Pijn heeft mij geraakt. Ik schrijf er in deze omgeving en op LinkedIn regelmatig over. Pijn die niet (snel) weggaat raakt inmiddels een op de vier Nederlanders, zo liet Ipsos1 ons recent maar weer eens zien. Maar pijn raakt ook al die pijnprofessionals. Apotheekmedewerkers, pijnspecialisten, huisartsen, medewerkers in de verslavingszorg, pijnbehandelaren. De laatste jaren ben ik steeds vaker in gesprek met juist deze groep, over pijn, pijnzorg en pijnstillers/opioïden.
De laatste maanden, mede via mijn bijdragen bij verslavingszorg-instelling Novadic-Kentron, ga ik steeds vaker met allerlei behandelaren in gesprek over pijnstillers en opioïden. En specifieker, over de vraag hoe een verslaving aan/afhankelijkheid van sterke pijnstillers ontstaat. En hoe we dat gezamenlijk kunnen terugdringen.
Maar voor dat ik kort op rode draden en oplossingsrichtingen uit die gesprekken in ga, eerst een bijzondere ervaring.
In gesprek met mijn huisarts over pijn en opioïden
Ik was recent weer eens bij mijn huisarts. Dat was best lang geleden. En dat is…een goed teken.
Ik heb vaker geschreven over de opbouw van pijnmedicatie, tot aan de opioïden die ik jarenlang heb gebruikt. Ik zelf, mijn huisarts, de pijnspecialist en de apotheek: we waren daar alle vier bij betrokken. En alle vier hadden we, ieder op z’n eigen terrein, te weinig kennis van aanhoudende pijn en opioïden. Dat leidde uiteindelijk tot een opiaatverslaving en tot méér pijn, in plaats van minder.
“Hoe gaat het nu met je, Koert?” vroeg de huisarts. Hij wist dat ik m’n opiaten had afgebouwd, tot nul. We spraken een paar minuten, in zijn beperkte gesprekstijd, over hoe het met me ging.
Hij wilde graag nog iets delen.
“We hebben ons beleid inmiddels veranderd. We schrijven géén opioïden meer voor, bij mensen met aanhoudende pijnklachten. Natuurlijk wel in de palliatieve fase, maar verder niet. We kijken nu breder; er is meer aan de hand dan de pijn alleen. We blijven bij deze patiënten weg van de sterkste pijnstilling.”
Kijk. En dat is nu winst. 🍀 Want het begint, in vrijwel alle gevallen, toch bij de huisarts.
Daar hoort meteen een nuance bij. Ik hou van nuances. 🙂
Want: is dat aangepaste beleid makkelijk, voor mensen die nog helemaal aan het begin staan van hun strijd, hun worsteling, met pijn? Of voor mensen die wanhopig op zoek zijn naar dat béétje pijndemping? Nee. Zeker niet. Maar opioïden en opiaatafhankelijkheid helpen hen niet. Sterker nog, het versterkt pijn. Er zijn andere wegen.
Lees het bericht en de reacties hier terug:
In gesprek, op een podium, voor een volle zaal. Ik?
Ten tweede, nog een bijzondere ervaring.
Want: ik? Sprekend, op een podium? Voor een volle zaal?
Ik had vroeger een gezonde hekel aan spreekbeurten. Als iemand een groepspresentatie moest geven, zorgde ik dat ik in het rijtje met ‘andere nuttige taken’ terecht kwam. Een speech geven bij een bijzondere gelegenheid? Er was altijd wel iemand anders die dat veel beter, leuker of grappiger kon. En wilde.
Dát podium was niet mijn favoriete habitat. Ja, een muziekpodium, die zeker wel. Ik doe niets liever, zet mij maar achter de toetsen. Maar het sprekerspodium, mwah.
Mijn vrijwilligerswerk bij Muziekids zette dit aan. Vertellen over de waarde van muziek in de zorg, over in actie komen voor méér Muziekids in de ziekenhuizen, over de waarde van muziek in mijn eigen leven met pijn: dat kon ik wel. Ik gooide mezelf, in het belang van kinderen en jongeren die ziek zijn, steeds vaker ‘voor de leeuwen’. Die natuurlijk gewoon vooral vriendelijke welwillende welpjes bleken te zijn. Ik merkte dat de boodschap aankwam en dat mensen het mooi vonden te horen hoe muziek voor mij juist een groot verschil heeft gemaakt. En maakt.
Ik voel me inmiddels redelijk comfortabel op dat podium. Het spreken uit eigen ervaring, over een onderwerp dat je persoonlijk raakt, maakt geloof ik echt hét verschil. Dat is zo bij muziek in de zorg, en dat is zo rondom aanhoudende pijn en opiaatgebruik.
Dus: nodig me gerust uit en daar betrek ik ook graag deskundige anderen bij; patiënt of professional.
In gesprek met mensen over betere pijnzorg en minder opioïden
Ik zoek het podium dus vaker op. En ik kan het niet genoeg herhalen: dat doe ik niet omdat ik mezelf nou zo graag op dat podium in de spotlights wil -liever muzikaal dus. Maar omdat de impact van chronische, aanhoudende, pijn én die van opiaatverslaving nog zo weinig wordt benoemd en gezien in de Nederlandse maatschappij.
- Ik vertelde mijn verhaal voor een volle! zaal met pijnverpleegkundigen en andere pijnprofessionals op een V&VN congres.
- Ik deelde mijn ervaringsverhaal, maar ook visie op pijnzorg en het terugdringen van opiaatgebruik in twee sessies voor respectievelijk apotheekmedewerkers en apothekers tijdens scholingen in het Jeroen Bosch ziekenhuis (JBZ). Samen met GZ-psycholoog Katinka Damen (Noavdic-Kentron) en pijnspecialist Jorgo Lambrou (JBZ).
- Ik verzorgde, samen met Katinka, een scholing voor NOVA verslavingsartsen-in-opleiding bij de Radboud Universiteit. We deelden ervaringen en visies, maar gingen ook actief in gesprek (met veel! goede vragen) en deden een ACT-oefening.
- Ik deelde mijn ervaringen rondom leren leven met pijn en mijn opiaatgebruik met tientallen aanwezige pijnpatiënten bij een patiëntenorganisatie gericht op een zeldzame ziekte, waar dagelijkse pijn als ‘cadeau’ meekomt.
- En 24 juni van dit jaar (2025) zijn Katinka en ik gevraagd om te spreken op uitnodiging van het Leids Congres Bureau over pijnstillerverslaving.
En ik ga natuurlijk regelmatig in de media en op social media in gesprek over pijnzorg en het gebruik van pijndempende middelen. Dat levert allerlei reacties op natuurlijk, en soms ook interessante discussies (check bv. de reacties onder dit bericht):
Wat is nu de rode draad in al deze gesprekken?
Al langere tijd (zie o.a. mijn blogs over de Zorgstandaard en Passende pijnzorg), maar zeker ook de laatste 1,5 jaar wordt er veel gesproken, gediscussieerd en nagedacht over hoe de zorg voor mensen met aanhoudende pijnklachten anders moet. Simpel gezegd, van de focus op ‘puur lichamelijk behandelen’ of ‘dempen met pijnstilling’ naar ‘er is meer aan de hand dat we breder, lichamelijk, psychisch en sociaal (BPS-model), moeten benaderen’.
Dat zijn soms lastige discussies en het is niet zwart of wit, want sommige pijn is wel degelijk goed lichamelijk te behandelen. Maar zeker als pijn langer aanhoudt is het goed om samen met een patiënt te onderzoeken welke ‘stoorzenders’ in het leven misschien meespelen.
Dat begrip sijpelt meer en meer door, onder pijnprofessionals, onder mensen die zich met opioïden en andere pijndempende middelen bezighouden en onder pijnpatiënten zelf.
Maar vanuit die presentaties en online gesprekken proef ik ook o.a. het volgende:
- Frustratie. Ook de pijnprofessional heeft voor aanhoudende pijn vaak geen oplossing, geen ‘quick fix’. De patiënt keert (zeer) regelmatig terug op het spreekuur, vaak volgen allerlei verwijzingen, maar het leidt niet tot een structureel verschil. De pijnstiller, in alle soorten, maten en doses, is dan vaak de ‘second best’ oplossing om de pijn enigszins hanteerbaar te houden. Weliswaar een korte-termijn-oplossing, want inmiddels weet ik dat sterke pijnstillers alleen maar leiden tot méér pijn, in plaats van minder.
- Struggles. De wens en wil om het opioïdengebruik echt terug te dringen -zie het voorbeeld van mijn eigen huisarts- maar vaak ook nog de struggle ‘hóe dan precies’. Met vragen als: wat is het alternatief, hoe werken we in mijn zorgregio beter met elkaar samen en hoe verkleinen we dan precies de impact van de pijn in het leven van die patiënt.
- Worsteling. De worsteling met de sterke vraag, behoefte, vanuit mensen met aanhoudende pijn, naar ‘de oplossing’ of ‘meer pijnstilling’. En als de patiënt het zelf niet vraagt, dan vaak hun naasten wel. Enorm herkenbaar natuurlijk en ook heel begrijpelijk: ik ken die strijd met pijn maar al te goed. En heb gevraagd, gesmeekt, om méér pijnstilling. Maar die vraag, of soms eis, doet tegelijk ook iets met de professional.
- Kennisgebrek. Bij zowel de pijnpatiënt (hoe werkt pijn precies, wat zijn de valkuilen van pijnstilling, hoe leer je pijn aanvaarden en de knop omzetten) als bij veel zorgprofessionals, óók bij pijnprofessionals. De inzichten in aanhoudende pijn nemen toe naarmate er meer wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt. En over opiaatgebruik en de verslavende werking weten we inmiddels ook meer dan enkele jaren terug. Maar die kennis sijpelt maar langzaamaan door. En: welke behandelmodellen werken dan wél? Hoe pas je dat toe, hoe zoom je samen met je patiënt in, hoe doorbreek je taboes en vooroordelen van jezelf en je patiënt?
Al die rode draden brengen mij, maar zeker niet alleen mij, steeds meer in de richting van een aantal oplossingen. En ook daarvan is er niet één de ‘quick fix’, gaat het juist om de samenhang.
In gesprek over pijn en opioïden: oplossingsrichtingen
Eerst weer even die nuance.
Ik ben maar een eenvoudige patiënt, die ooit toerisme studeerde en lang heeft gewerkt rondom talentontwikkeling en (wereld)burgerschap. Ook ik heb zeker niet de wijsheid in pacht. Maar ik ken inmiddels ook honderden verhalen van anderen met langdurige pijn; succesverhalen en verhalen met een minder goede afloop. Ik leerde veel over pijn en pijndempende middelen en kreeg en krijg input van allerlei professionals en patiënten.
Dus neem ik de brutale vrijheid om hier wat oplossingsrichtingen te benoemen…
#1 Preventie
Als mensen geen pijn krijgen, wordt acute pijn ook geen chronische pijn. En leidt chronische pijn ook niet tot opiaatgebruik.
Veel, niet alles, staat of valt dus met preventie. Goede voorlichting over hoe je voorkomt dat je pijn krijgt. En ja, dat heeft met leefstijlzorg te maken, met goed voor jezelf zorgen, met voldoende beweging, gezonde voeding, minder stress, leuke dingen doen, etc.
Daarmee voorkom je niet alle pijn in Nederland, ook niet alle aanhoudende pijn. Natuurlijk niet. Maar, om maar drie willekeurige voorbeelden te noemen:
- als al van jongs af aan wordt uitgelegd dat voldoende bewegen geen ‘hobby’ maar noodzaak is (NIET bezuinigen op sport, bijvoorbeeld),
- als de ratrace waar velen van ons in zitten een tandje minder wordt,
- als iedereen in Nederland periodiek het Spinnenweb van Positieve Gezondheid invult…
…dan geeft dat inzicht en voorkomen we een deel van de pijn. Echt.
#2 Minder voorschriften
Simpel. Als er minder sterke pijnstillers worden voorgeschreven, scheelt dat extra pijn (lees over hyperalgesie!) en afhankelijkheid van c.q. verslaving aan opioïden en andere pijndempende middelen als cannabis, alcohol of drugs (die ook allemaal pijn versterken).
Maar zo simpel is het ook weer niet. Want hoe doe je dat? Hoe voorkom je dat mensen na een operatie met een opiaat-herhaalrecept de deur uitgaan? Welk alternatief heb je als huisarts of pijnspecialist?
Een mooi voorbeeld is het project van het Utrechtse Diakonessenhuis:
Minder lang voorschrijven, geen automatische herhaalrecepten, vervolgcontact met de huisarts en/of patiënt en begeleiding bij tijdige afbouw.
Maar ik ken meer goede voorbeelden:
- Er zijn in steeds meer provincies of subregio’s pijnnetwerken in opkomst, waarin wordt nagedacht over hoe de pijnzorg in die regio beter kan en welke alternatieven behandelaren samen kunnen bieden op ‘die pijnstiller’.
- Er komt steeds meer scholing, vaak nascholing, rondom aanhoudende pijn en het gebruik van pijndempende middelen. Dat zijn 15, 50 of 80 medewerkers per keer die extra kennis en tools aangereikt krijgen om het ‘anders te (willen) gaan doen’. Nu nog de scholing in het reguliere geneeskunde curriculum; daarin is ‘pijn’ echt nog ondergeschoven.
#3 Pijnzorg: bredere blik
Ik noemde het net al. De Zorgstandaard chronische pijn en de Leidraad die de Zorgstandaard moet implementeren spreken er ruimschoots over. En iedereen die met een enigszins bredere blik in de (aanhoudende) pijnzorg werkt weet het: de tijd van altijd maar 100% lichamelijk ingrijpen bij pijnklachten die langer duren dan enkele weken, zeg 3 maanden, ligt achter ons.
Meerdere hernia-operaties, een neurostimulator, heel veel pillen, verschillende zenuwblokkades, vastgezette rugwervels: ook bij mij is er in de loop der jaren ontzettend ‘bio’ gesleuteld in mijn lijf. Dat wilde ik, ik dacht dat het goed was, dat het tot die ultieme oplossing zou leiden. En, begrijp me niet verkeerd, dat hélpt sommige mensen ook echt goed. Je moet ‘bio-ingrijpen’ niet uitsluiten, het is niet voor niets het bio-psycho-sociale model dat centraal staat -of moet staan- in de huidige pijnzorg.
Maar als pijn aanhoudt, als snelle oplossingen geen resultaat bieden, dan moet er ook snel breder worden gekeken. Welke ‘stoorzenders’ heeft iemand in z’n leven, welke vicieuze cirkels gaat iemand door, hoe zit het met de (sociale) leefomstandigheden, welke aannames heeft iemand over pijn, wat is eventueel nog onverwerkt: er kán veel meespelen.
En soms is het uiteindelijk een kwestie van ‘dealen met de shit die je hebt’. De een krijgt kanker, de ander diabetes, weer een ander pijn die niet weggaat. Acceptance and Commitment Therapy (ACT) of een andere vorm van Cognitieve Gedragstherapie (CGT) kan dan steun bieden om te leren aanvaarden van wat niet anders kan. En juist daardoor…kan het soms toch weer een beetje anders. Mét pijn.
#4 Meer uitleg en kennisoverdracht
Kennis is macht. En dat geldt zowel voor de persoon met pijn, als voor de betrokken professional.
Ik benoemde het net al.
En toch zie je dat de meer recente kennis over pijn en de werking van pijndempende middelen nog enorm versnipperd is. Websites, social media, boeken, ziekenhuisfolders, e-health programma’s: je vindt je weg vaak slecht en het kost zowel de patiënt als de zorgprofessional veel tijd -en frustratie- om kennis te vergaren.
Maar als je beter begrijpt hoe pijn werkt, als je meer leert over pijn en het zenuwstelsel, over doorlopende gevaar- en veiligheidssignalen, over hoe je meer pijn krijgt juist door pijndempende middelen, over pijnvoorspelling door je brein, over je pijn’geheugen’, over voor- en nadelen van pijndemping…dan kom je verder. Zowel als patiënt als professional.
Ik doe er trouwens vrolijk aan mee hoor. We bouwen aan www.pijnstad.nl, weer een website. Maar wel een die heel veel kennis, tips, tools en inzichten rondom aanhoudende pijn met elkaar verbindt. En hopelijk een die straks een plek krijgt in de toolbox van iedere pijnprofessional…die nu al lekker meebouwt aan één centraal platform voor iedereen die met chronische pijn te maken heeft. Vind ook jij dit een goed plan, steun dan die (uit)bouw.
En ja hoor, ik moest ook zo nodig 😊 iets met boeken doen…eentje is in aantocht (binnenkort meer…hou de social nieuwsberichten in de gaten!) en aan een wordt in 2025 hard gewerkt. To be continued…
#5 Meer verbinding
De pijnzorg, pijnpatiënt en pijnprofessional heeft absoluut meer verbinding nodig. Iedere groep onderling, maar ook in samenhang. Want als je elkaar beter begrijpt, (h)erkenning vindt bij elkaar, dan helpt dat.
Hoe fijn zou het zijn als een pijnbehandelaar meer inzoomt op jou als mens, in plaats van alleen als patiënt of, nog erger, als ‘dossier’. In de betere pijnbehandelingen en programma’s in de verslavingszorg gebeurt dat al volop. Want juist bij die ‘mens’ zitten haakjes om tot inzicht en verandering te komen.
Maar het werkt ook andersom. Als je als pijnpatiënt inzicht in en begrip krijgt voor de dilemma’s, twijfels of frustraties van je (huis)arts, behandelaar of andere betrokkene dan komt dat de relatie ten goede. Hij, of zij is óók mens, onzeker, twijfelt soms of weet het even niet meer. Mag dat?
Ik heb al vaker over de waarde van het onderling verbinden van mensen met aanhoudende pijn geschreven. Die waarde werd vanuit onderzoek nog eens bevestigd door INVOLV. Herkenning en erkenning biedt steun, maar ook de dagelijkse tips, twijfels en frustraties kunnen inzicht geven. De Community in Pijnstad, maar ook de ervaringen en besloten groep van Stichting Opiaten Afbouwen, zijn voorbeelden hiervan…maar er zijn tientallen (online) plekken waar verbinding wordt gefaciliteerd.
Ook pijnprofessionals onderling zoeken verbinding. Er zijn inmiddels verschillende landelijke netwerkorganisaties (o.a. Pijn Alliantie In Nederland, Revalidatie Netwerk Nederland, V&VN Pijnverpleegkundigen, Netwerk Chronische Pijn) en ook in de regio (provinciaal) ontstaan netwerken pijnzorg. Ik neem als ervaringsdeskundige deel aan het Pijnnetwerk West-Brabant en roep geïnteresseerde pijnpatiënten die mee een verschil willen maken op om dat ook te doen, samen in West-Brabant of in je eigen regio. Zie je geen oproep, bied je dan spontaan aan!
#6 Meer diversiteit in aanbod verslavingszorg
Ik koos er bewust voor, en kreeg die kans, maar: niet iedereen hoeft naar een verslavingskliniek om van z’n opiaten af te raken. Ook de verslavingszorg voor mensen met pijn en opiaatafhankelijkheid is volop in ontwikkeling, waardoor er een steeds diverser aanbod ontstaat.
Want de drempel van een ‘verslavingskliniek’ is voor velen best hoog. Zolang er in een programma maar aandacht is voor én pijn én pijnmanagementvaardigheden én afbouw kun je op allerlei manieren afbouwen:
- thuis afbouwen: je huisarts kan je daarbij begeleiden met afbouwschema’s in een rustig tempo; die kan hulp inroepen bij verslavingsartsen (intercollegiaal contact) bij specifieke (korte) vragen.
- ambulant afbouwen: waarbij je thuis afbouwt, maar ook regelmatig naar een behandelaar of instelling voor verslavingszorg toekomt voor begeleiding.
- bij een instelling voor verslavingszorg afbouwen: waarbij je een pijnprogramma volgt, daarbinnen (tot) enkele weken intern verblijft in een verslavingskliniek om een start te maken met de afbouw en vaak nog een aantal maanden daarna ambulant afbouwt. Vaak een goede keuze als er veel factoren meespelen bij je pijn of als je al eerdere mislukte pogingen hebt ondernomen of bij specifieke medische risico’s.
- e-afbouwen: waarbij je huisarts je begeleidt bij de afbouw, afbouwschema’s kunnen worden afgestemd met een verslavingsarts, diverse online modules voor je klaarstaan, je steun van lokale behandelaren (fysio, psycholoog e.a.) kunt inroepen indien nodig.
Juist ook dat maatwerk gaat bijdragen aan het verlagen van de drempels om te starten met afbouw. Ook hier helpt financiering om meer sneller te kunnen ontwikkelen voor grotere aantallen patiënten.
#7 Meer samenwerking
Ik sprak al over de behoefte onder professionals om meer samen op te trekken in pijnzorg en rondom opiaatafbouw. Er zijn veel partijen actief, met veel goede ideeën voor betere zorg. Maar samenwerken is tegelijkertijd ook lastig, er spelen vaak allerlei belangen mee en échte samenwerking op zichzelf wordt niet of nauwelijks gefinancierd. Dus zie je veel bevlogen en betrokken mensen, professionals of patiënten, vaak in hun vrije tijd ‘om niet’ bijdragen. Dat is niet per definitie erg, maar zou ook anders mogen.
Hoe mooi zou het zijn als de vele landelijke en regionale netwerken, verslavingszorg-instellingen, VerslavingsKunde Nederland, revalidatienetwerken, pijnnetwerken, Pijnstad/LPO, Stichting Opiaten Afbouwen in staat worden gesteld om écht meer met elkaar samen te werken?
Dat kost geld. Maar levert uiteindelijk meer geld op: minder zorgkosten, minder arbeidsuitval. Daar ben ik van overtuigd.
#8 Betere zichtbaarheid, minder vooroordelen & taboes
Tot slot een van mijn stokpaardjes. 😊
Zolang de impact van aanhoudende pijn en/of opiaatverslaving niet of nauwelijks wordt gezien in de samenleving, politiek en bij zorgbeleidsmakers kunnen we mooie plannen maken en oplossingen aandragen, maar gebeurt er (te) weinig. Als je ziet hoeveel geld er inmiddels -terecht- aan ziektes als kanker, diabetes, hartfalen of nierziektes wordt besteed…terwijl “pijn” uiteindelijk een véél groter gezondheidsprobleem is.
De zichtbaarheid, het vertellen van ervaringsverhalen en het laten zien van die impact: dat is de eerste en misschien wel grootste uitdaging. En die hoor ik ook bij ieder congres, workshop, webinar of presentatie terugkomen.
Vandaar mijn niet geremde neiging om in ieder geval mijn eigen verhaal te delen in de media, met iedereen die het wel, of niet, wil horen. Om ervaringsverhalen op te nemen in Pijnstad. En om samen te werken met clubs als Novadic-Kentron en Stichting Opiaten Afbouwen, waar vele ervaringsverhalen voorbij komen.
Recent nog, met een artikel in BNDeStem:
Tot slot: laten we in gesprek gaan over pijn en opioïden
Wil jij ook in gesprek over pijn en opioïden?
Gooi me maar voor de leeuwen!
Nodig mij uit als je een publiek hebt, patiënten, professionals, of liefst een combinatie van die twee. Je kunt mij alleen uitnodigen, maar ik neem ook graag mensen uit mijn netwerk mee. Afhankelijk van de vraag en behoefte komen we daar ongetwijfeld uit.
Natuurlijk moet ik daarbij continu rekening houden met mijn eigen belastbaarheid. Want die pijn…is niet weg. Maar je treft me wel weer met een frisser, opiaatvrij, hoofd.
En nu jij: deel je ervaringen
Dit blogartikel bevat alweer veel te veel woorden van mij. Kan het nou nooit eens beknopter, Koert? Nee, dat kan niet, haha.
Maar nu kom jij aan het woord! Ik ben vooral heel benieuwd hoe jij dit artikel leest en welke gedachten je daar bij hebt.
- Zie jij nog andere oplossingsrichtingen, voor het combinatieprobleem ‘aanhoudende pijn’ en ‘opioïdenverslaving’ (of afhankelijkheid, zo je wilt)?
- Heb je bedenkingen of juist veel herkenning bij dit artikel?
- Herken je de ‘rode draad’ uit mijn gesprekken met pijnprofessionals en pijnpatiënten?
- Ga je zelf regelmatig in gesprek over pijn en/of opioïden? Met welk resultaat?
Deel je gedachten en ervaringen via de reactiemogelijkheid hieronder, of neem contact met me op. Altijd leuk om van je te horen en altijd een reactie!
Meer lezen
- Lees meer blogs over leven met chronische pijn
- Zijn we al verbonden op LinkedIn? Ik schrijf daar ook regelmatig over mijn ervaringen rondom pijn, opiaten en leren leven met pijn.
PS
Ik vond een artikel in TVpO (online magazine voor praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen) over Pijnstillers. Het zit achter een betaalmuur, maar je kunt gratis een proefabonnement nemen dat automatisch stopt. Ik wil je toch nog even kort meenemen in enkele passages uit dat artikel…
In de laatste tien jaar zijn opioïden in een kwaad daglicht komen te staan vanwege het risico op verslaving. De officiële term hiervoor is ‘een stoornis in het gebruik van opioïden’. De aandacht gaat hierbij meestal uit naar patiënten die vanwege een stoornis in het gebruik problematisch gedrag vertonen, zoals verwaarlozing van werk, gezin en hobby’s. Alles staat in het teken van het verkrijgen en gebruiken van opioïden. Dit komt voor bij slechts een klein deel van de patiënten.
– TVpO, PijnstillersDat triggert mij, als pijnpatiënt en ex-‘verslaafde’. Stoornis in het gebruik…problematisch gedrag…verwaarlozing van…álles staat in het teken van…slechts een klein deel… Er komt nogal wat voorbij in een paar zinnen.
Ook ik was afhankelijk geworden van pijnstilling, maar vertoonde (denk ik) niet heel veel problematisch gedrag. Ik kon niet anders dan stoppen met mijn werk, door de pijn en bijwerkingen van de medicatie, maar ‘verwaarloosde’ het niet. Ook veranderde mijn rol in het gezin en pasten mijn bandleden (hobby) zich aan, maar ik verwaarloosde ze niet. Ik was zeker bezig met het tijdig opnieuw halen van mijn opiaatpleisters bij de apotheek…maar om dat nou álles te noemen. En ik vrees dat dit bij een groter dan ‘klein’ deel van de (pijn)patiënten voorkomt. Maar zeker, niet bij iedereen hoeft dit bestempeld te worden als ‘problematisch’.
Woorden doen er toe, TVpO.
Hoewel ernstige problemen dus zeldzaam zijn, ontwikkelen vrijwel alle patiënten met opioïden enige tolerantie voor opioïden. Zij hebben steeds hogere doseringen nodig voor hetzelfde effect. Dit kan gunstig zijn bij bijwerkingen. De meeste patiënten worden bijvoorbeeld ook tolerant voor de misselijkheid, die vooral optreedt aan het begin van het gebruik van opioïden. Bij het verhogen van de dosering kan de misselijkheid wel terugkomen. Tolerantie voor het pijnstillend effect is natuurlijk niet gewenst. Zeker patiënten met pijn bij kanker moeten soms lang opioïden gebruiken en hebben daardoor steeds hogere opioïdedoseringen nodig om de pijn draaglijk te maken.
– TVpO, Pijnstillers‘Dit kan gunstig zijn bij bijwerkingen’. Huh? Een groot deel van de bijwerkingen wordt door verhoging van de dosering alleen maar erger, is mijn ervaring. Concentratie, hersenmist, obstipatie…je krijgt het er bij pijn en medicatiegebruik in steeds grotere mate gratis bij.
Bij gebruik langer dan een maand kan ook afhankelijkheid optreden. Patiënten vinden het dan lastig om te stoppen met het gebruik van opioïden. Bij het stoppen of afbouwen krijgen ze last van onrust, diarree en/of griepachtige verschijnselen. Ze kunnen ook angst en slapeloosheid ervaren. Veel patiënten hebben ook last van craving, een sterk verlangen naar opioïden. Deze onttrekkings-verschijnselen zijn vaak minder hevig bij het langzaam verlagen van de dosering van de opioïden.
– TVpO, Pijnstillers‘Patiënten vinden het dan lastig…’ Technisch gezien klopt het: als je langer dan 2-3 weken opiaten gebruikt treedt verslaving al op. Het afbouwen brengt dan allerlei ontwenningsverschijnselen met zich mee, waaronder de genoemde maar zeker ook (tijdelijk) meer pijn…al is dat ook weer niet áltijd zo. Zoals men schrijft: zeker niet als je een langzaam tempo volgt en regelmatig pauzes inlast.
Maar wat de meeste mensen met pijn denk ik het moeilijkst vinden rondom afbouw, is de angst voor blijvend meer pijn. ‘Ik gebruik toch niet voor niets pijnstillers, voorgeschreven door mijn arts?’ En wat gebeurt er met je zorgvuldig opgebouwde maar ook wiebelige balans als je gaat ‘rommelen’ aan je medicatie? Goede uitleg, goed zicht op voor- en nadelen, deskundige steun vanuit professionals en ervaringsdeskundigen en extra of nieuwe pijnmanagementvaardigheden zijn dus zeker zo belangrijk als de afbouw zelf.
