… Een blog over angst, gewoonte en vasthouden aan je enige houvast.
“Kom niet aan mijn opiaten.”
Hoe vaak heb ik het zelf wel niet gezegd? Tientallen keren.
Toen iemand voor het eerst voorzichtig vroeg of mijn medicatie misschien óók ergens invloed had op hoe ik pijn beleefde, voelde ik me aangevallen.
Alsof hij niet begreep wat ik doormaakte. Iedere dag. Alsof ‘ie vond dat ik me aanstelde. Dat het ‘best wat minder kon.’
Ik dacht vooral: laat mij alsjeblieft met rust; ik doe wat ik kan om overeind te blijven. En dat kost al genoeg energie.
Dat is het lastige aan boodschappen over afbouw van medicatie: het raakt direct aan je overlevingsstrategie. Aan wat je nodig hebt om de dag door te komen.
En tegelijk: aan de angst voor verandering. Voor het verstoren van die wiebelige balans.
En wellicht ergens ook aan de hoop dat het misschien tóch anders kan.
Ik schrijf dit artikel niet om iemand te overtuigen. Iedereen maakt z’n eigen afwegingen en keuzes. Altijd.
Ik schrijf dit omdat ik weet hoe het voelt: de angst, de twijfel, de hoop. En omdat ik inmiddels zelf, maar ook uit verhalen van vele anderen, heb ervaren dat er leven is ná de opioïden. Niet pijnvrij, maar wél vrijer.
Afbouwen kan nieuwe ruimte bieden, maar het doel hoeft niet altijd nul te zijn.
Minderen (in hele kleine stapjes) kan lucht geven, helderheid, meer regie. Maar voor sommige mensen is een onderhoudsdosering juist een stabiele en realistische weg.
Het vraagt vooral, al dan niet met support, eerlijk kijken naar jezelf: hoe vaak gebruik je de argumenten uit dit blog om extra medicatie te rechtvaardigen? Hoe sterk voel je de neiging om toch “even een extra pilletje” te nemen? Hoe aanwezig is de zucht naar méér in je lijf of brein? En speelt er misschien al een verslavingscomponent mee, of zelfs méér pijn juist door de medicatie? Dat zijn geen gemakkelijke vragen en je hoeft ze niet perfect te kunnen beantwoorden. Het zijn wél vragen die helpen om te onderzoeken welke dosis, welk tempo en welke route werkelijk bij jóu past.
Afbouwen is geen nieuw gevecht tegen pijn, noch een overwinning van die ‘afbouwpolitie’, maar vooral een zoektocht naar nieuw evenwicht en meer ruimte.
Laten we dus het gesprek daarover blijven voeren. Met respect voor ieders individuele keuze, met nieuwsgierigheid en zonder oordeel.
Liever luisteren dan lezen?
Met hulp van AI genereerde ik een podcast-gesprek over dit blog.
De kracht en de keerzijde van houvast
Als je leeft met aanhoudende pijn, klamp je je vast aan alles wat helpt. Of lijkt te helpen. Een pil die even verlichting geeft, voelt als een reddingsboei. Waarbij de nood al hoog is.
Maar na verloop van tijd en medicatiegebruik werd ik telkens weer onrustig. Ik merkte dat ik steeds vaker bezig was met mijn voorraden op peil houden (alles conform voorschrift, maak je niet druk). Met het volgende moment van innemen. Met misschien toch een nieuwe verhoging van de dosis. Of het inkorten van de innameduur: een nieuwe pleister per 2 dagen, in plaats van 3.
En als de werking wat afnam, dacht ik: zie je wel, ik heb gewoon meer nodig.
Pas later, veel later, leerde ik dat mijn brein en lichaam gewend waren geraakt aan de medicatie. Dat het niet altijd de pijn was die om aandacht vroeg, maar ook mijn hele systeem dat -zonder dat ik het doorhad-hunkerde naar de vertrouwde demping. En dat de medicatie de pijn juist, gek genoeg, extra kon triggeren.
Argumenten die ik zelf veel gebruikte, en veel terug hoor
Mag ik je in dit blog meenemen in een aantal argumenten vóór het in stand houden van je medicatie zoals ‘ie nu is? Argumenten die ik, op enkele na, ook zelf maar al te vaak heb gebruikt.
Welke van deze zeven herken jij? Of bij iemand uit je omgeving?
- “Ik weet echt zelf het beste wat goed voor me is”
- “Ze zoeken het maar uit. Mijn pijn is gewoon niet te harden”
- “Op dagen dat ik te veel heb gedaan, neem ik gewoon een extra pil. Dat helpt.”
- “Die afbouwpolitie weet niet wat het is om pijn te hebben”
- “Ik kan alleen met een stevige dosis nog enigszins functioneren”
- “Zolang mijn partner alles doet en ik mijn medicatie heb, red ik het nét.”
- “Ik wil goed kunnen leven met zo min mogelijk pijn. Daar is medicatie gewoon voor nodig.”
“Ik weet echt zelf het beste wat goed voor me is”
Dat dacht ik ook. En deels klopt het ook: niemand kent jouw lijf beter dan jij.
Maar wat ik niet wist, was dat opioïden mijn brein konden beïnvloeden. Niet alleen de pijn werd gedempt (een beetje, wel steeds minder), maar ook mijn vermogen om helder te voelen wat nou écht helpt.
Langdurig gebruik kan je pijnsysteem zelfs gevoeliger maken. Het voelt dan alsof je meer pijn hebt, terwijl het eigenlijk je zenuwstelsel is dat steeds meer in de war raakt.
“Ze zoeken het maar uit. Mijn pijn is gewoon niet te harden”
Die zin heb ik letterlijk uitgesproken. Heel vaak.
En soms voelde het ook echt zo.
Je kan hoog of laag springen rondom minder pijnmedicatie, maar bij pijnpieken wil je gewoon iets dat werkt, nu meteen.
Alleen: opioïden lossen het probleem niet op, ze leggen er een deken overheen. Een dunne deken, die ook nog eens steeds dunner wordt.
Pas toen ik stapje voor stapje durfde te kijken wat er onder die deken lag, noem bijvoorbeeld (pijngerelateerde) stress, vermoeidheid, angst, overbelasting, kwam er ruimte om anders met pijn om te gaan. Dat ik steeds beter ging snappen hoe chronische pijn en pijnmedicatie eigenlijk werkt, hielp ook.
Dat schrijf ik nu makkelijk, in twee zinnen, maar het was écht een lang proces.
“Op dagen dat ik te veel heb gedaan, neem ik gewoon een extra pil. Dat helpt.”
Dat deed ik dan weer niet. Daar ben ik te braaf voor. Geen (gevaren van de) zwarte markt voor mij.
Maar ik ken genoeg mensen met opiaten, of andere middelen die verdoven, die dat wel doen. En ik snap het ook wel.
Braaf, oké. Maar ik ben ook niet heilig. Ik verkortte, in overleg, wel de ‘plaktijd’ van mijn morfinepleister van drie naar twee dagen. En een biertje -op z’n tijd- verdooft ook net iets meer.
Het voelt als slim doseren: wat meer demping als je veel pijn hebt, wat minder als het even iets beter gaat.
Maar het werkte averechts. Want daardoor weet je lichaam uiteindelijk niet meer wat ‘genoeg’ is. Bij iedere extra pil, of pleister, wordt de neiging om de volgende keer nóg iets extra’s te nemen groter. Los van of dat kan, qua voorraad en voorschrift, zet het onbedoeld iets aan in je lijf. En in je brein.
En je houdt jezelf voor de gek. Met de extra (tijdelijke) demping van die extra pil red je het net om een paar uur te werken. Om de tuin nog even te doen. Om het muziekoptreden door te komen. Ofwel, om die grens qua belasting nog even wat op te rekken. Je zat al in het oranje, misschien al wel in het rood, maar het kan altijd nog wat dieper oranje of rood. Zonder dat je het écht doorhebt.
Pas toen ik leerde over en oefende met graded activity -weer dingen doen, bewegen, binnen mijn grenzen, weer zwaardere dingen tillen, met kleine uitbouwstappen- merkte ik dat mijn lijf steeds weer wat sterker werd. De pijn werd er niet minder van, maar het voelde goed.
De beloning van die aanpak kwam later. Maar bleef wel langer.
“Die afbouwpolitie weet niet wat het is om pijn te hebben”
Die gedachte kwam vaak op. Vooral als iemand met witte jas en mijn dossier onder z’n arm iets zei als “minder is beter”. Tja, lekker, híj had geen pijn.
Ik voelde me niet gezien. Niet gehoord. Niet erkend, misschien ook wel.
Tot ik de zoveelste behandelaar trof, een fysio. Dit keer iemand die niet begon over afbouwen, maar over balans. Hij vroeg: “Wat zou je terug willen krijgen, wat zou het je kunnen opleveren, als je ooit minder medicatie zou gebruiken?”
Ik had het toen niet zo door, maar het bleek een van de kantelpunten.
Het ging opeens niet meer over meer of minder pillen, maar over meer of minder leven. Over helderder zijn, meer energie hebben, weer verbinding voelen. Over minder bijwerkingen, want die werden steeds irritanter.
(Ja, ik ben ook eigenwijs: het duurde zeker nog enkele jaren voordat dat kwartje bij mij écht viel. En mensen in mijn omgeving snapten het lang niet: hoezo minder pillen, je hebt toch nog steeds pijn?!)
“Ik kan alleen met een stevige dosis nog enigszins functioneren”
Dat was mijn grootste angst. Zonder medicatie zou ik volledig instorten, dacht ik.
Maar wat er gebeurde tijdens het afbouwen, verraste me toch. Ja, de pijn leek tijdelijk wat heftiger. Ik leerde, met geruststellende woorden van mijn begeleiders: je lichaam komt in opstand.
Maar langzaam kwam er ook iets anders: meer helderheid, wat minder bijwerkingen (hoewel die nog lang doorwerken).
Ik voelde me langzaamaan weer iets meer mezelf. Niet alleen meer een pijnpatiënt die op tijd zijn dosis moest nemen.
Ik kreeg weer wat meer zin in dingen. Ging weer wat vaker naar een feestje. Ging meer muziek maken. Vrijwilligerswerk opzoeken. Meer schrijven. Mijn grenzen, die wel heel smal waren geworden, weer wat verbreden.
Ik functioneerde, met minder pillen, eigenlijk beter. Met alle pieken en dalen die daar nog steeds bij horen.
“Zolang mijn partner alles doet en ik mijn medicatie heb, red ik het nét.”
Dat ‘net redden’ ken ik maar al te goed.
Voortdurend alles -vooral met jezelf- afstemmen, de dag doorkomen. Overleven.
Tegelijkertijd kostte het me ook mijn gevoel van zelfstandigheid. De medicatie hield me overeind, maar hield me óók in een greep. En maakte me passief.
En het was eigenlijk ook niet zo eerlijk tegenover mijn partner en omgeving. Want ‘alle ballen op de ander’ werkt op de lange termijn niet. In acute situaties zeker, maar niet als dat maanden of jaren voortduurt. Ik schreef er al eens eerder een blog over.
Die zelfstandigheid zit ‘m ook nog ergens anders. Lange tijd zocht ik de ‘quick fix’, de toverdokter die met de ultieme oplossing voor mijn pijn moest komen. Dertig loketten verder hielp niets structureel. Pas toen ik durfde te kijken naar wat ik zélf nog kon doen om een verschil te bereiken -al was het maar klein- begon ik weer wat beweging te voelen.
“Ik wil goed kunnen leven met zo min mogelijk pijn. Daar is medicatie gewoon voor nodig.”
Dat was mijn streven. En eerlijk: daar moest je niet aan komen rommelen. En wat dan nog, mijn arts schrijft het toch gewoon voor, de huisarts neemt het over, de apotheek verstrekt het.
Nu, een flinke tijd later, weet ik: goed leven draait niet om minder pijn, maar om méér kwaliteit. En meer kwaliteit kan dan soms, gek genoeg, ook leiden tot minder pijn.
Hoe tegenstrijdig het ook lijkt: goed leven komt uit andere dingen dan een pil: uit bewegen, zingeving, steun, muziek, natuur, vakantie, contact. Of wat voor jou ook maar écht belangrijk is. Dat klinkt zweverig, maar is het niet.
Medicatie kan tijdelijk helpen, zeker. Even op adem komen. Maar opiaten zorgen voor gewenning, hebben een sterk verslavend effect, al na 2 tot 3 weken. En zijn gewoon geen ‘quick fix’ of oplossing voor iets wat zo complex is als aanhoudende pijn. Terwijl ze wel veel bijwerkingen en andere ellende veroorzaken, zonder dat je het altijd zelf doorhebt.
En nog even over die voorschrijvende arts. Het gebeurt, bij aanhoudende pijn, vaak uit onmacht. Ook jouw arts zit met z’n handen in het haar. En met tijdgebrek. Eén pil, versus 10 gesprekken en een telkens terugkerende patiënt. Daarbij: kennis omtrent chronische pijn, medicatie en afhankelijkheid neemt toe. Maar sijpelt nog maar langzaam door in opleidingen en praktijk.
De schaduwkant: méér pijn door opioïden
Ik schreef er al vaker over. Het klinkt onlogisch, maar het gebeurt echt.
Even in lekentaal: door langdurig gebruik van sterke pijnmedicatie blijft je immuunsysteem die ‘indringers’ aanvallen en raakt je daaraan gekoppelde pijnsysteem nog eens extra overprikkeld. Als je dan probeert te minderen, schiet de pijn vanzelf omhoog. Dat voelt als bewijs dat het geen goed idee is, of niet lukt, maar het is juist een teken dat je systeem in beweging komt; zich aan het herstellen is.
Die fase is vaak loodzwaar, maar wel tijdelijk. Met goede uitleg, tijd en support komt er daarna vaak juist meer rust.
Chronische pijn is complex. En iets dat complex is los je niet op met één tovermiddel; hoe goed doordacht en ontwikkeld die pil ook is. Het werkt tegen je.
Verslaafd? Ik? Doe normaal!
In de discussie “Ben ik nu verslaafd aan pijnstillers? Of ben ik er afhankelijk van geworden?” kwam ik nooit zo goed uit m’n woorden.
Hoezo verslaafd? Ik krijg ze toch voorgeschreven? Gebruik het toch niet uit vrije wil?
Wel degelijk verslaafd. Want zonder functioneer ik niet meer. Mijn lijf heeft een nieuwe dosis nodig.
Recent las ik een bijdrage van Arnt Schellekens, hoogleraar verslaving en psychiatrie, in het boek Pijn. Een alledaags ongemak? Hieronder een verkorte weergave, in mijn eigen woorden.
Gewenning betekent dat iemand steeds meer nodig heeft voor hetzelfde effect, maar dit is iets anders dan verslaving.
Bij verslaving verliest iemand geleidelijk de controle over het gebruik. Dat gebeurt doordat het middel zowel positieve gevoelens kan opwekken als negatieve gevoelens kan onderdrukken. Hierdoor ontstaat de drang om meer te gebruiken dan oorspronkelijk bedoeld.
Om te kunnen spreken van een verslaving aan opioïde pijnstillers, moet iemand minstens een jaar lang voldoen aan twee of meer psychiatrische criteria. Het belangrijkste kenmerk is controleverlies over het gebruik. Dit kan blijken uit meer nemen dan voorgeschreven, mislukte pogingen om te minderen of te stoppen, en toch doorgaan ondanks nadelige gevolgen. Die gevolgen kunnen lichamelijk, psychisch of sociaal zijn. Denk aan somberheid, problemen met denken, lichamelijke klachten of het terugtrekken uit sociale contacten.
Een ander belangrijk symptoom is ‘zucht’, de sterke innerlijke drang om te gebruiken. Zucht kan gericht zijn op prettige effecten van een middel of op de verdoving van pijn en angst. Bij opioïden komt beide voor, maar bij mensen met chronische pijn gaat het vaak vooral om het verdovende effect. Kortwerkende opioïden kunnen soms juist weer zucht naar het prettige gevoel oproepen.
Tot slot bestaan er nog de criteria die horen bij gewenning, zoals meer nodig hebben of ontwenningsklachten krijgen. Deze tellen echter niet mee als iemand opioïden gebruikt volgens medisch voorschrift.
Dus. Zeg het maar. Als ik Arnt volg, ben ik letterlijk gezien niet verslaafd geweest. Gewenning, zeker. Maar geen controleverlies, weinig ‘zucht’, altijd binnen de voorschriften.
En toch merkte ik in mijn weken in de verslavingskliniek dat het ook een beetje als een goedkoop excuus voelt om jezelf ‘echt niet verslaafd’ te noemen. Want ik was er natuurlijk wél volledig van afhankelijk geworden voor mijn dagelijks functioneren.
Levert dit artikel spanning op?
“Kom niet aan mijn medicatie!”
“Laat me met rust!”
Ik begrijp het zó goed. Ken alle argumenten, gebruikte ze zelf lange tijd ook. En ik herken de weerstand die dit artikel mogelijk oproept als geen ander.
Niet iedereen hoeft af te bouwen. Soms lukt het ook écht niet. Soms spelen er omstandigheden, denk aan pijn bij kanker of in de palliatieve fase, waardoor je blij moet zijn met sterke pijndemping. Maar iedereen verdient wel eerlijke informatie en de kans om een bewuste keuze te maken.
Juist daarom is het gesprek erover blijven voeren goed. Waarbij iedereen z’n eigen keuzes maakt, zonder oordeel, met respect.
Deel je ervaringen
En nu jij. Wat doet dit artikel met je? Ken je iemand die het zou mogen lezen? Of werk je misschien met pijnpatiënten die al langer sterke pijnstillers gebruiken?
- Wat herken jij in de spanning tussen houvast en afhankelijkheid van medicatie? Is die balans in de loop van de tijd veranderd?
- Hoe reageerde jij toen iemand voor het eerst over ‘afbouwen’ begon? Wat voelde je toen, en wat hielp (of juist niet) om erover in gesprek te blijven?
- Wat heeft jou geholpen om, ondanks pijn en eventuele medicatie, meer grip te krijgen op je dagelijks leven? Denk aan kleine veranderingen, steun van anderen of inzichten die verschil maakten.
Deel je gedachten en ervaringen. Vind ik leuk!
Dat kan via de reacties hieronder (dan leest iedereen mee), of door contact op te nemen (dan lees alleen ik).
Meer lezen
- In dit blog vind je al links naar eerdere blogs over chronische pijn en pijnzorg. Bekijk ook het Blogmagazine chronische pijn.
- Wil je meer lezen over hoe mensen omgaan met pijn, medicatie en herstel? Kijk dan eens bij de ervaringsverhalen op Pijnstad.nl en op Opiatenafbouwen.nl. Daar vind je persoonlijke verhalen van mensen die, net als ik, toe waren aan verandering.
- Wil je de impact van pijn en medicatie-afhankelijkheid in beeld zien? Bekijk de uitzending van ‘Zin in Morgen‘ (KRO-NCRV) van 06-12-2025, vanaf 18:54 minuten. Ik vertel over deze thema’s, over herstel, en ook mijn partner en kinderen dragen bij.
Twee boekentips:

