Geschatte leestijd: 8 minuten.

Nou, ‘iemand’, liever gezegd, ik wil je graag aan ‘iets’ voorstellen. In de boeken van Anna Raymann (zie ‘Meer lezen’) wordt hij het pijnmonster genoemd. Maar ik las deze week een bericht waarin dat monster geen monster blijkt te zijn, maar een knop. Een simpele draaiknop zou bij mij en miljoenen andere mensen voor al die pijn kunnen zorgen. Pijn, die zich uiteindelijk ontwikkeld tot chronische pijn. Die draaiknop heeft uiteraard een wetenschappelijke naam…maak kennis met…SCN9A! Ofwel: in hoeverre is pijnbeleving genetisch bepaald?

Maar eerst nog even terug naar de basis.

Want, wat was chronische pijn ook alweer?

Chronische pijn verwijst naar pijn die langer dan drie maanden aanhoudt, of die gedurende maanden en jaren terugkeert, of pijn die langer dan een maand aanhoudt na een genezen letsel of ziekte welke de oorzaak was van de pijn. Chronische pijn heeft meestal zijn waarschuwingsfunctie verloren.

Enerzijds is er dus ‘pijn’, ook wel ‘acute pijn’, met de waarschuwende functie (je hand verbranden aan een warme kachel). Veelal kortdurende pijn, na een letsel of ziekte. Anderzijds is er dus ‘chronische pijn’, die langer aanhoudt en vaak niet meer in relatie staat tot een letsel of ziekte.

De chronische pijn is er wel degelijk en wordt ook waargenomen, beleefd. Twijfel je daar aan, dan gaan we eens een paar dagen wisselen: ik jouw lijf, jij het mijne. Alleen, de pijn staat niet (meer) in relatie tot een eerder letsel of eerdere ziekte.

De mate waarin we pijn ervaren, verschilt van mens tot mens. Naast de fysieke pijnprikkel, blijkt uit onderzoek dat ook genetische en omgevingsgerelateerde redenen van invloed zijn op de pijn beleving.

Pijngenen: in hoeverre is pijnbeleving genetisch bepaald?

Er bestaat zoiets als ‘pijngenen’. Dit zijn specifieke genen die de pijnsensoren beïnvloeden en stimuleren en vervolgens ook een bepaalde beleving van pijn teweeg brengen. Deze genetische factoren beïnvloeden de perceptie van fysieke pijn en versterken daarmee ook het idee dat pijn een fysieke reactie is.

Even een klein uitstapje naar de uitleg van hoe pijnsignalen worden ‘gevoeld’…

When we feel pain, such as when we touch a hot stove, sensory receptors in our skin send a message via nerve fibres (A-delta fibres and C fibres) to the spinal cord and brainstem and then onto the brain where the sensation of pain is registered, the information is processed and the pain is perceived. The gate theory says that as these pain messages come into the spinal cord and the central nervous system (before they even get to the brain), they can be amplified, turned down or even blocked out.

De claim van meerdere onderzoekers, zoals de verderop in dit artikel aangehaalde onderzoeker Geoffrey Woods, is dat er genen zijn, ‘pijngenen’, die die versterking, afzwakking of zelfs blokkade van de pijnsignalen beïnvloeden.

Omgaan met pijn

Pijn is dus vooral een fysieke reactie. Aan de andere kant wordt de manier waaróp je met pijn omgaat, beïnvloed vanuit de omgeving. Dat betekent dat 1. cultuur, 2. ervaringen uit het verleden en 3. ook je gemoedstoestand een belangrijke rol in de pijnervaring vervullen. Verschillende studies suggereren dat het menselijk brein emotionele pijn exact zo interpreteert als fysieke pijn. Zowel emotionele pijn als fysieke pijn ‘bewandelen’ dezelfde zenuwroute en bloedpatronen in de hersenen.

1. Cultuur en pijnbeleving

Ook cultuur is van invloed op pijnbeleving. Anouchka Desmet (kinderverpleegkundige): “Pijn is een soort emotie, gebaseerd op chemische processen, maar gekleurd door hoe pijn binnen de cultuur gezien wordt. Russische turnsters zullen bijvoorbeeld doorgaan ook al hebben ze gebroken tenen. Ze moeten aan bepaalde verwachtingen voldoen. Bij Chinese kinderen zie je dat ook. De kinderen leren van kleins af aan dat pijn bijkomstig is. Dat zie je vooral in culturen waar overleving van primordiaal belang is. Als iemand er iets breekt, is de reactie dat het wel pijn doet, maar dat ze al erger meemaakten.”

Anouchka schreef een publicatie ‘Hoe cultuur de pijnbeleving van kinderen bepaalt’. Een 2012 uitgave van de Vlaamse Pijnliga besteedde er aandacht aan:

2. Ervaringen uit het verleden

Als je bijvoorbeeld op jonge leeftijd bent blootgesteld aan pijn, zoals een kleine operatie -een hechting zonder verdoving bijvoorbeeld-, zou dit de pijngevoeligheid de rest van je leven kunnen sturen; zelfs als je al stukken ouder bent. Daarmee wordt pijn dus niet alleen een fysieke gewaarwording maar ook een gevoel: een emotionele toestand gekoppeld aan herinneringen.

3. Gemoedstoestand

Als het brein ervan overtuigd is dat er gevaar dreigt, wordt pijn ervaren, ook als er feitelijk géén schade is in het lichaam.  Dit kan bewust of onbewust, angst veroorzaken. Deze angst kan weer leiden tot een gevoel van bijvoorbeeld machteloosheid, kwetsbaarheid of boosheid. Door de gedachten en overtuigingen hierover ontstaat weer extra stress en hierdoor wordt de pijn weer erger wordt. Uiteindelijk kan er een ‘knop’ omgaan om het voelen en het denken te vermijden. Dit gebeurt veelal onbewust. Het gevolg is dat men maar doorgaat, vaak niet wetende dat men daardoor alle grenzen overschrijdt. De pijn uit de weg gaan is dan het enige wat nog prioriteit heeft. 

SCN9A?

Het gen genaamd SCN9A bepaalt grotendeels hoe gevoelig je voor pijn bent. Wetenschappers ontdekten vier plekken op het SCN9A-gen die bepalen of je veel of juist weinig pijn voelt. Als pijnregelaar werkt SCN9A een beetje als een draaiknop die in enkele pijngevoeligheidsstanden kan staan: staat hij laag ingesteld, dan voel je minder pijn. Wanneer de knop hoog staat voel je meer pijn.

Het gen SCN9A speelt ook een rol bij mensen die niet of nauwelijks pijn kunnen voelen. Dat klinkt een chronisch pijnpatiënt als mij als muziek in de oren, maar geen pijn voelen is natuurlijk verre van handig als je even terugdenkt aan de oorspronkelijke alarmfunctie van het pijnsignaal. Wereldwijd zijn er enkele tientallen mensen, voor zover bekend, die geen pijn kunnen voelen (CIP; Congenital insensitivity to pain, ofwel aangeboren ongevoeligheid voor pijn). Zo was er een familie in Pakistan waarin zes broertjes allen geen pijn konden voelen; genetisch bepaald dus, door een afwijking in het SCN9A-gen.

Hoofd onderzoeker Geoffrey Woods en zijn collega’s testten in totaal 1277 mensen. Sommige daarvan hadden pijn door een bepaalde ziekte, zoals artrose of een ischias, anderen hadden helemaal geen pijnklachten. In het onderzoek werd pijnbeleving gemeten én werd bij iedereen het SCN9-A gen onderzocht. Er bleek een verband te zijn tussen hoeveel pijn je in het onderzoek ervaarde en welke variant van het gen je bezat. Zo’n 10 procent van de proefpersonen had een genvariant die hen gevoeliger maakt dan mensen die de ‘normale’, meest voorkomende genvariant hebben. Bij deze 10 procent stond de ‘draaiknop’ te hoog afgesteld, waardoor deze mensen méér pijn voelden c.q. beleefden.

De medische uitleg is dat de erfelijke afwijking in het gen leidt tot een afwijkend natriumkanaal (zoutkanaal). Zulke kanalen spelen een belangrijke rol in zenuwcellen die pijnsignalen overbrengen van waar de pijnprikkel plaatsvindt (bijvoorbeeld de huid als je in je vinger snijdt) naar het zenuwstelsel waardoor je de pijnprikkel vervolgens kunt waarnemen. Het afwijkende gen leidt tot een verhoogde prikkelbaarheid van de zenuwen.

Wat gebeurde er tussen 2010 en 2020?

Het onderzoek dat mij op het spoor zette van SCN9A werd in 2010 veelbelovend gepresenteerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Ik vond er bij Nemo-Kennislink een artikel over. Door het vinden van deze draaiknop, dit gen, zou wellicht specifiekere pijnbestrijding mogelijk worden, als de pijnknop met bijvoorbeeld medicatie handmatig anders afgesteld zou kunnen worden. Onder andere medicijnfabrikant Pfizer had meebetaald aan het onderzoek.

Maar na 2010 wordt het…akelig stil.

Was dit daadwerkelijk een doorbraak geweest op het gebied van chronische pijn-bestrijding dan hadden we er natuurlijk al véél meer over gehoord en was mijn pijnissue waarschijnlijk niet geworden tot wat het nu geworden is. Maar ik vraag me dan toch altijd af waarom dit gen tóch niet de draaiknop tot succes bleek te zijn.

Wel zie ik in artikelen na 2010 het gen nog benoemd worden bij één specifiek ziektebeeld dat leidt tot chronische pijn, namelijk DVN ofwel Dunne Vezel Neuropathie (neuropathie is een verzameling aandoeningen als gevolg van het niet goed functioneren van zenuwen, vaak met pijn gepaard).

Een paar uitzonderingen nog…

…hoe meer ik in het hele wereld wijde web ga zoeken, hoe meer ik vind over ‘pain genetics’…

Uit 2018 vind ik nog een publicatie in Pain Medicine die ingaat op onze gen-vriend. En nog wel een die de link lijkt te leggen tussen SCN9A en ‘patients with chronic pain from Disc Herniation’, ofwel een hernia in de tussenwervelschijven.

Hey, that’s me!

Maar helaas, dat artikel is zo voor de innercrowd-medici geschreven dat ik er weinig chocola van kan maken.

Daarnaast zet Google me op het spoor van een familie in Italië. Een artikel uit 2017 vertelt over wetenschappers van het University College in London. Zij hebben ontdekt hoe het kan dat leden van de Italiaanse familie Masili niet of nauwelijks pijn voelen. De familie Masili blijkt een gen, aangeduid met de naam ZFHX2, te missen. Onduidelijk is nog of het verwijderden van het gen bij mensen die chronische pijn hebben, zal helpen. Maar ook hier waren de eerste tests op muizen ‘veelbelovend’.

Ga je op Youtube zoeken op termen als ‘pain and genetics’ dan komen er toch behoorlijk wat ‘experts’ bovendrijven die zich bezig houden met onderzoek naar de invloed van genen op pijnperceptie. En neemt (helaas) ook het aantal genen dat van invloed zou zijn op de pijnbeleving toe. Haast iedere pijnspecialist die actief publiceert lijkt onderzoek te doen naar de invloed van genetica op pijnbeleving, haast iedere onderzoeker komt met een ander gen dat een rol zou kunnen spelen. Ik vraag me dan altijd af ‘Wie coördineert er?’ ‘Waar komen al deze onderzoeken samen?’ ‘Wie trekt de conclusies en doet er aanbevelingen’?

Chronische pijn erkend als op zichzelf staande ziekte

Oké, noch het gen SCN9A noch ZFHX2 lijken de eyeopener op het gebied van chronische pijn te zijn, helaas. Maar de wereld van ‘pain genetics’ en de relatie tussen genen en (chronische) pijn lijkt dus groter dan ik op het eerste gezicht dacht.

Om je niet met een kater achter te laten, als afsluiter toch een mijlpaal die zich tussen 2010 en 2020 wél heeft afgespeeld op het gebied van chronische pijn.

Tegenwoordig wordt erkend dat er een significant verschil is tussen pijn als symptoom en chronische pijn. In 2019 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie voor het eerst een specifieke diagnosecode voor chronische pijn vastgesteld, inclusief subcodes voor verschillende gegeneraliseerde chronische pijnaandoeningen. Deze belangrijke stap bevestigt dat pijn over de hele wereld nu wordt erkend als een op zichzelf staande ziekte, niet (alleen) als een symptoom dat hoort bij andere ziektes.

Door langdurige pijn verandert het zenuwstelsel. De pijn blijft in het lichaam terwijl de oorzaak van de pijn weg is. Het lichaam luistert als het ware naar een echo van de pijn.

Zorginstituut Nederland ziet chronische pijn nu ook als op zichzelf staande ziekte, 2020

Deel je ervaringen

Het uit de picture geraken van dat SCN9A en ZFHX2 gen, ik weet het niet. Waarom bleek met name de in 2010 benoemde ‘doorbraak’ tóch geen doorbraak te zijn? Ik ga toch mijn neurochirurg eens bevragen…

  • Mocht jij nou toevallig volledig op de hoogte zijn van SCN9A en/of ZFHX2 (wie weet bevindt die speld in de hooiberg zich net onder mijn lezerspubliek): schroom niet om jezelf kenbaar te maken via de reacties hieronder! 😉

Meer lezen

Lees ook het meer medisch ingestoken artikel Human Mendealian pain disorders in het magazine Clinical Genetics:

Het pijnmonster dat de boeken van Anna Raymann kleur geeft, door tekenaar Gijs van der Lelij

Wat vind jij?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.