aan je gezin, aan een initiatief of hulpvraag in je wijk, dorp of stad, aan een Nederlands initiatief of een goed doel in het buitenland: op alle niveaus kun je bijdragen en ontwikkelen. En júist nu worden veel vrijwilligerstaken en -werkzaamheden omgebouwd naar werk-op-afstand. Een overzicht, waarin ik eerst inzoom en daarna uitzoom.

Bijdragen aan jezelf

Vrijwilligerswerk doen is, naast het helpen van een ander, bij uitstek een manier om vaardigheden aan te scherpen en nieuwe competenties op te doen. Daarvoor heb je wel eerst een goed zelfbeeld en zelfinzicht nodig: wie ben ik, wat kan ik, en wat wil ik ontwikkelen?  

Het is daarbij goed om heel eerlijk naar jezelf te zijn. Dat valt niet altijd mee, als mens heb je allerlei strategieën ontwikkeld om jezelf voor de gek te houden. Maar wil je écht werken aan jezelf, probeer jezelf dan ook écht even in die spiegel aan te kijken. Welke zaken gaan je al goed af, waar heb je juist nog meer moeite mee, en wat wil je dan juist nog verder ontwikkelen? Maar vooral: waarom. Kies het ontwikkelen van die vaardigheden of competenties die je verder brengen in wie je écht wilt zijn, of die je helpen dat (carrière- of levens)pad te volgen dat je altijd al hebt willen volgen.

In deze tijden, waarin je min of meer gedwongen wordt om veel tijd binnenshuis door te brengen, kan je juist goed zelfreflecteren. Of vraag je partner of goede vriend om, al dan niet via een virtuele verbinding, je daarmee te helpen. Kies die mensen uit die het durven om je positief-kritisch te benaderen. En: sta daar voor open. Er zijn online verschillende tests te vinden die je helpen met zelfkennis en het achterhalen van je persoonlijkheid. JoHo heeft er een aantal voor je op een rij gezet; gebruik daarvoor de selectiehulp op de pagina’s over Zelfkennis en Zelfinzicht.

Op welke manier probeer ik mijzelf verder te ontwikkelen?

Ik probeer deze periode extra aandacht te besteden aan een thema waar ik al lange tijd mee bezig ben, maar dan in een andere hoek. Met “subsidies en fondsenwerving” ben ik bij JoHo zo’n tien jaar actief geweest (2005-2015), vooral gericht op jongeren en wereldburgerschap en vooral in projecten met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor Muziekids kijk ik wat meer naar de culturele en zorgsubsidies, een totaal andere sector. Door mijn chronische pijn is de energie die ik aan ontwikkeling kan besteden zeer beperkt, maar toch probeer ik de laatste tijd wat webinars en online trainingen te volgen over dit thema. Mijn kennis van deze sectoren en subsidieregelingen neemt toe en hopelijk kan ik dit later benutten voor Muziekids. Ook ben ik dit blog Erzitmuziekinmijnleven gestart. Enerzijds zit daar een therapeutisch element in :-), het is namelijk wetenschappelijk aangetoond dat “van je afschrijven” helpt om je brein zodanig af te leiden dat de nadruk minder op pijnprikkels komt te liggen. Anderzijds vind ik het leuk WordPress vaardigheden op te doen en ook mijn schrijfcompetenties al doende aan te scherpen.

Bijdragen aan je gezin

Is een stapje extra zetten in je relatie of gezin een vorm van vrijwilligers’werk’? 🙂 Mwah, daar valt over te discussiëren. Maar de tijd die je tot je beschikking hebt kun je maar één keer besteden. Besteed je die aan dat extra rapport? Aan die mails die nog wachten? Aan die online meeting die wel nuttig maar niet persé nodig is? Of besteed je die tijd aan de mensen thuis om je heen?

Door meer tijd met elkaar door te brengen, en dat ook met volle aandacht te doen, krijg je bij uitstek meer kansen om de anderen in je gezin te helpen. Net wat meer interesse te tonen in en vragen te stellen over het werk van je partner. Je kinderen, die thuis aan het leren zijn, extra helpen met de vragen die ze hebben of de (ict)issues waar ze tegenaan lopen. Spontaan voor te stellen een verhaal voor te lezen, los van het dagelijkse avondritueel. Écht tijd te nemen voor elkaar, in plaats van langs elkaar heen te rennen (want er moet nog worden gesport, muziek gemaakt, naar de film of…noem maar op).

Het lijkt zo vanzelfsprekend om tijd aan elkaar te besteden, maar dat is het lang niet altijd. Óók niet in (gezins)relaties die op zich prima lopen. Tijd aan elkaar besteden is een bewuste keuze en gaat ten koste van andere zaken. Je hebt de keuze om wel of niet (meer dan voorheen) bij te dragen aan je gezin.

Op welke manier(en) draag ik (extra) bij aan mijn gezin?

Ik probeer dit principe van bewuste aandacht altijd, maar zeker nu, zo veel mogelijk toe te passen. Dat gaat natuurlijk de ene keer beter dan de andere. Natuurlijk is bijdragen aan je gezin vanzelfsprekend en ligt de tijd dat ‘vader’ altijd alleen maar hard aan het werk was en ‘moeder’ het gezin draaiende hield ver achter ons. Gelukkig ook maar. Maar toch, soms kan ik zo opgeslokt worden door een bezigheid, dat ik vergeet aandacht te besteden aan de mensen om me heen. Op een of andere manier kan ik me vrij goed concentreren en focussen, waardoor er bij wijze van spreken een olifant door de kamer kan lopen zonder dat ik hem opmerk. Zeker in deze social media en smartphone tijden bestaat ook bij mij nog wel eens het gevaar dat je meer op je telefoon bezig bent dan in ‘reallife’. Ik probeer me daar telkens weer bewust van te zijn en ook heel bewust gesprekken aan te gaan met de anderen in het gezin. Zo min mogelijk ‘automatische piloot’. Maar, ik ben zeker geen heilige :-)…dus ook ik moet mezelf soms heel bewust corrigeren…

Bijdragen in je wijk en dorp of stad

Ook al is je mobiliteit beperkter geworden, er is natuurlijk nog steeds veel bij te dragen in je directe omgeving. Iedereen kent inmiddels wel de voorbeelden van de hulpvraag van een oudere in je woonomgeving via je Nextdoor app, de initiatieven om te koken voor ouderen in de buurt, een boodschap te doen, een kaartje of brief in de bus te stoppen. Kleine bijdragen maken soms net dat verschil, of zorgen minimaal voor een contactmoment dat iemands dag kleurt. Heb je eenmaal contact gelegd, onderhoud dat dan, vraag eens door.

Kijk ook eens in de buurt waar je woont welke stichtingen er allemaal zijn, wat zij doen, welke hulpvraag ze normaliter -of juist nu- hebben. Hoe kan jij bijdragen, of wellicht weet je iemand in je netwerk die zou kunnen bijdragen. Hoe kan je -digitaal- contact leggen met groepen mensen in je buurt die nog verder willen integreren, mensen waar je normaliter niet snel contact mee zou leggen. En: welke vaardigheden kan jij aanscherpen door je juist nu in te zetten voor dat project of die minderheidsgroep in je dorp of stad, wat kan het jou opleveren en…op welke manier draagt dat bij aan je eigen ontwikkelingspad?

Op welke manieren draag ik bij aan mijn wijk?

Ik probeer normaliter een zo open mogelijke houding aan te nemen als ik buiten op straat loop. In deze tijd van ‘thuis blijven’ is dat allemaal net wat lastiger en is er minder interactie. Maar spontane gesprekjes op straat zijn -met 1,5 meter afstand- nog steeds mogelijk. Ik let daarbij extra op ouderen, die het vaak heel prettig vinden om even een gesprekje te hebben, hoe kort ook. Vaak is een wandeling buiten voor hen een van de weinige uitjes en contactmomenten op de dag. Al regelmatig zijn daar hele leuke gesprekken uit voortgekomen. Ik woon in de Belcrum, een jaren-30 wijk op de grens tussen Breda-Noord en Breda-Centrum. Een wijk ook die de laatste tien jaar sterk in ontwikkeling is geweest. Ouderen vinden het bijvoorbeeld heel leuk om te vertellen over de wijk vroeger, terwijl ik het juist leuk vind om meer te horen over wat er in al die panden vroeger te vinden was. Van de slager op de hoek tot die groentewinkel midden in mijn vorige woonstraat (we zijn binnen de wijk een keer verhuisd), van de fysio-praktijk in ons huidige huis tot de vroegere veemarkt in het verlengde van…de Veestraat. Daarnaast vind ik vind het leuk om regelmatig te kijken welke initiatieven er in mijn wijk allemaal zijn. Gewoon, rondlopen door de wijk en kijken wat je tegenkomt, of al online googlend. Zo is er nog véél meer te vinden dan je op het eerste oog ziet.

Bijdragen in Nederland

Het kan zijn dat je in deze tijd minder werk hebt dan normaal, hoewel dat natuurlijk niet voor iedereen geldt. Is dat bij jou het geval, denk dan eens na over welke goede doelen of maatschappelijke projecten je altijd al hebben aangesproken, maar waar je normaliter geen tijd voor vrijmaakte om jouw bijdrage te leveren. Check de social media kanalen van deze projecten of doelen om te kijken welke hulpvraag ze juist op dit moment hebben. Of gebruik platforms als NLDoet, NLvoorelkaar, Vrijwilligerswerk.nl om te kijken welke projecten met jouw voorkeuren kunnen matchen. Veel initiatieven zijn hard aan het omschakelen van fysiek vrijwilligerswerk naar vrijwilligerswerk-op-afstand, of hebben juist nu tijd voor die klussen die normaal gesproken blijven liggen. Het is dus niet of minder belangrijk dat je ergens ‘op locatie’ verschijnt, taken en werkzaamheden worden juist online verdeeld.

Natuurlijk is er altijd al volop vrijwilligerswerk-op-afstand te vinden geweest, maar nu al helemaal. Werk mee aan bewustwordingscampagnes van goede doelen, help mee op platforms rondom digitaal leren, verzorg de online boekhouding voor een stichting, schrijf webteksten of werk mee aan rapporten en jaarverslagen, ga bellen met ouderen of anderen met een hulpvraag, biedt huiswerkbegeleiding aan, benader bedrijven of serviceclubs die jouw goede doel financieel willen ondersteunen…activiteiten zijn er volop. Deze maanden vind je er extra veel via bijvoorbeeld de zoekterm “coronaproof vrijwilligerswerk”.

Op welke manieren draag ik bij aan initiatieven in Nederland?

Het zal geen verrassing zijn voor diegene die al wat meer berichten heeft gelezen: ik zet me in voor zowel de JoHo Foundation (stichting waar ik al ruim twintig jaar werk) als voor Stichting Muziekids. Met name die laatste is er recenter bij gekomen. Beide stichtingen hebben het lastig door de gevolgen van corona. Voor JoHo betekent de vermindering of zelfs het volledig stil komen te liggen van alle Nederlanders die naar het buitenland vertrekken vooral een vermindering in verzekeringsinkomsten; een van de belangrijkste inkomstenpijlers van de stichting. Voor Muziekids betekent het het volledig sluiten van de muziekstudio’s waar kinderen in ziekenhuizen normaliter gebruik van maken. Júist in een tijd waar ‘afleiding’ nóg belangrijker is -er komt immers nog minder bezoek langs in het ziekenhuis-, moeten de activiteiten worden stilgelegd. Muziekids en de studioleiders zijn dan ook koortsachtig aan het werk om de muziekactiviteiten naar online vormen te vertalen en de muziektrolleys voor gebruik ‘op afstand’ geschikt te maken. Fundraising acties en evenementen mogen in fysieke vorm niet doorgaan, dus wordt er nagedacht hoe acties ‘op afstand’ kunnen plaatsvinden en hoe er online fondsen kunnen worden geworven. Toch biedt de situatie ook nieuwe kansen; er zijn allerlei bedrijven en initiatieven die juist nu patiënten en medewerkers in de ziekenhuizen een hart onder de riem willen steken.

Bijdragen als wereldburger

Alle activiteiten die je als vrijwilliger-op-afstand in Nederland kunt verrichten kun je ook met een meer mondiale blik uitvoeren. Er zijn wereldwijd honderdduizenden stichtingen, ngo’s en kleinschalige projecten die je hulp altijd al goed, maar nu helemaal goed, kunnen gebruiken. Waar normaliter een deel van de mensen virtueel werkt en een deel er voor kiest zelf een periode fysiek in het buitenland door te brengen, verrichten mensen het werk nu -door alle reisbeperkingen- vooral op afstand.

Naast algehele promotie van het werk van allerlei stichtingen (zorgen voor meer bekendheid op de Nederlandse markt) en lobbywerk voor allerlei campagnes en strijdbare goede doelen, kan je bijvoorbeeld als online psycholoog werken, meewerken aan extra fundraising voor een fairtrade webshop, je kan bloggen, vloggen of content maken voor goede doelen of sociale ondernemingen, nieuwscontent verzorgen of social media kanalen mee helpen onderhouden, logo’s, artwork of websites designen, op afstand lesgeven in bijvoorbeeld de Nederlandse of Engelse taal of mensen coachen op afstand. Ook is er veel werk te verrichten in het managen of modereren van online communities en online platforms.

Wat is mijn bijdrage als wereldburger?

Al lange tijd blog ik bij WorldSupporter, community voor iedereen die op zijn of haar manier een steentje wil bijdragen aan ontwikkelingen in de wereld. Juist ook in deze periode blijf ik dat doen en probeer ik aandacht te vragen voor allerlei stichtingen en initiatieven wereldwijd. Mijn blikveld daarin is breed, maar aan twee initiatieven besteed ik vaker dan gemiddeld aandacht: het werk van Tessa de Goede (Tess Unlimited) voor kinderen met een hazenlip in Guatemala en het werk van Juliette Kwee (Smokey Tours) met opleidingsplaatsen voor tourguides in de sloppenwijken van Manila, op de Filippijnen.

Virtuele vrijwilligersactiviteiten

Wat kan je zoal doen als “virtueel vrijwilliger”? Een aantal voorbeelden van mogelijkheden, als aanvulling op wat je al las bij “bijdragen als wereldburger”:

  • werp je op als online ambassadeur van een goed doel, ngo, stichting
  • bied je diensten aan als vertaler, bijvoorbeeld voor ngo’s die zich in Nederland willen profileren
  • bied coaching, een luisterend oor of sociale steun aan via de telefoon of online (er zijn verschillende organisaties, denk aan de Luisterlijn, Kindertelefoon, Zilverlijn, Crisislijn)
  • organiseer online fundraisers voor een goed doel
  • bied je aan als virtueel volunteer bij de Verenigde Naties
  • ondersteun onderzoekers bij hun dataverwerking, bij het opstellen of meelezen van verslagen of onderzoeksrapporten
  • maak producten vanuit je eigen huis, ter verkoop online voor het goede doel
  • creatief en goed in haken of naaien? Maak dekentjes voor bijvoorbeeld De Regenboogboom of Stichting Fieke
  • muzikaal vaardig? Bied jezelf aan als muziekvrijwilliger bij Muziekids en biedt kinderen in ziekenhuizen virtueel afleiding met muziek. Ben je goed in (virtueel) netwerken en fondsenwerving, zet je energie dan juist in om extra middelen op te halen zodat anderen met muziek in het ziekenhuis aan de slag kunnen.
  • bied je diensten aan aan schrijvers die meelezers zoeken (proeflezen voor individuele schrijvers of uitgeverijen)
  • goed in een bepaald vak of thema? Ontwikkel zelf webinars of een online cursus waarin je een thema eenvoudig uitlegt of juist volledig uitdiept.
  • meld je aan als vrijwilliger bij een historisch archief (digitaal toegankelijk maken van historische documenten)
  • goede stem? Stel deze beschikbaar voor de doorontwikkeling van voice recording systemen, of spreek luisterboeken in.
  • begeleid kinderen en jongeren online bij hun huiswerk
  • werk online aan de digitale vaardigheden van ouderen, maak hen vertrouwder met e-mail, skype of andere online communicatiemiddelen
  • meld je aan voor online onderzoeken of communities waarin je je eigen mening deelt rondom bijvoorbeeld overheidsbeleid

Hopelijk geeft deze lijst je inspiratie om na te denken over waar juist jij goed in bent (of waarin je beter wilt worden) en hoe je dat online kunt toepassen.

Hoe draag ik virtueel bij, als online vrijwilliger?

Mijn blogwerk bij WorldSupporter is een wat meer indirecte manier van online vrijwilligerswerk. Door periodiek te bloggen bij WorldSupporter hoop ik andere mensen te inspireren om óók op dat platform ervaringen te delen als wereldburger, zodat meer mensen elkaar op de hoogte houden van wat zij ondernemen. Niet alleen inspireert dat, hopelijk worden daardoor ook steeds minder vaak ‘wielen opnieuw uitgevonden’. Daarnaast neem ik deel aan diverse (online) panels, met name binnen Nederland, om mijn mening te geven over allerlei zaken. Als Amphia patiënt heb ik mij aangemeld voor het Amphia panel, om regelmatig mee te denken over patiëntgerelateerde vragen die het Amphia heeft. Een in de twee maanden komen er, meestal in enquêtevorm, vragen langs waar ik zo eerlijk en uitgebreid mogelijk antwoord op geef. Daarnaast heb ik me recent aangemeld voor een online discussie-community Nederland Denkt Mee, waarbij de rijksoverheid een selectie van Nederlanders bevraagt over allerlei overheidsgerelateerde thema’s. Ik vind het leuk om na te denken over issues waar de overheid de mening van de burger belangrijk vindt en je kunt ook zelf topics aandragen. In een tijd waarin ik door chronische pijn niet productief kan zijn voor mijn reguliere werkgever, vind ik het prettig om deze manier(en) toch maatschappelijk relevant bezig te kunnen zijn.

Deel je ervaringen

  • Heb jij er juist nu voor gekozen om op een plek bij te dragen waar je dat normaal gesproken niet direct zou doen? Ben je op zoek gegaan naar vrijwilligerswerkmogelijkheden in je directe omgeving, of online?
  • Ben jij al langer actief als (online) vrijwilliger of ‘remote volunteer’ of ‘digital nomad volunteer’? Of ben je juist nu gestart met vrijwilligerswerk op afstand, door de corona omstandigheden?
  • Heb je tips & trucs voor anderen met betrekking tot het vinden van de juiste vrijwilligersvacature? Of zoek je juist vrijwilligers voor jouw specifieke goede doel?
  • Heb je deze corona-tijd gebruikt om juist eens uit te zoomen van je werksituatie, opnieuw stil te staan bij je passies en/of wat je verder wilt ontwikkelen?

Deel je ervaringen en tips via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Voor een inzicht in je talenten en kwaliteiten, of hulp bij het ontwikkelen van een reëel zelfbeeld, is de pagina Persoonlijke ontwikkeling & Internationale samenwerking een mooi startpunt.
  • Wil je beter grip krijgen op de non-profitsector en goede doelen? JoHo wijst je de weg.
  • In de Job Shops van JoHo vind je allerlei vacatures voor vrijwilligerswerk in en buiten Nederland, maar er is ook een shop voor digitaal vrijwilligerswerk.
  • Ook bij JoHo kun je vrijwilligerswerk op afstand verrichten, bijvoorbeeld als tekstredacteur of WorldSupporter ambassadeur. Lees er meer over in de JoHo Job shop.
  • Er zijn talloze online platforms voor vrijwilligerswerk in je stad, in Nederland of wereldwijd. JoHo heeft er een aantal voor je op een rij gezet, biedt een platform voor vacatures van anderen en geeft inzicht in en achtergronden bij vrijwilligerswerk. Of kijk bijvoorbeeld eens bij Idealist.org of Onlinevolunteering.org.
  • Er zijn o.a. op Youtube diverse webinars te volgen over “Virtual volunteering”, zowel gericht op de werkzoeker als op de organisatie die vrijwilligers virtueel aan zich wil binden.