Geschatte leestijd: 12 minuten.

Net geland. We lopen met onze rolkoffertjes door de aankomsthal. Hebben net een korte, vlekkeloze, vlucht achter de rug. Er hangt geroezemoes in de lucht. Het Nederlandse gebabbel van de medereizigers vermengt zich steeds meer met het zo typerende Spaanse gebrabbel. Ik zie vluchten naar Alicante, Madrid, Malaga, Menorca, Reus en andere Spaanse steden waar met name Spanjaarden zich naar toe haasten. We lopen langs de bagagebanden; niets af te halen, want: we reizen met handbagage. Vervolgens passeren we de douane, niets aan te geven, en lopen we door de voor ons zo bekende schuifdeuren. Op weg naar de vrijheid – Palma de Mallorca! Een lenteachtige warmte komt me tegemoet. Het voelt heerlijk. Aangenaam al, ondanks het nog vroege tijdstip. Aankomen op Mallorca, in alle vroegte van de laatste dag van 2021: een ultiem genietmomentje voor mij.

Met z’n vijven boekten we een kerst-stedentrip naar Palma. Niet te verwarren met La Palma, het Canarisch eiland voor de kust van Afrika, waar vulkaan Cumbre Vieja al wekenlang het eiland in z’n greep houdt. Palma de Mallorca, de hoofdstad van Balearen-eiland Mallorca. We wilden wel eens met eigen ogen zien hoe die stad er rond kerst en met oud&nieuw uit zou zien. Onze favoriete Spaanse stad, veel meer nog dan ook prachtige steden als Madrid, Barcelona, Malaga of Valencia. Het is een gevoel, dat we met vele mensen delen die een favoriete bestemming hebben, zo’n plek waar je altijd weer terug naar toe wilt. Voor ons is dat dus ‘PMI’. Moesten we een Ik Vertrek-bestemming kiezen, dan werd het ongetwijfeld Mallorca. Een finca ergens op het platteland in combinatie met een stadsappartementje in de drukte van de hoofdstad. ‘Best of both’.

Ik voel me er fijn. Ondanks de pijn, die er altijd -en dagelijks maar weer- is. Een paar jaar geleden kon ik me nauwelijks meer voorstellen dit soort geluksmomentjes te kunnen ervaren. De chronische pijn overheerste zowat alles. Ik zat diep in de negatieve spiraal van dagelijks heftige pijn. Niets hielp meer, ook de zware doses van diverse pijnstillers niet. ‘Genieten’ was een ervaring uit een vorig leven. Alleen hele uitzonderlijke gebeurtenissen, zoals het concert van Springsteen op het Malieveld, tilden me voor even een niveautje hoger in die spiraal. Die pijn van toen was afmattend, allesoverheersend. En gek genoeg stond ik het mezelf ook niet meer toe, ‘genieten’. Het is een proces geweest van bijna tien jaar om weer te komen waar ik nu sta. Met evenveel pijn en de bijbehorende pieken en (gelukkig ook) dalen kan ik nu toch weer af en toe genieten. Veel meer dan een fysiek proces c.q. lichamelijke oplossing is het vooral ook een mentaal proces geweest om mezelf, mijn lijf én geest weer toe te staan om van ervaringen als deze stedentrip te kunnen -te mógen- genieten. Ik voel niet minder pijn, bij het ongemakkelijk zitten tijdens de vlucht of bij de wandeling die natuurlijk weer nét te lang duurt. Maar ik kan het mentaal wel beter hanteren, op een of andere manier.

Vaak hoor ik van andere pijnpatiënten, die reiservaringen van hun ‘pijncollega’s’ lezen, ‘ja ja, jij hebt makkelijk praten…jij kúnt tenminste nog reizen. Voor mij is dat echt niet meer weggelegd.’ Ik heb dat ook lang gedacht en was jaloers op mensen die op een onverklaarbare manier met dezelfde pijn toch nog meer konden dan ik. Nu kom ook ik langzaamaan in een fase van het ‘leren omgaan met chronische pijn’-proces waarbij er ook weer wat meer kan. Let daarbij op het woordje ‘wat’ in de vorige zin.

Een blog over enkele van die genietmomentjes van de laatste dagen. Waarmee ik júist anderen hoop te inspireren om ook weer wat meer te (mogen) genieten. En oog te hebben voor die momenten.

Lichtgewicht reizen

Als chronisch pijnpatiënt moet je creatief zijn. Sinds dat de kinderen groter zijn en zelfstandig kunnen reizen (lees: hun eigen koffertje kunnen dragen c.q. rollen) doen we niets anders meer dan reizen met handbagage. Maar ook daarvoor reisden we bewust al lichtgewicht. Het scheelt veel gesjouw, het scheelt wachten bij bagagebanden en bijkomend voordeel: het scheelt dure in te checken koffers. Natuurlijk beperkt dat de hoeveelheid kleding, schoenen e.d. die je mee kan nemen, maar daar zijn we sowieso altijd vrij makkelijk in geweest; óók toen we nog geen kinderen hadden. Mis je wat, dan is alles lokaal te koop.

Genietmomentje #1: lichtgewicht reizen en het gemak van een (goed rollende) handbagagetrolley.

Kathedraal van Mallorca, mooi in het Spaanse zonnetje

Genieten bij aankomst

Voor mij is dat een van de ultieme genietmomenten van de hele vakantie c.q. stedentrip: het moment dat je aankomt op je bestemming en een warme deken over je heen voelt vallen. Op de meeste bestemmingen waar we naar toe reizen is het gemiddeld warmer dan in Nederland. Natuurlijk afhankelijk ook van het seizoen waarin je reist. Dit keer vertrokken we in de laatste week van december vanuit een bijna lenteachtig ‘winters’ Nederland, met temperaturen overdag van 10 tot 15 graden. Het verschil was dus wat minder groot. Aan de andere kant, we vertrokken om 06:00 ’s ochtends uit Nederland -dan is het dus nog gewoon koud- en landden om 08:30 op Palma de Mallorca, waar het al aangenaam aanvoelde. Dat is, vrij vertaald, het verschil tussen een winterjas aan versus in je trui over straat.

Genietmomentje #2: de lokale warmte die mijn lijf, maar vooral ook mijn geest, een directe boost in temperatuur geeft.

Overigens hebben wij hele makkelijke kinderen. Overall (al belanden we wel meer en meer in de puberfasen), maar zeker ook reistechnisch. Iedereen vindt het een feestje om om 01:30 ’s nachts op te staan (papa misschien nog wel het minst) en in het donker naar Schiphol te rijden. Iedereen staat direct in vakantiestand. Volgens mij zouden we met ons gezin ook heel goed een wereldreis kunnen maken, al moeten er dan nog wel wat hobbels qua hitte en ongedierte genomen worden 😉

Ontdek-je-plekje

Inmiddels zijn we al vele malen op Mallorca geweest. De meeste (uit)hoeken van het eiland hebben we wel gezien. Maar waar we ook belanden, we gaan altijd minstens één keer per trip naar de hoofdstad Palma toe. Ik weet niet wat het is met die stad, maar ik voel me er fijn, thuis, vertrouwd.

Palma is een stad met vele gezichten. Modern, hoofdstedelijk, maar soms ook dorps; zeker in de woonwijken. De stad heeft een vrij grote (cruise)haven en zelfs een stadsstrand, uitlopend in kustplaats Can Pastilla aan de ene en Cala Mayor aan de andere kant.

We dachten de stad inmiddels dus al aardig te kennen. Hoe leuk is het dan dat je iedere keer toch ook weer verrast wordt. Dit keer door de wijk Santa Catalina, net buiten de centrumring en tegen de kust aan. Specifieker nog de straat Carrer de la Fábrica met vele leuke restaurantjes en kroegen, waar je juist ook de Spanjaard zelf tegenkomt. Ook hier dus volop Spaans gekeuvel. We aten heerlijk bij Mexicaans restaurant Primo Tacquería.

Genietmomentje #3: het steeds weer ontdekken van nieuwe gezichten van de veelzijdige hoofdstad Palma de Mallorca.

Het verhaal van mens én vluchteling Gebre Zemichael

‘Lezen’ is voor mij altijd vanzelfsprekend geweest, al vanaf mijn kindertijd. Mijn concentratie is, mede onder invloed van de pijn en medicatie, in de loop der tijd wel verslechterd. En ik sukkel vaker in slaap boven een boek, overdag en ’s avonds; gevolg van de medicatie. Maar nog steeds gaan er boeken en (gewichtsloze) e-boeken mee op vakantie. Dit keer ging het bij Bibliotheek Breda geleende boek De ijssalon van meneer Mebrat in de koffer mee. Ik wist dat het met de vluchtelingenproblematiek te maken had, maar eerlijk gezegd werd ik ook door het woordje ‘ijssalon’ in de titel getriggerd 😉

Dit is zo’n boek dat je bij je kladden grijpt en vervolgens niet meer loslaat. Het beschrijft de vlucht van de Eritrese Gebre Zemichael en zijn neefje. Het verhaal start in Eritrea en eindigt, na zes (!) jaar, in asizelzoekerscentrum Ter Apel: Nederland dus. Ik vind het een ‘must read’ voor iedere Nederlander, maar het mag zeker besproken worden tijdens lessen maatschappijleer of wereldburgerschap. Voor zover nodig, ga je na lezing voorgoed anders denken over vluchtelingen en ‘de vluchtelingenproblematiek’. Ik stond al op het standpunt dat Nederland en Europa ruimhartig moeten zijn in de opvang van mensen die vluchten voor oorlog, onderdrukking en geweld (‘het zal je andersom maar overkomen’…). Voor wat betreft de vlucht van mensen die vertrokken ‘voor een beter leven in meer welvarende landen’, wist ik nooit zo goed hoe ik daar nu over moest denken. Moeten wij, als rijke westerse landen, ook hen onderdak bieden? Waar ligt, letterlijk en figuurlijk, dan de grens? Als je het harde en vaak ook afschrikwekkende, lugubere, verhaal van Gebre op je in laat werken is dat antwoord op die eerste vraag vrij helder: ja dus. Óók mensen die een positieve draai aan de magere leefomstandigheden van hun gezin en familie proberen te geven verdienen een plek in ons welvarende Europa, dat mede ten koste van hen zo welvarend is kunnen worden. En vaak is het bij hen, zoals ook bij Gebre, ook een keuze tussen vluchten of je verplichte afgrijselijke taak in het leger vervullen.

Begrijp me niet verkeerd, voor (potentiële) terroristen is nooit een plek, nergens. Het verfijnen van onze controle daarop, het filteren van vluchtelingenstromen en het tegenhouden van dergelijke lui is ook een ‘must’. En ja, er zitten grenzen aan wat een land aankan.

De ijssalon van meneer Mebrat dus. Een leestip, voor iedereen die zich schrap durft te zetten. Om hier nu van ‘genietmomentje #4’ te spreken is…nogal bizar. Maar toch greep dit boek me, juist tijdens onze meer dan ontspannen korte vakantie in Spanje. Misschien iets met contrasten ook. En ik kan zeker ‘genieten’ van die kracht van een boek, zonder de bizarre inhoud tekort te willen doen.

Anonieme goede gitaarspeler

Zomaar, in een -goed gekozen- drukke winkelstraat van Palma, vloog verrassend goed klinkend gitaarspel me tegemoet. Een gitaar bespeeld door iemand die wíst hoe je gitaar moest spelen. Een blues-achtig ritme, maar verfijnd. Ik keek op, zo snel te zien als enige tussen het drukke winkelende publiek. Even ontmoetten onze ogen elkaar. Ik knikte, gaf een glimlach. Daar had die vluchteling -want dat was hij overduidelijk- natuurlijk helemaal niets aan, maar ik hield mezelf voor de gek met de gedachte dat hij met zijn muziekspel in ieder geval werd ópgemerkt door een voorbijganger -door mij.

Genietmomentje #5, in ieder geval voor mij. Daar koop je als vluchteling alleen geen brood van. ‘Had ik hem toch maar snel een euro gegeven’, bedenk ik me nu al typend in mijn fijne verwarmde Hollandse huis.

Eres un superpapa!

‘Kijk, dit is natúúrlijk het souvenir dat jullie direct voor mij gaan kopen, dat snap ik heel goed’, zei ik met een grote grijns tegen mijn drie kids, bijna allemaal al in of tegen de pubertijd aan.

Triomfantelijk hield ik in de Corte Inglés, zeg maar de Bijenkorf van Spanje, een mok omhoog met daarop de tekst ‘Eres un superpapá’ en de slogan ‘Un superpapá se merece una supertaza’. Ofwel, ‘een supervader verdient een supermok’.

Rollende ogen, flink gezucht en een ‘wat dacht je nou zelf’ viel mij ten deel. Natuurlijk, ik vroeg er zelf om en had ook niet anders verwacht. Ik zette ‘m quasi-teleurgesteld weer neer en we vervolgden onze weg in het warenhuis, deels gezamenlijk en deels gesplitst in subgroepjes.

Ik was de mok al weer volledig vergeten, óók op het moment dat de drie met hun mama in het vliegtuig aan het smoezen waren. Totdat de jongste met een grote glimlach zei ‘papa, we hebben nog een kleinigheidje voor je gekocht in Palma’. Uit mama’s tas kwam een ingepakt cadeautje met een vorm die me terugbracht naar het warenhuis eerder die dag. En ja hoor…

Genietmomentje #6: door je puber en bijna-pubers tot ‘superpapa’ te worden gebombardeerd. Júist voor iedere vader en moeder met chronische pijn, die daardoor soms tekortschiet of minimaal dat gevoel heeft, een ongelooflijk mooi cadeau. Óók als je er zelf om vraagt 😉

Fluitend op je werk

Voordat onze vlucht terug naar lockdown-Nederland vertrok (in Spanje was alles nog wel open, soms op voorwaarde van een QR code) was daar weer het ons alle vijf zo bekende ‘luchthaven’ ritueel van inchecken (kon niet online), douane passeren, nog even shoppen, wachten bij de gate en uiteindelijk het toestel in.

Dat douane-tafereel verloopt in mijn geval altijd net wat anders dan gebruikelijk. Ten eerste sta ik altijd net wat meer op scherp omdat ik een karrevracht aan pilletjes en poeders in die trolley mee’sleep’. Allemaal volledig legaal, maar er zitten (helaas) wel wat opiaten tussen. Ik vraag me altijd af wat ze daar bij de douane van denken, of ze er op aanslaan, maar tot nu toe is dat nog nooit gebeurd. Ook regel ik meestal wat extra officiële CAK-documentatie waaruit blijkt dat je deze medicijnen ook écht nodig hebt. Nou zijn er natuurlijk wel meer mensen die medicijnen mee op reis nemen dus zo uniek ben ik daar helemaal niet in, maar toch verwacht ik om een of andere reden altijd dat ze mij er tussenuit pikken. Tot op heden nog niet gebeurd, al krijg ik wel opvallend vaak een ‘drugstestje’ waarbij ze even met zo’n teststrip langs je handen en je bagage gaan. Altijd negatief, uiteraard.

Naast de medicatie heb ik natuurlijk een neurostimulator in mijn lijf, waarmee je veelal beter niet door de douanecontrole (die poortjes of scanners met sterke magnetische velden) kunt lopen: het kan het apparaat ontregelen c.q. warm laten worden -en dat wil je zeker voorkomen. Alleen bij de nieuwste apparaten schijnt het wel te kunnen, maar ik neem liever het zekere voor het onzekere en meld me dus altijd voor een handmatige check langs de poortjes heen. Niet iedere douanier is trouwens bekend met het woord “neurostimulator”, maar “some sort of pacemaker” is meestal ook voldoende om hen te laten begrijpen waar ik (niet) heen wil.

Er wordt doorgaans vrij neutraal, met weinig emotie dus, op mijn verzoek gereageerd. Soms met een diepe zucht, of commanderend geblaf; je wijkt af van de standaard procedure en het vergt wat extra handmatige controleactiviteit (ofwel, fouilleren). Déze douanier op Palma airport maakte er een grote positieve ‘show’ van, deed al fluitend zijn werk en complimenteerde me met woorden en schouderklopjes voor mijn bereidheid om mee te werken (terwijl hij uiteindelijk mij een dienst bewijst). “Zo kan het dus ook” dacht ik, en “wat fijn om te zien hoe deze man lol in zijn werk brengt”, dat ook afstraalde op zijn collega’s die ook allemaal met een goed humeur aan het werk waren.

Mijn genietmomentje #7: fluitend door de douane, genietend van iemand die het naar zijn zin heeft in z’n werk.

Dromen over een zomerse winter

Zomaar zeven kleine genietmomentjes tijdens de paar dagen op Mallorca rondom Oud&Nieuw. En zo had ik er gerust nog zeven andere kunnen beschrijven.

Na terugkeer van een vakantie heb ik altijd een korte vakantie-dip. Ik vind het reizen in het buitenland, en daarnaast het relaxte van vakantie vieren, gewoon heel leuk en vind het dus altijd jammer wanneer dat weer voorbij is. Daar hebben we trouwens een heel goede remedie op gevonden: tijdens de vakantie alvast de volgende vakantie in de steigers zetten. Werkt heel goed tegen die dip!

Ik besefte vandaag, de day-after, hoe fijn de afgelopen dagen waren geweest. En hoe mooi het is dat die kleine genietmomentjes er weer zijn en dat ik ze kan zien.

Tijdens het verblijf op Mallorca en in de bus dwars door het platteland van dit eiland tussen Palma en kustplaats Soller dagdroomde ik over overwinteren in dit lenteachtige klimaat, met uitschieters naar echte warmte. Als fervent Ik Vertrek-kijker is het dan niet zo moeilijk om je te verplaatsen in de situatie dat je bijvoorbeeld een halfjaar in Spanje en een halfjaar in Nederland woont…de zon achterna.

Mag die dagdroom mijn genietmomentje #8 zijn?

Probeer die kleine momenten van ‘genieten’ weer te zien

Ik weet het, (leren) leven met chronische pijn is geen heppie de peppie verhaal. Zeer regelmatig is het één doffe ellende. Ik weet het. Ik ben daar ook geweest, en af en toe nog wel. Ook ik heb een hekel aan mensen die je geforceerd met een soort over-positiviteit benaderen…alsof leven met dagelijkse pijn bijna een soort ‘leuk’ zou moeten zijn.

Maar ik heb langzaamaan ook geleerd om die kleine momenten van genieten óók weer te zien en te benoemen. En misschien zelfs wel: óók aan jezelf weer toe te staan. Ja, je mag ook met een leven vol chronische pijn af en toe weer gewoon even blij en optimistisch zijn. Dat soort momenten, en het regelmatig erop terugkijken, heb je op andere momenten keihard nodig.

Toeval of niet, maar we zijn net weer gestart aan een nieuw jaar en dus ook een nieuwe wc-scheurkalender. Juist bij vandaag, 5 januari 2022, staat:

Neem het leven dag bij dag en ben dankbaar voor de kleine dingen

Ik bedoel maar.

Deel je ervaringen

Genieten in combinatie met chronische pijn, het is dus mogelijk. Maar…hoe werkt dat eigenlijk bij jou?

  • Heb jij, chronisch ziek of niet, van die regelmatige genietmomentjes? Kan jij de ‘kleine dingen’ nog zien die je een oppepper en positief gevoel geven gedurende de dag?
  • Deel ze, via de reacties hieronder of neem contact met me op.
  • Ook als je een genuanceerde blik hebt over hoe we als gewone burger om zouden kunnen, of moeten, gaan met vluchtelingen hoor ik het graag. ‘Geschreeuw’ of ‘doemdenk-scenario’s’, daar heb ik niks mee.

Meer lezen

Kerstsfeer all over the place op de Passeig del Born in hartje Palma de Mallorca

Een gedachte over “Kan je nog genieten als je chronische pijn hebt?

  1. Mooi om te lezen hoe jouw reis verloopt pijn, genieten, kleine momenten, grote momenten, terugval, vooruitgang. Knap hoor. Dank je wel voor het delen. Heel veel sterkte en blijf delen!

Wat vind jij?

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.