Eilandhoppen in Griekenland, met opgroeiende kinderen én chronische pijn in coronatijd.

Geschatte leestijd: 20 minuten.

Ik ben nogal gek van reizen. C.q. ‘op vakantie gaan’. Dat eerste, ‘reizen’, vind ik meer backpacken: rugzak op, Lonely Planet -al dan niet digitaal- mee en een land of regio verkennen. Dat tweede, ‘op vakantie gaan’, is meer een ticket en accommodatie(s) boeken, relaxen en uitstapjes maken. Deze zomer kozen we voor de vakantie. Een vakantie samen met onze drie opgroeiende kinderen, samen met mijn eeuwige reisgenoot die chronische pijn heet én samen met het covid-19 virus, ofwel middenin coronatijd. Drie elementen die het reizen niet hoefden te belemmeren, wat ons betreft, maar waar we wel degelijk rekening mee moesten houden. Een verslag over eilandhoppen in Griekenland, maar vooral over hoe we als gezin omgingen met deze drie ‘uitdagingen’.

Maar voordat we in Griekenland belanden, eerst een korte terugblik op onze reis’carrière’.

Reizen in de pré-kindertijd

Er zit geen ‘waardeoordeel’ in, alsof “reizen” hoger op de avontuurlijke ladder geplaatst zou moeten worden dan “vakantie vieren”. Maar het is wel ánders natuurlijk. In de tijd vóórdat we kinderen kregen reisden Carina en ik samen heel wat af. Geholpen door goede contacten in de reisbranche, waar mijn bedrijf tegenaan schuurt, kon ik vaak goede ticketdeals bemachtigen. Dat was in de jaren eind ’90, begin ’00, toen lowcost vliegen in de kinderschoenen stond en reguliere airlines nog agententarieven beschikbaar stelden. Zo’n agententarief was écht voordelig, je vloog bijvoorbeeld voor 100 of 200 euro p.p. naar Mexico, Costa Rica, Sri Lanka, Bali of China -toevallig ook bestemmingen die we inderdaad bereisden :-). Het was vaak geluk hebben en snel beslissen, zo’n agententicket was populair en het ging meestal om de laatste stoelen. Maar regelmatig hadden we beet en reisden we goedkoop naar mooie bestemmingen.

Tropisch regenwoud, Costa Rica
Op reis naar het tropisch regenwoud van Costa Rica, 2006

Reizen in de tijd van onze nog jonge kinderen

In de tijd van de geboortes van de kinderen pasten we, als vanzelf, ons reispatroon aan. Kleine baby’s en verre bestemmingen matchen gewoon niet zo goed, vind ik. We kwamen ze daarvóór wel tegen hoor, al backpackend, van die blije families die met kleine kids bovenin de rugzak in volgepropte veel te hete lokale bussen avontuurlijk de highlights afreisden. Ik had er altijd respect voor, maar het was tegelijkertijd ‘not my cup of tea’. Wij ontdekten Spanje, het vasteland maar zeker ook de Balearen, met Mallorca als kindvriendelijke topper.

Veel mensen hebben een vooroordeel over Mallorca, geholpen door de zon-zee-zuipen tv-programma’s. En ja, op Mallorca is massatoerisme en je vindt er in sommige plaatsen de feestende tieners en twintigers die zich geregeld een coma zuipen. We wilden onze kleuters niet al vroeg op ideeën brengen 😉 dus kozen voor andere plekken op het eiland…en die zijn er maar genoeg. Kleinere ‘zus’ Menorca heeft als bijnaam ‘het buggy-eiland’, naar de vele buggy’s die je aan boord van vliegtuigen met eindbestemming Mahon vindt, maar Mallorca is zeker ook kindvriendelijk. Het eiland is te overzien qua grootte, heeft goede (bus en trein-)verbindingen, heerlijk grote stranden en een leuke shopwaardige hoofdstad. En de Spanjaarden zijn…gewoon dol op kinderen. Regelmatig vlogen we in de beginjaren dus naar Palma (niet te verwarren met het eiland La Palma in de Atlantische oceaan).

Straatbeeld Mallorca
Met nog jonge kinderen op ons favoriete eiland Mallorca, 2011

Reizen anno 2020: islandhopping in Griekenland

Eind 2019, begin 2020 hadden we weer familieberaad aan de keukentafel. Met kids in de leeftijden 13, 10 en 8 kom je in de fase dat ze écht meepraten over de eerstvolgende vakantieplannen. Een aantal zomers hadden we al in Nederland doorgebracht, een prima bestemming als het weer wat meezit én we wilden de torenhoge hoogseizoenprijzen in (/naar) het buitenland vermijden. We reisden dan vaak in voor- of najaar naar landen buiten Nederland, maar niet in de zomer. Dit jaar was het anders. Al snel bleek iedereen, om variërende redenen, behoefte te hebben aan échte zon en een échte buitenlandse vakantiebestemming. Maar ook aan ‘een bijzondere reis’, zo’n reis die een aantal jaren in herinnering bij je blijft.

Met een pleegzoon aan het werk in Athene kwam al snel het idee om Griekenland als hoofdbestemming voor 2020 te kiezen. Konden we mooi even bij hem op bezoek, het was anders dan Spanje én we konden de reis maken die we onze kinderen graag een keer wilden laten maken: eilandhoppen. Met z’n tweeën hadden we dat al, semi-georganiseerd, een keer eerder gedaan naar de Dodecanese eilandengroep in het zuidoosten van Griekenland (we bezochten Patmos, Kalymnos, Leros en Kos). Dat was destijds een hele mooie ervaring en we wilden ook onze kinderen die reisbeleving graag een keer meegeven.

In februari van dit jaar planden we met z’n tweeën een weekend weg (we hebben nog de luxe! van opa’s en oma’s die willen en kunnen oppassen) en bogen we ons eens goed over bestemming Griekenland.

Islandhopping do-it-yourself: Interrail

Ik ben fan van Interrail. Treinen door Europa; vroeger voor eind-tieners / begin twintigers, tegenwoordig voor alle leeftijden. Na mijn middelbare school maakte ik een treinreis met twee vrienden dwars door Europa: hoeveel vrijheid wil je als net-ex-scholier nog meer. Een fantastische ervaring. Sindsdien ben ik Interrail blijven volgen. Een e-mailing zette mij op het spoor van een hele interessante bootpas in Griekenland: de Greek Islands Pass. Bedoeld als aanvulling op een treinpas; als je in Griekenland of Italië bent beland kun je voordelig een aantal Griekse eilanden bezoeken. Maar de pas bleek boekbaar voor iedereen en bood ook nog eens een fraaie korting voor kinderen; Jans en Tijs betaalden nog niets, Ana kreeg een flinke korting.

Voor nog geen €250 (in totaal!) mochten we binnen één maand 5 bootreizen maken, startend in Athene (Piraeus-haven) en varend met het netwerk van Blue Star Ferries en Hellenic Seaways. Er is trouwens ook een pas-optie waarbij je van Italië naar Griekenland kunt reizen: 2 overtochten zijn dan inbegrepen tussen Venetië, Ancona of Bari en Patras of Igoumenitsa. Het volledige netwerk van beide maatschappijen bedient 53! eilanden.

Meer weten? Download de infobrochure van Interrail over de Greek Islands Pass hier:

We zochten een goede werkplek in de lobby van het hotel (conferentie-hotel NH Leeuwenhorst in Noordwijk) en hebben een volledige dag zitten puzzelen. Het vinden van de ideale combinatie van voordelige ticketmogelijkheden, bootschema’s en accommodatie-opties was een behoorlijke puzzel, maar met allebei een toerisme-opleiding als achtergrond ook een leuke uitdaging. Aan het eind van de dag stond er een mooi schema en boekten we de bootpas, de vliegtickets (Brussel Charleroi – Athene) en legden we de meeste accommodaties ook vast. We wilden een mooie reis maken, maar ook lekker uitrusten en niet terplekke met drie kids nog op zoek moeten naar leuke en betaalbare gezinsaccommodaties. En de eilanden konden wel eens druk bezocht zijn, zo midden in de zomer, dus we kozen voor zekerheid en gemak.

Eiland-hoppen in Griekenland anno 2020: prachtige reis, met wat extra ‘uitdagingen’

Ons reisschema stond vast. In drie weken (+ één dag) zouden we achtereenvolgens Athene, Santorini, Naxos, Syros en Tinos bezoeken, om de laatste paar nachten weer in Athene te zijn om onze pleegzoon nog even te zien. We kozen bewust voor drie weken, zodat we een rustig reisschema hadden. We wilden we op de eilanden voldoende tijd hebben om uit te rusten en anderzijds ook wat van de eilanden te zien. We boekten minimaal vier, soms vijf nachten per eiland, in één accommodatie per eiland.

De route in beeld:

nb:

  • nee, we hebben de route niet per auto gedaan…ik vind de optie in Google Maps niet om de auto-afstand niet te tonen 🙂
  • het punt tussen Naxos en Tinos is het eiland Syros

Uitdaging 1: Reizen met opgroeiende kinderen

Het klinkt wat decadent, om eilandhoppen met je eigen kinderen een ‘uitdaging’ te noemen. Er zijn immers heel wat gezinnen die voor échte, veel grotere, uitdagingen staan. Die zouden wíllen dat ze zo’n mooie reis konden maken. Toch is het uiteindelijk iets dat niet helemaal vanzelf gaat en moet je je wel degelijk goed voorbereiden op zo’n reis.

Onze kinderen zijn gewend aan reizen c.q. op vakantie gaan. Op het moment dat ze een handbagage-rolkoffertje kónden hanteren, kregen ze die ook van ons in handen ‘gedrukt’. Oftewel, we hebben ze opgevoed met regelmatig op vakantie gaan. Daarbij reizen we altijd lowcost en op lichtgewicht handbagage -geen gesleep met grote koffers. Dat heeft met gemak te maken, met kosten (bezuinigen op dure incheck-koffers) én…met uitdaging 2.

Tijdens onze vakanties in met name Spanje, maar ook in Nederland, waren we al gewend aan het tussentijds regelmatig veranderen van hotels. Niets zo leuk als eens in de paar dagen wisselen van accommodatie: een ander uitzicht, andere te ontdekken plaats, nieuw zwembad, andere eetzaal of restaurantjes, andere souvenirshops. We wisten dus dat het regelmatig in-en-uitpakken en op naar het volgende Griekse eiland “goed te doen” zou zijn. De enige ‘voorwaarde’ die onze kinderen vooraf hadden gesteld was dat er regelmatig een mogelijkheid zou zijn om een duik in het water te nemen. Ofwel: kustplaatsen opzoeken en/of een zwembad bij het hotel. Daar selecteerden we de dorpjes en accommodaties op die we vooraf boekten.

Het reizen an sich zou dus wel meevallen, zo was onze inschatting. Een factor die we vooraf niet zo goed konden inschatten was het Griekse klimaat. Met name onze middelste, Tijs, heeft het nogal eens snel te warm; hij kan zijn warmte minder goed kwijt. We wisten dat het in Griekenland in de zomer standaard 30 (of meer) graden kan zijn, dagen achtereen. Hoe zou dat uitpakken?

eilandhoppen in Griekenland met opgroeiende kinderen: de praktijk

De praktijk viel reuze mee. Het reizen op zichzelf was prima te doen, zoals we ook hadden verwacht. Het ritme van inpakken, bootreis, transfer naar de accommodatie, uitpakken, relaxen, ontdekken, inpakken, transfer naar de haven en volgende bootreis was prima te doen in de geplande vier of vijf dagen per eiland. Natuurlijk scheelt het dat onze kinderen zoals gezegd al gewend waren aan deze manier van reizen. We maakten het onszelf regelmatig gemakkelijk, ook rekening houdend met uitdaging 2, door vooraf (meestal op de boot) contact te leggen met de volgende accommodatie. Soms was een ophaalservice zelfs inbegrepen, als de afstand naar de haven klein was. Soms betaalden we een beperkte fee van 20-25 euro voor een ritje van een aantal kilometers in een transferbusje voor 5 personen. Soms kozen we voor de lokale bus en betaalden we 10 tot 15 euro (afhankelijk van de chauffeur en zijn bijrijder betaalden we voor één, twee of incidenteel drie kinderen).

De warmte? Ja het was warm en zonnig. Drie weken lang hebben we strakblauwe luchten gezien en het werd niet kouder dan 25 graden, meestal inderdaad boven de dertig. De ingepakte lange broeken en truien bleven drie weken lang in de koffer. Toch had niemand, inclusief Tijs, er eigenlijk last van; vooral niet omdat er op de eiland een (soms stevige!) wind staat die het aangenamer maakt. Waar de hitte in Nederland al snel klammig wordt, is de warmte in zuid-Europa en zeker in Griekenland droger. Prima te doen dus, zolang je maar regelmatig de schaduw opzoekt, goede zonnecrème gebruikt en zwembad of zee in de buurt houdt voor een frisse duik.

Toch waren er twee dingen die we enigszins onderschat hebben.

De boottochten die we maakten varieerden in tijdsduur van 30 minuten (Syros-Tinos) tot 7 à 8 uur (Pireaus-Santorini). Voor ons als volwassenen waren ook de lange overtochten heerlijk; je leest een boek, praat wat, dommelt eens weg. Maar voor de kinderen was die 7 uur op het dek (werd uiteindelijk door vertraging bijna 8 uur) toch wel erg lang. iPads, smartphones en meegenomen spelletjes konden een deel van de tijd wel overbruggen, maar het was toch…lang.

Tweede onderschatting was de hoeveelheid tijd die we kwijt waren aan ‘wachten’. Uiteraard wil je op tijd in de haven zijn en calculeerden we vertraging in van accommodatie naar de havenplaats. Daardoor waren we vaak toch ruim een uur voor vertrektijd van de boot aanwezig. De meeste boten vertrokken op tijd, een enkele te laat. Ook rondom de transfers zelf was het vaak wachten…je komt niet last-minute bij bus of transferbusje aanzetten. Alles bij elkaar hebben we in drie weken tijd ook wel behoorlijk wat gewacht en rondgehangen, ook op plekken waar niet altijd voldoende schaduw te vinden was.

Mobiele apparaten bieden afleiding tijdens de lange vaartocht
iPads en smartphones komen ook bij ons van pas tijdens de lange vaartochten

Uitdaging 2: Reizen met chronische pijn als beperkende factor

Er is nog niet zoveel geschreven over reizen met chronische pijn. Anna Raymann besteedde in haar meest recente boek Overleven met chronische pijn een hoofdstuk aan ‘Op vakantie gaan’ en er zijn her en der wat praktijkblogs geschreven van chronisch pijnpatiënten -of meer algemeen mensen met een chronische ziekte- die op reis gingen. Maar, voor zover mij bekend, is het dat dan ook wel.

Vooraf bedachten we een paar dingen die wellicht handig zouden zijn, rekening houdend met de beperkingen die chronische pijn nu eenmaal met zich meebrengen.

  • een relatief rustig reisschema, met minimaal vier en soms vijf nachten op één locatie
  • kwalitatief goede accommodaties, waarbij we extra letten op (de recensies van) de kwaliteit van de bedden. Het aantal sterren van een hotel zegt al iets, maar vaak door recensies te lezen krijg je wel een goede indruk van de staat van kamers en bedden.
  • voldoende rust op locatie. Natúúrlijk kan je vier of vijf dagen prima vullen met het hele eiland ontdekken en alles willen zien, maar dat werd niet het doel van deze reis. We beperkten ons vooraf tot met name het ontdekken van de locatie waar ons hotel zich bevond; we kozen dan ook veelal voor de wat grotere plaatsen.
  • lichtgewicht reizen; iets dat we sowieso al wel doen. Geen gesleep met grote koffers; maximaal een trolley en dagrugzakje.
  • gebruik maken van transfers, zodat we na aankomst op een eiland vrij snel in het hotel zijn

Waar ik mij persoonlijk enorm op verheugde bij deze reis was de haast gegarandeerde zon-zekerheid op de Griekse eilanden (zeldzame ‘tropische’ stormen daargelaten). Chronische pijn wordt niet minder door zon en warmte, anders was ik ongetwijfeld al geëmigreerd 🙂 Maar over het algemeen gedij ik beter met warmte om me heen; dat is wellicht ook iets lichamelijks, maar vooral toch iets mentaals.

eilandHOPPEN IN GRIEKENLAND MET chronische pijn: DE PRAKTIJK

Reizen met chronische pijn is niet voor iedereen (helaas) haalbaar. Ook ik heb fasen gehad waarin ik nauwelijks goed kon bewegen, veel minder de deur uitkwam en niet over vakanties hoefde na te denken. Maar in de huidige fase is reizen en op vakantie gaan weer meer haalbaar, haal ik er ook energie uit in plaats van dat het alleen maar nóg meer energie kost. En ik moet ook zeggen dat mijn huidige (stevige) pijnmedicatie op de meeste dagen een bepaalde goede balans geeft, waardoor er ook weer wat meer mogelijk wordt.

Ons reisschema gaf inderdaad voldoende rust. Ook al hadden we een aantal best intensieve reisdagen, de dagen erna gaven voldoende ruimte om te herstellen, mijn lijf weer rust te gunnen. Dat betekende ook meer liggen op de rustdagen, het tempo laag houden, gebruik maken van de ligbedden aan de rand van het zwembad of op het strand, etc. We hadden niet bespaard op kwaliteit van hotels en dat betaalde zich dubbel en dwars uit in goede faciliteiten en kwalitatief goede bedden. Ook de transferservices waren prettig, zodat je na aankomst in de haven snel op bestemming bent.

Het reizen met (alleen) handbagage is iets dat je moet willen en moet kunnen. Niet ieder gezin zal zo willen reizen. Ons gaf het de mogelijkheid om lichtgewicht te reizen. Dat bleek al snel een voordeel op de ‘bootdagen’: je bent toch meer aan het tillen, zeker bij binnenkomst in de boot waar je vaak enkele trappen of roltrappen op moet, inclusief bagage. Het feit dat de kinderen oud genoeg zijn om hun eigen bagage te tillen (alleen Jans hielpen we af en toe) scheelt uiteraard ook. De faciliteiten aan boord van de veerboten verrasten mij in positieve zin; als je wilde kon je op de meeste boten óók als economy-passagier gebruikmaken van een soort brede vliegtuigstoelen die prettig zitten -en liggen. Ik moet wel zeggen dat Uitdaging 3 (zie verderop) er voor zorgde dat de boten niet vol- of overbezet waren, waardoor er ook meer ruimte was om even ergens te gaan liggen.

Reizen met chronische pijn dóet pijn, dat klopt. De reisdagen leveren meer pijn op dan gewoonlijk, dat is iets waar je je mentaal op in moet stellen. De soms lange boottochten zijn niet bevorderlijk, zeker als je langere tijd moet zitten. Ik zorgde ervoor dat ik voldoende bewoog, door wat vaker een rondje over het schip te lopen. Moest er iemand naar het toilet, dan liep ik vaak mee om weer even een andere houding te hebben en in beweging te zijn. En ik zorgde dus voor meer rust op de niet-reisdagen, waardoor de balans gelukkig goed bleef.

Veel chronisch pijnpatiënten gebruiken pijnmedicatie. Ook ik slik dagelijks een behoorlijke cocktail van pillen, waaronder opiaten. Ga je drie weken op reis, én heb je ook nog eens te maken met Uitdaging 3, dan betekent dat een enorme hoeveelheid mee te nemen medicijnen. Ik calculeerde in dat we wellicht onverwacht vast zouden komen te zitten op het Griekse vasteland of op een van de Griekse eilanden; ik nam dan ook een extra voorraad medicijnen mee voor nog eens drie weken. Dat betekende een goed gevulde dagrugzak aan medicatie die deels onder de Nederlandse opiumwet vallen. Belangrijk is het dan om de juiste verklaringen bij je te hebben, zeker omdat er ook opiaten tussen de medicatie zitten. Het CAK (Centraal Administratie Kantoor) verstrekt medicijnverklaringen, die je zelf invult, laat ondertekenen door je huisarts of medisch specialist en laat valideren door het CAK. Dat is een (digitaal) proces waar enige tijd overheen gaat; begin dus op tijd met invullen! Mijn ervaringen met het CAK zijn tot nu toe erg positief; ook al is het een extra handeling en vergt het tijd en heen-en-weer sturen van documenten, ze werken bij het CAK snel en efficiënt. Daarnaast heb ik -voor de volledigheid- altijd ook een Engelstalige uitdraai van de apotheek bij me, waar ook de internationale werkzame stof in de medicatie op vermeld staat. Ik heb altijd het idee dat men bij de douane mij apart zal nemen vanwege die rugzak vol pillen, maar tot nu toe is dat nog nooit gebeurd (ook niet op reizen buiten Europa) en heb ik nog nooit verklaringen hoeven laten te zien.

Faciliteiten bij het zwembad van Tinos Beach Hotel
Prettige hotelfaciliteiten als gratis loungebedden maken het verblijf beter ‘doenbaar’ met chronische pijn

Uitdaging 3: op vakantie in coronatijd

We hadden mid/eind februari 2020 alles geboekt. Tickets, accommodaties, bootpas: alles was vastgelegd en ook maar direct betaald, in het kader van ‘dan staat het maar vast en betalen moeten we toch’. Een groot deel van de accommodaties waren non-refundable (de goedkoopste optie).

En toen kwam corona, Covid-19.

Vanaf maart 2020 werd alles anders. Wereldwijde reisbeperkingen, lockdowns, overheidsmaatregelen. Volledige landen gingen op slot. Onze pleegzoon was halverwege februari vertrokken, om in een callcenter in Athene te gaan werken. Training gevolgd, eerste (in)werkdagen gehad, appartement, werkvergunning en bankrekening geregeld. Maar ook hij kwam letterlijk vast te zitten door corona.

Griekenland nam, als een van de eerste landen in Europa, zware maatregelen. Het hele land ging op slot. Onze pleegzoon mocht niet meer naar zijn werk reizen binnen Athene, moest zelfs sms-toestemming krijgen om een boodschap in de dichtstbijzijnde supermarkt te doen. Na een aantal dagen thuiswerken in zijn appartement koos hij er toch voor om met een van de laatste vluchten terug naar Brussel te vliegen. Weg werkvakantie.

Het was natuurlijk superleuk geweest als we hem in Athene hadden kunnen opzoeken. Maar, zeiden we in maart, ondanks zijn terugkeer naar België “gaat onze islandhopping-trip in Griekenland natuurlijk gewoon door”. Totdat de berichten kwamen dat ook Nederland, net als veel andere landen, op slot ging. Reisverkeer was niet meer mogelijk, zelfs binnen Nederland moest het verkeer zoveel mogelijk worden beperkt. Lang hebben we gedacht dat we deze reis in 2020 niet meer zouden maken; tot ver in juni, begin juli, leek de kans op vertrek minimaal. Vanaf begin juni werden wel versoepelingen doorgevoerd, ook het reisverkeer ging vanaf half juni weer open, er werd weer voorzichtig gesproken over ‘vakantie in eigen land’. Veel mensen verschoven hun (geboekte) vakanties naar 2021, gebruikmakend van de vouchers in de reisbranche.

Maar hé, wij hadden losse Ryanair tickets, een losse bootpas, zeven! reserveringen bij hotels…lang leve dynamic packaging 😉 ! We hielden toch de optie open om alsnog te vertrekken, zeker toen vanaf mid-juni de landen binnen Europa teruggingen van ‘code oranje’ naar ‘code geel’: vakantiereizen mogelijk, maar er zijn risico’s. Toerisme-ministers pleitten weer voor langzaam herstel van het Europese toerisme, luchtvaartmaatschappijen gingen weer vliegen. We hadden goede hoop dat Ryanair als lowcost airline, wellicht als een van de eerste, weer zou gaan vliegen op Athene. Griekenland kende, mede door zijn snelle en scherpe maatregelen, relatief weinig coronabesmettingen. Het land dat al met een zo sterke financiële crisis te maken had en zo afhankelijk was van toerisme ging weer open voor toeristen. We legden halverwege juni contact met alle accommodaties; iedereen was weer en nog in business, services werden vanaf begin of half juli weer opgestart: we waren welkom. Overigens boden ze ook allemaal de optie om gebruik te maken van een voucher en de reis te verplaatsen naar 2021; volop flexibiliteit dus.

Moet je wel op vakantie willen, zo nog midden in de coronacrisis?

Dat was een lastig dilemma. Los van het financiële (zouden we wel geld terug krijgen als we zelf besloten niet te gaan terwijl services wel operationeel waren) was er de emotionele afweging: welke risico’s lopen we, nemen we corona vanuit Griekenland niet ‘mee naar huis’…de discussie was volop gaande in de Nederlandse media. Overigens waren we natuurlijk bereid in quarantaine te gaan na terugkeer, als daar reden toe was geweest en/of als de beleidsregels waren aangescherpt.

Mondkapjes op in al het openbaar vervoer, dus ook in de waterbus
Mondkapjes vormen in coronatijd het standaardbeeld overal in Griekenland

eilandHOPPEN IN GRIEKENLAND IN CORONA TIJD: DE PRAKTIJK

Begin juli kwamen eigenlijk alle seinen op groen…we besloten te vertrekken. Na vier, vijf maanden corona waren we er wel aan toe. Alles was operationeel. Geluiden uit Griekenland waren juist relatief positief: toeristen waren meer dan welkom (inkomsten) en zeker op de eilanden waren er weinig -tot geen- corona-besmettingen.

Én…we hadden een troefkaart. Een collega van Carina heeft een Griekse man; ze wonen samen in Breda maar hebben uiteraard familie, op het Griekse vasteland. Die waren bekend met onze situatie en wilden maar al te graag helpen -waar nodig. Als Griekse tolk optreden mocht het nodig zijn, als binnenlandse opvanglocatie fungeren mochten de grenzen toch weer worden gesloten: we waren meer dan welkom om in een ‘nood’situatie contact te leggen en ze zouden ons met liefde helpen. Dat gaf een gerust gevoel, én het laatste zetje om daadwerkelijk te vertrekken.

Wat hebben we van corona gemerkt tijdens onze reis? Eigenlijk vrij weinig. Op airport Brussel Charleroi werden de dames van het gezin door een aparte tent geleid waarbij temperatuur werd opgemeten (die gender’discriminatie’ 🙂 konden we niet helemaal plaatsen). Op Athene airport werden we richting coronatest ge’drild’: niets vrijwillig, geen discussie, testen maar. Voor vertrek hadden we een Passenger Locator Form moeten invullen met al onze gegevens en een QR code; die werd bij aankomst gescand. Achteraf hoorden we verhalen van mensen die zo’n formulier niet hadden geregeld en zonder pardon werden teruggestuurd naar land van vertrek.

Natuurlijk, iedereen had een mondkapje op. Op de airport, in het vliegtuig, in de metro in Athene, in de winkels en supermarkten, op de boten (tenzij je buiten was); eigenlijk overal. De Grieken leken dat ook volledig te accepteren, wezen elkaar er ook op als iemand (even) geen mondkapje droeg. Voor wat we er van meekregen was er nauwelijks discussie over deze mondkapjesplicht…maar natuurlijk kregen we weinig mee van de Griekse media. Dat reizen met een mondkapje op wende heel snel, zelfs in de warmte van Griekenland was het goed te doen. Ook de kinderen hadden er eigenlijk weinig moeite mee, er was weinig discussie over en mondkapjes werden overal braaf opgezet. Iedereen die actief was in het Griekse toerisme droeg er een, soms merkte je dat mensen het fysiek onaangenaam vonden zo’n mondkapje, maar dat waren toch uitzonderingen.

En ja, corona zorgde ervoor dat het overal in Griekenland relatief nog rustig was. Geen overvolle metro’s, geen drukte bij de toeristische highlights, dat was iets dat wél erg opviel. Corona was niet ‘bad voor business’, het was ‘catastrophic for business’, aldus de Grieken. Hoteleigenaren spraken van 90 tot 95% minder omzet dan normaal gesproken. Enerzijds was men dus erg blij dat er weer toeristen kwamen, er kon weer wat inkomen worden gegenereerd. Anderzijds spraken we ook wel Grieken die benoemden dat met de weer toenemende stroom toeristen, de kans op méér corona in Griekenland ook weer toenam. Een dubbel gevoel dus, bij de Grieken. Andersom gaan er geluiden op in Nederland dat bij toeristen die naar andere landen reizen, de kans ook weer toeneemt dat ze corona uit het buitenland meenemen. We spraken winkeliers in souvenir shops dichtbij de Akropolis in Athene, die aangeven dat je normaal gesproken de -toch behoorlijk grote- winkel bijna niet binnenkwam, zó overvol met toeristen kon het er zijn. Nu waren we de enige klanten in zijn shop.

In drie weken tijd hebben we, los van de mondkapjes, eigenlijk weinig van corona gemerkt tijdens het reizen en in de hotels. De eerste week was het ook op de veerboten behoorlijk rustig, de tweede en derde week merkte je dat het verkeer naar de eilanden weer meer op gang kwam. Bij inscheping in Piraeus stonden cameraploegen en werden Grieken en toeristen geïnterviewd; in Griekenland was het nieuws dat de veerboten weer naar de eilanden gingen varen en dat er weer meer toeristen kwamen. Vanuit de Grieks/Nederlandse collega in Nederland hoorden we dat we zelfs nog in beeld zijn geweest in het Griekse journaal, terwijl we de boot op gingen 😉 Natuurlijk waren er wat extra administratieve handelingen en formuliertjes bij het inchecken in hotels of binnengaan van de veerboten. Heel soms werden we gescand op lichaamstemperatuur, met name bij de veerboten.

Maar al met al viel reizen in Griekenland in coronatijd reuze mee. Het was niet veel anders dan de situatie in Nederland. Sterker nog, we vonden het op de Griekse eilanden soms makkelijker om drukte te vermijden dan eenmaal terug in Breda. Iedereen bleef gezond, na terugkeer bleek niemand van het gezin in Griekenland corona opgelopen te hebben, we zijn naar aanleiding van de tests onderweg ook niet benaderd.

Eilandhoppen in Griekenland met je gezin: doen?

Hoe kijken we terug op onze Griekenland reis, rekening houdend met onze opgroeiende kinderen, chronische pijn en het coronavirus? 100% positief.

  • Eilandhoppen met opgroeiende kinderen? Prima te doen. Zorg voor wat extra vermaak op de lange veerboottrips en reis zo licht mogelijk qua bagage. Boek bij voorbaat de boottochten, accommodaties en eventueel ook transfers al vóór vertrek, zodat je tijdens de reis vooral van het land kunt genieten en niet in de regelstand hoeft.
  • Eilandhoppen met chronische pijn? Is haalbaar. Zorg voor een rustig reisschema met voldoende rustdagen na een boot-dag. En kies voor de betere accommodaties met voldoende faciliteiten. Zorg uiteraard voor een goede balans tussen rust en activiteiten. En stel je in op wachtmomenten rondom de vaartochten.
  • Eilandhoppen in corona tijd? Uiteraard een uitzonderlijke situatie die hopelijk in de loop van 2021 is geminimaliseerd. Maar los van het dragen van een mondkapje, wat extra formaliteiten en testjes en het vermijden van potentiële ‘drukke plekken’ was ook dit prima te doen. Zonder dat je extra risico’s loopt ten opzichte van de situatie in Nederland.

Eén kanttekening nog.

Wij kozen er bewust voor om langer dan twee weken weg te gaan, om vier eilanden te bezoeken in drie weken tijd (met een zijtripje naar een vijfde eiland, Mykonos). Achteraf gezien is drie weken eilandhoppen best lang, vonden wij. Er komt ook een zekere mate van ‘sleur’ (klinkt negatiever dan bedoeld) of gewenning in, boot op, boot af, volgende eiland verkennen, drie weken Griekse maaltijden eten, etcetera. Volgende keer zouden we het waarschijnlijk toch beperken tot twee (ruime) weken, wellicht een eiland minder.

Eilandhoppen Griekenland, in beeld

Deel je ervaringen

  • Heb jij een soortgelijke reis gemaakt met je kinderen? Wat zijn jouw ervaringen? Heb je tips & tricks voor mensen die er over nadenken ook te gaan eilandhoppen met kinderen?
  • Als je ook te maken hebt met chronische pijn: in welke mate belemmert deze pijn je om een dergelijke reis nog te maken? Heb je wellicht andere manieren gevonden om toch een ‘vakantiegevoel’ te krijgen?
  • Reizen in coronatijd, zou het nog wel ‘moeten mogen’? Zijn we egoïstisch en onbezonnen door toch zo’n reis nu te maken, of is het een kwestie van ‘ingecalculeerde risico’s’?

Deel je gedachten en ervaringen via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • JoHo heeft uitgebreide keuzehulp met vraag & antwoord samengesteld over het onderwerp Reizen met kinderen in het buitenland.
  • Sluit altijd een goede aflopende of doorlopende reisverzekering af, óók als je binnen Europa op pad gaat.
  • Ook op pad in coronatijd? Lees de informatie van de Rijksoverheid.
  • Onze ‘uitdagingen’ komen in een volledig ander licht te staan als je dit artikel in de Volkskrant leest (augustus 2020), over de vluchtelingen’problematiek’ op een ander Grieks eiland, Lesbos.
  • Meer informatie over de Greek Islands Pass vind je bij Interrail. Je schaft de pas eenvoudig aan, deze wordt naar je huisadres toegestuurd.
  • Gebruik de website van het CAK om te achterhalen of je een medicijnverklaring nodig hebt om op reis te kunnen (douane!), en zo ja wélke verklaring. Ik had inderdaad een Schengenverklaring nodig; een voorbeeld van het formulier vind je hieronder. Je vult het zelf in, de huisarts ondertekent, het CAK valideert het formulier met een stempel. Per medicijn (dat onder de opiumwet valt) vul je een apart formulier in.

NB gebruik altijd de meest recente versie van het formulier, die je op de website van het CAK vindt.

Op naar een volgend eiland!

Duurzaam leven. Ik worstel voorlopig nog.

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Duurzaamheid. Ik vind het een moeilijk begrip. Het is ook zo’n containerbegrip, dat je naar gelang je voorkeuren of (zakelijke) bezigheden op allerlei manieren kunt uitleggen. Dat maakt het ook zo lastig om duurzaamheid te definiëren. Duurzaam leven, hoe doe je dat?

Duurzaamheid, een definitie.

Eerst maar eens een definitie.

Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling waarbij de huidige wereldbevolking in haar behoeften voorziet zonder de komende generaties te beperken om in hun behoeften te voorzien.

Wikipedia

Ok…dat is geen exacte definitie van duurzaamheid maar meer van duurzame ontwikkeling. Maar ik kan hem wel gebruiken: duurzaamheid is een status, een toestand, waarin ik leef op een manier waarbij de huidige wereldbevolking in haar behoeften voorziet zonder de komende generaties te beperken om in hun behoeften te voorzien.

Mmm.

Da’s nogal een grote stap, van mijn leventje naar dat van de hele wereldbevolking.

Toch ben ik er van overtuigd dat mijn gedrag, mijn handelen, wel degelijk kan bijdragen aan het algehele duurzame gedrag van veel mensen op de wereld en dat van toekomstige generaties. Als je het bij jezelf houdt, zelf duurzaam probeert te leven, inspireer je vanzelf anderen om dat ook te doen.

Een uitstapje in de tijd. Terug naar 2011.

Ik werk bij JoHo, al een tijd en ook nog geruime tijd. Al zit ik nu (anno 2020) in een flinke dip qua gezondheid (lees: Chronische pijn), er komt een tijd dat dat weer veranderd is. Daar is JoHo me veel te dierbaar voor.

Maar goed, 2011 dus. We geven onszelf, met financiële hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de opdracht om in vier jaar tijd 1.000 jongeren (14-25) te inspireren, motiveren en faciliteren om een ervaring in het buitenland (‘ontwikkelingsland’) op te doen. Een programma rondom wereldburgerschap. Niet alleen om hier eigen talenten en competenties mee te ontwikkelen, en ook niet alleen om elders op de wereld voor enkele weken of maanden een kleine bijdrage te leveren, maar (vooral) ook om eenmaal terug in Nederland die ervaring om te zetten in duurzaam gedrag.

MillenniumDoen!, heet het programma; met een verwijzing naar de millenniumdoelen (tegenwoordig: sustainable development goals) én een krachtige actie (Doen!) erin.

We geven jongeren een aantal tools om hen te stimuleren de ervaring daadwerkelijk om te zetten in duurzaam gedrag. Hieruit is het anno 2020 nog steeds actieve platform World Supporter ontstaan, met profielen van minimaal 1.000 jongeren die online delen wat ze doen om bij te dragen aan een betere wereld.

Het blijkt, met hulp van diverse partners in Nederland en verspreid over de wereld, geen enkel probleem om jongeren te vinden die deze kans willen benutten. Ook het vinden van eigen financiering en regelen van extra fundraising voor de projecten waar ze aan de slag gaan lukt meestal goed. Zoals vaak in dit soort programma’s ontstaat er een kopgroep van ongeveer 100 à 150 jongeren die zich als échte wereldburgers gedragen, maar door- en doorgaan om bij te dragen aan onze wereld en anderen uit hun directe en indirecte achterban daar bij te betrekken. Daarnaast een grote middengroep van zo’n 750 jongeren die de kans en (financiële en inhoudelijke) hulp aangrijpen om een eerste wereldervaring op te doen en vooral met hun directe omgeving te delen wat ze meemaken en terug in Nederland uitvoeren. Tot slot een groep van 100 à 150 jongeren die wat meer achter de broek moet worden aangezeten en meer hulp van begeleiders nodig heeft.

Dol Dwaze Duurzamen

Vooral die kopgroep heeft me al die tijd, verspreid over vier projectjaren, gegrepen en positief verrast. Het begrip duurzaamheid leeft écht bij hen en ze weten hun ervaringen ook heel tastbaar om te zetten in duurzaam gedrag. Daar is niets vaags aan, het is heel concreet. Van eigen duurzaam dagelijks gedrag tot fundraising acties voor goede doelen, van lezingen overal in het land waarmee men duizenden anderen motiveert tot online acties en campagnes, van het betrekken van basisscholen tot studie- en carrièreswitches in de richting van social businesses of antropologie opleidingen.

De volhardendheid van deze kopgroep om niet alleen eigen gedrag te verduurzamen maar ook -op een leuke, creatieve en niet belerende manier- anderen te stimuleren tot duurzaamheid is aanstekelijk.

We krijgen uiteindelijk een dikke pluim van het Ministerie voor de uitvoer van en rapportage over het programma in z’n geheel. Het programma is kwalitatief goed uitgevoerd, er zijn tientallen partners bij betrokken en zowel het directe als indirecte bereik van alle deelnemers is groot én groter dan vooraf in de aanvraag beschreven.

Maar meer dan dat vind ik het mooi om te zien hoe duurzaamheid leeft onder jongeren.

Nieuwsgierig naar de manier waarop jongeren invulling gaven aan hun wereldburgerschap, met stimulansen van MillenniumDoen!? Bekijk de Portretreeks die we destijds maakten van acht World Supporters die meededen aan het programma.

Terug naar mijn eigen leven, anno 2020

MillenniumDoen! inspireerde ook mij om wat vaker te letten op mijn eigen duurzame gedrag. Het niet in de grootsheid van landelijke campagnes, wereldwijde development goals of in het werk van grote ontwikkelingsorganisaties te zoeken, maar juist in het kleinschalige. Vaker korter te douchen, eens wat vaker te kiezen voor fair-trade producten, tijdens reizen vooral lokaal te eten en lang niet altijd af te dingen maar de ander wat meer te gunnen. En, nog steeds blog ik over wereldburgerschap op het World Supporter platform en in het Magazine Wereldburgerschap op deze site.

Maar.

Er is één grote maar.

Ik doe het niet consequent.

Ik heb duurzaam leven niet tot tweede natuur gemaakt.

Ik heb in 2019 (voor het eerst) een ‘allesvernietigende’ maar o zo mooie cruise gemaakt rondom de Verenigde Arabische Emiraten. Álles vernietigend, want cruisen staat geloof ik niet heel erg hoog op de duurzaamheidslijstjes… 😬 Ik vlieg vaak. En dan ook echt zo goedkoop mogelijk, zonder mijlen te compenseren (want daar geloof ik niet in). Ik eet niet biologisch. Ik hop per (logge, vervuilende) ferry’s tussen Griekse eilanden (2020). Ik verblijf in hotels van internationale ketens, in plaats van dat kleinschalige eco-hotelletje. Allemaal niet erg duurzaam gedrag dus.

Dus vertel het mij maar – wat is de definitie van duurzaam leven?

Ik leef met een dubbele duurzame moraal. Soms wel duurzaam, soms ook helemaal niet. Toch vertel ik mezelf wereldburger te zijn (meer dan ‘Nederlander’ of ‘Europeaan’). En wereldburgerschap als een van de centrale thema’s in mijn leven te hebben.

Dat landen en culturen verschillen nam niet weg dat de mensen in die verschillende landen en culturen zich heel universeel gedroegen. Ze zochten eten, drinken, een dak boven hun hoofd, geborgenheid, liefde.

Uit: De slag om Srebrenica, Frank Westerman

Ik lees veel over sustainability en mondiaal burgerschap. Ik praat en schrijf erover. Ik ga graag de discussie aan wat nu eigenlijk duurzamer is; dat grotere hotel aan de kust met werkgelegenheid voor tientallen mensen en evenzoveel toeleveranciers of dat kleine ecohotel in de jungle waar tien mensen per week verblijven. Ik volg de discussies op Oneworld. Ik ben genuanceerd in het vluchtelingendebat. En: is reizen niet per definitie een uiting van wereldburgerschap, van meer begrip ontwikkelen voor andere culturen en levensvisies? Een vorm van duurzaam gedrag, gewoon als activiteit op zichzelf?

Ik ben me hoe dan ook bewust van het belang van duurzaam leven, voor het nu én voor de toekomst.

Duurzaam leven, maar niet ten koste van alles.

Het moet wel leuk blijven. Enig opportunisme is mij niet vreemd en ik maak vaak prijsgedreven keuzes. Het klimaatdrammerige van sommige mensen, daar hou ik niet zo van. Geen ecofanatisme, alsjeblieft.

Wat dat betreft geloof ik heilig in de opzet van MillenniumDoen! destijds. Mensen al vroeg, op belangrijke beslismomenten in hun leven (studie, eerste baankeuze, etc.) in aanraking laten komen met ‘de wereld buiten Nederland’. Laten ervaren hoe goed wij het hebben over het algemeen én dat er mensen elders op de wereld in totaal andere omstandigheden leven. Hoe belangrijk het is om welvaart eerlijk(er) te verdelen. Om ecozones en wildlife te beschermen. En om anderen op een positieve manier mee te nemen in jouw eigen ervaringen.

Een MillenniumDoen! voor iedereen.

Ik pleit voor een MillenniumDoen! programma op ieder belangrijk beslismoment in je leven. Weer even actief stil te staan bij welke keuzes je waarom gaat maken. Ik schreef recent al over het belang van een gapyear (of gap’moment’) voor iedere leeftijdsklasse. Nou, laten we zo’n gap-periode dan ook maar wat aankleden met wereldburgerschap-elementen.

Twee duurzame vliegen in een klap.

Op belangrijke momenten in je leven even bewust stilstaan bij welke vervolgkeuzes je gaat maken. En tijdens zo’n keuzemoment niet alleen aan jezelf denken, maar ook aan de gevolgen van je keuze voor een ander – in het nú en in de toekomst.

Dát is pas duurzaam.

Deel je ervaringen

  • Wat is duurzaamheid of duurzaam leven voor jou?
  • Is ‘duurzaamheid’ voor jou vooral iets van de grote internationale c.q. mondiale campagnes, wereldwijde klimaatdoelen en beleidsmaatregelen van overheidsorganisaties? Of is duurzaamheid iets van ons allemaal, van jou en mij?
  • Op welke manieren hou jij in je dagelijkse gedrag rekening met de belangen van anderen en die van generaties na de onze?
  • Doe jij, net als ik, ook wel eens iets dat (volledig) botst met de duurzame idealen? Zo ja, wat?

Ik ben nieuwsgierig naar jouw visie op duurzaamheid en duurzaam gedrag. Deel je gedachten via de reacties hieronder.

Meer lezen over duurzaam leven

Ik blog regelmatig over wereldburgerschap. Lees er alles over in mijn Magazine Wereldburgerschap.

SDG’s – Direct in actie

Wil je direct in actie komen en bijdragen aan de sustainable development goals? Neem vanaf augustus 2020 deel aan de SDG Action Talks. Met online meetups via Zoom kun je je mening laten horen én je ideeën delen hoe jij en iedereen kan bijdragen aan een wereld waarin het heel normaal is dat we elkaar helpen.

Deelgenomen aan een Action Talk? Deel je ideeën en een kort verslag ook op World Supporter om anderen te inspireren.

Bewuster keuzes maken met een tussenjaar

Geschatte leestijd: 10 minuten.

Ik was een jaar of 11, 12 misschien.

Ik besteedde er uren aan. Ja echt, uren.

Per week, soms.

Aan wat? Computeren?

Nee, dat was toen…een andere tijd.

Aan meisjes?

Nope, te vroeg nog toen. 😉

Aan piano spelen?

Ook niet. Ik zat destijds nog vol in ‘de blokfluit’. En tafeltennis, andere hobby.

Aan turen in de bosatlas.

Ja echt, met m’n hoofd in die atlas. Prachtig vond ik dat -en 35 jaar later nog steeds. Hoe landen in elkaar zitten, hoe grenzen lopen, al die dorpen, steden, metropolen, gebergtes, rivieren, nationale parken. Nou ja, alles dus wat je in een atlas vindt. Je kunt er heerlijk bij wegdromen.

‘Aardrijkskunde’ was mijn favoriete vak op de middelbare school. Niet alle elementen trouwens, dat gedoe over grondsamenstellingen enzo neigde net iets te veel naar biologie, natuurkunde of scheikunde. Not ‘my cup of tea’. Maar de rest wel.

Ik vertaalde dat in de laatste jaren van mijn middelbare school naar ‘reizen’ en ‘toerisme’. Kreeg een gezonde honger naar het buitenland, erop uit trekken. Gelukkig had je destijds nog een voordelige versie van Interrail (dat heette toen ook al zo), dus treinde ik met twee middelbare schoolvrienden dwars door Europa. Prachtig. Ik was ‘opperhoofd treinschema’…niets leuker dan treintijden puzzelen en verbindingen zoeken…als we nu eerst naar zus reizen, dan kunnen we vanuit zus weer verder naar zo…enzovoort. Een mooie treinzomer was dat.

Je praatte eens wat met de decaan, vroeg her en der opleidingsbrochures op (er was nog geen internet, althans niet de openbaar toegankelijke versie), deed op papier een beroepskeuzetest. Maar het was voor mij al heel lang duidelijk: die interesse in landen, volkeren en ‘buitenland’ ging ik in een studie toerisme vertalen. Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer (NHTV, tegenwoordig BUAS), in Breda. Lekker dichtbij het ouderlijk huis, maar wel op kamers natuurlijk.

Studie-uitval

Op Nederlandse hogescholen stopt gemiddeld bijna 1 op de 3 studenten in het eerste jaar met een studie. Op universiteiten ongeveer 1 op 5. Dat zijn studenten die niet van studie wisselen, maar helemaal stoppen met hun studie. In de jaren na het eerste studiejaar zijn de getallen rondom uitval zelfs nóg hoger: méér studenten stoppen dus ná het eerste studiejaar dan tíjdens het eerste jaar. Wel kan het zijn dat een deel van de studenten een jaar later weer terugkomt; men is er ‘tijdelijk’ tussenuit. Maar een aanzienlijk deel verdwijnt dus helemaal uit het hoger onderwijs. Een onderzoek onder Fontys studenten liet twee hoofdredenen zien voor uitval: ‘gebrek aan motivatie’ en ‘het maken van een verkeerde studiekeuze’.

Deze uitval leidt niet alleen tot financiële schade, maar uiteraard heeft het mentaal ook flinke gevolgen. Onzekerheid over keuzes, kan ik het wel, is mijn volgende keuze dan wél goed, de financiële druk wordt groter.

Ik heb mijn toerisme hbo met veel plezier doorlopen. Ik vond de (meeste) vakken leuk, het was een goede combinatie van ‘leren’ en ‘doen’ (hoewel ik wel iets meer theorie en iets minder groepswerk had gewild). Een prima brede opleiding gericht op managementfuncties in de wereld van toerisme en vrijetijd. En we konden zelfs extra cursussen SEPR doen (vakbekwaamheid reisburobedrijf), waar ‘topografie’ een groot onderdeel van was. Rijtjes stampen dus met de wereldtopografie; ik vond het leuk. Weet nu nog zo te zeggen wat de hoofdsteden van -bijvoorbeeld- Madagaskar en Burkina Faso zijn*.

Maar achteraf, vijfentwintig jaar later, twijfel ik toch of die “toerisme-opleiding” nu wel de juiste is geweest. Ik had vooral interesse in de wereldproblematiek en in volkeren wereldwijd. Het had dus net zo goed een wetenschappelijke studie ‘culturele antropologie’ kunnen zijn. En óók vanaf kinds-af-aan had ik een interesse in schrijven. Waarom niet gekozen voor een journalistieke studie, al dan niet gecombineerd met een schrijversvakschool of cursussen ‘schrijven’? Ook vond ik ‘bibliotheken’ hele prettige omgevingen en zag ik mij er later zo werken. Na twee eerste min of meer mislukte banen bij touroperators (ik ben niet zo voor werken in teamverband, vergaderen, enz.) koos ik een andere werkrichting, die wel weer zijdelings met ‘toerisme’ te maken had.

Ondanks mijn 100% overtuiging ‘toen’, heb ik een twijfel achteraf.

Het proces van keuzes maken

Er is in de loop der tijd al veel geschreven over het maken van een goede studiekeuze. Er zijn allerlei tips, checklists en tools om zo’n keuze te maken. Maar ik (en niet alleen ik) kom er steeds meer achter dat voor het maken van een écht goede keuze, het belangrijk is om eerst even een periode ‘stil’ te staan. Even op de rem te trappen voordat je keuzes gaat maken. Tijd te besteden aan processen die voorafgaan aan die definitieve keuzes.

Hoe kan je in hemelsnaam ‘goede’ keuzes maken als je nog niet weet waar je talenten nu écht liggen? Wat je eigenlijk zelf wilt kúnnen, waar je ambities liggen. Waar je nu écht gelukkig van wordt? En als je antwoord geeft op dat soort vragen…hoe eerlijk ben je dan naar jezelf?

JoHo, de organisatie waar ik al ruim 20 jaar werkzaam ben, heeft er informatiepagina’s over gemaakt. Je leest er over ‘Talenten & Mogelijkheden‘, over ‘Zelfkennis & Zelfinzicht‘, maar ook over ‘Waarden & Normen‘ – waar hecht niet J.P. Balkenende maar jijzélf nu echt waarde aan? Daarnaast werkt JoHo aan de ontwikkeling van een competentietool en biedt de organisatie uitgebreide info en wegwijzers voor de mogelijke invulling van een tussenjaar, vaak met een internationale component.

Keuzes maken met een tussenjaar

Uit onderzoek (helaas nog beperkt in aantal) blijkt dat het kiezen van een tussenjaar, veelal tussen middelbare school en vervolgopleiding, de kansen op studiesucces in het hoger onderwijs vergroot. Ruim de helft van de scholieren die een tussenjaar nemen, doet dit vanwege twijfel over studiekeuze. En meer dan 33,3% (!) kiest tijdens of na het tussenjaar een ander studie dan daarvoor gedacht. Dat vind ik bizar veel: 33% van de duizenden jongeren die een tussenjaar nemen kiest voor een (heel) ander levensvervolg dan eerst gedacht.

De jarenlange praktijk van Joyce (Yourjourney.academy en Jongleren) wijst uit dat veel jongeren vastlopen tijdens keuzes rondom studie, werk en tussenjaar en hierdoor ook vaak last hebben van stress (fysiek en emotioneel). Jongeren ontwikkelen allerlei lichaamsklachten omdat ze twijfelen over de te maken vervolgkeuzes. Joyce vindt het belangrijk ze te helpen relativeren en te laten beseffen dat het antwoord al in henzelf zit. Te laten zien dat ‘keuzes maken’ vaak helemaal niet zo moeilijk is, dat je bijna nooit ‘keuzes for life’ maakt (want je kan altijd weer een ander pad op gaan). Maar, dan is het wél belangrijk dat je als jongere de tijd neemt voor het stilstaan bij jezelf vóórdat je je keuze maakt én dat je goede begeleiding krijgt bij de verschillende stappen in het keuzeproces.

Is een tussenjaar alleen voor jongeren?

Nee. Bij een ‘tussenjaar’ wordt vaak gedacht aan twijfelende middelbare scholieren. En ook nog wel eens aan het stereotiepe van de rijkeluiszoon of -dochter met hoogopgeleide ouders die hun kind ‘even op tussenjaar sturen’. In de praktijk is die groep natuurlijk veel breder en diverser.

Maar wat mij betreft zouden er veel meer momenten in je leven moeten zijn om een ‘tussenjaar’ of ‘tussenperiode’ in te plannen. Het moment tussen studie en je eerste baan. Het moment vóórdat je de meer serieuze vaste relatie in gaat. Het moment rondom het ‘dertigersdilemma’: je gaan settelen met een vast huis, vaste relatie, wel of geen kinderen. En ook de veertigers kennen zo’n dilemma en de bekende zingevingsvragen: trouw blijven aan je werkgever of toch nog eenmaal die grotere carrièremove maken, het gevoel van ‘is dit het nu’? Over de midlife crisis bij man en vrouw wordt dan weer wel wat meer geschreven, maar een mooi moment zou wat mij betreft ook het pensioenmoment kunnen zijn: wat gaan we nu doen, welke (levens)keuzes maken we nu, waar willen we onze energie (al dan niet nuttig of maatschappelijk) aan gaan besteden.

Soms wordt het hip een ‘sabattical’ genoemd -er even tussenuit, een adempauze- maar wat mij betreft zijn dit allemaal momenten voor een periode waarin je een pas op de plaats maakt en heel bewust nadenkt over waar je staat en waar je naar toe wilt. Ideale momenten voor dat tussen’jaar’.

Benut aanwezige expertise voor een beter tussenjaar

Hiervoor benoemde ik al de voorwaarde die Joyce van YourJourney stelt bij de relativering van de keuzestress: mits goed begeleid. En: er zitten ook risico’s aan zo’n tussenjaar.

Het TussenjaarKenniscentrum bracht enkele risico’s in kaart:

  • na het tussenjaar nog niet weten wat je moet kiezen
  • teveel verveling tijdens het jaar
  • moeite met het oppakken van activiteiten na de break
  • geen zin meer hebben in geplande activiteiten
  • omgekeerde cultuurschok, na terugkeer van een periode in het buitenland

Zaak is dus om deze risico’s zoveel mogelijk te overzien en te beperken. In de loop der jaren is er veel ervaring opgedaan rondom het effectief invullen van een tussenjaar, júist er op gericht om te komen tot een beter zelfinzicht, betere zelfkennis en slimmere keuzes.

De combinatie van

  • een afgebakend programma waarin je, in een ongedwongen setting en buiten je comfortzone, écht aan het werk wordt gezet om je zelfinzicht te vergroten en
  • een periode waarin je jezelf uitdaagt, kan proeven aan je vervolgkeuze(s), kunt experimenteren met subkeuzes en je te maken keuzes in de praktijk kan testen en
  • een reflectiemoment of reflectieperiode waarin je, samen met begeleiders en anderen, terugkijkt op deze ervaringen en vooruit kijkt naar zelfstandig te maken vervolgkeuzes

blijkt daarin voor veel mensen, ongeacht hun leeftijd, goed te werken.

Twee voorbeelden

De theorie is leuk maar…’hoe doe je dat dan’? Twee voorbeelden van programma’s die speciaal ontwikkeld zijn voor iedereen die nadenkt over een Tussen’jaar’.

Wereldroute

Student Prepare Programme Curaçao

  • 6-weeks programma op Curaçao
  • bereid je voor op het studentenleven en world citizenship
  • ontwikkelen van personal skills, zelfstandigheid
  • verdiepingssessies om stapsgewijs te komen tot studie-inzichten en studiekeuze
  • global engagement onderdeel om je snel aan te passen aan andere culturen
  • véél extra activiteiten als duiken, surfen, suppen, catamaran zeilen, dansen, zwemmen, hiken
  • incl. huisvesting, verzekering en praktische ondersteuning
  • mogelijkheden voor aanvullende stage of werken op Curaçao

YourJourney

MYJourney Málaga – Special Edition Stad

  • een week in Málaga, zuid-Spanje vol persoonlijke ontwikkeling, nieuwe energie, groei en hernieuwde focus
  • sportieve, culturele en ontspannende activiteiten
  • verblijf in het centrum van Málaga, eigen kamer en gedeelde faciliteiten
  • 1:1 en groepscoachingssessies, zéér ervaren coach
  • toegang tot online programma met lesvideo’s en werkboek
  • naar keuze extra activiteiten in je vrije tijd: yoga, koken, tarot, massage: er kan veel
  • mogelijkheden voor aanvullende taalcursus of stage in en om Málaga; ook kun je kiezen voor alleen het online programma

Er zijn legio activiteiten te benoemen die je, los van leeftijd, tijdens een tussenjaar kan ondernemen; JoHo brengt er veel in kaart op de informatiepagina Gap Year & Tussenjaar en via de daar opgenomen crossroads en organisatieprofielen. Of je nu een wereldreis of lange reis wilt maken, een of meerdere taalcursussen wilt volgen, een stage, werkervaringsplaats of baan zoekt om je skills te verbeteren of ergens op de wereld wilt bijdragen en leren met vrijwilligerswerk.

Wereldplicht?

Met het tussenjaar stimuleer je dus het bewuster keuzes maken op belangrijke beslissingsmomenten. Maar een internationale invulling van zo’n tussenjaar lost mogelijk ook een ander probleem op. Ik vind dat er vanuit overheid en politiek ook wel eens meer aandacht mag komen voor onze internationale mobiliteit…verdergaand dan ‘de jaarlijkse vakantie naar Zuid-Europa’. We groeien allemaal op als wereldburgers, we hebben het over culturele integratie en meer begrip voor elkaar, maar los van een incidenteel Europees subsidieprogrammaatje voor scholieren of studenten wordt nergens gestimuleerd dat grotere groepen Nederlanders eens over de Nederlandse of Europese grenzen heen kijkt.

Waarom niet een vervangend ‘iets’ bedenken voor wat vroeger ‘dienstplicht’ of ‘maatschappelijke stage’ heette? Waarom niet een (semi-verplicht) ‘Wereldjaar’ waarin je heerlijk de tijd krijgt na te denken over jezelf en je vervolgkeuzes? Ongeacht leeftijd, opleidingsniveau en achtergrond. Waarin je gestimuleerd wordt in contact te komen met andere culturen, met activiteiten die je leuk vindt maar ook een beetje buiten je comfortzone liggen? Waarin grotere groepen mensen de mogelijkheid (keuzehulp & financiële prikkel) krijgen een periode in het buitenland door te brengen?

Ik denk dat, als we dat structureel en over langere periode stimuleren, er na verloop van tijd ook heel wat issues op het gebied van cultureel onbegrip, racisme, vluchtelingen en nieuw kolonialisme opgelost raken. Ik schreef er al eens eerder over: Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Terug naar de bosatlas.

Mijn huis ligt vol met wereldbollen. Aan de muren hangen landkaarten van Spanje (favoriete land) en Mallorca (favoriete eiland). Ik kreeg vorig jaar de nieuwste versie van de good old Bosatlas cadeau. Met die honger naar topografie en landkaarten is het dus best goed gekomen. In de periode voorafgaand aan ons ouderschap hebben Carina en ik behoorlijk wat kunnen reizen, profiterend van goede ticketdeals (destijds nog een voordeel als je zijdelings met de reissector te maken hebt). Daarna is het een aantal jaren ‘Europa’ geworden, wat ook prima was.

Nu komt langzamerhand de tijd weer dat we ook weer eens buiten ons eigen continent kunnen gaan kijken; vorig jaar met de Midden-Oosten cruise en hopelijk ook binnen enkele jaren met de drie kids. Als ‘wereldburger’ laat ik ze graag kennismaken met al die andere mooie, soms ruwe, soms hartverwarmende, soms totaal andere en soms verrassend gelijke culturen op ons wereldbolletje.

* die hoofdsteden zijn respectievelijk Antananarivo en Ouagadougou

Deel je ervaringen

  • Welke keuze(s) heb jij gemaakt aan het eind van je middelbare schooltijd, of welke denk je te gaan maken? En waar waren of zijn die op gebaseerd?
  • Welke voor- en nadelen zie jij bij een tussenjaar en welke onderdelen zou jouw ideale tussenjaar moeten bevatten?
  • Wat vind jij van het idee van een ‘wereldplicht’ als vervanging van de vroegere militaire dienstplicht of maatschappelijke stage? Denk je dat een of meerdere internationale ervaringen kunnen bijdragen aan meer begrip voor andere culturen, buiten en binnen Nederland?
  • In welke levensfase bevind jij je nu? Heb je tot nu toe al eens een ‘pas op de plaats’ ingepland om bewust na te denken over je volgende stappen in studie, werk of privéleven?

Meer lezen

Luister de Spotify Podcast-serie van YourJourney over studie, stress en het maken van (eigen) keuzes. In onderstaande aflevering gaat het over het zélf maken van keuzes. Joyce vertelt over haar keuze om te gaan emigreren naar Spanje, waar zeker niet iedereen in haar omgeving het mee eens was. Maar alle goedbedoelde adviezen, tips of waarschuwingen ten spijt: het was háár keuze.

Leren solliciteren en werk vinden in Cambodja

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Athit Kong werd in 2002 ontslagen vanwege zijn inzet voor de Cambodjaanse vakbond. Hij werkte toen zo’n 2,5 jaar als assistent-machineoperator op de wasafdeling van een textielfabriek. Maar van de een op de andere dag was het voorbij. Sindsdien maakt hij carrière bij de bond; nu is hij vice-voorzitter. Athit zorgde er samen met anderen voor dat de vakbond groeide van 5.000 naar ruim 50.000 leden. ‘Het is echt een leerproces, werken bij een vakbond. Maar langzaamaan zie ik resultaten. We groeien, de werkomstandigheden verbeteren en er is een minimumloon bereikt’.

Waarom een artikel over de vakbond in Cambodja?

Normaliter heb ik niet zoveel met vakbonden. Ik heb er gewoon bijzonder weinig mee te maken gehad, in mijn werkzame jaren tot nu toe. Via een klik hier en een klik daar ben ik terecht gekomen op de website van CNV Internationaal. En daar klik ik, uit nieuwsgierigheid, op de pagina ‘projecten waarvoor financiering wordt gezocht’. Om uit te komen bij de Cambodja pagina. De informatie en het interview met Athit Kong triggeren me. En specifieker, één zin blijft in mijn achterhoofd hangen.

De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.

Leren solliciteren en werk vinden dus. Mmm, dat komt me ergens bekend van voor.

Wie of wat is CNV Internationaal?

CNV Internationaal komt wereldwijd op voor arbeidsrechten en helpt werkenden om sterk te staan en zich te organiseren in vakbonden. Zo kunnen werknemers wereldwijd ook zélf hun werkomstandigheden verbeteren. CNV werkt samen met lokale vakbondsorganisaties. Zij weten immers zelf het beste wat er nodig is voor de mensen ter plekke, op de werkvloer.

  • CNV Internationaal is een afdeling binnen de CNV Vakcentrale, het op 1 na grootste vakverbond in Nederland met ruim 235.000 leden.
  • Het uitgangspunt van CNV? Iedereen heeft recht op goed werk.
  • CNV Internationaal heeft drie focusregio’s: Latijns-Amerika (5 kernlanden), Afrika (6 kernlanden) en Azië (3 kernlanden)
  • Binnen de drie regio’s onderscheidt CNV Internationaal drie werkterreinen: arbeidsrechten, werkgelegenheid voor jongeren en de ‘sociale dialoog’.
  • Binnen die werkterreinen focust CNV weer op vier kernthema’s: palmolie, mijnbouw, suikerriet en kleding.

Maar goed, Cambodja dus.

Ik lees verder op de website van CNV Internationaal. CNV steunt in Cambodja het werk van de jonge vakbondsorganisatie CLC, met CCAWDU als grootste aangesloten organisatie en dé bond voor de arbeiders in de textielfabrieken. Deze organisatie groeit van vijfduizend leden in 2000 naar ruim vijftigduizend nu. De werkomstandigheden van arbeiders in de textielfabrieken zijn inmiddels verbeterd en er is in de textielsector een minimumloon bereikt.

CLC richtte bijvoorbeeld in 2015 bij zes bedrijven CLC-bonden op, onder meer in de horeca en de toeristische sector. Door dat te doen, kunnen de rechten van steeds meer werknemers worden gewaarborgd. Maar belangrijker nog: kunnen werknemers een normaal, fatsoenlijk loon verdienen waarmee ze in hun dagelijkse levensbehoefte (voedsel, woonruimte, onderwijs en toegang tot gezondheidszorg) kunnen voorzien.

Werkgelegenheid voor jongeren in Cambodja

Ook in Cambodja heeft de jeugd de toekomst. Maar om een goede toekomst te kunnen realiseren is naast goed onderwijs ook voldoende toegang tot de arbeidsmarkt nodig. Voldoende werkgelegenheid dus voor jongeren en -een andere deels overlappende focusdoelgroep- vrouwen. Maar ook fatsoenlijke werktijden, een veilige en gezonde werkomgeving, een normaal uurloon dat past bij de levensstandaard in Cambodja en normale werknemersrechten.

Aan de ene kant kun je zorgen voor voldoende werkgelegenheid, maar dan moeten aan de andere kant de Cambodjaanse jongeren voldoende vaardigheden hebben om die banen te bemachtigen. Zie hier de zin waarmee ik dit artikel begon: De vakbond in Cambodja wil graag een project uitvoeren waarbij 150 jongeren een sollicitatietraining krijgen, leren hoe ze een baan kunnen vinden en wat hun rechten zijn.


Promoting core labour standards,  towards a decent job for Cambodian workers

Onder deze projectnaam slaan CNV International en CLC in Cambodja de handen ineen, met financiële steun van de EU -ja, Europa dus. Dat Europa dat wij als Nederlanders zo steunen of bekritiseren.

Belangrijkste doelen van het project, voor wat betreft de ‘arbeidsrechten’:

  • tegengaan van overmatige werkuren
  • steunen van het recht van werknemers om zich te verenigen
  • stimuleren van een gezonde werkomgeving, tegengaan van regelmatig flauwvallen van werknemers
  • versterken van onderhandelingsvaardigheden van vakbondsleiders

Mede door de website van CNV had ik de gedachte dat dit project volop actief is, totdat ik in een nieuwsbericht lees dat het project met een ‘final conference’ tussen 13 en 16 maart 2017 is beëindigd. Er zijn trainingen georganiseerd over onderhandelen en gelijke rechten voor vrouwen en mannen en er zijn festiviteiten geweest rondom belangrijke internationale dagen van de arbeid, jeugd en mensenrechten. Er zijn nieuwe allianties gevormd voor een betere dialoog tussen overheid, werkgevers en maatschappelijke organisaties.

OK – project afgerond dus. De gedachte die ik bij afgeronde projecten altijd heb bekruipt me ook nu: “En daarna dan?” Hoe staat het nu met die arbeidsrechten? En zijn die 150 jongeren nou eigenlijk getraind in sollicitatietechnieken? Zijn de werkuren en werkomstandigheden in Cambodja nu echt verbeterd? Wat doet CNV nu dan in Cambodja, in de periode 2018, 2019 en 2020?

Ik blijf over met teveel vragen. Tegelijkertijd snap ik dat je arbeidsomstandigheden in een land met ruim 16 miljoen inwoners niet zomaar even met een ‘EU projectje’ verandert. Dat zijn processen van de lange adem. En ook snap ik dat een website niet altijd de meest up-to-date stand van zaken laat zien.

Nog even over sollicitatietrainingen

De hele tijd tijdens het lezen van de achtergronden van dit project blijft dat zinnetje maar in mijn hoofd hangen…150 Cambodjaanse jongeren leren te solliciteren. Wat een toeval dat mijn werkgever, Stichting JoHo, ‘talentontwikkeling’ al jaren als speerpunt heeft. Het stimuleren van vragen als (en antwoorden op) hoe krijg ik een beter zelfinzicht, wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik ontwikkelen, waar wil ik werken, en wat past daar dan bij qua werkplek, soort werkgever en baan. Dat we al sinds jaar en dag informatie ontwikkelen over het ontwikkelen van je talenten, solliciteren, assessments, opdoen van werkervaring.

Nu weet ik ook wel dat de bestaande info van JoHo vooral gericht is op Nederlanders. Nederlanders, die vooral in Nederland willen werken. Maar; niet voor niets heeft JoHo “talentontwikkeling” en “internationale samenwerking” als speerpunten. JoHo bereikt toch ook wel erg vaak Nederlanders die in een internationale en/of interculturele context willen werken, of ervaring in het buitenland willen opdoen. Om daar weer persoonlijk of arbeidstechnisch door te groeien. Nu weet ik ook wel dat je dat wat in Nederland werkt, niet zomaar kan doorkopiëren naar een land in Zuidoost-Azië. Laten we de culturele context niet vergeten.

Laat mij nou even dagdromen

Wat zou ik het mooi vinden wanneer JoHo, JoHo donateurs en andere World Supporters, samen met CNV, CLC en bijvoorbeeld partners van Nederlandse expats in Cambodja (die vaak om zingevende projecten zitten te springen) praktische, ‘hand-on’ trainingen opzetten en tools ontwikkelen die in beide landen duurzaam werken. Hoe krijg je meer inzicht in jezelf? Hoe leer je een baan vinden? Wat zijn je vaardigheden en competenties en welke banen passen daar bij? Hoe solliciteer je? Hoe presenteer je jezelf? Welke passies drijven je? Waar wil je over vijf jaar staan? Ook al is de context wellicht volledig anders; dit soort vragen leven zowel bij Nederlandse als Cambodjaanse jongeren (en niet-jongeren, trouwens).

Trainingen, tools en e-courses die, telkens voorzien van een ‘lokale module’, wereldwijd functioneren. De ontwikkeling ervan gefinancierd door de EU en Nederlandse en Cambodjaanse ministeries.

Laat mij nou even dagdromen…

Wakkerrrrrr

Natúúrlijk gebeurt er post-2017 al een hele hoop in Cambodja op het gebied van toegang tot arbeid. Zo wees Google me al heel snel op een lijvig, bijna 100 pagina’s tellend rapport ‘Kingdom of Cambodja Decent Work Country Programme 2019-2023’. Dit programma formuleert drie ambitieuze doelen voor de periode tot aan 2023, en verder tot aan 2030:

  1. stimuleren van fatsoenlijke werkgelegenheid en duurzame ondernemingen, gecombineerd met het ontwikkelen van relevante vaardigheden en competenties van werknemers
  2. versterken en uitbreiden van bescherming van werknemers, hun veiligheid en gezondheid
  3. verbeteren van arbeidsomstandigheden en arbeidsrechten, inclusief het bespreekbaar maken van seksuele intimidatie en bescherming van het moederschap

Dat overlapt toch behoorlijk met de ambities van CLC en CCAWDU, is mijn eerste gedachte.

Voor de geïnteresseerden:

Ondanks gerealiseerde projecten en lijvige plannen vol mooie doelen, is er ook een realiteit van alledag. Begin 2020 plaatste Trouw een artikel over de meest recente invoerheffingen van de EU op Cambodjaanse producten, omdat het land structureel achterblijft in het verbeteren van mensenrechten en arbeidsrechten. Vakbonden en arbeiders die willen staken worden geïntimideerd, het land van boeren wordt ‘afgepakt’ door groeiende suikerrietplantages en het bestuur heeft de oppositie en media monddood gemaakt.

De EU wil dat arbeiders een betere positie krijgen in Cambodja. Maar textielwerkers, meestal vrouwen, kunnen hun baan kwijtraken als de export afneemt. Tegelijkertijd, zonder maatregelen geen structurele verandering. Een duivels dilemma dus. De maatregelen gelden voor ongeveer 20% van de exporthandel; opkomende en dus nog kwetsbare industrieën in Cambodja worden ontzien.

O ja, die 150 jongeren…

Ze laten me niet los.

Wie hen nu precies helpt om betere sollicitatieskills te bemachtigen? Ik weet het nog steeds niet. Wie het weet, mag het zeggen. Of gaan doen. Een mooie pilot-onderzoeksklus, internationale stagetaak, een mooie casestudy voor een MBO/HBO opleiding P&O / HR die over de grenzen kijkt. Samen met JoHo, CNV, CLC en die potentiële financierders?

In de woorden van Athit Kong:

“In Cambodja zijn de werkomstandigheden slecht en er is te weinig werk. Daarom vind ik het belangrijk om te strijden en de vakbeweging te steunen. Ik wil voor mensen een fatsoenlijk leven bereiken. Om successen te bereiken, moet je met elkaar praten. Sociale dialoog is een instrument om een platform te creëren voor de werkende klasse. Stapje voor stapje kom je verder. Hoe? Door je organisatie sterker te maken.”

Athit Kong, website CNV Internationaal

Ik lees graag nog eens opnieuw over Kongs gedachten in 2023, of 2030, in hoeverre het ‘Decent Work Programme’ duurzame verandering heeft gebracht. Ik hoop dat CNV deze ontwikkeling blijft volgen. En wellicht vinden CNV en JoHo elkaar nog eens, in de toekomst.

Deel je ervaringen

  • Ben je zelf actief (geweest) met ontwikkeling van kennis & vaardigheden in Cambodja of op bijvoorbeeld het gebied van arbeidsrechten en mensenrechten? Deel je ervaringen.
  • Ken jij of steun je CNV International? Vertel over je ervaringen!
  • Hoe zou Nederland of de EU moeten omgaan met het duivelse dilemma rondom de export uit Cambodja?
  • Wat is volgens jou de sleutel tot duurzame ontwikkeling in Cambodja? Hoe krijgen vooral vrouwen, jongeren en andere kwetsbare groepen voldoende toegang tot de arbeidsmarkt?

Ik hoor graag meer van je, via de reacties hieronder.

Meer lezen

Meer informele culturele ontmoetingen zijn nodig om culturele diversiteit niet steeds (vaker) te laten ontsporen.

Geschatte leestijd: 12 minuten.

Multiculturalisme. De multiculturele samenleving. Culturele diversiteit. Er is al zóveel over geschreven de laatste jaren. Waarom lijkt het toch steeds minder vaak te lukken om verschillende culturen met elkaar te laten samenleven? Onderling elkaars culturen te respecteren? Ik denk dat er wel veel en steeds meer culturele diversiteit is, in Nederland en overal op de wereld, maar dat culturen elkaar onderling gewoon te weinig (kunnen) ontmoeten. Er zijn veel meer laagdrempelige momenten en activiteiten nodig waarop mensen aan elkaars cultuur kunnen proeven, als vanzelf begrip en respect voor ‘de andere cultuur’ krijgen. Dat begint al in het onderwijs, maar ook bibliotheken kunnen een rol spelen. En de overheid zou veel meer het ‘reizen’ en het opdoen van buitenlandervaringen kunnen stimuleren én faciliteren.

Ik las deze week een mooie zin in de nieuwsbrief van de Nieuwe Veste, de Bredase bibliotheek annex cultuurcenter.

Culturele diversiteit of multiculturalisme verwijst naar een harmonieuze samenleving waarin de mensen zijn verbonden in begrip en respect voor elkaar, en voor elkaars cultuur.

E-nieuwsbrief Nieuwe Veste Breda

In de nieuwsbrief legde de Nieuwe Veste de link met de protesten tegen racisme, in navolging op de dood van George Floyd. Daar wil ik het nu niet over hebben, maar wél over het nastreven van culturele diversiteit.

Ik ben er van overtuigd dat veel problemen die ontstaan rondom racisme, onbegrip voor situaties van vluchtelingen en botsingen tussen verschillende culturen voortkomen uit een tekort aan interculturele ervaring, het ‘te weinig verkeren in een internationale omgeving’. Zoals altijd begint het met je niet (genoeg) kunnen verplaatsen in de situatie van een ander. En zeker als die ander dan ook nog een andere cultuur heeft, andere opvattingen heeft ontstaan vanuit een andere culturele opvoeding, kan het onbegrip al snel groot worden.

Wereldburgerschap

Een van de oplossingsrichtingen om racisme en cultureel onbegrip tegen te gaan ligt in het stimuleren van burgerschap. Het stimuleren om actief mee te doen aan een samenleving begint al in het basis- en middelbare onderwijs: het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en een houding die stapsgewijs actief burgerschap ontwikkelt. Vanaf jongs af aan leren mensen zo om mee te denken, om een mening te ontwikkelen en deze aan te scherpen via meningen van anderen. Het ontwikkelen van burgerschap betekent ook het ontwikkelen van kennis omtrent een democratie, mensenrechten, het omgaan met conflicten, sociale verantwoordelijkheid nemen, mensen gelijkwaardig behandelen, kennis ontwikkelen over duurzaamheid én het omgaan met maatschappelijke diversiteit.

Burgerschapsonderwijs, in het verlengde van het vroegere maatschappijleer, wordt steeds meer een vast element op scholen. De laatste jaren zijn speciale programma’s ontwikkeld voor jongeren op scholen om hen te leren over (actief) burgerschap. Goed vind ik dat daarbij ook op meer en meer scholen een stap verder wordt gezet met wereldburgerschap, dat vaak samenvalt met internationaliseringsdoelstellingen. Leerlingen maken zo al op jonge leeftijd kennis met de internationale samenleving: hoe kun je je actiever opstellen in de wereld. Om de cultuur van de ander beter te begrijpen is het belangrijk dat je leert door de bril van een ander te kijken.

Culturele diversiteit in een land

Hoeveel verschillende culturen er in een specifieke regio, bijvoorbeeld “een land”, te vinden zijn bepaalt de mate van culturele diversiteit van die regio. De wereld wordt sowieso kleiner en steeds meer mensen krijgen de mogelijkheid te reizen, zich internationaal te bewegen. Tegelijkertijd lijkt het aantal conflicten op de wereld weer toe te nemen, waardoor vanzelf ook meer vluchtelingenstromen op gang komen. Ook door klimaatverandering, met droogte of juist overstroming als gevolg, is de kans dat bestaande spanningen verder toenemen groter. Culturen verspreiden zich dus, waardoor je ook in jouw woonomgeving te maken krijgt met meerdere culturen.

Over heel Nederland gezien is het aantal inwoners met een migratieachtergrond ongeveer een vijfde van de bevolking (22,6%). Tien jaar geleden was dit nog 16 procent. Dit blijkt uit een diversiteitsonderzoek (2017) het van Centraal Bureau voor de Statistiek, de Jeugdmonitor, de Buurtintegratiemonitor en het Sociaal Cultureel Planbureau. Ongeveer 25% van alle jongeren tot 25 jaar in Nederland heeft een migratie-achtergrond. Natuurlijk zijn er grote regionale verschillen; bijvoorbeeld Amsterdam en Den Haag zijn twee gemeenten waarin het aantal autochtonen net onder de 50 procent ligt. De instroom van vluchtelingen heeft maar een beperkte invloed (0,3% in topjaar 2015): beperkt in grootte, maar cultureel wel heel divers.

De komende decennia groeit de bevolking alleen nog door mensen met een migratieachtergrond, en daalt het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond. In 2017 heeft 23 procent van de bevolking een westerse of niet-westerse migratieachtergrond, in 2060 zal dat naar verwachting 34 procent zijn. Het aantal culturen in Nederland zal in omvang en diversiteit dan wel steeds verder toenemen; of een land echt een multiculturele samenleving is wordt natuurlijk vooral ook bepaald door de vraag in hoeverre de culturen met elkaar mengen, of meer ‘naast elkaar bestaan’. En om te kúnnen mengen, is een wederzijds vermogen nodig om zich in de ander te willen verdiepen: wereldburgerschap.

Culturele diversiteit bij een bedrijf

Bedrijven en organisaties presteren beter als zij mensen in dienst hebben met  verschillende culturele en etnische achtergronden. Cultureel diverse bedrijven halen een hogere omzet, hebben betere kansen om te overleven, zijn vaak creatiever (ook in het vinden van oplossingen), hebben een hogere werknemerstevredenheid en hebben een beter imago.

Het vergroten van het werknemersbestand met werknemers van diverse culturen begint natuurlijk bij de werving, zowel via al bestaande cultureel diverse werknemers als via netwerken buiten de organisatie. Maar evenzo belangrijk is het om zowel leidinggevenden als huidige werknemers te trainen om kwaliteiten en talenten van cultureel diverse werknemers beter te herkennen en waarderen: inclusief leidinggeven en inclusief samenwerken.

De Rijksoverheid stelde enkele jaren geleden 9 principes vast voor meer culturele diversiteit in een bedrijf (voor werking van de achterliggende links lees het volledige artikel op Rijksoverheid.nl):

Ook deed het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek naar cultureel diversiteitsbeleid bij werkgevers. De uitkomsten van het onderzoek lieten negen principes zien om tot een goed functionerend diversiteitsbeleid te komen:

  1. Bepaal waarom culturele diversiteit van waarde is voor de organisatie (de business case voor diversiteit).
  2. Bepaal (SMART-) doelstellingen
  3. Zet effectieve maatregelen en instrumenten in om een meer divers personeelsbestand te kunnen realiseren.
  4. Leiderschap vervult een cruciale rol bij het realiseren van meer culturele diversiteit in het personeelsbestand.
  5. Zorg voor draagvlak voor culturele diversiteit
  6. Klimaat waarbinnen diversiteitsmanagement plaatsvindt is relevant.
  7. Communicatie, zowel in- als extern levert een bijdrage aan culturele diversiteit.
  8. Kennis en vaardigheden zijn nodig om meer culturele diversiteit te kunnen realiseren.
  9. Monitor en evalueer de voortgang en resultaten van de gevoerde strategie en maatregelen.

Download het volledige onderzoek:

Hoe cultureel divers zijn Nederlandse bedrijven eigenlijk?

Hoewel meer dan 92 procent van de bedrijven vindt dat diversiteitsmanagement belangrijk is voor het internationale succes van de onderneming, is het aantal bedrijven waarbij het diversiteitsbeleid ook echt verankerd is in de cultuur met 44 procent nog altijd in de minderheid (2018 studie diversiteitsbeleid, Michael Page). Vooral de grotere Nederlandse bedrijven hebben moeite om inzicht te krijgen hoe cultureel divers hun personeelsbestand eigenlijk is. Daartoe heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Barometer Culturele Diversiteit ontwikkeld. Organisaties en bedrijven kunnen hun personeelsbestand aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en krijgen dan een geanonimiseerde lijst terug waarop te zien is welk percentage van het personeel een bepaalde achtergrond heeft. Die informatie kan worden uitgesplitst naar al bekende subgroepen van de personeelsadministratie, zoals functiegroep of aantal jaren in dienst.

Het idee is dan om door het verbeterde inzicht bedrijven bewuster te maken hoe cultureel divers men al is, of nog niet. En met die toegenomen bewustwording komt dan hopelijk ook het uiteindelijk handelen om het bestand divers te krijgen. Zeker omdat dit zoals eerder al genoemd aantoonbaar leidt tot meer omzet, beter toegang tot de volledige markt en een beter imago. Het zorgt ervoor dat je als bedrijf in een bredere pool passend talent kunt aantrekken én dat je huidige werknemers minder snel vertrekken. Een open en inclusieve bedrijfscultuur is zeker voor millennials erg belangrijk; een doelgroep die veel bedrijven graag aan zich willen binden.

Bibliotheek bevordert de interculturele dialoog

Even terug naar de bibliotheek, waar dit artikel begon. Mijn bibliotheek, de Nieuwe Veste, schrijft: “De bibliotheek heeft als belangrijke taak om context en duiding te bieden bij de actualiteit, om feit van fictie te scheiden, om gesprekken en debatten te faciliteren en zo de interculturele dialoog te bevorderen en actief burgerschap te ondersteunen“. De bibliotheek c.q. het cultuurcentrum is bij uitstek al een locatie waar nieuwkomers terecht komen om de Nederlandse taal te leren en de cultuur te leren kennen. In de bieb komen mensen tegenwoordig op een hele laagdrempelige manier met elkaar in contact, het lukt steeds vaker om juist door die laagdrempeligheid bruggen te slaan tussen verschillende culturen.

Die doorlopende dialoog is zeker noodzakelijk. Met alleen streven naar meer culturele diversiteit ben je er namelijk niet. Als er in een land, stad of bedrijf, heel veel verschillende culturele subgroepen zijn die elkaar niet of nauwelijks waarderen, waar mensen alleen maar in hun subgroepjes verkeren, ben je misschien wel cultureel divers maar kunnen mensen nog niet meedoen. Pas als de omgeving inclusief is, in de zin dat verschillen tussen mensen worden erkend én gewaardeerd, is het mogelijk problemen van diversiteit te vermijden, en de meerwaarde ervan te benutten. Ofwel: het gaat dus niet om diversiteit, maar om inclusiviteit.

Inclusiviteit versus diversiteit

Waar het goed is te streven naar diversiteit en veel verschillende mensen met verschillende afkomst in een land, stad of bedrijf te krijgen, is het nog beter en effectiever om al die verschillende groepen met elkaar te verbinden en te laten samenwerken. Inclusiviteit gaat over onderlinge verbondenheid. Een inclusieve organisatie is een samenhangend geheel van mensen die zich tot elkaar verhouden en zich met elkaar identificeren. In een inclusieve samenleving of organisatie kijken mensen naar elkaar om, ook over de grenzen van hun eigen ‘subgroep’ heen. Dan ontstaat echte saamhorigheid, het ‘wij’-gevoel.

Culturele diversiteit door ervaring op te doen in een internationale context

Als er meer culturele diversiteit ontstaat is het essentieel vaardigheden te ontwikkelen en activiteiten te kiezen die culturele nieuwsgierigheid aanwakkeren. Maar ook om een stap verder te gaan dan alleen kennis ontwikkelen en nadenken over het leren kennen van andere culturen: het is belangrijk het ook te dóen, daadwerkelijk in contact te komen met die andere culturen. Maar hoe?

Onderwijs: school en studie

Ik schreef al eerder over het belang van lessen (wereld)burgerschap op scholen. Al in het basisonderwijs en op de middelbare school leren kinderen via activiteiten en lessen om te gaan met kinderen van andere culturen. Onderwijs zorgt voor het ontwikkelen van een kritische geest die nodig is om vooringenomenheid tegen te gaan, om je aan te passen aan een sociale omgeving die cultureel gevarieerd is.

Studeren jongeren verder dan krijgen ze op veel hbo’s en universiteiten te maken met culturele diversiteit onder studenten. Een groeiend aantal universiteiten en hogescholen werkt ook aan de international classroom, aan ‘internationalisation at home’: het creëren van internationale leeromgevingen om interculturele en internationale competenties en vaardigheden op te doen.

In multiculturele samenlevingen die steeds complexer worden, moet onderwijs ons helpen de interculturele bekwaamheden te verwerven die ons in staat stellen samen te leven met – en niet ondanks – onze culturele verschillen.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Het Unesco wereldrapport stelt het zo mooi: “(…) Het versterken van interculturele competenties dient dus niet beperkt te worden tot het klaslokaal maar uitgebreid te worden tot de ‘universiteit van het leven’”. Ook kunst bijvoorbeeld kan helpen om wereldbeelden te verbreden, kunst bevordert interculturele openheid.

Naast “onderwijs” en “kunst” zie ik ook “stage lopen” en “reizen” als belangrijke onderdelen van die ‘universiteit van het leven’.

Stage lopen

Ik schreef al eens eerder over mijn eigen ervaringen met een stage bij Inguat (Instituto Guatemalteco de Turismo) en scriptie in Maleisië (haalbaarheidsonderzoek van een beach resort). Deze buitenland-ervaringen hebben écht mijn wereldbeeld verbreed, groen als ik destijds was waar het gaat om ervaringen buiten het Nederlands/Europese cultuurbeeld. Niet alleen is een stageperiode in het buitenland goed voor je zelfbeeld en persoonlijke ontwikkeling, ook draagt het aantoonbaar bij aan interculturele en internationale competenties en vaardigheden.

Aan de Haagse Hogeschool doet men al lang, tegenwoordig onder de noemer ‘Global Learning’, onderzoek naar het verwerven van internationale competenties via studie of stage in het buitenland. Lees bijvoorbeeld dit onderzoek van Hooven en Walenkamp uit 2013.

Ook ik zag, in tien projectjaren “jongeren en wereldburgerschap” bij JoHo, wat een buitenlandervaring (formele of informele stage, vrijwilligerswerk) met interculturele kennis en vaardigheden en wereldbeeld van die jongeren doet. Niet zelden werd er na terugkeer uit het buitenland een hele andere vervolgstudie of baankeuze gemaakt. En in alle gevallen werd de omgeving van die jongere betrokken bij zijn of haar ervaringen in het buitenland, waardoor een veel grotere groep mensen aan het denken werd gezet over ‘andere’ culturen.

Veel Hogescholen en Universiteiten zijn toch nog altijd een beetje huiverig voor te grote aantallen studenten die naar het buitenland gaan. De risico’s zijn relatief groot denkt men, op het gebied van gezondheid en veiligheid, of wellicht door het ontbreken van voldoende grip op voortgang en kwaliteit van de studie of stage in het buitenland. Dat gaat gepaard met nog steeds enige vooroordelen vermoed ik; op veel plekken buiten Nederland zal immers een kwalitatief vergelijkbare of zelfs betere stage of studie kunnen worden gevolgd dan ‘thuis, in Nederland’. Het wordt dan ook hoog tijd voor een overkoepelende instantie die, los van scholen en ministerie, waakt over de kwaliteit van stageplaatsen, voorbereiding en begeleiding van studenten en die studenten helpt bij het vastleggen van het geleerde (kennis en vaardigheden, zowel qua studie als op persoonlijk als intercultureel vlak) tijdens de periode in het buitenland.

Reizen

Een buitenlandse studie of stage ‘afdwingen’ dat zal niet gaan gebeuren denk ik. Maar ik gun iedere jongere op z’n minst toch een gap year als overbruggingsjaar tussen studie en werkzame leven. Niet meteen doorstomen richting carrière, maar even een pas-op-de-plaats om goed na te denken over de vervolgstap, even van de studie los te komen en te werken aan persoonlijke ontwikkeling en wereldbeeld. Datzelfde geldt voor de begin-dertigers die vaak voor de vervolgkeuzes in carrière komen te staan (‘laatste’ kans om via een nieuwe studie nog écht een ander carrièrepad te kiezen) en voor de mid-veertigers of begin-vijftigers (‘nog eenmaal kiezen voor iets radicaals anders binnen de talenten en vaardigheden die zijn opgedaan’). En vooruit, laten we dan ook de mid-zestigers benoemen die nog ‘een’maal iets groots kunnen doen voordat ze zich definitief overgeven aan de perikelen van de ouderdom

Ik gun al deze mensen op die wezenlijke momenten in hun leven de kracht van het ‘reizen’, als onderdeel van die ‘universiteit van het leven’. Nieuwe mensen ontmoeten, totaal andere gewoontes en gebruiken met eigen ogen zien, geuren opsnuiven en volledig andere geluiden horen dan je normaliter gewend bent. En dat hoeft niet extreem te zijn, het hoeft ook niet persé aan de andere kant van de wereld: zo’n ervaring moet vooral passen bij waar je voorkeuren liggen. Maar een beetje out-of-de-comfortzone mag het wel zijn, juist om je weer eens aan het denken te zetten. Ik denk dat het geheel van die reiservaringen vervolgens ontzettend veel zou doen voor de culturele diversiteit en vooral de inclusiviteit op eenieders thuislocatie.

Je kan het mensen niet verplichten, zo’n wereldbeeld veranderende -of verdiepende- stage- of reiservaring, maar je kan vanuit de overheid wel stimuleren en faciliteren. Ik denk dat er heel veel gelden die nu nog gaan naar tolerantie bevorderende activiteiten, culturele integratieprogramma’s en ook op het gebied van budgetten voor bijvoorbeeld veiligheid en racisme, kunnen worden ingezet voor andere zaken. Besteed die nu maar aan het faciliteren van die stages en reizen ter bevordering van (wereld)burgerschap. Mits die buitenlandervaringen en het interculturele contact ‘echt en authentiek’ zijn, los van te simpele folklore en ‘gearrangeerd spektakel’.

‘Cultureel toerisme’ (…) kan helpen cultureel begrip te bevorderen door anderen in hun natuurlijke omgeving te plaatsen en een diepere historische betekenis te geven aan andere culturen. Wanneer bevolkingsgroepen hierbij betrokken worden, kan dit ook het gevoel van eigenwaarde vergroten en bijdragen aan een duurzame ontwikkeling.

Wereldrapport Unesco nr. 2: Investeren in culturele diversiteit en interculturele dialoog

Deel je ervaringen

  • Hoe sta jij tegenover een samenleving waarin meerdere culturen mét elkaar in plaats van naast elkaar samenleven, écht sámen leven?
  • Zie jij een rol voor bibliotheken en cultuurcentra in Nederland om de culturele dialoog tussen subculturen in Nederland meer op gang te brengen en levend te houden?
  • Heb jij ervaringen opgedaan in het buitenland of in Nederland waardoor je culturele vooroordelen gingen verschuiven of veranderen? Zo ja, welke en waardoor veranderde je wereldbeeld?
  • Wat vind jij van het idee dat een overheid bij veel meer groepen mensen uit de samenleving en op veel meer momenten in ons leven stimuleert om naar het buitenland te gaan voor intercultureel contact? Is het ‘ieder voor zich’ of ligt er ook een taak mede bij de overheid?
  • En denk je dat die buitenlandervaringen ook helpen bij meer intercultureel contact na terugkeer in Nederland?

Meer lezen

Item van Human Dimensions over inclusiviteit, voorbij het wij-zij denken:

In actie komen voor ‘het goede doel’. Leuk, maar hoe doe je dat concreet?

Geschatte leestijd: 15 minuten.

Ik krijg in m’n netwerk regelmatig de boodschap “Dat Muziekids hè van jou, ik wil je best helpen…maar ik weet niet zo goed hóe”. Mensen vinden het toch vaak moeilijk om te bedenken wat ze nu zelf concreet, binnen hun eigen netwerk, kunnen betekenen voor een goed doel. Hierbij een blog over het steunen van je favoriete goede doel, met voorbeelden van wat je zou kunnen doen. Ik hou voor het gemak “Muziekids” even aan, naast Stichting JoHo mijn favoriete goede doel. Misschien is niet alles relevant voor jouw situatie, of heb je juist andere opties, maar ongetwijfeld zal veel overlappen. In actie voor het goede doel!

Wat steun je eigenlijk?

Ga je je favoriete doel steunen, zorg er dan voor dat je de ‘slogan’ van je doel helder en kort kunt vertellen. En dat je dat kunt vertalen naar ‘gewone mensentaal’, liefst met een paar concrete voorbeelden van wat er met het opgehaalde geld gerealiseerd kan worden.

Muziekids: méér muziekbeleving voor kinderen en jongeren in Nederlandse ziekenhuizen en zorginstellingen.

Ofwel: lekker samen muziek maken, met leeftijdsgenootjes, muziekprofessionals en -vrijwilligers. Even vergeten dat je “patiënt” bent, gewoon door muziek afleiding hebben en kind zijn. Positieve herinneringen maken en ontdekken dat muziek maken en een instrument bespelen hartstikke leuk is.

In het geval van Muziekids maken donaties het mogelijk dat:

  • er méér uren muziek kan worden gemaakt in een ziekenhuis (Muziekids studio’s),
  • er nieuwe instrumenten kunnen worden gekocht,
  • muziekvrijwilligers vaker op de kinderafdeling langs de bedden kunnen gaan (Muziekids op Reis),
  • de interne opleiding van muziekvrijwilligers kan worden uitgebreid,
  • Muziekids op nieuwe locaties actief kan worden
  • er meer onderzoek mogelijk wordt naar de effecten van de inzet van muziek in de zorg en
  • kinderen en jongeren ook op afstand muziek kunnen maken (Muziekids Online Studio)

Daarbij is het soms handig om in de basis te weten hoe het goede doel gefinancierd is. Muziekids bijvoorbeeld ontvangt geen overheidssubsidies of gelden vanuit de zorgsector of ziekenhuizen. Daarom is Muziekids volledig afhankelijk van spontane financiële steun en acties om geld bijeen te brengen.

Zelf doen, of aansluiten bij een bestaande actie?

Natuurlijk is het mogelijk om je aan te sluiten bij bestaande acties en events; je hoeft het wiel niet altijd zelf uit te vinden of een actie helemaal zelf op touw te zetten. Laat je bijvoorbeeld sponsoren voor Muziekids als je toch al meedoet aan een sportwedstrijd of meespeelt tijdens een muziekevenement.

Maar wil je wel zelf iets bedenken, dan zijn er ongelooflijk veel mogelijkheden. Een aantal voorbeelden hieronder.

OK, hou je vast, here we go 😄🎶.

Rechtstreeks doneren

De waarschijnlijk makkelijkste en meest directe manier van het steunen van een goed doel: doneren. Prettig voor wie wel de financiële middelen maar niet al te veel tijd heeft: gewoon, ouderwets geld storten. Nou ja…ouderwets…

  • je kan bij Muziekids geld doneren via iDeal of creditcard. Muziekids schrijft dan eenmalig, of periodiek als je dat wilt, een door jou aangegeven bedrag af van je rekening
  • je kan dat “algemeen” doneren, of specifiek labellen aan één bepaald ziekenhuis
  • ook kan je via “Tikkie” heel gemakkelijk doneren, door een bedrag in te vullen en in te loggen op het “internetbankiersysteem” van je eigen bank (zoals je al je betalingen waarschijnlijk al via site of app op je smartphone of tablet doet). Iedereen met een Nederlandse betaalrekening kan betalen via Tikkie.
  • ook kan je via SMS aan Muziekids doneren
    • eenmalig, door MUZIEKIDS te sms’en aan 4333; je doneert dan eenmalig €3
    • maandelijks, door MUZIEKIDS AAN te sms’en aan 4333; je doneert dan maandelijks €3 totdat je het abonnement weer UIT zet (je leest vanzelf hoe dat moet)

Natuurlijk kan je bij veel goede doelen ook ‘donateur’ worden, een mooie manier als je je duurzaam verbonden voelt met een doel en je dat ook wilt uiten door een donateurschap. En vaak ontvang je als donateur ook nog extra voordelen.

SMS actie voor Muziekids

Jubilea

Een jubileum op het werk, een zilveren of gouden bruiloft, zoveel jaar werkzaam als vrijwilliger bij een vereniging, 10 jaar samen met je partner…er zijn vele momenten in iemands leven waarbij er iets te vieren valt. En waarbij de netwerk waarschijnlijk aan je vraagt “wat wil je graag hebben”. Steeds meer mensen zoeken een origineel cadeau: een maatschappelijk doel. Iedereen kan zich wat voorstellen bij hoe het is om een kind in het ziekenhuis te hebben. Daarom ontvangt Muziekids regelmatig een mooi bedrag als jubileumbesteding.

Social media

Hoe bekender het goede doel, hoe meer mensen er over horen ‘via-via’. Die naamsbekendheid is zó belangrijk. Social media, van Facebook tot Instagram en van TikTok tot Snapchat: het zijn de bekende kanalen waar mensen dagelijks op posten. Muziekids is bijzonder actief op veel social media kanalen; zowel Stichting Muziekids landelijk als de afzonderlijke Muziekids studio’s plaatsen vrijwel dagelijks berichten over de muziekactiviteiten in en buiten het ziekenhuis.

Abonneer je op de accounts; like en deel eens een bericht zodat ook jouw vrienden of collega’s er over horen. Maar bijvoorbeeld Facebook maakt het ook makkelijk om een ‘online donatie campagne’ te starten, bijvoorbeeld als cadeau-inzamelingsactie voor je verjaardag of bij een andere bijzondere gelegenheid.

Afstuderen

Steeds meer studenten kiezen rondom hun afstudeermoment voor een inzamelingsactie voor Muziekids, als origineel ‘cadeau’ om samen met vrienden, ouders en bekenden iets maatschappelijks te doen. Regelmatig ontvangt Muziekids donaties vanuit bijvoorbeeld conservatorium-studenten, die een muziekevent organiseren als afstudeeropdracht. Dat kan een eigen afstudeerconcert zijn, of een muziekavond/festival waarbij meerdere acts optreden. Maar ook bijvoorbeeld studenten eventmanagement organiseren een eindopdracht waarbij ze de koppeling leggen tussen een event en een maatschappelijk doel als Muziekids.

Benefiet muziekoptreden voor Muziekids door Fontys Academie voor Muziekeducatie

Actie met school

Ik vind het bijzonder om te zien hóeveel scholen in actie komen voor Muziekids. Men organiseert een hardloopwedstrijd, een goede doelen dag, een theater avond, men gaat auto’s wassen met hele klassen, organiseert rommelmarkten, de schoolband speelt voor Muziekids…echt, op scholen gebeurt ontzettend veel voor dit muzikale goede doel.

Bijzonder vond ik ook dat juffen Isabelle en Carla van De Spoorzoeker, de school van mijn kids in de Belcrum (Breda), geen seconde hoefden na te denken toen ik “Muziekids” opperde als volgende goede doel voor de ‘goede doelen dag’. Heel snel ontstond er een projectteam en werd er druk gebrainstormd over hoe ‘muziek’ (in de volle breedte) als thema kon worden uitgewerkt. Daarbij helpt het dat deze school al een draaiboek klaar heeft liggen voor het organiseren van een goede doelen dag; zo zal er hopelijk veel kennisuitwisseling tussen scholen zijn. Corona gooide voorjaar 2020 roet in het eten dus werd de goede doelen dag alsnog verplaatst naar het najaar, maar Muziekids blijft staan als goede doel.

Voor scholen is het steunen van een goed doel natuurlijk ook een leerzaam traject, waarbij kinderen zelf gaan nadenken over hoe het doel te steunen. Men leert over maatschappelijke doelen, waarom die er zijn, hoe je mee kunt doen. En bij specifiek Muziekids is ‘muziek’ natuurlijk ook een bestaande lesactiviteit (op een gelukkig weer groeiend aantal scholen), dus zijn er mooie koppelingen te maken met de lessen die toch al gegeven worden. Ook in het kader van de bekende Kinderpostzegelactie kunnen scholen ‘Muziekids’ adopteren als hun goede doel.

En niet te vergeten…iedere school communiceert ook regelmatig met ouders van de kinderen. Natuurlijk raakt Muziekids zo ook indirect bekend bij een paar honderd ouders…die ook allemaal weer werkgevers, vriendengroepen en sportclubs hebben die betrokken kunnen raken…

Comenius schoolactie voor Muziekids

Sporten voor Muziekids

Ik noemde het eerder al even, maar sportevenementen, klein of groot, zijn natuurlijk bij uitstek mooie momenten voor het extra steunen van een goed doel. Zo zijn er sponsorlopen voor Muziekids, gaan sportverenigingen regelmatig aan de slag met wedstrijdopbrengsten of kantinedonaties, organiseren scholen zwemestafettes of ‘rondjes rond de school’, zijn er buurtacties met ‘penalty schieten voor het goede doel’.

In behandeling bij mijn vertrouwde fysio (Monné, Breda) vertelde ik aan mijn vaste fysiotherapeut Tim over mijn vrijwilligerswerk voor Muziekids. Tim schakelde snel en Monné bleek al even op zoek naar een goed doel om te steunen. De link tussen muziek, preventie, ontspanning en zorg was snel gelegd. Monné organiseerde een actie rondom de in heel Breda en omstreken bekende Singelloop Breda, waarbij een deel van de inschrijfkosten naar Muziekids gaat. Superleuke en spontane actie van een sociaal betrokken bedrijf!

Instagram post Loop Mee Met Monné, Sporten voor Muziekids

Bedrijfsacties voor Muziekids

Het voorbeeld van Monné net laat al zien hoe je als bedrijf betrokken kunt worden bij het werk van Muziekids. Zo zijn er al talloze bedrijven geweest sinds 2010 die hun maatschappelijke betrokkenheid toonden aan Muziekids. Het mes snijdt daarbij uiteraard aan twee kanten: goed voor de kinderen en jongeren die Muziekids bereikt, maar óók goed voor het bedrijf. Natuurlijk is het logisch dat het bedrijf in zijn eigen marketing de maatschappelijke actie uitlicht.

Regelmatig worden er bedrijfsjubilea gekoppeld aan Muziekids, waarbij mooie donaties worden gedaan. Ook bij afscheidsrecepties van directeuren, managers, medewerkers of bestuurders wordt Muziekids regelmatig gekozen als ‘goed doel’.

Een wat nieuwere vorm van ‘doneren’ zijn de Business Challenges die ‘teambuilding’ koppelen aan ‘maatschappelijke betrokkenheid’. Een team van collega’s dat zich een dagdeel of dag volledig inzet om zoveel mogelijk donaties voor Muziekids op te halen, of nieuwe partners te scoren. Soms in de vorm van een wedstrijd tussen teams van collega’s: wie haalt het meeste op? Goed voor de teamspirit, betrokkenheid bij het bedrijf en het opdoen of aanscherpen van (nieuwe) vaardigheden. En goed voor Muziekids.

Daarnaast doneren veel partijen in de vorm van gratis producten of diensten, in de vorm van kennis en tijd: van het sponsoren van flyers tot het beschikbaar stellen van iPads voor de muziekstudio’s en van het mee-designen van een website tot het meebouwen aan of inrichten van nieuwe studio’s: Muziekids heeft een aantal hele trouwe business partners en een steeds groeiend aantal bedrijfssponsoren. Denk bijvoorbeeld ook aan het sponsoren van iets als ‘catering’ tijdens events die Muziekids organiseert of die ten goede komen aan Muziekids. Of aan instrumenten (professioneel en/of speelgoed), studiomeubilair, studiobelichting, studio-raamzonnewering, kantoormeubilair, vervoermiddelen. Hoe meer kosten er kunnen worden bespaard, hoe meer er resteert om te besteden aan het uiteindelijke doel: muziekbeleving voor kinderen en jongeren in ziekenhuizen en zorginstellingen.

Werk je bij een bedrijf, vraag dan intern eens na of er mogelijkheden zijn om ‘Muziekids’ te adopteren als goed doel!

Muzikanten voor Muziekids

Muziekids leent zich natuurlijk bij uitstek voor leuke muzikale muzikanten-voor-Muziekids acties. Ik benoemde al even de benefietconcerten en afstudeeroptredens voor het goede doel. Muziekids weet aan iedere muziekstudio een bekende Nederlandse muzikant te binden, naamgever van de studio en tevens ambassadeur. Van Guus Meeuwis tot Ali B en van René Froger tot Nick en Simon. Natuurlijk zorgen bekende muzikanten ook voor een groei in naamsbekendheid.

Wat ik persoonlijk heel mooi vind om te zien zijn de optredens van minder bekende of lokaal bekende bands en muzikanten, die hun gage van een optreden afstaan aan Muziekids. De koppeling van een klein of groot bedrag én het feit dat veel bezoekers van zo’n optreden Muziekids als goed doel een keer voorbij zien komen is mooi: directe donatie-inkomsten én naamsbekendheid.

Benefiet optreden voor Muziekids van een jeugdige band, samen met Candy Dulfer

PR maken

De meest basic maar o zo effectieve manier: gewoon pr maken op plekken waar dat logisch is. Leg bijvoorbeeld een stapel Muziekids flyers op plekken waar veel relevant publiek is of langskomt. Zo heeft Muziekids meer materiaal, ook weer gesponsord door drukkerijen etc., dat inzetbaar is bij pr-acties.

Naast fysieke pr is online pr vaak erg effectief; Muziekids heeft logo’s, banners maar ook mooie “verhalen” die online geplaatst kunnen worden op plekken waar veel en relevante bezoekers komen. Ik blog regelmatig over Muziekids; natuurlijk mogen die berichten ook elders opgenomen worden!

Iets waar je misschien niet direct aan denkt of wat meer iets is voor als je toevallig contacten hebt: regel een interview met de (lokale) krant, radio of tv (naamsbekendheid!). Iedere dag maar weer moet die krant of uitzending met nieuws en wetenswaardigheden worden gevuld; als je het een beetje slim aanpakt en niet direct de ‘wij willen gratis reclame’vraag stelt is er vaak veel mogelijk. Zeker als je het combineert met nieuwsfeiten en/of eigen ervaringsverhalen.

Lezen met Muziekids. In 2013 besteedde het branche magazine Huisartsenservice, al aandacht aan Muziekids’ muzikale jeugdproject voor de zorg. Mooi artikel!

Winkels & horeca: retail voor Muziekids

Vraag eens of je vertrouwde bakker, slager, groenteman, kapper of supermarkt een spontane actie heeft voor Muziekids. Of wellicht een leuk winkelevent kan koppelen aan een donatie voor Muziekids. Zo zijn er al verschillende winkeliers en horecazaken geweest met een sympathieke actie voor het goede doel Muziekids.

Een mooie en recente actie was die van de Bagels & Beans keten, die meerdere winters producten op hun menu zette waarvan een deel van de opbrengst naar Muziekids ging. Iedere actie van een winkel, klein of groot, zorgt voor extra middelen om muziek de ziekenhuizen in te krijgen…maar het gaat natuurlijk lekker hard als zo’n winkelketen met meerdere zaken verspreid over Nederland in actie komt voor Muziekids. Ook hier weer: naast de directe donatie-inkomsten zorgt dat ook weer voor groeiende naamsbekendheid. Ook zijn er al meerdere muziekzaken en aanverwante bedrijven die bijvoorbeeld instrumenten doneeerden of geluid en licht sponsorden tijdens events voor Muziekids.

Mooie terugkerende Bagels & Beans menuactie voor Muziekids

Schenkingen en Nalatenschappen

Muziekids krijgt zo af en toe bijzondere schenkingen. Zo doneerde Guus Meeuwis niet al te lang geleden een . Maar ook schenkingen van particulieren, van mensen die niet met naam en toenaam genoemd willen worden, van vriendengroepen, clubs. Of in de vorm van nalatenschappen.

Bijzondere schenking aan Muziekids van dit keer maar liefst €5.000!

Draagvlak

Veel ziekenhuizen en zorginstellingen zien steeds meer de kracht van muziek, als afleidend instrument voor álle patiënten, maar zeker ook kinderen en jongeren. Moest ‘vroeger’ nog uitgebreid uitgelegd worden waarom ‘muziek’ een activiteit in een ziekenhuis zou moeten zijn (lees het Muziekids Magazine maar eens door), tegenwoordig ziet men sneller de kracht van muziek. Kinderen worden relaxter, vinden de nodige afleiding en ontspanning, gaan niet meer met (grote) tegenzin naar het ziekenhuis, de sfeer in het ziekenhuis verandert: met muziek gebeurt er véél dat goed is voor patiënt, ouder én ziekenhuis.

Het draagvlak voor muziek in de zorg en ziekenhuizen groeit. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de kracht van muziek. Maar Muziekids is er nog lang niet. Het ambitieuze doel van ‘muziekbeleving in ieder ziekenhuis en zorginstelling van Nederland’ ligt nog ver buiten bereik. Welk draagvlak is nu beter dan de vraag van de patiënt, of ouder, zelf? Vraag eens in je eigen ziekenhuis rond aan arts, medewerker of bestuurder of er al een beleid op het gebied van muziek is, of zij Muziekids kennen, en zo ja waarom Muziekids nog niet aanwezig is (als dat zo is). Verandering van binnenuit!

Draagvlak voor Muziekids – ook op bestuurlijk niveau. Met burgemeester en Muziekids ambassadeur Jan van Zanen.

Vrijwilligerswerk is uiteraard ook een vorm van doneren!

Welke vaardigheden, kennis en kunde heb jij die je zou kunnen inzetten voor Muziekids? Wellicht ben je zelf muzikaal vaardig en kan je goed met kinderen overweg en ben je geschikt als studioleider of muziekvrijwilliger op een nieuwe locatie? Vergis je niet, het is een pittige functie, waarbij muzikaal toptalent ondergeschikt is aan ‘muziek kunnen maken op het niveau van kinderen’.

Maar er zijn meer manieren om bij te dragen. Van pr maken tot events mee organiseren, van actief worden op social media tot stagelopen: wellicht ben jij wel uitermate geschikt als Muziekids vrijwilliger!

Kleine acties, groot gebaar

Soms begint het steunen van een goed doel heel dichtbij, op kleine schaal, met een groot gebaar. Het organiseren van een cupcake verkoop ‘voor het goede doel’, een flesseninzameling langs de deuren in de buurt (buiten corona tijd), een spontane sponsorloop van een paar kinderen in de buurt voor Muziekids: de mooiste en meest vertederende acties zijn vaak die van de kinderen zelf die zich voor kinderen in moeilijker omstandigheden willen inzetten.

Heel mooi vond ik het zelf om te zien hoe ook mijn kinderen enthousiast werden om zich voor Muziekids in te zetten, toen ze het woord “Muziekids” wel erg vaak in ‘huize Hommel’ hoorden vallen. Mijn middelste zoon Tijs besloot bijvoorbeeld direct om flessen in te gaan zamelen om het statiegeld te kunnen doneren en mobiliseerde al zijn vrienden om zich voor de schoolactie-voor-Muziekids in te spannen. Een hele middag lang (en nóg een, en nóg een) struinde hij langs de deuren in de wijk om overal flessen op te halen. Bijkomend voordeel: al die mensen horen een keer het woord Muziekids vallen…

Festivals en events voor het goede doel

Ik zag een festival lange tijd als iets waar ‘vooral heel veel geld heen moet’. Nou is dat volgens mij nog steeds wel zo, maar tegelijkertijd heeft een wat groter festival -maar ook de braderie of het jaarlijkse muziekfestival in je dorp- vaak een behoorlijk groot bereik. En wordt het op zichzelf ook weer interessant voor sponsoren en adverteerders. Veel grotere festivals zoeken contact met goede doelen die zij mee kunnen laten profiteren van dat bereik, of waarmee ze hun eigen duurzaamheids- of maatschappelijke beleid (verder) vorm kunnen geven. En: één en één is nog altijd twee of zelfs drie; bedrijven zijn vaak bereid al dan niet extra te sponsoren als het geld dat zij besteden daarmee éxtra ten goede komt aan maatschappelijke doelen. Goed voor het bedrijf, goed voor het festival en goede doel.

In deze tijden van corona ligt het misschien de komende periode weer anders. De culturele sector heeft het natuurlijk zwaar en een jaar zonder festival en zonder extra inkomsten hakt er financieel in. Maar ik ben er van overtuigd dat de komende jaren nieuwe kansen ontstaan.

Wil je jouw goede doel helpen, leg dan eens contact met de commissie “pr, media” of “externe relaties” van de events in je directe omgeving en vraag of er samenwerkingsmogelijkheden zijn. Wellicht is er fysieke ruimte voor je doel om zich te presenteren; wellicht zijn er mogelijkheden om het doel vermeld te krijgen op de website of in het eventmagazine of nieuwsbrief.

De relatie tussen muziekevents en Muziekids ligt voor de hand, zo was er al eens een mooie samenwerking tussen het drukbezochte Nickelodeon festival en Muziekids. In 2020 legde ik contact met Singelloop Breda; een in en om Breda ‘wereld’beroemd event met 18.000 deelnemers, 500 vrijwilligers en 80.000 bezoekers. Singelloop Breda koppelt haar event jaarlijks aan een goed doel, waarbij een deel van het inschrijfgeld ten goede komt aan het goede doel én er veel extra pr en publiciteit aan het doel wordt gegeven. Hoewel men zeker enthousiast is over Muziekids, was ik voor 2020 net te laat: mijn timing was verkeerd. Maar wél zegde men toe aandacht te willen geven aan Muziekids in de uitgaande communicatie. Bedenk maar eens hoeveel van die bijna 100.000 mensen op een of andere manier een bijdrage zouden kunnen leveren!

Muziekids pop-up studio tijdens het Nickelodeon Festival 2019

Met z’n allen voor het goede doel

Ik ben er eens goed ingedoken. Heb proberen uit te zoeken hoeveel groepen, serviceclubs als Rotary en Lions, business clubs, vriendengroepen, sportteams etc. zich jaarlijks in en om Breda inzetten voor een goed doel. Ik ben nóg bezig: het zijn er erg veel. Veel mensen willen zich in club- of verenigingsverband, of gewoon met een stel collega’s of vrienden, graag inzetten voor hun goede doel. Daar komt ook het succes van bv. KWF Kankerbestrijding en KiKa vandaan. Enerzijds organiseer je ‘iets leuks’, iets waar iedereen graag aan mee wil doen, vaak ook met een competitief element. Anderzijds steun je een doel, iets waar bij voorkeur iedereen die meedoet iets mee heeft, hetgeen extra motiveert om je beste beentje voor te zetten.

Bedenk eens in je eigen kring met wie je je zou willen inspannen voor Muziekids. Wat zou een gedeelde activiteit kunnen zijn? Welk (haalbaar) streefbedrag zie je voor ogen?

En ja, mannen én vrouwen, dat mag ook best iets ‘stoers’ zijn en/of iets waar je je lol uithaalt, iets waar uitdaging in zit. Een motortoertocht, een bierfestival, een BBQ challenge voor het goede doel, een sportieve uitdaging, een outdoor challenge, een wijnproeverij…

Motortoertocht voor Muziekids

Online crowdfunding

Een leuke moderne manier van € inzamelen voor een goed doel (of een bedrijf) is het starten van een eigen online crowdfunding campagne. Vaak heel effectief voor een gericht project waarbij in relatief korte tijd een bedrag behaald wordt. Soms kan je een crowdfundingcampagne mee laten lopen bij een andere activiteit, bijvoorbeeld als je een actie tijdens een event of festival houdt. Door het communiceren van een specifiek webadres waarop donaties kunnen worden gedaan, kan je zo heel inzichtelijk maken hoeveel er wordt opgehaald -en heb je geen gedoe met contante betalingen of dure pinapparaten.

Er zijn verschillende online crowdfundingplatforms waarbij de techniek voor het klaarzetten van een campagne al voor je geregeld is, tegen een (klein) percentage van de behaalde opbrengst.

Deel je ervaringen

  • Geïnspireerd? Misschien heb jij een nog veel beter idee om € op te halen voor Muziekids. Deel het in de reacties. Iedere euro draagt bij aan méér muziek voor kinderen en jongeren in Nederlandse ziekenhuizen en kinderklinieken.
  • Mis je een categorie in bovenstaand overzicht? Kan ik me voorstellen; er zijn zóveel actierichtingen mogelijk. Deel het via een reactie en ik voeg de optie toe.

O ja, even praktisch

  • Organiseer je een actie voor het goede doel? Vergeet niet duidelijk te maken op welk rekeningnummer donaties kunnen worden gemaakt.
  • Donaties aan Muziekids kunnen worden gestort op ABN/AMRO bankrekening NL43ABNA0587898550, t.n.v. Stichting Muziekids Hilversum
  • Geef bij acties altijd even aan dat donateurs kenbaar kunnen maken waarvoor de gift bestemd is: Muziekids in algemene zin, de studio’s of een specifieke studio, of een bepaald ander Muziekids doel.

Stichting Muziekids helpt je mee

Bij een actie voor het goede doel sta je er uiteraard niet alleen voor. In mijn voorbeeld, Muziekids, denkt de stichting vaak met mensen mee, juist doordat er sinds 2010 al zóveel is georganiseerd is er veel ervaring opgebouwd rondom fondsenwervende acties. Maar de stichting communiceert alle acties ook in eigen (social) kanalen, zodat je actie meer aandacht krijgt. Er zijn folders, stickers, posters, gadgets en andere pr middelen beschikbaar die je nodig kunt hebben bij acties. En er is veel inspiratie voor het opstarten van een actie online te vinden.

Meer lezen?

Ik geloof heilig in de kracht van muziek in de zorg, want ik heb het zelf ervaren met het piano (blijven) spelen en actief blijven in bandjes, ondanks mijn eigen chronische ziekte.

  • Hoe mijn betrokkenheid bij Muziekids is ontstaan lees je op de Muziekids pagina.
  • Voor concrete tips bij het starten van een actie voor Muziekids kijk je bij Muziekids op de Actiepagina.

Help jezelf door een ander te helpen – wat hebben altruïsme en pijndemping met elkaar te maken?

Geschatte leestijd: 7 minuten.

Pijndemping, door iets goeds te doen voor een ander. Ofwel: help jezelf, door een ander te helpen. Hoe mooi wil je het hebben? Ik las deze week over een mooi wetenschappelijk onderzoek door de Peking University, in Beijing dus. In dat onderzoek komen twee hoofdthema’s van ‘Er zit muziek in mijn leven‘ mooi samen: ‘wereldburgerschap’ en ‘chronische pijn’.

Zo meer over hoe die twee thema’s bij elkaar komen. Voordat we naar China afreizen, eerst een uitstapje naar België en Zweden.

De paradox van vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk doen, ofwel ‘goed doen’, jezelf inzetten om een ander te helpen. Die ander kan een individu zijn, een groep mensen, een initiatief of organisatie die ‘iets goeds’ doet voor een ander. Maar het uitvoeren van dat vrijwilligerswerk gaat, letterlijk gezien, ten koste van jezelf. Je besteedt een deel van je eigen spaarzame tijd en energie om juist een ander verder te brengen. Waarom ‘offeren’ mensen zichzelf op? Er is in de loop der tijd veel onderzoek gedaan naar effecten van vrijwilligerswerk juist op diegene die het werk uitvoert. Er moeten natuurlijk redenen zijn waarom mensen willen bijdragen, hun tijd en energie opofferen voor een hoger doel.

Betere gezondheid door vrijwilligerswerk

Een onderzoek dat de Universiteit van Gent in 2016/2017 uitvoerde liet zien dat mensen die vrijwilligerswerk doen gezonder zijn dan mensen die zich niet voor een ander inzetten. Vrijwilligers zetten zich fysiek en/of mentaal in, hetgeen zich op latere leeftijd uitbetaalt in geen of minder functionele achteruitgang en beschermt tegen dementie. Vrijwilligerswerk vergroot ook het zelfvertrouwen en iemands sociale netwerk (zowel de kwaliteit van sociale contacten als de hoeveelheid contacten). Vrijwilligerswerk door ouderen voorkomt zelfs eenzaamheid.

Eenzelfde voordeel liet een ander onderzoek zien in Zweden (2010-2015), waarbij ouderen werden gevolgd die vrijwilligerswerk uitvoerden. De activiteit leidde tot helderder nadenken, een betere concentratie en de vrijwilligers hadden minder moeite om zich zaken te herinneren.

Beide onderzoeken lieten dus al zien: vrijwilligerswerk maakt gezond. Er was wel een ‘maar’: het causale verband. Leidde het vrijwilligerswerk zélf tot een toenemende gezondheid? Of zorgde het feit dat deze vrijwilligers over het algemeen een wat hoger inkomen hadden en dus sowieso al wel meer kans hadden op een gezondere leefstijl, tot een betere gezondheid? Meer onderzoek is dus nodig.

Volunteering: help yourself by helping others

Meer kennis en kunde door vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk zorgt niet alleen voor een betere gezondheid, maar ook voor meer sociale samenhang en een betere leefbaarheid: samen klussen oppakken betekent samenwerken, de ander leren kennen, uitwisselen. Daarnaast kun je met vrijwilligerswerk ook werken aan jezelf. De ontwikkeling van nieuwe vaardigheden is voor veel vrijwilligers een van de redenen om voor vrijwilligerswerk te kiezen. Dat kan op allerlei terreinen liggen; denk bijvoorbeeld aan samenwerken, leidinggeven, interculturele vaardigheden ontwikkelen, problemen oplossen, plannen, naar een ander luisteren, flexibiliteit ontwikkelen.

Ik schreef al eens eerder een blog bij WorldSupporter met concrete voorbeelden hoe vrijwilligerswerk, in dit geval in het buitenland, verbeterde competenties en vaardigheden kan opleveren.

Die tijdens vrijwilligerswerk opgedane competenties kun je trouwens formeel laten vastleggen in een zogeheten EVC-traject (Erkenning Verworven Competenties); dit kan je voordelen opleveren als je bijvoorbeeld wilt gaan solliciteren.

Op naar China, Beijing: hoe vrijwilligerswerk en ‘goed doen’ bijdraagt aan pijnreductie

Nieuw onderzoek, in 2019/2020 uitgevoerd onder aansturing van Xiaofei Xie van de Peking University in Beijing, ging een stap verder. Met twee pilotstudies, drie experimenten en diverse brain imaging onderzoekjes (fMRI, ofwel functional MRI) onderzocht men de relatie tussen het doen van vrijwilligerswerk en de perceptie van acute en chronische pijn. Onderzoeksdeelnemers kregen bijvoorbeeld vlak na de vraag om wel, of niet, te doneren aan een goed doel een (milde) elektrische schok toegediend. Bij hen die kozen voor ‘wel doneren’, was op de fMRI minder pijngerelateerde breinactiviteit te zien dan wanneer gekozen werd voor ‘niet doneren’. Zo werden verschillende tests uitgevoerd, onder andere ook bij een groep mensen met chronische pijn als gevolg van kanker. Uit alle -wetenschappelijk zorgvuldig uitgevoerde- tests bleek dat ‘goed doen’ zorgde voor óf letterlijk fysiek minder pijn of voor een lagere perceptie van die pijn.

Natuurlijk was dit Beijing onderzoek maar een eerste, relatief nog beperkt, onderzoek naar de relatie tussen altruïsme en (chronische) pijn. Maar het onderzoek bleef zeker niet onopgemerkt in de medische wereld en leverde diverse publicaties op. Lees bijvoorbeeld de publicatie van het Pain Research Forum:

Ook het artikel over het onderzoek in Gent benoemde trouwens al dat door het helpen van anderen bijvoorbeeld de hormonen oxytocine en progesteron vrijkomen, die helpen om weerstand te bieden tegen stress en virussen.

Wat te doen met deze nieuwste inzichten uit China?

Dus: help jezelf, door een ander te helpen. Moeten we nu het ‘doen van vrijwilligerswerk’ opnemen als behandelingsactiviteit aangeboden door alle pijnpoli’s in Nederland, wereldwijd? 🙂 Mwah, zo’n vaart zal het niet lopen. Maar het bevestigt wel wat ik zelf al een tijdje ervaar: dat het doen van iets dat je écht fijn vindt en waar je veel voldoening uit haalt, iets dat op het terrein van je ‘passies’ ligt, als een van de vele elementen kan bijdragen aan het (leren) omgaan met chronische pijn.

Wat is dat dan zoal, voor mij persoonlijk?

  • Het maken van muziek, je inzetten in bandjes –OnCue, Tak & Band– geeft mij veel voldoening. Als een soort van ‘muzikant-vrijwilliger’ je muziek inzetten om anderen te vermaken, een goede middag of avond te bezorgen, is voor mij een van de leukste dingen om te doen. En is een activiteit die -op het moment zelf- in ieder geval de pijn wegdrukt, waardoor het vol te houden is. Tegelijkertijd zorgt het naderhand vaak wel voor meer pijn, door de extra belasting, dus ook daar is het een kwestie van het telkens opnieuw vinden van een goede balans.
  • Ik zal altijd, in een of andere vorm, actief blijven voor Stichting JoHo, met thema’s als talentontwikkeling, werken aan vaardigheden en competenties en al dan niet in een internationale context. De stichting waar ik al >20 jaar actief ben en waar ik in al die jaren veel voldoening uit haal.
  • Me als vrijwilliger inzetten voor Stichting Muziekids, waar gezondheidszorg en muziek samenkomen, is voor mij ook een (relatief nieuwe) ‘passie’. Ook daar levert het vrijwilligerswerk veel afleiding en een goed gevoel op. Muziek kunnen inzetten als onderdeel van geboden zorg aan kinderen en jongeren in ziekenhuizen. Met eigen ogen zien dat zij veel afleiding en plezier uit muziek halen, in tijden waar je gezondheid het af laat weten: dát geeft mij weer afleiding en plezier.

Het bewaken van de juiste balans tussen plezier, voldoening en belastbaarheid is daarbij één van de grootste en telkens terugkerende uitdagingen als je leeft met chronische pijn.

Vrijwilligerswerk Muziekids studio Almere:
lekker samen muziek maken, goed voor patiënt én goed voor de vrijwilliger

Mensen met chronische pijn willen maatschappelijk nuttig blijven

Ik spar regelmatig met andere chronische pijn patiënten over hoe zij afleiding vinden, wat hen motiveert om door te gaan. Hun ervaringen laten eenzelfde beeld zien als wat ik dag in, dag uit ervaar: ook zij zoeken gericht naar activiteiten die afleiding van hun chronische pijn bieden. En vinden juist de voldoening die vrijwilligerswerk geeft, het feit dat je iets kunt doen voor een ander, zo belangrijk. “Je maatschappelijk nuttig blijven voelen” is júist bij mensen met chronische pijn een belangrijk issue. Veel mensen verliezen ongewild hun baan en worden gedwongen op zoek te gaan naar een alternatief.

Natuurlijk kost omgaan met chronische pijn tijd, is het een proces en slaagt niet iedereen er in om tijdig uit het “vechten tegen de pijn” te geraken. Maar soms ligt de oplossing juist in het opnieuw op zoek gaan naar die maatschappelijke zingeving. In de lijn van het Beijing onderzoek: het vinden van het vrijwilligerswerk dat bij je past. Dat kan op hele kleine of grotere schaal zijn, vanuit je bed of bank in je eigen huis tot online bijdragen en de meer traditionele vormen van vrijwilligerswerk: ‘goed doen’ kent velerlei verschijningsvormen.

Daarbij mag er naar mijn mening meer aandacht komen voor de financiële positie van chronische pijnpatiënten. Vaak blijven zij uit financieel oogpunt worstelen met een zoektocht naar een betaalde baan, die veelal fysiek niet meer haalbaar is. Om productief en van waarde voor je werkgever te blijven ga je dan vaak over je grenzen heen, hetgeen weer volgende uitval en frustratie oplevert. Natuurlijk is vrijwilligerswerk ook niet vrijblijvend en wordt er op je gerekend, maar vaak is daar toch meer flexibiliteit en minder ‘druk’.

Laten we dus al dat vrijwilligerswerk ook financieel maar eens gaan herwaarderen. Maar dat is een goed onderwerp voor een volgende keer.

Voer voor vervolgonderzoek

De onderzoeken in Beijing, Gent en Zweden vragen om gericht vervolgonderzoek. Wat gebeurt er nou precies in het brein tijdens het uitvoeren van een vrijwilligersactiviteit en in de periode daarna? Is het effect meer een placebo, een perceptie van minder pijn door bijvoorbeeld afleiding, of levert het ook écht minder pijnsignalen in het brein op?

Ik ben van plan mijn vrijwilligersactiviteiten gewoon lekker voort te zetten. Én om nieuw toekomstig onderzoek naar de relatie tussen vrijwilligerswerk en pijn te blijven volgen. Ik geef me graag op als testcase, voor wie de relatie tussen (omgaan met) chronische pijn en maatschappelijke zingeving nader wil onderzoeken.

Deel je ervaringen

  • Heb jij wel, of niet, gekozen om een deel van je beschikbare tijd te besteden aan een vorm van vrijwilligerswerk? En waarom?
  • Zo ja, wat doet vrijwilligerswerk met je? Wat levert het je op?
  • Heb je zelf (te maken met) een chronische ziekte? Lukt het je om maatschappelijk actief te blijven? Waarom juist wel, of niet?

Deel je gedachten via de reactiemogelijkheid hieronder.

Meer lezen

  • Wil je meer lezen over de in dit artikel genoemde onderzoeken? Reis opnieuw af naar België, Zweden of China.
  • Zelf je voor een ander inzetten? De weg in Nederland of België naar vrijwilligerswerk zal je al snel wel weten te vinden, via de lokale vrijwilligerscentrales. Zoek je naar vrijwilligerswerk in een meer internationale context? Stichting JoHo geeft aandacht aan initiatieven en vacatures in het buitenland.
    • JoHo geeft je houvast en tools om te ontdekken wie je bent, wat je kunt en wat je juist nog wilt ontwikkelen. Lees meer over het Ontwikkelen van Talenten & gebruik de Roadmap Tools om daar te komen waar je wilt zijn.
    • Het netwerk van JoHo laat je met voorbeelden en concrete mogelijkheden nadenken over wat bij jou zou kunnen passen, wat je eigenlijk zoekt en graag zou willen (en wat niet), waar je een bijdrage zou kunnen leveren en welke competenties en vaardigheden je er mee kunt verbeteren.
    • Bij de community WorldSupporter lees je vervolgens hoe anderen ‘reizen & helpen’, ‘leren & ontwikkelen’, combineren.
  • Wil je meer weten over Erkenning van Verworven Competenties (EVC)? Het Nationaal Kenniscentrum EVC maakt je wegwijs.
  • Meer lezen over de twee hoofdthema’s van dit blog? Bezoek de Blogmagazines Wereldburgerschap en Chronische pijn.
Het artikel in PNAS werd door 36 nieuwsbronnen opgepikt, er verschenen 6 blogs over, het werd 887 keer gedeeld op Twitter en 9 keer op Facebook geplaatst.

Ik ben een cultural creative. Aangenaam.

Geschatte leestijd: 5 minuten.

Ik ben een ‘cultural creative’. Tenminste, dat denk ik na het lezen van een artikel in een oudere GezondNU, die toevallig in onze badkamer slingerde. Hoe oud? Dat lees je straks.

Een cultural creative?

Ja. Ik heb het ook niet verzonnen.

Criteria om een cultural creative te kunnen zijn

Je raapt soms zwerfafval op.Check
Je helpt regelmatig iemand die hulp nodig heeft.Check
Je maakt je wel eens boos over onrecht.Check
Je laat je niet van alles aansmeren.Check
Je hebt aandacht voor anderen.Check
Je koestert idealen.Check (wel steeds minder)

Als ik bovenstaande herken, dan zou het volgens het artikel ‘best wel eens zo kunnen zijn’ dat je een cultural creative bent. Maar wees getroost, er zijn er wereldwijd nog zo’n 50 miljoen. Ik ben zéker niet uniek.

Socioloog Gijs van Beek, secretaris van de Stichting Cultural Creatives Nederland (echt…?!) voegt nog een paar kenmerken toe. Je doet zo af en toe eens vrijwilligerswerk (Check), je bent ‘gewoon’ lid van een vereniging (Check) en je eet biologisch (Eh, nee). In Amerika behoort naar schatting 26% van de bevolking tot ‘de club’ en in Nederland is onderzoek gedaan waaruit bleek dat 1,6 miljoen Nederlanders cultural creative zijn. Naar verwachting groeiend naar zo’n 30%.

Ah, je bedoelt geitenwollen sokkerig?

Zéker niet. Cultural creatives zijn juist hartstikke hip en trendy. Ze hebben toevallig gewoon een duurzame levensstijl, staan stevig in de moderne wereld en leven bewust. Niet omdat dat moet volgens een of andere stroming of goeroe, maar omdat ze zich er goed bij voelen. Jouw bijdrage leveren aan het grotere geheel.

Nog wat criteria dan.

Graag reizenCheck!
Op zoek naar evenwichtAl een tijdje, check
Lezen graag boekenCheck
Stellen kwaliteit boven kwantiteitCheck

Hou maar op. Ik geloof het wel, ik behoor tot die groep. Ik blog actief, zowel hier als op WorldSupporter. Alleen die naam al… Ik heb een categorie Wereldburgerschap op deze blogsite. Interesse in internationale samenwerking en ontwikkelingssamenwerking. Was vroeger al bezig met mensenrechten, ging op stage naar Guatemala, ben altijd bezig met zelfontplooiing en talentontwikkeling. Volgens mij ben ik Mr. Cultural Creative himself. 😉

Of ik nu echt ‘cultuurcreatief’ ben…tja, dat weet ik niet zo goed. Jawel, ik schrijf en ik maak muziek, zeker. Ik ga graag naar concerten en theater. Maakt je dat al cultuurcreatief? Ik heb toch meer dat beeld van de stereotype kunstenaar voor me. Die wonen er ook flink wat in de wijk Belcrum, waar ik woon. Maar daar lijk ik dan weer niet op. En…ik hou van gadgets. Van materiële tech-zaken dus.

Is het nieuw om cultural creative te zijn?

Nee. Socioloog René Bekkers geeft aan dat de verschuiving van materieel naar non-materieel al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw (dus ook zo’n 60 jaar geleden nu) bezig is. Postmaterialisten richten zich al decennia op kwaliteit van leven boven bezittingen. Groot verschil tussen de cultural creatives en de postmaterialisten is dat de eerste groep niet alleen maar geeft aan het goede doel, maar ook zélf actief wil worden, vrijwilligerswerk wil doen, graag zélf die ander wil helpen.

Ah, dat herken ik dan wel weer. En met 10 projectjaren bij JoHo achter de rug (2005-2015) waarin we jongeren met subsidie stimuleerden internationale ervaring op te doen (JoHo Xplore, MillenniumDoen!) herken ik dat ook bij heel veel tieners, twintigers en dertigers van nu. Niet meer geld storten aan de grote ontwikkelingsorganisatie, maar zelf ook een bijdrage leveren, op pad naar een project ergens op de wereld. Het platform WorldSupporter ontstond uit die projectsubsidies en draait nog altijd.

Hokje(s)

Vinden cultural creatives het -net als ik- niet oervervelend om in een hokje te worden gestopt? Volgens het artikel niet. Ook al denken deze mensen niet vanuit een bepaalde stroming of filosofie, men vindt het wel prettig en praktisch om zich te (kunnen) verenigen. Om gezamenlijk projecten op te starten, platforms te benutten. Ergens bij willen horen is iets menselijks en het helpt je om persoonlijke doelen te realiseren. Mensen met dezelfde kernwaarden kunnen elkaar ontmoeten, ideeën uitwisselen, ervaringen delen. Zo’n hokje is dus wel prima, mits het iets oplevert.

Daar denk ik nog even over na.

Oeps.

Het tijdschrift GezondNU bleek niet meer zo van NU te zijn, maar van juni 2009. Dat is 11 jaar geleden. Dacht ik eindelijk eens ergens bij te horen, is die stroming ongetwijfeld al weer ‘uit’. Kent niemand de term cultural creative meer.

Of niet. Cultural creative zijn heeft volgens mij alles te maken met bepaalde kernwaarden. Respect voor een ander, de wil om elkaar te helpen, ontdekken, ontwikkelen…het zijn waarden die al honderden, zo niet duizenden, jaren meegaan. En in ieder geval dus al sinds de jaren zestig van de 20e eeuw weer aan een revival bezig zijn.

Ik blijf nog lekker even cultural creative, als je het niet erg vindt.

Ps

Toch nog even kijken of de initiatieven die in het artikel genoemd worden nu ook nog bestaan.

Stichting Cultural Creatives NederlandMwah. Nee geloof ik. Wel wat Google hits op die term, vooral rond 2008/2009 inderdaad, tot ongeveer 2011. Ik zie ook wat marketingbureautjes voorbij komen die de term hanteren.
Stoerevrouwen.nlNee. Domein is gereserveerd, maar niet actief. Ging destijds over eerlijke productie van producten die vrouwen aanspreken.
ClubRVUEen ideële marktplaats, interactief platform om te geven en ontvangen. Site is niet bereikbaar.
Internationale niet-winkeldag.Internationale protestdag tegen de Westerse consumptiecultuur. Gestart in 1992 vanuit Canada. In Nederland op de laatste zaterdag van november. Ook in 2019 gewoon georganiseerd!
NoppesSoort ruilhandelsysteem waarbij mensen hun talenten inzetten voor een ander (van ramen zemen tot gitaarles). Betaling verloopt via ‘noppen’. Volop actief zo te zien, in 2018 werd het 25-jarig jubileum gevierd!
FairConnectOrganisatie die biologische en fairtrade producten op de markt brengt. Consumenten kunnen actief meedenken en er is veel aandacht voor boeren en boerinnen uit ontwikkelingslanden. FairConnect geeft vooral hits rond 2008/2009. Directeur Maarten Rijninks zie ik wel weer terugkomen bij Fairvent, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en zeker ook nu nog actief.

Oftewel, een gelijke stand: 3-3. Drie initiatieven van toen ‘leven’ ook nu nog, in min of meer dezelfde duurzame vorm. Geen slechte score vind ik, na elf jaar.

Ik zet heel cultureel creatief mijn blogwerk bij WorldSupporter, werk bij JoHo, vrijwilligerswerk bij Muziekids en muzikale bijdragen bij OnCue en Tak&Band nog wel even voort.

Benieuwd wie van jullie ook gezellig in mijn hokje blijken te zitten.

Deel je ervaringen

  • Ben jij een cultural creative?
  • Kan je iets met dit soort sociologische groepstermen? Of vind je het allemaal maar marketinggeroep?
  • In hoeverre ben jij duurzaam actief, voel je je wereldburger of draag je maatschappelijk bij?
  • En…hoe noemen we de cultural creatives tegenwoordig dan?

Deel je gedachten via de reacties hieronder. Ik lees ze met respect 😉

Meer lezen

Het begrip wereldburgerschap fungeert niet zelden als een koepelbegrip dat competenties omvat uit actief burgerschap, mondiale vorming, maatschappijleer, educatie voor duurzame ontwikkeling, cultuureducatie, milieueducatie, mensenrechteneducatie, noord-zuid educatie, etc.

Uit: “Wat is Wereldburgerschap”
Lobby in coronatijd - veilige toekomst voor vrouwen en meisjes wereldwijd

Lobbyen in coronatijd

Geschatte leestijd: 6 minuten.

Ik betrapte mezelf vanochtend op een rare gedachte.

‘Ach, die heb je wel vaker’, hoor ik je zeggen.

Klopt.

Maar vanochtend had ik het zelf ook door 😉

Ik las een artikel in mijn regionale krant met de kop ‘Miljoenen kindhuwelijken dreigen door coronacrisis‘. Plan Nederland is in dit artikel -in coronatijd- aan het lobbyen om meer aandacht te besteden aan dit niet direct aan de oppervlakte liggend probleem bij toenemende armoede.

Wat is er aan de hand?

De coronacrisis kan leiden tot een forse toename van het aantal kindhuwelijken. Omdat de armoede toeneemt, zullen volgens ontwikkelingsorganisatie Plan International dertien miljoen méér (!) jonge meisjes en vrouwen gedwongen worden te trouwen.

Plan benoemt deze voorspelling als ‘een grote ramp’, ‘dramatisch’.

En dat is het uiteraard ook.

Kindhuwelijken, was dat niet iets van vroeger tijden?

Verre van. Ook al is het aantal de laatste jaren gestaag dalende volgens Plan, in de pre-coronatijd werden jaarlijks nog steeds twaalf miljoen kindhuwelijken gesloten. Dat heeft alles te maken met de kwetsbare positie die veel meisjes en jonge vrouwen wereldwijd nog altijd hebben. Twaalf miljoen, per jaar! Dat is dus twaalf miljoen keer opgescheept worden met een man die je niet zelf uitgekozen hebt, die in het beste geval ‘wel meevalt’ en in het slechtste geval…nou ja, daar wil je niet eens over nadenken.

Vaak hoor je dan ‘ja, maar dat hoort gewoon bij hun cultuur, daar mogen wij toch geen oordeel over hebben. Komen wij weer met onze westerse opvattingen over hoe het hoort’. Ik vind dat laatste toch moeilijk hoor. Sommige dingen zijn gewoon te bizar. En als je het de uitgehuwelijkten vraagt, zou ik wel eens statistieken willen zien hoeveel meisjes en jonge vrouwen nu écht happy zijn met deze uithuwelijking. Het wordt ze opgelegd, maar dat maakt het natuurlijk nog niet ‘normaal’. Cultuur of niet. Over je eigen toekomst kunnen beslissen, zou dat inmiddels niet een basisrecht moeten zijn, waar ook ter wereld je geboren wordt?

Millions of girls and young women globally risk violence and sexual exploitation every day.
Foto: Plan International Nederland.

Een mond minder te voeden

Monique van ’t Hek, directeur van Plan International Nederland, geeft aan dat ouders, door toenemende armoede vanwege corona, de komende jaren sneller zullen besluiten hun dochters uit te huwelijken. Als de kostwinner zijn baan verliest, of minder werk heeft, verdwijnt (een groot deel van) het gezinsinkomen. En hoe minder monden er dan gevoed moeten worden, hoe langer je het kunt uithouden als gezin, in barre omstandigheden.

Plan International heeft de laatste maanden onderzoek gedaan, Living under Lockdown, waarin de coronacrisis vergeleken wordt met eerdere crises, waaronder de ebola-uitbraak in 2014. Sluiting van scholen leidde in die periode tot zo’n 18.000 tienerzwangerschappen. Toen de scholen weer open gingen, mochten veel zwangere meisjes niet meer terug naar school. Ze werden afgesloten van hun sociale netwerk, van begeleiding en hulp. Door deze toenemende ongelijkheid zullen ook post-corona weer veel meisjes het risico lopen niet meer over hun eigen leven te kunnen beslissen.

Because if I don’t have food and a boy has food, if I ask him
for help, he will ask me for sex before he gives me some. This is the suffering I am
talking about.

Janet, 14, Liberia, 2020

Living under Lockdown

De situatie eind maart 2020 én de ervaringen vanuit eerdere crises laten volgens het onderzoek van Plan International onder andere het volgende zien.

  • 743 miljoen meisjes hebben wereldwijd geen toegang meer tot school of opleiding
  • het aantal meldingen wereldwijd van huiselijk geweld neemt toe
  • het risico dat opgroeiende meisjes worden misbruikt en ongewenst zwanger worden neemt toe, omdat zij vaak extra risico’s moeten nemen om eten te vinden voor het gezin
  • het risico dat kinderen, gedwongen thuis door de crisis, getuige worden van huiselijk geweld neemt toe
  • de kans om te worden blootgesteld aan het virus is het grootst bij jonge meisjes, omdat zij vanuit traditie vaak in een verzorgende rol binnen het gezin zitten

In Sierra Leone there was a 65% increase in teenage pregnancy due to girls being out of school during the Ebola crisis.

Living under Lockdown, Plan International, 2020

Ben je geïnteresseerd in het Living under Lockdown onderzoek? Download het hier.

Valt er iets aan te doen?

De situatie onderzoeken en beschrijven, dat is één. Maar wat valt er concreet aan te doen? Plan International doet een aantal aanbevelingen aan overheden.

  1. Zorg voor een werkbare structuur, samen met docenten en mobiele telefonie providers, waar onderwijs-op-afstand vooral de kwetsbare meisjes bereikt. Daarmee wordt er ‘virtueel’ een oogje in het zeil gehouden en kunnen meisjes bij iemand terecht.
  2. Zorg ervoor dat meisjes en jonge vrouwen júist in deze crisistijd toegang blijven houden tot de meest basic gezondheidszorg.
  3. Zorg voor voldoende noodhulp aan de meest kwetsbare gezinnen, door eten te verstrekken. Hierdoor hoeven meisjes niet op pad, met alle risico’s vandien.
  4. Neem voldoende maatregelen om geweld door ongelijkheid te voorkomen en bied hulp en ondersteuning waar dat geweld toch plaatsvindt.
  5. Maak gebruik van social media om kwetsbare meisjes en jonge vrouwen een (afgesloten) plek te bieden waar ze ervaringen kunnen delen en om hulp kunnen vragen (bv. ‘Girls Out Loud’).
  6. Stimuleer initiatieven en projecten extra die juist ruimte bieden aan meisjes en jonge vrouwen waar het gaat om het nemen van beslissingen en maken van beleid.
  7. Neem gerichte maatregelen om juist meisjes en jonge vrouwen financieel te ondersteunen en toegang tot banen te bieden.
  8. Maak de bescherming van alle kinderen, en zeker meisjes, tot kernprioriteit nummer 1 in al het beleid dat in en na de coronacrisis wordt gemaakt.

Werk en maatregelen waar Plan International natuurlijk ook al jaren mee bezig is. Vandaar mijn initiële ‘lobby’-gedachte. Maar o zo belangrijk. En dus júist ook nu dus, dat hebben we geleerd uit eerdere crises, zoals die rond ebola in 2014. Niets zo vervelend als iedere keer maar weer tegen dezelfde lessen aanlopen en daar niets uit leren.

In China at the height of the quarantine, there was a threefold increase in calls to women’s shelters regarding violence at home. In France, reports of domestic violence have increased by 30% since the lockdown and in Singapore helplines have registered increased calls of 33%.

Living Under Lockdown, Plan International, 2020

Maria uit Mozambique

Het krantenartikel zoomt nog even in op één specifiek persoon, ‘Maria’ uit Mozambique. Maria is 14 jaar en vertelde aan Plan International dat mensen in haar omgeving juist nu jonge meisjes aanmoedigen om te gaan trouwen. In Mozambique trouwt sowieso al bijna de helft van alle meisjes vóór hun 18e jaar. Nu dat de scholen dichtblijven, leven veel meisjes als Maria helemaal in isolatie en armoede, met een hoger risico op vroege zwangerschappen, mishandeling en seksueel misbruik. Maria ontsnapte op haar 12e jaar al eens uit een kindhuwelijk. ‘Nu de scholen dicht zijn, zeggen de mensen dat er een vloek op mij rust omdat ik mijn man heb verlaten’.

En ik vrees dat ongetwijfeld ‘hertrouwen’ de enige manier is om die vloek te laten verdwijnen…

Mijn rare gedachte

Ik had dus een rare gedachte. Terwijl mijn blik op het krantenartikel viel en ik het nog maar half had gelezen, dacht ik ‘Tuurlijk. Lekker makkelijk, om juist nu je goede-doelen-marketing in te zetten met een verhaal over kindhuwelijken’. Mijn brein leek Plan razendsnel te veroordelen: ten koste van het sentiment in een coronacrisis even je eigen organisatie profileren, zodat er weer wat meer donateurs en giften binnenkomen. Maar toen ging ik lezen. En ja, downloadde ik ook het ‘Living under Lockdown’ onderzoek. En al snel bekroop mij een gevoel van schaamte over die eerste gedachte.

Wie ben ik in hemelsnaam, zittend in de zon in mijn veilige Bredase tuin, de krant lezend over klein en groot (wereld)leed. Wie ben ik om een organisatie te veroordelen wat meer aandacht voor deze problematiek te vragen, in de hoop dat het extra binnenkomt bij overheden, bedrijven en particulieren. Wanneer er daardoor ook maar één meisje of vrouw minder te maken krijgt met geweld of een gedwongen huwelijk, is het nut van dit krantenartikel al bewezen.

Lobbyen in coronatijd?

Ik geef Plan groot gelijk.

Voor alle Maria’s op deze wereld die óók weer als gevolg van de zoveelste crisis te maken krijgen met extra leed, armoede, honger, uitbuiting en misbruik, ben ik razendsnel dit bericht gaan typen. In de hoop dat wat meer mensen lezen over dit onderbelichte gevolg van de coronapandemie.

Ik lobby dus mee.

Deel je ervaringen

  • Wat vind jij van mijn initiële gedachte over het lobbyen van Plan International Nederland voor dit onderwerp in coronatijd?
  • Wat denk jij, als je het verhaal van Maria en al die andere meisjes en vrouwen wereldwijd op je in laat werken? Ook al kunnen we niet direct al het wereldleed oplossen: wat zouden slimme oplossingen kunnen zijn om deze problematiek terug te dringen?
  • Wat vind jij eigenlijk van ontwikkelingssamenwerking in algemene zin? Is het iets waar we als Nederlandse burgers meer, of juist minder aandacht voor moeten hebben? Is Nederland onderdeel van en verantwoordelijk voor die wereld? Of is het meer “ieder voor zich en ‘Nederland eerst’?”

Ik ben benieuwd naar je gedachten. Deel ze via de reacties hieronder.

Meer lezen

  • Lees bij Plan International Nederland meer over gelijke rechten voor vrouwen en meisjes wereldwijd.
  • Wil je meer lezen over wereldburgerschap en internationale samenwerking? Blader door mijn Blogmagazine Wereldburgerschap.
  • Wil je zelf bijdragen aan internationale samenwerking? De talenten van jongeren ergens po de wereld mee helpen ontwikkelen, en daarmee ook je eigen internationale vaardigheden en competenties (verder) ontwikkelen? JoHo brengt veel organisaties in kaart en laat voorbeelden zien van projecten waar jij aan kan bijdragen, vanuit Nederland en/of op locatie, zodra dat weer kan.
African women education development

Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

Geschatte leestijd: 10 minuten.

“Moeten Afrikaanse landen niet meer zelf doen?” lees ik bijna aan het eind van een artikel in de Volkskrant. Het artikel gaat voornamelijk over Bill Gates, die vrijwel het hele vermogen van de Bill & Melinda Gates Foundation fonds wil gaan inzetten in de strijd tegen de coronapandemie. Ook al gaat het artikel vooral over de activiteiten van Gates, ook de achtergronden bij de vraag ‘Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?’ komen aan bod.

Achterover leunen en incasseren

Het is een vraag die regelmatig terugkeert in de discussies over wereldwijde evenwichtige groei en verdeling van de welvaart. Want, zo redeneert men, doordat allerlei donoren maar gul blijven geven, kunnen de Afrikaanse overheden achterover blijven leunen. Er is geen stimulans voor een langere termijnplanning als je ‘periodiek gewoon makkelijk cheques kunt incasseren die de grootste problemen in je land wel oplossen’.

Bill & Melinda Gates Foundation

‘De strijd tegen het coronavirus is vergelijkbaar met een wereldoorlog’, zo verklaarde Bill Gates recent in een interview met de Financial Times. Banen gaan verloren, mensen in de informele sector raken hun schaarse inkomsten kwijt, exportsectoren krijgen gigantische klappen. Gates redeneert dat het vinden van een vaccin tegen corona nu de allerhoogste prioriteit heeft. De kosten hiervan, de komende tijd mede gefinancierd door zijn fonds, vallen uiteindelijk in het niet bij de potentiële schade door een wereldwijde pandemie.

Door het verhuizen van zijn dollars van de strijd tegen aids, tuberculose en malaria naar de strijd tegen corona wordt er een financieel gat geslagen bij onder andere het Global Fund, de grootste financier van malaria-onderzoek. Dat is precies de kritiek van veel deskundigen: het financieren van onderzoek door één of enkele zeer rijke filantropen maakt dat onderzoek ook erg afhankelijk, niet echt democratisch. En er bestaat het risico dat zo’n filantroop met zijn geld de beleidskeuzes in armere landen wel érg sterk kan beïnvloeden.

Kúnnen Afrikaanse landen niet meer zelf doen?

De hulp die jarenlang geboden wordt, het onderzoek dat gefinancierd wordt: je kunt moeilijk zeggen dat dat níet goed is. Bill Gates bijvoorbeeld heeft er met zijn financiële steun voor gezorgd dat de strijd tegen allerlei ziektes gestaag vordert, dat er ongetwijfeld vele miljoenen levens zijn gered door betere of sneller beschikbaar gekomen vaccins. Die levens zijn -uiteraard- heel wat waard.

Tegelijkertijd maakt het Afrikaanse landen soms gemakzuchtig. Al in 2001 spraken Afrikaanse landen af dat ze minimaal 15% van hun jaarlijkse begrotingen gingen uitgeven aan gezondheidszorg. De meeste landen halen dat percentage nu nog steeds nauwelijks. Investeren dus veel minder in de gezondheidszorg gericht op hun inwoners, waardoor voorzieningen nog steeds niet of slecht beschikbaar zijn en minder mensen toegang hebben tot basisgezondheidszorg.

Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo schreef er in 2009 een boek over, ‘Doodlopende hulp’ (Dead Aid: Why Aid Is Not Working and How There Is a Better Way for Africa: Waarom Ontwikkelingshulp Niet Werkt, En Wat Er Wel Moet Gebeuren). Ook zij bepleit dat door de gulle vrijgevigheid van internationale doneren de Afrikaanse regeringen makkelijk achterover kunnen leunen. Het geld komt toch wel binnen, dus kunnen zij middels de alom bekende corruptiesystemen meer voor zichzelf achterover drukken. En hoeft er niet naar een structurele oplossing in eigen land of regio gezocht te worden.

Moyo claimt zelfs dat de ontwikkelingshulp contraproductief is geweest: juist dóór die hulp zijn veel Afrikaanse landen afhankelijker dan ooit. En landen die deze hulp structureel hebben geweigerd (o.a. Zuid-Afrika, Botswana) zijn verder in hun groei en welvaart dan landen die wel zijn meegegaan in de ontwikkelingsdollars. Volgens Moyo liggen de kansen veel meer in het ontwikkelen van een eigen private sector: op het gebied van microfinanciering en eigen ondernemerschap van Afrikanen. Ofwel kansen die zorgen voor nieuwe bedrijven, banen en inkomsten in de landen zelf.

Moyo is daarin wel genuanceerd. Er is bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen (structurele) ontwikkelingshulp en hulp bij humanitaire rampen. Dat laatste is een vorm van hulp die -waar ook ter wereld- altijd moet worden geboden: bij orkanen, aardbevingen, burgeroorlogen, tsunami’s, bij het mislukken van oogsten, bij vulkaanuitbarstingen, et cetera.

Hulpbehoevend imago in stand houden

Een ander aspect rondom ontwikkelingshulp dat Moyo in haar boeken aanstipt is dat veel donoren er belang bij hebben vooral de negatieve aspecten op het Afrikaanse continent te benoemen: ziektes, oorlogen, corruptie, et cetera. En dat ook structureel te doen, in woord én beeld. Door Afrika weg te zetten als continent dat het zelf keer op keer niet redt, door pech en wanbeleid, blijft de hulpindustrie immers noodzakelijk.

Moyo laat juist zien dat er ook een ander Afrika bestaat: dat van een continent met landen waarin veel met name jonge mensen steeds beter opgeleid zijn en zelf ondernemende bedrijven starten die zorgen voor steeds meer werkgelegenheid. Afrika is daarnaast enorm rijk aan natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Natuurlijk is er nog veel werk te verzetten, beaamt ook Moyo, maar dat begint met nadenken over duurzame manieren om de economieën in Afrika te laten groeien en buitenlandse investeringen (in o.a. infrastructuur, telecommunicatie, grondstoffenwinning, toerisme, transport) toe te laten nemen. En níet met het bieden van nóg meer ontwikkelingshulp.

Zelf doen, of toch hulp aanvaarden: sector van vrijwilligerswerk en ‘charity’

Naast de discussie over hoe Afrika sneller tot ontwikkeling kan komen, wordt er sinds de tweede helft van de jaren ’10 van deze eeuw ook in Nederland weer een discussie gevoerd over het nut van ontwikkelingssamenwerking en het nut van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden. Zijn al die hulporganisaties, internationale vrijwilligers en particuliere projectinitiatiefnemers nu essentieel om onderwerpen als ‘armoede’, ‘gezondheidszorg’, ‘landbouw’, ‘infrastructuur’ en ‘onderwijs’ aan te pakken? Of staan ze juist ontwikkeling in de weg, lopen al die goedbedoelende ontwikkelingswerkers en vrijwilligers de Afrikaanse ontwikkeling soms zelfs letterlijk in de weg?

Het is misschien op een andere, minder macro-economische, schaal maar je kunt dezelfde redenering toepassen: door het blijven bestaan van allerlei internationaal/lokaal gerunde weeshuizen, van projecten voor gezondheidszorg, fairtrade initiatieven en het bouwen van schooltjes wordt de lokale overheid ‘lui’, hoeft men het probleem niet zelf op te lossen. En door die ‘luiheid’ en niet acterende overheid benadrukken de initiatieven en vrijwilligersorganisaties dat ze duurzaam nodig zijn: zonder hen gebeurt er immers niets, krijgen mensen geen hulp, water, voldoende voeding, zwerven kinderen op straat en is er nauwelijks onderwijs.

Afschaffen dus, die weeshuizen, schooltjes, bomenplanters en waterputten-bouwers?

Stapsgewijze ontwikkeling en afbouw van een project

Ik merk dat de discussie ook hier in Nederland vaak hard en fel wordt gevoerd. De ‘ons geld wegdragende ontwikkelingshulp’, de contraproductieve ‘vrijwilligersindustrie’, de nadelen van ‘weeshuistoerisme’, die ‘hoogopgeleide brave westerse meisjes waarvan papa en mama vinden dat ze iets van de wereld moeten zien en zo nodig goed moeten doen’…het is allemaal in het leven geroepen uit oogpunt van ‘medelijden’ (‘pity’ noemt Moyo dat) en ‘zelfgenoegzaamheid’. “Kijk eens hoe goed werk wij doen, hoe hard onze hulp nodig is en hoe blij ze met ons zijn”. En helemaal absurd: er zou ook nog eens grof geld worden verdiend aan al die filantropie, dat vrijwilligerstoerisme en particulier initiatief, dat eigen ontwikkeling in Afrika in de weg staat.

Ik denk dat de oplossing iets meer in de nuance ligt. Ook hier is het geen ‘of dit, of dat’ verhaal. We moeten niet onmiddellijk stoppen met de hele ontwikkelingssamenwerking, we moeten niet acuut alle weeshuizen op de wereld stopzetten en het is ook niet zo dat vanaf morgen Afrika zichzelf wel redt en dat er niemand meer heen hoeft. Ook mensen als Dambisa Moyo benadrukken dat er niets mis is met individuele ‘charity’, liefdadigheid; de helft van de USA draait zelfs op liefdadigheid. Zo lang je er maar niet in gaat geloven dat die ontwikkelingshulp, liefdadigheid of dat vrijwilligerswerk de alles biedende eindoplossing is.

Op individueel niveau kan je zeker mensen beter op weg helpen: lokaal, in kleine praktische projecten. Waarbij je er voor zorgt dat de Afrikaanse mensen zelf het project runnen, eigenaar en leidend zijn (‘ownership’). Waarbij je nadenkt over de stapsgewijze afbouw van het hulpproject op de langere termijn: de kerndoelstelling moet zijn dat de projectdoelgroep uiteindelijk zichzelf kan redden. En waarbij je, na een zorgvuldig afscheid, de succesvolle projecten herhaalt op een andere locatie waar de ontwikkeling nog niet zover is.

Ontwikkkelingssamenwerking: van ‘waterputten slaan’ naar professioneel samenwerken

Dat geldt ook op de grotere schaal van de ontwikkelingshulp en de ‘Bill Gates’-achtige filantropie: zomaar ineens stoppen, als je dat al zou willen, dat gaat helemaal niet. Maar projecten en hulp zodanig inrichten dat het lokaal werkgelegenheid creëert en waarbij op de langere termijn een (lokale) overheid het werk kan overnemen, dát is wel duurzaam.

De grotere spelers in de sector ontwikkelingssamenwerking zijn natuurlijk ook niet gek: juist dát gebeurt al jaren, binnen veel van hun projecten. Lokaal eigenaarschap, inzetten op microfinanciering, renteloze leningen, eerlijke handel, eigen productie, lokale werkgelegenheid, gendergelijkheid: het zijn thema’s die al lang worden toegepast.

Direct stoppen met ontwikkelingshulp: accepteren we dan ook de gevolgen?

Het zomaar ineens stoppen met ontwikkelingshulp, filantropie, internationaal vrijwilligerswerk: het zou enorme en directe gevolgen hebben, het zou zoveel extra slachtoffers opleveren. Mensen die pleiten voor het rigoureus stopzetten van iedere vorm van hulp (want: ‘ze moeten het zelf maar doen’, of: ‘het helpt toch niet’) gaan gemakshalve even volledig voorbij aan de negatieve korte termijn effecten van dat stopzetten. Maak je vervolgens de verhalen van de gevolgen van die keuze individueel inzichtelijk (‘het overlijden van persoon x, y of z’, ‘een specifiek dorp dat zonder drinkwater komt te zitten’, ‘honderd gezinnen die zonder inkomsten komen te zitten’), dan is opeens niemand er meer voor en is het ‘iets dat we te allen tijde moeten voorkomen’. Natuurlijk, want zomaar rücksichtslos stoppen kán helemaal niet.

Veranderen via de weg van de geleidelijkheid

De weg naar een zelfstandig opererend Afrika zou naar mijn mening veel geleidelijker moeten gaan. Het stapsgewijs opbouwen van investeringen in Afrikaanse sectoren, met verschillende partners verdeeld over de wereld (Europa, China, India, Japan, Brazilië, VS). Het eerlijker maken van de handel in grondstoffen, zodat Afrikaanse boeren en de bijbehorende logistiek een eerlijke kans krijgen in die wereldhandel. Het verder ontwikkelen van het toerisme in Afrikaanse landen, met de nadruk op verstandig gebruik van nationale parken en kustgebieden. En tegelijkertijd het stapsgewijs, haast als communicerende vaten, afbouwen van de hulp die in die sectoren wordt geboden. De ontwikkelingshulp concentreren op die thema’s waar zakelijker investeringen nog niet mogelijk zijn of gewoon nooit rendabel te maken zijn. En het eveneens stapsgewijs oplossen van de schuldenproblematiek, de rente- en aflossingsverplichtingen over eerder aangegane leningen van Afrikaanse landen bij Westerse of Aziatische financierders. Waar kan gekoppeld aan voorwaarden over mensenrechten en behoorlijk bestuur.

Ja, dat duurt vele jaren langer, maar juist in de genuanceerde aanpak ligt de duurzame oplossing. Zonder desastreuze korte termijn effecten.

Twee nuances nog.

ÉÉN AFRIKA BESTAAT NIET

Net zoals in Europa laten we zeggen ‘Duitsland’ en ‘Spanje’ niet vergelijkbaar zijn, zijn er uiteraard ook vele grote verschillen te zien tussen landen op het Afrikaanse continent. “De situatie in Afrika” oplossen is dus ook een oplossing met vele gezichten. Het ene Afrikaanse land is al veel verder in ontwikkeling dan het andere, de economieën zijn niet vergelijkbaar, landen kennen verschillende groeicijfers en verschillende problematieken. Dat vraagt dus ook om nuance en verschillende strategieën.

DRAAGVLAK HIER VOOR VERANDERING DAAR

Een wereldwijd eerlijker handelssysteem is noodzakelijk om Afrika ook een eerlijke kans te bieden écht onderdeel te worden van die wereldhandel. Dat betekent dus ook dat de spelers die momenteel die wereldeconomie beheersen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Dat we anders omgaan met onze eigen belangen, onze eigen maatstaven en gewenste welvaartsniveau. En daar is op individueel niveau draagvlak voor nodig. Als maar genoeg bedrijven, regeringen, ngo’s, politici en uiteindelijk burgers die eerlijke(r) verdeling voor ogen krijgen, dan ontstaat die eerlijke kans (bijna) vanzelf.

Maar voor dat draagvlak is wel nodig dat mensen kennis en ervaring opdoen. Met eigen ogen kunnen zien wat er speelt, hoe de situatie in “Afrika” is en wáárom het belangrijk is dat daar wat aan verandert. Vrijwilligerswerk in het buitenland, reizen, particulier initiatief, stages in ontwikkelingslanden: het is daarbij een van de (vele) instrumenten om ‘de ogen open te laten gaan’. Pas als mensen het zélf zien en ervaren komt er (vaak, niet altijd) verandering in denken en doen. Mensen nemen die ervaringen mee naar huis, praten er over, dragen hun kennis over op hun directe sociale omgeving.

Misschien is die ontwikkelingshulp, ‘charity’ en dat vrijwilligerstoerisme uiteindelijk niet eens zozeer bedoeld om ‘die ander te helpen’, maar vooral om ‘onszelf op te voeden’. Stap voor stap internationale vaardigheden en competenties opdoen, om steeds meer ‘wereldburger’ te worden, naast ons Nederlanderschap en onze deelname aan de EU.

Zodat we eindelijk gaan realiseren dat eerst wíj moeten veranderen, voordat die ander kán veranderen.

Dus ja.

Afrikaanse landen kúnnen -en willen- best meer zelf doen. Maar om dat écht te kunnen, zullen we met nuance moeten handelen. En zullen ook eerst wij -als niet-Afrikaanse landen- moeten veranderen.

Als Afrika erin slaagt de inhaalslag te maken, is het economische potentieel enorm en kan men dezelfde ontwikkeling bewerkstelligen als bijvoorbeeld Brazilië en Indonesië decennia geleden hebben gedaan. Vrede, veiligheid en goed bestuur zijn echter noodzakelijke voorwaarden, maar ook hulp vanuit het buitenland en schuldverlichting zijn nodig.

Het economisch potentieel van Sub-Sahara Afrika, Rita Bhageloe-Datadin (2008)

Deel je ervaringen

  • Heb jij ideeën over en/of ervaring met ontwikkelingshulp of internationaal vrijwilligerswerk? Wat draagt het bij, of juist niet? En welke veranderingen zijn nodig om de projectlanden nog meer de regie te kunnen laten voeren over de hulp die geboden wordt?
  • Geloof je meer in de kracht van hulp op regeringsniveau, in het werk van ontwikkelingsorganisaties of juist in het nut van kleinschalige particuliere projecten? En is het ‘óf óf’, of juist ‘en en’?

Deel je ideeën via de reacties hieronder.

Meer lezen

Direct aanleiding voor dit bericht: Bill Gates zet nu al zijn miljarden op corona (Volkskrant 27-04-2020, Mark Schenkel)

Kijk ook eens op het platform WorldSupporter voor posts van mensen die willen bijdragen aan ontwikkeling in de wereld, of bij OneWorld voor achtergronden bij de ontwikkelingen.