Site icoon Er zit muziek in mijn leven

De pijn was weer heftig. Mijn reflexen waren interessanter.

Rugpijn

Ik draai me om in bed en ben in één klap klaarwakker.

Een felle pijnscheut schiet vrijdagochtend door mijn onderrug. Niet zo’n pijn waarvan ik inmiddels denk: jij ook goeiemorgen pijn, klaar voor een nieuwe dag. Nee, dit is anders. Mijn onderrug zit volledig op slot. Draaien kost moeite, overeind komen gaat in vijf tussenstappen, sokken aandoen lijkt ineens een meerdaags project. Bij iedere kleine beweging schiet de pijn opnieuw door mijn rug.

Mijn eerste gedachte laat zich raden.

Het zal toch niet


Nog voordat ik de gedachte helemaal heb afgemaakt, weet ik het eigenlijk al. Dit is niet iets wat over een kwartiertje weer tot normale proporties is gezakt.

Terwijl ik daar lig, gebeurt er iets wat ik minstens zo interessant vind als de pijn zelf. Niet alleen mijn rug schiet vast. Ook mijn hoofd begint onmiddellijk te werken. Alsof ergens diep vanbinnen een noodprogramma wordt opgestart dat jarenlang getraind is om in dit soort situaties de regie over te nemen.

En dat vind ik misschien nog wel het meest ironische.

Ik ben nota bene bezig met een boek dat Pijn zonder Pillen heet. Ik schrijf over omgaan met pijnpieken, over de invloed van het zenuwstelsel, over de valkuilen van sterke pijnstilling en over de kunst om niet direct in paniek te raken als pijn ineens de kop opsteekt. Maar zodra mijn rug op slot schiet, blijkt mijn eigen hoofd ook nog gewoon mens te zijn 🙂 en direct allerlei reflexen te hebben. Theorie en praktijk zijn soms twee totaal verschillende werelden.

De afgelopen drie dagen maak ik ze allemaal opnieuw mee.

1. Dit is anders


Het eerste wat mijn brein doet, is vergelijken. Waarschijnlijk om de pijn te kunnen duiden, te kunnen plaatsen.

Vrijwel onmiddellijk voel ik dat deze pijn anders is dan de zenuwpijn die ik iedere dag ervaar. Die zenuwpijn ken ik inmiddels door en door. Ik zou hem liever vandaag dan morgen kwijt zijn, begrijp me niet verkeerd, maar hij is voorspelbaar geworden. Ik weet ongeveer hoe hij zich gedurende de dag gedraagt en ik heb geleerd hoe ik er meestal mee om kan gaan.

Deze pijn voelt totaal anders. Veel mechanischer. Alsof er ergens diep in mijn onderrug een enorme spanning is ontstaan waardoor bewegen simpelweg niet meer lukt. Iedere kleine beweging wordt direct afgestraft.

Tegelijkertijd valt me nog iets op. Deze pijn is veel heftiger, maar voelt ergens toch ook weer minder uitputtend dan zenuwpijn. Dat klinkt misschien vreemd. Toch is het precies wat ik ervaar. Zenuwpijn lijkt mijn hele lijf urenlang, iedere dag weer, bezig te houden. Deze rugpijn is feller, maar ook lokaler. Alsof mijn rug boos is, terwijl mijn zenuwstelsel nu iets meer op de achtergrond blijft.

Blijkbaar wil mijn brein razendsnel weten met welk type pijn het te maken heeft. Alsof het pas daarna kan bepalen wat de volgende stap moet zijn.

2. Wie gaat dit oplossen?

Lang hoef ik daar niet over na te denken, want de volgende reflex meldt zich vanzelf.

Moet ik naar de fysiotherapeut?

Of toch weer eens de chiropractor?

Is een masseur een goed idee?

Er zal toch iemand zijn die dit weer los kan maken?

Ik glimlach bijna om mijn eigen gedachten. Niet omdat het gekke gedachten zijn, maar omdat ik ze inmiddels zo goed herken. Jarenlang is dit precies mijn automatische reactie geweest. Zodra mijn rug protesteert, ga ik op zoek naar iemand die het probleem kan oplossen. Dat is misschien wel de bekendste reflex die ik heb: in meer dan tien jaar chronische pijn en ruim dertig jaar rugpijn heb ik tientallen behandelkamers van binnen gezien. Dan leer je bijna vanzelf dat pijn iets is waarvoor je zo snel mogelijk een afspraak maakt.

Toch gebeurt er deze keer ook iets nieuws.

Vrijwel direct hoor ik een tweede stem in mijn hoofd.

Rustig, Koert. Je weet inmiddels ook dat niet iedere pijn direct behandeld hoeft te worden. Geef je lichaam eerst eens de kans om zelf iets te doen.

Die gedachte voelt niet als een trucje. Eerder als een herinnering aan alles wat ik de afgelopen jaren heb geleerd. En opgeschreven.

3. Pillen. Nu.

Nog opvallender vind ik de derde reflex.

Mijn hoofd begint onmiddellijk oplossingen aan te dragen. Diclofenac misschien, om te ontspannen? Een paar paracetamol tegelijk? Of toch iets sterkers?

Gelukkig heb ik het allemaal niet meer in huis, op de paracetamol na dan. Ik neem ze niet.

Bijzonder eigenlijk, deze gedachte.

Ik ben inmiddels twee jaar volledig gestopt met opioĂŻden en een halfjaar met de medicatie voor zenuwpijn. Weet hoe afhankelijk ik ooit ben geworden van het idee dat pijn opgelost moet worden met medicatie. En ik weet ook hoeveel invloed die medicijnen uiteindelijk op mijn lichaam en mijn leven hebben gehad.

En toch zit die reflex er blijkbaar nog steeds.

Het laat vooral zien hoe diep zulke patronen kunnen zitten. Jarenlang is pijn voor mijn brein automatisch gekoppeld geweest aan pillen. Dan is het ook weer niet vreemd dat die gedachte nog steeds als eerste langskomt.

Het verschil met vroeger is alleen dat de gedachte niet meer automatisch leidt tot actie. Er volgt namelijk al vrij snel een tweede gedachte.

Nee. Sowieso niet meteen. En je weet inmiddels dat dit waarschijnlijk niet is wat je nu nodig hebt.

Ineens merk ik dat die tweede stem sterker is geworden dan de eerste.

4. Zou er toch iets kapot zijn?

Ondertussen begint mijn hoofd ook nog een heel ander spel te spelen.

Zou er nu dan toch iets beschadigd zijn? Iets met die onderste wervels, die ooit zijn vastgezet? Mijn neurostimulator? Stel je voor, een nieuwe hernia.

Van alles passeert de revue.

Ergens heel logisch. Mijn brein probeert voortdurend gevaar in te schatten. Lees het artikel Predictive Processing van Louis Zantema op Substack er maar eens op na. Zeker als je een medische geschiedenis hebt zoals ik, ligt er een hele bibliotheek aan eerdere ervaringen klaar om nieuwe pijn direct mee te vergelijken.

Toch merk ik ergens later op de dag dat ook deze gedachte langzaam verandert.

Nee.

Niet alles wat veel pijn doet, betekent automatisch dat er iets kapot is.

Dat is misschien wel een van de belangrijkste lessen die ik de afgelopen jaren heb geleerd. Pijn en schade zijn lang niet altijd hetzelfde. Chronische pijn en schade zelfs zelden. Dat betekent natuurlijk niet dat je klachten moet negeren of nooit medische hulp moet zoeken. Maar het helpt wel om niet onmiddellijk in rampscenario’s terecht te komen.

5. Waar komt dit vandaan?

En dan volgt misschien wel de hardnekkigste reflex van allemaal.

Ik begin in mijn hoofd te zoeken.

Wat heb ik gedaan waardoor dit gebeurt? Ben ik te druk geweest? Heb ik juist te weinig bewogen? Heb ik verkeerd gezeten? Te zwaar getild? Slecht geslapen? Speelt stress een rol? Was Breda Live, afgelopen weekend, toch te veel belasting?

Ik merk hoe graag mijn hoofd een verklaring wil vinden. Alsof alles pas weer veilig voelt wanneer de oorzaak precies bekend is. Ook mijn omgeving zoekt her en der mee naar mogelijke directe aanleidingen.

Alleen werkt een lichaam lang niet altijd zo logisch. Soms is er een duidelijke aanleiding. Soms ontstaat zoiets door een optelsom van allerlei kleine factoren. En soms weet je het simpelweg niet.

Dat heeft me jarenlang gefrustreerd. Er móest een diagnose komen. FBSS, Failed Back Surgery Syndrom, en een “onderweg beschadigd geraakte zenuw” waren het meest concreet.

Maar dan gebeurt er ook iets anders

Opvallend genoeg wordt mijn rug vrijdag eerst alleen maar stijver.

Maar ergens in de loop van de dag gebeurt er ook iets anders. Niet zozeer in mijn rug, maar in mijn hoofd. Langzaam komt er een tegenbeweging op gang.

Ik besluit, volledig tegennatuurlijk aan wat mijn lijf lijkt te schreeuwen, naar buiten te gaan. Niet omdat ik zin heb om te wandelen, maar omdat ik weet dat blijven liggen en zitten mijn wereld alleen maar kleiner maakt. Schuifelend loop ik een klein ‘rondje blok’. Het rondje dat ik inmiddels uit duizenden ken. Onderweg maak ik een praatje met een vriend die ik toevallig tegenkom en deel ik wat er speelt. Hij had ’t al gezien.

Rondje langs de vele bouwwerkzaamheden in de wijk; ik ken ondertussen iedere stoeptegel

Iedere hobbel in de stoep voel ik. Iedere oneffenheid levert weer een nieuwe pijnscheut op. Toch voelt dat rondje achteraf misschien wel als het belangrijkste wat ik die dag doe.

Ik geef mijn zenuwstelsel namelijk ook een ander signaal.

Kijk eens.

Het doet pijn.

Maar je beweegt nog steeds.

Vroeger bewoog ik dan vooral om mijn rug los te krijgen. Nu ook, maar loop ik minstens zo veel om mijn brein iets te vertellen. Kijk, er is pijn. Veel pijn zelfs. Maar blijkbaar is bewegen nog steeds veilig. Iedere stap is daarmee niet alleen beweging voor mijn rug, maar ook een veiligheidssignaal voor mijn brein en zenuwstelsel. Dat verschil in denken -iets heel anders trouwens dan ‘de pijn wegdenken’- heeft de afgelopen jaren misschien wel meer veranderd dan welke behandeling dan ook.

Thuis zoek ik bewust afleiding. Ik pak een boek, luister muziek en kijk eindelijk de Netflix-docu over Rafael Nadal af. Ik wist dat hij worstelde met voetblessures, maar tot mijn verrassing zie ik dat ook hij al jarenlang eigenlijk met chronische pijn leeft. Ineens kijk ik met heel andere ogen naar de manier waarop hij over trainen, herstellen, doorgaan en grenzen verleggen praat.

Op zaterdag besluit ik dat die lange, belangrijke, bandrepetitie op zondag niet gaat lukken. Het is een te groot risico dat ik nu niet wil nemen. Afleiding zoeken okĂ©, maar ook daar zitten grenzen aan. Los van het feit dat piano’s tillen al helemaal niet lukt nu, al weet ik dat er altijd hulptroepen zijn.

Dat doet pijn. Niet letterlijk, maar figuurlijk. Muziek is voor mij zoveel meer dan een hobby. Juist daarom kost het moeite om af te zeggen. Toch weet ik dat nu doorgaan alleen omdat ik het graag wil, iets anders is dan goed voor mezelf zorgen. Dus zoeken we een nieuwe datum.

Ook vertel ik in de loop van die dagen meer mensen in mijn directe omgeving hoe het met me gaat. Dat blijft ingewikkeld. Ik wil geen slachtoffer meer zijn. Die rol heb ik jarenlang noodgedwongen gehad en daar wil ik niet meer naar terug. “Komt ‘ie weer, met z’n pijn.” Tegelijkertijd besef ik dat eerlijk zijn over pijn iets heel anders is dan jezelf met die pijn identificeren.

Misschien is dit wel de echte winst

Zaterdagochtend zit de rug weer méér op slot dan vrijdagavond. Ik herhaal het recept van vrijdag: rondjes buiten lopen, afwisselen van houding en afleiding zoeken. In de loop van zaterdag merk ik dat ik alweer iets soepeler loop. Niet veel, maar genoeg om vertrouwen te voelen. Zondag wandel ik voorzichtig naar de supermarkt om een paar boodschappen te halen. Ja, met boodschappenkarretje, voor nu beter dan tillen. Nog steeds voel ik vrijwel iedere hobbel in de straat, maar mijn lichaam lijkt langzaam weer ruimte terug te winnen.

En maandagochtend zit ik dit blog te schrijven. Vanuit een stoel die mijn rug goed ondersteunt, maar wel flexibel genoeg is om af en toe ook onderuit te kunnen zakken. Ik wissel regelmatig van houding, sta af en toe op en voel tijdens het typen nog steeds pijnscheuten. Maar ze voelen alweer anders dan drie dagen geleden.

Terwijl ik dit opschrijf, realiseer ik me waar ik eigenlijk het meest trots op ben.

Niet dat mijn rug langzaam herstelt.

Ook niet dat ik geen medicijnen heb genomen of geen behandelaar heb bezocht.

Nee, ik ben vooral trots op het feit dat ik mijn eigen reflexen inmiddels zo goed herken. Ze zijn er nog steeds. Alle vijf. Ze melden zich keurig zodra de pijn onverwacht toeneemt. Alleen krijgen ze niet meer automatisch de regie.

En wat ik misschien nog wel het meest bijzondere vind? Mijn dagelijkse zenuwpijn voelt na dit weekend bijna mild. Daarmee bagatelliseer ik die pijn absoluut niet. Ik ben hem nog altijd liever vandaag dan morgen kwijt. Maar hij is vertrouwd geworden. Ik ken zijn grillen. Ik weet hoe ik ermee om kan gaan.

Deze plotselinge onderrugpijn is juist de indringer die alles even overhoop gooit. Niet alleen lichamelijk, maar vooral ook mentaal. Hij laat zien welke oude reflexen nog ergens onder de oppervlakte aanwezig zijn.

Herstel is voor mij niet hetzelfde als ’terugkeren naar hoe het ooit was’. En ook niet dat die reflexen volledig verdwijnen. Die zijn namelijk heel logisch. Herstel betekent dat ik die automatismen steeds sneller herken, ze vriendelijk laat uitrazen en vervolgens bewust kies voor een andere reactie dan vroeger.

Geen quick fix. Geen garantie dat de pijn sneller verdwijnt. Maar het voelt wel als een vorm van vrijheid waarvan ik een paar jaar geleden niet had durven denken dat die ooit binnen mijn bereik zou liggen.

Mijn vraag aan jou

Misschien herken jij ook wel een paar van deze reflexen. Niet alleen bij pijn, maar misschien ook bij andere tegenslagen of onverwachte gebeurtenissen.

Daarom ben ik benieuwd:

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen. Laat gerust een reactie achter onder dit blog (dan leest iedereen mee) of door contact op te nemen (dan lees alleen ik).

Vond je dit blog waardevol?

Dan help je mij enorm door het te delen via LinkedIn, Facebook of Instagram. Misschien helpt het ook iemand anders die zich soms verdwaald voelt tussen alle meningen, adviezen en overtuigingen die rondgaan in de wereld van aanhoudende pijn.

Dank voor het delen!

Meer lezen?

Eerdere blogs

Ook interessant

Mobiele versie afsluiten