De eerste kilometers voelen licht. Zon op mijn gezicht, een zachte zeebries langs mijn armen. Het ritme van trappen dat bijna vanzelf gaat. Alsof alles klopt.
Ik fiets vorige week op een gehuurde fiets van Can Pastilla richting Cala Mayor, voorbij Palma. Mallorca dus, het favoriete eiland van mijn vriendin en mij. We fietsen samen; een kilometer of veertien enkele reis, langs de kust. Niet helemaal vlak, maar zeker niet extreem. Een paar kleine heuveltjes. Mooie vergezichten. Bars en terrasjes onderweg. Zo’n route waarvan je denkt: dit is genieten.
En dat was het ook.
Totdat de pijn begint
Ik weet niet meer waar precies, maar ergens halverwege begint het. Subtiel eerst. Een zacht, prikkelend, signaal. Een herinnering van mijn lijf: hé, dit is anders dan wat je gewend bent. Geen ondersteuning. Geen e-bike. Gewoon trappen. Beetje tegen de wind in.
Ik fiets in Nederland al jaren op een e-bike. Ja, een Cortina. Aangeschaft na mijn revalidatietraject bij Revant in Breda.
“Maak het jezelf nou eens wat makkelijker, Koert” was daar een van de boodschappen.
Niet omdat ik nou per se een e-bike wilde, eigenlijk helemaal niet. Nu fietst driekwart Nederland op een e-bike (of fatbike), toen nog niet. Ook ik vond het eigenlijk ’te makkelijk’.
Maar ik wist, of voelde, dat het me zou helpen. Omdat destijds een gewone fiets vaak net te veel van mijn lijf vroeg. Net dat stukje extra belasting gaf, waardoor ik vaak al met veel pijn op mijn bestemming aankwam.
Juist de laatste tijd ging het zo goed
De laatste maanden kan ik mijn lijf vaak redelijk goed belasten. Met hardlopen, ik schreef er al vaker over. Zonder dat het de pijn triggert, of oké, misschien soms ‘heel mild’.
Dus denk ik ook nu: dit ‘normaal fietsen’ kan ook wel weer.
Natuurlijk is er ook op Mallorca de optie van de e-bike. Maar ja, duurder in huur, minder gezellig als de een op een e-bike en de ander op een normale fiets rijdt, ik hoef nergens snel te zijn…genoeg redenen voor een gewone fiets.
Niet omdat ik iets wil bewijzen. Maar omdat ik vertrouwen heb in mijn lijf. En misschien ook wel omdat er iets in mij zit dat altijd grenzen weer wil oprekken, wil blijven bouwen aan die veerkracht. Als ik weer tien kilometer kan hardlopen, kan ik ook wel een fietstochtje aan. Toch?
Onderweg gebeurt er van alles in mijn lijf en hoofd
De pijn neemt gaandeweg toe. Dat scherpere, soms zeurende, soms stekende gevoel dat zich langzaam uitbreidt. Mijn lijf, die bekende linker-onderkant van bil naar tenen, dat steeds luider om aandacht begint te vragen.
En ergens daaronder, of daarboven, ontstaat dan ook iets anders: onrust. Een lichte paniek.
Want hoe ver is het nog?
Kan ik dit volhouden?
Wat als het straks nog erger wordt?
Het zijn gedachten die ik inmiddels goed ken. Waar ik ook vaak over schrijf. Over dat alarmsysteem dat soms te scherp staat afgesteld. Over hoe het brein gevaar signaleert, ook als dat er niet direct meer is. Over (pijn)verwachtingen, die lichamelijke pijn kunnen triggeren.
Maar weten en voelen zijn wel echt twee verschillende dingen
Ondanks de toenemende onrust, de lichte paniek, doe ik ook iets anders.
We lassen extra pauzes in.
We nemen de tijd. Duiken een groot winkelcentrum in. In het begin strompel ik, maar de (andere) houding en beweging helpen wel. Totdat ik weer verder fiets en de pijn opnieuw toeneemt.
We stoppen extra om even te zitten, wat te drinken.
Zoeken een strandje op. Ik strompel over het mulle zand naar de branding en ga even met mijn voeten in het water staan. Koel, verfrissend, even uit het hoofd en terug in het moment. Normaliter, vroeger, zou ik na vijf minuten alweer verder willen; nu neem ik de tijd.
En ergens onderweg stel ik mezelf een simpele belofte: straks, als we terug zijn in Can Pastilla, neem ik een ijsje. Wie mij een beetje kent, kent ook mijn voorliefde voor schepijs. Zo’n vooruitzicht…werkt bij mij.
Kleine dingen. Maar ze helpen wel.
Niet om de pijn weg te nemen. Die is er gewoon. Soms (te) stevig ook.
Maar die dingen helpen wel om het draaglijker te maken. Om er wat doorheen te bewegen, zonder dat alles volledig vastloopt. Om rustig te blijven, ondanks de toenemende pijn.
Dat herken ik natuurlijk ook uit eerdere momenten waar ik over schreef. Dat het niet altijd gaat om pijn wegkrijgen, maar om ruimte maken. Om op zo’n moment om te gaan met wat er is, in plaats van ertegenin te gaan, gefrustreerd te raken, boos, of in paniek.
Het tweede deel van de terugweg is pittig
Eerlijk is eerlijk. Ik heb het taai.
En toch blijft er ook iets van vertrouwen onder zitten.
Het vertrouwen dat dit ook wel weer zakt.
Dat vooral mijn brein dit systeem kent en me probeert te waarschuwen voor mogelijk gevaar.
Dat het niet betekent dat het nu écht helemaal “mis” is.
En ondertussen blijf ik om me heen kijken. Naar de zee. Naar de cruiseboten. Naar de vliegtuigen die overvliegen. Naar de andere mensen op straat; veel fietsers ook. Naar de terrasjes en leuke Spaanse barretjes (heb ik al gezegd dat Mallorca, buiten de drukste plekken, écht een heel leuk eiland is?).
Dat blijven kijken, die afleiding, én mijn tegengeluiden aan mijn pijnsysteem (ik hoor je, het is goed, het komt goed, er is geen acuut gevaar) blijkt genoeg om adem te kunnen blijven halen.
De afloop?
Het ijsje is heerlijk.
Het terras waar we zitten om dat te eten ook. Van de fiets af, een andere houding: de pijn zakt. Langzaam.
De avond gaat nog wat moeizaam. Maar ik slaap gelukkig goed. De volgende dag is mijn pijnsysteem weer gekalmeerd. En hebben we nog een aantal heerlijke Mallorca dagen gehad.
Zonder fiets, dat wel.
Welke lessen levert deze fietstocht mij op?
1. Vooruitgang betekent niet dat ‘alles weer kan‘
Het ging beter de laatste tijd. En dat klopt ook. Maar beter betekent niet automatisch dat alles weer vanzelf gaat. Dat is het grillige van leven met pijn. Soms zit er nog een grens. Vaak is er dan een ‘andere manier van doen’, die beter past.
2. Mijn brein én lijf geven signalen
Achteraf gezien kwam de waarschuwing al vrij snel. Subtiel, maar aanwezig, en toenemend. Het helpt om daar rustig onder te blijven, te herkennen waar het vandaan komt. Maar het ook serieus te nemen, zonder jezelf meteen volledig te beperken. Meer doseren, minder pushen.
3. Weten is iets anders dan voelen
Ik weet -voor zover mogelijk- inmiddels behoorlijk veel over pijn. Over het brein, over veiligheid en gevaar. Maar in het moment kan het alsnog spannend worden. Dat is geen falen: dat is menselijk.
4. Kleine acties maken vaak een groot verschil
Even stoppen. Voeten in het water. Iets drinken. Een ijsje in het vooruitzicht. Het zijn geen oplossingen, maar ze geven wel ruimte. Ze helpen mijn systeem om iets te kalmeren.
5. Genieten en pijn kunnen naast elkaar bestaan
Dit blijft misschien wel de belangrijkste. Ik heb die ervaring vaker gehad, ook rondom muziek, rondom hardlopen. Het was dit keer een pijnlijke fietstocht. En tegelijkertijd een hele mooie, waar we allebei echt van genoten. Die twee sluiten elkaar niet meer uit: ze kunnen naast elkaar bestaan.
6. Vertrouwen groeit, door ervaring
Ondanks de pijn voelde ik de hele tijd ook: dit komt wel weer goed. Niet omdat het meteen weg is, maar omdat ik dit inmiddels ken. Omdat mijn lijf en systeem al vaker zijn hersteld. Dat vertrouwen is goud waard als je leeft met aanhoudende pijn.
Wat betekent dit voor jou?
Wat doet dit blog met jou? Raakt het je ergens?
- Wanneer voelde jij voor het laatst: dit gaat eigenlijk net over mijn grens heen? Wat deed je toen?
- Welke signalen geeft jouw lichaam meestal eerst af, nog vóórdat het echt te veel wordt?
- En wat helpt jou om op zo’n moment tóch een beetje ruimte of rust te vinden, óók als de pijn er is?
Deel je ervaringen. Dat kan via de reacties hieronder, dan leest iedereen mee. Of door contact op te nemen, dan lees alleen ik.
Meer lezen
- Vakanties geven me welk vaker ‘wijze’ inzichten over mijn functioneren met pijn. Lees bijvoorbeeld:
- In plaats van weer in één keer 14 kilometer heen en 14 kilometer terug te willen fietsen, was graded activity waarschijnlijk een betere aanpak geweest. Maar ja, het vooruitzicht van die heerlijke fietstocht samen was te aantrekkelijk. Dus maakte ik -bewust- een andere keuze.

