Niet pas revalideren als iemand écht niet meer kan

multidiscilinair team pijnzorg

Vijf jaar geleden werd ik uitgenodigd voor een reis in de tijd. Niet naar Bhutan, al had ik daar ook best mijn koffer voor willen pakken. En ook niet naar 1963, zoals in dat boek van Stephen King waar ik toen zo graag naar verwees. Nee, ik mocht mee op reis naar Revant in 2043. Mijn revalidatiekliniek in Breda vroeg oud-revalidanten om mee te denken over de toekomst van pijnrevalidatie. Dat deed ik toen. En nu weer.

Ik kreeg destijds een tijdreisbox thuisgestuurd. Mooi gemaakt. Met prikkelende kaartjes, thee en vragen die je dwongen om even los te komen van hoe zo’n revalidatietraject nu eenmaal gaat. En dat is best moeilijk. Je kent de zorg zoals je die hebt meegemaakt. Je kent de intakegesprekken, de vragenlijsten, de wachtlijsten, de behandelkamers, de goede bedoelingen en de systeemfrictie.

En dan moet je ineens nadenken over hoe het anders zou kunnen.

Toen schreef ik over revalidatie als herijken. Niet als “weer de oude worden”; dat was bij mij allang niet meer het punt. Wel als “opnieuw leren afstemmen”. Op je lijf. Op je grenzen. Op je leven. Op de vraag hoe je verder kunt als pijn niet zomaar weggaat.

Waarom staat pijnrevalidatie opnieuw ter discussie?

Nu, haast precies vijf jaar later, lijkt die tijdreis ineens minder ver weg. Niet omdat we al in 2043 zijn. Wel omdat medisch specialistische pijnrevalidatie opnieuw op een kruispunt staat.

Op 20 april 2026 publiceerde Zorginstituut Nederland (ZiN) een herzien standpunt over interdisciplinaire medisch specialistische revalidatie, IMSR, bij chronische pijn. De kern: IMSR blijft voorlopig vergoed, maar alleen voor volwassen patiënten die al een volledig eerstelijnstraject (zorg van bv. fysio, ergo, psycholoog, oefentherapeut) hebben doorlopen zonder voldoende resultaat. Voor mensen die dat traject nog niet hebben gehad, hoort IMSR volgens het Zorginstituut niet meer bij het basispakket, omdat de meerwaarde ten opzichte van eerstelijnszorg onvoldoende vaststaat. Nieuw effectonderzoek moet dan richting 2030 meer duidelijkheid geven.

Dat klinkt technisch. Maar achter die woorden zitten mensen.

Mensen die al jaren pijn hebben. Mensen die niet meer werken. Niet meer studeren. Niet meer vanzelfsprekend meedoen. Mensen die al vaak bij de huisarts kwamen, al vele fysiotherapeuten, pijnpoli’s, pijnklinieken, psychologen, ergotherapeuten, specialisten en alternatieve behandelaren hebben bezocht. Om vaak uiteindelijk de grootste vriend en bekendste klant van de apotheek te worden, met steeds zwaardere medicatie.

Mensen zoals ik ooit was.

“Ik wil mijn leven terug. Maar ik weet niet meer waar ik moet beginnen.”

Dat is misschien wel de zin die voor mij het dichtst bij het doel van specialistische pijnrevalidatie komt.

Niet: haal de pijn weg.

Maar: help me opnieuw beginnen.

En als dat lukt, wanneer dat lukt, verandert op lange termijn de pijn vaak ook weer. Maar dát effect, dat meet je niet in enkele maanden. Dat is vaak een proces van jaren.

Wat betekent het nieuwe ZiN-standpunt voor mensen met chronische pijn?

Als mensen pas écht geholpen worden als ze helemaal vastlopen, dan zijn we eigenlijk te laat. Veel te laat.

Koert

In mijn blog van vijf jaar geleden schreef ik dat mensen met chronische pijn vaak pas richting revalidatie bewegen als ze min of meer ten einde raad zijn. Eerst moet je namelijk klaar zijn met het zoeken naar dé oplossing. Eerst moet je begrijpen dat nog een prik, pil, scan, blokkade of behandeling misschien niet het verschil gaat maken waar je zo naar verlangt.

Daar zit iets in. Je kunt je pas openen voor een andere benadering als je niet meer alleen gefixeerd bent op het volledig wegkrijgen van pijn.

Maar er zit ook een groot gevaar in.

Want als mensen pas écht geholpen worden als ze helemaal vastlopen, dan zijn we eigenlijk te laat. Veel te laat. Dan is pijn niet alleen pijn meer. Dan is het ook verlies van vertrouwen, verlies van conditie, verlies van werk, verlies van sociale rollen, verlies van eigenwaarde en soms verlies van alle hoop.

Het nieuwe ZiN-standpunt duwt de zorg nog nadrukkelijker richting ‘stepped care’. Eerst zorg in de eerste lijn, bijvoorbeeld fysiotherapie, ergotherapie, oefentherapie, POH-GGZ (de praktijkondersteuner bij de huisarts) of psychologie. Pas daarna, als dat allemaal onvoldoende helpt, kan de meer specialistische revalidatie in beeld komen. Revalidatie Nederland is, in reactie, blij dat gespecialiseerde revalidatiezorg voorlopig beschikbaar blijft voor een deel van de patiënten, maar maakt zich ook zorgen over de toegankelijkheid. Vooral mensen zonder aanvullende verzekering kunnen moeite krijgen met die verplichte eerste stappen, zullen wellicht uit kostenoverwegingen zorg mijden die ze juist zo nodig hebben.

Die zorg is denk ik terecht.

Want stepped care kan twee kanten op werken.

Goed georganiseerd kan het betekenen: eerder passende hulp, dichter bij huis, minder medicalisering en alleen opschalen als het nodig is.

Slecht georganiseerd kan het betekenen: eerst verplicht rondjes draaien, vinkjes verzamelen, wachten, opnieuw uitleggen, weer een traject, weer geen samenhang, weer maanden verder.

Zeg maar, het proces waar ik en met mij vele, vele, andere pijnpatiënten de laatste tientallen jaren doorheen zijn gesleurd, zonder écht blijvend effect, met alle gevolgen vandien. Want dat idee van ‘eerst de eerste lijn’ is natuurlijk helemaal niet nieuw.

Het verschil richting toekomst gaat ‘m, naar mijn idee, zitten in de kracht van échte samenwerking in de eerste lijn. Nodig, maar niet makkelijk.

Waarom regionale pijnnetwerken steeds belangrijker worden

Wat mij hoopvol stemt, is dat het nieuwe standpunt ook een beweging afdwingt die eigenlijk al veel langer nodig is: betere regionale samenwerking in pijnnetwerken.

Niet langer ‘ieder voor zich’, niet langer al die behandeleilandjes.

Niet de huisarts die niet goed weet wat er nou écht aan de hand is of waarheen te verwijzen. Niet de fysiotherapeut die zeker zijn best doet, maar vaak nog een echte bredere blik mist. Niet de pijnpoli die -uitzonderingen daargelaten- vaak vooral productie moet draaien. Niet de psycholoog die pas laat betrokken raakt. Niet de revalidatiearts die iemand pas ziet als er al jaren van strijd, angst, frustratie en medicatiegebruik achter de rug zijn.

Wel een netwerk waarin o.a. pijnrevalidatiecentra, pijnpoli’s, pijnklinieken, huisartsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, psychologen, POH-GGZ én ervaringsdeskundigen elkaar echt weten te vinden.

Voor beginnende pijnklachten betekent dat iets anders dan voor vergevorderde chronische pijn. Voor iemand die net uitvalt op werk is iets anders nodig dan voor iemand die na tien jaar pijn zijn vertrouwen in het lichaam -en de pijnzorg- bijna volledig kwijt is. Voor iemand die nog midden in medische diagnostiek zit, is iets anders nodig dan voor iemand bij wie steeds duidelijker wordt dat de sleutel niet in nog meer medisch ingrijpen ligt.

Begrijp me niet verkeerd. Niet iedereen met pijn moet meteen naar medisch specialistische revalidatie. Maar het is ook geen ‘last resort’ of ‘eindstation’ als al het andere nergens toe leidde. Niet iedereen met complexe pijn moet eindeloos in de eerste lijn blijven hangen omdat het systeem dat nu eenmaal voorschrijft.

“Passende zorg” is pas passend als iemand niet verdwaalt: niet bij de start en niet als je al langere tijd onderweg bent.

Utopie of juist dé toekomst? Alles goed samenwerkend onder één dak.

Preventie, niet alleen reparatie

In mijn vorige blog gebruikte ik het woord reparatiegeneeskunde. We investeren vaak pas stevig als iemand al ver is vastgelopen. Dan komt er een traject. Dan komt er een team. Dan komt er uitleg over pijn, gedrag, grenzen, stress, slaap, bewegen, werk, zingeving en acceptatie.

Maar waarom pas dan?

Als pijn langer aanhoudt, moet er sneller een ander spoor naast komen. Niet pas als iemand niet meer kan.

Koert

Waarom niet veel eerder uitleg over hoe pijn chronisch kan worden? Waarom niet eerder aandacht voor angst voor bewegen, overbelasting, onderbelasting, stress, medicatie, slaap, gedachten, emoties en het sociale leven? Waarom niet eerder een eerlijk gesprek over het verschil tussen pijn bestrijden en leren leven met pijn zonder jezelf kwijt te raken?

Betere voorlichting over pijn aan de Nederlandse samenleving…

Preventie bij chronische pijn betekent niet dat je alle chronische pijn kunt voorkomen. Dat zou te simpel zijn. Maar je kunt mogelijk wel voorkomen dat acute of langer aanhoudende pijn uitgroeit tot een allesoverheersend probleem.

Je kunt eerder uitleg geven.

Eerder geruststellen.

Eerder grenzen leren herkennen.

Eerder naasten betrekken.

Eerder werk meenemen.

Eerder bespreken wat pijnstillers wel en niet kunnen doen.

Eerder erkennen dat pijn echt is, ook als de scan geen allesverklarend antwoord geeft.

Dat vraagt iets van de hele keten. Niet alleen van revalidatiecentra. Ook van huisartsen, pijnspecialisten, fysiotherapeuten, bedrijfsartsen, psychologen, apothekers en zorgverzekeraars.

En ja, ook van ons als pijnpatiënten en ons als samenleving.

Want zolang we pijn vooral zien als iets wat zo snel mogelijk weg moet, blijven we zoeken naar ingrepen. Pillen. Prikken. Blokkades. Operaties. Nog een verwijzing. Nog een scan.

Soms is dat nodig. Natuurlijk. Medische oorzaken moeten serieus worden onderzocht. En als er een behandeling is die echt grote kans van slagen heeft, moet je die niet laten liggen.

Maar als pijn langer aanhoudt, moet er sneller een ander spoor naast komen. Niet pas als iemand écht niet meer kan.

Van pijnbehandeling naar bredere pijnzorg

Hoogleraar revalidatiegeneeskunde Rob Smeets reageerde recent op Linkedin kritisch op het besluit van Zorginstituut Nederland. Hij waarschuwt dat ongelijkheid in zorg fors kan toenemen als IMSR alleen voorlopig wordt vergoed voor “last resort”-patiënten, terwijl patiënten eerst behandelingen moeten volgen die niet altijd vanuit de basisverzekering beschikbaar zijn.

Die kritiek raakt voor mij precies de kern. Je kunt wel zeggen dat iemand eerst naar de eerste lijn moet, maar dan moet die zorg er wel zijn. Betaalbaar. Beschikbaar. Deskundig. Samenhangend. En afgestemd op chronische pijn.

Anders ontstaat er een papieren werkelijkheid: op papier is er een route. In het echte leven is er vooral een drempel.

Hoogleraar revalidatiegeneeskunde Jeanine Verbunt schreef eerder al dat het probleem chronische pijn groter wordt en dat mensen met pijn in de kou kunnen komen te staan als passende zorg verdwijnt. Zij benadrukte dat revalidatiebehandeling gepersonaliseerde zorg is, met aandacht voor aandoening, persoon en omgeving, gericht op beter functioneren en weer meedoen in de maatschappij.

Dat is voor mij de essentie. Chronische pijn vraagt niet alleen om pijnbehandeling. Het vraagt om pijnzorg.

Niet alleen: ‘wat kunnen we aan de pijn doen?’ Maar juist ook: wat doet de pijn met jou, je leven, je relaties, je werk, je vertrouwen, je toekomstbeeld? En wat kunnen we samen doen zodat jij niet verder vastloopt?

Daar hoort medisch specialistische pijnrevalidatie bij. Maar daar hoort ook goede eerstelijnszorg bij. En pijnpoli’s. En pijnklinieken. En huisartsen die kunnen verwijzen naar de juiste plek. En apothekers die alert zijn op langdurig gebruik van sterke pijnstillers. En ja, zeker ook ervaringskennis, omdat mensen die zelf met pijn leven vaak haarfijn aanvoelen waar het schuurt en waar openingen zitten. Vaak is dat laatste, gek genoeg, nog helemaal geen onderdeel van de pijnzorg.

Waarom pijnrevalidatie en opiatenafbouw dichter bij elkaar horen

Er is nóg een aspect dat ik graag wil aanstippen. Pijnrevalidatie en hoe om te gaan met sterke pijnstillers, zoals opiaten, zouden veel meer dan nu in elkaars verlengde moeten liggen. Misschien zelfs onder één dak.

Want in de praktijk lopen deze problemen vaak door elkaar.

Iemand heeft pijn. Krijgt pijnstillers. Soms lichte, soms zware. Soms tijdelijk bedoeld, maar uiteindelijk jarenlang gebruikt. De pijn blijft. Het lichaam raakt gewend aan medicatie. De angst om af te bouwen groeit. De pijn wordt niet alleen een lichamelijk probleem, maar ook een systeem waarin medicatie, vertrouwen, angst, afhankelijkheid, vermijding en hoop met elkaar verknoopt raken.

Dan is het vreemd als pijnrevalidatie aan de ene kant zit en opiatenafbouw aan de andere kant. Alsof het twee aparte werelden zijn. Juist daar kan een gecombineerde aanpak veel betekenen, weet ik uit eigen ervaring.

Niet: “u moet van die pillen af.”

Maar: “we gaan samen bouwen aan een leven waarin pillen niet meer de enige strohalm zijn.”

Ik weet dat dat realiseren niet zo simpel is, dat het twee disciplines zijn en dat je als instelling niet zomaar beide mág integreren. Maar hé, elke verandering begint ergens, toch?

Afbouw van opiaten bij Novadic-Kentron
2023-2024: pijneducatie én afbouw opiaten onder één dak, mijn deelname aan het pijnprogramma bij Novadic-Kentron

Wat pijnrevalidatie soms pas jaren later doet

En tot slot de discussie over effectiviteit.

Ik snap dat effecten moeten worden aangetoond. Dat zaken meetbaar moeten worden gemaakt. Dat je, ook als ZiN, je beslissingen ergens op moet baseren.

Maar pijnrevalidatie werkt niet als een antibioticakuur. Je begint. Je volgt het programma. Je vult vragenlijsten in. Aan het eind meten we of het beter is. En klaar is Koert.

Zo werkte het bij mij in ieder geval niet.

Mijn revalidatietraject leverde geen groot halleluja-moment op. Geen plotselinge pijnvermindering. Geen spectaculaire comeback. Geen meetbaar wonder.

Wat het wél deed, was iets aanzetten: nieuwe gedachten, meer zelfinzicht, een andere taal voor wat er met mij gebeurde, meer bewustzijn van mijn patronen. Een begin van bewegen zonder steeds oorlog te voeren met mijn lijf. Een eerste barst in de overtuiging dat mijn leven pas weer mocht beginnen als de pijn weg was.

Maar zulke effecten zijn traag.

Soms heb je maanden nodig om te begrijpen welke zaadjes er tijdens een traject eigenlijk zijn geplant. Soms jaren. Soms hoor je een zin van een fysiotherapeut, ergotherapeut, psycholoog of revalidatiearts pas veel later echt. Omdat je nog hoopte op een andere uitkomst. Omdat acceptatie toen nog voelde als opgeven.

“Niet alles wat werkt, laat zich meteen meten.”

Dat maakt onderzoek ingewikkeld. Maar het maakt die effecten niet minder echt.

Nieuwe onderzoek is nodig. Maar laten we intussen wel breed genoeg kijken: niet alleen naar pijnscores of de korte termijn. Niet alleen naar arbeidsparticipatie binnen een paar maanden. Maar ook naar vertrouwen, veerkracht, medicatiegebruik, zorggebruik, zelfinzicht, relaties, mate van bewegen, meedoen, zingeving en het vermogen om niet steeds opnieuw vast te lopen. Juist op de langere termijn.

Hoe ziet de toekomst van pijnrevalidatie eruit? Terug naar die tijdreisbox.

Als ik nu terugdenk aan die tijdreisbox van vijf jaar geleden, zie ik mezelf weer aan tafel zitten. Thee erbij. Kaartjes uitgespreid. Een hoofd vol ideeën over Revant in 2043.

Tijdreisbox Revant toekomst pijnrevalidatie
Zo (ongeveer*) zag de Tijdreisbox er destijds uit…

Toen voelde dat als fantaseren, als in een glazen bol kijken.

Nu voelt het als urgentie.

Want de toekomst van pijnrevalidatie gaat niet alleen over de vraag of IMSR wel of niet wordt vergoed. Het gaat over een veel grotere vraag:

Durven we pijnzorg zo te organiseren dat mensen eerder passende hulp krijgen?

Durven we de klassieke route van pillen, prikken en pas daarna praten over leven met pijn te doorbreken? Durven we regionale pijnnetwerken te bouwen waarin de eerste lijn, medisch specialisten, revalidatiecentra, pijnpoli’s, pijnklinieken en ervaringsdeskundigen niet langs elkaar heen werken, maar met elkaar? Durven we opiatenafbouw en pijnrevalidatie dichter bij elkaar te brengen? Durven we preventie serieus te nemen, ook als de winst daarvan niet meteen morgen in een spreadsheet verschijnt?

En durven we te erkennen dat sommige zaadjes pas later opkomen?

Ik hoop het.

Want revalidatie is voor mij nog steeds herijking. Met de juiste timing en de juiste mensen eromheen.

Mijn vraag aan jou

Wat doet dit blog met jou? Raakt het je ergens?

  • Heb jij zelf ooit het gevoel gehad dat je van behandeling naar behandeling bleef gaan, zonder echt overzicht?
  • Op welk moment begon jij anders naar pijn te kijken?
  • Merk jij verschil als zorgverleners beter samenwerken?
  • Wat zou volgens jou beter kunnen in de begeleiding van mensen met langdurige pijn?
  • En welke kleine verandering heeft achteraf meer impact gehad dan je toen dacht?

Deel je ervaringen. Dat kan via de reacties hieronder, dan leest iedereen mee. Of door contact op te nemen, dan lees alleen ik.

En o ja, ik heb nog een vraag aan je. Of eigenlijk twee.

  1. Heb je mijn magazine Blijven Willen al gedownload? Ik ben heel benieuwd of het herkenning geeft.
  2. Wil je Pijnstad helpen? We doen mee aan de VOORbeeld-verkiezing 2026 met het te bouwen Pijnstad Buurtpark. Jouw stem is 10 punten waard. Stem je mee?

Meer lezen

Eerder verschenen blogs

Ook waardevol


* De afbeeldingen bij dit blog zijn gerealiseerd met hulp van AI.

Raakte dit blog je, hielp het je of zette het je aan het denken? Je kunt iets teruggeven door te doneren.
👉 Geef wat dit je waard is.

Wat vind jij?

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Ontdek meer van Er zit muziek in mijn leven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder