Ik schrijf vaak over wat ik onderweg heb meegemaakt: over pijn, behandelingen, medicatie, zoeken, vastlopen en veerkracht ontwikkelen. Logisch ook, want ervaringen achteraf leverden me nogal wat lessen op. Maar misschien kijken we, ook ik, daarmee te vaak pas naar pijn als die er al is. En naar chronische pijn als die zich al stevig in een leven heeft genesteld. Hoog tijd dus voor een andere vraag: wat kunnen we eigenlijk doen om pijnklachten te voorkomen? Om acute pijn minder vaak chronisch te laten worden? En om te voorkomen dat mensen onnodig afhankelijk raken van medicatie of zorg?
Als negentienjarige lag ik ruim twee weken plat in de woonkamer van mijn ouders. Een hernia. Flinke pijn in mijn rug, been en voet. Lopen ging nauwelijks en het eerste advies was destijds helder: rust houden. Dus lag ik daar. Het was 1993. Google bestond nog niet. Laat staan iets als Pijnstad.nl, met pijneducatie en herkenbare ervaringsverhalen. Niemand legde me écht uit wat pijn eigenlijk was. Niemand vertelde me iets over een overprikkeld zenuwstelsel dat ook weer tot rust moest komen, over rustig blijven bewegen, over angst voor (nog meer) pijn of over de invloed van slaap, stress en vertrouwen op herstel. Ik kreeg vooral één boodschap: er is iets kapot en dat moet eerst herstellen, of moeten we repareren.
Misschien had betere informatie helemaal niets veranderd. Ik had een echte hernia en daardoor serieuze lichamelijke klachten. Preventie is geen magische tijdmachine waarmee iedere klacht alsnog kan worden voorkomen. Maar soms vraag ik me wel af: wat als ik toen, of liever nog daarvóór, al iets beter had leren begrijpen1 hoe pijn eigenlijk werkt? En nog meer: wat als ik die kennis twintig jaar later, toen rugpijn opnieuw mijn leven binnenstormde, wél had gehad?
Was ik dan misschien al wat eerder andere afslagen gaan nemen?
We zijn ‘ontzettend goed’ in repareren
Onze gezondheidszorg is vaak ontzettend goed, en ook nog steeds beter, in actie zodra er iets mis is. We hebben scans, operaties, medicijnen, injecties, specialisten, pijnpoli’s en revalidatietrajecten. Ik heb van een aanzienlijk deel daarvan persoonlijk kunnen vaststellen dat ze bestaan2. En hoe.
Maar wat gebeurt er vóórdat iemand in die medische flipperkast belandt? Daar wordt het ineens een stuk stiller. Preventie is nu eenmaal een merkwaardig iets. Je investeert tijd en geld en als het écht goed werkt, gebeurt er vervolgens… niets. Geen operatie. Geen crisis. Geen verslaving. Geen langdurige uitval. Geen patiënt die na vijf jaar zegt: “Dankzij uw fantastische preventieprogramma heb ik uiteindelijk nergens last van gekregen.”
Sigrid Kaag verwoordde dat tijdens Zomergasten in 2026 treffend:
“Preventie is niet leuk. Want het resultaat van preventie is iets wat je nooit zult zien, is dat wat je gelukkig nooit hoeft mee te maken.”
— Sigrid Kaag
Ze sprak over een ander thema, in de context van oorlog. Maar ik bleef bij die woorden hangen. Want vervang oorlog eens door chronische pijn. Of medicatieafhankelijkheid. Maar ook: burn-out. Diabetes. Ernstige psychische klachten. Hoeveel ellende en zorgkosten zou je kunnen voorkómen, die je daarna dus nooit kunt tellen?
Preventie begint niet pas als je vijftig bent
Bij pijn denken we al snel aan slechte bureaustoelen, verkeerd tillen en mensen van middelbare leeftijd die toch echt eens iets aan hun buikspieren zouden moeten doen. Herkenbaar? Voor mij wel.
Maar preventie begint natuurlijk véél eerder.
Bij kinderen die al dan niet bewegen, klimmen, vallen, fietsen, sporten, weerbaar worden en ontdekken dat een lichaam behoorlijk sterk is. Bij voldoende slaap en (kind of volwassene) niet ieder vrij uur achter een scherm zitten. Bij leren en ervaren dat pijn meestal niet automatisch betekent dat er iets ernstig beschadigd is. Maar ook bij veiligheid, aandacht, veerkracht en leren omgaan met spanning en emoties. Dat betekent nadrukkelijk niet dat ieder trauma later chronische pijn veroorzaakt, of dat chronische pijn eigenlijk altijd een psychisch probleem is. Zeker niet. Zo simpel zit een mens en lijf niet in elkaar.
Wel weten we steeds beter dat lichaam, brein, leefomgeving en -omstandigheden, stress, slaap, beweging, eerdere pijnervaringen en emoties elkaar beïnvloeden. Waarom zouden we kinderen of volwassenen daar pas iets over leren nadat het misgaat? We geven al vroeg seksuele voorlichting, verkeersles en leren kinderen hun tanden poetsen. Misschien mag daar een heel klein beetje hoe werkt mijn lijf eigenlijk? bij. Niet om van iedere achtjarige een amateur-neurowetenschapper te maken. Wel om te voorkomen dat pijn later automatisch gelijkstaat aan gevaar, schade en stilvallen.
En dat houdt -uiteraard- niet op bij kinderen of tieners. Ook daarna is het goed om te blijven uitleggen en begeleiden. In verschillende vormen, op verschillende momenten in je volwassen leven.
En dan doet het ineens tóch pijn
Een tweede kans voor preventie ontstaat wanneer iemand wél klachten krijgt. Ik schrijf het vaker: acute pijn is normaal gesproken nuttig. Je verstuikt je enkel en je lichaam roept tamelijk overtuigend: “Misschien vandaag even niet hardlopen, Koert.” Dank voor de waarschuwing.
Maar bij een deel van de mensen blijft pijn langer bestaan dan verwacht. Juist in die fase kunnen allerlei factoren gaan meespelen. Angst voor bewegen. Minder deelnemen aan werk, sport en sociale activiteiten. Stress. Onzekerheid over wat er aan de hand is. Eindeloos googelen of AI bevragen. Van behandelaar naar behandelaar gaan. Steeds opnieuw hopen dat de volgende scan, prik, pil of specialist eindelijk de ontbrekende puzzelstukjes vindt. Daar deel ik vaker over en herken ik mezelf inmiddels vrij goed in.
Achteraf zou ik wensen dat iemand veel eerder naast me was gaan zitten met een ander verhaal.
Na 2013 begon voor mij een jarenlange zoektocht naar een oplossing. Achteraf zou ik wensen dat iemand veel eerder naast me was gaan zitten met een ander verhaal. In plaats van “We kunnen niets meer voor u doen”: “We hebben nog geen manier gevonden om je pijn weg te nemen. Laten we ervoor zorgen dat die pijn ondertussen niet steeds meer delen van je leven overneemt.”
Wat had ik graag eerder goede pijneducatie gekregen. Wat had ik graag eerder geleerd over doseren en toch blijven bewegen, over de invloed van stress en aandacht, over mijn eigen gevaar- en veiligheidssignalen, over ‘leuke dingen blijven doen‘, over mezelf, over berusting zonder acceptatie en over het verschil tussen pijn bestrijden en leren omgaan met pijn.
Had dat écht verschil gemaakt? Ik weet het niet. Waarschijnlijk had ik nog steeds chronische pijn gekregen. Maar misschien was mijn wereld minder klein geworden. Was ik -figuurlijk- beter op de been gebleven. Ook dát is preventie.
De pil vóór de pillen
Een derde kans qua preventie is er rondom medicatie3 of andere pijndempende middelen. Ik heb jarenlang opioïden gebruikt. Ze hielpen aanvankelijk, in ieder geval gedeeltelijk. Medicijnen zijn niet slecht en opioïden zijn niet de duivel in tabletvorm.
Maar ik herhaal het regelmatig: sterke pijnmedicatie kan bij langdurig gebruik ook duidelijke nadelen hebben. Gewenning, afhankelijkheid en bij sommige mensen verslaving liggen op de loer. Bovendien kan het effect na verloop van tijd veranderen: méér pijn door de pillen.
Juist daarom hoort preventie al vóór het eerste recept te beginnen. Niet met een bijsluiter van zeven kantjes in lettergrootte 4,7 die je thuis in een la legt. Niet in de vorm van “let op, je zal vast wel weer een keer willen afbouwen”…zonder verdere uitleg of handvatten. Wel met een gesprek: wat verwachten we van dit middel? Hoe lang ga je het gebruiken? Wanneer evalueren we? Wat zijn de risico’s? Wanneer bouwen we weer af? En wat gaan we tegelijkertijd doen om anders met je pijn om te gaan? Want vooral die laatste vraag, met bijbehorende tools, heb ik lange tijd gemist.
Medicatie kan onderdeel zijn van een behandeling. Maar waar zijn bewegen, slaap, ontspanning, psychologische begeleiding, pijneducatie, fysiotherapie, zingeving, sociale steun en goede zelfmanagementvaardigheden in datzelfde behandelplan?
Als we mensen pas informeren over afhankelijkheid nadat ze afhankelijk zijn geworden, zijn we rijkelijk laat. Ik spreek uit ervaring. Pijnrevalidatie volgde bij mij pas járen na die afhankelijkheid. Eerst bij Revant4 (‘we gaan alleen niets doen rondom je medicatie’). En later gelukkig in samenhang bij Novadic-Kentron5 (maar toen was ik natuurlijk al lang en breed afhankelijk geworden).
Wie betaalt er voor iets wat níét gebeurt?
Daar zit misschien wel het lastigste probleem. De zorg in Nederland, en elders, wordt voor een groot deel gefinancierd wanneer iemand zorg gebruikt: een consult, behandeling, injectie, operatie of recept. Daar hangt dus een handeling aan, en aan die handeling hangt financiering.
Preventie rendeert vaak ergens anders. En vaak veel later. De rekening komt vandaag, de besparing misschien over vijf jaar.
Maar wie betaalt voor het uur waarin iemand leert hoe pijn werkt en daardoor misschien vijf toekomstige behandelingen níét nodig heeft? Wie investeert in een goed programma op scholen waardoor kinderen meer bewegen en beter leren omgaan met stress (die uiteraard deels gewoon bij het normale leven hoort, maar soms uitgroeit tot iets groters)? Wie betaalt de huisarts of fysiotherapeut ruim genoeg om iemand met beginnende langdurige klachten niet alleen te behandelen, maar ook uitgebreid uit te leggen hoe herstel eigenlijk werkt? En wie financiert begeleiding of lotgenotencontact ná een behandeling, zodat iemand niet drie maanden later weer eenzaam aan het begin staat?
Preventie rendeert vaak ergens anders. En vaak veel later. De rekening komt vandaag, de besparing misschien over vijf jaar bij een andere organisatie. Dat is niet zichtbaar (de woorden van Kaag) en dus best een lastig businessmodel. Maar voor ons als maatschappij is het natuurlijk eigenlijk krankzinnig om pas royaal geld beschikbaar te stellen als problemen ingewikkeld en duur zijn geworden. Als pijn chronisch is geworden, de patiënt volledig afhankelijk is geraakt van pijnstillers en z’n werk al voor 30, 50 of zelfs 100% heeft verloren.
Wat kunnen we morgen al anders doen?
We hoeven ondertussen niet te wachten op een ministerieel Preventie-Deltaplan-voor-Alles.
Ouders kunnen kinderen stimuleren om te bewegen, buiten te zijn, goed te slapen en een gezond vertrouwen in hun lichaam te ontwikkelen. Scholen kunnen lichamelijke én mentale gezondheid serieuzer verweven in het onderwijs. Werkgevers kunnen veel eerder reageren wanneer mensen beginnen vast te lopen. Zorgprofessionals kunnen vanaf het eerste gesprek uitleg geven, verwachtingen bespreken en ook eens vragen: “Wat doet deze pijn inmiddels met uw leven?”
Begrijp me goed: dat soort dingen gebeuren ook. Gelukkig steeds vaker. En: het voorkomt niet álles. Maar initiatieven zijn vaak nog steeds ad-hoc, afhankelijk van allerlei toevalligheden en vaak niet of slecht gefinancierd.
En wijzelf? We kunnen nieuwsgieriger worden naar ons lichaam. Bewegen voordat ‘genoeg bewegen’ een behandelopdracht wordt. Rust nemen voordat ons lijf die afdwingt…maar ook weer niet teveel. Meer open staan voor hulp wanneer stress, angst of verdriet structureel te veel ruimte innemen. Bij pijnmedicatie zelf ook vragen hoe lang iets bedoeld is en wat het plan daarna is. En vooral: bij aanhoudende klachten niet alleen blijven vragen hoe de pijn weg kan, maar ook wat kan voorkomen dat de pijn steeds meer van je afpakt.
Even concreet. 15 Tips voor de pijnpatiënt, pijnzorgprofessional en voor ons als maatschappij.
- Maak een persoonlijk ‘vroegsignaleringslijstje’. Noteer drie signalen waaraan jij merkt dat het slechter gaat. Bijvoorbeeld slechter slapen, meer afspraken afzeggen of sneller naar nieuwe medicatie grijpen. En spreek vooraf af wat je dán doet. Deel dat met iemand in je omgeving.
- Voorkom dat je wereld ongemerkt kleiner wordt. Houd bewust één of twee activiteiten vast die belangrijk voor je zijn, ook als je ze moet aanpassen.
- Vraag bij ieder nieuw medicijn meteen naar het exitplan. Niet alleen: “Hoe gebruik ik dit?”, maar ook: “Hoe lang is dit bedoeld, wanneer evalueren we en hoe stoppen we weer?” Ook al voelt dat soms als iets wat je liever niet bespreekt.
- Maak pijn niet tot je enige meetinstrument. Kijk ook naar slaap, bewegen, concentratie, stemming, contact met anderen en hoeveel je nog doet. Soms gaat je leven toch vooruit, terwijl de pijnscore nauwelijks verandert.
- Plan herstel vóórdat je instort. Bouw rust, beweging en leuke dingen vooraf in je week in, in plaats van pas te reageren als je over je grens bent gegaan. Dat voorkomt het bekende patroon van één goede dag gevolgd door drie slechte.
- Geef pijneducatie bij het eerste consult, niet pas bij revalidatie. Leg vroeg uit dat pijn en schade niet altijd één-op-één samenlopen en dat langdurige pijn door meerdere factoren beïnvloed kan worden.
- Vraag niet alleen waar het pijn doet, maar wat er dreigt weg te vallen. Werk? Sport? Slaap? Sociale contacten? Zelfvertrouwen? Dáár liggen vaak de eerste signalen dat acute klachten een groter probleem worden.
- Benoem vanaf dag één wat iemand zélf kan blijven doen. Niet als verkapte boodschap “u moet ermee leren leven”, maar als concreet onderdeel van behandeling, naast medische diagnostiek en zorg.
- Voorkom eindeloze flipperkastzorg. Als opnieuw verwijzen weinig nieuwe informatie gaat opleveren, bespreek dat eerlijk en maak samen een ander plan. Nog een behandelaar of specialist is niet automatisch nog een kans op herstel.
- Maak van medicatie een traject, geen open einde. Leg doel, duur, evaluatiemoment en afbouw vooraf vast. Zeker bij middelen met risico op afhankelijkheid.
- Leer kinderen iets over pijn vóórdat ze patiënt worden. Net zoals we uitleggen hoe tanden, voeding en verkeer werken, kunnen scholen basiskennis geven over pijn, herstel, bewegen, stress en het lichaam.
- Betaal uitleg en begeleiding net zo serieus als een behandeling. Een uur waarin iemand begrijpt wat er gebeurt en weer vertrouwen krijgt in bewegen kan op termijn waardevoller zijn dan een extra scan. Maar wordt nog te vaak minder vanzelfsprekend georganiseerd.
- Maak ‘voorkomen dat het chronisch wordt’ een herkenbare fase in de zorg. Niet wachten tot iemand zes maanden klachten heeft en dan pas spreken over chronische pijn, maar eerder signaleren wie vastloopt en gerichte begeleiding aanbieden.
- Stop met gezondheid uitsluitend als individueel project te behandelen. Werkdruk, armoede, wonen, toegang tot bewegen, mentale belasting en sociale steun beïnvloeden allemaal hoe klachten ontstaan en voortbestaan. Preventie is dus óók sociaal beleid.
- Meet ook wat níét gebeurt. Niet alleen tellen hoeveel behandelingen zijn uitgevoerd, maar ook hoeveel mensen niet langdurig uitvallen, niet steeds zwaardere zorg nodig hebben en niet afhankelijk worden van medicatie. Anders blijft preventie het financieel altijd verliezen van reparatie.
Had ik dan een ander leven gehad?
Ik weet het niet. Misschien had mijn hernia in 1993 precies hetzelfde verloop gehad. Misschien was mijn rug in 2013 toch opnieuw misgegaan. Misschien had ik uiteindelijk alsnog al die spreekkamers van binnen leren kennen.
Dat is het frustrerende aan preventie. Je krijgt nooit de parallelle versie van je leven te zien. Misschien is dát tegelijk wel de essentie van preventie: mensen kennis, vaardigheden, alternatieven en begeleiding geven vóórdat ze die wanhopig nodig hebben.
Het resultaat daarvan zullen we vaak nooit zien, om met de woorden van Kaag te spreken. Gelukkig maar.
Mijn vraag aan jou
- Als je terugkijkt: op welk moment had betere informatie of begeleiding bij jouw klachten verschil kunnen maken?
- Wat had jij eerder willen weten over pijn dan je nu weet?
- Waar zou volgens jou meer in geïnvesteerd moeten worden: behandelen wat er al is, of eerder voorkomen dat klachten groter worden?
Waarschijnlijk zegt jouw antwoord iets over wat we voor een volgende generatie beter kunnen organiseren.
Vond je dit blog waardevol?
Dan help je mij enorm door het te delen via LinkedIn, Facebook of Instagram. Misschien helpt het ook iemand anders die zich soms verdwaald voelt tussen alle meningen, adviezen en overtuigingen die rondgaan in de wereld van aanhoudende pijn.
Dank voor het delen!
Meer lezen
Eerdere blogs
- De knop omzetten bij aanhoudende pijn: hóe dan?
- De Leidraad voor zorg rondom chronische pijn: wat heb jij er aan?
- Gratis magazine ‘Blijven willen’
Ook interessant
- Kijk Zomergasten 2026 met Sigrid Kaag terug. Over gedeelde menselijkheid, haar internationale loopbaan en de impact van haat en intimidatie.
Wie verder wil lezen over preventie in de Nederlandse zorg:
- In het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is een duidelijke beweging zichtbaar van vooral ziekte behandelen naar meer aandacht voor gezondheid, vroegsignalering, leefomgeving en het voorkómen van zwaardere zorg.
- Ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Coalitie Leefstijl in de Zorg benoemen preventie expliciet als onderdeel van passende zorg. En erkennen tegelijkertijd dat de huidige manier van bekostigen preventie en samenwerking nog te vaak in de weg zit.
- Voor chronische pijn is vooral de Zorgstandaard Chronische Pijn interessant, waarover ik al vaker schreef. Daarin is tijdige herkenning van mensen bij wie chronische pijn dreigt te ontstaan expliciet een doel, naast het voorkomen dat bestaande pijn steeds grotere gevolgen krijgt voor het dagelijks leven.
- De NHG-Standaard Pijn besteedt eveneens aandacht aan het herkennen van dreigende chroniciteit, pijneducatie, actief blijven en aandacht voor psychologische en sociale factoren.
- De Nederlandse Generieke richtlijnmodule Gepast opioïdengebruik besteedt daarnaast expliciet aandacht aan voorlichting, samen beslissen en het voorkomen van onnodig langdurig opioïdengebruik.
- Uiteraard is er ook zoiets als ‘voortschrijdend inzicht’. Hoewel ook toen al veel kennis rondom pijn en chronische pijn bestond, is die kennis in de decennia daarna natuurlijk nog stevig toegenomen. ↩︎
- Over het effect ervan op de langere termijn, en over de bij-effecten of bijwerkingen, kun je natuurlijk her en der discussiëren. ↩︎
- Leestip uit deels eigen keuken: Pijn en verslaving (Hogrefe, 2025) ↩︎
- https://www.revant.nl/revalidatiepijngewrichtsaandoeningen ↩︎
- https://www.novadic-kentron.nl/voor-jou/ik-wil-hulp/behandeling-aanhoudende-pijn-en-medicijnverslaving/ ↩︎


Wat vind jij?