Ik ben een cultural creative. Aangenaam.

Geschatte leestijd: 5 minuten.

Ik ben een ‘cultural creative’. Tenminste, dat denk ik na het lezen van een artikel in een oudere GezondNU, die toevallig in onze badkamer slingerde. Hoe oud? Dat lees je straks.

Een cultural creative?

Ja. Ik heb het ook niet verzonnen.

Criteria om een cultural creative te kunnen zijn

Je raapt soms zwerfafval op.Check
Je helpt regelmatig iemand die hulp nodig heeft.Check
Je maakt je wel eens boos over onrecht.Check
Je laat je niet van alles aansmeren.Check
Je hebt aandacht voor anderen.Check
Je koestert idealen.Check (wel steeds minder)

Als ik bovenstaande herken, dan zou het volgens het artikel ‘best wel eens zo kunnen zijn’ dat je een cultural creative bent. Maar wees getroost, er zijn er wereldwijd nog zo’n 50 miljoen. Ik ben zéker niet uniek.

Socioloog Gijs van Beek, secretaris van de Stichting Cultural Creatives Nederland (echt…?!) voegt nog een paar kenmerken toe. Je doet zo af en toe eens vrijwilligerswerk (Check), je bent ‘gewoon’ lid van een vereniging (Check) en je eet biologisch (Eh, nee). In Amerika behoort naar schatting 26% van de bevolking tot ‘de club’ en in Nederland is onderzoek gedaan waaruit bleek dat 1,6 miljoen Nederlanders cultural creative zijn. Naar verwachting groeiend naar zo’n 30%.

Ah, je bedoelt geitenwollen sokkerig?

Zéker niet. Cultural creatives zijn juist hartstikke hip en trendy. Ze hebben toevallig gewoon een duurzame levensstijl, staan stevig in de moderne wereld en leven bewust. Niet omdat dat moet volgens een of andere stroming of goeroe, maar omdat ze zich er goed bij voelen. Jouw bijdrage leveren aan het grotere geheel.

Nog wat criteria dan.

Graag reizenCheck!
Op zoek naar evenwichtAl een tijdje, check
Lezen graag boekenCheck
Stellen kwaliteit boven kwantiteitCheck

Hou maar op. Ik geloof het wel, ik behoor tot die groep. Ik blog actief, zowel hier als op WorldSupporter. Alleen die naam al… Ik heb een categorie Wereldburgerschap op deze blogsite. Interesse in internationale samenwerking en ontwikkelingssamenwerking. Was vroeger al bezig met mensenrechten, ging op stage naar Guatemala, ben altijd bezig met zelfontplooiing en talentontwikkeling. Volgens mij ben ik Mr. Cultural Creative himself. 😉

Of ik nu echt ‘cultuurcreatief’ ben…tja, dat weet ik niet zo goed. Jawel, ik schrijf en ik maak muziek, zeker. Ik ga graag naar concerten en theater. Maakt je dat al cultuurcreatief? Ik heb toch meer dat beeld van de stereotype kunstenaar voor me. Die wonen er ook flink wat in de wijk Belcrum, waar ik woon. Maar daar lijk ik dan weer niet op. En…ik hou van gadgets. Van materiële tech-zaken dus.

Is het nieuw om cultural creative te zijn?

Nee. Socioloog René Bekkers geeft aan dat de verschuiving van materieel naar non-materieel al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw (dus ook zo’n 60 jaar geleden nu) bezig is. Postmaterialisten richten zich al decennia op kwaliteit van leven boven bezittingen. Groot verschil tussen de cultural creatives en de postmaterialisten is dat de eerste groep niet alleen maar geeft aan het goede doel, maar ook zélf actief wil worden, vrijwilligerswerk wil doen, graag zélf die ander wil helpen.

Ah, dat herken ik dan wel weer. En met 10 projectjaren bij JoHo achter de rug (2005-2015) waarin we jongeren met subsidie stimuleerden internationale ervaring op te doen (JoHo Xplore, MillenniumDoen!) herken ik dat ook bij heel veel tieners, twintigers en dertigers van nu. Niet meer geld storten aan de grote ontwikkelingsorganisatie, maar zelf ook een bijdrage leveren, op pad naar een project ergens op de wereld. Het platform WorldSupporter ontstond uit die projectsubsidies en draait nog altijd.

Hokje(s)

Vinden cultural creatives het -net als ik- niet oervervelend om in een hokje te worden gestopt? Volgens het artikel niet. Ook al denken deze mensen niet vanuit een bepaalde stroming of filosofie, men vindt het wel prettig en praktisch om zich te (kunnen) verenigen. Om gezamenlijk projecten op te starten, platforms te benutten. Ergens bij willen horen is iets menselijks en het helpt je om persoonlijke doelen te realiseren. Mensen met dezelfde kernwaarden kunnen elkaar ontmoeten, ideeën uitwisselen, ervaringen delen. Zo’n hokje is dus wel prima, mits het iets oplevert.

Daar denk ik nog even over na.

Oeps.

Het tijdschrift GezondNU bleek niet meer zo van NU te zijn, maar van juni 2009. Dat is 11 jaar geleden. Dacht ik eindelijk eens ergens bij te horen, is die stroming ongetwijfeld al weer ‘uit’. Kent niemand de term cultural creative meer.

Of niet. Cultural creative zijn heeft volgens mij alles te maken met bepaalde kernwaarden. Respect voor een ander, de wil om elkaar te helpen, ontdekken, ontwikkelen…het zijn waarden die al honderden, zo niet duizenden, jaren meegaan. En in ieder geval dus al sinds de jaren zestig van de 20e eeuw weer aan een revival bezig zijn.

Ik blijf nog lekker even cultural creative, als je het niet erg vindt.

Ps

Toch nog even kijken of de initiatieven die in het artikel genoemd worden nu ook nog bestaan.

Stichting Cultural Creatives NederlandMwah. Nee geloof ik. Wel wat Google hits op die term, vooral rond 2008/2009 inderdaad, tot ongeveer 2011. Ik zie ook wat marketingbureautjes voorbij komen die de term hanteren.
Stoerevrouwen.nlNee. Domein is gereserveerd, maar niet actief. Ging destijds over eerlijke productie van producten die vrouwen aanspreken.
ClubRVUEen ideële marktplaats, interactief platform om te geven en ontvangen. Site is niet bereikbaar.
Internationale niet-winkeldag.Internationale protestdag tegen de Westerse consumptiecultuur. Gestart in 1992 vanuit Canada. In Nederland op de laatste zaterdag van november. Ook in 2019 gewoon georganiseerd!
NoppesSoort ruilhandelsysteem waarbij mensen hun talenten inzetten voor een ander (van ramen zemen tot gitaarles). Betaling verloopt via ‘noppen’. Volop actief zo te zien, in 2018 werd het 25-jarig jubileum gevierd!
FairConnectOrganisatie die biologische en fairtrade producten op de markt brengt. Consumenten kunnen actief meedenken en er is veel aandacht voor boeren en boerinnen uit ontwikkelingslanden. FairConnect geeft vooral hits rond 2008/2009. Directeur Maarten Rijninks zie ik wel weer terugkomen bij Fairvent, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en zeker ook nu nog actief.

Oftewel, een gelijke stand: 3-3. Drie initiatieven van toen ‘leven’ ook nu nog, in min of meer dezelfde duurzame vorm. Geen slechte score vind ik, na elf jaar.

Ik zet heel cultureel creatief mijn blogwerk bij WorldSupporter, werk bij JoHo, vrijwilligerswerk bij Muziekids en muzikale bijdragen bij OnCue en Tak&Band nog wel even voort.

Benieuwd wie van jullie ook gezellig in mijn hokje blijken te zitten.

Deel je ervaringen

  • Ben jij een cultural creative?
  • Kan je iets met dit soort sociologische groepstermen? Of vind je het allemaal maar marketinggeroep?
  • In hoeverre ben jij duurzaam actief, voel je je wereldburger of draag je maatschappelijk bij?
  • En…hoe noemen we de cultural creatives tegenwoordig dan?

Deel je gedachten via de reacties hieronder. Ik lees ze met respect 😉

Meer lezen

Het begrip wereldburgerschap fungeert niet zelden als een koepelbegrip dat competenties omvat uit actief burgerschap, mondiale vorming, maatschappijleer, educatie voor duurzame ontwikkeling, cultuureducatie, milieueducatie, mensenrechteneducatie, noord-zuid educatie, etc.

Uit: “Wat is Wereldburgerschap”
African women education development

Afhankelijk blijven van ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

Geschatte leestijd: 10 minuten.

“Moeten Afrikaanse landen niet meer zelf doen?” lees ik bijna aan het eind van een artikel in de Volkskrant. Het artikel gaat voornamelijk over Bill Gates, die vrijwel het hele vermogen van de Bill & Melinda Gates Foundation fonds wil gaan inzetten in de strijd tegen de coronapandemie. Ook al gaat het artikel vooral over de activiteiten van Gates, ook de achtergronden bij de vraag ‘Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?’ komen aan bod.

Achterover leunen en incasseren

Het is een vraag die regelmatig terugkeert in de discussies over wereldwijde evenwichtige groei en verdeling van de welvaart. Want, zo redeneert men, doordat allerlei donoren maar gul blijven geven, kunnen de Afrikaanse overheden achterover blijven leunen. Er is geen stimulans voor een langere termijnplanning als je ‘periodiek gewoon makkelijk cheques kunt incasseren die de grootste problemen in je land wel oplossen’.

Bill & Melinda Gates Foundation

‘De strijd tegen het coronavirus is vergelijkbaar met een wereldoorlog’, zo verklaarde Bill Gates recent in een interview met de Financial Times. Banen gaan verloren, mensen in de informele sector raken hun schaarse inkomsten kwijt, exportsectoren krijgen gigantische klappen. Gates redeneert dat het vinden van een vaccin tegen corona nu de allerhoogste prioriteit heeft. De kosten hiervan, de komende tijd mede gefinancierd door zijn fonds, vallen uiteindelijk in het niet bij de potentiële schade door een wereldwijde pandemie.

Door het verhuizen van zijn dollars van de strijd tegen aids, tuberculose en malaria naar de strijd tegen corona wordt er een financieel gat geslagen bij onder andere het Global Fund, de grootste financier van malaria-onderzoek. Dat is precies de kritiek van veel deskundigen: het financieren van onderzoek door één of enkele zeer rijke filantropen maakt dat onderzoek ook erg afhankelijk, niet echt democratisch. En er bestaat het risico dat zo’n filantroop met zijn geld de beleidskeuzes in armere landen wel érg sterk kan beïnvloeden.

Kúnnen Afrikaanse landen niet meer zelf doen?

De hulp die jarenlang geboden wordt, het onderzoek dat gefinancierd wordt: je kunt moeilijk zeggen dat dat níet goed is. Bill Gates bijvoorbeeld heeft er met zijn financiële steun voor gezorgd dat de strijd tegen allerlei ziektes gestaag vordert, dat er ongetwijfeld vele miljoenen levens zijn gered door betere of sneller beschikbaar gekomen vaccins. Die levens zijn -uiteraard- heel wat waard.

Tegelijkertijd maakt het Afrikaanse landen soms gemakzuchtig. Al in 2001 spraken Afrikaanse landen af dat ze minimaal 15% van hun jaarlijkse begrotingen gingen uitgeven aan gezondheidszorg. De meeste landen halen dat percentage nu nog steeds nauwelijks. Investeren dus veel minder in de gezondheidszorg gericht op hun inwoners, waardoor voorzieningen nog steeds niet of slecht beschikbaar zijn en minder mensen toegang hebben tot basisgezondheidszorg.

Ontwikkelingshulp, of meer zelf doen?

De Zambiaanse econome Dambisa Moyo schreef er in 2009 een boek over, ‘Doodlopende hulp’ (Dead Aid: Why Aid Is Not Working and How There Is a Better Way for Africa: Waarom Ontwikkelingshulp Niet Werkt, En Wat Er Wel Moet Gebeuren). Ook zij bepleit dat door de gulle vrijgevigheid van internationale doneren de Afrikaanse regeringen makkelijk achterover kunnen leunen. Het geld komt toch wel binnen, dus kunnen zij middels de alom bekende corruptiesystemen meer voor zichzelf achterover drukken. En hoeft er niet naar een structurele oplossing in eigen land of regio gezocht te worden.

Moyo claimt zelfs dat de ontwikkelingshulp contraproductief is geweest: juist dóór die hulp zijn veel Afrikaanse landen afhankelijker dan ooit. En landen die deze hulp structureel hebben geweigerd (o.a. Zuid-Afrika, Botswana) zijn verder in hun groei en welvaart dan landen die wel zijn meegegaan in de ontwikkelingsdollars. Volgens Moyo liggen de kansen veel meer in het ontwikkelen van een eigen private sector: op het gebied van microfinanciering en eigen ondernemerschap van Afrikanen. Ofwel kansen die zorgen voor nieuwe bedrijven, banen en inkomsten in de landen zelf.

Moyo is daarin wel genuanceerd. Er is bijvoorbeeld een duidelijk verschil tussen (structurele) ontwikkelingshulp en hulp bij humanitaire rampen. Dat laatste is een vorm van hulp die -waar ook ter wereld- altijd moet worden geboden: bij orkanen, aardbevingen, burgeroorlogen, tsunami’s, bij het mislukken van oogsten, bij vulkaanuitbarstingen, et cetera.

Hulpbehoevend imago in stand houden

Een ander aspect rondom ontwikkelingshulp dat Moyo in haar boeken aanstipt is dat veel donoren er belang bij hebben vooral de negatieve aspecten op het Afrikaanse continent te benoemen: ziektes, oorlogen, corruptie, et cetera. En dat ook structureel te doen, in woord én beeld. Door Afrika weg te zetten als continent dat het zelf keer op keer niet redt, door pech en wanbeleid, blijft de hulpindustrie immers noodzakelijk.

Moyo laat juist zien dat er ook een ander Afrika bestaat: dat van een continent met landen waarin veel met name jonge mensen steeds beter opgeleid zijn en zelf ondernemende bedrijven starten die zorgen voor steeds meer werkgelegenheid. Afrika is daarnaast enorm rijk aan natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. Natuurlijk is er nog veel werk te verzetten, beaamt ook Moyo, maar dat begint met nadenken over duurzame manieren om de economieën in Afrika te laten groeien en buitenlandse investeringen (in o.a. infrastructuur, telecommunicatie, grondstoffenwinning, toerisme, transport) toe te laten nemen. En níet met het bieden van nóg meer ontwikkelingshulp.

Zelf doen, of toch hulp aanvaarden: sector van vrijwilligerswerk en ‘charity’

Naast de discussie over hoe Afrika sneller tot ontwikkeling kan komen, wordt er sinds de tweede helft van de jaren ’10 van deze eeuw ook in Nederland weer een discussie gevoerd over het nut van ontwikkelingssamenwerking en het nut van vrijwilligerswerk in ontwikkelingslanden. Zijn al die hulporganisaties, internationale vrijwilligers en particuliere projectinitiatiefnemers nu essentieel om onderwerpen als ‘armoede’, ‘gezondheidszorg’, ‘landbouw’, ‘infrastructuur’ en ‘onderwijs’ aan te pakken? Of staan ze juist ontwikkeling in de weg, lopen al die goedbedoelende ontwikkelingswerkers en vrijwilligers de Afrikaanse ontwikkeling soms zelfs letterlijk in de weg?

Het is misschien op een andere, minder macro-economische, schaal maar je kunt dezelfde redenering toepassen: door het blijven bestaan van allerlei internationaal/lokaal gerunde weeshuizen, van projecten voor gezondheidszorg, fairtrade initiatieven en het bouwen van schooltjes wordt de lokale overheid ‘lui’, hoeft men het probleem niet zelf op te lossen. En door die ‘luiheid’ en niet acterende overheid benadrukken de initiatieven en vrijwilligersorganisaties dat ze duurzaam nodig zijn: zonder hen gebeurt er immers niets, krijgen mensen geen hulp, water, voldoende voeding, zwerven kinderen op straat en is er nauwelijks onderwijs.

Afschaffen dus, die weeshuizen, schooltjes, bomenplanters en waterputten-bouwers?

Stapsgewijze ontwikkeling en afbouw van een project

Ik merk dat de discussie ook hier in Nederland vaak hard en fel wordt gevoerd. De ‘ons geld wegdragende ontwikkelingshulp’, de contraproductieve ‘vrijwilligersindustrie’, de nadelen van ‘weeshuistoerisme’, die ‘hoogopgeleide brave westerse meisjes waarvan papa en mama vinden dat ze iets van de wereld moeten zien en zo nodig goed moeten doen’…het is allemaal in het leven geroepen uit oogpunt van ‘medelijden’ (‘pity’ noemt Moyo dat) en ‘zelfgenoegzaamheid’. “Kijk eens hoe goed werk wij doen, hoe hard onze hulp nodig is en hoe blij ze met ons zijn”. En helemaal absurd: er zou ook nog eens grof geld worden verdiend aan al die filantropie, dat vrijwilligerstoerisme en particulier initiatief, dat eigen ontwikkeling in Afrika in de weg staat.

Ik denk dat de oplossing iets meer in de nuance ligt. Ook hier is het geen ‘of dit, of dat’ verhaal. We moeten niet onmiddellijk stoppen met de hele ontwikkelingssamenwerking, we moeten niet acuut alle weeshuizen op de wereld stopzetten en het is ook niet zo dat vanaf morgen Afrika zichzelf wel redt en dat er niemand meer heen hoeft. Ook mensen als Dambisa Moyo benadrukken dat er niets mis is met individuele ‘charity’, liefdadigheid; de helft van de USA draait zelfs op liefdadigheid. Zo lang je er maar niet in gaat geloven dat die ontwikkelingshulp, liefdadigheid of dat vrijwilligerswerk de alles biedende eindoplossing is.

Op individueel niveau kan je zeker mensen beter op weg helpen: lokaal, in kleine praktische projecten. Waarbij je er voor zorgt dat de Afrikaanse mensen zelf het project runnen, eigenaar en leidend zijn (‘ownership’). Waarbij je nadenkt over de stapsgewijze afbouw van het hulpproject op de langere termijn: de kerndoelstelling moet zijn dat de projectdoelgroep uiteindelijk zichzelf kan redden. En waarbij je, na een zorgvuldig afscheid, de succesvolle projecten herhaalt op een andere locatie waar de ontwikkeling nog niet zover is.

Ontwikkkelingssamenwerking: van ‘waterputten slaan’ naar professioneel samenwerken

Dat geldt ook op de grotere schaal van de ontwikkelingshulp en de ‘Bill Gates’-achtige filantropie: zomaar ineens stoppen, als je dat al zou willen, dat gaat helemaal niet. Maar projecten en hulp zodanig inrichten dat het lokaal werkgelegenheid creëert en waarbij op de langere termijn een (lokale) overheid het werk kan overnemen, dát is wel duurzaam.

De grotere spelers in de sector ontwikkelingssamenwerking zijn natuurlijk ook niet gek: juist dát gebeurt al jaren, binnen veel van hun projecten. Lokaal eigenaarschap, inzetten op microfinanciering, renteloze leningen, eerlijke handel, eigen productie, lokale werkgelegenheid, gendergelijkheid: het zijn thema’s die al lang worden toegepast.

Direct stoppen met ontwikkelingshulp: accepteren we dan ook de gevolgen?

Het zomaar ineens stoppen met ontwikkelingshulp, filantropie, internationaal vrijwilligerswerk: het zou enorme en directe gevolgen hebben, het zou zoveel extra slachtoffers opleveren. Mensen die pleiten voor het rigoureus stopzetten van iedere vorm van hulp (want: ‘ze moeten het zelf maar doen’, of: ‘het helpt toch niet’) gaan gemakshalve even volledig voorbij aan de negatieve korte termijn effecten van dat stopzetten. Maak je vervolgens de verhalen van de gevolgen van die keuze individueel inzichtelijk (‘het overlijden van persoon x, y of z’, ‘een specifiek dorp dat zonder drinkwater komt te zitten’, ‘honderd gezinnen die zonder inkomsten komen te zitten’), dan is opeens niemand er meer voor en is het ‘iets dat we te allen tijde moeten voorkomen’. Natuurlijk, want zomaar rücksichtslos stoppen kán helemaal niet.

Veranderen via de weg van de geleidelijkheid

De weg naar een zelfstandig opererend Afrika zou naar mijn mening veel geleidelijker moeten gaan. Het stapsgewijs opbouwen van investeringen in Afrikaanse sectoren, met verschillende partners verdeeld over de wereld (Europa, China, India, Japan, Brazilië, VS). Het eerlijker maken van de handel in grondstoffen, zodat Afrikaanse boeren en de bijbehorende logistiek een eerlijke kans krijgen in die wereldhandel. Het verder ontwikkelen van het toerisme in Afrikaanse landen, met de nadruk op verstandig gebruik van nationale parken en kustgebieden. En tegelijkertijd het stapsgewijs, haast als communicerende vaten, afbouwen van de hulp die in die sectoren wordt geboden. De ontwikkelingshulp concentreren op die thema’s waar zakelijker investeringen nog niet mogelijk zijn of gewoon nooit rendabel te maken zijn. En het eveneens stapsgewijs oplossen van de schuldenproblematiek, de rente- en aflossingsverplichtingen over eerder aangegane leningen van Afrikaanse landen bij Westerse of Aziatische financierders. Waar kan gekoppeld aan voorwaarden over mensenrechten en behoorlijk bestuur.

Ja, dat duurt vele jaren langer, maar juist in de genuanceerde aanpak ligt de duurzame oplossing. Zonder desastreuze korte termijn effecten.

Twee nuances nog.

ÉÉN AFRIKA BESTAAT NIET

Net zoals in Europa laten we zeggen ‘Duitsland’ en ‘Spanje’ niet vergelijkbaar zijn, zijn er uiteraard ook vele grote verschillen te zien tussen landen op het Afrikaanse continent. “De situatie in Afrika” oplossen is dus ook een oplossing met vele gezichten. Het ene Afrikaanse land is al veel verder in ontwikkeling dan het andere, de economieën zijn niet vergelijkbaar, landen kennen verschillende groeicijfers en verschillende problematieken. Dat vraagt dus ook om nuance en verschillende strategieën.

DRAAGVLAK HIER VOOR VERANDERING DAAR

Een wereldwijd eerlijker handelssysteem is noodzakelijk om Afrika ook een eerlijke kans te bieden écht onderdeel te worden van die wereldhandel. Dat betekent dus ook dat de spelers die momenteel die wereldeconomie beheersen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Dat we anders omgaan met onze eigen belangen, onze eigen maatstaven en gewenste welvaartsniveau. En daar is op individueel niveau draagvlak voor nodig. Als maar genoeg bedrijven, regeringen, ngo’s, politici en uiteindelijk burgers die eerlijke(r) verdeling voor ogen krijgen, dan ontstaat die eerlijke kans (bijna) vanzelf.

Maar voor dat draagvlak is wel nodig dat mensen kennis en ervaring opdoen. Met eigen ogen kunnen zien wat er speelt, hoe de situatie in “Afrika” is en wáárom het belangrijk is dat daar wat aan verandert. Vrijwilligerswerk in het buitenland, reizen, particulier initiatief, stages in ontwikkelingslanden: het is daarbij een van de (vele) instrumenten om ‘de ogen open te laten gaan’. Pas als mensen het zélf zien en ervaren komt er (vaak, niet altijd) verandering in denken en doen. Mensen nemen die ervaringen mee naar huis, praten er over, dragen hun kennis over op hun directe sociale omgeving.

Misschien is die ontwikkelingshulp, ‘charity’ en dat vrijwilligerstoerisme uiteindelijk niet eens zozeer bedoeld om ‘die ander te helpen’, maar vooral om ‘onszelf op te voeden’. Stap voor stap internationale vaardigheden en competenties opdoen, om steeds meer ‘wereldburger’ te worden, naast ons Nederlanderschap en onze deelname aan de EU.

Zodat we eindelijk gaan realiseren dat eerst wíj moeten veranderen, voordat die ander kán veranderen.

Dus ja.

Afrikaanse landen kúnnen -en willen- best meer zelf doen. Maar om dat écht te kunnen, zullen we met nuance moeten handelen. En zullen ook eerst wij -als niet-Afrikaanse landen- moeten veranderen.

Als Afrika erin slaagt de inhaalslag te maken, is het economische potentieel enorm en kan men dezelfde ontwikkeling bewerkstelligen als bijvoorbeeld Brazilië en Indonesië decennia geleden hebben gedaan. Vrede, veiligheid en goed bestuur zijn echter noodzakelijke voorwaarden, maar ook hulp vanuit het buitenland en schuldverlichting zijn nodig.

Het economisch potentieel van Sub-Sahara Afrika, Rita Bhageloe-Datadin (2008)

Deel je ervaringen

  • Heb jij ideeën over en/of ervaring met ontwikkelingshulp of internationaal vrijwilligerswerk? Wat draagt het bij, of juist niet? En welke veranderingen zijn nodig om de projectlanden nog meer de regie te kunnen laten voeren over de hulp die geboden wordt?
  • Geloof je meer in de kracht van hulp op regeringsniveau, in het werk van ontwikkelingsorganisaties of juist in het nut van kleinschalige particuliere projecten? En is het ‘óf óf’, of juist ‘en en’?

Deel je ideeën via de reacties hieronder.

Meer lezen

Direct aanleiding voor dit bericht: Bill Gates zet nu al zijn miljarden op corona (Volkskrant 27-04-2020, Mark Schenkel)

Kijk ook eens op het platform WorldSupporter voor posts van mensen die willen bijdragen aan ontwikkeling in de wereld, of bij OneWorld voor achtergronden bij de ontwikkelingen.

Dorpsschool met Afrikaanse kinderen

Oh? Helpt ontwikkelingssamenwerking dan?

Geschatte leestijd: 9 minuten.

Ontwikkelingssamenwerking? “Weggegooid geld!” “Het gaat allemaal in de zakken van die bureaucratische regeringsleiders”. “Geen cent meer aan geven, hou dat geld maar eens in Nederland, daar is nog genoeg armoede”. “Budget voor ontwikkelingssamenwerking? Snel omlaag brengen.”

Enerzijds zijn begrippen als “duurzaamheid” en “maatschappelijke betrokkenheid” hip, anderzijds zien veel ontwikkelingsorganisaties de steun voor wat ze doen afnemen. Uit een onderzoek in 2016 bleek dat ruim 70 procent van de Nederlanders nog nooit had gehoord van de SDG’s (duurzame ontwikkelingsdoelen), de afspraken die 193 landen, waaronder Nederland, in 2015 hebben gemaakt om armoede en klimaatverandering aan te pakken.

Het ‘verhaal’ van de ontwikkelingsorganisaties is lastig en niet populair. Thema’s als “migratie” en “vluchtelingenproblematiek” dragen er niet aan bij. De problemen in Nederland rondom onderwijs en zorg zorgen er ook voor dat veel Nederlanders kiezen voor “Nederland eerst”. Ook al blijven Nederlanders vrijgevig, de giften voor internationale samenwerking dalen. Zo ook het aantal donateurs van ontwikkelingsorganisaties, al is dat een trend bij bijna álle Nederlandse organisaties die werken met donateurs. De Nederlander is kritisch, maar wil tegelijkertijd wel betrokken zijn bij wat er in de wereld gebeurt. Het lijkt er op dat er een verschuiving gaande is van ‘storten aan de grote organisatie’ naar ‘betrokken raken bij het kleinere goede doel’. Steeds meer mensen zetten zelf een project op, of worden vrijwilliger bij een bestaand initiatief.

Wat vind jij?

Hoe zie jij dit? Wat vind jij van ontwikkelingssamenwerking? Ben je zelf betrokken bij een mondiaal project?
Ik ben nieuwsgierig hoe jij hierover denkt; gebruik de reacties onderaan dit bericht.

Partin en Partos

Hoe wordt het ‘verhaal van ontwikkelingssamenwerking’ weer ‘hip’? Er zijn in de Nederlandse wereld van ontwikkelingssamenwerking twee grote spelers, naast de overheid:

  1. de ontwikkelingsorganisaties, ofwel het ‘maatschappelijk middenveld’ c.q. de ngo’s (non-gouvernementele organisaties), verenigd in Partos
  2. de particuliere initiatiefnemers, ofwel de burgers die op kleine of grotere schaal zélf willen bijdragen, verenigd in Partin

Beide soorten organisaties hebben door hun communicatie impact op de beeldvorming rondom ontwikkelingssamenwerking, internationale samenwerking en wereldburgerschap. Maar de organisaties hebben ook mede ‘schuld’ aan een vaak negatief beeld bij het grote publiek over de resultaten die worden geboekt op het terrein van ontwikkelingssamenwerking.

Wat vind jij?

Was jij al bekend met Partin en Partos? Welke ‘verhalen’ zie jij wel eens voorbij komen in de media?
Ik ben nieuwsgierig hoe jij hierover denkt; gebruik de reacties onderaan dit bericht.

De nuance ontbreekt wederom

Ik hou van nuances. Er zitten nu eenmaal vaak, of altijd, meerdere kanten aan een verhaal. In de ontwikkelingssamenwerking belichten media vaak met name dat wat er fout gaat, wat er mis is of mis gaat, bureaucratie in landen die via ontwikkelingssamenwerking geld ontvangen, inefficiëntie wanneer meerdere hulporganisaties in hetzelfde gebied actief zijn, enzovoort.

Maar het ontbreken van nuance komt ook voort uit de communicatie van de ontwikkelingsorganisaties zélf. Zij belichten in hun uitgaande communicatie (de reclamespotjes, advertenties, campagnes) vaak de ‘hulpvraag’, dat wat er beter moet. En niet dat wat al goed gaat, of dat wat beter gaat juist door de interventie van de ontwikkelingsorganisatie. Uitgaande communicatie is vaak bedoeld om nieuwe donaties, fondsen en financiering te regelen en dan is het vaak slimmer om ‘het probleem’ te schetsen dan een reeds bereikt resultaat.

Gevolg is dus wel dat de nadruk niet vaak bij positieve zaken ligt. Wat zou er gebeuren als de communicatie zich juist richt op de resultaten die worden behaald? Op bijvoorbeeld de bredere vooruitgang in ontwikkelingslanden, het feit dat de extreme armoede daalt, de kindersterfte daalt, 9 van de 10 mensen inmiddels schoon water heeft?

Het idee dat hierdoor ontstaat, namelijk dat er ondanks alle donaties en fondsen weinig vooruitgang is, is de grootste barrière voor steun aan ontwikkelingsorganisaties. De vaste donateur, hij of zij die al betrokken is, wordt via jaarverslagen en nieuwsbrieven wél geïnformeerd over mooie verhalen. Maar het grote publiek niet. ‘Ontwikkelingssamenwerking is zinloos’ dreigt dan het beeld te worden, we geven allemaal wel maar het draagt niet substantieel bij, mensen worden alleen maar armer. Maar dat is dus niet waar. 

Wat vind jij?

Welke boodschappen van ontwikkelingsorganisaties of -projecten zie jij wel eens voorbij komen in de diverse media? Wat is de toon van die verhalen?
Ik ben nieuwsgierig hoe jij hierover denkt; gebruik de reacties onderaan dit bericht.

Framing en de impact van positieve verhalen

World’s Best News (WBN) zendt sinds begin 2016 positieve boodschappen over ontwikkelingssamenwerking uit. Boodschappen over afnemende kindersterfte, dalende aantal slachtoffers van malaria en toenemende aantallen mensen die toegang krijgen tot schoon water. In 2019 is WBN opgegaan in World in Progress: constructieve communicatie over langlopende ontwikkelingen en trends rondom een rechtvaardige wereld. Ook ondersteunt World in Progress ontwikkelingsorganisaties om hun achterban in te lichten over de immense vooruitgang die in het kader van de Sustainable Development Goals (SDGs) wordt bereikt. Hoe breng je realistische beelden en verhalen over ontwikkelingssamenwerking naar buiten? Hoe ga je écht het gesprek aan met doelgroepen en hoe bereik je engagement? Wat is de impact van het naar buiten brengen van ‘verhalen’ rondom gevoelige thema’s?

Wat vind jij?

Hoe zou jij betrokken willen worden bij ontwikkelingsorganisaties? Welke verhalen zou jij wel en niet willen horen als het gaat om mondiaal beleid en concrete doelen van concrete projecten in ontwikkelingslanden? Wat wil jij horen over de sustainable development goals?
Ik ben nieuwsgierig hoe jij hierover denkt; gebruik de reacties onderaan dit bericht.

Het Particulier Initiatief: hoge gunfactor bij het Nederlands publiek

Nederlandse donateurs verkiezen kleine goede doelen boven grote organisaties. Dit blijkt uit een eerste analyse van de resultaten van de 2020 Donatietest van het CBF, de Toezichthouder Goede Doelen: 68% verkiest een klein doel boven een grootschalige organisatie. 

  • Voor alle respondenten staat gezondheid (24%) op nummer één, gevolgd door Internationale Hulp en Mensenrechten (21%) en Dieren en Welzijn (beide 18%).
  • Het liefst ziet men dat het geld in Afrika besteed wordt (31%). Europa staat op de tweede plaats (20%). Azië maakt de top-3 compleet, met een percentage van 15%.
  • Uit een onderzoek in 2017 onder 800 PI’s (particuliere initatiefnemers) blijkt dat bijna 17% actief is in Kenia, gevolgd door India (ruim 10%) en Uganda (ruim 9%), Ghana (ruim 8%) en Indonesië (een kleine 8%)

De kracht van die kleine goede doelen, ofwel het Particulier Initiatief, is de directe betrokkenheid van de burgers. Juist die betrokkenheid zorgt voor een verbinding onder mensen wereldwijd. Burgers die vrij direct andere burgers elders op de wereld steunen, zelfredzaamheid promoten, maatschappelijke veranderingen stimuleren, en in dat proces samenwerking zoeken met andere partijen in ontwikkelingssamenwerking. Het internationale contact is vaak heel direct en lokaal.

Wie zijn die particuliere initiatiefnemers?

Uit het 2017 onderzoek onder 800 initatiefnemers komen de volgende statisitieken:

  • De gemiddelde leeftijd van mensen in PI’s is 53 jaar.
  • Er zijn evenveel mannen als vrouwen actief in PI’s.
  • Gemiddeld hebben de organisaties 50.500 Euro per jaar te besteden.
  • In 94% van de PI’s werkt iedereen vrijwillig.
  • De meeste PI’s hebben 5 mensen die actief betrokken zijn bij de organisatie.
  • Voor bijna de helft van de onderzochte PI’s zijn giften van particuliere donateurs de belangrijkste bron van inkomsten, gevolgd door vermogensfondsen.
  • Kinderen ontvangen de meeste steun van PI’s, gevolgd door jongeren, vrouwen en kinderen.
  • De belangrijkste aanleiding om een PI te starten is een reis naar het betreffende land
  • De thema’s waar PI’s vooral in investeren zijn onderwijs en gezondheidszorg.

De schattingen van het totale aantal Particuliere Initiatiefnemers lopen nogal uiteen. Er is een grote versnippering te zien van initiatieven over de hele wereld, de initiatieven en projecten zijn soms zo kleinschalig dat ze nergens worden ‘aangemeld’ en lang niet alle initiatiefnemers zijn deel van Partin, CBF of schrijven zich in bij de Kamer van Koophandel. Een voorzichtige schatting stelt dat er tussen de 1200 en 1500 initiatieven zijn ingeschreven bij KvK als ANBI (Belastingdienst). Daaromheen zit een veel grotere schil van enkele duizenden losse initiatieven.

Die versnippering zorgt er ook voor dat er geen algehele resultaten van al die initiatieven bekend zijn. Partin zorgt met de website Kleinegoededoelen.nl voor het optekenen van ‘Wereldverhalen’ uit deze projecten, waarin resultaten en positieve boodschappen aan bod komen, maar ook de valkuilen en mislukkingen worden benoemd. Er kan worden gezocht op land, thema en doelgroep.

Wat vind jij?

Ken jij zelf mensen die betrokken zijn bij een ontwikkelingsproject? Of ben je zelf misschien betrokken? Op welke manier(en) steun jij ontwikkelingen buiten Nederland?
Ik ben nieuwsgierig hoe jij hierover denkt; gebruik de reacties onderaan dit bericht.

Spotlight: Tess Unlimited, verbeteren van levensomstandigheden van kinderen in Guatemala geboren met schisis

Ik heb een zwak voor het land Guatemala. Dat komt, ik was zo’n vijf maanden in Guatemala in 1995. Ik liep er destijds stage voor mijn NHTV opleiding. Een stage bij INGUAT, de nationale overheidsorganisatie die er alles op het gebied van toerisme regelt. Tijdens die stage is er hard gewerkt, maar heb ik ook veel van het land en omringende landen als Belize, Honduras en El Salvador kunnen zien. Een collega Alfredo, cultureel antropoloog, vertelde me veel over de roerige geschiedenis van het land en de voortdurende onderdrukking van de Maya bevolking.

Sindsdien volg ik de ontwikkelingen in Guatemala. Ook vind ik het leuk activiteiten van Nederlanders in Guatemala te volgen. In het bijzonder één particulier initiatief is me bijgebleven en blijf ik periodiek volgen: de initiatieven van Tessa de Goede met Tess Unlimited. Tessa heeft een stichting opgericht voor het verbeteren van de levensomstandigheden van kinderen in Guatemala geboren met schisis. Ook bij Tessa was een backpackreis door Zuid-Amerika en een verblijf in Guatemala om Spaans te leren aanleiding voor haar uiteindelijke levensdoel. Tijdens de taalcursus deed ze vrijwilligerswerk in een ziekenhuis met kindjes die geboren waren met schisis. Er was in Guatemala geen enkele instantie die deze kinderen hielp. Na terugkeer in Nederland startte Tessa in 2008 de stichting en emigreerde ze naar Guatemala.

Communicatie op resultaten

Iets dat Tess Unlimited in mijn ogen heel goed doet, is het heel direct en veelvuldig communiceren van resultaten. Lezers en donateurs worden op diverse manieren gewezen op de resultaten van de verschillende activiteiten en projecten. Ik zie, via het hoofdmenu-item “Resultaten”, doorlopende tellers die onder andere registreren:

  • 2163 kinderen geopereerd
  • 75 operatieweken georganiseerd
  • 1910 kinderen op gewicht gebracht via het melkproject
  • 9076 logopediesessies en 1496 psychologiesessies gegeven
  • 160 tandartspatiënten geholpen

De tellers zijn behoorlijk up-to-date (een verloop van slechts 2-3 maanden) én worden bijgewerkt. Dat levert de stichting ongetwijfeld extra werk op om dat allemaal bij te houden, maar geeft je als lezer sterk inzicht en creëert een gevoel van betrokkenheid, “ze weten daar heel goed wát ze doen, voor wie en met welk resultaat”. Daarnaast is natuurlijk ook het meest recente jaarverslag online te vinden, maar dat is ‘slechts’ een -natuurlijk relevante- terugblik op wat al gedaan is. Ook het jaarverslag is geschreven rondom resultaten van de diverse projecten.

Wat vind jij?

Heb jij, net als ik, zo’n “zwak” voor een bepaald land op de wereld? En zo ja, welk land en waarom? Volg jij ook projecten in die landen? Op welke manier communiceren zij over hun resultaten? En op welke manier(en) betrekken ze Nederlanders bij hun werk? Ben je zelf actiever betrokken?
Ik ben nieuwsgierig hoe jij hierover denkt; gebruik de reacties onderaan dit bericht.

Deel je ervaringen

Ik heb nog geen goed antwoord op de vraag hoe we Nederlanders weer meer betrokken kunnen maken bij ontwikkelingssamenwerking. Ik geloof wel in het ‘zelf doen’, in het particulier initiatief, maar vind ook dat wielen nog vaak opnieuw worden uitgevonden. Mensen stappen te vaak nog eerst in al die valkuilen, met alle gevolgen van dien, voordat projecten zakelijker worden ingericht en er wordt nagedacht over lokale betrokkenheid, lokaal eigenaarschap, doelen, betrekken van vrijwilligers en donateurs, etc.

Het is goed dat een organisatie als Partin bestaat, zodat in ieder geval een deel van de initiatiefnemers elkaar leert kennen en van elkaar kan leren. Maar ik denk dat er nog relatief weinig ‘verbinding’ wordt gemaakt, los van een jaarlijkse “dag”, het beschikbaar stellen van Toolkits en het optekenen van verhalen. Maar ik kan er ook naast zitten.

Ik denk dat de oplossing van de framing van ontwikkelingssamenwerking vooral zit in het zenden van positieve boodschappen over behaalde resultaten. Gecombineerd met het verhaal dat “we er nog lang niet zijn” en dat er continu nieuwe doelen worden gesteld. Nieuwe betrokkenheid dus nodig is. Daarnaast geloof ik in een mix van het werk van de wat meer traditionele, grotere, ontwikkelingsorganisaties en de vele duizenden kleinere particuliere initiatieven. Wat zou het mooi zijn als die elkaar wat meer kunnen vinden en onderling kennis kunnen -en durven- overdragen. Geen concurrentie, maar samenwerking!

  • Ik ben benieuwd naar jouw antwoorden op de vragen die ik je in dit blog heb gesteld. Deel ze via de reacties hieronder!
  • Hoe denk jij dat de grotere organisaties en kleinere initiatieven van elkaar kunnen leren? En welke ‘instrumenten’ zijn daar voor nodig?
  • Heb jij een mooi verhaal van een goed resultaat dat is geboekt in een project ergens op de wereld? En wil je dat delen?

Gebruik de reactiemogelijkheid hieronder.

Meer lezen

  • Benieuwd naar genuanceerde communicatie over vooruitgang en mislukkingen? Bekijk Oneworld eens, of neem er een nieuwsbrief-abonnement voor periodieke mailings. OneWorld.nl is met 2 miljoen unieke bezoekers per jaar de grootste Nederlandse journalistieke website voor een eerlijke, duurzame wereld. Je kunt ook abonnee worden, het print magazine verschijnt tien keer per jaar.
  • Nieuwsgierig geworden naar positieve verhalen over ontwikkelingssamenwerking? Bezoek World in Progress online en meld je aan voor de nieuwsbrief.
  • Wil je meer inzicht in Particuliere Initiatiefnemers? De resultaten van het onderzoek in 2017 vind je op Private Development Initiatives – Unfold.
  • Zelf een project starten? Gebruik de keuzehulp van JoHo, met veel praktische tips en checklists.
    • Maak ook gebruik van de Toolkits van Partin en kijk eens bij Hulp & Tips Wilde Ganzen.
    • Deel je concrete ervaringen en praktische tips via het platform WorldSupporter met anderen die willen leren en bijdragen.
  • Bijdragen als vrijwilliger in projecten van anderen, wereldwijd? JoHo heeft uitgebreide keuzehulp en organisatieprofielen van projecten wereldwijd.
  • Meer lezen over ontwikkelingssamenwerking in het algemeen? Naast Oneworld is ook Vice Versa is het journalistieke platform over mondiale vraagstukken.