Site icoon Er zit muziek in mijn leven

Op de vlucht in Marokko: zeshonderd meter inzicht

Oké.

In dit blog heb ik de laatste paar jaar al véél meer van mezelf laten zien dan in de vele jaren daarvoor.

Een klein geheimpje kan er dan ook nog wel bij.

Nou, geheim, doe maar rustig hoor. Zo spannend is het ook weer niet. En veel mensen hebben het, jij misschien ook wel.

Ik heb (een beetje) hoogtevrees. 🙃

Zonder goede balustrade, reling of hek begint mijn hoofd -en lijf- te zwabberen. Ken je die rare neiging dat je dan meteen denkt ‘wat als ik nu over de rand stap…?’

Nee, mijn leven is me véél te lief om dat ook echt te doen, wees niet bang.

Maar de gedachte flitst wel door m’n hoofd.

Je hebt wát geboekt?

Juli 2025 vlieg ik met mijn gezin naar Andalusië (Málaga, 4 nachten) en door naar Marokko (Marrakesh, 10 nachten).

Vliegschaamte? Daar doen wij niet aan. 😅

Of mijn vriendin mijn dromenlijst (tip: nóóit openbaar delen!) wel of niet heeft gezien weet ik niet. Maar ik kan er ondertussen weer een afvinken.

Een trip met een luchtballon? Boven de woestijn buiten Marrakesh?

(Dat met die woestijn, dat bleek toch net anders te liggen -het was meer een hele weidse ‘akker’. Maar het uitzicht was er niet minder om.)

Ja, het staat toch echt op mijn dromenlijst.

Een beetje verstopt, tussen héél veel andere bullets, onder het kopje ‘Reizen’.

Gelukkig heb ik enkele maanden de tijd, ‘voorpret’ noemen ze dat, om aan het idee te wennen. En m’n instant klamme handjes op te laten drogen.

Begrijp me niet verkeerd

Het staat niet voor niets op mijn dromenlijst, wishlist, bucketlist of hoe je dat ook noemt.

Het lijkt me gaaf.

En spannend.

En out-of-my-comfortzone.

Alles tegelijk.

En ik voel me überhaupt bevoorrecht om het te kunnen doen. Om als West-Europeaan het vliegtuig te nemen, alsof het niets is, en een paar duizend kilometer zuidwaarts de ’toerist’ (liever: reiziger) uit te hangen.

Zodra ik hoor wat het kost, zo met 5 personen, voel ik me nog meer bevoorrecht. En vertel ik mijn brein dat ik niet zo moet zeuren over een beetje hoogtevrees. Net als ik het eerder vertelde dat het die chronische pijn niet meer zo op de voorgrond moest zetten. Niet meer allesbepalend.

Maar ja, zo werkt het dan toch niet helemaal, hè? Gedachten zijn gedachten, en hou je niet tegen.

‘Teveel wind. We weten niet of het door kan gaan.’

Ik ben geen goede vroeg-opstaander. Ik heb altijd even nodig, rustig kopje koffie, liefst een krantje erbij. De dag laten beginnen.

Om 04:30 gaat de wekker. Hup, opstaan, wassen, aankleden, tanden poetsen, kinderen verzamelen en zien hoe we onze riad uitkomen. Een paar, nog uitzonderlijk verlaten, steegjes door en op het centrale-plein-van-afspraak het Morrocan Sky Ballooning busje in.

De rit van 45-60 minuten, waarbij wij dus denken de woestijn in te rijden, verloopt in alle rust. Ook onze medepassagiers zijn nog druk bezig met ontwaken. Totdat de chauffeur het welletjes vindt en de bus in een rijdende disco verandert. “Muziek! op standje 100db…” Beetje wakker schudden die boel.

Door de muziek heen gaat hij het gesprek aan. Flarden vang ik op. “Too much wind. Maybe. Pilots are discussing if they can fly. Maybe we have to cancel en do it later.”

Yes! Een escape!

Het voelt een beetje als vroeger, als ik opzag tegen zwemles en opeens het bericht kwam (toen nog via de postduif) dat zwemles deze week niet doorgaat. Een hele woensdagmiddag om de Familie Knots en de Fabeltjeskrant te kijken. Of wat ik toen ook keek.

Maar nee, als ik eerlijk ben: zo voelt het eigenlijk nu niet.

Eerder een gevoel van teleurstelling. ‘Nu zijn we op weg, nu gáát het gebeuren…en dan misschien toch niet? No way.’

De adrenaline heeft het allang overgenomen. Heeft het sluimerende angstgevoel gewoon weggedrukt. Niks teveel wind, we gaan vanochtend gewoon de lucht in!

“Ga jij er maar naast staan. De rest van je gezin gaat wel in de mand.”

Huh?

Mag ik niet mee dan?

Ik heb toch ook betaald?

Wat krijgen we nou?

Ook onze jongste, 13 alweer, kijkt vertwijfeld. ‘Papa, jij mag toch ook wel mee?’

Ik zie één andere vader, helemaal aan de andere kant van de mand, ook ernaast staan. Blijkbaar ogen wij het fitst (haha!), het meest geschikt om in de mand te springen als ‘ie eenmaal rechtop staat en bijna de lucht in gaat.

Ja, er is dus groen licht. Na veel en lang overleg, wij wachten terwijl de zon opkomt, besluit men in alle wijsheid dat ‘veel wind’ niet ’té veel wind’ is.

Er is wel tien keer gezegd ‘safety first.’ En toch gaan we. Oké…geef je er aan over, Koert. Ze hebben dit vaker gedaan.

In redelijke sneltreinvaart, er is ineens haast, lopen we vanaf de prachtige wachtplek (annex ontbijtruimte na terugkeer) een aantal honderden meters naar die weidse akker. Waar héél veel Marokkaanse mannen al druk bezig zijn met ballonnen, branders, touwen en manden.

Echt, héél veel.

Maar er zijn dan ook héél veel ballonnen te zien, die steeds groter in omvang worden, van meerdere ballooning-organisaties.

De vier belangrijkste mensen in mijn leven liggen inmiddels al in de mand, die op z’n zijkant ligt. Ik sta ernaast. Zenuwachtig te trappelen en tegelijk één en al rust. Althans, dat probeer ik uit te stralen.

“Yes. You go. Nów!”

Die andere vader, aan de andere kant, en ik stappen tegelijk in de mand. Niks springen; er blijken een soort traptreden in de zijwand van de mand te zitten. Die mand, eenmaal rechtop, wil niets liever dan de lucht in. Kabels, vastgebonden aan auto’s, houden dat nog heel even tegen. Maar het is wel echt de bedoeling dat ik binnen een paar seconden nu ook in de mand sta.

En off we go.

Rust

Totale rust.

Dat beeld had ik altijd van een luchtballonvaart.

Totale stilte.

Dat hoor je ook altijd van iedereen die al heeft mogen vliegen. Eh, varen.

Ik hoor vooral gekwebbel. Van de piloot, die uitleg geeft. Van de onbekende andere passagiers, met oh’s en ah’s. Van mijn puberkinderen, die direct toegeven dat het gááf is (in moderner bewoordingen dan, want gaaf=boomer).

En gekwebbel van mijzelf, want net als mijn vriendin vind ik het ook ongelooflijk…in zo’n kwetsbaar ding honderden meters de lucht in. Auto’s en huizen die stipjes worden. Tientallen andere ballonnen in de lucht. Het vuur van de gasbrander, die onze ballon hoger en hoger laat gaan (tot 600m max, anders wordt het nabijgelegen vliegveld boos). De nog steeds opkomende zon. Ongelooflijk.

En ongelooflijk tof.

Niks hoogtevrees.

Veilig in een mand, met wanden hoog genoeg om mijn snelste neiging om eroverheen te stappen meer dan te bedwingen.

Ik voel eigenlijk totale rust.

“Kijk pap, hoe lang zou die telefoon er over doen om terug op de grond te zijn? Hoeveel seconden?” Een van mijn kinderen houdt de telefoon, levensader voor die pubers, buiten de mand. Ik kijk mee naar beneden en -visueel ingesteld- zie het direct voor me.

De hoogtevrees meldt zich meteen weer. Maar zakt gelukkig ook snel weer weg.

Niet verder over nadenken, geniet van het moment, blijf in het hier en nu

(ChatGPT geeft achteraf het antwoord: 11 seconden -of iets meer, afhankelijk van de luchtweerstand).

“We kunnen wat stuiteren bij de landing, door de wind. Hoort erbij.”

Ook daar heeft mijn hoofd vooraf al over nagedacht.

De landing.

Hoe zou dat gaan, met die instabiele rug van mij? En in relatie tot de chronische pijn? Krakkemikkige dagen erna? Of zou het meevallen?

Met het vliegtuig, landend op Málaga, hadden we een stevige smak gemaakt. Ook iets met ‘veel wind.’ Niet direct bevorderlijk. Maar in zo’n mand(je) lijkt het me dan toch nog een stuk kwetsbaarder.

Zeshonderd meter is best hoog. Heel hoog, eigenlijk. En toch zijn we ook weer behoorlijk snel beneden. De grond komt steeds dichterbij. En, geloof het of niet, maar we landen ook weer (min of meer) daar waar we zijn opgestegen. Zo’n ballon vaart toch met de wind mee?

Het is een flinke stuiter. Een paar keer, gevolgd door een ‘sleeplanding’ over de grond. We trekken een heel spoor. Maar toch was de vliegtuiglanding op Málaga harder. Het zijn dit keer geen harde klappen. Prima te doen, eigenlijk.

Wat een ervaring.

Een dikke

op de dromenlijst.

En volgende keer nog wat hoger, graag. F$%k die hoogtevrees.

Toch nog even over pijn

Achteraf denk ik na. Doe ik wel vaker. Achteraf.

Welke overlap zit er nu tussen deze ervaring en mijn jarenlange worsteling met pijn? Een ‘gevecht’ dat nog af en toe oplaait?

Meer dan je misschien denkt. Of misschien ook niet.

Die ochtend om 05:15 stapte ik slaperig in een busje, met een dosis hoogtevrees op de achtergrond. Precies zoals ik jarenlang elke dag al wakker werd met de eerste pijngedachte. Begrijp me niet verkeerd: dat betekent niet dat die pijn niet óók echt lichamelijk was. En dus ook niet dat alles zich alleen maar in mijn hersenen afspeelde. Wel dat het een samenspel was -en is- tussen lichaam en brein.

Boven die weidse akker in Marokko besef ik dat mijn ballonvaart eigenlijk één groot nieuw inzichtmoment is voor alles wat er speelde en soms nog speelt rond dat ‘mee-reizende pijnmonster’.

Elke keer dat ik de pijn ervaar als een passagier in plaats van als de piloot, kan ik kiezen voor die éne mini-luchtballon: een bewuste diepe ademhaling, een grap of lach, even muziek opzoeken ter afleiding.

En daarmee wordt zelfs een dag met hardnekkige pijn een beetje lichter en luchtiger.


Wil je hier dieper op ingaan? Praktische handvatten ontdekken om te bouwen aan je veerkracht, als je pijn hebt en/of afhankelijk bent van pijndempende middelen? Lees ‘Pijn en verslaving‘, uitgeverij Hogrefe.


Deel je ervaringen

Deel je gedachten en ervaringen. Vind ik leuk!

Dat kan via de reacties hieronder (dan leest iedereen mee), of door contact op te nemen (dan lees alleen ik).

Meer lezen

PS ja, ook wij kenden dat filmpje van die luchtballon in Brazilië die eind juni, een maand voordat wij zouden gaan, al brandend uit de lucht viel. Verschrikkelijk; het zal je overkomen.

Ik kreeg het filmpje in die tussengelegen tijd nog vaak onder ogen.

Want zo zijn pubers dan ook wel weer.

En nee, ik ga ‘m hier niet opnieuw delen. Zeker niet. Wel een andere (nog veilig op de grond), van onze eigen ervaring:

Mobiele versie afsluiten